U bent hier

Emissie van verzurende substanties (NOx, SOx en NH3)

Indicator - Actualisering : augustus 2022

Bijna 86 ton verzurende stoffen (tZeq) werden uitgestoten op het Brussels grondgebied in 2020 (tegen bijna 104 in 2019), waarvan 83% overeenkomt met NOX. 
In 2020 is het wegverkeer verantwoordelijk voor 48% van de regionale emissies van verzurende stoffen, en de verwarming van gebouwen (residentiële en tertiaire) voor 37%.
Tussen 1990 en 2020 daalden de totale emissies door menselijke activiteiten van verzurende en potentieel verzurende stoffen met 76% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 
De verplichtingen van het BHG vanaf 2020 op het gebied van emissiedaling zijn voor SOX en NOX nageleefd.


Wat zijn verzurende stoffen?

Het fenomeen van de verzuring is aan de basis een natuurlijk verschijnsel (zwavelhoudende uitstoot van vulkanen, gas dat vrijkomt door de activiteit van bepaalde bacteriën in de bodem bij de afbraak van organisch materiaal, ...). Dit fenomeen greep echter verder om zich heen door de uitstoot van verzurende stoffen als gevolg van bepaalde menselijke activiteiten, voornamelijk verbrandingsprocessen (verwarming, wegverkeer, industrie, ...). De toegenomen impact van de mens heeft het probleem van verzuring van de bodem en van het oppervlaktewater verscherpt evenals de schade aan de vegetatie en aan bepaalde bouwmaterialen.

Zwaveldioxide SO2, stikstofoxide NOX en ammoniak NH3 zijn de drie voornaamste gassen die tot het fenomeen van verzuring bijdragen; met dien verstande dat NH3 slechts potentieel verzurend is naargelang de omstandigheden van het milieu (voor meer details verwijzen wij naar de methodologische fiche).

Uitgestoten hoeveelheid verzurende stoffen per bron

De uitgestoten hoeveelheden verzurende verontreinigende stoffen worden geraamd op basis van de inventarissen van de emissies van verontreinigende stoffen die jaarlijks door het Departement Evaluatie, Lucht, Energie en Klimaat van Leefmilieu Brussel worden opgesteld. De gebruikte inventarissen werden in 2020 bij de Verenigde Naties ingediend en hebben betrekking op de jaren 1990 tot 2019.

Volgens de raming voor 2020 werd op het Brussels grondgebied zowat 86 ton zuurequivalent (tZeq) uitgestoten (bijna 104 ton in 2019), waarvan 83% overeenkwam met NOX

Alleen al het wegvervoer nam 48% van de emissies van de verzurende en potentieel verzurende stoffen voor zijn rekening. Het wegtransport en de verwarming van gebouwen (residentiële en tertiaire) waren samen verantwoordelijk voor 85% van de uitstoot. 

Sectorale uitsplitsing van de verzurende of potentieel verzurende emissies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2020)

Bron: Leefmilieu Brussel, berekeningen door het Dpt. Reporting en milieueffecten op basis van de gegevens van het Dpt. Evaluatie, Lucht, Energie en Klimaat (in 2022 ingediende inventarissen) 

Ter vergelijking, in 2020 waren in het Vlaams Gewest de landbouw (50%), het transport (24%), de industrie (14%) en de energieproductie (8%) de grootste uitstoters van verzurende of potentieel verzurende substanties [VMM via Statistiek Vlaanderen, juni 2022]. Voor het Waalse Gewest waren dat in 2020 de landbouw (56%), de industrie (20%) en het wegvervoer (16%) [volgens de uitstootinventarissen, Awac, juni 2022]. In de andere Gewesten zijn het wegvervoer en de verwarming naar verhouding dus minder belangrijke bronnen en vormen de landbouw en de industrie de belangrijkste; dit verschil valt te verklaren door het essentieel stedelijke karakter van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Evolutie van de uitgestoten hoeveelheden

Tussen 1990 en 2020 daalde de uitstoot van verzurende en potentieel verzurende stoffen met 76% (86 ton Zeq. in 2020 versus 358 ton Zeq. in 1990). 
Verhoudingsgewijs kende SOX dus een sterkere daling (90%) dan NOX (71%).

Evolutie van de verzurende of potentieel verzurende emissies in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1990 en 2020

Bron : Leefmilieu Brussel, berekeningen door het Dpt. Reporting en milieueffecten op basis van de gegevens van het Dpt. Evaluatie, Lucht, Energie en Klimaat (in 2022 ingediende inventarissen)

De verklaring voor deze evolutie moet gezocht worden bij factoren die verschillen naargelang de substanties.

Wat SOX betreft, droegen volgende factoren bij tot de verminderde uitstoot: 

  • de daling van het zwavelgehalte in de voertuigbrandstoffen (vooral sinds 1996) en in de stookolie (in het bijzonder in overeenstemming met de EU-richtlijnen 93/12/EEG, 1999/30/EG en 2016/802, en de DIN 51603-1 norm gepubliceerd in 2020); 
  • het groeiend aandeel van aardgas in het totale brandstofverbruik, ten koste van de petroleumproducten; 
  • de verbetering van de isolatie van gebouwen en van de prestaties van verwarmingssystemen;
  • de productievermindering, gevolgd door de volledige sluiting van de Cokesfabriek van Marly in 1993; 
  • de invoering van een rookwassingssysteem in de afvalverbrandingsoven – Brussel Energie (medio 1999).

De vermindering van de NOX-uitstoot houdt onder andere verband met: 

  • de productievermindering in 1990, gevolgd door de sluiting van de Cokesfabriek van Marly in 1993; 
  • de installatie van een “DéNOX”-systeem op de verbrandingsoven van Neder-Over-Heembeek (2006);
  • de verbetering van de isolatie van gebouwen en van de prestaties van verwarmingssystemen;
  • de betere motorprestaties dankzij de invoering van bepaalde Europese richtlijnen aangaande de uitstoot van verontreinigende stoffen door verschillende categorieën van voertuigen (“EURO-normen”); 
  • de veralgemening van katalysatoren op nieuwe voertuigen vanaf 1993 (deze onderwerpen de uitlaatgassen aan een nabehandeling zodra ze de motor verlaten wat specifiek bij benzinewagens tot een lagere NOX-uitstoot leidt). Het belang van de katalysator voor het verlagen van de NOX-uitstoot in het Brussels Gewest moet enigszins worden gerelativeerd, aangezien een katalysator pas na het doorlopen van een aantal kilometer zijn effect laat voelen op de uitstoot (bij een koude motor, bij het starten en tijdens het versnellen/vertragen is de katalysator geheel of gedeeltelijk ondoeltreffend). Deze factor speelt dus slechts mee voor langere trajecten.

Tenslotte is de uitstoot van NH3 verwaarloosbaar, waardoor het moeilijk is om de geobserveerde tendensen te interpreteren.

Er zij op gewezen dat 2020 een bijzonder jaar was door de lockdown in verband met de COVID-pandemie. Het werd gekenmerkt door een aanzienlijke vermindering van de emissies van het wegvervoer en door een daling van de emissies in verband met verwarming in de tertiaire sector (ook omdat 2020 een jaar was dat volgens de IRM-metingen werd gekenmerkt door bijzonder hoge wintertemperaturen). De emissies van de belangrijkste verontreinigende stoffen zijn tussen 2019 en 2020 dan ook relatief sterk gedaald. Meer informatie over dit onderwerp is te vinden in de specifieke focus .

Europese regeling

De nieuwe NEC-richtlijn (EU) 2016/2284 legt beperkingen van de minimale nationale emissies van verzurende luchtverontreinigende stoffen op die vanaf 2020 en 2030 moeten worden bereikt. Deze beperkingen worden uitgedrukt als een percentage van de totale in de loop van het referentiejaar (2005) geproduceerde emissies. België verbindt zich tot een beperking van zijn uitstoot van SO2, NOX en NH3 tegenover de emissies van 2005 met respectievelijk 43%, 41% en 2% tegen 2020 en respectievelijk 66%, 59% en 13% tegen 2030. 

De percentages van de beperking tegen 2020 werden in 2012 overeengekomen in het kader van het gewijzigde Protocol van Göteborg, geratificeerd door België. In december 2019 werd een samenwerkingsakkoord in verband met de NEC-richtlijn en specifiek voor de doelstellingen voor 2030 aangenomen, die werd aangenomen in april 2020 en werd onderworpen aan een instemmingsbesluit op 16 februari 2021. In dit kader werden de vanaf 2020 en 2030 te bereiken nationale emissieplafonds vertaald in absolute doelstellingen en over de drie gewesten verdeeld. De globale emissieplafonds (vaste en mobiele bronnen) die het BHG moet bereiken voor SO2, NOX en NH3 zijn respectievelijk 2,0 kt (63 tZeq) en 4,4 kt (95 tZeq) vanaf 2020, en 0,4 kt (13 tZeq), 3,4 kt (74 tZeq) en 0,1 kt (6 tZeq) tegen 2030. 

De emissies van SO2, SOXen NOXrespecteren de plafonds die werden vastgelegd voor 2020.

Datum van de update: 12/08/2022