U bent hier

Mobiliteit en vervoer in het Brussels Gewest

Actualisering : februari 2020

Het modale aandeel van de verplaatsingen met de wagen neemt af

In 1999 (MOBEL), 2010 (BELDAM) en 2017 (MONITOR) werden enquêtes over de mobiliteit van de Belgen uitgevoerd.  Wat deze laatste enquête betreft, is de Brusselse steekproef relatief beperkt. De foutenmarges betreffende de modale aandelen van de Brusselse enquêtes zijn dus niet verwaarloosbaar, vooral voor de minder vertegenwoordigde vervoerswijzen. Omwille van methodologische verschillen zijn de vergelijkingen tussen de verschillende enquêtes ook delicaat. 
In het algemeen brengen deze gegevens evenwel een sterke evolutie aan het licht van de verplaatsingswijzen in de loop van de jaren 2000 met in het bijzonder een gevoelige vooruitgang van het gebruik van het openbaar vervoer en de actieve vervoerswijzen.  Ook al is er een dalende tendens, de auto blijft het meest gebruikte vervoersmiddel van de Belgen, zowel wat het aantal verplaatsingen betreft (61% in 2017) als de afstand (74% in 2017).  

Modale aandelen voor de inwoners van het Brussels Gewest  (in aantal verplaatsingen)

Bronnen : Enquête MONITOR (2017), PDO Mobiliteit en Vervoeren (2019)

De Brusselaars gebruiken de wagen minder dan 1 keer op 2 (46%).  De alternatieven waar ze meestal de voorkeur aan geven zijn wandelen (24%) of het openbaar vervoer (metro, tram, bus) (21%).  

Modale verdeling (in aantal verplaatsingen), per gewest van vertrek en van aankomst 

Bronnen : Enquête MONITOR (2017), PDO Mobiliteit en Vervoeren (2019)
 


Met minstens 55% van het modale aandeel op een gemiddelde dag blijft de wagen in 2017 evenwel het hoofdvervoersmiddel voor verplaatsingen tussen de Gewesten met bestemming of vertrek van het Brussels Gewest.  De trein komt op de tweede plaats voor alle pendelaars die naar het Gewest komen en terug naar huis gaan.  Wat de intra-gewestelijke verplaatsingen betreft, komt wandelen op de eerste plaats (35%), gevolgd door de wagen (30% ... tegenover 50% in 1999) en het openbaar vervoer (28%, trein inbegrepen) en tot slot, met een grote achterstand, de fiets (5%).  We herinneren er evenwel aan dat rekening houdend met de beperkte omvang van de steekproef, met inbegrip van de pendeldiensten van en naar Brussel, de foutenmarge van deze gegevens niet te verwaarlozen is. 
Gegevens over woon-werkverkeer worden bovendien bezorgd door de verslagen over de bedrijfsvervoerplannen (BVP).  Deze plannen, die 3 jaar duren, zijn sinds 2004 verplicht in het Brussels Gewest voor de ondernemingen met meer dan 200 werknemers op eenzelfde site en sinds 2011 voor ondernemingen en overheidsinstellingen met meer dan 100 werknemers. 
De laatste balans van de BVP werd opgesteld voor 2017 en dekt 40% van de Brusselse arbeidsplaatsen (313 ondernemingen).  De analyse van de dossiers heeft het mogelijk gemaakt de belangrijkste verplaatsingswijzen van de betrokken werknemers op te stellen om naar het werk te gaan, nl. in afnemende volgorde: de trein (36,2%), de auto alleen of met het gezin (34,1%), carpooling (1,4%), het stedelijk openbaar vervoer (19%), de fiets (4,5%), wandelen (3,1%), de moto (1,6%) en de bedrijfspendelbussen (0,3%). Van 2006 tot 2016 is het modale aandeel van de auto in het woon-werkverkeer voor ondernemingen met een bedrijfsvervoerplan gedaald van 45% naar 35,4% (ofwel een afname van 21,3%), voornamelijk ten gunste van het openbaar vervoer, maar ook ten gunste van de fiets en de trein boven de 15km.  Telewerken blijft toenemen en draagt meer en meer bij tot de vermindering van het verkeer.  In 2017 werkte 32% van de werknemers 1 dag per week thuis, tegenover 16% in 2014. Deze steeds grotere toegang tot telewerk maakt het mogelijk ongeveer 6% van de woon-werkverplaatsingen te vermijden (Leefmilieu Brussel en Brussel Mobiliteit, 2019). 

