U bent hier

Amfibieën en reptielen in het Brussels Gewest

Focus - Actualisering : januari 2022

In de eerste amfibieën- en reptielenatlas (2005) werd een algemene achteruitgang van de inheemse soorten vastgesteld: zes soorten (van de 14) die vroeger voorkwamen, konden niet meer worden waargenomen en werden als plaatselijk uitgestorven beschouwd. De tweede atlas, die ongeveer tien jaar later werd opgesteld, bevestigt deze vaststelling, want op één uitzondering na kon geen van deze soorten worden teruggevonden, ondanks een aanzienlijke toename van de kennis. Het fenomeen van de aanwezigheid van uitheemse soorten of soorten die uit het zuiden van België komen, waarop reeds in de eerste atlas de aandacht werd gevestigd, is nog toegenomen. In vergelijking met de eerste atlas is het aantal waargenomen amfibieënsoorten per km2 meer dan verdubbeld en zijn nieuwe interessante sites geïdentificeerd. 

Bedreigde soorten

Amfibieën die in onze streken voorkomen, zijn kikkers, padden, tritons en salamanders. Water is voor deze soorten van cruciaal belang, want hun eieren zijn niet bedekt met een schaal en de jonge larven die uit het ei komen, leven uitsluitend in het water waar hun metamorfose plaatsvindt. Volwassen amfibieën leiden over het algemeen een hoofdzakelijk terrestrisch leven in koele, beschutte omgevingen en zijn aquatisch wanneer ze zich voortplanten.
Deze soorten zijn zeer kwetsbaar omdat ze afhankelijk zijn van uiteenlopende ecologische omstandigheden, met name de aanwezigheid van geschikte aquatische en terrestrische milieus die zich dicht of zelfs zeer dicht bij elkaar bevinden. Amfibieënpopulaties nemen overal ter wereld drastisch af als gevolg van vervuiling, de verspreiding van besmettelijke ziekten (mycosen) en de aantasting en versnippering van hun habitat.
Amfibieën spelen nochtans een belangrijke ecologische rol in onze ecosystemen, met name omdat ze als roofdieren en/of prooien een belangrijke schakel in de voedselketen vormen. 

     

Amfibieën hoeven niet te drinken omdat het water direct door hun huid wordt opgenomen. 

 

Op grond van de Natuurordonnantie zijn alle Europese amfibieën- en reptielensoorten beschermd in het hele Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Een nieuwe amfibieën- en reptielenatlas, gemaakt met de hulp van de burgers

In het kader van het Brussels programma voor informatie en toezicht inzake biodiversiteit werd een eerste amfibieën- en reptielenatlas  opgesteld die de periode 1984-2003 bestrijkt. In de daaropvolgende jaren werden specifieke studies uitgevoerd naar de populaties van de groene kikker en de vuursalamander. 
Eind 2016 lanceerde Leefmilieu Brussel een nieuwe grote telling van wilde amfibieën en reptielen, in samenwerking met natuurverenigingen Natagora en Natuurpunt. Dit project bestreek een periode van 3 jaar (tussen 2016 en 2019), maar omvatte alle gegevens die tussen januari 2004 en september 2019 waren verzameld.
De uitwerking van deze nieuwe atlas was gebaseerd op de medewerking van vrijwilligers die, door hun waarnemingen te melden, in grote mate hebben bijgedragen tot de samenstelling van de database (‘burgerwetenschap’- of ‘citizen science’-project, zie factsheet over zoogdieren en ‘Burgers verzamelen gegevens over de Brusselse biodiversiteit - crowdsourcing’). Er werden verschillende acties gevoerd om deze vrijwilligers te mobiliseren en op te leiden (webpagina, opleidingen, technische handleidingen, enz.). De deelnemers werden uitgenodigd om hun waarnemingen en foto’s in te voeren op de website ‘Waarnemingen.be'. Deze gegevens werden vervolgens door meerdere experts gevalideerd.
Meer informatie over de inventarisatiemethode is te vinden in de factsheet  over amfibieën en reptielen in het Brussels Gewest en in de atlas.
Uitheemse soorten zoals schildpadden die al dan niet opzettelijk op het grondgebied van het Gewest zijn geïntroduceerd (uit gevangenschap ontsnapte dieren), werden eveneens in de inventaris opgenomen indien hun aanwezigheid in het wild reeds lange tijd werd vastgesteld, ongeacht of ze zich daar al dan niet voortplanten.
Wat het probleem van de introducties betreft, hebben de opstellers van de atlas een onderscheid gemaakt tussen:

  • Inheemse soorten, waarvan de aanwezigheid in het Brussels Gewest het resultaat is van natuurlijke processen, zonder tussenkomst van de mens. 
  • Neo-inheemse soorten, die al dan niet opzettelijk zijn geïntroduceerd, maar die van nature voorkomen binnen maximaal enkele tientallen kilometers van Brussel. Soorten die in hun inheemse staat zijn uitgestorven, maar die in het betrokken gebied voorkomen in de vorm van niet-officieel geïntroduceerde populaties, kunnen onder deze categorie vallen. 
  • Uitheemse soorten, die al dan niet opzettelijk zijn geïntroduceerd en waarvan het gebied ver verwijderd is van hun oorspronkelijke verspreidingsgebied en daarvan verschilt.

8 inheemse of neo-inheemse amfibieënsoorten zijn waargenomen en 4 soorten worden als uitgestorven beschouwd in het Brussels Gewest

Van de 12 amfibieënsoorten die ooit in het Brussels Gewest voorkwamen, komen er vandaag nog 8 voor, waarvan één (vroedmeesterpad) in de vorm van geherintroduceerde populaties (neo-inheemse soort). De populaties van rugstreeppadden, kamsalamanders, poelkikkers en boomkikkers zijn al meer dan 30 jaar verdwenen en worden in het Gewest als uitgestorven beschouwd. Hoewel de vroegere aanwezigheid van rugstreeppadden, kamsalamanders en boomkikkers in het Brussels Gewest vaststaat, bestaat er enige twijfel over de aanwezigheid van de poelkikker. 

 

De amfibieën- en reptielenatlas bevat een beschrijving van elke geïnventariseerde soort, met inbegrip van de verspreiding van de soort, de habitat, de dichtheid en de maatregelen die nodig zijn om het behoud ervan te garanderen. De lezer kan ook de infofiches raadplegen die beschikbaar zijn in de online bibliotheek.  

De gewone pad en de bruine kikker zijn de meest waargenomen en wijdverspreide amfibieënsoorten

De gewone pad en de bruine kikker zijn de meest waargenomen en wijdverspreide amfibieënsoorten in de periode 2004-2019. Ze worden gevolgd door de alpenwatersalamander en de kleine watersalamander. In termen van het aantal kilometerhokken waarin de soorten zijn waargenomen, is de bruine kikker koploper met 103 hokken (op een totaal van 200 hokken die het Gewest volledig of gedeeltelijk bestrijken), gevolgd door de gewone pad (91), de alpenwatersalamander (81) en de kleine watersalamander (56). 
De vuursalamander en de groene kikker zijn bijzonder zeldzame soorten in het Brussels Gewest. De salamanderpopulaties komen uitsluitend voor in het Zoniënwoud, in de hoger gelegen delen van de vallei van de Vuilbeek en de Karregatbeek, waar ze een geïsoleerde populatie vormen. Hun dichtheid is laag in vergelijking met andere populaties in Vlaanderen (Van Doorn, 2020). De aanwezigheid van de salamander in het Zoniënwoud is al meer dan een eeuw bekend, maar in de 20e eeuw zijn de waarnemingen van de soort zeer zeldzaam gebleven. 

Een gemiddelde van 2,3 amfibieënsoorten per kilometerhok geteld voor de periode 2004-2019, dat wil zeggen meer dan het dubbele van het aantal dat in de vorige atlas werd beschreven

De onderstaande kaart toont het aantal amfibieënsoorten die zijn waargenomen per kilometerhok voor de periode 2004-2019: 

Amfibieën werden in 70% van de kilometerhokken aangetroffen. Hoewel het aantal waarnemingen per hok afneemt naar het stadscentrum toe, zijn ook in het dichtbebouwde centrum amfibieën aanwezig. Het gaat om inheemse soorten (vaak geïntroduceerd in het stadscentrum) en uitheemse soorten (meerkikkers in de ruime zin). 
De meest gevarieerde kilometerhokken van het Gewest (tot 8 soorten) bevinden zich in de rand en komen overeen met de vijvers en waterlopen van het Rood Klooster, de Geleytsbeek, de Neerpedebeek en de Molenbeek (met onder meer de moerassen van Jette en Ganshoren). Andere sites zijn ook zeer gevarieerd, met name langs de vallei van de Woluwe en de zijrivieren ervan, langs de Vogelzangbeek, in het Koninklijk Domein of in Neder-Over-Heembeek voorbij het militair hospitaal en in de vallei van de Tweebeek.
In vergelijking met de vorige atlas is het aantal gemelde amfibieënsoorten per kilometerhok aanzienlijk toegenomen. Terwijl voor de periode 1984-2003 gemiddeld één soort per hok werd gemeld, is voor de periode 2004-2019 een gemiddelde van 2,3 soorten per hok gemeld. 
De meest opmerkelijke ontdekkingen betreffen: 

  • het hele noordelijke deel van het Gewest: met name Neder-Over-Heembeek en de vallei van de Tweebeek (moerassen, vochtige zones ...), Laken, Jette (Koning Boudewijnpark), Molenbeek (Scheutbos); 
  • het uiterste westen: het hele westen van de gemeente Anderlecht, maar ook het Bemptpark in Vorst; 
  • het zuidoostelijke derde deel van het grondgebied: verschillende sectoren van het Zoniënwoud en zijn omgeving, het Bergojepark, het Woluwepark, enz. 
  • enkele hokken in het stadscentrum met sites die voor de eerste atlas niet werden onderzocht, zoals het Josaphatpark en het Kruidtuinpark. 

Hoewel deze verbetering kan worden verklaard door de grotere onderzoeksinspanningen voor de tweede atlas, houdt ze zeker ook gedeeltelijk verband met de acties die op gewestelijk niveau zijn ondernomen om natuurlijkere milieus te herstellen, met name via het programma ‘Blauw netwerk’ (zie factsheet over het onderwerp), en met de algemene verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater.

De meerkikker: een uitheemse soort waarvan de aanwezigheid sterk is toegenomen in het Brussels Gewest 

De groep van de ‘groene kikkers’ en ‘meerkikkers’ (geslacht Pelophylax) bestaat uit verschillende taxa, waarvan sommige met elkaar kunnen kruisen. De middelste groene kikker (Pelophylax kl. esculentus) is op die manier een kruising tussen de poelkikker (Pelophylax lessonae) en de meerkikker (Pelophylax ridibundus). De eerste twee zijn inheems in België, maar de derde niet. Hun identificatie kan lastig zijn door de gelijkenissen tussen sommige van deze taxa en de variaties binnen eenzelfde taxon. Naast deze identificatieproblemen is er ook nog het probleem van de introducties: de groep van de ‘meerkikkers’ omvat in feite verschillende soorten, die allemaal uitheems zijn en waarvan er verschillende in Brussel zijn gemeld. Ze zijn niet gemakkelijk te identificeren in het veld. Minstens twee van deze soorten, de meerkikker (Pelophylax ridibundus) en de Anatolische meerkikker (Pelophylax cf. bedriagae), komen met zekerheid voor op het grondgebied van het Gewest. 
In de periode die de tweede atlas bestrijkt, werden op verschillende plaatsen in Brussel kikkers van het geslacht Pelophylax gemeld. In de meeste gevallen bleek na onderzoek van de foto's dat het om meerkikkers ging. Voor de periode 2004-2019 werd de aanwezigheid van groene kikkers niettemin slechts op twee sites gevalideerd (de moerassen van Jette-Ganshoren en het zuiden van Anderlecht). Dit is goed nieuws aangezien deze soort bij de vorige atlas niet geteld kon worden en als plaatselijk uitgestorven werd beschouwd (de laatste waarnemingen werden in de jaren ‘90 gedaan in het Moeraske en in enkele vijvers in Bosvoorde). Volgens de opstellers van de huidige atlas is het niettemin zeer waarschijnlijk dat de waargenomen individuen afkomstig zijn van inheemse populaties die bij de vorige atlas niet werden opgemerkt. 
De meerkikker is vandaag een van de meest verspreide amfibieën in Brussel en is de enige niet-inheemse amfibie waarbij acclimatisatie in het Gewest is vastgesteld. Van alle amfibieën en reptielen is de meerkikker bovendien de soortengroep die er het sterkst op is vooruitgegaan sinds de vorige atlas. Vóór 2004 werden meerkikkers waargenomen in 13 kilometerhokken. Sindsdien zijn ze geïnventariseerd in 46 kilometerhokken die verscheidene gemeenten bestrijken. Deze toename van het aantal bekende sites is zeker voor een deel te danken aan een betere kennis van de verspreiding, maar het is ook aannemelijk dat de meerkikker, die in 1992 voor het eerst in Brussel is waargenomen, de laatste jaren bepaalde delen van de stad heeft gekoloniseerd.
De meerkikker is opgenomen in de lijst van invasieve soorten van de ordonnantie Natuur. De vrees in verband met zijn aanwezigheid in onze ecosystemen is te wijten aan zijn invasief karakter (meerdere legsels per jaar, groot verspreidingsvermogen, pionierssoort, groter dan de inheemse groene kikker, vroege ontwaking uit de winterslaap...), maar ook aan het feit dat deze soort kan kruisen met de inheemse groene kikker, met het risico dat het genoom van de inheemse groene kikker wordt vervangen door dat van de meerkikker. Over de impact van deze uitheemse kikkers op de inheemse fauna is echter niet veel bekend.

4 inheemse of neo-inheemse reptielensoorten werden waargenomen

Het Brussels Gewest telt 2 inheemse reptielensoorten: de hazelworm en de levendbarende hagedis. Deze soorten zijn niet wijdverspreid en komen vooral voor in het Zoniënwoud en op enkele andere plaatsen.
De muurhagedis en de ringslang, die vandaag in het Gewest voorkomen, worden als neo-inheemse soorten beschouwd aangezien hun natuurlijke verspreidingsgebied ten zuiden van Samber en Maas ligt. Sinds de jaren ‘90 hebben geïntroduceerde populaties van de muurhagedis zich ook ten noorden van deze lijn verspreid, vooral langs spoorwegen. De soort komt nu voor in heel Vlaanderen en in het noorden van Wallonië. In het Brussels Gewest is de aanwezigheid van deze hagedis bevestigd in de belangrijkste spoorweg- en industriezones van het Gewest, die een geschikte habitat bieden (aanwezigheid van open milieus, droge terreinen met aanwezigheid van stenen, enz.). De muurhagedis is een soort die krachtens de Europese wetgeving (Habitatrichtlijn) strikt moet worden beschermd, en die als zodanig specifiek wordt opgevolgd (zie focus Lokale staat van instandhouding voor Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten)
In Brussel is één populatie van de ringslang aanwezig, in de moerassen van Jette-Ganshoren en de omgeving ervan. Deze geïntroduceerde populatie is volledig geïsoleerd, aangezien de dichtstbijzijnde bekende populaties, die eveneens zijn geïntroduceerd, zich op ongeveer 40 km afstand bevinden.

Verschillende soorten schildpadden die het gevolg zijn van introducties, komen voor in het Gewest en worden op grote schaal waargenomen. Met ongeveer 600 waarnemingen in de periode 2004-2019 is de roodwangschildpad het meest verspreide reptiel in Brussel. Deze soort komt vandaag voor in vele vochtige zones en vijvers in Brussel, en ook aan de rand van het Zoniënwoud. 
In hun jonge jaren zijn roodwangschildpadden vraatzuchtige carnivoren die zich voeden met aquatische organismen. De volwassen dieren zijn hoofdzakelijk vegetarisch, maar kunnen het ook gemunt hebben op vissen, amfibieën en kuikens van watervogels. De schade die ze veroorzaken in biologisch rijke milieus, kan dan ook problematisch zijn. Het klimaat in het Brussels Gewest is (nog) niet warm genoeg om een succesvolle voortplanting mogelijk te maken, maar er zijn reeds gevallen van voortplanting van Noord-Amerikaanse waterschildpadden geconstateerd, met name in Frankrijk.
Voor meer informatie over het probleem van invasieve soorten (met inbegrip van uitheemse schildpadden) raadpleegt u het onderwerp ‘Invasieve uitheemse soorten’ in de rubriek ‘Het leefmilieu, een stand van zaken’ op de website van Leefmilieu Brussel.

Inheemse amfibieënsoorten waarvan de verdwijning wordt bevestigd 

In de eerste amfibieën- en reptielenatlas werd een algemene achteruitgang van de inheemse soorten vastgesteld. Met name zes inheemse soorten die in het verleden in de hoofdstad voorkwamen, werden als uitgestorven beschouwd. De huidige atlas bevestigt deze vaststelling, aangezien op één uitzondering na (de groene kikker) geen van de als uitgestorven beschouwde soorten kon worden teruggevonden, ook al nam de kennis de laatste 15-20 jaar aanzienlijk toe.

En een toenemend aantal neo-inheemse of uitheemse soorten

Het fenomeen van de recente vestiging van soorten die vreemd zijn aan de Brusselse fauna, waarop reeds in de eerste atlas de aandacht werd gevestigd, is de laatste tijd toegenomen. Het betreft enerzijds de recente verschijning van neo-inheemse soorten en anderzijds de vermeerdering en uitbreiding van uitheemse soorten, met name verschillende niet-geacclimatiseerde waterschildpadden, meerkikkers en Anatolische meerkikkers. 

Maatregelen voor het beheer van amfibieën en reptielen die moeten worden voortgezet en versterkt

Het Brussels Gewest kent dezelfde trend als andere regio's in West-Europa: een afname van de populaties, zowel van sterk bedreigde als van vaker voorkomende soorten. De achteruitgang en versnippering van geschikte aquatische en terrestrische habitats, door uitdroging of overwelving, zijn de belangrijkste historische oorzaken van deze afname. De toenemende verstedelijking, met inbegrip van intensieve bebouwing en een steeds dichter wordend wegennet, vormt vandaag een bedreiging voor de habitats van amfibieën en reptielen. Daarom worden maatregelen genomen om de habitats te beschermen en te herstellen: openlegging van overwelfde waterlopen, aanleg van poelen, herstel van aangetaste vochtige zones, aanleg van ecologische oevers, herstel van de onderlinge verbinding van vochtige zones, verwijdering van vissen uit bepaalde waterpartijen, onderhoud van open plekken in het bos die gunstig zijn voor reptielen, aanleg van paddentunnels (die nog steeds zeldzaam zijn) of specifieke maatregelen ten gunste van bepaalde soorten zoals de vuursalamander. Bovendien organiseren natuurbeschermingsverenigingen tijdens de trek reddingsacties langs de weg voor amfibieën.
 

Datum van de update: 17/05/2022

Documenten: 

Factsheets

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel 

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s