Brudalex : regels inzake afvalbeheer voor de overgang naar een circulaire economie
- Inspectie
- Afval
- Milieuvergunning
- Wetgeving
- Transitie
- Circulaire economie
Voor wie is de Brudalex bedoeld?
De regels van de Brudalex zijn gericht op vier doelgroepen:
- De afvalbeheeroperatoren, d.w.z. bedrijven die zich beroepshalve bezighouden met het beheer van afval (transport, inzameling, verwerking enz.)
- De producenten, kleinhandelaars en distributeurs van bepaalde producten, die onderworpen zijn aan de regels van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
- De producenten van niet-huishoudelijke afvalstoffen (bedrijven, overheidsinstellingen, vzw's enz.)
- De gezinnen, hetzij in mindere mate, voor wat het beheer van wijkcomposten betreft
Welke bepalingen bevat de Brudalex?
De Brudalex geeft een gedetailleerd overzicht van de wetgeving inzake afvalstoffen in een leesbare, modulaire structuur waarin gemakkelijk nieuwe hoofdstukken kunnen worden toegevoegd naarmate er herzieningen worden doorgevoerd. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste regels.
TITEL 1. – Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1. – Definities en toepassingsgebied
De Brudalex bevat een vijftigtal definities die specifiek zijn voor afvalbeheer, waarvan sommige rechtstreeks uit de kaderrichtlijn van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen komen. Er moet ook rekening worden gehouden met de definities in artikel 3 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen.
Hoofdstuk 2. – Traceerbaarheid, register en rapportage
De inzamel- en verwerkingsinrichtingen, afvalbeheeroperatoren en producenten van niet-huishoudelijk afval moeten de traceerbaarheid van hun afvalstoffen garanderen via traceerbaarheidsdocumenten. Sommige operatoren moeten ook een register bijhouden van hun afvalstoffen en deze hoeveelheden rapporteren via het Brudaweb-platform.
Meer info:
TITEL 2. – Bepalingen betreffende de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van producten
Hoofdstuk 1. – Algemene bepalingen
Volgens de Europese wetgeving zijn bepaalde producenten verantwoordelijk voor hun producten gedurende hun hele levenscyclus, inclusief tijdens de afvalfase: dat noemen we de 'uitgebreide producentenverantwoordelijkheid', vaak afgekort tot 'UPV'.
Het doel van dat stelsel is de preventie, het hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd., de voorbereiding voor hergebruik, de recyclingElke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal. of de nuttige toepassingGenerische term die de processen en gedragingen omvat betreffende materiaal- en organische recycling en energievalorisatie van afval, alsook hergebruik en regeneratie. van afvalstoffen te bevorderen met inachtneming van de bescherming van het milieu en met het oog op een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen.
Producenten kunnen hun verplichtingen zelf nakomen of ze laten uitvoeren door een erkend organisme of beheersorganisme.
De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid bestaat voor de volgende afvalstromen: batterijen, banden, oliën, afgedankte voertuigen, elektrische en elektronische apparatuur en matrassen. Huishoudelijk en industrieel verpakkingsafval vallen ook onder dit stelsel, zoals bepaald in het interregionaal samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval.
Hoofdstuk 2. – Algemene verplichtingen met betrekking tot de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid
De producent die is onderworpen aan de UPV of het organisme waaraan deze verplichting werd toevertrouwd, is onderworpen aan een reeks verplichtingen:
- een terugnameplicht van de afvalstoffen: de producent moet het afval van zijn producten op eigen kosten terugnemen of laten terugnemen. Distributeurs en kleinhandelaars zijn verplicht om de afvalstoffen die ze op de markt brengen gratis terug te nemen;
- een verplichting om te waarborgen dat de afvalstoffen worden verwerkt met inachtneming van de ordonnantie afvalstoffen: sommige beheersorganismen lanceren openbare aanbestedingen om het afval te verwerken in overeenstemming met de milieunormen. De producent garandeert de centra voor de voorbereiding voor hergebruik toegang tot de afvalstoffen die werden ingezameld in het kader van de terugnameplicht;
- een verplichting om het afvalbeheer te financieren: de producent moet de werkelijke en volledige kosten van de inzameling, het sorteren en de verwerking van de afvalstoffen dragen (het principe dat 'de vervuiler betaaltBeginsel dat bepaalt dat wie schade aan of verstoring van het milieu veroorzaakt ook moet instaan voor de kosten van de opruiming of voor de hersteloperaties (via taksen, enz.)'). Deze kosten worden gefinancierd door proportionele bijdragen die consumenten moeten betalen op het moment van de aankoop van de producten;
- een verplichting om de doelstellingen inzake inzameling, hergebruik, recycling en nuttige toepassing te bereiken: de doelstellingen worden bepaald op basis van de afvalstroom. Producenten van elektrisch afval moeten 65% inzamelen van het totale gewicht van de toestellen die ze de afgelopen drie jaar hebben verkocht;
- een verplichting tot rapportage aan Leefmilieu Brussel: de producenten brengen jaarlijks verslag uit van de hoeveelheden ingezameld en verwerkt afval;
- een verplichting om een preventie- en beheersplan goed te keuren;
- een informatieplicht ten aanzien van de consument: de beheersorganismen lanceren grote bewustmakingscampagnes rond de juiste handelingen;
- een verplichting gelinkt aan openbare netheid: voor bepaalde afvalstoffen, en naargelang de hoeveelheden afval in de openbare ruimte, financieren de producenten de kosten voor openbare netheid.
Hoofdstuk 3. – Delegaties
De producenten kunnen hun verplichtingen die voortvloeien uit de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid delegeren aan een erkend organisme of een beheersorganisme. Fost Plus is het Belgische erkende organisme voor huishoudelijk verpakkingsafval. Dit zijn de beheersorganismen die in België actief zijn: Bebat (batterijen); Febelauto (afgedankte voertuigen en batterijen van hybride en elektrische voertuigen); PV CYCLE BELGIUM (fotovoltaïsche panelen); Recupel (elektrische en elektronische apparaten); Recytyre (banden); Valorlub (oliën) en Valumat (matrassen).
Hoofdstuk 4. – Verplichtingen per afvalstroom
De Brudalex bevat ook specifieke bepalingen in verband met de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor de volgende afvalstromen: batterijen, banden, oliën, afgedankte voertuigen, elektrische en elektronische apparatuur en matrassen. Deze verplichtingen hebben betrekking op specifieke inzamelkanalen, met nadruk op de voorbereiding voor hergebruik, specifieke verwerkingstechnieken en -doelstellingen enz.
Meer info:
TITEL III. – Bepalingen betreffende afvalbeheeroperaties en -operatoren
Hoofdstuk 1. – Registratie, erkenning en milieuvergunning gebonden aan afvalbeheeroperaties
Afhankelijk van hun activiteiten moeten de afvalbeheeroperatoren die actief zijn in het Brussels Gewest zich registreren of een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning of erkenning krijgen.
Meer info: afvalstoffen en milieuvergunningen
Hoofdstuk 2. – Vervoerder, vervoer en overbrenging van afvalstoffen
Vervoerders die in een ander gewest of in een andere lidstaat erkend of geregistreerd zijn, worden van rechtswege geregistreerd om in het Brussels Gewest actief te mogen zijn. De Brudalex beschrijft de voorwaarden voor de uitoefening van hun activiteiten. Het grensoverschrijdend transport van afvalstoffen is onderworpen aan strenge regels en moet worden gemeld aan Leefmilieu Brussel.
Meer info: Vervoerders van afvalstoffen en dierlijke bijproducten: uw verplichtingen
Hoofdstuk 3. – Inzamelaar, handelaar en makelaar van niet-gevaarlijke afvalstoffen
Inzamelaars, handelaars en makelaars van niet-gevaarlijkeAlle afvalstoffen die geen gevaarlijke afvalstoffen zijn conform de ordonnantie van 14/06/2012 betreffende afvalstoffen (artikel 3.2°) "Gevaarlijke afvalstoffen": alle afvalstoffen die een of meer van de in bijlage 3 genoemde gevaarlijke eigenschappen bezit. afvalstoffen moeten zich laten registreren bij Leefmilieu Brussel. De Brudalex beschrijft de voorwaarden voor de uitoefening van hun activiteiten (kwaliteitbeheersysteem, gekwalificeerd personeel, verzekering enz.).
Hoofdstuk 4. – Inzamelaar, handelaar en makelaar van gevaarlijke afvalstoffen
Inzamelaars, handelaars en makelaars van gevaarlijke afvalstoffenAfval dat gevaarlijke stoffen bevat: brandbaar (koolwaterstoffen), giftig (pesticiden), oxiderend (nitraten), bijtend (zuren), radioactief (isotopen). moeten een erkenning aanvragen. De voorwaarden van de erkenning zijn strenger dan die voor de registratie, omdat ze betrekking hebben op activiteiten met gevaarlijk afval. De erkenning impliceert vakbekwaamheid, financiële capaciteit, een kwaliteitbeheersysteem, een verzekering enz.
Meer info: Inzamelaar, handelaar en makelaar in gevaarlijk afval: uw verplichtingen
Hoofdstuk 5. – Inrichting voor het inzamelen of verwerken van afvalstoffen en bijkomende inzamelpunten
De inrichting voor het inzamelen of verwerken van afvalstoffen moet een milieuvergunning krijgen. Deze operatoren moeten ook voldoen aan een reeks voorwaarden op het vlak van vorming van het personeel, infrastructuur, toezicht, werkingsuren, luchtbeheer, netheid, brandpreventie enz. Inzamelinstallaties met inzameling als nevenactiviteit of die aanvullend zijn, vallen onder een minder streng regime.
Meer info:
Hoofdstuk 6. – Einde-afvalfase
Om circulariteit van afvalstoffen aan te moedigen en de administratieve rompslomp voor bedrijven te verminderen, heeft de Brudalex de 'einde-afvalfase' ingevoerd. Die fase wordt verkregen wanneer afvalstoffen niet langer afvalstoffen zijn na een recyclagebehandeling of een andere terugwinningsactie en voldoen aan specifieke criteria.
Meer info:
Hoofdstuk 7. – Gescheiden inzameling van afvalstoffen andere dan huishoudelijke
Professionals die niet-huishoudelijk afval hebben, moeten dit sorteren in 17 verschillende fracties.
Meer info: Beheer, sortering en inzameling van niet-huishoudelijk afval: verplichtingen en procedure (FAQ)
Hoofdstuk 8. – Verbranding van afvalstoffen
De niet-selectieve inzameling en verbranding van afvalstoffen is onderworpen aan belastingen.
Meer info:
- Steun en subsidies voor recyclage en beheer van bedrijfsafval
- Opstellen van een milieubeheersysteem (MBS) voor een verbrandingsinrichting van niet-gevaarlijk afval (.pdf)
Hoofdstuk 9. – Composteren
Dit hoofdstuk bepaalt de regels voor composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. op het niveau van een wijk of bedrijf en klein- of grootschalig composteren. Het definieert de toegestane afvalstoffen, de voorwaarden voor de locatie, de infrastructuur en het beheer, evenals de verplichtingen voor opvolging en compostkwaliteit.
Meer info: Verplichtingen met betrekking tot composteerinrichtingen
TITEL IV. – Bepalingen betreffende bepaalde afvalstromen
Voor verschillende afvalstromen gelden bijzondere regels, en met name voor elektronisch afval, geneesmiddelen, voedingsoliën, afgedankte voertuigen, dierlijke bijproducten en afval uit de gezondheidszorg.
Meer info: Bepalingen betreffende bepaalde afvalstromen
Hoofdstuk 1. – Afgedankte elektrische en elektronische apparatuur
De regering heeft een uitgebreid kader ingevoerd voor het beheer van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA). In principe worden die afvalstoffen als gevaarlijk beschouwd. De regering geeft voorrang aan hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. en legt de voorwaarden hiervoor vast (testen, veiligheid, etikettering, traceerbaarheid). In aanvulling op de algemene regels in Titel III, verduidelijkt dit hoofdstuk de regels voor inzameling, vervoer, sortering, verwerking en rapportage die de operatoren van AEEA moeten naleven. Het hoofdstuk bevat ook de regels met betrekking tot grensoverschrijdende overbrenging van AEEA.
Meer info: Beheer van afgedankte elektrische of elektronische apparatuur
Hoofdstuk 2. – Opgeheven
Hoofdstuk 3. – Afvalstoffen van geneesmiddelen
Vervallen en ongebruikte geneesmiddelen kunnen een gevaar vormen voor de gezondheid en het leefmilieu als ze niet op de juiste manier worden ingezameld en verwijderd. Om die redenen nemen apothekers ongebruikte geneesmiddelen gratis terug, zamelen distributeurs ze regelmatig in en zorgen de producenten op hun kosten voor de inzameling, verwerking door verbranding en energetische valorisatieElke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt..
Meer info: Verplichtingen inzake het beheer van gezondheidszorgafval
Hoofdstuk 4. – Afgedankte voertuigen
Afgedankte voertuigen zijn gevaarlijke afvalstoffenAfval dat gevaarlijke stoffen bevat: brandbaar (koolwaterstoffen), giftig (pesticiden), oxiderend (nitraten), bijtend (zuren), radioactief (isotopen). die moeten worden gedepollueerd in erkende gespecialiseerde centra om het milieu te beschermen. Ze moeten naar een erkend vernietigings- en recyclagecentrum worden gebracht, dat een certificaat van vernietiging kan afgeven en het voertuig kan uitschrijven. De regels die van toepassing zijn op afgedankte voertuigen worden ook uiteengezet in het besluit van 15 april 2004 betreffende het beheer van afgedankte voertuigen.
Meer info: Beheer van afgedankte voertuigen
Hoofdstuk 5. – Dierlijke bijproducten
Het hoofdstuk biedt een kader voor het beheer van dierlijke bijproducten en specificeert hun verpakking, inzameling, bewaring, vervoer en verwijdering om gezondheids- en milieurisico's te vermijden. Het bepaalt eveneens specifieke regels voor de opslag en verspreiding van mest en voor de inzameling, financiering, recyclageRecyclage is de vernietiging van afval om nieuwe materialen te produceren. Voorbeeld: inert afval wordt vermalen om granulaten te produceren die in wegfunderingen worden gebruikt en opvolging van afval van voedingsolie en -vetten. Ten slotte legt dit hoofdstuk de operatoren registratie- en erkenningsverplichtingen op, en voorziet het tegelijkertijd in afwijkingen in het geval van een gezondheidscrisis.
Meer info: Verplichtingen inzake dierlijke bijproducten
Hoofdstuk 6. – Verpakkingsafval
Dit hoofdstuk verbiedt plastic wegwerpzakjes, met uitzondering van herbruikbare plastic zakjes. Het verplicht de Brusselse overheidsinstanties ook om wegwerpservies en flessenwater vanaf 2023 geleidelijk te verbieden.
Meer info: Gewestelijke overheden: naar een verbod op plastic en wegwerpmateriaal
Hoofdstuk 7. – Afvalstoffen van activiteiten in de gezondheidszorg
In het Brussels Gewest hangt het beheer van afvalstoffen uit de gezondheidszorg af van de aard ervan: afvalstoffen met infectierisico moeten apart worden ingezameld in beveiligde containers en bij hoge temperatuur worden verbrand door een erkende operator, bioafval dat geen risico inhoudt, kan worden gecomposteerd of gebiomethaniseerd, en niet-risicohoudende afvalstoffen worden beheerd als huishoudelijk afval (onder bepaalde voorwaarden kunnen bepaalde risicohoudende afvalstoffen worden behandeld door ontsmetting om vervolgens te worden behandeld als niet-gevaarlijk niet-huishoudelijk afval). Uitbatingen die > 1 m³ risicohoudende afvalstoffen van de zorg opslaan, moeten in principe een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning aanvragen, een afvalpreventie- en afvalbeheersplan opstellen, hun personeel opleiden en een strikte sortering organiseren.
Meer info: Verplichtingen inzake het beheer van gezondheidszorgafval
Hoofdstuk 8. – Gerecycleerde granulaten
Het gewest heeft een nieuw juridisch kader ingevoerd voor gerecycleerde granulaten. Er zijn vergunningen nodig voor vaste brekers die hun activiteit uitoefenen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (een milieuvergunning) en voor mobiele brekers of niet-Brusselse brekers (een registratie). Daarnaast wordt voorzien in gebruiksvoorwaarden voor granulaten die niet worden gebruikt in of op de bodem, en in een traceerbaarheidssysteem.
Meer info: Brudalex 3.0: Gronden en gerecycleerde granulaten
Hoofdstuk 9. – Gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem
Sinds 2025 voorziet de Brudalex in een nieuw regime voor gronden en granulaten die in de bodem worden gebruikt. Er worden voorwaarden opgelegd voor het gebruik van uitgegraven grond en granulaten in of op de bodem, evenals een traceerbaarheidssysteem.
Meer info: Brudalex 3.0: Gronden en gerecycleerde granulaten
Nuttige links
Contact
Voor vragen over de regels inzake afvalstoffenbeheer en milieuvergunningen:
Voor vragen over erkenningen en registratie met betrekking tot afvalstoffen
Voor vragen over traceerbaarheid, het register en het rapporteren van afvalstoffen:
Voor andere vragen over de brudalex: