U bent hier

Wat waren de effecten van de eerste COVID-19-lockdown op het leefmilieu?

Focus - Actualisering : oktober 2021

Wereldwijd zijn verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan, waaronder een strenge lockdown in België tussen maart en mei 2020. De sterk verminderde activiteit die daaruit voortkwam, heeft gevolgen gehad voor ons leefmilieu en op onze levenskwaliteit. Die gevolgen waren soms aanzienlijk, zoals de vermindering van het verkeer en de verbetering van de luchtkwaliteit en de geluidsomgeving. Andere zijn genuanceerder of indirecter. Ontdek er meer over...  

De COVID-19-pandemie

In het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis die sinds eind 2019 / begin 2020 wereldwijd aan de gang is, werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Dat betekende dat vele regio’s in Europa geconfronteerd werden met een strenge lockdown. Zo heeft de eerste lockdown in Brussel in maart en april 2020 geleid tot een aanzienlijke vermindering van de activiteiten, met een sterke vertraging van de economie en een beperking van verplaatsingen en activiteiten. 
 

 
Als we de impact van de totale lockdown op de activiteiten bekijken, dan blijkt een duidelijk verband tussen die menselijke activiteit en het leefmilieu. 

De effecten waren vanaf begin mei 2020 beperkter, gezien het geleidelijke herstel van de activiteiten. 

Sterke vermindering van het wegverkeer  

Volgens de gegevens verzameld in het kader van de LEZ, is een aanzienlijke vermindering van het aantal voertuigen op de weg waargenomen tijdens de volledige lockdown, en het gaat om alle categorieën voertuigen. 
Er werden 62% minder voertuigen op de weg waargenomen tijdens een week van volledige lockdown (alle voertuigen samen), vergeleken met een 'normale' week. 

 

Rekening houdend met het type voertuig, zien we het volgende:

  • De vermindering is het sterkst voor personenauto’s (M1, -64%), met name voor bedrijfswagens (d.w.z. wagens geregistreerd op naam van een rechtspersoon, waaronder leasewagens en auto’s van professionals in een onderneming (zelfstandigen enz.); -70%).
  • Het aantal (mini-)bussen in het verkeer is gedaald met 59%.
  • De vermindering van het aantal bestelwagens en vrachtwagens op de weg is ook aanzienlijk, maar kleiner dan voor de andere categorieën: -47% voor de bestelwagens en -38% voor de vrachtwagens. Dit is te verklaren door de afname van sommige activiteiten maar de toename van andere. Denk maar aan e-commerce of de bevoorrading van supermarkten. 
  •  De daling is groter voor pendelaars dan voor de verplaatsingen van Brusselaars: het aantal in het BHG ingeschreven voertuigen in het verkeer is met 56% gedaald, terwijl het aantal in Vlaanderen en Wallonië ingeschreven voertuigen in het verkeer met ongeveer twee derde is gedaald.

Deze vaststellingen stroken met de gegevens van het Mobiliteitscentrum van Brussel Mobiliteit als resultaat van de tellingen uitgevoerd in 8 tunnels in het BHG: in de week van 23-27 maart 2020 werd een daling van het wegverkeer met 50% tot 75% vastgesteld, vergeleken met vergelijkbare 'normale' dagen in maart 2019. 

De gegevens van de tunneltellingen leggen ook een geografisch verschijnsel bloot, namelijk dat de afname van het verkeer minder groot was in de tunnels van het centrum: 

  • De daling ligt tussen 50% en 60% in de tunnels in het centrum (tunnels op de binnenring, d.w.z. de Rogier-, Kruidtuin-, Louiza- en Hallepoorttunnel)
  • In de tunnels van de ontsluitingswegen (Stefania-, Belliard- en Reyerstunnel) en de middelste ringweg (Montgomerytunnel) bedraagt de vermindering 70 tot 75%.

Deze gegevens weerspiegelen ongetwijfeld de vermindering van het aantal pendelaarstrajecten, die aanzienlijker is dan de vermindering van het aantal ritten van in het BHG ingeschreven voertuigen.
Deze beperking van het autoverkeer werd waargenomen door 92% van de Brusselaars die werden ondervraagd in een enquête  die in het kader van deze gezondheidscrisis in september 2020 werd gehouden. De ervaringen die daaruit voortvloeiden bleken aanzienlijk te zijn: 

  • 52% vond dat de stad over het geheel genomen aangenamer was, 
  • 56% was van mening dat de verplaatsingen soepeler verliepen,
  • 59% was van mening dat de luchtkwaliteit beter was,
  • 71% vond dat er minder lawaai in de stad was tijdens de lockdownperiode.

