Bioveiligheidsregels voor het gebruik van pathogene en/of genetisch gewijzigde organismen
Op deze pagina worden de wettelijke vereisten uitgelegd voor het werken met ingeperkt gebruik van ggo's of pathogene organismen in lokalen, d.w.z. laboratoria, proefdierverblijven en ziekenhuiskamers. Ze helpt u ook beter de exploitatievoorwaarden te begrijpen van uw toelating voor ingeperkt gebruik.
- Inspectie
- Gezondheid
- Milieuvergunning
- Veiligheid
- Verplichtingen
Ingewikkelde tabellen
Voor uw leesgemak raden wij u aan deze pagina op uw computer te raadplegen
Heeft dit gevolgen voor uw activiteit?
Er zijn gevolgen voor uw activiteit als u een lokaal beheert of werkt in een lokaal waar:
- organismen genetisch gemodificeerd worden;
- ggo's of pathogene organismen worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of op eender welke andere manier gebruikt;
- fysieke barrières of een combinatie van chemische en biologische barrières worden gebruikt om het contact tussen deze ggo’s of pathogenen en de bevolking en het milieu te beperken.
De wetgeving rond geldt voor:
- wetenschappelijke instituten
- universiteiten, faculteiten, hogescholen
- de bijbehorende onderzoeksinstituten en -centra
- ziekenhuizen en klinieken
- klinische laboratoria
- laboratoria voor veterinaire analyses
- laboratoria voor landbouwkundige analyses
- laboratoria voor wateranalyse
- de farmaceutische industrie
- proefdierverblijven
Uw aanvraag indienen voor een milieuvergunning of toelating voor ingeperkt gebruik
- Uw milieuvergunningsaanvraag indienen
- Uw aanvraag indienen voor een toelating voor ingeperkt gebruik
- Hoe moet u uw bioveiligheidsdossier samenstellen en waar kunt u het indienen?
- Stappen in de procedure: 1e en volgend gebruik
- 1e gebruik : stappen in de procedure
- Volgend gebruik: stappen in de procedure
Als u ggo's en/of pathogene organismen gebruikt in uw laboratorium, is dat een ingedeelde inrichting - rubriek 85B - waarvoor u een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning nodig hebt.
Voordat u met de activiteit begint, moet u gelijktijdig over het volgende beschikken:
- een milieuvergunning klasse 1B en
- een toelating voor ingeperkt gebruik.
De toelating voor ingeperkt gebruik is altijd gekoppeld aan een geldige milieuvergunning. Dit wordt steevast gecontroleerd door Leefmilieu Brussel.
Goed om te weten
Leefmilieu Brussel levert zowel de toelating als de milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning af.
Verwar ze niet met de bij Koninklijk Besluit vastgelegde erkenningen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. Die laatste vallen niet onder de bevoegdheid van Leefmilieu Brussel.
Opgelet
Als uw activiteiten beperkt zijn tot het gebruik van niet-genetisch gemodificeerde en niet-pathogene organismen, hoeft u geen toelating voor ingeperkt gebruik aan te vragen.
Uw milieuvergunningsaanvraag indienen
Dien uw milieuvergunningsaanvraag van klasse 1B online in via MyPermit Leefmilieu, het enige kanaal voor uw elektronische indieningen. Het is niet mogelijk om uw aanvraag per e-mail te versturen.
Dankzij MyPermit Leefmilieu kunt u eenvoudig uw volledig dossier samenstellen.
Goed om te weten
Wilt u MyPermit Leefmilieu niet gebruiken om uw milieuvergunningsaanvraag in te dienen?
Dan kunt u de aanvraag op papier indienen door de volgende procedure te volgen:
- Download het formulier over de milieuvergunningen van klasse 1B (.docx) en vul het in.
- Verzamel ook de verplichte bijlagen die bij het formulier moeten worden gevoegd.
- Verstuur het volledig dossier via de post of geef het af aan het loket van:
Leefmilieu Brussel
Thurn & Taxis-site
Afdeling Vergunningen en Partnerschappen
Havenlaan 86C/3000, 1000 Brussel.
Nuttige links
Goed om te weten
Milieuvergunningen worden doorgaans afgeleverd voor een verlengbare periode van 15 jaar. Vergeet niet om uw vergunning te verlengen om te voorkomen dat uw toelating voor ingeperkt gebruik wordt opgeschort.
Uw aanvraag indienen voor een toelating voor ingeperkt gebruik
Wanneer moet u een toelating voor ingeperkt gebruik aanvragen?
- Als u een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning aanvraagt voor het gebruik van ggo's en/of pathogenen in een laboratorium, proefdierverblijf of ziekenhuiskamer.
Opgelet
Controleer of u al een toelating voor ingeperkt gebruik hebt en of deze nog geldig is.
- Als u van plan bent om nieuwe lokalen te betrekken of nieuwe activiteiten start waarbij sprake is van ingeperkt gebruik.
- Als u al een toelating voor ingeperkt gebruik hebt, maar u uw activiteit gewijzigd hebt: u verplaatst uw lokalen, u gebruikt andere organismen, u voert bijkomende analyses uit ...
In dat geval kan Leefmilieu Brussel deze wijzigingen gewoon per brief of per e-mail registreren als de wijziging geen bijkomend risico of significante hinder met zich meebrengt.
Bioveiligheidsdossier
Het ‘bioveiligheidsdossier’ wordt gebruikt om de biologische risico's te beoordelen van al uw vormen van ingeperkt gebruik, ‘activiteiten’ genoemd. Deze beoordeling bepaalt onder andere voor elke activiteit de biologische risicoklasse. Die hangt af van de biologische risicoklasse van de gebruikte organismen en de manier waarop ze worden gebruikt.
Deze beoordeling wordt in detail beschreven
- in bijlage III, deel 1 van het besluit van 8 november (.pdf) (zie p. 7223)
- op de website van de Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie (SBB) van Sciensano
Aan de hand van de risicobeoordeling wordt het ingeperkt gebruik ingedeeld in één van de volgende 4 klassen:
|
Klasse 1
|
Ingeperkt gebruik zonder risico of met verwaarloosbaar risico
|
Erkende organismen en micro-organismen
|
|
Klasse 2 |
Ingeperkt gebruik met laag risico |
Organismen en micro-organismen die bij de mens ziekte kunnen veroorzaken maar waarvoor een profylaxe of efficiënte behandeling bestaat. |
|
Klasse 3 |
Ingeperkt gebruik met matig risico |
Organismen en micro-organismen die bij de mens ernstige ziekte kunnen veroorzaken. Er is een mogelijk risico voor verspreiding in de gemeenschap. Over het algemeen is er een profylaxe of efficiënte behandeling. |
|
Klasse 4 |
Ingeperkt gebruik met hoog risico |
Micro-organismen die bij de mens ernstige ziekte veroorzaken en een ernstig gevaar vormen voor mensen die er rechtstreeks aan worden blootgesteld. Er bestaat meestal geen profylaxe of efficiënte behandeling. |
Om een hoog veiligheidsniveau te garanderen, bepalen de gebruiker en de SBB op basis van de biologische risicoklasse van het ingeperkt gebruik het geschikte inperkingsniveau dat van toepassing is op elk betrokken lokaal, afhankelijk van het gebruik dat ervan wordt gemaakt.
Elk inperkingsniveau wordt gekenmerkt door:
- de inrichting en technische kenmerken van het lokaal
- de veiligheidsuitrusting
- de werkpraktijken
Het doel is om alle maatregelen te nemen om het niveau van blootstelling van de werkplek en van het milieu aan ggo’s en/of pathogene organismen maximaal te beperken.
Er zijn 4 inperkingsniveaus voor:
- laboratoria: van L1 tot L4
- proefdierverblijven: van A1 tot A4
Goed om te weten
Er bestaat in het BHG nog een ander type inrichting: ziekenhuiskamers die gebruikt worden voor klinische studies. Meestal is hun inperkingsniveau HR1, maar het kan ook HR2 zijn.
Goed om te weten
Het BHG telt geen lokalen met inperkingsniveau 4.
Opgelet
Als u de milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning en de toelating voor ingeperkt gebruik samen aanvraagt, zult u de toelating voor ingeperkt gebruik sneller krijgen dan de milieuvergunning. De procedure is veel eenvoudiger en korter. Deze toelating wordt echter pas van kracht nadat u uw milieuvergunning hebt verkregen.
Goed om te weten
Als u een geldige toelating voor ingeperkt gebruik hebt, wordt deze geschorst als er geen milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning is.
Goed om te weten
De toelating voor ingeperkt gebruik wordt meestal verleend voor een periode van 10 jaar. Vergeet niet om tijdig een aanvraag in te dienen voor verlenging van uw activiteit(en) om onderbreking te voorkomen.
Hoe moet u uw bioveiligheidsdossier samenstellen en waar kunt u het indienen?
Afhankelijk van de risicoklasse van uw activiteiten, moet u een technisch dossier en een openbaar dossier samenstellen. Opdat Leefmilieu Brussel en de Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie van Sciensano uw aanvraag snel kunnen analyseren en uw toelating voor ingeperkt gebruik kunnen afleveren, is het belangrijk dat uw dossier zo volledig mogelijk is.
Elk verzoek om aanvullende informatie schorst de procedure op.
- Download de bioveiligheidsformulieren op onze website of op de Belgian Biosafety Server
U kunt ze ook per e-mail of telefoon aanvragen: permit@leefmilieu.brussels of use@sciensano.be.
- Raadpleeg de gebruikershandleiding (.pdf) die u zal helpen uw dossier te vervolledigen.
- Het technisch dossier voor de SBB
Aan de hand van dit dossier kan de technische expert beoordelen of de installaties en inperkingsmaatregelen geschikt zijn voor het beoogde ingeperkt gebruik.
- Geef gedetailleerde - zelfs vertrouwelijke - uitleg over al uw activiteiten met ingeperkt gebruik, inperkingsmaatregelen, laboratoriumpraktijken ... Deze documenten worden nooit openbaar gemaakt.
- Vul voor elke activiteit een formulier in.
- Geef gedetailleerde - zelfs vertrouwelijke - uitleg over al uw activiteiten met ingeperkt gebruik, inperkingsmaatregelen, laboratoriumpraktijken ... Deze documenten worden nooit openbaar gemaakt.
- Het openbare dossier bestaat uit 2 delen: een administratief deel en ‘operationele informatie’
Het bevat administratieve informatie, informatie met betrekking tot afvalbeheer en een samenvatting van het technische dossier. Het is toegankelijk voor het publiek.
Goed om te weten
Goed om te weten Bij een verzoek tot raadpleging door het publiek garandeert Leefmilieu Brussel de naleving van de AVG. Informatie die vertrouwelijk is of de bioveiligheid kan schaden, wordt verborgen.
- Vul in deel 2, ‘operationele informatie’, een formulier in voor elke activiteit.
- Is uw activiteit van risicoklasse 2 ‘large scale’ of 3?
Verstrek alle relevante informatie aan de diensten van de civiele bescherming zodat zij een noodplan kunnen opstellen dat buiten de installaties wordt toegepast bij een ongeval dat een risico kan vormen voor de bevolking en het milieu. Gebruik het specifieke formulier.
- Vergeet niet om plannen bij te voegen met de locatie van uw installaties, inclusief de plaatsen waar uw biologisch afval wordt opgeslagen en geïnactiveerd.
Waar kunt u uw bioveiligheidsdossier indienen? In hoeveel exemplaren?
- Stuur uw volledige bioveiligheidsdossier in één exemplaar tegelijk naar Leefmilieu Brussel en de Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie - zie contactgegevens hieronder.
- Als uw aanvraag van toelating voor ingeperkt gebruik gepaard gaat met een aanvraag van een milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning, heeft Leefmilieu Brussel 4 exemplaren nodig van uw openbaar dossier.
- Stuur ook een elektronische versie van uw dossier naar Leefmilieu Brussel, zoals hieronder wordt uitgelegd.
Hoe kunt u uw dossier indienen?
- U kunt uw dossier op 3 manieren aan Leefmilieu Brussel bezorgen:
- Verzending per gewone post of aangetekend schrijven: zie contactgegevens hieronder.
- Verzending via e-mail: permit-pemv@leefmilieu.brussels.
Respecteer in dit geval de Overeenkomst inzake elektronische communicatie (.pdf). - Overhandiging van het dossier tegen een indieningsbewijs.
Stappen in de procedure: 1e en volgend gebruik
- U vraagt voor het eerst een toelating aan, u vraagt ze aan voor een nieuwe locatie, of uw toelating is verlopen. In die gevallen spreken we van eerste gebruik.
- U hebt al een toelating voor dezelfde of een hogere risicoklasse, maar u wijzigt uw ingeperkt gebruik, u voert een nieuw ingeperkt gebruik in of u doet een aanvraag om een ingeperkt gebruik voort te zetten. In die gevallen spreken we van volgend gebruik.
Opgelet
Als u al een toelating hebt en een nieuwe aanvraag indient voor een risicoklasse die hoger is dan het niveau dat is toegestaan in uw milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning, moet u een wijziging van uw milieuvergunning aanvragen.
1e gebruik : stappen in de procedure
|
|
1. Indienen van de aanvraag | |
|---|---|---|
|
Risicoklasse 1 |
|
|
|
||
|
||
|
||
|
Risicoklasse 2 |
|
|
|
||
|
||
|
||
|
Risicoklasse 3 |
|
|
|
|
|
|
|
||
|
||
|
|
2. Ontvangstbewijs |
|
|---|---|---|
|
Risicoklassen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3. RisicoanalyseStudie waarin de risico's op een verontreiniging voor de volksgezondheid en het leefmilieu worden beoordeeld. In het raam van bodemonderzoeken kan een dergelijke studie ook worden uitgevoerd om de te nemen bewarende maatregelen en de mate van urgentie voor sanering te bepalen. |
|
|---|---|---|
|
Risicoklassen |
De SBB beoordeelt het risico:
|
|
|
|
4. De SBB geeft een advies af bij Leefmilieu Brussel |
|---|---|
|
Risicoklasse |
Binnen 30 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
|
Risicoklasse |
Binnen 30 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
|
Risicoklasse |
Binnen 60 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
|
|
5. Openbaar onderzoek |
|---|---|
|
Risicoklassen |
Het openbare dossier wordt aan een openbaar onderzoek onderworpen, tegelijk met de milieuvergunningsaanvraag. |
|
|
6. Leefmilieu Brussel geeft de vergunning af en neemt het advies van de SBB hierin op. |
|---|---|
|
Risicoklasse |
U ontvangt geen toelating. |
|
Risicoklasse |
Binnen 45 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
|
Risicoklasse |
Binnen 90 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
Volgend gebruik: stappen in de procedure
|
|
1. Indienen van de aanvraag |
|
|---|---|---|
|
Risicoklasse 1 |
|
|
|
||
|
Risicoklasse 2 |
|
|
|
||
|
||
|
||
|
||
|
Risicoklasse 3 |
|
|
|
||
|
||
|
||
|
|
2. Ontvangstbewijs |
|
|---|---|---|
|
Risicoklasse |
U ontvangt geen ontvangstbewijs. |
|
|
Risicoklassen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3. RisicoanalyseStudie waarin de risico's op een verontreiniging voor de volksgezondheid en het leefmilieu worden beoordeeld. In het raam van bodemonderzoeken kan een dergelijke studie ook worden uitgevoerd om de te nemen bewarende maatregelen en de mate van urgentie voor sanering te bepalen. |
|
|---|---|---|
|
Risicoklassen |
De SBB beoordeelt het risico: |
|
|
|
4. De SBB geeft een advies af bij Leefmilieu Brussel |
|
|---|---|---|
|
Risicoklasse 1 |
De SBB bevestigt de risicoklasse voor ingeperkt gebruik van klasse 1 of geeft aan dat het gebruik een ander risiconiveau heeft. |
|
|
Risicoklasse 2 |
Binnen 30 dagen na de ontvangst van uw volledige dossier. |
|
|
Risicoklasse 3 |
|
|
|
|
5. Openbaar onderzoek |
|
|---|---|---|
|
Risicoklassen |
Het openbare dossier wordt aan een openbaar onderzoek onderworpen, tegelijk met de milieuvergunningsaanvraag. |
|
|
|
6. Leefmilieu Brussel geeft de vergunning af en neemt het advies van de SBB hierin op. |
|
|---|---|---|
|
Risicoklasse 1 |
U ontvangt geen toelating. |
|
|
Risicoklasse 2 |
|
|
|
Risicoklasse 3 |
|
|
Opgelet
Leefmilieu Brussel stuurt de afgegeven toelatingen door naar het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente.
Opgelet
Valt de exploitatiesite onder de regelgeving met betrekking tot het bijzonder nood- en interventieplan (BNIP)? Leefmilieu Brussel stuurt het bioveiligheidsdossier en de afgeleverde toelating samen met de plannen door naar het Nationaal Crisiscentrum en naar de hoge ambtenaar van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad (Cel Crisisbeheer).
Opgelet
De in de toelating voor ingeperkt gebruik vastgelegde voorwaarden hebben de volgende doelstellingen:
- een strikte inperking garanderen rond ggo's/pathogenen
- om zo een gevaarlijke contaminatie van het milieu te voorkomen.
Indien u zich niet houdt aan alle voorwaarden bent u in overtreding en kunt u een sanctie krijgen: boete, exploitatieverbod.
Meer weten? Overtredingen inzake milieu en dierenwelzijn
Opgelet
Gebruikers kunnen bij het Milieucollege in beroep gaan tegen afgegeven toelatingen.
Voor een beschrijving van de procedure: Hoe een beslissing inzake milieuvergunningen betwisten?
Opgelet
Na afgifte kunnen de gebruikstoelatingen op schriftelijk verzoek door het brede publiek worden geraadpleegd. Leefmilieu Brussel zorgt er dan voor dat de AVG wordt nageleefd en verbergt alle vertrouwelijke informatie of informatie die de bioveiligheid zou kunnen schaden.
Voor een beschrijving van de procedure: Raadplegen van de afgeleverde vergunningen.
Contact
Leefmilieu Brussel
Afdeling Vergunningen en partnerschappen
Site Thurn & Taxis
Havenlaan 86C/3000
1000 Brussel
Tel.: 02 775 75 75
E-mail: permit-pemv@leefmilieu.brussels
Sciensano
Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie (SBB)
Juliette Wytsmanstraat 14, B-1050 Brussel
Tel: 02 642 52 93
Nuttige links
Zodra u uw toelating hebt: de algemene voorwaarden die u moet naleven
Wanneer u genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen gebruikt in een ingeperkt milieu, moet u enkele formaliteiten in acht nemen.
De bioveiligheidsverantwoordelijke
Ongeacht het inperkingsniveau en de risicoklasse van het ingeperkt gebruik:
- stel een verantwoordelijke aan die opgeleid is in bioveiligheid en die:
- ervoor zorgt dat het betrokken personeel de nodige opleiding krijgt;
- instaat voor het afvalbeheer;
- ervoor zorgt dat passende maatregelen worden genomen bij ongevallen;
- de traceerbaarheid van de gegevens garandeert;
- wijze controleert waarop de ggo's en/of pathogene organismen worden opgeslagen, op hun intern transport en op het desinfecteren van de lokalen;
- de interne inspecties organiseert en eraan deelneemt;
- ervoor zorgt dat de apparatuur wordt onderhouden en gecontroleerd;
- in het algemeen waakt over de bioveiligheid binnen het bedrijf of de inrichting.
Een bioveiligheidscomité?
Leefmilieu Brussel kan eisen dat u een bioveiligheidscomité opricht als onderdeel van uw toelating voor ingeperkt gebruik. Bijvoorbeeld als uw bedrijf uit een groot aantal laboratoria bestaat, die zich op verschillende verdiepingen of in verschillende gebouwen bevinden en gekenmerkt worden door verschillende activiteiten, of als de bioveiligheidsverantwoordelijke niet alle taken die bij haar of zijn rol horen alleen kan uitvoeren.
Het bioveiligheidscomité:
- begeleidt de gebruikers;
- houdt toezicht op het opstellen van de bioveiligheidsdossiers;
- bepaalt de compatibiliteit tussen de verschillende projecten;
- garandeert de bioveiligheid van de verschillende ingeperkte gebruiken die in uw bedrijf plaatsvinden.
Wie zit er in het bioveiligheidscomité?
- een voorzitter benoemd door de leden van het comité
- directievertegenwoordigers die verantwoordelijk zijn voor het ingeperkt gebruik of de verantwoordelijke gebruikers
- een vertegenwoordiger van het betrokken personeel
- de bioveiligheidsverantwoordelijke
- een lid dat waar nodig optreedt als verbindingspersoon met het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk
- gecoöpteerde leden wanneer specifieke kennis vereist is
Bioveiligheidshandleiding
Ongeacht het inperkingsniveau is het verplicht om over schriftelijke instructies over de bioveiligheidsprocedures te beschikken. De bioveiligheidshandleiding is bedoeld voor het wetenschappelijk personeel (onderzoekers, laboratoriumtechnologen) die in de laboratoria werken. Ze voorziet hen van richtlijnen en procedures om veilig te werken door het risico van blootstelling aan biologische gevaren te verminderen of te elimineren. Het personeel moet:
- deze instructies kennen;
- gewaarschuwd zijn voor de specifieke risico's waaraan het blootstaat;
- weten wat te doen bij een ongeval in het laboratorium.
Nuttige links
Op de website van de Belgian Biosafety Server vindt u een leidraad om u te helpen bij het opstellen van uw Bioveiligheidshandleiding (.pdf).
Het jaarverslag
Controleer regelmatig uw inperkingsmaatregelen. Ga na of ze nog steeds geschikt zijn voor uw activiteiten. Als nieuwe informatie beschikbaar wordt of als wijzigingen worden aangebracht aan uw activiteiten of lokalen die van invloed kunnen zijn op uw inperkingsmaatregelen, moet u
- ofwel deze wijzigingen aan Leefmilieu Brussel meedelen in een jaarverslag over het voorbije jaar en dat vóór eind februari van het volgende jaar, via en elektronische verzending;
- ofwel bij Leefmilieu Brussel een dossier voor volgend gebruik indienen.
Het controleregister van uw installaties
Neem het volgende op in een register:
- de inspectierapporten van de beschermingsmiddelen
- de inventaris van alle genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen die in het laboratorium gebruikt en opgeslagen worden
- de gebruiksaanwijzing van de ontsmettingsmiddelen
Technische inperkingsvoorwaarden
De inperkingsvoorwaarden die worden opgelegd in toelatingen voor ingeperkt gebruik zijn gebaseerd op de risicobeoordeling die de SBB geval per geval uitvoert. Ze houden rekening met de specifieke kenmerken van elke activiteit. Ze komen in grote lijnen overeen met de referentiedocumenten die de Dienst Bioveiligheid en Biotechnologie gebruikt. Die documenten zijn beschikbaar op de Belgian Biosafety Server.
Laboratorium van niveau L2: uw verplichtingen
Uw laboratorium voor ingeperkt gebruik van niveau L2: toegang en inrichting
- De toegangsdeuren tot het laboratorium:
- kunnen worden vergrendeld als de gang of de zone zonder beperking toegankelijk is;
- hebben een automatisch sluitsysteem als ze rechtstreeks toegang geven tot een openbare plaats.
- De volgende tekens zijn aangebracht op de toegangsdeuren:
- het pictogram ‘biologisch gevaar’
- het inperkingsniveau
- de gegevens van de laboratoriumverantwoordelijke
- Alleen personen die gemachtigd zijn door de verantwoordelijke en op de hoogte zijn van de mogelijke risico's, mogen het laboratorium betreden.
- Voor de beschermende kleding van het personeel zijn vestiaires of kapstokken ter beschikking. Beschermende kleding en gewone kleding komen niet met elkaar in contact.
- Laboratoriumuitrusting
- Het meubilair is ontworpen om het schoonmaken en het bestrijden van insecten en knaagdieren te vergemakkelijken;
- De werktafels zijn gemakkelijk te reinigen, waterdicht en bestand tegen de gebruikte zure of alkalische stoffen, organische oplosmiddelen, ontsmettings- en decontaminatiemiddelen;
- Het pictogram ‘biologisch gevaar’ is aangebracht op incubatoren, koelkasten, vriezers (ook voor cryopreservatie) met vloeibare stikstof die biologisch materiaal van klasse 2 of hoger bevatten.
- Er is een wastafel waar het personeel de handen kan wassen en ontsmetten.
Veiligheidsuitrusting
- Als het lokaal beschikt over een microbiologische veiligheidskast van klasse I of II dat voldoet aan de norm EN12469:
- plaats deze uit de buurt van deuren, ramen, luchtinlaat- en luchtuitlaatroosters en plaatsen waar veel mensen voorbijkomen;
- installeer de kast zodanig dat het evenwicht van de luchtstromen in het werkgebied niet wordt verstoord;
- laat hem controleren en certificeren bij de plaatsing, na elke verplaatsing en minstens één keer per jaar.
- De gebruikte centrifuges zijn toegankelijk in de laboratoria. Zo niet, dan moeten de rotors of buisjes verzegeld worden.
- Er is een autoclaaf beschikbaar in een lokaal dicht bij het laboratorium als u afval en/of biologische resten wilt inactiveren door middel van stoomsterilisatie.
Goede werkpraktijken
- Het personeel
- is opgeleid over veiligheidsaspecten, met regelmatige follow-up en bijscholing;
- draagt beschermende kleding die alleen in het laboratorium gedragen mag worden;
- heeft handschoenen ter beschikking;
- wast de handen alvorens het laboratorium te verlaten voor een andere activiteit en zo vaak als nodig is;
- weet welk type ontsmettingsmiddel te gebruiken, kent de concentratie, de gebruiksaanwijzing en de contacttijd.
- Gebruik de aanwezige veiligheidsuitrusting en de juiste werkwijze om spatten en aerosolvorming tot een minimum te beperken en de verspreiding ervan tegen te gaan.
- Gebruik mechanische pipetteerapparaten. Het is verboden om met de mond te pipetteren.
- Isoleer de genetisch gemodificeerde of pathogene (micro-)organismen in gesloten systemen (buizen, dozen ...) wanneer ze niet gebruikt worden.
- Ontsmet werkoppervlakken met een geschikt ontsmettingsmiddel na elk gebruik en wanneer biologisch materiaal is gemorst.
- Doe de ramen dicht tijdens de experimenten.
- Zorg voor een effectief insecten- en knaagdierbestrijdingsprogramma. In het laboratorium mogen geen dieren rondlopen.
- Inspecteer regelmatig de controlemaatregelen en de beschermende uitrusting.
Opgelet
In het laboratorium is het verboden om:
- te eten, drinken, roken;
- contactlenzen aan te raken;
- cosmetica te gebruiken;
- voeding voor menselijke consumptie op te slaan.
Laboratoria van niveau L3: uw verplichtingen
Uw laboratorium voor ingeperkt gebruik: toegang en inrichting
Strikte toegangscontrole
- Alleen personen die gemachtigd zijn door de verantwoordelijke en op de hoogte zijn van de mogelijke risico's, mogen het laboratorium betreden: voer een controlesysteem in.
- Plaats op de toegangsdeur een lijst met personen die toegang hebben tot de ingeperkte ruimte.
- Een manometer die zichtbaar is bij de ingang geeft de negatieve luchtdruk in het lab aan.
- Bij een technische storing gaat er een alarm af of geeft een lampje aan dat de toegang tot het laboratorium verboden is.
Toegang via een luchtsluis
- Het laboratorium wordt betreden via een luchtsluis.
- De toegangsdeur kan worden vergrendeld en gecontroleerd via een elektronisch systeem of gelijkwaardig. Beide deuren zijn uitgerust met een automatisch sluitsysteem dat voorkomt dat de toegangsdeur en de laboratoriumdeur tegelijkertijd geopend worden. Bijvoorbeeld dankzij een ‘interlocksysteem’.
- De ingang van de luchtsluis - de schone zone - wordt gebruikt als kleedkamer.
- De tweede zone - de vuile zone - bevindt zich net voor de ingang van het ingeperkte gedeelte van het laboratorium. Gebruikers dragen er geschikte beschermende kleding. Het omvat een niet-handbediende wasbak voor het wassen en ontsmetten van handen.
- Het dragen van handschoenen is verplicht.
Opgelet
Beschermende kleding die specifiek is voor de ingeperkte ruimte mag niet buiten de ruimte worden gedragen. Deze kleding wordt ontsmet voordat ze de ingeperkte ruimte verlaat om te worden gewassen of weggegooid.
Uw lokaal: hermetisch dicht en sterk beveiligd
- De ramen zijn hermetisch afgesloten.
- Het lokaal - inclusief apparatuur en luchtkanalen - kan worden afgedicht om ontsmetting met een gasvormige stof mogelijk te maken.
- De vloeistoftoevoerleidingen zijn uitgerust met terugstroombeveiligingen.
- þHet laboratorium beschikt over een automatisch systeem voor branddetectie en -alarm.
- Via een kijkvenster of gelijkwaardig systeem is het mogelijk om de gebruikers van buiten het laboratorium te zien.
- De ingeperkte ruimte heeft een intercom, telefoon of ander systeem om met de buitenwereld te communiceren.
Ventilatie met luchtfiltering
- Ventileer de ingeperkte zone altijd gescheiden van de andere ruimtes.
- Ventileer de gecontroleerde zone vaak genoeg om besmetting van de lucht tot een minimum te beperken. Er zijn geen regels voor de luchtverversingssnelheid. We raden aan de lucht te verversen met een snelheid van 8 tot 10 volumes per uur.
Negatieve luchtdruk
- Handhaaf in de ingeperkte werkzone te allen tijde een negatieve luchtdruk. Dit voorkomt de overdracht van besmetting van binnen naar buiten.
- Een mechanisch ventilatiesysteem creëert en handhaaft de negatieve druk. Het zorgt voor een dynamische luchttoevoer en -afvoer.
- Een manometer controleert de negatieve luchtdruk.
- Als het ventilatiesysteem uitvalt, treedt een alarmsysteem in werking.
Goed om te weten
Verwar negatieve druk niet met de overdruk die bijvoorbeeld wordt toegepast in de ‘clean rooms’ van farmaceutische bedrijven. Die zijn net bedoeld om besmetting van producten of monsters van buitenaf te voorkomen.
Goed om te weten
Hoewel er normen bestaan, zijn er geen regels die bepalen welke negatieve druk gehandhaafd moet worden. Goede praktijken voorzien een negatieve druk tussen -20 en -50 Pa. De regelgeving voor HIV-referentielaboratoria vereist -10 Pa in de luchtsluis en -30 Pa in het laboratorium om een drukverschil tussen de ruimtes te garanderen.
Luchtfiltering
- Het toevoersysteem is onafhankelijk van dat van de aangrenzende zones. Als dat niet het geval is, plaats dan een HEPA-filter (High Efficiency Particulate Air), of kleppen die voorkomen dat lucht wordt teruggeblazen.
- Het luchtafvoersysteem is onafhankelijk van dat van de aangrenzende zones. Zo niet, installeer dan een tweede HEPA-filter.
Goed om te weten
HEPA-filters - of absoluutfilters - bestaan uit een dikke laag cellulosevezels die in de lucht zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt. opvangen. Ze houden minstens 99,999% van de deeltjes tot 0,3 µm tegen en meer voor grotere deeltjes. De meeste bacteriën hebben een diameter > 0,3 µm en virussen < 0,3 µm.
Opgelet
Tenzij bij het afvoerpunt een tweede HEPA-filter geïnstalleerd is, mag de afgevoerde en HEPA-gefilterde lucht uit het laboratorium nooit opnieuw in het gebouw of in naburige gebouwen worden gebracht, noch in de buurt van luchtopeningen of lokalen die in verbinding staan met de buitenlucht.
- Ontsmet HEPA-filters voordat u ze vervangt en volg de regels die door de installateur zijn opgegeven. Gooi ze weg na gebruik.
- Installeer kleppen op de leidingen van de toevoer- en afzuigsystemen.
- Installeer een autonoom elektrisch systeem om ten minste het ventilatiesysteem te voeden in het geval van een storing.
- Zorg ervoor dat het luchttoevoersysteem wordt gestuurd door het afzuigsysteem - d.w.z. dat het een terugkoppelingslus heeft met een sensor die het instelpunt van de toevoer vergelijkt met de afzuigmeting, om een correctie uit te voeren. Een dergelijke sturing garandeert een correcte regeling en voorkomt overdruk bij een evacuatiestoring.
Veiligheidsuitrusting
Specifieke apparatuur is voorbehouden voor het laboratorium.
- Er is een microbiologische veiligheidskast van klasse I of II beschikbaar voor manipulaties in open fase die risico's met zich meebrengen of waarbij waarschijnlijk infectieuze aerosolen vrijkomen.
- Een autoclaaf, bij voorkeur met dubbele opening, is toegankelijk in de ingeperkte zone. Als de autoclaaf zich buiten de ingeperkte zone bevindt, zorg dan voor een gevalideerde procedure voor het veilig overbrengen van het materiaal naar de autoclaaf.
- Het biologische materiaal wordt gecentrifugeerd in centrifuges die toegankelijk zijn in de ingeperkte zone. Het materiaal wordt in waterdichte buisjes in rotors of pods met een hermetisch sluitsysteem geplaatst – ‘veiligheidscups’ - die in geval van breuk of barsten van de buisjes de aerosolen tegenhouden.
- Als u een vacuüminstallatie gebruikt, moet die uitgerust zijn met een HEPA-filter.
Onderhoud en controle van uw installaties
- Dichtheid van het laboratorium: laat dit elke 5 jaar testen door een gespecialiseerd bedrijf.
- De HEPA-filters:
- laat ze minstens één keer per jaar valideren door een gespecialiseerde instantie;
- plaats ze in hermetisch afgesloten kisten die ontsmet kunnen worden en zorg ervoor dat niemand erbij kan;
- vervang ze als ze beschadigd zijn, als ze onvolmaaktheden vertonen en als hun luchtweerstand te hoog is om de vereiste stromingen en drukken in stand te houden.
- De microbiologische veiligheidskast: laat deze valideren door een bevoegde instantie bij de ingebruikname, na elke verplaatsing en ten minste eenmaal per jaar.
Let vooral op de snelheid van de luchtstroom, de integriteit van de filters, de dichtheid van kritieke onderdelen en het hydraulische schema.
- De autoclaaf: laat de veiligheidsvoorzieningen en de verwarmings- en regelapparatuur onderzoeken, reinigen en onderhouden door een erkende instantie.
- Stoomgeneratoren - autoclaaf ≥ 25 l: worden onderworpen aan twee inspecties door een erkende instantie:
- een interne inspectie, waarvan de frequentie afhangt van het type apparaat
- een externe inspectie, minimaal één keer per jaar.
Goed om te weten
Gebruikt u een autoclaaf om afval van het ingeperkt gebruik van GGO's en/of pathogenen te inactiveren? Het proces moet gevalideerd zijn.
Nuttige links
Proefdierverblijven van niveau A2: uw verplichtingen
Uw proefdierverblijf van niveau A2: toegang en inrichting
Strikte toegangscontrole
- Alleen door de verantwoordelijke gemachtigde personen die op de hoogte zijn van de mogelijke risico's, krijgen toegang tot het proefdierverblijf.
- Levering en plaatsing van een toegangscontrolesysteem voor het proefdierverblijf.
- Plaats op de toegangsdeur:
- de lijst van de personen met toegangsrecht
- de criteria voor de toegang tot de ingeperkte zone
Toegang via een luchtsluis
- Het proefdierverblijf wordt betreden via een luchtsluis.
- Beide deuren zijn uitgerust met een automatisch sluitsysteem dat voorkomt dat de toegangsdeur en de deur van het proefdierverblijf tegelijkertijd geopend worden. Bijvoorbeeld dankzij een ‘interlocksysteem’.
- De ingang van de luchtsluis dient als kleedkamer, zodat gebruikers beschermende kleding kunnen aantrekken die specifiek is voor de ingeperkte zone.
Inrichting van het lokaal
- Via een kijkvenster of gelijkwaardig systeem kunnen de aanwezige gebruikers van buitenaf worden gezien.
- Het gebouw is ontworpen om te voorkomen dat dieren per ongeluk ontsnappen.
- Het proefdierverblijf heeft:
- een apart lokaal voor het opbergen van schone kooien, voer en strooisel;
- een wasvoorziening voor de kooien.
- Installeer een niet-handbediende wasbak om de handen te kunnen wassen en ontsmetten alvorens de ruimte te verlaten.
- De oppervlakken zijn bestand tegen ontsmettingsmiddelen, waterdicht en gemakkelijk schoon te maken.
Goede werkpraktijken
- Houdt de dieren in kooien of gelijkwaardige aangepaste inperkingsinstallaties.
- Isoleer de dieren die betrokken zijn bij de proefnemingen in een aparte ruimte.
- Zet een ontsmettingssysteem op - begassing of ontsmettingsbad - voor uitgaande apparatuur.
- Ventileer. Zorg voor voldoende ventilatie die de omgeving niet verstoort.
Hoewel er geen voorschriften zijn voor de ventilatie van de lokalen, raden we sterk aan om 10 tot 12 luchtvolumes per uur te verversen.
Beheer uw afval en afvalwater
Als u in een microbiologisch laboratorium werkt en afval uit ingeperkt gebruik van ggo’s en/of pathogenen genereert, bent u daar verantwoordelijk voor, van zodra het ontstaat en totdat het definitief verwijderd wordt. U moet uw afval en afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. zodanig inactiveren en/of verwijderen dat het geen gevaar meer oplevert voor de menselijke gezondheid en het milieu.