Verplichtingen inzake dierlijke bijproducten
- Afval
- Milieuvergunning
- Dieren
- Compost
- Bioafval
Ingewikkelde tabellen
Voor uw leesgemak raden wij u aan deze pagina op uw computer te raadplegen
Dierlijke bijproducten: 3 categorieën
Om strikte traceerbaarheid te garanderen, deelt de Europese verordening 1069/2009 dierlijke bijproducten in 3 categorieën in, afhankelijk van het risico dat ze vormen voor de gezondheid van mens of dier. Dat afval moet apart van ander afval worden gesorteerd, zodat het kan worden opgehaald door een inzamelaar of vervoerder die geregistreerd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Bijproducten:
- van categorie 1, het hoogste risico, moet verplicht worden opgehaald en vernietigd volgens strikte gezondheidsvoorschriften;
- van categorie 2 (gemiddeld risico) of categorie 3 (lager risico) kunnen nog nuttig worden gebruikt.
Belangrijk
U moet elke vermenging van dierlijke bijproducten van verschillende categorieën beschouwen als behorend tot de categorie met het hoogste risico.
Hieronder staat een tabel met voorbeelden voor elk van die categorieën.
|
Categorie |
Voorbeelden van dierlijke bijproducten |
|
Categorie 1 |
Kadavers
|
|
Keukenafval en etensresten afkomstig van vervoer buiten Europa |
|
|
Gespecificeerd risicomateriaal – GRM Deze dierlijke bijproducten worden gepreciseerd in artikel 3, paragraaf 1, punt g) en bijlage V van de Verordening (EG) nr. 999/2001. |
|
|
Categorie 2 |
Kadavers van landbouwhuisdieren. Landbouwhuisdieren worden gedefinieerd als:
|
|
Mest of gier: " uitwerpselen en/of urine van landbouwhuisdieren, met uitzondering van gekweekte vissen, met of zonder strooisel" - Verordening (EG) nr. 1069/2009, artikel 3, punt 20. |
|
|
Dierlijke bijproducten die ongeschikt voor menselijke consumptie zijn verklaard |
|
|
Categorie 3 |
Slachtafval van in slachthuizen goedgekeurde dieren |
|
Oude voedingsmiddelen. Bijvoorbeeld producten van dierlijke oorsprong die vanwege een fabricage- of verpakkingsfout in een lagere klasse zijn ingedeeld, maar die geen risico vormen voor de gezondheid van mens of dier. |
|
|
Keukenafval en etensresten
|
|
|
Afval van voedingsoliën en -vetten |
Om te downloaden
Voor meer details over de dierlijke bijproducten die onder de categorieën vallen, zie de tabel met een overzicht van alle soorten dierlijke bijproducten (.docx).
Keukenafval en etensresten
Baat u een verwerkingsinrichting voor bioafval uit en verwerkt u ook keukenafval en etensresten afkomstig van restaurants en keukens, bedrijven of huishoudens? Brengt uw bedrijf de geproduceerde bodemverbeteraar (compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners. of andere) op de markt via schenking of verkoop? Voldoet u niet aan de voorwaarden voor wijk- of bedrijfscompostering?
Opgelet: in dat geval gelden strenge eisen voor de verwerking en traceerbaarheid.
Keukenafval en etensresten worden door de Europese reglementering (Bijlage I, punt 22 - Verordening 142/2011) gedefinieerd als "alle voedselresten inclusief afgewerkte bakoliën, afkomstig van restaurants, cateringfaciliteiten en keukens, met inbegrip van centrale keukens en keukens van huishoudens". Met andere woorden, al het organische afval van plantaardige en dierlijke oorsprong dat een keuken passeert.
Volgens de Europese wetgeving inzake dierlijke bijproducten worden keukenafval en etensresten beschouwd als dierlijke bijproducten van categorie 3.
Als u een inrichting voor de verwerking van keukenafval en etensresten beheert, moet u zich houden aan de eisen inzake verwerking en traceerbaarheid die in deze wetgeving zijn vastgelegd.
Contact
Bij twijfel over de categorie waar uw organisch afval toe behoort, kunt u contact opnemen met de facilitator afval en vergunningen voor de sector van de circulaire economie.
Beheert u een inrichting voor de verwerking van keukenafval en etensresten?
De Europese wetgeving (Verordening 1069/2009) vereist dat alle beheerders van dierlijk afval, met inbegrip van keukenafval en etensresten, geregistreerd of erkend zijn.
- Hieronder vallen: vervoerders, ophalers, installaties voor de ophaling of verwerking van dit afval.
- Hieronder vallen niet: wijk- of bedrijfscomposteerinrichtingen.
Meerdere vergunningen zijn vereist:
- Voor het opslaan, inzamelen en verwerken van keukenafval en etensresten is een milieuvergunning nodig.
- Die vergunning staat gelijk met een erkenning voor inzamelings- en verwerkingsactiviteiten.
Om die vergunning te krijgen, moet u aantonen dat uw installatie voldoet aan het door de wetgeving vereiste verwerkingsproces.
Vaak voldoet de beoogde verwerking niet aan de regelgeving, waardoor het verwerkingsresidu een afvalproduct blijft dat niet op de markt mag worden gebracht of niet als meststof/bodemverbeteraar mag worden gebruikt.
In dergelijke gevallen moeten dan aan het verwerkingsproces voor- of nabehandelingen worden toegevoegd. Die verhogen niet alleen de kosten van het project, maar vergen ook meer ruimte, meer tijd en meer energieverbruik.
Na verwerking kunnen nog andere vergunningen nodig zijn om het als product op de markt te brengen. Om bijvoorbeeld een meststof of bodemverbeteraar op de markt te brengen, moet u:
- een ontheffing verkrijgen van de FOD Volksgezondheid om een product als meststof, bodemverbeterend middel of teeltsubstraat te mogen verhandelen;
- een toelating krijgen van het FAVV voor de productie van organische meststoffen en bodemverbeteraars.
Verplichtingen met betrekking tot innovatieve verwerkingstechnieken
In het geval van een innovatieve verwerkingstechniek, dat wil zeggen een techniek die niet door de Europese regelgeving is gestandaardiseerd, moet een experimentele fase worden doorlopen, via een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning die de rubriek 106-3 dekt. Het gaat in dat geval om een proefvergunning voor een beperkte periode.
Dit is bedoeld om aan te tonen dat het afgeleide product geen risico's inhoudt voor het milieu of de gezondheid. Hiervoor moet een wetenschappelijk protocol worden opgesteld dat de meting en controle van parameters omvat. Er zijn ook laboratoriumanalyses nodig om de aanwezigheid van bacteriën in het materiaal te kwantificeren. Dit alles moet onderwerp zijn van een HACCP-studie om de risico's te bepalen.
Als de resultaten de veiligheid van het proces voor het milieu en de gezondheid bevestigen, moet vervolgens een erkenning worden verkregen via een milieuvergunning (rubriek 41, 106-2 enz.), waarin de hieronder beschreven verplichtingen zijn opgenomen.