Wordt dit gevoel over luchtkwaliteit en lawaai bevestigd door de metingen?

Significante verbetering van de luchtkwaliteit 

De analyse van het effect van de lockdown op de luchtkwaliteit was toegespitst op stikstofoxiden (NO en NO2), waarvan het wegvervoer de belangrijkste emittent is in het Brusselse Gewest. NO2 is ook de meest kritische verontreinigende stof in het BHG wat betreft de naleving van de Europese grenswaarde. En hoewel NO niet gereguleerd is, is het een interessante verontreinigende stof in die zin dat ze dicht bij de emissiebronnen gelokaliseerd blijft. Zo kan de doeltreffendheid van plaatselijke emissiereductiemaatregelen beter beoordeeld worden.

De analyse van de gegevens verzameld tijdens de periode van 19 maart tot 3 mei 2020 leidde tot de volgende conclusies:

 De luchtkwaliteit is zeer aanzienlijk verbeterd op plaatsen die gewoonlijk sterk aan emissies van het verkeer blootgesteld zijn: de concentraties NO daalden met 75% en de concentraties NO2 met 50%. 

Gemiddelde concentraties stikstofoxide (NO2) per meetpunt.

Opmerking: De concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
De mate van invloed van de directe verkeersemissies op de door het meetpunt gemeten concentraties wordt tussen haakjes vermeld.
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

Op plaatsen die minder zijn blootgesteld aan directe emissies van het verkeer is de verbetering van de luchtkwaliteit logischerwijze minder spectaculair maar toch significant, met een vermindering van de NO- en NO2-concentraties met 30 tot 40%.
De waarden op stedelijke achtergrondlocaties (zoals Ukkel) geven een daling aan met ongeveer 50% van de NO2-concentraties, terwijl de NO-concentraties slechts 35% verminderen. Aangezien NO2 een verontreinigende stof is die over lange afstanden kan worden getransporteerd (in tegenstelling tot NO), tonen deze waarden aan dat de in het Brussels Gewest ingevoerde verontreiniging ook aanzienlijk is afgenomen: dit is meer dan waarschijnlijk een effect dat verband houdt met de in België en de buurlanden genomen lockdownmaatregelen.

Terwijl de waargenomen verminderingen voor black carbon in overeenstemming zijn met die voor stikstofoxiden, kan niet hetzelfde worden gezegd voor fijne deeltjes. Tijdens de lockdownperiode van 18 maart tot en met 3 mei 2020 waren de PM10- en PM2,5 -niveaus vergelijkbaar met de normale waarde voor een maand maart of april. Dit is te wijten aan de vele bronnen die bijdragen tot de aanwezigheid van fijne deeltjes in de omgevingslucht. Het wegverkeer is een van die bronnen, maar niet de belangrijkste in het Brussels Gewest.

Om meer te weten te komen over het effect van de lockdown op de luchtkwaliteit  of op de concentratie van stikstofdioxide  en fijne deeltjes in de lucht(PM 10  en PM 2,5 ), volg de link!   

Verminderde geluidsoverlast 

De vertraging van de economie en van de sociale activiteiten tijdens de eerste lockdown heeft geleid tot een algemene vermindering van de geluidsoverlast. Op het terrein heeft het netwerk van permanente geluidsmeters van Leefmilieu Brussel de effecten van deze bijzondere situatie gemeten. 

Wat lawaai van wegverkeer betreft, wordt een algemene daling van de geluidsniveaus vastgesteld vanaf 16 maart 2020, toen de scholen gesloten werden en telewerken werd aanbevolen. Deze daling werd nog versterkt door de lockdownmaatregelen die vanaf woensdag 18 maart 2020 om 12.00 uur van kracht werden. 

Evolutie van het achtergrondgeluidsniveau gemeten aan stations in de buurt van verkeersaders, overdag (7u-23u)

Bron: Departement Geluid, Leefmilieu Brussel, 2020.  

 Overdag varieert de waargenomen daling tussen 1 en 22 dB(A), afhankelijk van de dag en het meetstation. 

