Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit

Vanwege de bewezen impact op onze gezondheid en het milieu blijft luchtvervuiling een belangrijke bezorgdheid. In Brussel is de luchtkwaliteit de afgelopen jaren sterk verbeterd, maar er blijft nog werk aan de winkel.
  • Lucht
  • Vervuiling
  • Gezondheid
  • Het milieu: stand van zaken
  • Metingen
  • Wetgeving
1 september 2026

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Milieuplannen
  • Emissies van verontreinigende stoffen
  • Kwaliteit van de buitenlucht: blootstelling en gezondheidseffecten

Milieubeheer

  • Hoe evolueert de luchtkwaliteit in Brussel?
  • Blootstelling aan pesticiden en gevaarlijke producten: risico's voorkomen en ingrijpen
  • Luchtvervuiling en benzinestations

Diensten en aanvragen

  • Hoe een beslissing inzake milieuvergunningen betwisten?
  • Hoe uw milieuvergunningsaanvraag voorbereiden?
  • Wat zijn uw verplichtingen zodra u een milieuvergunning in handen hebt?

Regelgeving en inspectie

  • Codes van goede praktijk voor het onderzoek en de behandeling van vervuilde bodems
  • Welke wetgeving bestaat er in verband met de bodem?
  • Hoe verloopt het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in privéruimten?

Regionaal beleid

  • Ozon- en hitteplan
  • PFAS in het water en de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • Welke impact hebben grotere en zwaardere wagens in het Brussels Gewest en welke maatregelen zijn mogelijk?

Diensten en aanvragen

  • Veroorzaakt de vervuilde lucht in uw woning gezondheidsproblemen? Doe een beroep op de diensten van de RCIB

Inhoud

  • Luchtkwaliteit: concentratie van stikstofdioxide (NO2)
  • Luchtkwaliteit: concentratie van troposferisch ozon (O3)
  • Luchtkwaliteit: concentratie van fijne deeltjes (PM10)
  • Luchtkwaliteit: concentratie van zeer fijne deeltjes (PM2.5)
  • Luchtkwaliteit: vervuilingspieken (oude wetgeving)
  • Luchtkwaliteit: verontreinigingspieken (volgens de sinds eind 2018 geldende wetgeving)
  • Historiek van de luchtvervuiling in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest
  • COVID-19 – Wat waren de effecten van de eerste lockdown op de luchtkwaliteit?

Luchtkwaliteit: concentratie van stikstofdioxide (NO2)

Indicator - Actualisering: september 2025 

De gemiddelde gemeten NO2 concentratie wordt beïnvloed door de nabijheid van de voornaamste emissiebronnen, zoals het verkeer. In 2024 voldeden alle stations die die in aanmerking werden genomen bij de beoordeling van de naleving van de luchtkwaliteitsnormen aan de Europese grenswaarden (op jaarbasis en per uur), maar niet aan de door de WHO aanbevolen drempelwaarden. De jaarlijkse grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. voor 2030 wordt slechts gedeeltelijk gehaald. 

Context 

Stikstofdioxide (NO2) is schadelijk voor de gezondheid (impact op de luchtwegen) en voor het milieu (draagt bij tot de vorming van ozon en secundaire partikels, en tot verzuringVerzuring is het gevolg van stoffen die door chemische reacties zuur vormen in lucht, bodem of water. Ze wordt veroorzaakt door luchtverontreiniging.). De concentratie in de atmosfeer hangt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voornamelijk samen met de stikstofoxide-uitstoot door de verbrandingsprocessen in verband met wegverkeer en de verwarming van gebouwen. 

Europese normen en richtwaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) 

Ter bescherming van de volksgezondheid bepaalt de Europese richtlijn 2008/50/EG dat de gemiddelde NO2-concentraties vanaf 2010 op jaarbasis niet meer mogen bedragen dan 40 µg/m3. Met Richtlijn 2024/2881/EG, aangenomen in oktober 2024, heeft de EU een nieuwe grenswaarde van 20 µg/m³ vastgesteld, die vanaf 2030 van toepassing is. De WHO beveelt sinds 2021 een gemiddelde jaarlijkse NO2-concentratie van 10 µg/m³ aan. Er zij op gewezen dat bij de vaststelling van de door de WHO aanbevolen waarden uitsluitend rekening wordt gehouden met de gevolgen van de luchtverontreiniging voor de gezondheid, en niet met de sociaaleconomische haalbaarheid van de naleving van de drempelwaarden (in tegenstelling tot de Europese normen). 

Evolutie van de jaargemiddelde NO2-concentraties 

In het Brussels Gewest zijn er 13 stations van het telemetrisch netwerk voor de luchtkwaliteit die continu NO2 meten. Onze indicator gebruikt de meetgegevens van de meetpost in St-Jans-Molenbeek (code 41R001) die representatief is voor een stedelijk milieu dat matig beïnvloed wordt door het wegverkeer. Dit station is representatief voor de vervuilingsniveaus waaraan de meeste Brusselaars worden blootgesteld. 

De concentratie stikstofdioxide in de lucht daalt en ligt sinds 2014 onder de Europese norm in het station Sint-Jans-Molenbeek

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit

 

Grafiek: De concentratie stikstofdioxide in de lucht daalt en ligt sinds 2014 onder de Europese norm in het station Sint-Jans-Molenbeek

Lees de transcriptietekst

De jaarlijkse concentratie is gedaald van 64µg/m³ in 1989 tot 20 in 2024. Het ligt sinds 2014 onder de jaarlijkse grenswaarde van 40 µg/m³.

Tot 2013 blijven de jaargemiddelde NO2-concentraties in de meetpost van St-Jans-Molenbeek relatief stabiel en liggen ze, op enkele uitzonderingen na, boven de grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. van het jaargemiddelde. Vanaf 2014 respecteert de gemiddelde jaarlijkse concentratie de jaarlijkse grenswaarde in deze meetpost. De gemeten waarden zijn immers sinds 2005 gedaald. 

De duidelijke daling van de gemiddelde NO2-concentratie in het jaar 2020 kan in verband worden gebracht met de maatregelen die in het kader van de COVID-19-pandemie zijn genomen. 

In de andere stations van het meetnet lag de jaargemiddelde NO2-concentratie in 2024 tussen 11 en 32 µg/m³. De hoogste NO2-concentraties werden waargenomen in de stations van Regent (41REG1), Kunst-Wet (41B001) en Charles Buls (41BUL1), drie stedelijke stations gelegen aan de Kleine Ring met zeer sterke verkeersinvloeden.

Goed om te weten

In 2024 voldeden alle stations die bij de beoordeling van de naleving van de luchtkwaliteitsnormen in beschouwing werden genomen aan de Europese grenswaarden (op jaarbasis en per uur). De meetstations met zeer weinig, weinig of matige verkeersinvloed (5 van de 13 stations) voldeden al aan de jaargrenswaarde voor 2030. Aan de andere kant overschreden alle stations de WHO-richtwaarden voor jaargemiddelden.

Naast de jaargemiddelden bevatten de Europese richtlijnen en de aanbevelingen van de WHO ook doelstellingen voor de gemiddelde dag- en uurconcentraties. De in 2024 gemeten concentraties overschrijden een paar van deze doelstellingen;  de details per meetstation worden weergegeven in onderstaande figuur. Voor meer informatie over de gemeten concentraties in de verschillende stations van het Gewest, raadpleeg het Rapport 2024 over de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

NO2 concentraties in 2024: overzicht

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium Luchtkwaliteit
Opmerking: elk meetstation wordt weergegeven door een groene stip als het de doelstelling bereikt en door een rode stip als het de doelstelling overschrijdt. Een enkele overschrijding door één station leidt ertoe dat de doelstelling niet wordt gehaald voor het Gewest.
Grafiek: NO2 concentraties in 2024: overzicht

Lees de transcriptietekst

In 2024 werden de jaarlijkse en uurlijkse grenswaarden voor NO2-concentraties in alle meetstations van het Gewest gehaald.

Wat de toekomstige doelstellingen voor 2030 betreft, werd de jaarlijkse grenswaarde in 7 van de 13 stations nageleefd, de dagelijkse grenswaarde in 12 van de 13 stations en de uurlijkse grenswaarde in alle stations.

Ten slotte werden de aanbevelingen van de WHO voor de jaarlijkse en dagelijkse concentraties in alle stations overschreden, terwijl de aanbeveling voor het uurgemiddelde in alle stations behalve één werd bereikt.

Oorsprong van NO2 

De concentraties die in het Gewest worden gemeten, zijn afkomstig van verschillende bronnen:

  • De rurale achtergrondvervuiling, zoals gemeten in de Ardennen, als gevolg van het transport van verontreinigende stoffen over zeer lange afstanden en zonder directe invloed van bronnen;
  • de stedelijke achtergrondvervuiling, gemeten in stations aan de periferie van het Gewest, die overeenkomt met de achtergrondconcentratie ver van stedelijke bronnen;
  • de “stadcentrum” achtergrondvervuiling, die doorgaans wordt gemeten in centrale zones van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zonder directe invloed van het verkeer. In vergelijking met de stedelijke achtergrondverontreiniging wordt deze gekenmerkt door een extra component die verband houdt met de dichtere stedelijke structuur (exclusief verkeer);
  • de bijdrage van het verkeer die bovenop de achtergrondvervuiling (ruraal, stedelijk of “stadcentrum”) komt en die varieert naargelang de lokale omvang van de verkeersemissies.

Hoe wordt de bijdrage van elke bron ingeschat?

De bijdrage van elke bron wordt berekend op basis van de volgende stations. Elke bijdrage wordt bepaald door het verschil tussen de gemiddelde jaarlijkse concentratie in zijn referentiestation en het totaal van de voorafgaande bijdragen:

  • Rurale achtergrond: 43N085 (Vielsalm) – een achtergrondstation in de Ardennen, ver verwijderd van elke emissiebron. Dit is het station met de laagste gemiddelde NO2-concentraties in België. Het is representatief voor de verontreiniging door vervoer over zeer lange afstanden, die op het hele nationale grondgebied voorkomt.
  • Stedelijke achtergrond: 41R012 (Ukkel) en 41B011 (Sint-Agatha-Berchem) – twee stations gelegen in de stedelijke periferie en zeer weinig blootgesteld aan directe bronnen. De stedelijke achtergrond wordt berekend op basis van de laagste gemiddelde jaarlijkse concentratie van deze twee stations.
  • Achtergrond “stadscentrum”: 41B004 (Sint-Katelijne) – een station in het centrum van de stad met een matige invloed van verkeer, karakteristiek voor een dichtbevolkte stedelijke omgeving en representatief voor de blootstelling aan NO2 van de meeste Brusselaars.
  • Verkeer: 41REG1 (Regent) – een station gelegen aan de kleine ring, dat een zeer sterke invloed van het verkeer ondervindt. Dit is het station van het Brusselse netwerk met de hoogste gemiddelde NO2-concentraties in 2024.

NO2-concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden sterk beïnvloed door lokale bronnen

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium Luchtkwaliteit
Grafiek: NO2-concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden sterk beïnvloed door lokale bronnen

Lees de transcriptietekst

In alle meetstations van het Gewest omvatten de waargenomen NO2-concentraties 3 µg/m³ als gevolg van de rurale achtergrond en 8 µg/m³ als gevolg van de stedelijke achtergrond. Afhankelijk van de meetomgeving van het station kunnen ze ook tot 9 µg/m³ omvatten als gevolg van de densiteit van het stedelijk netwerk, en tot 12 µg/m³ als gevolg van de directe invloed van het verkeer.

De hoogste NO2-concentraties gemeten in de Gewest in 2024 zijn dus voornamelijk te wijten aan lokale bronnen: op de kleine ring bijvoorbeeld zijn ze voor 38% afkomstig van de directe invloed van het verkeer en voor 28% van andere lokale bronnen die karakteristiek zijn voor een dicht stedelijk milieu (zie de indicator “Voornaamste emissies van luchtverontreinigende stoffen” voor meer informatie). Slechts 34% is afkomstig van achtergrondvervuiling die in het hele Gewest voorkomt (stedelijke en rurale achtergrondvervuiling). Het relatieve belang van deze verschillende bijdragen varieert echter sterk afhankelijk van de omgeving waarin het meetstation is gelegen. 

Het secundaire meetnetwerk 

Ter herinnering: de hierboven gepresenteerde resultaten zijn afkomstig van het “primaire” telemetrische referentiemeetnetwerk, dat de luchtkwaliteit in reële tijd controleert. De metingen van dit netwerk, die aan strenge criteria moeten voldoen, worden gebruikt voor de rapportage aan de Europese Unie. Daarnaast heeft het Gewest sinds 2023 in samenwerking met BRAL een secundair meetnetwerk opgezet. Dit netwerk is nog in evolutie en telt momenteel 29 meetpunten, die specifiek zijn geselecteerd uit de locaties die het meest blootgesteld zijn aan NO2. Het doel ervan is om een nauwlettender toezicht te verzekeren in de meest vervuilde zones van het Gewest. Dit netwerk bestaat uit passieve buizen, die tweemaal per maand worden gelezen en in het laboratorium worden geanalyseerd. Deze methode maakt het mogelijk om op een groot aantal locaties metingen te verrichten, met een kwaliteit die voldoende is om een indicatie te krijgen van het vervuilingsniveau op deze locaties. Daarentegen biedt deze methode geen gegevens op kortere termijn en maakt ze geen realtime monitoring of rapportage aan de EU mogelijk.  

De eerste resultaten tonen de gemiddelde jaarlijkse concentraties over de periode juni 2023 - juni 2024.  

NO2-concentraties nog steeds te hoog op meerdere plaatsen in de hoofdstad

Gemiddelde NO2-concentraties in de periode juni 2023 - juni 2024, in µg/m³
Bron: BRAL & Leefmilieu Brussel
Grafiek: NO2-concentraties nog steeds te hoog op meerdere plaatsen in de hoofdstad

Lees de transcriptietekst

De jaarlijkse concentratie is gedaald van 64µg/m³ in 1989 tot 20 in 2024. Het ligt sinds 2014 onder de jaarlijkse grenswaarde van 40 µg/m³.

Alle meetpunten overschrijden de toekomstige Europese grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. voor 2030 van 20 µg/m³ als jaargemiddelde. Ter herinnering: dit geldt ook voor alle meetstations van het telemetrische referentienetwerk die sterk en zeer sterk worden beïnvloed door het wegverkeer.

Daarnaast overschrijden vier meetstations van het secundaire netwerk ook de actuele Europese grenswaarde van 40 µg/m³. De hoogste meetwaarden, die werden geregistreerd op Gulden-Vlieslaan (51 µg/m³), moeten wat worden gerelativeerd gezien de locatie van de meetapparatuur en het feit dat deze weinig representatief is voor de blootstelling van het publiek. Voor de drie andere punten blijven de concentraties boven de aanvaardbare waarden. Dit kan te wijten zijn aan een zeer hoge blootstelling aan verkeersemissies (Vlaamsepoort: 46 µg/m³; Sainctelette: 40 µg/m³) of aan de kenmerken van de meetomgeving (Piersstraat: 46 µg/m³, gelegen in een ‘canyon street”) 

Alle andere meetpunten vertonen waarden die in overeenstemming zijn met de Europese richtlijn, ondanks een bewuste plaatsing op locaties die als bijzonder problematisch zijn aangemerkt. Er moet echter nog veel vooruitgang worden geboekt om het hele Gewest in overeenstemming te brengen met de toekomstige waarden voor 2030 voor de bescherming van de menselijke gezondheid.

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator voor stikstofdioxide: gemiddelde jaarconcentratie en naleving van de Europese grenswaarde (.pdf)

Tabel met de gegevens

  • Evolutie van de gemiddelde NO2-concentratie (.xls)

Factsheets

  • 3. De internationale overeenkomsten en de gevolgen ervan inzake verschaffing van gegevens - Lokale invloed: Bescherming van de volksgezondheid (.pdf)
  • 5. De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Ozone et dioxyde d’azote (enkel in het Frans) (.pdf)
  • Luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstekelijk Gewest, Jaarverslag 2024 (.pdf)
  • Milieueffectenrapport van het voorontwerp van "Lucht-Klimaat-Energieplan" (.pdf)
  • Milieu-effectenrapport van het "Noodplan voor vervuilingspieken" (.pdf)

Nuttige links

  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest

Luchtkwaliteit: concentratie van troposferisch ozon (O3)

Indicator - Actualisering: september 2025

Troposferisch ozon vormt zich in de atmosfeer vanuit andere substanties waaronder stikstofdioxide (NO2). De fotochemische reactie treedt hoofdzakelijk op tussen midden juni en midden augustus en kan in het geval van veel zon ozonpieken veroorzaken, die gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. In het Brussels Gewest wordt de Europese streefwaarde voor de bescherming van de volksgezondheid gerespecteerd sinds 2005.

Context

Ozon is een secundaire polluent, dat betekent dat ozon niet rechtstreeks in de lucht wordt uitgestoten door menselijke activiteiten, maar gevormd wordt uit stoffen die al in de lucht aanwezig zijn, de zogenaamde "precursoren", waaronder stikstofdioxide (NO2). De vorming van ozon is een fotochemische reactie die ultraviolette straling vereist en zich dus alleen voordoet bij veel zon (en als precursorverbindingen aanwezig zijn). Abnormaal hoge ozon waardes hebben gevolgen voor de volksgezondheid (ademhalingsproblemen) en het milieu.

Europese doelstellingen en richtwaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie

Om schadelijke gevolgen op lange termijn te voorkomen voor de menselijke gezondheid en/of het milieu in zijn geheel, bevat de Europese richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit onderstaand “streefcijfer” voor ozon dat vanaf 2010 moet worden bereikt:

  • 120 µg/m³ als hoogste glijdend 8-uurgemiddelde over de tijdsspanne van een dag, 
  • maximum 25 overschrijdingsdagen per jaar, berekend als gemiddelde over 3 op elkaar volgende jaren.

Richtlijn 2024/2881, vastgesteld in oktober 2024, herziet Richtlijn 2008/50/EG. De richtlijn stelt een nieuwe streefwaarde vast voor ozon op leefniveau, die in 2030 moet worden bereikt. Deze is identiek aan de huidige waarde, maar met een maximum van 18 overschrijdingsdagen per jaar.

De door de WHO aanbevolen waarde (2021) is 100 µg/m³ voor het dagelijkse maximum van het 8-uurs voortschrijdend gemiddelde (met 3 tot 4 overschrijdingen per jaar). De WHO geeft ook een aanbevolen waarde van 60 μg/m³ voor het gemiddelde van de dagelijkse maxima van het 8-uurs voortschrijdend gemiddelde, gedurende de piekperiode van ozon (warme en zonnige periode van het jaar, meestal van maart tot augustus).

Evolutie van de O3-concentratie in de lucht

Het telemetrisch meetnet van het Gewest telt 5 meetstations die continu het troposferisch ozon meten. Omdat de ozonconcentraties in stedelijke gebieden lager zijn in de directe omgeving van het verkeer, worden ze in het Brussels Gewest alleen gemeten in stations die zeer weinig, weinig of matig door het verkeer worden beïnvloed. In deze stations prevaleren de processen van ozonvorming boven de afbraakprocessen die plaatsvinden in aanwezigheid van NO, dat vooral in de buurt van het verkeer wordt aangetroffen. Onze indicator baseert zich op metingen in Ukkel (station 41R012), gelegen in een residentiële zone ver van belangrijke verkeerswegen. 

De achtergrondconcentraties van ozon stijgen langzaam

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit
Opmerking: Het jaargemiddelde wordt niet weergegeven voor jaren waarin de prestaties van de gegevensverzameling bij station 41R012 onder de rapportagevereisten liggen.
Grafiek: de achtergrondconcentraties van ozon stijgen langzaam

Lees de transcriptietekst

De gemiddelde jaarlijkse ozonconcentratie is gestegen van 41 µg/m in 1998 naar 55 in 2023.

In 2024 bedroeg de gemiddelde jaarconcentratie van troposferisch ozon 49 µg/m³ in de meetpost van Ukkel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

De gemiddelde jaarconcentraties waren relatief stabiel van het eind van de jaren ’90 tot 2017, en zijn sindsdien gestegen. Deze algemene tendens weerspiegelt de toename van de achtergrond concentraties van ozon, terwijl de ozonpieken daarentegen neigen af te nemen. In heel België werd in 2024 een aanzienlijke daling vastgesteld, die kan worden toegeschreven aan de aanzienlijk zwakkere zonnestraling dat jaar.

Het meetstation in Sint-Agatha-Berchem, weg van de invloed van het verkeer, vertoont ook hoge gemiddelde jaarconcentraties (50 µg/m³ in 2024). In de stations dichter bij de verkeersaders (meetstations van Sint-Jans-Molenbeek en Haren, beide onder matige verkeersinvloeden) dragen de primaire stikstofmonoxide-emissies door het verkeer rechtstreeks bij tot de ozonafbraak. De twee stations hebben dan ook relatief lagere ozonniveaus (45-46 µg/m³)

Conformiteit met de Europese streefwaarden

De streefwaarde voor de achtuurgemiddelde concentratie van troposferisch ozon werd de laatste drie jaar ruimschoots gehaald in het station van Ukkel.

Bron : Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit
Opmerking: De gegevens worden niet weergegeven voor jaren waarin de prestaties van de gegevensverzameling bij station 41R012 onder de rapportagevereisten liggen.
Grafiek: de streefwaarde voor de achtuurgemiddelde concentratie van troposferisch ozon werd de laatste drie jaar ruimschoots gehaald in het station van Ukkel.

Sinds de periode 2004-2006 worden in het hele Brussels Gewest de Europese waarden (niet meer dan 25 overschrijdingsdagen per jaar, gemiddeld over 3 jaren, van de streefwaarde van 120 µg/m³ als hoogste glijdend 8-uurgemiddelde) voor de bescherming van de gezondheid nageleefd. In de periode 2022-2024 werden er over deze 3 jaar gemiddeld 16 overschrijdingsdagen in het meetstation van Ukkel vastgesteld. De streefwaarde voor 2030 (maximum 18 overschrijdingsdagen) werd twee jaar op rij gerespecteerd.

Goed om te weten

Het valt op dat voor de jaren met zeer zonnig weer tijdens de maanden juli en augustus, er telkens meer dagen met overschrijding werden genoteerd. Dat was bijvoorbeeld het geval in de jaren 2003, 2006, 2018, 2020 en 2022.