De verplichtingen van het bedrijf
Afhankelijk van de verwerkingsmethode die u overweegt, zult u moeten aantonen dat u aan een reeks vereisten voldoet. Hieronder vindt u een overzicht, maar voor de volledige informatie verwijzen wij u naar de bijlagen IV, V, VI en VII van Verordening 142/2011.
Centrum voor compostering of biomethanisatie (Bijlage V - Verordening 142/2011)
- Het bedrijf moet een systeem van zelfcontrole en permanente procedures invoeren gebaseerd op de principes van risicoanalyseStudie waarin de risico's op een verontreiniging voor de volksgezondheid en het leefmilieu worden beoordeeld. In het raam van bodemonderzoeken kan een dergelijke studie ook worden uitgevoerd om de te nemen bewarende maatregelen en de mate van urgentie voor sanering te bepalen. en kritische beheerspunten - HACCP.
- Dierlijke bijproducten of afgeleide producten die in de composteerinstallatie worden binnengebracht, moeten in een gesloten composteerreactor of in een gesloten zone worden verwerkt, tenzij een afwijking is toegestaan.
- Een biogasinstallatie moet over het algemeen beschikken over een pasteurisatie-/ontsmettingstoestel.
- De compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners.- of biogasinstallatie is uitgerust met:
- apparatuur om de temperatuur als functie van de tijd te meten;
- registreertoestellen die de meetresultaten, zo nodig continu, registreren;
- een adequaat veiligheidssysteem dat waarschuwt als de temperatuur onvoldoende stijgt.
- ComposteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. en biomethanisatieBiomethanisatie is het natuurlijk biologisch proces van afbraak van organisch materiaal bij afwezigheid van zuurstof, waarbij biogas (methaan) en een digestaat (meststof) worden geproduceerd. voldoen aan de regels en voorwaarden van Verordening 142/2011, zoals:
- Maximale deeltjesgrootte vóór het invoeren in de installatie: 12 mm voor categorie 3-materiaal;
- Minimumtemperatuur van al het materiaal in de installatie: 70°C;
- Minimumtijd dat het materiaal zonder onderbreking in de installatie is: 60 minuten.
- Alle biogasinstallaties moeten over een eigen laboratorium beschikken of gebruikmaken van de diensten van een extern laboratorium. Het laboratorium moet zo zijn uitgerust dat de noodzakelijke analyses kunnen worden uitgevoerd en moet door de bevoegde autoriteit erkend zijn, het moet op basis van internationaal erkende normen geaccrediteerd zijn of regelmatig door de bevoegde autoriteit worden gecontroleerd.
Centrum voor verwerking volgens een andere methode (Bijlage IV - Verordening 142/2011)
Andere verwerkingsmethoden zijn mogelijk, maar de eisen op het gebied van hygiëne, opvolging van kritieke punten en verwerkingsparameters en analyses zijn even streng. Zie bijlage IV van Verordening 142/2011.
Keukenafval en etensresten verwerken
Aangezien het sorteren van professioneel bioafval sinds mei 2023 verplicht is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is er momenteel veel belangstelling voor de kleinschalige verwerking van keukenafval en etensresten. Dat betekent dat u uw keukenafval en etensresten moet laten ophalen door een ophaler of vervoerder die geregistreerd is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Contact
Aarzel niet om een beroep te doen op de facilitator bedrijfsafval om de sortering van uw bioafval te optimaliseren.
- Complexiteit van de wetgeving voor kleine installaties
Momenteel heeft slechts één installatie, Recyclo, een vergunning om dit type afval te verwerken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Die installaties voor composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. of andere verwerkingsmethoden voldoen over het algemeen niet aan de verwerkingseisen van de Europese verordeningen nr. 1069/2009 en nr. 142/2011.
Het eindproduct blijft dus een onverwerkt dierlijk bijproduct, dat wil zeggen afval dat niet op de markt mag worden gebracht (geschonken of verkocht). Bovendien moet dit afval worden vervoerd door een ophalerinzamelaar, handelaar en makelaar of vervoerder die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geregistreerd is voor dierlijke bijproducten.
- Alternatieve systemen voor de verwerking van keukenafval en etensresten
Er komen steeds meer alternatieve apparaten en systemen op de markt. Ze zijn ontworpen om keukenafval en etensresten te composteren, te drogen of te vermalen. Het doel van die systemen is om dat afval om te zetten in een bodemverbeteraar, het in het riool te lozen (wat wettelijk verboden is) of het om te zetten in een geurloze droge fractie om het gewicht ervan te beperken en stankoverlast te voorkomen.
Tot nu toe zijn de meeste verwerkingssystemen er niet in geslaagd om een stabiel, veilig materiaal te produceren dat geen risico vormt voor de volksgezondheid of het milieu.
Bovendien verbruiken sommige installaties ook grote hoeveelheden energie.
Net als de administratie van het Vlaams Gewest wil Leefmilieu Brussel projectontwikkelaars waarschuwen voor die alternatieve verwerkingssystemen.
Waarschuwing: alternatieve systemen onder de loep
1. Systemen die afval drogen
Werkingsprincipe
Dit type apparaat vermindert het gewicht en volume van bioafval door het te verhitten en, in sommige gevallen, bacteriën toe te voegen. Zo werken ze:
- Het afval wordt in een verwarmde tank gebracht, vaak tussen 50 en 70°C;
- Een scharnierende arm roert het afval door elkaar, waardoor in minder dan 24 uur het gewicht tot 90% en het volume tot 50% wordt verminderd.
Soorten apparatuur
Er zijn verschillende soorten drogers op de markt, waarvan sommige fermenten gebruiken om de verwerking te versnellen.
Die apparaten:
- hebben verschillende capaciteitsniveaus: ze kunnen hoeveelheden verwerken gaande van een paar kg per dag tot enkele duizenden kg per dag;
- zijn verkrijgbaar in verschillende varianten: met voorvermalen, met vloeibare of niet-vloeibare afvoer enz.
Waarschuwing
Die systemen leveren over het algemeen de volgende problemen op:
- De wetgeving inzake dierlijke bijproducten wordt niet nageleefd, onder meer wat betreft de vereiste controleapparatuur en de naleving van de verwerkingsmethoden;
- Drogen is daarom een voorbehandeling van het afval. Het resulterende materiaal blijft een dierlijk bijproduct en moet als zodanig worden behandeld;
- Het energieverbruik kan hoog zijn;
- De informatie over de additieven die soms worden gebruikt, is vaak ontoereikend;
- Het geproduceerde materiaal op de markt brengen is verboden.
Daarom raadt Leefmilieu Brussel dit soort apparatuur af.
2. Elektromechanische composteringssystemen
Werkingsprincipe
De elektromechanische composteerder of elektrocomposteerder is een apparaat voor aerobe fermentatie (in aanwezigheid van zuurstof). Soms wordt het bioafval ook vermalen.
Het vermalen wordt gevolgd door:
- elektromechanisch mengen van het materiaal (een mengsel van structurerend en minder structurerend afval) onder aërobe omstandigheden en
- een eventueel verwarmingssysteem om de hygiëne te garanderen.
Waarschuwing
Die systemen leveren over het algemeen de volgende problemen op:
- De wetgeving inzake dierlijke bijproducten wordt niet nageleefd, onder meer wat betreft de vereiste controleapparatuur of het te volgen composteerproces;
- Het omzettingsproces wordt daarom beschouwd als voorbehandeling van afval;
- CompostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners. moet voldoen aan biologische normen met betrekking tot de concentratie van Escherichia coli of Enterococcaceae en Salmonella;
- Bij het verlaten van de machine moet het uiteindelijke materiaal nog een rijpingsfase ondergaan om te stabiliseren. Het wordt daarom beschouwd als afval dat niet meteen nuttig kan worden gebruikt;
- De compost moet worden geanalyseerd om te controleren of het veilig is voor gebruik als bodemverbeteraar.
- Er kunnen vloeibare resten ontstaan. Als die resten, die rijk zijn aan organisch materiaal, niet worden hergebruikt in het verwerkingsproces, moeten ze worden opgevangen om te voorkomen dat ze in de riolering of rechtstreeks in de bodem terechtkomen;
- Het is verboden om het materiaal dat wordt geproduceerd door de elektromechanische composteerder op de markt te brengen.
Daarom raadt Leefmilieu Brussel dit soort apparatuur af.
3. Microbiomethanisatiesystemen
Werkingsprincipe
Methanisatie is een natuurlijk proces van anaerobe biologische afbraakHet afbreken van chemische stoffen in het milieu door biologische processen. (afwezigheid van zuurstof) van organisch materiaal. De afbraak van materiaal door bacteriën, 'anaerobe vergisting' genoemd, leidt tot een gecombineerde productie van gas dat kan worden omgezet in energie - biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal. - en een digestaat. Dat is het afval dat door die bacteriën wordt 'verteerd'.
Methanisatie heeft vooral betrekking op organisch afval dat rijk is aan water en een hoge fermenteerbaarheid heeft.
Waarschuwing
Die systemen leveren over het algemeen de volgende problemen op:
- De wetgeving inzake dierlijke bijproducten wordt niet nageleefd, onder meer wat betreft de vereiste controleapparatuur en de naleving van de verwerkingsmethoden;
- BiomethanisatieBiomethanisatie is het natuurlijk biologisch proces van afbraak van organisch materiaal bij afwezigheid van zuurstof, waarbij biogas (methaan) en een digestaat (meststof) worden geproduceerd. kan gemakkelijk geurhinder veroorzaken. In anaerobe omstandigheden kan een onaangename ammoniakgeur ontstaan. Digestaat heeft een neutrale tot aangename geur;
- Het geproduceerde biogas moet worden verwerkt:
- methaan mag niet in het milieu worden uitgestoten: het broeikaseffectAlgehele temperatuurstijging op aarde die het gevolg is van het door luchtvervuiling verhoogde kooldioxidegehalte in de dampkring, waardoor de warmte die de door het zonlicht verwarmde aardbodem uitstraalt niet in voldoende mate uit de atmosfeer kan ontsnappen. ervan is 25 keer groter dan dat van koolstofdioxide (CO2);
- het biogas moet over het algemeen worden behandeld voordat het kan worden gebruikt en het overschot moet worden verbrand;
- er moeten veiligheidsmaatregelenTijdelijke maatregelen met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en het milieu in afwachting van de behandeling van de bodemverontreiniging, met inbegrip van de maatregelen voor gebruiksbeperking, toezicht op en indijking van de verontreiniging. worden genomen aangezien het om een brandbaar gas gaat.
- Digestaat moet voldoen aan biologische normen met betrekking tot de concentratie van Escherichia coli of Enterococcaceae en Salmonella;
- Digestaat moet soms verdere verwerking ondergaan, zoals composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen., om het materiaal te stabiliseren. Vóór die behandeling is het nog altijd afval;
- Het digestaat moet worden geanalyseerd om te controleren of het veilig is voor gebruik als bodemverbeteraar;
- Meestal worden vloeibare resten geproduceerd, het percolatiewater: dat bevat veel organisch materiaal en er is een opvangsysteem nodig om te voorkomen dat het in de riolering of in de bodem terechtkomt;
- Nauwlettend toezicht op die apparaten is nodig om er zeker van te zijn dat ze naar behoren werken. Het biomethanisatieproces verdraagt namelijk geen variaties in de hoeveelheid en samenstelling van de aanvoer.
Daarom raadt Leefmilieu Brussel dit soort apparatuur af.
4. Wormcompostering
Werkingsprincipe
Bij wormcompostering worden keukenafval en etensresten afgebroken dankzij de werking van regenwormen en goede bacteriën. Het duurt een paar weken om het proces op gang te brengen, daarna ongeveer drie maanden voordat al het afval is afgebroken.
Ontdek de lijst met afval dat wel of niet kan worden afgebroken met wormcompostering.
Waarschuwing
Wormcompostering voldoet niet aan de Europese wetgeving voor de verwerking van keukenafval en etensresten. De regelgeving verbiedt immers het voederen van deze dieren met keukenafval en etensresten.
Ook het op de markt brengen van het geproduceerde materiaal is verboden.
Daarom is wormcompostering uitsluitend geschikt voor huishoudelijke toepassing.
5. Voedselvermalers, vóór lozing in de riolering, zijn verboden
Werkingsprincipe
Onder de gootsteen geïnstalleerde voedselvermalers verkleinen etensresten tot kleine stukjes die daarna worden weggegoten in de riolering.
Waarschuwing
Die voedselvermalers zijn verboden in België vanwege de problemen die ze veroorzaken voor waterzuiveringssystemen.
Nuttige links
Ga voor meer informatie naar de informatiepagina van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu: voedselvermalers verboden in België
Hebt u een milieuvergunning nodig?
Voor de volgende dierlijke bijproducten is een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning nodig:
|
Welke dierlijke bijproducten? |
Welke rubriek? |
|
Elke opslag van > 300 kg mest of gier |
rubriek 66 |
|
Elke opslag:
|
rubriek 106-1 Rubriek 106.1 bevat verschillende subrubrieken. |
|
Elke inrichting voor de verwerking van dierlijke bijproducten, met inbegrip van de opslag van dierlijke bijproducten |
rubriek 106-2 Opgelet, die rubriek is niet van toepassing als er een anderen, meer specifieke rubriek bestaat. Bijvoorbeeld: composteerinrichting: rubriek 41. |
|
Elke testinrichting voor de verwerking van dierlijke bijproducten, met inbegrip van de opslag ervan, met het oog op het verkrijgen van de in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde erkenning |
rubriek 106-3 Opgelet, voor deze rubriek kunt u een tijdelijke vergunning krijgen. Als de testfasen aan de Europese eisen blijken te voldoen, moet een formele milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning worden aangevraagd. |
|
Elke inrichting voor de composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. van dierlijke bijproducten |
rubriek 41-1 |
|
Elke inrichting voor de biomethanisatieBiomethanisatie is het natuurlijk biologisch proces van afbraak van organisch materiaal bij afwezigheid van zuurstof, waarbij biogas (methaan) en een digestaat (meststof) worden geproduceerd. van dierlijke bijproducten |
rubriek 41-2 |
|
Elke inrichting voor de verbranding en warmtekrachtkoppelingWarmtekrachtkoppeling is de gelijktijdige opwekking in één proces van thermische energie en elektrische of mechanische energie. (RICHTLIJN 2012/27/EU) van dierlijke bijproducten |
rubriek 40 |
|
Elke inrichting voor de verbranding en meeverbranding van dierlijke bijproducten |
rubriek 50 |
Goed om te weten
Als u wijzigingen aanbrengt in uw activiteit, zoals:
- wijziging van het type of de hoeveelheid van opgeslagen dierlijke bijproducten;
- wijziging van de plaats van de opslaglokalen;
- toepassing van een nieuwe methode voor de verwerking van dierlijke bijproducten,
moet u een aanvraag indienen bij Leefmilieu Brussel voor u die wijzigingen uitvoert en wachten op toestemming.
