U bent hier

Emissies van fijne deeltjes

Indicator - Actualisering : januari 2021

De primaire emissies van fijne deeltjes in het Brussels gewest zijn sterk afgenomen sinds 1990, in het bijzonder tussen 1990 en 2006. Daarna is de uitstoot van fijne deeltjes tot in 2018 langzamer gedaald.
De transportsector vormt in 2018 de voornaamste bron van de lokale uitstoot van fijne deeltjes (vooral via de verbranding van diesel): het is verantwoordelijk voor een derde van de directe emissies. De verwarming in de residentiële en de tertiaire sector vertegenwoordigt ook een derde van de emissies van fijne deeltjes.


Wat zijn fijne deeltjes?

Fijn stof bestaat uit deeltjes, gesuspendeerd in de lucht in vaste of vloeibare fase en die uit verschillende chemische stoffen worden gevormd. Ze worden algemeen gegroepeerd onder de term “particulate matter” of “PM”. In het bijzonder wordt een onderscheid gemaakt tussen 2 groepen die belangrijk zijn voor de luchtkwaliteit en de gezondheid: PM10 (deeltjes die kleiner zijn dan 10µm) en PM2.5 (deeltjes die kleiner zijn dan 2.5µm). De PM2.5 (soms ook ‘zeer fijne deeltjes genoemd) horen dus onder de grotere groep PM10, maar ze worden vaak apart geanalyseerd omdat ze een grotere impact hebben op het milieu en de gezondheid.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primair fijne deeltjes die rechtstreeks door natuurlijke (bijvoorbeeld bodemerosie) of antropogene bronnen (verkeer, industrie, verwarming, ...) worden uitgestoten, en secundaire fijne deeltjes die in de lucht ontstaan door chemische reacties tussen andere aanwezige polluenten. 

De uitstoot van fijne deeltjes worden behandeld in verschillende Europese richtlijnen in functie van hun emissiebron. De uitstoot is gereglementeerd omwille van de impact van deze deeltjes op de gezondheid; de gezondheidseffecten hangen samen met hun grootte (fijnere deeltjes dringen dieper in de luchtwegen door) en hun chemische samenstelling. De PM hebben eveneens gevolgen voor het milieu (het klimaat, de flora of het onroerend erfgoed).

Uitgestoten hoeveelheid fijne deeltjes per bron

De uitgestoten hoeveelheid fijne deeltjes wordt geraamd op basis van de inventarissen van de emissies van verontreinigende stoffen die jaarlijks door het Departement planning lucht, energie en klimaat van Leefmilieu Brussel worden opgesteld. De gebruikte inventarissen werden in 2020 bij de Verenigde Naties ingediend en hebben betrekking op de jaren 1990 tot 2018. 

Volgens de laatst beschikbare inventarissen, zou op het Brussels grondgebied zowat 496 ton primair PM10 uitgestoten zijn in 2018, waarvan 82% PM2.5 is (406 ton). In 2018, vormde de transportsector de voornaamste bron van de lokale PM10-uitstoot (vooral via de verbranding van diesel) met 35% van de directe emissies. De verwarming in de residentiële en de tertiaire sector vertegenwoordigt 28% van de emissies van PM10, respectievelijk 20,4% en 7,4% per sector. 
De sectorale verdeling is zeer vergelijkbaar voor de emissies van PM2.5. Het verkeer stoot proportioneel echter iets minder zeer fijne deeltjes uit terwijl de residentiële en de tertiaire sector verantwoordelijk zijn voor van 33% de PM2.5 emissies (in tegenstelling tot 28% van de PM10 emissies). 

Sectorale uitsplitsing van de primaire PM10-emissies (links) en PM2.5-emissies (rechts) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2018)

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt Planning lucht, energie en klimaat (in 2020 ingediende inventarissen)

Evolutie van de uitgestoten hoeveelheid

De primaire uitstoot van fijne deeltjes is sinds 1990 sterk gedaald, in het bijzonder tussen 1990 (1795 ton) en 2006 (747 ton, of een daling met 58% ten opzichte van 1990). Sindsdien zijn de emissies van fijne deeltjes langzamer gedaald tot in 2018. 

Primaire emissies van PM10 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1990 en 2018

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt Planning lucht, energie en klimaat (in 2020 ingediende inventarissen)

We stellen een gelijkaardig verloop vast voor PM2.5.

De daling vóór 2006 kan verklaard worden door meerdere factoren: 

  • Vóór 2006 deed de daling zich voornamelijk voor in het domein van het wegverkeer: binnen dit domein daalde de uitstoot van 695 ton in 1990 naar 341 ton in 2005, ondanks de toename van het verkeer (volgens Statbel was er in die periode een toename met 7% van het afgelegde aantal kilometer binnen het BHG). De verklaring hiervoor moet gezocht bij de technologische verbetering van de motoren van de vrachtwagens en in mindere mate van de auto's (katalysatoren, EURO-normen, ...). De laatste jaren zien we eveneens een relatieve daling van het aantal dieselwagens, vooral van de oudste modellen (in het bijzonder na van de invoer van de LEZ), ten voordele van andere motortypes; 
  • De uitstoot door de verbrandingsoven kende tussen 2005 en 2006 een gevoelige daling door het aanbrengen van een rookgaswassingssysteem in 2006;
  • De vermindering van de cokesproductie en vervolgens de sluiting van de cokesfabriek van Marly in 1993 liggen aan de basis van de gevoelige daling tussen 1990 en 1993 binnen de categorie “Overige”. 
Datum van de update: 15/01/2021