Anderzijds wordt de door de WHO aanbevolen waarde (van 100 µg/m³ als dagelijks maximum van het 8-uurs voortschrijdend gemiddelde met maximaal 3-4 overschrijdingen per jaar) op geen enkel meetstation in het BHG nageleefd. Ter vergelijking, deze aanbevolen waarde wordt in België in 2023 nergens gerespecteerd. De WHO geeft ook een aanbevolen waarde voor de ozonpiekperiode, die die meestal loopt van maart tot augustus. De advieswaarde over deze referentieperiode wordt op alle meetstations in het BHG overschreden, zelfs op de stations die het meest door het wegverkeer worden beïnvloed.

Ozonconcentraties in 2024: overzicht

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium Luchtkwaliteit
Opmerking: elk meetstation wordt weergegeven door een groene stip als het de doelstelling bereikt en door een rode stip als het de doelstelling overschrijdt. Een enkele overschrijding door één station leidt ertoe dat de doelstelling niet wordt gehaald voor het Gewest.
Grafiek: ozonconcentraties in 2024: overzicht

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator : troposferische ozonconcentratie: jaargemiddelde en aantal dagen waarop de maximale 8-urenconcentratie het Europese streefcijfer overschreed (.pdf)

Tabel met de gegevens

  • Evolutie van de jaargemiddelde ozonconcentratie (.xls)
  • Aantal overschrijdingsdagen (.xls)

Factsheets

  • 2. Luchtverontreiniging in het BHG: vaststellingen (.pdf)
  • 5. De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Ozone et dioxyde d’azote (enkel in het Frans) (.pdf)
  • Luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstekelijk Gewest. Jaarverslag 2024 (.pdf)

Nuttige links

  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest

Luchtkwaliteit: concentratie van fijne deeltjes (PM10)

Indicator - Actualisering: september 2025 

Deeltjes in suspensie in de lucht (PM) hebben een grote verscheidenheid zowel qua herkomst als chemische en fysische kenmerken. In 2024 waren de gemiddelde jaarconcentraties van PM10 conform met de Europese grenswaarden in alle luchtmeetposten van het Gewest. De grenswaarden aanbevolen door de WHO, die veel strenger zijn dan de Europese normen, werden bij een deel van de meetstations gerespecteerd.

Context 

Alle partikels met een grootte kleiner dan 10 micrometer worden aangeduid als “PM10” (voor “particulate matter” 10), onafgezien van hun chemische samenstelling of fysische aard. De deeltjes in suspensie in de omgevingslucht zijn afkomstig van diverse bronnen: de “primaire” partikels worden rechtstreeks uitgestoten door natuurlijke processen (bijvoorbeeld bodemerosie of partikels uit de Sahara) of worden door menselijke activiteiten (verbranding, slijtage van de wegbekleding, bouw- en sloopwerkzaamheden, …) voortgebracht, terwijl de “secundaire” partikels ontstaan door chemische reacties tussen andere in de atmosfeer aanwezige stoffen (nitraten, sulfaten, ammonium, nucleatie van gasvormige substanties, …). 

Europese grenswaarden en richtwaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie 

Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid verplicht de Europese richtlijn 2008/50/EG voor de PM10-concentratie in de omgevingslucht de naleving van twee grenswaarden die al van toepassing zijn sinds 2010:

  • 50 µg/m3 als daggemiddelde, met een maximum van 35 dagen per jaar waarop de grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. mag worden overschreden;
  • 40 µg/m3 als jaargemiddelde. 

Als onderdeel van richtlijn 2024/2881, die in oktober 2024 is vastgesteld, heeft de EU nieuwe grenswaarden geïntroduceerd die vanaf 2030 moeten worden toegepast. Deze nieuwe normen stellen het daggemiddelde op 45 µg/m³, met een maximum van 18 dagen overschrijding per jaar, en het jaargemiddelde op 20 µg/m³. 

De grenswaarden aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in 2021 zijn ook 45 µg/m³ als daggemiddelde, met 3-4 toegestane overschrijdingsdagen per jaar, en 15 µg/m³ als jaargemiddelde. 

PM10-concentratie in de lucht 

In het Brussels Gewest wordt PM10 continu gemeten in 6 stations van het telemetrisch meetnet voor de luchtkwaliteit. Wij baseren onze indicator op de gegevens van de meetpost St-Jans-Molenbeek (code 41R001) omdat deze representatief is voor een stedelijke omgeving met matige invloed van het wegverkeer. De Brusselse indicator voor PM10 heeft enkel betrekking op de daggemiddelden.
 

PM10: Sinds 2015 is het aantal dagen waarop het daggemiddelde in het station Sint-Jans-Molenbeek de Europese grenswaarde van 50 µg/m³ overschreed lager dan 10

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit
Grafiek: PM10: Sinds 2015 is het aantal dagen waarop het daggemiddelde in het station Sint-Jans-Molenbeek de Europese grenswaarde van 50 µg/m³ overschreed lager dan 10

Lees de transcriptietekst

Het aantal overschrijdingsdagen van de daggemiddelde PM10-grenswaarde van 50 µg/m³ in het station Sint-Jans-Molenbeek (41R001) is gedaald van 109 in 2003 tot 0 in 2024.

Sinds 2012 wordt de grens van 35 jaarlijkse overschrijdingsdagen gerespecteerd in dit station.

Tot en met 2009 waren er in de meetpost van Sint-Jans-Molenbeek systematisch meer overschrijdingsdagen van het daggemiddelde dan de door de richtlijn toegestane 35. Een duidelijke verbetering wordt echter waargenomen sinds 2012, en in het bijzonder vanaf 2015 met minder dan 10 overschrijdingsdagen per kalenderjaar. In 2024 werden geen overschrijdingen vastgesteld.

Goed om te weten

Sinds 2014 is de dagelijks grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. in alle meetstations gerespecteerd.

Tot en met 2013 werd de grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. echter wel overschreden in de meetpost van Haren (41N043) langs het Kanaal, wat betekend dat het Gewest tot die datum in overtreding was. Er is sprake van niet-conformiteit met de grenswaarde vanaf het ogenblik dat er zich een overschrijding voordoet in één van de stations van het Brussels meetnet. De situatie is de afgelopen jaren echter aanzienlijk verbeterd.

In 2024 werd de nieuwe dagelijkse concentratiegrenswaarde van 45 µg/m³ slechts 1 keer overschreden in het meetstation Sint-Jans-Molenbeek. De grenswaarde van 18 dagen waarop deze concentratie in 2030 zal worden overschreden, wordt dus al ruimschoots gerespecteerd; dit is het geval in alle meetstations van het Gewest. Dit geldt ook voor het maximale aantal van 3-4 overschrijdingsdagen van deze waarde, die wordt aanbevolen door de WHO.

De jaarlijkse PM10-concentraties verbeteren ook. De huidige grenswaarde van 40 µg/m³ wordt sinds 2004 systematisch nageleefd in het hele Gewest. In 2024 werd ook de grenswaarde van 20 µg/m³, voorgesteld voor 2030, in alle stations gehaald. De door de WHO aanbevolen waarde van 15 µg/m³ werd ook gehaald, behalve in het meetstation van Sint-Jans-Molenbeek, waar ze licht werd overschreden.

PM10-concentraties in 2024: overzicht

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium Luchtkwaliteit
Opmerking: elk meetstation wordt weergegeven door een groene stip als het de doelstelling bereikt en door een rode stip als het de doelstelling overschrijdt. Een enkele overschrijding door één station leidt ertoe dat de doelstelling niet wordt gehaald voor het Gewest.
Grafiek: PM10-concentraties in 2024: overzicht

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator: PM10: Aantal overschrijdingsdagen van de Europese daggrenswaarde (.pdf)

Tabellen met de gegevens

  • Evolutie van het aantal overschrijdingsdagen van de daggrenswaarde voor PM10 (.xls)

Factsheets

  • 2. Luchtverontreiniging in het BHG: vaststellingen (.pdf)
  • 5. De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstekelijk Gewest. Jaarverslag 2024 (.pdf)
  • Fumées noires et particules fines (enkel in het Frans) (.pdf)
  • Milieueffectenrapport van het voorontwerp van "Lucht-Klimaat-Energieplan" (.pdf)
  • Milieu-effectenrapport van het "Noodplan voor vervuilingspieken" (.pdf)

Nuttige links

  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest

Luchtkwaliteit: concentratie van zeer fijne deeltjes (PM2.5)

Indicator - Actualisering: september 2025

De gemiddelde PM2.5-jaarconcentraties vertonen over een lange termijn een dalende trend. In 2024 voldeden alle meetstations in Brussel aan de huidige Europese normen, evenals aan de nieuwe jaarlijkse en dagelijkse grenswaarden die voor 2030 zijn vastgesteld. De WHO-advieswaarden worden in geen enkel meetstation gerespecteerd.

Context

PM2.5 (“particulate matter”) duidt op het totaal aantal deeltjes met een grootte van minder dan 2,5 µm, zonder onderscheid inzake chemische samenstelling of fysische aard. Ze kunnen dus van zeer verschillende bronnen (natuurlijke of antropogene) afkomstig zijn, en kunnen bovendien ook primair of secundair zijn. In Brussel zijn PM2.5 vooral afkomstig van de verwarming van gebouwen, het wegvervoer, industriële processen, en afvalbeheer (voor meer informatie, zie de indicator Emissies van fijne deeltjes).

De PM2.5-fractie onderscheidt zich onder de zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt. door haar vermogen om diep in het ademhalingssysteem door te dringen en daar gezondheidseffecten op korte en lange termijn te veroorzaken. Op korte termijn (acute blootstelling) kunnen zij sommige gezondheidsproblemen verergeren wat betreft de luchtwegen zoals astma. Op lange termijn (chronische blootstelling) kunnen ze het risico op hart- en vaatziekten en ademhalings- en longziekten verhogen. Ze zijn ook een bewezen oorzaak van longkanker.

Grenswaarden

Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, bepaalt de Europese richtlijn 2008/50/EG dat de gemiddelde jaarconcentratie PM2.5 niet meer dan 25 µg per m3 mag bedragen. Tussen 1 januari 2010 en 31 december 2014 ging dit om een streefwaarde. Sinds 1 januari 2015 is deze doelstelling een verplichte doelstelling geworden (grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.). Richtlijn 2024/2881/EG, vastgesteld op 23 oktober 2024, legt een nieuwe grenswaarde op voor de jaargemiddelde concentratie van 10 µg/m³, die vanaf 2030 van toepassing is. Een dagelijkse grenswaarde, die tot nu toe niet bestond, is ook bepaald voor 2030 en zal de dagelijkse concentraties beperken tot 25 µg/m³, met 18 toegestane jaarlijkse overschrijdingen.

Wat de WHO betreft, zijn de aanbevolen drempels sinds 2021 aanzienlijk verlaagd tot gemiddeld 5 µg/m³ PM2.5 per jaar (in plaats van 10 µg/m³ voorheen). Er is ook een advieswaarde voor dagelijkse concentraties, die op 15 µg/m³ is gezet, met een maximum van 3-4 dagen per jaar waarop de concentraties worden overschreden.