Tussen 2012 en 2018 is er een globale reductie van 4% van het aantal voertuigen dat in het Brussels Gewest werd geteld. 

In de loop van de periode 2003-2012 lijkt het aantal getelde voertuigen (24h, werkdag in de week) te zijn gedaald op alle wegen, met uitzondering van de autosnelwegen (website Brussel Mobiliteit 2020, telling van het wegverkeer).  Deze tendens zet zich voort: tussen 2012 en 2018 werd een daling van 4% van het verkeer vastgesteld, zowel in het Brussels Gewest in het algemeen als op de verschillende toegangs- en uitgangswegen van de stad (aantal getelde voertuigen).  Deze daling is vooral merkbaar tijdens de spitsuren (persoonlijke communicatie van Brussel Mobiliteit, 2020).  Deze vaststelling is des te meer bemoedigend omdat de Brusselse bevolking in de loop van de voorbije 20 jaar sterk is gestegen.   
 Na een piek te hebben bereikt in 2009 is het aantal km dat jaarlijks door alle ingeschreven voertuigen in het Brussels Gewest wordt afgelegd met 13% gedaald tussen 2007 en 2017, terwijl dit cijfer is gestegen met 5% voor alle voertuigen die in België zijn ingeschreven (FOD Mobiliteit en Vervoer, 2018).  
Deze evolutie is voornamelijk het gevolg van de daling van het gemiddelde aantal afgelegde km per voertuig en per jaar (-7% tussen 2015 en 2017 voor de voertuigen die in het Brussels Gewest zijn ingeschreven) (FOD Mobiliteit en Vervoer, 2018).  Het volledige Brusselse park stijgt lichtjes sinds 2016 zelfs al is de recente evolutie gekenmerkt door een belangrijke val tussen 2015 en 2016 door de verhuizing van een grote onderneming (-4% voor de wagens die in het Brussels Gewest zijn ingeschreven tussen 2015 en 2018) (Ecoscore, 2019).  De enquête over het budget van de gezinnen (Stabel) vertoont bovendien een daling van het aantal wagens in het bezit van de Brusselse gezinnen: terwijl 75% van de Brusselse gezinnen minstens 1 auto bezat tussen 1999-2004 is dit percentage gedaald naar 55% in 2012-2016 en vervolgens naar 46% tussen 2014-2018 (BISA, 2020 op basis van de gemiddelden van de enquêtes die in deze periode werden uitgevoerd). 
De wagens die in België rondrijden, vervoeren gemiddeld 1,4 passagiers (2015).  De jongste cijfers die beschikbaar zijn voor het Brussels Gewest geven een bezettingsgraad van 1,2 passagiers weer (2012) (website BISA 2020, gegevens voertuigen en wegverkeer). 
Desondanks en ondanks de vermindering van het aantal voertuigen die in het Brussels Gewest rijden, is de verkeersdrukte in Brussel de afgelopen jaren toegenomen van +3% tussen 2015 en 2016, Ring inbegrepen, volgens de meest recente beschikbare gegevens. Voor de voertuigen die in het Gewest rijden, zorgt in 2016  deze verkeersdrukte voor een gemiddelde verlenging van de reistijd met 38% ten opzichte van een situatie zonder verkeer [Brussel Mobiliteit, 2017, op basis van gegevens van de gps-fabrikant TomTom]. Volgens Brussel Mobiliteit kan deze paradox door meerdere factoren verklaard worden: concentratie van manifestaties in de stad (stakingen, betogingen, diverse evenementen ...), werven (aantal vermenigvuldigd met 10 in de periode 2011-2016), herinrichting van bepaalde openbare ruimtes, wat zich vertaalt in een vermindering van de wegcapaciteit, modulering van verkeerslichten ten voordele van voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer, ... Rond de stad is er ook een verhoging van de afgelegde afstanden op het wegennet (zie Ring).
Merk op dat, gezien de sterke demografische groei in het Brussel Gewest en de bijbehorende toenemende vraag naar vervoer van personen en goederen, de verkeersproblemen in het Gewest nog veel groter zouden zijn indien er geen modaliteitsverschuiving was van de auto naar de andere vervoerswijzen.
Informatie over het Brusselse wagenpark is beschikbaar in de fiche “Milieukenmerken van het Brusselse wagenpark” van deze uitgave van de samenvatting over de staat van het leefmilieu (thema Lucht).

Ook het goederentransport kiest massaal voor de weg

In juli 2013 heeft de Regering een plan aangenomen voor de ontwikkeling van een strategie voor het goederentransport in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het beheer van het goederentransport is immers essentieel om de mobiliteit te verbeteren en de problemen aan te pakken die deze met zich mee brengt, in het bijzonder in stedelijke omgevingen.
Bovendien is het goederentransport een sector die blijft groeien. Volgens het Federaal Planbureau zullen bij een ongewijzigd beleid de goederenstromen (in tonkilometers) in België tussen 2012 en 2030 met 44% stijgen en het vervoer over de weg zal tot 2030 blijven domineren (70% van de tonkilometers).
De 4de Katern van het Kenniscentrum van de mobiliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2015) is gewijd aan goederentransport en logistiek. Daaruit blijkt met name dat: het goederentransport in Brussel grotendeels gedomineerd wordt door vervoer over de weg, waarbij het gebruik van de binnenvaart beperkt blijft tot massagoederen, goederen met een lage waarde en goederen die in grote hoeveelheden vervoerd worden en het gebruik van het spoor verwaarloosbaar is (in termen van een tijdelijke tendens vertoont de verdeling van de vervoermiddelen de neiging zich te handhaven, met zelfs een versterking van het vervoer over de weg).
Volgens tellingen uitgevoerd door Brussel Mobiliteit in 2012 vertegenwoordigt het zwaar verkeer (bussen en touringcars inbegrepen) tijdens de week 10% van het verkeer op de Ring en 6% van het verkeer op de toegangswegen tot het Gewest, de bestelwagens vertegenwoordigen 8%. In de stad neemt het aandeel van het zwaar verkeer af (ongeveer 3% van het verkeer, vooral op het niveau van de grote assen) terwijl dat van bestelwagens lichtjes stijgt (ongeveer 8% van het verkeer tijdens de week) en vertegenwoordigt een constant aandeel van het verkeer, zowel op de grote assen als op de wegen van de wijk. 
De gegevens afkomstig van de kilometerheffing voor het zwaar verkeer tonen aan dat het aantal km dat door de vrachtwagens (> 3.5 t) wordt afgelegd in het Brussels Gewest lichtjes is gestegen tussen 2016 en 2018 (Brussel Mobiliteit, 2018).  
Volgens Brussel Mobiliteit (2017) gebeurt 90% van het goederenvervoer in het Brussels Gewest via de weg: in 2012 dat zijn ongeveer 16.000 vrachtwagens en 26.000 bestelwagens die elke dag naar en in het Gewest rijden. Het kanaal wordt in hoofdzaak gebruikt voor het vervoer van bouwmaterialen en olieproducten, en voor de afvoer van aarde en grond van werven [Brussel Mobiliteit, 2017].

Een paar andere belangrijke cijfers die onder meer wijzen op de toename van het aantal verplaatsingen met het openbaar vervoer en de fiets
 

Bovenstaande tabel toont een forse toename van de verplaatsingen met het openbaar stadsvervoer en per trein en fiets op het Brussels grondgebied. Volgens het Kenniscentrum van de mobiliteit van het BHG is het succes van de collectieve en/of actieve transportmodi te verklaren door verschillende factoren: de demografische groei en de gevoelige verjonging van de Brusselse bevolking, de evolutie van de verkeersomstandigheden (vertraging van het verkeer) en van de parkeermogelijkheden, de verarming van de bevolking …
De vooruitgang van de fiets kan ook het resultaat zijn van de diverse maatregelen om deze verplaatsingswijze aan te moedigen: ontwikkeling van de gewestelijke en gemeentelijke fietsroutes (in maart 2016 waren er 134 km aangelegde gewestelijke routes) en van een geautomatiseerd netwerk voor de fietsenverhuur (Villo), de ondersteuning van de intermodaliteit fiets/openbaar vervoer (parkings, mogelijkheid om fiets mee te nemen, enz.), de invoering van vervoerplannen (bedrijven, scholen), enz. 

Datum van de update: 22/10/2020
Documenten: 

Factsheet(s)

Thema “ Geluid - Basisgegevens voor het plan”   

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicatie van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)