Opslag van dierlijke bijproducten: algemene gezondheidsvoorschriften
Opgelet
Zelfs als er geen milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning nodig is, is het cruciaal om aan bepaalde gezondheidsregels te voldoen om elk risico op de verspreiding van ziekten door kruisbesmetting te vermijden.
Goed om te weten
De identificatieplicht geldt niet voor:
- bij huishoudens ingezameld keukenafval en etensresten;
- op verzamelpunten ingezameld afval van voedingsoliën en -vetten;
- mest of gier, als hij wordt:
- opgeslagen in het bedrijf waar hij geproduceerd werd;
- vervoerd tussen 2 punten binnen hetzelfde bedrijf
Beveiliging van de site
Omhein de site volledig om toegang door mensen of voertuigen buiten de openingstijden te voorkomen.
Welk type verpakking of recipiënt is vereist?
Dierlijke bijproducten moeten vanaf het moment dat ze worden geproduceerd, tijdens het vervoer en tot en met de verwijdering, worden verpakt in een verpakking, recipiënt of voertuig en duidelijk worden geïdentificeerd volgens hun categorie door middel van een kleurcode en specifieke etikettering.
De kleurcode en de verplichte vermeldingen zijn te vinden in Verordening (EU) nr. 142/2011, bijlage VIII, hoofdstuk II. Enkele regels die moeten worden nageleefd:
- Gebruik nieuwe, verzegelde verpakkingen of lekvrije bakken die gesloten blijven.
- De kleurcode moet zijn aangebracht op het oppervlak of een deel van het oppervlak van de verpakking, het recipiënt of het voertuig, of op een daarop gekleefd etiket.
- De kleur van de verpakking mag geen verwarring scheppen met de kleurcode op het etiket.
- Vermeld op de verpakking of het recipiënt de naam van de producent en zijn contactgegevens (adres, telefoonnummer).
- De meest voorkomende kleurcodes en verplichte vermeldingen zijn:
|
|
Kleurcode |
Vermeldingen |
|---|---|---|
|
Categorie 1 |
Zwarte kleur |
"CATEGORIE 1 – Uitsluitend voor verwijdering” |
|
Categorie 2 andere dan gier |
Gele kleur |
"CATEGORIE 2 – Niet voor dierlijke consumptie” of "CATEGORIE 2 – Bestemd voor de voeding van ..." |
|
Categorie 2: gier |
/ |
"Gier" |
|
Categorie 3 |
Groene kleur
|
"CATEGORIE 3 - Niet voor menselijke consumptie” |
Hoe moeten dierlijke bijproducten worden opgeslagen?
- Bewaar dierlijke bijproducten op in een daarvoor bestemde opslagruimte die schoon is en niet toegankelijk voor onbevoegd personeel en het publiek.
- Het percolaat uit de opslagzone wordt nog steeds beschouwd als een dierlijk bijproduct. U moet bijgevolg:
- ofwel het laten ophalen door een ophalerinzamelaar, handelaar en makelaar/vervoerder die geregistreerd is voor dierlijke bijproducten;
- ofwel het behandelen in uw eigen zuiveringsinstallatie of via een zuiveringssysteem.
- Afgesloten opslagruimten moeten voldoende geventileerd zijn om overlast voor de omwonenden te voorkomen.
- De koeling van de opslagruimte moet aangepast zijn aan de omgevingstemperatuur:
- In het geval van dierlijke bijproducten afkomstig van vlees en vleesproducten die niet bedoeld zijn voor menselijke consumptie, is de maximumtemperatuur 7°C, tenzij ze worden gebruikt als diervoeder.
- Onverwerkte dierlijke bijproducten van categorie 3 die voor diervoeder bestemd zijn, moeten gekoeld, ingevroren of ingekuild worden opgeslagen en vervoerd, TENZIJ ze binnen de 24 uur na de inzameling of aan het einde van de opslag worden verwerkt onder gekoelde of ingevroren omstandigheden, op voorwaarde dat het vervoer na de opslag plaatsvindt in vervoermiddelen waarin de opslagtemperatuur wordt gehandhaafd.
Neem voor dierlijke bijproducten op basis van melk contact op met Leefmilieu Brussel via e-mail.
- Zorg ervoor dat containers, recipiënten en opslagplaatsen voor dierlijke bijproducten permanent stabiel zijn.
- Gespecificeerd Risicomateriaal (.docx) moet worden opgeslagen in een aparte ruimte, speciaal gereserveerd voor dit type afval.
- Gespecificeerd risicomateriaal (.docx) moet snel worden gedenatureerd naarmate het wordt geproduceerd.
- Uw inrichting moet beschikken over passende voorzieningen zoals kleedkamers, wastafels en toiletten voor het personeel, tenzij de behandeling bestaat uit composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. of het omzetten van dierlijke bijproducten in biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal..
- De opslag van afval van voedingsoliën en -vetten vereist een aantal specifieke regelingen:
- De opslag moet beschut zijn tegen weersinvloeden en zich in of boven een kuip bevinden;
- Voedingsoliën en -vetten mogen alleen boven een kuip worden overgeheveld;
- Er moeten middelen aanwezig zijn om eventuele olie- en vetlekken in de opslagruimte op te vangen. Die middelen moeten direct toegankelijk zijn.
Slaat u meerdere categorieën van dierlijke bijproducten op?
- Dan moet u een risicoanalyse uitvoeren.
Bewaart u melk of producten op basis van melk?
- Dan gelden specifieke opslagvoorwaarden. Neem contact op met Leefmilieu Brussel via e-mail.
Wat zijn de maatregelen voor netheid?
Gebruikt u herbruikbare recipiënten?
Om kruisbesmetting te voorkomen:
- Voor elk gebruik: zorg ervoor dat de recipiënten schoon en droog zijn.
- Na elk gebruik: reinig en/of ontsmet de containers en recipiënten met een product dat is goedgekeurd door de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
Voor dierlijke bijproducten van categorie 3 is ontsmetting tussen elk gebruik niet verplicht als de bestemming van de recipiënten hetzelfde blijft, dat wil zeggen dierlijke bijproducten van categorie 3. Het belangrijkste is dat de reiniging kruisbesmetting voorkomt.
Opmerking: Deze ontsmetting kan verplicht zijn als de dierlijke bijproducten bestemd zijn voor diervoeder. Raadpleeg het FAVV voor meer informatie.
De controle op hygiëne moet regelmatige inspecties van de omgeving en de apparatuur omvatten:
- Documenteer het schema van de inspecties en resultaten.
- Neem systematisch maatregelen tegen vogels, knaagdieren, insecten en ander ongedierte. Die maatregelen moeten deel uitmaken van een gedetailleerd programma voor de bestrijding van ongedierte.
- In het geval van een composteer- of biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal.installatie moet u schoonmaakprocedures opstellen en documenteren.
- Als uw activiteit sterilisatie onder druk of manipulatie inhoudt zoals sorteren, uitsnijden, koelen, invriezen, zouten of het verwijderen van vacht en huiden, zijn specifieke hygiënemaatregelen van toepassing. Neem contact op met Leefmilieu Brussel via e-mail.
Verwijderen van dierlijke bijproducten: contract of kennisgeving van de ophaling?
De dierlijke bijproducten worden afgevoerd/verwijderd zonder onnodige vertraging.
- Om uw dierlijke bijproducten te laten verwijderen, kunt u:
- Ofweleen contract hebben met een geregistreerdeophaler, handelaar of makelaar
- Specificeer de ophaalfrequentie in het contract
- Ofwel binnen 24 uur de productie van dierlijke bijproducten melden aan een geregistreerde ophaler, handelaar of makelaar
Melding of een contract is niet vereist voor:
- Kadavers afkomstig van huishoudens, met een totaalgewicht van minder dan 1 kg;
- Keukenafval en etensresten van categorie 3, kadavers van dieren die ontdekt zijn door de beheerder van de locatie waar ze gevonden zijn, met uitzondering van landbouwhuisdieren, kadavers van dieren geproduceerd door of gebracht naar dierenartsen, dierenklinieken en opvangcentra voor wilde dieren die bestemd zijn voor een inrichting met inzameling als nevenactiviteit;
- In een verzamelpunt ingezamelde voedingsoliën en -vetten.
Hoe de bodem en het water beschermen?
- Installeer de opslagplaatsen op een harde ondergrond (bijv. asfalt, beton, klinkers, straatstenen enz.) die zo ontworpen is dat vloeistoffen gemakkelijk kunnen worden afgevoerd.
- Niet opslaan op gras of gravel.
Heeft u onoverdekte opslagruimtes of slaat u meer dan 10 m³ dierlijke bijproducten op?
- Zorg voor een ondoorlatende vloer die is aangesloten op een drainagesysteem dat afvloeiingswater en percolatiewater opvangt.
Inrichtingen voor de ophaling van dierlijke bijproducten: specifieke voorwaarden
Voor de inzamelinrichtingen gelden ook de bovengenoemde gezondheidsvoorschriften.
Welke infrastructuur is nodig?
- Rust de site uit met een weegbrug of weeginstallatie. Een uitzondering is mogelijk voor containerparken die de hoeveelheid in volume schatten.
- De voorziening moet geschikte faciliteiten hebben, waaronder toiletten, kleedkamers en wastafels voor het personeel.
- Zorg voor de nodige bewegwijzering om ervoor te zorgen dat afval op de juiste plaats terechtkomt.
Welke dierlijke bijproducten mogen worden ingezameld?
- U mag alleen dierlijke bijproducten inzamelen die zijn toegestaan volgens uw milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning.
- U beschikt over een document met de criteria en de procedure voor het aanvaarden van dierlijke bijproducten. Dat document moet worden overhandigd aan de houder of producent die gebruik wil maken van uw inzamelinrichting.
Hoe het personeel opleiden?
- Stel een referentiepersoon aan met voldoende kennis van wetgeving en het beheer van dierlijke bijproducten. Deze persoon heeft:
- een opleiding van Leefmilieu Brussel gevolgd over het beheer van dierlijk afval en bijproducten, of
- een gelijkwaardige en vooraf door Leefmilieu Brussel erkende opleiding gevolgd.
- De aangestelde persoon is permanent beschikbaar tijdens de openingsuren van de inrichting.
Hoe de kwaliteit beheren?
- Houd een kwaliteitsbeheersysteem (KBS) bij. Dat moet minstens alle in deze lijst gespecificeerde elementen bevatten.
- Het KBS moet minstens één keer per jaar worden gecontroleerd en bijgewerkt. Pas het aan indien nodig.
Hoe de risico's analyseren en beheren?
Bewaart en/of verwerkt u verschillende categorieën dierlijke bijproducten in uw bedrijf?
- Voer zelfcontroles in, pas ze toe en handhaaf ze om ervoor te zorgen dat dierlijke bijproducten of afgeleide producten die niet aan de voorschriften voldoen uw inrichting niet verlaten, tenzij ze bestemd zijn voor verwijdering.
- Stel een of meer schriftelijke procedures op basis van de beginselen inzake risicoanalyseStudie waarin de risico's op een verontreiniging voor de volksgezondheid en het leefmilieu worden beoordeeld. In het raam van bodemonderzoeken kan een dergelijke studie ook worden uitgevoerd om de te nemen bewarende maatregelen en de mate van urgentie voor sanering te bepalen. en beheersing van kritieke punten (HACCP) op, pas ze toe en handhaaf ze. Het doel moet zijn om in alle omstandigheden gevaar te voorkomen, te elimineren of tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. U moet:
- 1. elk gevaar identificeren;
- 2. de kritieke punten identificeren die moeten worden gecontroleerd;
- 3. voor elk kritiek punt de kritieke grenzen vaststellen die het verschil maken tussen wat aanvaardbaar en wat onaanvaardbaar is;
- 4. doeltreffende monitoringprocedures voor de kritieke punten vaststellen en toepassen;
- 5. acties bepalen om eventuele tekortkomingen in de controle van een kritiek punt te corrigeren;
- 6. een procedure instellen om periodiek te controleren of de maatregelen 1 tot en met 5 doeltreffend en toereikend zijn;
- 7. gedocumenteerde bewijzen bijhouden van de toepassing van maatregelen 1 tot en met 6.
Wijzigt u de opslag?
- Herzie alle procedures en pas ze indien nodig aan.
Inrichtingen voor de verwerking van dierlijke bijproducten: specifieke voorwaarden
Opgelet
De verwerkingscentra zijn eveneens aan de bovengenoemde gezondheidsvoorschriften onderworpen.
Infrastructuur
Voor de omzetting in compost:
Voor de omzetting in compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners.:
- De composteerinrichting moet beschikken over een gesloten composteerreactor of een gesloten zone die niet overgeslagen kan worden voor dierlijke bijproducten of afgeleide producten die in de inrichting worden binnengebracht. Die inrichting moet uitgerust zijn met:
- apparatuur om de temperatuur te meten als functie van de tijd;
- registreerapparaten om de resultaten van temperatuurcontrolemetingen te controleren;
- een veiligheidssysteem om te voorkomen dat de temperatuur te laag wordt.
In afwijking hiervan kunnen andere composteersystemen worden toegestaan.
Neem contact op met Leefmilieu Brussel op het adres: permit_agr@leefmilieu.brussels.
Bevindt uw composteerinrichting zich in of naast lokalen waar landbouwhuisdieren worden gehouden en composteert u ook andere dierlijke bijproducten dan mest, melk of biest van deze dieren?
- De composteerinrichting moet op een bepaalde afstand liggen van het gebied waar de dieren worden gehouden, opdat ze geen onaanvaardbaar risico zou vormen voor de verspreiding van op mens of dier overdraagbare ziekten.
In ieder geval moet de composteerinstallatie volledig fysiek gescheiden zijn van de dieren, hun voeder en strooisel, indien nodig door een omheining.
Voor de omzetting in biogas:
- De biogasinstallatie moet beschikken over een pasteurisatie-/ontsmettingstoestel dat niet overgeslagen kan worden voor de dierlijke bijproducten waarvan de maximale deeltjesgrootte 12 mm bedraagt alvorens dit toestel binnen te gaan. Die voorwaarde geldt niet voor dierlijke bijproducten van categorie 2. Dat toestel is uitgerust met:
- apparatuur waarmee kan worden bewaakt of de temperatuur van 70° gedurende een uur wordt bereikt;
- registreertoestellen om de resultaten van temperatuurbewakingsmetingen te controleren;
- een veiligheidssysteem om te voorkomen dat de temperatuur te laag wordt.
Goed om te weten
Bij wijze van uitzondering is het pasteurisatie-/ontsmettingstoestel niet verplicht voor biogasinstallaties die alleen worden gebruikt voor de omzetting van:
- a. categorie 2-materiaal dat verwerkt wordt door sterilisatie onder druk;
- b. categorie 3-materiaal dat verwerkt wordt volgens een van de verwerkingsmethoden 1 tot en met 5 of met verwerkingsmethode 7 of, indien het materiaal afkomstig is van waterdieren, volgens een van de verwerkingsmethoden 1 tot en met 7 (zie Bijlage V, hoofdstuk III, punt A van de Verordening (EU) nr. 142/2011);
- c. categorie 3-materiaal dat al in een andere erkende installatie is gepasteuriseerd of ontsmet;
- d. dierlijke bijproducten die de alkalische hydrolyse hebben ondergaan;
- e. bepaalde andere dierlijke bijproducten, mits dit door de bevoegde autoriteit wordt toegestaan (niet-verwerkte mest, eieren, melk, dierlijke bijproducten van waterdieren, gistingsresiduen).
Neem contact op met Leefmilieu Brussel via e-mail.
Voor de verwerking van categorie 1 of 2:
- De ligging van uw installaties moet zo zijn dat tussen ontvangst van de grondstof en verzending van het afgeleide product de absolute scheiding tussen categorie 1- en categorie 2-materiaal gegarandeerd is.
Als een mengsel van categorie 1-materiaal en categorie 2-materiaal wordt omgezet in categorie 1-materiaal, hoeft u de scheiding van categorie 1- en categorie 2-materiaal niet te garanderen.
In het geval van sterilisatie onder druk of andere verwerkingsmethoden:
- Het bedrijf moet een schone en een vuile zone hebben, die goed van elkaar gescheiden moeten zijn.
- De vuile zone moet een overdekte ruimte hebben voor de ontvangst van de dierlijke bijproducten hebben en zo gebouwd zijn dat ze gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten is.
- Andere specifieke voorwaarden zijn van toepassing. Neem contact op met Leefmilieu Brusselvia e-mail.
Welke verwerkingen zijn toegestaan?
- Bijproducten van categorie 2 kunnen worden:
- hergebruikt door meeverbranding
- verwerkt door sterilisatie onder druk
- omgezet in compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners. of biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal., zonder voorafgaande verwerking in het geval van gier
- gebruikt in de bodem zonder voorafgaande transformatie in het geval van gier.
- Bijproducten van categorie 3 kunnen worden:
- hergebruikt door meeverbranding
- omgezet in compost of biogas
- verwerkt door sterilisatie onder druk
- behandeld, dat wil zeggen gesorteerd, versneden, gekoeld, ingevroren, gezouten of ontdaan van huiden
- chemisch verwerkt.
Voor elke andere verwerking neemt u contact op met Leefmilieu Brussel op: permit_agr@leefmilieu.brussels.
Opgelet : Er is een waarschuwing voor de verwerking van keukenafval en etensresten van categorie 3.
Risico's analyseren en kritieke punten controleren: specifieke maatregelen
Bewaart en verwerkt u in uw bedrijf verschillende categorieën dierlijke bijproducten?
- Stel schriftelijke procedures op die gebaseerd zijn op de beginselen van gevarenanalyse en beheersing van de kritische controlepunten en pas ze toe.
Voor de verwerking van dierlijke bijproducten van categorie 3:
- Respecteer de kritische controlepunten (Critical Control Points, CCP) die de intensiteit bepalen van de bij de verwerking toegepaste warmtebehandeling. Die CCP omvatten:
- de deeltjesgrootte van de grondstof;
- de bij de warmtebehandeling bereikte temperatuur;
- de druk, indien op de grondstof uitgeoefend;
- de duur van de warmtebehandeling of het verwerkingsdebiet van een continuprocedé.
- Voor ieder kritisch controlepunt moet u:
- minimumnormen voor het verwerkingsproces specificeren;
- die minimale verwerkingswaarden registreren;
- die registraties ten minste 2 jaar bijhouden.
- In het geval van chemische behandelingen is ook de gerealiseerde pH-bijstelling een kritisch controlepunt.
De verwerking van dierlijke bijproducten
- Verwerk dierlijke bijproducten zo snel mogelijk. Is er materiaal dat de vereiste warmtebehandeling niet heeft ondergaan? Bijvoorbeeld materiaal dat bij het opstarten van het proces is gevallen of uit de kookinstallatie is gelekt ...
- Voer dat materiaal opnieuw in aan het begin van het warmtebehandelingscircuit of
- Verzamel het en onderwerp het aan een nieuwe behandeling of
- Verwijder het als dierlijk bijproduct.
- Houd de toestellen en uitrusting in goede staat.
- Kalibreer meetapparatuur regelmatig. Bewaar de documenten die de data van ijking bewijzen. Verwerkt u door middel van sterilisatie onder druk? Neem contact op met Leefmilieu Brussel via e-mail.
Respecteer de parameters voor de omzetting in compost of biogas
Voor composteer- of biogasinstallaties met een pasteurisatie- of ontsmettingseenheid zijn er gestandaardiseerde parameters:
- Categorie 3-materialen die als grondstof worden gebruikt, moeten aan de volgende minimumvereisten voldoen:
- de maximale deeltjesgrootte vóór het invoeren in de installatie bedraagt 12 mm
- de minimumtemperatuur van al het materiaal in de installatie bedraagt 70°C;
- de minimumtijd dat het materiaal zonder onderbreking in de installatie is bedraagt 60 minuten.
- Representatieve monsters van de gistingsresiduen of de compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners. moeten voldoen aan de volgende normen.
|
Normen voor monsters die worden genomen tijdens de composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. of omzetting of onmiddellijk daarna in de biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal.- of composteerinstallatie |
||||
|
Escherichia coli |
n = 5 |
c = 1 |
m = 1000 |
M = 5000 in 1 g |
|
Enterococcaceae |
n = 5 |
c = 1 |
m = 1000 |
M = 5000 in 1 g |
|
Normen voor monsters die worden genomen tijdens of na de opslag of aan het einde daarvan |
||||
|
Afwezigheid van Salmonella in 25 g |
n = 5 |
c = 0 |
m = 0 |
M = 0 |
|
Betekenis van de gestandaardiseerde omzettingsparameters |
|
|
n |
Aantal te testen monsters. |
|
m |
DrempelwaardeWaarde vanaf welke initiatieven worden genomen. voor het aantal bacteriën. Het resultaat wordt als bevredigend beschouwd als het aantal bacteriën in geen enkel monster groter dan die drempelwaarde is. |
|
M |
Maximumwaarde voor het aantal bacteriën. Het resultaat wordt als onbevredigend beschouwd als het aantal bacteriën in een of meer monsters gelijk aan of groter dan M is. |
|
c |
Aantal monsters waarvoor het aantal bacteriën tussen m en M mag liggen. Het monster wordt als aanvaardbaar beschouwd als het aantal bacteriën in de overige monsters niet groter dan m is. |
- Residuen die niet conform zijn, moeten opnieuw worden gecomposteerd of vergist.
Andere parameters kunnen door Leefmilieu Brussel worden toegelaten als u door middel van een validatieaanvraag kunt aantonen dat ze een adequate vermindering van de biologische risico's garanderen.
Afvalwaterbehandeling: installeer een zeef
- Het is verboden om vast dierlijk materiaal te vermalen, te weken, op enige andere wijze te verwerken of er druk op uit te oefenen om het gemakkelijker door de zeef te voeren.
- Het is verboden om deeltjes van dierlijke bijproducten groter dan 10 mm in het riool te lozen.
- Het is verboden om dierlijke bijproducten, waaronder bloed, melk of afgeleide producten, af te voeren via de afvalwaterstroom.
Voor de verwerking van categorie 1- of 2-materiaal: zeefsysteem
- Om het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. voor te behandelen, moet u uw installatie uitrusten met een zeefsysteem om dierlijk materiaal tegen te houden en op te vangen. Dat geldt voor:
- categorie 1-verwerkingsbedrijven
- ruimten waar gespecificeerd risicomateriaal wordt verwijderd
- slachthuizen
- categorie 2-verwerkingsbedrijven.
- Om de vaste deeltjes in het afvalwater tegen te houden, heeft het zeefsysteem een maaswijdte van maximaal 6 mm.
Bevindt het zeefsysteem zich VOOR de vetvanger?
- Het materiaal dat door de zeef wordt tegengehouden, wordt beschouwd als dierlijke bijproducten van categorie 1 of 2. Laat het ophalen door een geregistreerde inzamelaar van dierlijke bijproducten van categorie 1 of 2.
Bevindt het zeefsysteem zich na de vetvanger?
- De in de vetvanger verzamelde materialen worden beschouwd als dierlijke bijproducten van categorie 1 of 2. Laat de vetvanger leegmaken door een erkende inzamelaar van dierlijke bijproducten van categorie 1 of 2. De materialen die zich na de vetvanger bevinden, worden niet beschouwd als dierlijke bijproducten.
Voor de verwerking van categorie 3-materialen
Een zeef is niet verplicht volgens Verordening (EG) nr. 1069/2009, maar om te voldoen aan de Brusselse wetgeving inzake de lozing van afvalwater (geen deeltjes > 10 mm) moet u een zeef installeren.
Bevindt het zeefsysteem zich VOOR de vetvanger?
- Materialen die door de zeef worden tegengehouden en die zijn afgebroken of verontreinigd door detergenten, biociden of andere chemicaliën, zijn categorie 3-materialen. Ze kunnen samen met andere categorie 3-materialen worden afgevoerd. Bij ontbinding of verontreiniging worden het categorie 2-materialen. Laat ze afvoeren door een erkende of geregistreerde inzamelaar voor die dierlijke bijproducten van categorie 3 of 2.
Materialen die zich in en na de vetvanger hebben verzameld, worden niet beschouwd als dierlijke bijproducten.
Uw installatie heeft geen zeefsysteem of het zeefsysteem bevindt zich na de vetvanger?
- De door de zeef tegengehouden en in de vetvanger verzamelde materialen worden beschouwd als dierlijke bijproducten van categorie 2. Laat de vetvanger leegmaken door een geregistreerde inzamelaar van dierlijke bijproducten van categorie 2.
De materialen die zich na de vetvanger bevinden, worden niet beschouwd als dierlijke bijproducten.
Testinrichtingen voor de verwerking of omzetting van dierlijke bijproducten
Impliceert uw beroepsactiviteit de verwerking van dierlijke bijproducten?
In sommige gevallen hebt u een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning nodig om de doeltreffendheid van de ontsmetting van uw verwerkingsproces te testen of, met andere woorden, om gegevens te verzamelen om uw verwerkingsmethode te valideren en aan te tonen dat uw methode een adequate vermindering van de biologische risico's waarborgt.
Dit deel licht uw verplichtingen toe: voorzorgsmaatregelen die u moet nemen, verplichte controles enz.
Opgelet
Dit type milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning maakt het mogelijk om tests uit te voeren om een nieuwe verwerkingsmethode te definiëren met het oog op het verkrijgen van de in artikel 24 van Verordening (EG) nr. 1069/2009 bedoelde erkenning. Die vergunning wordt dus voor een beperkte periode verkregen. Aan het eind van de testfase moet een nieuwe milieuvergunning worden aangevraagd onder rubriek 41 'Composteer- of biomethanisatieBiomethanisatie is het natuurlijk biologisch proces van afbraak van organisch materiaal bij afwezigheid van zuurstof, waarbij biogas (methaan) en een digestaat (meststof) worden geproduceerd.-inrichting' of 106-2 'Inzamel- en verwerkingsinrichting'. Die tweede vergunning zal worden beschouwd als een erkenning en zal de verwerkingsmethode officieel valideren. Het betreft een erkenning-vergunning.
Is dit op u van toepassing?
Deze voorwaarden zijn op u van toepassing indien u dierlijke bijproducten wilt verwerken volgens een andere methode dan de methoden die door de Europese regelgeving zijn gestandaardiseerd:
- Bijlage IV van Verordening (EU) nr. 142/2011: 'Verwerking'
- Bijlage V van Verordening (EU) nr. 142/2011: 'Omzetting van dierlijke bijproducten en afgeleide producten in biogasBiogas is het gas dat geproduceerd wordt door de fermentatie van organisch dierlijk of plantaardig materiaal. en compostHet natuurlijk proces waarbij organisch materiaal onder gecontroleerde omstandigheden door levende organismen wordt omgezet in humus en voedingsstoffen voor de bodem en zijn bewoners.'
Deze voorwaarden zijn niet op u van toepassing indien:
- U voldoet aan de voorwaarden met betrekking tot de gestandaardiseerde methoden in bijlage IV van Verordening (EU) nr. 142/2011
of
- U beschikt over een validatie van de alternatieve parameters door een bureau dat gespecialiseerd is op dit gebied.
In die gevallen moet u een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning voor rubriek 41 of 106-2 aanvragen.
De voorwaarden naleven: een wettelijke verplichting
Uw testinrichting is een ingedeelde inrichtingTechnische inrichting of activiteit waarvoor een milieuvergunning of een voorafgaande uitbatingsaangifte bij de gemeente nodig is. De lijst van deze inrichtingen wordt door de Brusselse overheid opgesteld. die onderworpen is aan de milieuvergunning:
|
Rubriek 106.3 |
Testinrichtingen voor de verwerking of omzetting van dierlijke bijproducten met inbegrip van hun opslag met het oog op het verkrijgen van de erkenning voorzien in artikel 24 van de Verordening (EG) nr. 1069/2009 |
Klasse 1D |
Als u niet alle voorwaarden van uw milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning naleeft, bent u in overtreding en riskeert u een sanctie.
Waarom deze voorwaarden?
De voorwaarden die in de milieuvergunning worden vastgelegd, hebben tot doel:
- de veiligheid te garanderen;
- overlast en risico's te beperken
- het milieu te beschermen.
Maatregelen voor de beveiliging van de testruimte en goede werkpraktijken
- Zorg voor een losplaats die gescheiden is van de testruimte en opslagzones.
- De vloer van de ontvangstzones voor dierlijke bijproducten moet van hard, glad en ondoorlatend materiaal gemaakt zijn.
- Test uw methode alleen op de dierlijke bijproducten die door uw milieuvergunning zijn toegestaan.
- Test de dierlijke bijproducten zo snel mogelijk nadat ze zijn ingezameld.
- Informeer het personeel over de werkinstructies, met name om het risico op besmetting te beperken.
- Zorg voor een gedetailleerd programma voor het bestrijden van ongedierte zoals insecten, knaagdieren en vogels.
- Zorg voor brandbestrijdingsmiddelen.
- Reinig het materiaal (containers en recipiënten) voordat u het uit de testruimte verwijdert.
- Houd de testruimte schoon en berg de apparatuur aan het einde van elke dag op.
- De exploitant neemt alle maatregelen om overlast voor omwonenden als gevolg van de uitstoot van stof, gas of stank door de activiteit te voorkomen.
- Verbied onbevoegden de toegang tot de opslag- en testruimtes.
Verplichtingen ten aanzien van de geteste materialen
1. De opslag van dierlijke bijproducten
- Het mengsel van dierlijk afval en andere materialen of dierlijk afval van een andere categorie moet als geheel worden beschouwd en behandeld als dierlijk afval van de strengste categorie (categorie 1 is strenger dan categorie 2, die strenger is dan categorie 3).
- De geteste materialen mogen ter plaatse worden opgeslagen zolang de vergunning geldig is. Er moet voldoende ruimte voorzien zijn om die hoeveelheid op te slaan.
- De opslagzones voor dierlijk afval mogen uitsluitend daarvoor worden gebruikt.
2. Verwijdering van de geteste dierlijke bijproducten
- Alle dierlijke bijproducten die de testruimte binnenkomen en verlaten zijn en blijven dierlijke bijproducten. Daarom moeten ze als zodanig worden beheerd.
- Dierlijke bijproducten worden gewogen bij aankomst op de site en, tenzij ze bestemd zijn voor verbranding, worden ze ook gewogen voordat ze worden afgevoerd.
- Het gratis weggeven of verkopen van getest materiaal is verboden.
Gids voor de gegevens die moeten worden verstrekt wanneer alternatieve parameters worden voorgesteld
1. Procedure voor het verkrijgen van de erkenning-vergunning
Zodra de testfase is afgerond, moet u een erkenning-vergunning krijgen om uw bedrijf te exploiteren.
Die aanvraag zal betrekking hebben op een van de volgende rubrieken:
- 41-1A of 41-1B: Composteerinrichting;
- 41-2: Biomethaniseercentrum;
- 106-2: Inzamel- en verwerkingsinrichting voor dierlijke bijproducten;
- 212: Verbrandingsinrichting;
- 219: Verbrandingsinrichting voor niet-gevaarlijk afval.
2. Aanvullende informatie die moet worden verstrekt bij het aanvragen van een erkenning-vergunning
Om een erkenning-vergunning te verkrijgen, moet u Leefmilieu Brussel het bewijs leveren dat de verwerking van de dierlijke bijproducten ervoor zorgt dat het risico voor het milieu en voor de menselijke gezondheid wordt beheerst:
- Rechtvaardiging van de ontwerpkeuzes (inplanting, materialen enz.) en de bestemming (lossen, opslag, testen, schoonmaken enz.) van de verschillende zones van de inrichting;
- Gedetailleerde en volledige beschrijving van het verwerkingsproces (omzettingsparameters: temperatuur, tijd, druk, deeltjesgrootte enz.;)
- Beschrijving van de controleapparatuur en van de methode voor de registratie van die controles;
- Demonstratie van de betrouwbare werking van de controle- en registratieapparatuur;
- Kopie van de attesten van ijking van het materiaal door een keuringsinstantie;
- Beschrijving van de veiligheidssystemen die het goede verloop van de omzetting garanderen;
- Kopie van het contract met het bevoegde laboratorium voor de bemonstering en microbiologische analyses;
- HACCP-risicoanalyseStudie waarin de risico's op een verontreiniging voor de volksgezondheid en het leefmilieu worden beoordeeld. In het raam van bodemonderzoeken kan een dergelijke studie ook worden uitgevoerd om de te nemen bewarende maatregelen en de mate van urgentie voor sanering te bepalen. en procedures voor de controle van de kritische punten, opgesteld door een bevoegde instantie;
- Kopie van de resultaten van de microbiologische analyses.
3. Einde van de afvalstatus
U moet bij uw aanvraag voor een vergunning-erkenning ook een dossier (.docx) meesturen om een 'einde van de afvalstatus' te verkrijgen.
Algemene voorwaarden
Naast de specifieke voorwaarden die op deze pagina worden toegelicht, zijn ook andere algemene voorwaarden van toepassing, zoals:
- Op het vlak van afvalwaterbeheer
- Op het vlak van traceerbaarheid van dierlijke bijproducten
Om te downloaden
Wetgeving
- Ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen
- Besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen.
- Verordening (EG) nr. 1069/2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten
- Verordening (EG) nr. 142/2011 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 1069/2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten
- Verordening (EG) nr. 999/2001 houdende vaststelling van voorschriften inzake preventie, bestrijding en uitroeiing van bepaalde overdraagbare spongiforme encefalopathieën.
Nuttige links
Contact
Hebt u nog vragen over het afvalbeheer in het kader van uw beroepsactiviteit? De facilitator bedrijfsafval staat klaar om u te helpen!