De Europese wetgeving heeft eveneens een gemeenschappelijke methode opgelegd voor de berekening en de evaluatie van een gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) voor elke lidstaat, om de evolutie van de stedelijke achtergrondconcentraties PM2.5 te kunnen opvolgen. De Belgische GBI werd bepaald op basis van de concentraties die werden opgemeten in de stations van Sint-Jans-Molenbeek en Ukkel van het Brussels net, in 4 achtergrondmeetstations in Vlaanderen (Brugge, Gent, Antwerpen, Schoten) en in 2 achtergrondmeetstations in Wallonië (Luik en Charleroi). Een grenswaarde van 20 µg/m3 werd ingesteld voor de Belgische GBI tegen 2015 (gemiddelde van 2013, 2014 en 2015). De GBI moest bovendien met 20% naar beneden in 2020 (gemiddelde over de jaren 2018-2019-2020) in vergelijking met de GBI-waarde in 2011 (zijnde gemiddelde over de jaren 2009-2010-2011). Strikt genomen is de GBI nationaal gedefinieerd, maar het is interessant om de Brusselse waarden te vergelijken met de nationale streefcijfers.

PM2.5-concentratie in de lucht

Opdat de PM2.5-indicator representatief zou zijn voor de blootstelling van de meerderheid van de bevolking aan PM2.5-concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is deze gebaseerd op de PM2.5-gegevens van de 2 volgende meetstations:

  • het station Sint-Jans-Molenbeek (41R001) dat representatief is voor een stedelijke omgeving die matige invloed ondervindt van wegverkeer;
  • het station van Ukkel (41R012) dat stedelijke achtergrondconcentraties opmeet die zeer weinig worden beïnvloed door wegverkeer opmeet. 

Om de evolutie in de tijd te kunnen evalueren in het licht van de Europese waarden, houdt de Brusselse indicator voor de PM2.5 zowel rekening met de jaargemiddelden als met de glijdende gemiddelden over 3 opeenvolgende jaren van de concentraties die werden opgemeten in deze 2 stations.

De jaargemiddelde concentratie van PM2.5 is dalend sinds 2013 in de meetposten Sint-Jans-Molenbeek en Ukkel

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit
Grafiek: De jaargemiddelde concentratie van PM2.5 is dalend sinds 2013 in de meetposten Sint-Jans-Molenbeek en Ukkel

Lees de transcriptietekst

De jaarlijkse PM2,5-concentratie gemeten in het station van Ukkel daalde van 20,7 µg/m³ in 2007 naar 7 in 2024. En van 24,6 naar 8,4 in het station Sint-Jans-Molenbeek.

Goed om te weten

Sinds 2006 is de jaargemiddelde concentratie PM2.5 in het station van Sint-Jans-Molenbeek net als in het station van Ukkel, systematisch onder de Europese grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. van 25 µg/m3 gebleven en vertoont zij een dalende tendens.

We herinneren eraan dat deze grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. slechts een bindende waarde inzake Europese wetgeving betreft sinds 2015. Sinds 2012 voldoen alle stations van het meetnet van het Gewest aan de Europese jaarlijkse grenswaarde. De waarde die in Sint-Jans-Molenbeek werd gemeten, was in 2024 de hoogste van het Gewest. Alle meetstations voldoen dus nu al aan de toekomstige jaarlijkse grenswaarde van 10 µg/m³ voor 2030. De door de WHO aanbevolen waarde wordt door geen enkel station van het Brusselse netwerk gerespecteerd. Deze bijzonder strenge norm wordt op nationaal niveau slechts bij 8 meetstations gerespecteerd, die zeer weinig blootgesteld zijn aan directe bronnen.

Het meetstation van Ukkel laat concentraties zien die systematisch lager zijn dan in Sint-Jans-Molenbeek (behalve in 2014), wat ook logisch is omdat het gaat om een stedelijk achtergrondstation, dat zeer weinig invloed ondervindt vanwege plaatselijke bronnen. De schommelingen van jaar tot jaar zijn grotendeels het gevolg van de kwaliteit van de atmosferische verspreiding die gelinkt is aan de weersomstandigheden.

De gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) van de Brusselse meetstations voldoet aan de Belgische doelstellingen

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit
De GBI komt overeen met de voortschrijdende gemiddelde concentratie van PM2.5 over drie jaar, berekend o.b.v. het gemiddelde van de meetposten in Molenbeek en Ukkel
Grafiek: De gemiddelde-blootstellingsindex (GBI) van de Brusselse meetstations voldoet aan de Belgische doelstellingen

Lees de transcriptietekst

De GBI was 21,3 µg/m³ in 2008. Deze bleef stabiel tot 2013 en daalde dan tot 7,7 µg/m³ in 2024.

De evolutie van de GBI van de Brusselse meetstations volgt doorgaans een neerwaartse trend, met een sterke afname van de driejaarlijkse voortschrijdende gemiddelde vanaf 2013 en, sinds 2014, een daling tot onder de drempelwaardeWaarde vanaf welke initiatieven worden genomen. van 20 µg/m3 die ook de Belgische doelstelling vormde voor 2015. Sinds 2017 daalde het GBI onder de drempelwaarde van 15,2 µg/m³ die de Belgische doelstelling voor 2020 vormde.

Goed om te weten

De dagelijkse concentraties zijn de laatste jaren ook gedaald. In 2024 voldeden alle meetstations aan de Europese grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. voor 2030 van 25 µg/m³ als daggemiddelde, met maximaal 18 overschrijdingsdagen per jaar. Anderzijds zitten alle stations ruim boven de door de WHO aanbevolen waarde van 15µg/m³.

De algemeen dalende trend op lange termijn van de concentratie fijn stof kan worden verklaard door de maatregelen die ondertussen werden genomen om de emissie van vervuilende stoffen te beperken (zoals bijvoorbeeld de invoering van steeds betere roetfilters in voertuigen of de invoering van de lage-emissiezone, die de vernieuwing van het wagenpark en dus de vermindering van de PM-uitstoot heeft versneld). Door de verbetering van de technologie, neemt de emissie van NOx van jaar tot jaar af in Europa. De NOx zijn ter herinnering de voorlopers van de secundaire deeltjes, die in hoofdzaak worden gevormd in de fractie PM2.5. Het kan dus best zijn dat de geleidelijke vermindering van de concentraties PM2.5 gedeeltelijk kan worden verklaard door de vermindering van de NOx. 

PM2.5-concentraties in 2024: overzicht

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium Luchtkwaliteit
Opmerking: elk meetstation wordt weergegeven door een groene stip als het de doelstelling bereikt en door een rode stip als het de doelstelling overschrijdt. Een enkele overschrijding door één station leidt ertoe dat de doelstelling niet wordt gehaald voor het Gewest.
Grafiek: PM2.5-concentraties in 2024: overzicht

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator: Jaargemiddelde  en voortschrijdende gemiddelde over drie jaar van de concentraties van PM2.5 (.pdf)

Tabellen met de gegevens

  • Evolutie van het jaargemiddelde  van PM2.5 in µg/m³ in de meetposten Sint-Jans-Molenbeek en Ukkel (.xls)
  • Evolutie van de GBI (voortschrijdende gemiddelde concentratie van PM2.5 over drie jaar), berekend o.b.v. het gemiddelde van de meetposten in Molenbeek en Ukkel (.xls)

Factsheets

  • 2. Luchtverontreiniging in het BHG: vaststellingen (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstekelijk Gewest. Jaarverslag 2024 (.pdf)
  • Fumées noires et particules fines (enkel in het Frans) (.pdf)
  • Milieueffectenrapport van het voorontwerp van "Lucht-Klimaat-Energieplan" (.pdf)

Nuttige links

  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest

Luchtkwaliteit: vervuilingspieken (oude wetgeving)

Indicator - Actualisering: februari 2020

Sinds 2009 beschikt het Brussels gewest over een noodplan voor vervuilingspieken door PM10 en NO2. Tussen 2009 en 2018 definieerde dit plan 3 interventiedrempels (drempels 1, 2 en 3), met voor elke drempel de te activeren maatregelen. Tussen november 2009 en maart 2018 werd de eerste interventiedrempel 10 keer bereikt. De voorspellingen van de PM10-concentraties zorgden nooit voor een afkondiging van een hoger interventieniveau (2 of 3). Vanaf november 2016 werd ook de ‘0-drempel’ of ‘informatiedrempel’ ingevoerd, om de bevolking sneller te kunnen informeren over een verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze werd sinds dan 6 keer geactiveerd in het Brussels Gewest tussen november 2016 en eind maart 2018.

Context

Sinds meerdere jaren vaardigt de Europese Unie richtlijnen uit ten behoeve van de luchtkwaliteit, teneinde de impact van verontreinigingen door menselijke activiteiten op de gezondheid, het klimaat en het milieu te beperken.
De Europese kaderrichtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa – deze vervangt de richtlijn 1996/62/EG –  legt daarom grenswaarden op voor o.a. de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijne deeltjes (PM10). Wanneer er een risico bestaat op een overschrijding van deze waarden, dan vraagt de richtlijn aan de Lidstaten om een actieplan voor de korte termijn te voorzien dat dit overschrijdingsrisico kan indijken en de duur ervan beperken. 

Brusselse maatregelen

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering stelde een “noodplan” op met de bedoeling de bevolking in geval van winterse verontreinigingspieken door fijne deeltjes of stikstofdioxide te informeren en de gepaste maatregelen te nemen. De bepalingen van het plan werden vastgelegd in het besluit van 27 november 2008: het voorziet 3 interventieniveaus met maatregelen die stapsgewijs restrictiever worden naargelang hogere drempels van verontreiniging worden bereikt. De maatregelen zijn bedoeld om de lokale uitstoot te beperken, enerzijds van het verkeer  (snelheidsbeperking, systeem van alternerende nummerplaten,  volledig rijverbod) en anderzijds van de verwarming van overheidsgebouwen. Het besluit werd van kracht op 1 januari 2009 en werd ingrijpend gewijzigd door een besluit van 31 mei 2018 (zie focus rond vervuilingspieken met de nieuwe wetgeving ).  
Volgens dat besluit van 2008,  werden de interventiedrempels bereikt wanneer tijdens de maanden november tot maart in minstens twee stations van het Brussels telemetrisch meetnet, gedurende minstens twee opeenvolgende dagen voor minstens een van de twee beoogde verontreinigende stoffen, de vastgestelde verontreinigingsdrempels worden bereikt. In deze koudste periode van het jaar zijn situaties die ongunstig zijn voor de verspreiding van verontreinigende stoffen namelijk het meest waarschijnlijk (lage windsnelheden, afwezigheid van neerslag, het voorkomen van temperatuurinversie).
Vanaf 1 november 2016 trad een bijkomende drempel, de zogenaamde ‘0-drempel’ of ‘informatiedrempel’, in werking, om de bevolking te informeren over een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Incidentie van vervuilingspieken door PM10 en/of NO2

Tussen november 2009 en eind maart 2018 werd de 1e interventiedrempel 10 keer bereikt door pollutiepieken van PM10 en/of NO2. Interventieniveau 2 werd slechts twee keer bereikt voor PM10 en werd nog nooit bereikt voor NO2. Drempel 3 werd nog nooit afgekondigd (noch voor PM10, noch voor NO2).
Het bereiken van de tweede drempel heeft echter niet geleid tot maatregelen van het 2de interventieniveau omdat de piek veroorzaakt werd door een massale vorming van secundaire aërosolen (met name als gevolg van het bemesten van landbouwgronden), een fenomeen dat volledig ontsnapt aan de voorspellingen waardoor het niet aan de voorwaarden voldoet om een actieplan af te kondigen.
De ‘0-drempel’ die sinds november 2016 bestaat, werd ondertussen 6 keer bereikt. 

Incidentie (in periode november tot maart) van vervuilingspieken door PM10 en/of NO2 tussen 2009 en 2018

Bron: Leefmilieu Brussel, Dpt. Laboratorium, Luchtkwaliteit

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator: vervuilingspieken: optreden van de drempelwaarden 1, 2 en 3 van het Brussels Noodplan (.pdf)

Tabel met de gegevens

  • Incidentie van vervuilingspieken (.xls)

Factsheets

  • 2. Luchtverontreiniging in het BHG: vaststellingen (.pdf)
  • 8. Stikstofoxiden (NOx) (.pdf)
  • 5. De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Milieu-effectenrapport van het "Noodplan voor vervuilingspieken" (.pdf)

Nuttige links

  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest

Luchtkwaliteit: verontreinigingspieken (volgens de sinds eind 2018 geldende wetgeving)

Focus - Actualisering: september 2025

Op 1 oktober 2018 is de huidige beheersmethode voor de verontreinigingspieken in het Brussels Gewest in werking getreden. Dit beheer legt verschillende, steeds restrictiever wordende alarm- en interventiedrempels vast om de lokale emissies afkomstig van het verkeer en de verwarming van gebouwen te beperken.
Tussen 1 oktober 2018 en juni 2025 werd de informatiedrempel 12 keer overschreden, waarvan 5 keer in 2025. De interventiedrempel werd één keer overschreden in die periode.

Context

De Europese Unie stelt al enkele jaren richtlijnen op voor een goede luchtkwaliteit, om de gevolgen van de vervuiling door menselijke activiteiten voor de gezondheid, het klimaat en het milieu tot het minimum te beperken.

De Europese Kaderrichtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa stelt hiervoor grenswaarden vast, onder meer voor de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijne deeltjes (PM10 en PM2.5). Wanneer daarentegen het risico bestaat dat het niveau van de verontreinigende stoffen deze waarden overschrijdt, schrijft de richtlijn voor dat de lidstaten een actieplan op korte termijn opstellen om het risico op dergelijke overschrijdingen te verminderen of de duur ervan te beperken.

In Brussel worden dergelijke pieken veroorzaakt door de opeenhoping van verontreinigende stoffen die deels afkomstig zijn van de uitlaatgassen van auto's en van de uitstoot van de verwarming van gebouwen. De pieken doen zich vooral voor in de winter, bij specifieke weersomstandigheden, namelijk bij zwakke wind en vooral bij het verschijnsel van thermische inversie. In de lente kan er zich een verontreinigingspiek voordoen door de vorming van secundaire deeltjes, die niet rechtstreeks in de atmosfeer worden uitgestoten maar ontstaan uit reeds in de lucht aanwezige verontreinigende stoffen (voornamelijk afkomstig van het verkeer en de landbouw tijdens de sproeiperiode).

Maatregelen in het Brussels Gewest

De regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft daarom een ‘noodplan’ opgesteld om de bevolking te informeren en maatregelen te nemen bij verontreinigingspieken door fijne deeltjes (PM10 en PM 2,5) of stikstofdioxide (NO2). De bepalingen van het noodplan zijn opgenomen in het besluit van 31 mei 2018 (dat bijgevolg het besluit van 27 november 2008 wijzigt dat voorheen van toepassing was). Dat besluit is op 1 oktober 2018 in werking getreden.

Op basis van drie toenemende verontreinigingsdrempels definieert dat besluit verschillende, telkens restrictievere alarm- en interventiedrempels ter beperking van de lokale emissies die afkomstig zijn van de verwarming van gebouwen en van het verkeer (bewustmakingsacties, promoten of gratis maken van mobiliteitsalternatieven, snelheidsbeperkingen of zelfs een totaal verkeersverbod). Deze drempels worden het hele jaar door toegepast en geïmplementeerd op basis van de concentraties die worden waargenomen via het meetnet voor de luchtkwaliteit en de prognoses van IRCEL (de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu)

Lees de transcriptietekst

Er worden 4 drempels gebruikt om de verontreinigingspieken gedurende de winter te beheren.

  1. De Informatie- en sensibiliseringsdrempel wordt geactiveerd op basis van de schuivende gemiddelde concentratiewaarden waargenomen in de afgelopen 24 uur voor fijne deeltjes, en wanneer er geen significante verbetering wordt verwacht in de komende 24 tot 48 uur :
     
    • PM2,5-concentratie van 35 tot 50 µg/m³.
    • PM10-concentratie van 51 tot 70 µg/m³.
  1. De informatie- en interventiedrempel wordt geactiveerd wanneer de informatie- en sensibiliseringsdrempel gedurende 2 opeenvolgende dagen wordt overschreden en er in de komende 24 tot 48 uur geen significante verbetering wordt verwacht.
  1. Interventiedrempel 1 treedt in werking wanneer dagelijkse concentraties van 51 tot 70 µg/m² worden gemodelleerd voor PM2,5, als deze gedurende ten minste twee opeenvolgende dagen worden bereikt. Voor PM10 zijn de vastgestelde concentraties 71 tot 100 µg/m³. En voor NO2 151 tot 200 µg/m³ in ten minste twee meetstations.
  1. Interventiedrempel 2 treedt in werking wanneer dagelijkse concentraties van 71 µg/m² of meer worden gemodelleerd voor PM2,5, als deze op ten minste twee opeenvolgende dagen worden bereikt. Voor PM10, 101 µg/m³ of meer. En voor NO2, 201 µg/m³ of meer in ten minste twee meetstations.

Afhankelijk van het voortbestaan van de concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht zal de informatiedrempel de vorm aannemen van een ‘informatie- en sensibiliseringsdrempel’ die bedoeld is om de bevolking te waarschuwen, of een ‘informatie- en interventiedrempel’ die gepaard gaat met maatregelen om het gebruik van voertuigen te beperken en alternatieven aan te moedigen.

Optreden van verontreinigingspieken van PM10, PM2,5 en/of NO2

Tussen 2018 en 2024 werden de informatiedrempels 7 keer overschreden. In 2025 werden nog eens vijf overschrijdingen geconstateerd:

  • op 10-11/02/2025
  • op 14-15/02/2025
  • op 04-06/03/2025
  • op 10-12/03/2025
  • op 25-26/03/2025

Deze verontreinigingspieken zijn voornamelijk toe te schrijven aan het langeafstandstransport van fijne deeltjes en aan de weercondities die in maart bevorderlijk waren voor de vorming van secundaire deeltjes. 

Tussen oktober 2018 en juni 2025 is de eerste interventiedrempel slecht één keer bereikt:

  • op 25-26/03/2022.

Om te downloaden

Factsheets

  • 3. De internationale overeenkomsten en de gevolgen ervan inzake verschaffing van gegevens Lokale invloed : Bescherming van de volksgezondheid (.pdf)
  • 5. De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • 40. De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Milieu-effectenrapport van het "Noodplan voor vervuilingspieken" (.pdf)

Nuttige links

  • Webpagina van Leefmilieu Brussel website rond vervuilingspieken
  • Website "Luchtkwaliteit" van het Brusselse gewest
  • Ingevoerde maatregelen wanneer een vervuilingspiek gebeurt
  • Berichten rond luchtkwaliteit gepubliceerd door IRCEL
  • Historiek van smogalarmen in België
  • Het besluit van 31 mai 2018

Historiek van de luchtvervuiling in het Brussel Hoofdstedelijk Gewest

Focus - Actualisatie : augustus 2026

Historische context

Luchtvervuiling door menselijke activiteiten is geen recent probleem: in Rome werd in de 1e eeuw al gesproken over de schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de rook en het roet in de stad. De monitoring van de luchtkwaliteit en de systematische integratie daarvan in het volksgezondheidsbeleid zijn daarentegen recentere ontwikkelingen.

In de 19e en 20e eeuw leidde de industrialisatie tot een drastische toename van de luchtvervuiling. Boven verschillende grote Europese steden hing een laag gele en zwarte lucht die afkomstig was van de rook die uit de schoorstenen kwam. In de winter, bij windstilte en stabiel weer, bleven de wolken met verontreinigende stoffen dagenlang boven de steden hangen, met ernstige gevolgen voor de gezondheid. Sommige steden of regio’s hebben dan ook tragische gebeurtenissen meegemaakt. De ramp van Engis in december 1930 behoort tot de bekendste in Europa: een dichte mist die 5 dagen lang in de Maasvallei tussen Hoei en Luik hing, eiste 60 levens. Deze werden voornamelijk toegeschreven aan de aanzienlijke ophoping van zwaveldioxide en zwarte rookWijst op gekleurde stoffen die door verbranding worden geproduceerd (staalindustrie, verbrandingsovens, dieselmotoren, enz.). Ze bestaan in het algemeen uit deeltjes groter dan 10 µm en dringen dus niet in het ademhalingsysteem binnen. Nochtans laten ze een zwarte laag achter die de monumenten beschadigt., die vooral afkomstig waren van de verbranding van steenkool en door de weersomstandigheden boven de vallei bleven hangen.

Dezelfde oorzaken leidden tot dezelfde gevolgen: in december 1952 werd Londen getroffen door een vergelijkbare ramp, bekend als de ‘Grote Smog van Londen’, die ongeveer 4.000 mensen het leven kostte. Naar aanleiding van deze tragedie reageerde de Britse regering door al in 1956 het ‘Clean Air Act’-plan voor te stellen, waardoor de blootstelling van de bevolking aan zwaveldioxide en fijnstof aanzienlijk kon worden teruggedrongen.

In de jaren en decennia die volgden, groeide wereldwijd het besef van de gevolgen van luchtvervuiling voor de volksgezondheid, het leefmilieu en de infrastructuur. In 1958 publiceerde de Wereldgezondheidsorganisatie haar eerste technisch rapport over luchtverontreiniging en de daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s. Aan het einde van de jaren ’50 en het begin van de jaren ’60 werden de eerste internationale inspanningen ondernomen, gevolgd door de eerste metingen van de luchtkwaliteit. Aanvankelijk richtte men zich op zwaveldioxide en zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt., maar dankzij de vooruitgang in de wetenschap konden later nieuwe verontreinigende stoffen worden geïdentificeerd die in de gaten moesten worden gehouden, en kon men de gevolgen daarvan voor de gezondheid beter begrijpen.

1968: het eerste Belgische meetnet voor luchtkwaliteit

In België werd in 1968 het eerste meetnet voor luchtkwaliteit, het ‘Zwavel-Rook’-net, aangelegd. Het bestond uit 230 meetstations en had als taak het algemene toezicht op de luchtkwaliteit in het land. Door de concentraties van zwaveldioxide en zwarte rook te meten, richtte het zich met name op de vervuiling als gevolg van de verbranding van fossiele brandstoffen die worden gebruikt voor energieopwekking en voor de verwarming van gebouwen.

Het jaar 1978 betekende een nieuwe mijlpaal in de meting van de luchtkwaliteit: België beschikte voortaan over een volledig geautomatiseerd meetnetwerk dat realtime monitoring bood van verontreinigende stoffen zoals zwaveldioxide en stikstofoxiden, en later ook ozon en fijnstof. Tegelijkertijd werden ook andere stoffen geleidelijk aan systematisch gemeten: giftige metalen en metalloïden – lood (Pb), arseen (As), cadmium (Cd), nikkel (Ni), kwik (Hg) –, koolmonoxide (CO), vluchtige organische stoffen (VOS), ammoniak (NH3), polycyclische aromatische koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen. (PAK’s) … 

Bescherming van de gezondheid en het Europees wettelijk kader

In juli 1980 werd de eerste Europese richtlijn inzake de luchtkwaliteit aangenomen. Daarin werden grens- en streefwaarden vastgesteld voor de concentraties van zwaveldioxide en zwevende deeltjes in de lucht, met het oog op de bescherming van de menselijke gezondheid en het leefmilieu. In de jaren daarna werden nog drie andere richtlijnen aangenomen, die betrekking hadden op nieuwe verontreinigende stoffen (Pb, NO2, O3).

Het jaar 1996 betekende vervolgens een belangrijke mijlpaal in de Europese wetgeving, met de goedkeuring van Kaderrichtlijn 96/62/EG inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit. Het doel hiervan was om een gemeenschappelijke strategie voor de beoordeling en bescherming van de luchtkwaliteit voor alle lidstaten vast te stellen. Daarnaast werden 13 luchtverontreinigende stoffen aangewezen die met voorrang moesten worden geanalyseerd. De concentratienormen voor deze verontreinigende stoffen zijn vervolgens vastgelegd in de 4 dochterrichtlijnen van de kaderrichtlijn van 1996, die tussen 1999 en 2004 zijn aangenomen.

Welke verontreinigende stoffen zijn dat?

De prioritaire verontreinigende stoffen die in Richtlijn 96/62/EG zijn aangewezen, zijn:

  • zwaveldioxide (SO2);
  • stikstofdioxide (NO2);
  • zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt.;
  • fijnstof (PM10; in 2008 komt daar nog ultrafijnstof (PM2,5) bij);
  • ozon (O3);
  • koolstofmonoxide (CO);
  • benzeen;
  • polycyclische aromatische koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen. (PAK’s): de normen van de Europese richtlijnen hebben betrekking op de concentraties van benzo[a]pyreen (B[a]p), dat als indicator voor deze groep stoffen wordt gebruikt;
  • lood (Pb);
  • cadmium (Cd);
  • arseen (As);
  • nikkel (Ni);
  • en kwik (Hg). Voor dit laatste geldt een monitoringverplichting, maar er is geen concentratienorm vastgesteld.

Al deze bepalingen zijn in 2008 verlengd en aangescherpt door Richtlijn 2008/50/EG, die samen met Richtlijn 2004/107/EG de huidige Europese regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit vormt.

Ten slotte vond er in 2024 een nieuwe herziening plaats, met Richtlijn 2024/2881/EG, die deze binnenkort zal vervangen door streefcijfers voor alle verontreinigende stoffen, waaraan vanaf 2030 moet worden voldaan. Deze aanscherping van de bescherming van de luchtkwaliteit neemt, afhankelijk van de verontreinigende stof, de vorm aan van nieuwe concentratienormen, een aanscherping van de bestaande norm of de omzetting van streefwaarden in grenswaarden (waardoor de beoogde concentratie niet verandert, maar wel wettelijk bindend wordt).

Overzicht van de Europese wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit

Grafiek: Overzicht van de Europese wetgeving op het gebied van luchtkwaliteit

De ontwikkeling van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in het Brussels Gewest

Onder de verontreinigende stoffen waarop deze richtlijnen betrekking hebben, vertonen stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10 en PM2,5) en troposferisch ozon (O3) in het Brussels Gewest nog steeds concentraties die potentieel zorgwekkend zijn voor de menselijke gezondheid en worden daarom specifiek gemonitord (zie de pagina ‘Luchtkwaliteit’ voor meer informatie).

Wat de overige verontreinigende stoffen betreft, zijn de concentraties tegenwoordig zeer laag en vormen ze geen significant gezondheidsrisico meer. Dat is echter niet altijd zo geweest.

CO, Pb, As, Cd, benzeen en B(a)P vertoonden allemaal hoge concentraties aan het begin van de metingen (tussen 1980 en 1994, afhankelijk van de verontreinigende stof). De Ni-concentraties lagen weliswaar al onder de huidige Europese norm, maar waren ook aanzienlijk hoger dan hun huidige niveau. Deze concentraties zijn echter tot het einde van de jaren ’90 sterk gedaald, daarna vanaf het begin van deze eeuw geleidelijker, waarna ze zich hebben gestabiliseerd.

Deze ontwikkeling is het gevolg van talrijke factoren, waaronder:

  • de invoering van systemen ter vermindering van de uitstoot in de sectoren ‘energieopwekking’ en ‘afvalbeheer’;
  • de ontwikkeling van brandstoffen voor industrieel en huishoudelijk gebruik en van motorbrandstoffen;
  • de verbetering van de milieuprestaties van voertuigen;
  • de gewoonten van de bevolking op het gebied van energieverbruik en verwarming.

Een opmerkelijke daling van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen sinds de eerste metingen

Opmerking: voor elk jaar worden de hoogste gemeten jaarlijkse gemiddelde concentraties van de verschillende meetstations van het gewestelijk netwerk weergegeven. Onderbrekingen in de gegevensreeksen kunnen te wijten zijn aan het ontbreken van metingen voor bepaalde jaren of aan een jaarlijkse gegevensverzameling die onder de minimumdrempel ligt.
Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium luchtkwaliteit
Grafiek:  Een opmerkelijke daling van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen sinds de eerste metingen

Lees de transcriptietekst

De hoogste gemiddelde concentraties die werden waargenomen bij de meetstations in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) zijn gedaald:

  • Voor benzeen: van 14,84 µg/m³ in 1995 naar 1,10 µg/m³ in 2023.
  • Voor B[a]P (benzo[a]pyreen): van 1,08 ng/m³ in 1998 naar 0,17 ng/m³ in 2023.
  • Voor CO: van 2,35 mg/m³ in 1995 naar 0,33 mg/m³ in 2023.
  • Voor Pb: van 1,29 µg/m³ in 1985 naar 0,02 µg/m³ in 2023.
  • Voor As: van 41,5 ng/m³ in 1983 naar 1,5 ng/m³ in 2023.
  • Voor Cd: van 45,9 ng/m³ in 1980 naar 2,1 ng/m³ in 2023.
  • Voor Ni: van 15,8 ng/m³ in 1988 naar 2,0 ng/m³ in 2023.

Het geval van zwaveldioxide

Zwaveldioxide is een verontreinigende stof die een bijzonder belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de luchtkwaliteitsmonitoring. Het speelde met name een belangrijke rol bij de dodelijke vervuilingsincidenten in de 20e eeuw en was, samen met zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt., de eerste verontreinigende stof waarvoor systematische metingen werden uitgevoerd. Tot in de jaren ’80 werd het nog steeds beschouwd als een verontreinigende stof die een groot risico vormde voor de menselijke gezondheid. Het was voornamelijk afkomstig van de verbranding van vloeibare of vaste fossiele brandstoffen, waarvan steenkool de belangrijkste was.

Sinds het begin van de metingen (1968) vertonen ook de gemiddelde SO2 -concentraties in het Brussels Gewest een aanzienlijke daling: de hoogste concentraties die in 2020 in het Gewest zijn gemeten, zijn bijna 100 keer lager dan die van 1970. Deze daling was bijzonder sterk tot het einde van de jaren ’80 en verliep daarna geleidelijker. De afgelopen jaren zijn de concentraties gestabiliseerd op zeer lage waarden (2 tot 3 µg/m³). Deze waarden liggen bijna 10 keer lager dan de toekomstige Europese grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. voor de jaarlijkse SO2 -concentraties (20 µg/m³). Deze grenswaarde, die is vastgelegd in Richtlijn 2024/2881/EG en vanaf 2030 van toepassing is, wordt in het BHG al sinds 1997 overal nageleefd.

De SO2 -concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn aan het einde van de 20e eeuw sterk gedaald

Opmerking: Gemiddelde jaarlijkse concentraties gemeten in de meetstations van het niet-telemetrische netwerk (tot en met 1992) en van het telemetrische netwerk (vanaf 1993). Elk punt vertegenwoordigt een meetstation.
Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium luchtkwaliteit
Grafiek: De SO2 -concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn aan het einde van de 20e eeuw sterk gedaald

Lees de transcriptietekst

De jaarlijkse gemiddelden van de SO₂-concentraties die werden gemeten in de meetstations in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) varieerden van 101 tot 267 µg/m³ in 1969 en van 2 tot 3 µg/m³ in 2024. Sinds 1997 registreren alle meetstations concentraties die lager liggen dan de toekomstige Europese grenswaarde voor 2030 (20 µg/m³).

Historisch gezien zijn de SO2 -emissies in het BHG voornamelijk te wijten aan de aanwezigheid van zwavel in brandstoffen en motorbrandstoffen. De aanzienlijke daling van de gemiddelde concentraties die sinds het begin van de metingen is waargenomen, met name in de jaren ’70 en ’80, is dus het gevolg van verschillende factoren:

  • de vermindering van de uitstoot bij grote energieverbruikers (energieproductie en grote industriële verbruikers);
  • de opeenvolgende verlagingen van de wettelijke grenswaarden voor het zwavelgehalte in brandstoffen die worden gebruikt voor verwarming en energieopwekking;
  • de verlaging van het zwavelgehalte in motorbrandstoffen;
  • het in gebruik nemen van aardgas als energiebron voor huishoudelijke verwarming en de ingebruikname van kerncentrales, ter vervanging van vaste brandstoffen (met name steenkool en hout) of vloeibare brandstoffen;
  • de veranderingen in het energieverbruik van de bevolking.

Een soortgelijke evolutie is waarneembaar bij de evolutie van de SO2-pieken. Ook voor de dagelijkse concentraties geldt een grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm., die is vastgesteld in Richtlijn 2008/50/EG en vanaf 2030 wordt aangescherpt door Richtlijn 2024/2881/EG:

  • maximaal 3 overschrijdingen per jaar van de grenswaarde van 125 µg/m³ als daggemiddelde, die sinds 2005 moet worden nageleefd (Richtlijn 2008/50/EG);
  • maximaal 18 overschrijdingen per jaar van de grenswaarde van 50 µg/m³ als daggemiddelde, die vanaf 2030 moet worden nageleefd (Richtlijn 2024/2881/EG).

Aan deze 2 grenswaarden wordt in het BHG sinds respectievelijk 1993 en 1997 voldaan.

Het aantal gevallen waarin de dagelijkse concentratiedrempels voor SO2 werden overschreden, is in de jaren ’80 drastisch gedaald

Opmerking: Maximaal aantal jaarlijkse overschrijdingen van de huidige Europese grenswaarde (boven) en die van 2030 (onder) voor de dagelijkse SO2-concentraties, waargenomen bij de meetstations van het niet-telemetrische netwerk (tot 1992) en het telemetrische netwerk (vanaf 1993).
Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium luchtkwaliteit
Grafiek: Het aantal gevallen waarin de dagelijkse concentratiedrempels voor SO2 werden overschreden, is in de jaren ’80 drastisch gedaald

Lees de transcriptietekst

In 1971 overschreden 266 dagen een gemiddelde dagelijkse SO₂-concentratie van 125 µg/m³. Dit aantal daalde tot 147 dagen in 1980 en vervolgens veel sterker tot 16 dagen in 1983. Sinds 1993 wordt de Europese grenswaarde van maximaal 3 overschrijdingsdagen per jaar nageleefd. Bovendien werd sinds 1994 geen enkele overschrijdingsdag meer vastgesteld.

Het aantal dagen met gemiddelde dagelijkse concentraties boven 50 µg/m³ bleef relatief stabiel tussen 1969 (340 dagen) en 1980 (323 dagen). Daarna nam dit aantal sterk af en ligt het sinds 1997 onder de toekomstige Europese grenswaarde voor 2030 van 18 overschrijdingsdagen per jaar. Sinds 2002 werden geen dagen meer geregistreerd met gemiddelde concentraties boven 50 µg/m³.

Naast de hierboven genoemde verklarende factoren voor de gemiddelde jaarlijkse concentraties, kan deze daling gedeeltelijk worden verklaard door soortgelijke ontwikkelingen in de naburige gewesten en landen, waarvan de uitstoot een aanzienlijke invloed kon hebben op de gemeten concentraties in het BHG bij weersomstandigheden die de verspreiding van verontreinigende stoffen bevorderden.

De Europese normen en de aanbevelingen van de WGO

Zoals hierboven vermeld, verdienen onder de prioritaire verontreinigende stoffen die in de Europese richtlijnen zijn aangewezen, NO₂, PM10, PM2,5 en O3 nog steeds bijzondere aandacht (zie de pagina ‘Luchtkwaliteit’ voor meer informatie). Voor alle andere verontreinigende stoffen die in deze publicatie aan bod komen, liggen de gemeten concentraties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al vele jaren onder de huidige Europese streefcijfers en onder die voor 2030.

Sinds het einde van de jaren 2000 zijn de concentraties van deze verontreinigende stoffen nauwelijks veranderd. Ze zijn gestabiliseerd op een zeer laag niveau.

De huidige concentraties van een groot aantal verontreinigende stoffen liggen ruim onder de Europese normen

Bron: Leefmilieu Brussel, Laboratorium luchtkwaliteit
Grafiek: De huidige concentraties van een groot aantal verontreinigende stoffen liggen ruim onder de Europese normen

Lees de transcriptietekst

De Europese normen voor luchtkwaliteit en de recente concentraties die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) werden gemeten, zijn als volgt:

  • Voor SO₂:
    • Jaargemiddelde: 20 µg/m³ vanaf 2030. Deze waarde wordt in het BHG nageleefd sinds 1997, met een gemiddelde concentratie van 3 µg/m³ over de periode 2015-2019.
    • Daggemiddelde: maximaal 3 dagen/jaar > 125 µg/m³ volgens de huidige norm, en maximaal 18 dagen/jaar > 50 µg/m³ vanaf 2030. Deze waarden worden nageleefd sinds respectievelijk 1993 en 1997, met gemiddeld 0 overschrijdingen per jaar over de periode 2015-2019.
    • Uurgemiddelde: maximaal 24 uur/jaar > 350 µg/m³ volgens de huidige norm, en maximaal 3 uur/jaar > 350 µg/m³ vanaf 2030. Deze waarden worden nageleefd sinds respectievelijk 1993 (d.w.z. sinds de start van de uurmetingen) en 1998, met gemiddeld 0 overschrijdingen per jaar over de periode 2015-2019.
  • Voor CO:
    • Dagelijks maximum van het 8-uurs voortschrijdend gemiddelde: 10 mg/m³ volgens de huidige norm. Deze waarde wordt nageleefd sinds 1994 (d.w.z. sinds de start van de metingen), met een gemiddelde concentratie van 0,6 mg/m³ over de periode 2015-2019.
    • Daggemiddelde: maximaal 4 dagen/jaar > 4 mg/m³ vanaf 2030. Deze waarde wordt in het BHG nageleefd sinds 1997, met gemiddeld 0 overschrijdingen per jaar over de periode 2015-2019.
  • Voor Pb: 0,5 µg/m³ als jaargemiddelde (huidige norm en norm voor 2030). Deze waarde wordt in het BHG nageleefd sinds 1989, met een gemiddelde concentratie van 0,01 µg/m³ over de periode 2015-2019.
  • Voor As: 6 ng/m³ als jaargemiddelde (huidige norm en norm voor 2030). Deze waarde wordt nageleefd sinds 2002, met een gemiddelde concentratie van 1 ng/m³ over de periode 2015-2019.
  • Voor Cd: 5 ng/m³ als jaargemiddelde (huidige norm en norm voor 2030). Deze waarde wordt nageleefd sinds 2003, met een gemiddelde concentratie van 2 ng/m³ over de periode 2015-2019.
  • Voor Ni: 20 ng/m³ als jaargemiddelde (huidige norm en norm voor 2030). Deze waarde wordt nageleefd sinds 1986 (d.w.z. sinds de start van de systematische metingen), met een gemiddelde concentratie van 2 ng/m³ over de periode 2015-2019.
  • Voor benzeen: een jaargemiddelde van 5 µg/m³ volgens de huidige norm en 3,4 µg/m³ vanaf 2030. Deze waarden worden in het BHG nageleefd sinds respectievelijk 2001 en 2008, met een gemiddelde concentratie van 0,9 µg/m³ over de periode 2015-2019.
  • Voor benzo(a)pyreen: 1 ng/m³ als jaargemiddelde volgens de huidige norm. Deze waarde wordt nageleefd sinds 2000, met een gemiddelde concentratie van 0,2 ng/m³ over de periode 2015-2019.

Daarnaast stelt de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) ook aanbevelingen op met betrekking tot de concentraties van verontreinigende stoffen in de omgevingslucht. Op basis van de huidige wetenschappelijke kennis over de gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid, zijn deze richtlijnen voor het eerst gepubliceerd in 1987 en sindsdien meerdere malen herzien (zie de fiche ‘Richtlijnen voor luchtkwaliteit’ van de Wereldgezondheidsorganisatie voor meer informatie). De concentraties van SO2, CO, Cd en Pb die de afgelopen jaren in het BHG zijn gemeten, liggen onder de richtwaarden van de WGO. Benzeen, As, Ni en benzo(a)pyreen zijn daarentegen erkende kankerverwekkende stoffen. In dit geval stelt de WGO geen concentratiedrempels vast waaronder deze stoffen geen risico voor de gezondheid vormen. De aanbevelingen worden dan geformuleerd in termen van het extra risico op kanker, afhankelijk van de concentratie. De in het Brussels Gewest gemeten concentraties liggen onder de waarden die gepaard gaan met een extra risico van 1/100.000 voor benzeen, As en Ni, en van 1/10.000 voor benzo(a)pyreen.

Om te downloaden

Factsheets

  • De internationale overeenkomsten en de gevolgen ervan inzake verschaffing van gegevens Lokale invloed : Bescherming van de volksgezondheid (.pdf)
  • De internationale verplichtingen voor het inzamelen en verschaffen van gegevens - De atmosferische polluenten opgevolgd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • De richtlijnen voor de luchtkwaliteit van de Wereldgezondheidsorganisatie (.pdf)
  • Het leefmilieu voor een gezonde stad (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Le dioxyde de soufre : des premières mesures à l’établissement du réseau et de la législation actuels (.pdf) (enkel in het Frans)

COVID-19 – Wat waren de effecten van de eerste lockdown op de luchtkwaliteit?

Focus - Actualisatie: juni 2021

De COVID-19-pandemie in het voorjaar van 2020 dwong heel wat landen wereldwijd om maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. In België, en dus ook in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, moest de hele bevolking in lockdown. Daarbij werd telewerk sterk aanbevolen, gingen de scholen en de horeca dicht en werden culturele evenementen afgelast. Die maatregelen leidden tot een drastische vermindering van het wegverkeer. Wat waren de effecten van die verminderde activiteit op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Is de luchtkwaliteit verbeterd? En zo ja, op basis van welke vervuilende stoffen werd die verbetering geverifieerd?

De COVID-19-pandemie

In het kader van de COVID-19-gezondheidscrisis die sinds begin 2020 wereldwijd aan de gang is, werden verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. In Europa gingen verschillende gebieden in een strikte lockdown, waardoor de activiteiten en het wegverkeer sterk werden verminderd. Ook in Brussel zorgde de lockdown van maart, april en mei 2020 voor een significante vermindering van het verkeer, en bijgevolg van de vervuilende stoffen waarvoor de transportsector verantwoordelijk is. Die nooit geziene situatie gaf ons de mogelijkheid om de impact van een sterke vermindering van het wegverkeer op de luchtkwaliteit in het gewest te analyseren. 

Wat zijn de voornaamste vervuilende stoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? 

Net als in veel grote steden wordt de luchtvervuiling in Brussel voornamelijk veroorzaakt door menselijke activiteiten. De twee voornaamste bronnen van luchtvervuilende stoffen zijn het vervoer en de verwarming en verlichting van woon- en tertiaire gebouwen. De vervuilende stoffen die vrijkomen bij die twee soorten activiteiten zijn voornamelijk stikstofoxiden (NO2 en NO), fijn stof (PM10 en PM2.5) en black carbon (zie ook Factsheet 02.Luchtverontreiniging in het BHG: Vaststellingen  en de verschillende Indicatoren Lucht). Die drie vervuilende stoffen werden dus van dichtbij opgevolgd tijdens de lockdownperiode om de impact van de vermindering van het verkeer op hun aanwezigheid in de atmosfeer te bekijken. 

Stikstofoxiden

Stikstofoxiden worden voornamelijk uitgestoten door menselijke activiteiten tijdens verbrandingsprocessen met hoge temperaturen, die de oxidatie van stikstof in de lucht veroorzaken. De sectoren die verantwoordelijk zijn voor de uitstoot zijn dan ook voornamelijk het wegvervoer (vooral dieselmotoren) en de verwarming van gebouwen. De NO2-concentraties in de atmosfeer worden op Europees niveau gereglementeerd, in tegenstelling tot NO waarvoor geen reglementering bestaat. NO2 is de meest problematische gasvormige vervuilende stof in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) op het vlak van de naleving van de Europese normen, ondanks een voortdurende daling die van jaar tot jaar wordt waargenomen. NO is dan weer zeer interessant om te bestuderen omdat het door zijn lage dispersieneiging de mogelijkheid biedt om lokale emissiebronnen te identificeren (zie ook Factsheet 08.Stikstofoxiden (NOx) en de Indicator Luchtkwaliteit over de Concentratie van stikstofdioxide NO2 ).

Fijn stof

Fijn stof omvat alle vaste en vloeibare zwevende deeltjesMicroscopische stoffen die in suspensie in de lucht of het water verkeren. De giftigheid van de zwevende deeltjes in de lucht is voornamelijk te wijten aan de deeltjes met een doorsnede kleiner dan 10 µm terwijl de grotere deeltjes ter hoogte van de neus en de hogere luchtwegen worden gestopt en verwijderd. De zwevende deeltjes in het water worden door verschillende procédés in de zuiveringsstations verwerkt. in de atmosfeer. Fijn stof kan afkomstig zijn van natuurlijke of antropogene bronnen. De belangrijkste bronnen van antropogene emissies zijn de verwarming van gebouwen, het wegvervoer en in mindere mate de industrie. Door de grote verscheidenheid aan mogelijke bronnen zijn de emissies van fijn stof minder gerelateerd aan het vervoer dan andere vervuilende stoffen (zie ook de Indicator Emissies van fijne deeltjes ).

Black carbon

Black carbon wordt voornamelijk uitgestoten via verbrandingsprocessen (onder meer in het wegverkeer), waardoor het bijzonder interessant is om te bestuderen in een stedelijke context. De evolutie van black carbon correleert zeer sterk met de NOx-emissies en kan worden gelijkgesteld met die van stikstofoxiden. Om die reden wordt black carbon hier niet in detail besproken (voor meer informatie, raadpleeg de themapagina's over black carbon).