Deze dalingen liggen dicht bij de verschillen die zijn waargenomen op autoloze zondagen
De grootste dalingen worden vastgesteld in de meetpunten in de buurt van autosnelwegen (meetstation Oudergem, gelegen langs de E411, en meetstation Sint-Lambrechts-Woluwe, gelegen langs de E40) en in de meetpunten langs grote wegen (Waversesteenweg in Oudergem, Houba de Strooperlaan in Laken). 

Wat het lawaai van luchtverkeer betreft, kan vanaf medio maart een daling van de geluidsniveaus overdag (7u-23u) worden waargenomen, voornamelijk als gevolg van de vermindering van het luchtverkeer (van ongeveer 20.000 bewegingen per maand in april en mei 2019 tot minder dan 3.000 bewegingen in april en mei 2020). De grootste dalingen lagen in de orde van 10 dB(A) en werden waargenomen in het meetstation in Sint-Lambrechts-Woluwe, dat de invloed ondergaat van vliegtuigen die opstijgen van baan 25R en in oostelijke richting afbuigen 

Wat ten slotte het lawaai van het treinverkeer betreft: gezien de organisatie van een alternatieve treindienst die het hele netwerk aandeed met een aangepast aanbod tussen maandag 23 maart en zondag 3 mei 2020, is het treinverkeer weliswaar verminderd, maar reden er nog steeds veel treinen. Ook werd een daling van de geluidsniveaus geconstateerd die kon variëren afhankelijk van de configuratie van de meetpunten. 

Om meer te weten te komen over het effect van de lockdown op geluid , volg de link!   

Groene ruimten (waaronder het Zoniënwoud) onder druk, met een gemengd effect op de biodiversiteit...

Aangezien tijdens de lockdown korte uitjes waren toegestaan, bleven de meeste groene ruimten, parken en bossen in het Brussels Gewest open. De speelpleinen daarentegen waren om gezondheidsredenen niet meer toegankelijk.

De gezondheidscrisis zal er dus toe hebben geleid dat bijna 4 op de 10 Brusselaars de groene ruimten in de buurt van hun woning zijn gaan ontdekken, zo blijkt uit een peiling die in november 2020 is gehouden (Barometer van het gedrag 2020, Leefmilieu Brussel).

Gezien het lenteweer leidde dit tot een (soms zeer) grote toename van het gebruik van groene ruimten en parken, vooral in de centrale delen van Brussel waar de bevolkingsdichtheid groter is maar het aanbod aan groene ruimten kleiner.

Verdeling van groene ruimten toegankelijk voor het publiek

Bron: Leefmilieu Brussel

 

De waarneming in het Zoniënwoud is vergelijkbaar. En de drukte die op sommige dagen, vooral in de late namiddag, werd genoteerd, was ongekend. 

Dit heeft uiteraard de naleving van de aanbevolen maatregelen inzake social distancing bemoeilijkt, maar heeft ook geleid tot een verhoogde druk op de natuurgebieden (bv. in het Zoniënwoud), waarbij vooral schade is aangericht: 

  • aan de bodem (door verdichting), 
  • aan de lenteflora
  • aan de voortplanting van dieren (vooral op de grond nestelende vogels),
  • aan fauna in vijvers (waarin veel honden hebben gezwommen).

Positief is dat, gezien de onderbreking van de activiteiten (met inbegrip van het verkeer) en de vermindering van het geluidsniveau, dieren en vegetatie spontaan zijn verschenen op plaatsen waar zij gewoonlijk niet voorkomen.
Globaal gesproken kan het effect op de biodiversiteit dus zeker niet ondubbelzinnig als positief of negatief worden omschreven. 

Enkele aanpassingen in de eetgewoonten 

De eetgewoonten zijn beïnvloed door de lockdownperiode. Denk maar aan de toegenomen neiging van de Brusselaars om thuis zelf maaltijden te bereiden (gedrag dat tijdens de lockdown werd aangenomen door 53% van de mensen   die over dit onderwerp ondervraagd werden in september 2020).

Algemeen gesproken hebben zich tijdens de eerste lockdown moeilijkheden voorgedaan bij de bevoorrading of het verdwijnen van afzetmogelijkheden voor de levensmiddelensector. Ook de centrale rol van de logistiek voor het functioneren van deze sector kwam aan het licht. 

Al deze elementen hadden als rechtstreeks gevolg dat de consument geconfronteerd werd met onvoldoende voorraden. In 2020 werd ook een prijsstijging voor sommige onbewerkte voedingsmiddelen vastgesteld (volgens het Jaarverslag 2020  van het Prijzenobservatorium). De toegang voor iedereen (alle leeftijden en alle sociale omstandigheden) tot bepaalde alternatieven, zowel technologisch (onlineverkoop) als financieel, is ook een aandachtspunt. De moeilijkheden die een deel van de bevolking ondervindt, met name wat betreft de toegang tot (verse) kwaliteitsproducten, en de sterke stijging van het aantal vragen om voedselhulp zijn hier voorbeelden van.

Wat het koopgedrag betreft, is uit de enquêtes en waarnemingen evenwel het volgende gebleken:

  • De massale aankoop van basisproducten en het fenomeen hamsteren bij het begin van de lockdown: verwerkte granen (waaronder deegwaren, rijst, meel), peulvruchten enz.
  • De toename van de aankoop van verse producten, zoals groenten en fruit, vlees en eieren. Dit had deels te maken met de toename van het aantal mensen dat zelf brood en gebak bakte en zelf maaltijden bereidde.
  • De toename van de aankoop van meer duurzame / Fairtradeproducten (volgens een peiling  van Fairtrade België).
  • De toename van het online winkelen, wat niet zonder logistieke problemen is verlopen. Volgens een door RABAD uitgevoerde studie (enkel in het Frans) bij Brusselse spelers in de sector duurzame voeding, doen spelers die hun strategie op e-commerce hebben gericht het beter.
  • Het opzetten van netwerken voor wederzijdse hulp en samenwerking (zoals opgemerkt in de RABAD-studie). 
  • Een heroriëntatie van de consumenten op de korte ketens/lokale winkels: de totale toename van de aankopen via de korte keten wordt geraamd tussen 10 en 30%. De vraag is bij sommige producenten naar verluidt echter verdubbeld of zelfs verdrievoudigd (volgens Apaq-W, nieuwsbrief van begin april 2020).

Supermarkten zijn echter vaak de norm gebleven en kregen bij sommigen zelfs de voorkeur als centraal aankooppunt. Noteer dat de consumenten zich ook meer zouden gericht hebben op merken die de voorkeur geven aan lokale of regionale producten.

We wijzen erop dat - hoewel 45% van de Brusselaars die hun voedingsaankoop- en/of -consumptiegewoonten tijdens de lockdownperiode hebben gewijzigd, van plan is deze wijzigingen in de toekomst te handhaven (volgens de peiling van september 2020) - de vraag naar de duurzaamheid van deze trends niettemin wordt gesteld en later zal moeten worden geëvalueerd. 

Kortom, uitdagingen voor de toekomst!

De omstandigheden tijdens de eerste lockdown hebben ons in staat gesteld bepaalde aspecten van de invloed van onze levenswijze op ons leefmilieu en op onze levenskwaliteit beter in te schatten. Ook kwamen verschillende uitdagingen naar voren, zoals het belang van de zogenaamde 'vitale' sectoren, de rol van de natuur in de stad, de afhankelijkheid van externe bronnen, het potentieel van korte of alternatieve bevoorradingsketens enz. 
Deze crisis zal, gezien de duur ervan, waarschijnlijk ook aan de grondslag liggen van duurzamere veranderingen (telewerkpraktijken, eet- en/of koopgewoonten enz.). Het zal waarschijnlijk een van de grote uitdagingen voor de toekomst zijn om het herstel (vooral het economisch herstel) niet ten koste te laten gaan van het milieu en het klimaat, maar het juist als uitgangspunt te laten dienen voor een andere manier van functioneren van onze samenleving.
In dit verband moet worden opgemerkt dat een groot deel van de in september 2020 ondervraagde Brusselaars openstaat voor diverse veranderingen in hun gewoonten, bijvoorbeeld het aannemen van gedrag dat de luchtkwaliteit kan verbeteren, zoals zich te voet verplaatsen (waartoe 53% van de ondervraagden bereid is), meer telewerken (40%) of zich verplaatsen per fiets of step (40%).  

Datum van de update: 04/11/2021

Documenten: 

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten