U bent hier

Libellen en waterjuffers in het Brussels Gewest

Uit de atlas van de libellen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest blijkt dat van de ongeveer 69 soorten Odonata die tussen 2015 en 2019 in België werden geregistreerd, in dezelfde periode 49 soorten met zekerheid werden waargenomen op het grondgebied van het gewest, waarvan er 34 goed ingeburgerd lijken te zijn. Ondanks zijn beperkte oppervlakte van 162 km², zijn hoge bebouwingsdichtheid en zijn bevolking van meer dan 1,2 miljoen inwoners, herbergt Brussel een verrassend groot deel van de libellensoorten die in België voorkomen. De algemene populatiestatus en de staat van instandhouding van de meeste soorten zijn sinds het begin van deze eeuw aanzienlijk verbeterd.

De Odonata als indicatie van de milieukwaliteit

Libellen (Anisoptera) en waterjuffers (Zygoptera) behoren tot de orde van de Odonata. De aanwezigheid van deze insecten is nauw verbonden met de aanwezigheid van open water, aangezien hun larven een aquatische levenswijze hebben. Hun lange levensduur als larve, hun hoge positie in de trofische keten en hun gevoeligheid voor de chemische kwaliteit van het water maken hen tot goede bio-indicatoren voor de toestand van de aquatische ecosystemen en de semi-natuurlijke gebieden die deze ecosystemen omringen (Lafontaine et al. 2019). De oppervlakte van de watermassa's, de lengte en de natuurlijkheid van de oevers zijn eveneens van invloed op de rijkdom aan Odonata, evenals de aanwezigheid van zonnige zones op de oevers (Lafontaine et al. 2013). De gelijktijdige aanwezigheid van veel Odonatasoorten in een gebied of regio is een duidelijk teken dat de voorwaarden voor hun voortbestaan en dus de kwaliteit en de diversiteit van de ecosystemen worden gerespecteerd. Sommige soorten zijn ook afhankelijk van specifieke milieus (b.v. de aanwezigheid van stilstaand water of van specifieke planten). Libellen en waterjuffers zijn ook zeer aantrekkelijk voor het publiek en relatief gemakkelijk te observeren en te identificeren.

Een atlas opgesteld met de steun van de participatieve wetenschap

Een eerste inventaris van de verschillende Odonatasoorten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werd uitgevoerd door onderzoekers van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) en was het voorwerp van een in 2013 gepubliceerde samenvatting (LAFONTAINE et al., 2013). Deze publicatie werd gevolgd door de invoer van een toenemend aantal gegevens over deze insecten door vrijwillige waarnemers op het participatieve wetenschapsplatform waarnemingen.be. Dit is het uitgangspunt van de atlas, de eerste die voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is opgesteld (in 2006 werd een nationale atlas opgesteld). Deze atlas is te danken aan de vrijwillige waarnemers, onder toezicht van het KBIN en met de steun van Leefmilieu Brussel. De gegevens voor de atlas werden verzameld over een periode van 5 jaar, van 2015 tot 2019. In de analyses werd ook rekening gehouden met oudere gegevens.

In de periode 1989-2019 werden meer dan 23.000 waarnemingen ingevoerd

De gegevens werden verzameld in mazen van 1 km² (overeenkomend met UTM- of Universal Transversale Mercator-vierkanten). Het gewest telt 200 mazen (waarvan sommige zich slechts zeer gedeeltelijk binnen de gewestelijke perimeter bevinden). Daarvan zijn respectievelijk 154 en 144 mazen tussen 1989 en 2019 (de periode waarop de atlas betrekking heeft) en tussen 2015 en 2019 (de periode waarin de atlas werd opgesteld) ten minste één keer onderzocht. Een aantal mazen werd niet onderzocht, in de meeste gevallen omdat ze geen potentiële habitats voor Odonata bevatten en/of omdat ze te ver buiten het gewest liggen en slechts een deel van het Brusselse grondgebied bestrijken. Een maas werd als voldoende onderzocht beschouwd als er ten minste 3 waarnemingen werden gedaan (het geval voor 117 mazen) of, beter nog, als er ten minste 3 soorten werden waargenomen (het geval voor 111 mazen).

De waarnemingen werden ingevoerd in de databank waarnemingen.be (zie Burgers verzamelen gegevens over de Brusselse biodiversiteit), met precieze X- en Y-coördinaten. De meest onverwachte van de in deze periode verzamelde gegevens werden door deskundigen gevalideerd aan de hand van foto's, en soms zelfs rechtstreeks op het terrein.

De waarnemers kregen verschillende observatiestatussen voorgesteld, gaande van de eenvoudige waarneming van de aanwezigheid tot de waarneming van voortplantingstekenen (aantal op een plaats waargenomen individuen, paring, leggen van eitjes, afgeworpen vellen, larven, enz.). Deze statussen werden gebruikt om de voortplantingsstatus van de soort vast te stellen.

In totaal werden tussen 1989 en 2019 meer dan 23.000 waarnemingen van Odonata geregistreerd op de website waarnemingen.be. Het aantal waarnemingen is in de loop der jaren toegenomen, vooral in de periode van de atlas (17.500 nieuwe gegevens).

De laatste vijftien jaar is het aantal Odonatasoorten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bijna verdubbeld, vooral na de komst van zuidelijke soorten

Tot op heden zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in totaal 59 soorten ten minste één keer waargenomen (72 in heel België), waarvan sommige slechts in de 19de eeuw werden waargenomen. Tegen het begin van de 21ste eeuw was het aantal Odonata in de regio gedaald tot 27 soorten. De trend is sindsdien omgebogen en tijdens de onderzoeken voor de atlas werden tussen 2015 en 2019 niet minder dan 49 soorten waargenomen.

Uit de gegevens die in de periode 2020-2021 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op waarnemingen.be werden ingevoerd, blijkt dat er in die periode 45 soorten Odonata werden geregistreerd, waaronder een nieuwe soort, de sierlijke witsnuitlibel (Leucorrhinia caudalis), die onlangs aan de lijst van gewestelijke soorten is toegevoegd, en ten minste twee soorten die zich daar voor het eerst hebben voortgeplant (Ceriagrion tenellum en Aeshna affinis). De twee laatste soorten waren reeds waargenomen tijdens de periode van de atlas, maar er waren geen aanwijzingen dat ze zich ter plaatse voortplantten.

Deze vrij uitzonderlijke soortenrijkdom in een stedelijke omgeving kan worden verklaard door het naast elkaar bestaan van kwalitatief goede bosgebieden en een nog steeds belangrijk hydrografisch netwerk, waarvoor daadkrachtige beheermaatregelen de laatste jaren de waterkwaliteit aanzienlijk hebben verbeterd (Lafontaine et al., 2013).

Het aantal soorten dat regelmatig in het gewest wordt waargenomen, is de laatste jaren dan ook aanzienlijk toegenomen. Dit is deels te danken aan de terugkeer van soorten die sinds de 19de eeuw niet meer waren gezien, maar ook aan de komst van volledig nieuwe soorten. In het bijzonder, en hoogstwaarschijnlijk in verband met de opwarming van de aarde, zijn sinds het begin van de 21ste eeuw veel zuidelijke soorten ontdekt, zodat het aantal in België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanwezige Odonatasoorten is toegenomen.

Meer dan 65% van de Odonatasoorten die van oudsher in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bekend zijn, nemen toe of zijn aanwezig met overvloedige en stabiele populaties

Zoals blijkt uit onderstaande tabel van de 49 soorten die tussen 2015 en 2019 werden waargenomen:

  • zijn 21 niet-bedreigde soorten die zich voortplanten;
  • zijn 4 zeldzame/zeer zeldzame soorten die zich voortplanten;
  • zijn 3 kwetsbare soorten die zich voortplanten;
  • zijn 5 zeldzame/zeer zeldzame bezoekers en zeldzame/zeer zeldzame soorten die zich voortplanten;
  • is 1 een zeldzame bezoeker en een nieuwe soort die zich voortplant;
  • is 1 een onregelmatige en invasieve soort die zich voortplant;
  • zijn 14 zeldzame/zeer zeldzame bezoekers.

Bijna twee derde van de Odonatasoorten die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorkomen, planten zich dus hier voort. Van deze soorten is ongeveer een kwart zeldzaam, zeer zeldzaam of kwetsbaar.

De atlas heeft het mogelijk gemaakt de status van de soort te verduidelijken, met name wat de voortplanting in het gewest betreft.

Evolutie van de stand van de Odonatasoorten die van oudsher in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voorkomen (59 soorten)

Bronnen: Lafontaine et al. 2019 en Lafontaine 2022 (persoonlijke mededeling), waarnemingen.be (observatiegegevens 2020-2021)

*Uitgestorven (BHG): soorten die in het BHG gedocumenteerd zijn aan de hand van oude gegevens (vaak vóór 1900), maar die na 1980 niet meer zijn waargenomen

Tijdens de observatieperiode 2020-2021 is de toestand van sommige soorten in gunstige of ongunstige zin veranderd (zie tabel).

Van de 59 soorten die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn waargenomen (soms vóór 1900), worden er 8 beschouwd als uitgestorven in het gewest en bevinden 3 zich in een slechtere situatie dan in het verleden. Bijna de helft van hen bevindt zich in een betere situatie en iets minder dan een kwart wordt geacht zich in een stabiele situatie te bevinden met een aanzienlijk aantal individuen die zich voortplanten.

Donkergroen = positieve evolutie
Lichtgroen = ongewijzigde status
Oranje = negatieve evolutie
Rood = uitgestorven in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
? = occasionele bezoeker, status niet gedefinieerd

In minder dan twee decennia is de toestand van de Odonatapopulaties sterk verbeterd, zowel wat betreft het aantal waargenomen soorten als hun staat van instandhouding.

Deze positieve trend is vooral te danken aan een beter beheer van de zoetwaterecosystemen in Brussel, waarmee de Odonata sterk verbonden zijn.

Het programma voor het blauwe netwerk heeft geleid tot een algemene verbetering van de waterkwaliteit en het oeverbeheer, de openstelling van bepaalde stukken van waterlopen, een toename van het debiet en een beter beheer van de vispopulaties, met een vermindering van de visstand (vissen zijn predatoren van de libel). Hieruit blijkt dat een passend beheer zeer snel gunstige gevolgen voor de biodiversiteit kan opleveren.

Merk op dat ook de waarnemingsdruk is toegenomen, wat heeft geleid tot steeds meer ingevoerde waarnemingen, vooral tijdens de periode van de atlas.

320 voor Odonata gunstige locaties geïdentificeerd

Tussen 2010 en 2019 konden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in totaal 546 potentiële sites worden geïdentificeerd. Deze gebieden omvatten zowel lotische (ecosystemen met stromend water) als lentische (ecosystemen met stilstaand, langzaam vernieuwd water, zoals meren, vennen, vijvers of poelen) milieus die bijzonder geschikt zijn voor Odonata. Op 320 van deze 546 locaties werd tussen 2010 en 2019 ten minste één libellensoort geregistreerd.

Slechts 20 sites in het gewest herbergen echter ten minste 20 verschillende soorten Odonata (Lafontaine et al., 2019).

 

Frédéric Demeuse

Zicht op het Woluwepark en zijn vijvers.

Twaalf van deze 20 gebieden bevinden zich in het stroomgebied van de Hoog-Woluwe, dat de nabijheid van het Zoniënwoud combineert met de aanwezigheid van vijvers van zeer goede kwaliteit die goed met elkaar in verbinding staan. Zeven locaties liggen verspreid in kleine bekkens die een combinatie zijn van bosjes, beken, vijvers en soms moerassen. Het braakland van Josafat is uniek door zijn ligging ver van het watersysteem en door de afwezigheid van vijvers (zie kader hieronder). Met 29 soorten is het niettemin het vierde grootste gebied in het gewest en het enige buiten de Hoog-Woluwe dat meer dan 25 soorten herbergt, d.w.z. meer dan de helft van de gewestelijke soorten.

Er zijn echter nog steeds bedreigingen voor de soorten

De algemene toestand van de Brusselse soorten is dus sinds het begin van de 21ste eeuw aanzienlijk verbeterd. Toch zijn er nog steeds bepaalde bedreigingen voor de Odonatapopulaties, met name het risico van een geleidelijke verdwijning van bepaalde sites. Omgevingen die kansen bieden voor een hele reeks bijzondere soorten – zoals braakland, vooral als het gedeeltelijk nat is, open plekken, bosranden (waarvan het herstel voorzien in het Beheerplan van het Zoniënwoud maar waarvan een deel in het verleden verloren is gegaan) en natuurlijke weiden – zijn steeds minder aanwezig in Brussel. Sommige soorten planten zich voort in tijdelijke poelen, die bijvoorbeeld te vinden zijn op braakliggende terreinen, zoals het braakland van Josafat, dat bijzonder rijk is aan Odonatasoorten.

Het braakland van Josafat, één van de rijkste vindplaatsen van Odonata in het gewest

Van 2012 tot 2022 werden inventarisaties van de Odonata uitgevoerd op het terrein van het voormalige spoorwegstation Schaarbeek-Josafat, het zogenaamde "braakland van Josafat". Het is een postindustrieel braakliggend terrein van ongeveer 24 ha, ingesloten in het stedelijk weefsel van het noordoosten van Brussel. Het gebied is momenteel op de biologische waarderingskaart grotendeels ingedeeld als A (zeer hoge biologische waarde). De vegetatie op het terrein is zeer gevarieerd en er zijn twee ondiepe poelen. Het is bijzonder rijk aan vliesvleugeligen en Odonata.

In 2019 waren hier al 29 soorten Odonata geregistreerd, meer dan de helft van de soorten van het gewest. Sindsdien zijn er nog vijf soorten ontdekt, met als laatste de smaragdlibel (Cordulia aenea) in april en mei 2022. Het braakland is ook de enige plaats in het gewest waar de vermenigvuldiging van de zwervende pantserjuffer (Lestes barbarus) en de tengere pantserjuffer (Lestes virens) is aangetoond door de waarneming van tandems (parende koppels) en eitjes in augustus en september 2019. De zwarte heidelibel (Sympetrum danae) heeft zich augustus 2014 op het braakland voortgeplant toen er poelen ontstonden. Deze poelen werden kort daarna vernietigd door het aanbrengen van grond. Sindsdien is in de regio geen broedpopulatie van deze soort meer aangetroffen, hoewel er wel zwervende exemplaren zijn waargenomen. Het gebied blijkt ook de belangrijkste broedplaats te zijn voor de zeldzame tengere grasjuffer (Ischnura pumilio) en de gaffelwaterjuffer (Coenagrion scitulum). De bruine winterjuffer (Sympecma fusca) wordt hier meer waargenomen dan elders in Brussel.

De uitzonderlijke rijkdom aan libellen van het braakland van Josafat, een atypische plaats gezien haar afstand tot het hydrografisch netwerk en de vijvers, is waarschijnlijk te danken aan drie factoren:

  • door zijn omvang, zijn floristische en entomologische diversiteit en de afwezigheid van onderbrekingen en scheidingen is het braakland een bevoorrecht jachtgebied voor de volwassen dieren van talrijke soorten;
  • de ondiepe, zeer zonnige poelen omringd door moerasvegetatie, die zich na de werken in 2012 op natuurlijke wijze hebben ontwikkeld en die de afgelopen jaren door zorgvuldig beheer zijn herschapen, vormen een uiterst gunstig broedmilieu met een dichtbije en gemakkelijke toegang tot foerageerplaatsen (waar de Odonata zich voeden);
  • de Diegemse vlakte, waar de site zich bevindt, is door zijn topografie een belangrijke toegangsweg tot de stad voor de trek, zoals blijkt uit de talrijke waarnemingen van passerende of rustende vogels.
Datum van de update: 14/09/2022