Hoe de impact van de lockdown op de luchtkwaliteit identificeren? 

Over het algemeen wordt de luchtkwaliteit bepaald door

  • de emissies van vervuilende stoffen; 
  • de weersomstandigheden, die een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van de vervuilende stoffen. 

Die twee factoren moeten dus worden geanalyseerd om de impact van elk van hen tijdens de betrokken periode te kunnen afbakenen. Een goede representativiteit van de weersomstandigheden is dus noodzakelijk. 
                                     
Om verslag te kunnen uitbrengen over de diversiteit van de in het gewest aanwezige omgevingen werden verschillende meetpunten van het Brusselse meetnet in aanmerking genomen voor de analyse van de luchtkwaliteit in de lente van 2020:

  • Kunst-Wet: Dit is het meetpunt met de hoogste concentraties stikstofoxiden, door de ligging aan een kruispunt op de Kleine Ring. Het gaat om een stedelijke omgeving met een zeer grote invloed van het wegverkeer.
  • Elsene: Hier vinden we ook hoge concentraties vervuilende stoffen. Dat heeft met name te maken met de 'canyon'-kenmerken van de Kroonlaan waar dit meetpunt gelegen is. Het gaat om een stedelijke omgeving met een grote invloed van het wegverkeer.
  • Sint-Jans-Molenbeek: Dit meetpunt is representatief voor een algemene stedelijke omgeving, met een matige invloed van het wegverkeer. 
  • Ukkel: Dit meetpunt bevindt zich in een woonwijk. Het gaat om een stedelijke omgeving met een zeer geringe invloed van het wegverkeer (ook wel 'stedelijk achtergrondstation' genoemd).
  • Haren: Hier zien we de invloed van de industriële activiteiten en het verkeer. Het gaat om een industriële omgeving met een matige invloed van het wegverkeer.

Meetpunten die in aanmerking komen voor de beoordeling van de luchtkwaliteit tijdens de pandemie.

Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

De meteorologische gegevens van de bestudeerde periode (19 maart – 19 juni 2020, in de meetpunten van Ukkel en Molenbeek) werden vergeleken met de historische gegevens van de periode 2010-2019. De analyse toonde aan dat de omstandigheden voor de verspreiding van de vervuilende stoffen vergelijkbaar waren met de 'normale' omstandigheden die werden waargenomen in dezelfde periodes van de vorige jaren, en dat de vermindering van de concentraties vervuilende stoffen die mogelijk werd waargenomen dus wel degelijk verband hield met de lagere uitstoot.
De concentraties vervuilende stoffen voor de bestudeerde periode werden enkel vergeleken met de gegevens van de laatste drie jaar (2017, 2018 en 2019). Gezien de voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit zijn immers alleen de laatste drie jaar representatief voor de huidige situatie. 

Een nettovermindering van de concentraties stikstofoxiden

Gemiddelde concentraties stikstofoxide (NO2, [µg/m3]) per meetpunt.

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

Gemiddelde concentraties stikstofmonoxide (NO, [µg/m3]) per meetpunt. 

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 
Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.

Tijdens de lockdown ...
De gemiddelde concentraties stikstofoxiden (NO2 en NO) daalden sterk tijdens de lockdownperiode in de lente van 2020 (19 maart – 3 mei 2020), zoals blijkt uit de bovenstaande figuren (zie blauwe balken voor de lockdownperiode). We merken echter een onderscheid tussen de dalingen, naargelang het type omgeving:

  • De sterkste dalingen worden vastgesteld in stedelijke omgevingen met een zeer grote en grote invloed van het verkeer. Zo merken we een daling van NO2 met 49% in Kunst-Wet en met 54% in Elsene, en een daling van NO met 78% in Kunst-Wet en met 77% in Elsene;
  • De dalingen zijn ook uitgesproken voor NO2 in stedelijke omgevingen met een zeer geringe invloed van het verkeer (~50%), hetgeen waarschijnlijk te maken heeft met het feit dat de lockdown in heel België van kracht was en zelfs in verschillende Europese landen en met het feit dat de stedelijke achtergrondstations dus ook een daling van die wijzigingen registreren door de uitwisselingen van luchtmassa. De daling is daarentegen veel minder uitgesproken voor NO (35%) in dergelijke omgevingen omdat NO zeer moeilijk getransporteerd wordt en de concentraties hoog zijn in de onmiddellijke omgeving van de bronnen;
  • Op de stedelijke en industriële sites met een matige invloed van het verkeer zijn de verminderingen van de NO2-concentraties groot, maar minder uitgesproken (respectievelijk 31% en 37%). Voor NO daarentegen is de daling meer uitgesproken voor de industriële sites (55%), wat waarschijnlijk te maken heeft met het intensieve vrachtwagenverkeer (dieselmotoren) op die plaatsen. 

Tijdens de afbouw van de lockdown ... 
De afbouw van de lockdown was verdeeld in twee afzonderlijke periodes: van 4 mei tot 2 juni (gedeeltelijke afbouw van de lockdown) en van 3 juni tot 19 juni (normale hervatting van de activiteiten). Zo zien we een onderscheid tussen de effecten in die twee periodes.

  • Van 4 mei tot 2 juni: de NO2-concentraties stemmen overeen met de concentraties van de lockdownperiode en we stellen zelfs een licht dalende trend vast voor de gemiddelde NO-concentraties. Een mogelijke verklaring hiervoor is de progressieve manier waarop de afbouw van de lockdown is verlopen. Het wegverkeer hernam immers gedeeltelijk omdat telewerk nog steeds de norm was en de scholen nog niet opnieuw geopend waren aan het begin van de periode. 
  • Van 3 tot 19 juni: de NO2-concentraties stijgen in vergelijking met de lockdownperiode, in het bijzonder voor de stedelijke omgevingen met een zeer grote (14%) en grote (20%) invloed van het wegverkeer, alsook voor de industriële omgeving (7%). Wat NO betreft, zijn de stijgingen nog meer uitgesproken, met +83% en +67% voor de stedelijke omgevingen met respectievelijk een grote en zeer grote invloed van het verkeer. In de industriële omgeving zagen we een minder grote toename van de NO-concentraties (+9%). Die stijgingen illustreren uiteraard de hervatting van de activiteiten en het verkeer tijdens de afbouw van de lockdown. In de stedelijke gebieden met een lage en matige invloed zien we dalingen van de NO2- en NO-concentraties door hun beperkte blootstelling aan het verkeer en de verbetering van verspreidingsvoorwaarden in de loop van het jaar. 

Ondanks de stijgende trend tijdens de afbouw van de lockdown in vergelijking met de lockdownperiode blijven die waarden tijdens beide periodes echter onder de waarden die doorgaans worden waargenomen in die periode van het jaar. 

Geen uitgesproken trend voor fijn stof

Over het algemeen had de lockdown geen effect op de gemiddelde concentraties fijn stof (PM10 en PM2.5). Dat geldt voor alle soorten omgevingen die werden bestudeerd. 
Verschillende factoren kunnen dat verklaren:

  • in tegenstelling tot stikstofoxiden wordt fijn stof uitgestoten door zeer diverse bronnen, zowel antropogene als natuurlijke bronnen. De concentraties zijn dus veel minder afhankelijk van het verkeer;
  • de periode van 19 maart tot 3 mei 2020 was zeer droog (slechts zeven dagen regen), waardoor het fijn stof opnieuw in suspensie werd gebracht in de lucht;
  • de periode maart-april is doorgaans een periode waarin meststoffen op de velden worden gestrooid. Naargelang de weersomstandigheden (onder meer vochtigheid en temperatuur) kan de ammoniak die bij die strooiactiviteiten vrijkomt, reageren met de stikstofoxiden (uitgestoten door het verkeer) en zo fijn stof vormen. Dat verklaart de toename van de concentraties fijn stof tijdens de maanden maart en april 2020 op verschillende meetpunten. 

De afbouw van de lockdown had dan weer geen significant effect op de gemiddelde concentraties fijn stof. De licht dalende trend wordt verklaard door het einde van de strooiperiode, alsook door de voortdurende verbetering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de vorige jaren. 

Gemiddelde concentraties van fijn stof (PM10 en PM2.5, [µg/m3]) per meetpunt. 

Opmerking: de concentraties werden gemeten op werkdagen, tijdens de referentieperiodes (maart tot juni 2019) en tijdens de lockdownperiodes en de afbouw van de lockdown (19 maart tot 19 juni 2020). 

Bron: Laboratorium Luchtkwaliteit, Leefmilieu Brussel, 2020.  

Samengevat

Om te downloaden

Factsheets

  • 02. Luchtverontreiniging in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: vaststellingen  (.pdf)
  • 08. Stikstofoxiden (NOx)  (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 24 april 2020  (.pdf) (enkel in het Frans)
  • Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 6 mei 2020  (.pdf) (enkel in het Frans)
  • Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 26 mei 2020  (.pdf) (enkel in het Frans)
  • Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 5 juni 2020  (.pdf) (enkel in het Frans)
  • Evaluatie van de impact van de maatregelen die werden genomen in het kader van de covid-19-pandemie op de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 26 juni 2020  (.pdf) (enkel in het Frans)

Fiche van de Staat van het Leefmilieu

  • Lucht: Luchtkwaliteit: concentratie van stikstofdioxide (NO2)
  • Lucht: Emissies van fijne deeltjes

Nuttige links

  • De webpagina van Leefmilieu Brussel over Black Carbon
< Emissies van verontreinigende stoffen Terug naar thema Buitenlucht

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Homme et enfant dans sa maison

Vervuiling bij ons thuis: ontmoeting met dr. Olivier Michel

02/09/2022
  • Lucht
  • Gezondheid
  • Vervuiling
Artsen kunnen een beroep doen op de RCIB, de Regionale Cel voor Interventie bij Binnenluchtvervuiling, om de aanwezigheid van vervuilende stoffen in huis op te sporen, als de gezondheid van een patiënt eronder lijkt te lijden.
Lees verder about Slechte kwaliteit van de binnenlucht: kan de medische wereld ingrijpen?

Hitte op het werk: hoe je teams beschermen?

24/06/2026
  • Klimaat
  • Gezondheid
  • Gebouw
Hoe kan je tijdens een hittegolf je medewerkers beschermen en goede werkomstandigheden waarborgen? Hieronder een aantal oplossingen om beter te kunnen anticiperen.
Lees verder Hitte op het werk: hoe je teams beschermen?

De beschermers van het Zoniënwoud 

22/12/2023
  • Inspectie
  • Vervuiling
  • Groene ruimten
Lees het verhaal van de beschermers van het Zoniënwoud en ontdek wat je zelf kunt doen om het milieu in Brussel te beschermen.
Lees verder De beschermers van het Zoniënwoud

5 tips om de vervuiling door uw bedrijf te verminderen

09/09/2022
  • Lucht
  • Vervuiling
  • Milieuvergunning
Vervuiling door vervoer, verwarmingssystemen, airconditioning, de gebruikte producten ... Uw bedrijf kan schadelijke stoffen uitstoten. Wat te doen?
Lees verder Tips om de vervuiling door uw bedrijf te verminderen
Ontdek de blog
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Dierenwelzijn
  • Pers
Website Burgers
Website Onderwijs
Blog Professionals

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten