Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Sport en spel in de openbare ruimte

Sport en spel in de openbare ruimte

Wat is de strategie om recreatieve en sportieve activiteiten (opnieuw) te ontwikkelen in de groene ruimten die Leefmilieu Brussel beheert? Welke knelpunten worden daarbij aangepakt, en op welke resultaten is die aanpak gebaseerd?
  • Groene ruimten
  • Gezondheid
  • Wijk
  • Het milieu: stand van zaken
  • Sport
  • Speelterreinen
18 september 2024

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Impact van de lockdown op het leefmilieu
  • De stad verbeteren: natuur gebaseerde oplossingen
  • Vegetatiebedekking en biologische kwaliteit

In actie voor het leefmilieu

  • Sport voor iedereen in de Brusselse groene ruimten
  • Speeltuinen in Brussel
  • Het Meditatieparcours: een gratis tool voor stress- en emotiebeheersing, welzijn en persoonlijke ontwikkeling

Diensten en aanvragen

  • Geluidsoverlast door buurtlawaai melden
  • Geluids- of trillingsoverlast door winkels en bedrijven melden

Regionaal beleid

  • Neerpede, tussen stad en platteland
  • Parken op maat van de gebruikers
  • De netwerken: elke inwoner van Brussel kan in de buurt van een park, speeltuin of moestuin wonen

Inhoud

  • Het speelnetwerk
  • Sport en groene ruimten in Brussel

Het speelnetwerk

Focus - Actualisering : mei 2022

Deze speelzones zijn onregelmatig verdeeld over het stadsnetwerk en zijn zeer heterogeen in omvang, kwaliteit en qua beoogde leeftijdsgroepen. Op basis van een zowel kwantitatieve als kwalitatieve stand van zaken van de sport- en speelzones, en van prospectieve gegevens, werkte Leefmilieu Brussel onlangs een “speelnetwerk”-strategie uit. Deze wil aan alle Brusselaars voldoende en kwaliteitsvolle speelruimtes over het volledige grondgebied bieden. Deze strategie werd uitgeschreven en verspreid in twee publicaties die als naslagwerk moeten dienen voor de aanleg van speeltuinen en skatebanen in het Brussels Gewest. Sinds 2009 legde Leefmilieu Brussel in navolging van de principes en aanbevelingen in deze strategie een dertigtal speel- en sportzones aan of renoveerde ze. Er werden eveneens projecten gerealiseerd met als doel een alternatief speel- en spelaanbod in de dichtbevolkte wijken aan te bieden.

Hoe spelen in de stad meespeelt

De beschikbaarheid aan groene ruimten en kwaliteitsvolle recreatieve ruimten vormt een basisingrediënt van levenskwaliteit in de stad. Met name speelruimten dragen bij tot de psychomotorische, fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen, jongeren en zelfs volwassenen.

In de afgelopen decennia werden tal van ruigten en braakliggende terreinen -informele plekken voor spel en avontuur- geleidelijk aan onder druk van de verstedelijking (volgens het Rapport over de Staat van de Natuur van 2012) volgebouwd (ongeveer 20% tot 25% van de ruigten werden tussen 1998 en 2008 bebouwd). Door de bevolkingsgroei en de kleinere gezinnen is er bovendien een sterke vraag naar woningen. Dat vertaalde zich in een duidelijke stijging van het aantal appartementen (+ 55% tussen 1995 en 2021) en in een opsplitsing van eengezinswoningen, met een minder groot deel van de bevolking dat toegang heeft tot een privétuin als gevolg.  Binnen een algemene context van demografische groei (met verjonging van de bevolking) en verdichting van het stadsweefsel is het dus heel erg belangrijk bij de stadsplanning en de stadsaanleg in te zetten op een kwantitatief en kwalitatief aangepast speelaanbod in de openbare ruimten.

Leefmilieu Brussel beheert overigens binnen zijn groene ruimten 115 geïntegreerde speel- en sportzones, waarvan er sommige van hun glans verloren hebben en aan renovatie toe zijn. Binnen deze context begon men 10 jaar geleden na te denken over het kader dat moet worden meegegeven aan de speel- en sportzones van morgen.

Vraag en aanbod van speel- en sportzones

Toen in 2009 tal van speeltuinen haast afgeschreven waren, voerde Leefmilieu Brussel een eerste evaluatie uit van de speel- en sportzones in het Brussels Gewest. Op basis van een vragenlijst over de ligging en de aanwezige uitrusting werd een inventaris van de formele speel- en sportzones opgesteld (ook die onder beheer van de gemeenten).

Deze informatie werd ingevoerd in een gegevensbank met geografische referenties, waardoor men de ruimtelijke spreiding van de speelzones in het stadsweefsel kon analyseren. Het was bovendien mogelijk deze informatie op schaal van de wijken te kruisen met demografische en socio-economische variabelen (omvang en dichtheid van de bevolking, verdeling per leeftijd, inkomsten, gemiddelde woningoppervlakte per inwoner, enz.).

Deze studie inventariseerde 321 speel- en sportzones (met inbegrip van 21 petanquebanen en pingpongtafels), waarvan 115 onder het beheer van Leefmilieu Brussel. Deze speelzones zijn echter heel heterogeen in omvang, kwaliteit en qua beoogde leeftijdsgroepen, waardoor een bijkomende kwalitatieve analyse noodzakelijk werd. Ze zijn ook ongelijkmatig verspreid over het stadsweefsel, met zowel in het centrum als errond plaatselijk sterke concentraties of integendeel niet-toegeruste gebieden. Doorgaans bieden de speelzones buiten het centrum vooral speeltuigen voor kinderen aan, terwijl in de centralere delen van de stad, met speeltuigen en sportaccommodatie op eenzelfde plek, eerder een doelgroep van kinderen en jongeren wordt aangesproken.

Er kwamen ook nog tal van andere vaststellingen naar voren. Zo had men het over bepaalde doelgroepen waar te weinig rekening mee wordt gehouden (aankomende pubers en pubers, in het bijzonder meisjes, kinderen met een motorische handicap, gezinnen met kinderen uit verschillende leeftijdsgroepen, heel jonge kinderen), de gebruiksmogelijkheden van de speeltuigen die vaak te eenduidig zijn en de beperkt inventieve opvatting van de ruimten, het belang van informele speelruimten, het gebrek aan onderhoud, toezicht en hulpinfrastructuur (wc’s, drinkwater, picknicktafels, enz.). Meer in het algemeen toonde de studie aan dat er geen echt gewestelijk beleid bestond inzake ontwikkeling van speel- en sportzones.

Om een speelnetwerkstrategie uit te werken en de zones voor prioritaire interventie vast te leggen kwam er in 2011-2012, bovenop de stand van zaken, een gedetailleerde kwalitatieve benadering. De kwalitatieve benadering steunde op een inspectie van alle in de eerste fase geregistreerde speel- en sportzones en hun karakterisering op basis van een analyserooster over 6 thema’s: algemeenheden (theoretische uitstraling van de zone, openingsuren, nabijheid van scholen of musea, enz.), toegankelijkheid, spelen en sportactiviteiten ter beschikking, helderheid en aantrekkelijkheid, comfort van de begeleiders, netheid, onderhoud en veiligheid). Op basis van verschillende kwaliteitscriteria werd voor elke bestudeerde zone een globale beoordeling opgesteld.  De kwaliteit van de speeltuinen werd goed, middelmatig of slecht bevonden naarmate het cijfer > 7/10 was, tussen 5 en 7/10 lag of <5/10 was.

Uit deze tweede fase in de studie kwamen volgende vaststellingen naar voren:

  • het gemiddelde cijfer voor de kwaliteit van het volledige spel- en sportaanbod op gewestelijk niveau is 6,5/10 voor de speeltuinen en 6/10 voor de sportterreinen of skateparken;
  • er zijn 299 speeltuinen (gemiddeld ongeveer een speeltuin voor 435 kinderen van kleuter- en lagere-schoolleeftijd) en 142 sportterreinen of skateparken (gemiddeld ongeveer een jongerenspeelruimte voor 528 middelbareschooljongeren);
  • 65% van de speeltuinen hebben een uitstraling op lokale schaal (straat of wijk), 33% op gemeentelijke schaal en minder dan 2% op bovengemeentelijke schaal.

Ruimtelijke spreiding (2009) en kwaliteit (2011) van de speeltuinen

Bron: Leefmilieu Brussel, BRAT en L’Escaut 2015
Ruimtelijke spreiding (2009) en kwaliteit (2011) van de speeltuinen

Elke speeltuin wordt vertegenwoordigd door een cirkel die overeenkomt met een straal van 300 meter vanaf het midden van de speeltuin of de ingang van het park. Deze afstand van 300 meter in vogelvlucht stemt overeen met ongeveer 10 minuten wandelen met kinderen, hetzij met een theoretische toegankelijkheidszone. Deze stukken werden ingekort wanneer ze een onoverkomelijke stedelijke barrière kruisen (autosnelweg, kanaal, waterpartij, ondoordringbare zone, bovengrondse metrolijn en spoorweg). Als men langs een doorgang om dit obstakel heen kan, werd er verder dan dit punt een zone uitgerekend, om zo aan de 300 meter afstand in vogelvlucht te geraken. In het geval van een speelzone in een park die tussen 1,5 en 4 hectare groot is, werd de bereikbaarheidszone berekend vanaf de parkgrenzen.

Deze kaart toont de delen van het grondgebied die in een theoretische toegankelijkheidszone van een speeltuin liggen. Ze kan dus dienen om bij een eerste benadering de gebieden te achterhalen waar kinderen in ontoereikende mate toegang hebben tot een nabij gelegen speeltuin.  De kaart geeft eveneens informatie over de kwaliteit van de speeltuinen, alsook over de kinderdichtheid per wijk (BISA).

Ruimtelijke spreiding (2009) en kwaliteit (2011) van de sportterreinen of skateparken

Bron: Leefmilieu Brussel, BRAT en L’Escaut 2015
Ruimtelijke spreiding en kwaliteit van de sportterreinen of skateparken

Voor de infrastructuur voor jongeren vond er een gelijkaardige benadering plaats. Hier ging men uit van een theoretische toegankelijkheidszone op 500 meter in vogelvlucht.

Naar een speelnetwerk in Brussel

In het verlengde van al dit denk- en ander werk zette Leefmilieu Brussel een strategie op voor de implementering van een echt “speelnetwerk”.  Deze strategie werd samen met haar praktische manier van uitvoering in twee publicaties uit de doeken gedaan: “Het spel in de stad - Voor een speelnetwerk in Brussel” en “SK8Bxl - Skaten in de stad”. De laatste brochure gaat specifiek over de ontwikkeling van plekken voor skaten en andere rollerdisciplines in de stad. Deze publicaties willen een naslagwerk vormen voor bouwheren, ontwerpers, administraties en andere sectoren die betrokken zijn bij de aanleg van de openbare ruimte.

Het speelnetwerk wordt erin gedefinieerd als een strategie die erop gericht is alle inwoners van het Gewest te voorzien van voldoende, kwaliteitsvolle en open speelterreinen, die verspreid liggen over het hele Brusselse grondgebied.  Deze strategie werd vertaald naar kwalitatieve en kwantitatieve doelstellingen tegen 2020:

  • in alle Brusselse wijken zorgen voor een speeltuin voor 500 kinderen en voor een aangepaste structuur voor 500 jongeren;
  • zorgen voor een speeltuin en voor een spel- en sportruimte voor jongeren op respectievelijk minder dan 300 meter en 500 meter in vogelvlucht van alle bewoonde zones;
  • voor de kwaliteit van het volledige spel- en sportaanbod in het Brussels Gewest een gemiddeld cijfer van 8/10 halen.

Naast deze doelstellingen steunt deze strategie op een reeks grote principes en richtsnoeren zoals bijvoorbeeld:

  • prioritair ingrijpen op de zones waar er schaarste is aan spelinfrastructuur (rekening houdend met het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod, de demografische vooruitzichten per wijk, de aanwezigheid van infrastructuur zoals scholen, bibliotheken en ludotheken, daarbovenop musea, enz.);
  • het speelnetwerk ophangen aan 4 niveaus van uitstraling (straat, wijk, gemeente en gewest) door de noodzakelijke samenwerkingsverbanden en synergieën tussen verschillende actoren (LB, gemeenten, wijkcontracten, communautaire instellingen, enz.) te ontwikkelen;
  • recreatieve polen met gewestelijke reikwijdte creëren (gepland in het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame OntwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen. of GPDO);
  • het aanbod en de types van speeltuinen diversifiëren (en daarbij rekening houden met de noden van de gebruikerscategorieën waarvoor het aanbod zwak is), hun inventiviteit en originaliteit verhogen;
  • het creëren van informele speelruimtes aanmoedigen en de speldimensie verwerken in het ontwerp van openbare ruimten;
  • voorrang geven aan de inbreng van kinderen en toekomstige gebruikers bij de aanleg van speeltuinen en bij uitbreiding van openbare ruimten;
  • de doelstellingen van het speelnetwerk verwerken in de nieuwe woonprojecten.

Het ontwerp-GPDO ziet de sport- en recreatieve uitrusting als een van de prioritaire behoeften voor diensten en uitrusting die een beter aanbod vergen. Het speelnetwerk komt er trouwens uitdrukkelijk in aan bod als, samen met het socio-recreatieve, het blauwe en ecologische netwerk, een van de strategische netwerken van het groen netwerkProgramma gebaseerd op de bescherming en de aanleg van groene ruimten en op de creatie van onderlinge fysische verbanden, dat niet alleen tot doel heeft het natuurpatrimonium te beschermen en de biodiversiteit te bevorderen, maar ook de gewestelijke verschillen inzake vergroening en verspreiding van de openbare groene ruimten te compenseren, de landschappelijke kwaliteiten te verbeteren en de zachte mobiliteit te bevorderen. (zie focus op dit onderwerp).

Er werden reeds verschillende concrete maatregelen genomen om het beleid rond de ontwikkeling van een speelnetwerk toe te passen. Sinds 2009 werden er tal van speeltuinen door Leefmilieu Brussel gerenoveerd en aangelegd. Hierbij werd rekening gehouden met de aanbevelingen uit de denkoefening over het speelnetwerk. De speeltuinen liggen op de volgende plaatsen: Georges Henri-park, Bonneviepark, Hallepoort, Koning Boudewijnpark (fases 1, 2 en 3), Rood Klooster, Chinees paviljoen, spoorwegwandeling (station en Willame), Wilderbos (gezondheidsparcours), Senypark, lijn 28-Dubrucq, Scheutbos (laag deel). Er zijn eveneens nieuwe projecten lopende of gepland.

In 2022 had Leefmilieu Brussel niet minder dan 115 speel- ensportzones onder zijn beheer.

Er vonden eveneens projecten plaats rond de ontwikkeling van een alternatief speelaanbod, met name voor de dichtbevolkte wijken. Concreet leidde dat tot een mobiele structuur die op de verbeelding inspeelt (grot van de Yeti) en tot sleeën op rolletjes voor animatie in straten of in parken (gat in de muur).

Ontwikkeling van een sportas

Leefmilieu Brussel heeft in 2018 een grootschalige prospectieve studie gelanceerd om het bestaande aanbod aan sportinfrastructuur te evalueren en te vergelijken met de reële behoeften. Deze studie heeft geleid tot een zowel operationele als strategische sportstrategie, die erop gericht is spontane sportbeoefening aan te moedigen door middel van lichte en betrekkelijk snelle ingrepen die zo goed mogelijk in het landschap zijn geïntegreerd en de ecologische waarde van de terreinen respecteren. Het is ook de bedoeling de cohesie en de sociale integratie in de groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. te versterken, de fysieke conditie en de gezondheid te verbeteren, actieve vrijetijdsbesteding aan te moedigen en sportcentra te ontwikkelen. Deze strategie wordt sinds 2019 uitgevoerd en heeft het al mogelijk gemaakt om een reeks van polyvalente en kwaliteitsvolle sportvoorzieningen te verwezenlijken, een sportdynamiek op gang te brengen door middel van lichte ingrepen zoals markering, afbakening en fresco's en ten slotte het sportaanbod te diversifiëren om alle doelgroepen (vrouwen, kinderen, adolescenten ...) in de groene ruimten te bereiken.

Voor meer informatie over de sportstrategie en de acties die in het kader van deze strategie worden ondernomen, kunt u de Focus ‘Sport en groene ruimten in Brussel’ raadplegen.

Om te downloaden

Factsheets

  • 13. Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door interpretatie van satellietbeelden (.pdf)

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

  • Focus: Sport en groene ruimten in Brussel
  • De demografische evolutie in het Brussels Gewest (januari 2023)
  • Bodemgebruik en bebouwing in het Brussels Gewest (februari 2022)
  • Focus: Het Groene Netwerk (december 2015)
  • Groene ruimten : toegankelijkheid voor het publiek (editie 2007-2008) (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT en L’ESCAUT 2015. « Het spel in de stad - Voor een speenetwerk in Brussel », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 122 pp. (.pdf)
  • LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT et BRUSK 2015. « SK8BXL - Skaten in de stad », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 63 pp. (.pdf)

Studies en rapporten

  • BRAT 2009. « Inventaire des espaces verts et espaces récréatifs accessibles au public en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 40 pp. + bijlagen (.pdf) (FR alleen)
  • BRAT en RUIMTECEL 2009. « Studie voor een herinrichting van de speel- en sportterreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gebied : Eindverslag », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 49 pp. (.pdf)
  • VAN DE VOORDE T., CANTERS F. ET CHEUNG-WAI CHAN J. 2010. « Mapping update and analysis of the evolution of non-built (green) spaces in the Brussels Capital Region - Part I & II», cartography and GIS Research Group - department of geography (VUB), studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 35 pp. (.pdf) (enkel in het Engels)

Sport en groene ruimten in Brussel

Focus – Actualisering: juli 2021

Het aanbod aan infrastructuur voor sporten in de openbare ruimte is momenteel maar weinig gediversifieerd: meer dan 80% van het aanbod bestaat uit voetbal- en/of basketbalvelden en petanquebanen. De sporten die in de groene ruimten worden beoefend, zijn daardoor weinig gevarieerd en voornamelijk gericht op bepaalde doelgroepen: mannen (ongeveer 80% van de sporters), jongeren en jongvolwassenen. Het is dan ook een uitdaging van formaat om sporten in de openbare ruimte aan te moedigen bij adolescenten, vrouwen, senioren, mensen met een handicap en soms ook kinderen. Ook ruimtelijk vertoont het aanbod een groot contrast: volgens een studie is er in ongeveer 43% van de Brusselse wijken een groot tekort aan sportinfrastructuur.

Een studie om in te spelen op de groeiende vraag naar sportzones in groene ruimten

De beschikbaarheid van groene en recreatieve ruimten is essentieel voor de levenskwaliteit en de gezondheid van de stadsbewoners. Bovendien heeft ze ook een rechtstreekse impact op de residentiële aantrekkelijkheid. De toename van de Brusselse bevolking en de daarbij horende verdichting vertaalt zich met name in een groeiende vraag naar de ontwikkeling van sportmogelijkheden in de openbare groene ruimten van het gewest. Die ontwikkeling moet evenwel worden geïntegreerd in de stedelijke ruimte en combineerbaar zijn met de andere functies van de groene ruimten (behoud van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., rustzone, erfgoed- en landschapswaarde enz.). In de honderdtal groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, zijn momenteel een vijftigtal spel- en/of sportinfrastructuren (sommigen gecombineerd) aanwezig. 
In dat opzicht werd in 2017-2018 een studie uitgevoerd met het oog op de ontwikkeling van een algemene visie en strategie voor de (her)ontwikkeling van sportmogelijkheden in de groene ruimten van het Brussels Gewest.
Die studie bestond uit drie fasen: 

  • Context en stand van zaken
    • Inventaris en kaart van de beschikbare sportinfrastructuur in de openbare ruimte, alsook per type terrein;
    • Inventaris en kaart van de sites waar sportactiviteiten mogelijk zijn zonder dat een specifieke inrichting is voorzien (grasvelden, wegen, parken en bossen, waterpartijen enz.);
    • Identificatie van zones met tekorten, die niet worden gedekt door bepaalde elementen met betrekking tot het aanbod (uitgaande van een toegankelijkheidszone met een straal van 500 meter).
  • Identificatie van de mogelijke vraag en het gebruik (vanuit kwantitatief en kwalitatief oogpunt) en vergelijking met het aanbod (analyse per sport en per type groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. of wijk)
  • Aanbevelingen

Dankzij deze studie kon Leefmilieu Brussel haar aanpak structureren en een interventiekader op middellange en lange termijn bepalen voor de ontwikkeling van sportactiviteiten in de gewestelijke openbare ruimten. 

Sporten in de openbare ruimte als antwoord op maatschappelijke uitdagingen en in het belang van de volksgezondheid

Regelmatig bewegen heeft heel wat positieve effecten op de fysieke en mentale gezondheid, alsook op de psychomotorische ontwikkeling.  Fysieke en/of sportactiviteiten zorgen bovendien niet alleen voor nieuwe ontmoetingen, maar hebben ook een gunstige impact op het sociale leven van een individu: verschillen doen vervagen (sociale klasse, afkomst, geslacht, leeftijd enz.), het gevoel bij een groep te horen en samenhorigheidsgevoel, sociale vaardigheden verwerven (communicatie, interactie, zelf luisteren en anderen doen luisteren enz.), omgaan met regels en conflicten en noem maar op.
In sommige Brusselse wijken heerst er een fenomeen van uitsluiting dat zich met name vertaalt in hogere werkloosheidspercentages, vroegtijdige schoolverlaters of meer kwetsbaarheid. De uitbouw van sportactiviteiten in deze wijken kan, samen met heel wat andere hulpmiddelen, zorgen voor een sociale dynamiek en een positieve invulling van de openbare ruimte.
Lichaamsbeweging in de openbare ruimte biedt bovendien nog bijkomende voordelen: het is gratis, praktisch en ook gezellig. Sportinfrastructuren in de openbare ruimten kunnen ook zeer nuttig zijn voor verenigingen (jeugdhuizen, jeugdbewegingen enz.) en scholen die niet altijd over deze voorzieningen beschikken. 

Maar een transversale denkoefening dringt zich op

Sommige sportactiviteiten kunnen hinder veroorzaken, zowel voor de ruimte zelf, als voor de andere gebruikers van de ruimte, de buren of het leefmilieu. Er zijn verschillende soorten hinder: beschadiging van de ruimte, geluidsoverlast, mogelijke conflicten (tussen gebruikers, met buren enz.), verstoring van flora en fauna, bodemverdichting enz. Naast hinder, moet ook over andere kwesties worden nagedacht. Denk bijvoorbeeld aan het delen van de openbare ruimte, het beheer en het onderhoud van de sportinfrastructuur en de ruimte die wordt gebruikt door de sporters en een juiste omkadering zodat de verschillende gebruikers van de ruimte er kunnen 'samenleven'. 

Bij de ontwikkeling van sportactiviteiten in een groene ruimte moet er dus een evenwicht worden gezocht tussen de verschillende functies van het gebied en moet rekening worden gehouden met de opvangcapaciteit van het gebied en met de potentiële gevolgen van de ingreep op het vlak van vereiste voorzieningen en de recreatieve activiteiten die er worden uitgebouwd. Die ontwikkeling moet ook passen in een sociaal-stedenbouwkundige aanpak waarbij rekening wordt gehouden met de kenmerken en uitdagingen van de wijk. Sporten in de openbare ruimte is bovendien meer een kwestie van vrijetijdsbesteding dan van intensieve sportbeoefening en bijgevolg moet de aangeboden infrastructuur niet de plaats innemen van het 'standaardaanbod' (bijv. sporthallen) maar veeleer een aanvullende rol vervullen.   

Een aanpak per sport: het voorbeeld van basketbal 

In het kader van deze studie werden ongeveer vijftig sporten in aanmerking genomen die kunnen worden beoefend in de openbare ruimte, inclusief sporten waarvoor geen specifieke uitrusting of infrastructuur nodig is (tai chi, parkour, fitness enz.). Sporten die niet in aanmerking werden genomen, zijn voornamelijk indoorsporten waarvoor een specifieke infrastructuur nodig is, sporten waarbij grote risico's worden genomen en een bepaalde omkadering nodig is en sporten die voornamelijk als vrijetijdsbesteding worden gezien (zoals rijden met een gocart). De gegevens die werden verzameld voor basketbal, vindt u hieronder als voorbeeld. 

De inzichten: kwantitatief ...
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt in totaal 133 basketbalvelden. Alle gemeenten van het Gewest beschikken over dergelijke velden, behalve Vorst. Van deze 133 basketbalvelden zijn er 70 specifiek en enkel voor basketbal aangelegd.

Met betrekking tot de aanpassing van het aanbod aan de vraag, werd de indicatieve drempel voor deze sport vastgelegd op 2.500 inwoners/basketbalveld (ratio bepaald op basis van verschillende studies). Deze ratio moet worden vergeleken met de ratio die werd berekend voor het volledige gewest en 8.932 inwoners/uitrusting bedraagt. Deze berekening werd bovendien toegepast op de 145 wijken in het volledige gewest (Wijkmonitoring), waardoor het in eerste instantie mogelijk was om het gebrek aan basketbalvelden per wijk te bepalen aan de hand van drie prioriteitsniveaus (sterk, gering, geen).  Deze aanpak werd vervolgens verder verfijnd: de weinig of niet-bewoonde wijken werden uitgesloten en de minder dichte wijken (< 5.000 inwoners/km2) gingen van een hogere naar een lagere prioriteit. Dat laatste gold ook voor de wijken die voor ten minste 50% van hun oppervlakte worden gedekt door de toegankelijkheidszone van basketbalvelden in de naburige wijken. 

Gezien het grote aantal wijken met een lagere prioriteit voor voetbal en basketbal, werd beslist om een bijkomend categorisatieniveau toe te voegen voor deze wijken: er werd een hogere prioriteit toegekend aan de wijken met meer dan 1.000 jongeren (12-24 jaar) per veld. 

Op basis van deze kwantitatieve aanpak zien we over het algemeen een goede theoretische geografische verdeling, ondanks de tekorten in deze gemeenten: 

  • In het westen van Sint-Jans-Molenbeek en het noorden van Elsene, in wijken met een hoge bevolkingsdichtheid;
  • Vlak bij de wijk Georges Henri, met een middelmatige bevolkingsdichtheid;
  • In Vorst en Ukkel, in wijken met een geringe bevolkingsdichtheid.

Ook andere criteria kunnen in aanmerking worden genomen, naargelang de beleidsoriëntaties van de bevoegde instanties: nabijheid van scholen, interventiepotentieel (op gewestelijke schaal veranderende zones) enz.

... maar ook kwalitatief 

Naast deze kwantitatieve aanpak gingen de auteurs van deze studie ook over tot een meer kwalitatieve benadering. Die was gebaseerd op:

  • ontmoetingen met een reeks belangrijke actoren uit de sportwereld, het onderwijs, de jeugdwerking, alsook met Leefmilieu Brussel (parkbeheerders en -wachters);
  • terreinwaarnemingen op een tiental geselecteerde sites om te zorgen voor een representatieve steekproef van de verschillende soorten gevallen in het Brussels Gewest, met name op het vlak van aanbod en wijkprofielen. 

Op die manier kon worden achterhaald welke behoeften niet of slecht ingelost worden, hoe de bestaande uitrustingen op de verschillende sites worden gebruikt en wat de verwachtingen zijn van de actoren. 

Voor basketbal kunnen de belangrijkste lessen uit de kwalitatieve studie als volgt worden samengevat: 

  • op gecombineerde terreinen (zoals Agoraspaces) zal basketbal het vaakst worden beoefend in grotere polyvalente ruimten waar de basketbalringen niet op dezelfde plaats staan als de voetbaldoelen, want anders wint voetbal bijna systematisch van basketbal;
  • de ondergrond en de basketbalringen van de Agoraspaces zijn niet helemaal geschikt voor basketbal en kunnen ongevallen veroorzaken;
  • de gebruikers die basketbal spelen in de openbare ruimten hebben minder interesse voor traditioneel basketbal dan voor street basket, dat ze in een kleinere groep (3x3) en met slechts één basketbalring spelen;
  • er is vraag naar lagere basketbalringen, aangepast aan kinderen;
  • basketbalinfrastructuur raakt snel beschadigd (netten, ringen);
  • het stuiteren van de ballen veroorzaakt geluidsoverlast (afhankelijk van het type ondergrond); 
  • de scholen en de sportsector zouden graag uitrustingen hebben die aan de normen voldoen;
  • basketbal is een potentieel hulpmiddel voor jeugdopvoeders en een belangrijke bron van motivatie voor bepaalde jongeren, die het zien als een hulpmiddel voor sociale mobiliteit.

Op basis van de kwantitatieve en kwalitatieve analyses en de specifieke kenmerken van basketbal, werd een SWOT-analyse uitgewerkt (Strengths (sterktes), Weaknesses (zwaktes), Opportunities (kansen) en Threats (bedreigingen)).

De kwalitatieve analyse leidt tot een nuancering van de kwantitatieve benadering. Als we namelijk geen rekening houden met voorzieningen van het type Agoraspace, waar er in feite zo goed als geen basketbal wordt gespeeld, stellen we vast dat de ruimtelijke dekking wel degelijk minder goed is: er zijn dus grotere zones met een tekort, met name in wijken met veel jongeren.

Analyse van vraag en aanbod van basketball infrastructuur: kwantitatieve benadering

Bron: BRAT-PEPS 2017

Wat de uitrustingen betreft, leidt de analyse ook tot een reeks aanbevelingen, met name: 

  • de voorkeur geven aan een groter netwerk met aparte basketbalringen – dus niet op voetbalvelden – in plaats van klassieke terreinen die meer ruimte in beslag nemen;
  • zorgen voor sterker materiaal dan het huidige materiaal, waarbij sommige aan de officiële normen voldoen en andere specifiek voor kinderen bestemd zijn;
  • kiezen voor een ondergrond die minder geluidshinder veroorzaakt en bij een ongeval de schok kan opvangen;
  • de voorkeur geven aan halve terreinen waarop ook street basket (3x3) mogelijk is, een sport die zeer in trek is op dit moment.  

Een transversale aanpak per type groene ruimte of per wijk

Hier willen we een stap verder gaan dan de analyse per sport en de ontwikkeling van sportinfrastructuur in de openbare ruimte vanuit een algemener oogpunt bekijken, rekening houdend met de kenmerken van de groene ruimten en de omliggende stedelijke context. 

Deze analyse is voornamelijk gebaseerd op terreinwaarnemingen die getoetst werden aan theoretische bijdragen uit verschillende workshops.  Op die manier konden we voor de verschillende bestudeerde parken de vraag en het aanbod analyseren. In tweede instantie konden we een parktypologie voorstellen ten aanzien van de bestudeerde sporten.  Zo maakten de auteurs van de studie een onderscheid tussen 'natuurparken', 'sportparken' (met veel sportinfrastructuur, gevarieerde activiteiten, intensief gebruik), 'geïntegreerde sportparken' (weinig sportinfrastructuur maar sportactiviteiten voornamelijk op de grasvelden en paden) en 'afgescheiden omnisportparken' (sportinfrastructuur gescheiden van de andere zones van het park).

Voetbal en joggen zijn goed voor 60% van de sportactiviteiten in de bestudeerde parken

Uit de terreinbezoeken blijkt dat zeven sporten en fysieke activiteiten 90% van de waargenomen activiteiten vertegenwoordigen: voetbal, joggen, street workout (gymnastiek/krachttraining/parkour) en fitness, basketbal, boardsport en petanque. Deze waarnemingen over het gebruik moeten echter worden genuanceerd aangezien een gering of onbestaand aanbod het gebruik ook onvermijdelijk vermindert. In alle parken die groot genoeg zijn wordt gejogd.

Aantal keer dat een van de 7 meest geïnventariseerde sportactiviteiten werd waargenomen en % verdeling tussen mannen en vrouwen (118 bezoeken – 14 parken)

Bron: BRAT-PEPS 2017
see1920_illu_airesport_fig2_cake_nl_0

Andere activiteiten, zoals frisbee, badminton of volleybal, werden sporadisch waargenomen.

Bijna 80% van de geobserveerde sporters zijn mannen

Tijdens de terreinbezoeken werden bijna 3.500 mensen waargenomen die een sport beoefenden.  
79% van hen waren mannen. Wat de geschatte leeftijdscategorieën betreft, zien we voornamelijk volwassenen (60%) en een kleiner aantal adolescenten (25%) en kinderen (15%). Joggen is veruit de voornaamste sport die wordt beoefend door vrouwen (87% van de waarnemingen) en de enige sport waarvoor bijna een gelijk aantal mannen en vrouwen werd waargenomen.

Er werd ook een analyse uitgevoerd om na te gaan of het type wijk (stadsweefsel en sociaal-demografische samenstelling) een invloed had op de sportactiviteiten. Uit de resultaten blijkt dat deze activiteiten vooral afhankelijk zijn van de aanwezigheid en de kenmerken van het aanbod in het park (concentratie van meerdere infrastructuren, grootte van de grasvelden ...). 

In 62 wijken is er een groot tekort aan sportinfrastructuur

In het licht van voorgaande vaststelling, lijkt het ons interessant om de wijken niet vanuit een sociaal-urbanistisch oogpunt te karakteriseren, maar wel vanuit de tekorten in de voornaamste infrastructuren (voetbal, basketbal, petanque, tafeltennis en fitness en vergelijkbare sporten).

Voor elke wijk werden de mogelijke tekorten voor verschillende infrastructuren opgesomd, op basis van een weging volgens de ernst van het tekort: 2 punten (hoge prioriteit), 1 punt (geringe prioriteit), 0 punten (geen prioritaire interventie). 

Op die manier kunnen de wijken worden voorgesteld volgens een algemeen 'tekortenniveau'. Aan de hand van die oefening kunnen we de wijken met de meeste tekorten identificeren, voor alle infrastructuren samen. Zo zien we verschillende kritieke zones, vaak gelegen aan de gemeentegrenzen of zelfs uitgespreid over meerdere aangrenzende gemeenten.

Analyse van vraag en aanbod aan sportinfrastructuren: samenvatting van de tekorten

Bron: BRAT-PEPS 2017

De hoogste tekortenniveaus (score van 7 tot 10) zien we in 62 wijken, of 43%.  Het sportaanbod is ook weinig gediversifieerd: meer dan 80% van het aanbod bestaat uit petanquebanen of voetbal- en/of basketbalvelden. Dat heeft verschillende gevolgen. Zo is er weinig diversiteit in de sportactiviteiten en wordt het aanbod vaker gericht op bepaalde doelgroepen van sporters ten koste van andere – soms vergeten – doelgroepen (vrouwen, senioren, mensen met een handicap en soms kinderen).

Bij het bepalen van de prioriteiten voor de ontwikkeling van het aanbod, kan rekening worden gehouden met andere bijkomende criteria dan die van het aanbod en de vraag, zoals de hoeveelheid jongeren, het dringende karakter van de interventies (verouderde voorzieningen ...), de nabijheid van groene ruimten of prioritaire ontwikkelingspolen zoals bepaald in het Gewestelijk Plan voor  Duurzame OntwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen. . Het is immers de bedoeling dat deze polen de komende jaren sterk evolueren, met een mogelijke toename van het aantal woningen en inwoners en dus met nieuwe behoeften als gevolg, maar ook met mogelijke veranderingen op het vlak van openbare ruimte en voorzieningen.

Een sportstrategie aangepast aan de behoeften, opportuniteiten en realiteiten van de gewestelijke groene ruimten en hun gebruikers

Op basis van deze studie heeft de dienst 'Speel- en sportnetwerken' van Leefmilieu Brussel een strategisch document uitgewerkt om de ontwikkeling van sportactiviteiten in de gewestelijke groene ruimten te omkaderen. Dat gebeurde in samenwerking met de verschillende betrokken departementen en met de Sportcel van perspective.brussels.

Deze ontwikkeling is opgebouwd rond vier hoofdpijlers, met name: 

  • de versterking van de sociale cohesie en integratie; 
  • de verbetering van de fitheid en de gezondheid van de Brusselaars;
  • het aanmoedigen van 'actieve vrijetijdsbesteding';
  • de ontwikkeling van 'sportieve polen' met lokale of gewestelijke uitstraling.

De te ontwikkelen pijlers moeten worden gekozen op basis van de lokale context, zowel sociaal-demografisch als ecologisch. 

Op kwantitatief vlak heeft deze sportstrategie als doel het Gewest op een evenwichtige manier uit te rusten, rekening houdend met de zones met tekorten en het sociaal-demografische profiel van de verschillende wijken (met prioriteit voor de achtergestelde en dichtbevolkte wijken). Daarnaast wil men bepaalde doelgroepen beter bereiken (adolescenten, senioren, personen met beperkte mobiliteit enz.). Sportdynamieken aangepast aan de behoeften van de gebruikers en de verschillende types groene ruimten worden aangemoedigd via de organisatie van kleine sportevenementen, initiaties, animatiesessies en kleinere interventies (zoals markeringen op de grond).

Op kwalitatief vlak werden vijf doelstellingen vastgelegd:

  • Diversifiëring van het aanbod, de activiteiten en de gebruikers;
  • Interventies aangepast aan de prioritaire pijler (bijvoorbeeld: is het doel van de sport vooral sociaal, dan is een participatieve aanpak met het verenigingsleven aangewezen en moeten de activiteiten van de parkwachters-animatoren in de kijker worden gezet);
  • Betere integratie van de sportvoorzieningen/-infrastructuur in het landschap; 
  • Een betere omkadering bieden, nieuwe sportactiviteiten onthalen;
  • De ontwikkeling van sportactiviteiten aanmoedigen waarvoor geen zware infrastructuur nodig is.

Wat de eerste doelstelling betreft, heeft de studie aangetoond dat jongeren of jongvolwassenen en het mannelijke geslacht oververtegenwoordigd zijn. Het is dan ook een uitdaging van formaat om sporten in de openbare ruimte aan te moedigen bij vrouwen of senioren. Voor mensen met een mentale of fysieke beperking is de installatie van aangepaste sportvoorzieningen dan weer essentieel, naast interventies op het vlak van toegankelijkheid van deze installaties en communicatie.

Een groeiend gewestelijk aanbod

see1920_illu_airesport_fig4_photo_nl_0

Op operationeel vlak realiseert de dienst 'Speel- en sportnetwerken' tal van aanleg- of heraanlegprojecten om sportactiviteiten aan te moedigen in de gewestelijke ruimten, ongeacht of ze worden beheerd door Leefmilieu Brussel dan wel of de overname nog 'in wording' is.  

Tal van projecten werden in 2019-2021 uitgevoerd of worden momenteel nog uitgevoerd. Bijvoorbeeld:

  • Omnisportveld, fitnesstoestellen en klimmuur in het Bonneviepark;
  • Speel- en sportplein in de Kruidtuin; 
  • Markeringen voor een sprintzone op de grond en nieuw terrein voor street basket in het Park L28, aanleg van een parkourspot onder de Demeerbrug;
  • Speeltuinen en sportinfrastructuur, slackline-spot in het Rood Klooster;
  • Sportvelden en boardsporten in het Georges Henripark;
  • Sport en spel (street basket en parkourspot) in het Zennepark. 

In de loop van de huidige legislatuur zouden nog verschillende andere projecten moeten worden uitgevoerd of opgestart (bijvoorbeeld: speelplein en sportinfrastructuur in het Dauwpark).  De verdere uitbouw van het speel- en sportnetwerk op het Brusselse grondgebied vereist bovendien partnerships en wisselwerkingen met de verschillende betrokken spelers zoals de gemeenten, de sport- en verenigingswereld, perspective.brussels of de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) die belast is met sociale huisvesting.

Naast Leefmilieu Brussel wil ook het Brussels Gewest sportbeoefening aanmoedigen en toegankelijk maken voor iedereen. In het kader daarvan werkt perspective.brussels momenteel een strategische visie uit voor de realisatie van sportinfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hiervoor wordt een Brussels sportkadaster opgesteld met informatie over alle sportinfrastructuur (indoor en outdoor). Daarnaast wordt er gewerkt aan een gewestelijke strategie om joggen te promoten.

Het Gewest voert ook een actief beleid ter ondersteuning van de gemeenten voor de ontwikkeling van sportinfrastructuur via twee projectoproepen. Eén van die projectoproepen heeft betrekking op 'sportinfrastructuur in de buurt', d.w.z. vlak bij een woongebied én vrij toegankelijk. Deze infrastructuur moet met name bijdragen aan de versterking van de sociale cohesie door alle inwoners van een wijk de mogelijkheid te bieden zich te ontspannen, te vermaken en nieuwe mensen te leren kennen.

Bovenop de infrastructuur ontwikkelt de dienst 'Speel- en sportnetwerken' van Leefmilieu Brussel sportprogramma's om het sportaanbod in de parken uit te breiden en te diversifiëren en zo beter in te spelen op de noden van alle doelgroepen. Deze initiatieven hebben ook als doel om bepaalde recente realisaties te promoten en te begeleiden. In het kader daarvan worden initiaties voor nieuwe sporten georganiseerd voor het grote publiek, in samenwerking met de parkwachters en externe stakeholders.  Zo werd in de zomer van 2018 een bewustmakings- en promotieactie rond sport georganiseerd bij de wachters en het grote publiek via een reeks demonstraties van innovatieve sporten. Bij het project 'Sport in de parken' worden in 2021 slackline, parkour en skeeleren in de kijker gezet in zes groene ruimten. Voor deze drie sporten zijn telkens slechts lichte voorzieningen nodig en ze kunnen goed worden opgenomen in het landschap. Naast deze activiteiten wordt ook nog een pumptrack geïnstalleerd (een gesloten parcours met oneffenheden en bochten) in een park om het publiek te laten kennismaken met BMX'en, steps, skates en skeelers.

Om te downloaden

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

  • Het speelnetwerk (2022)
  • Het groene netwerk (2015)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT en L’ESCAUT 2015. « Het spel in de stad – Voor een speelnetwerk in Brussel », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 122 pp. (.pdf)
  • LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT en BRUSK 2015. « SK8BXL – Skaten in de stad », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 663 pp. (.pdf)

Studies en rapporten

  • BRAT-PEPS 2017. « Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles Capitale - Phase 1 : Etude », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, eindverslag, 68 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT-PEPS 2017. « Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles Capitale - Phase 2 : Analyse de l’offre et la demande », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, eindverslag, 102 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT-PEPS 2017. « Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles Capitale – Phase 3 : Recommandations », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, eindverslag, 78 pp. (.pdf)  (enkel in het Frans)
  • BRAT-PEPS 2019. « Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles Capitale – Synthèse des recommandations de l’étude », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, eindverslag, 5 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT 2009. « Inventaire des espaces verts et espaces récréatifs accessibles au public en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 40 pp. + bijlagen (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT 2009. « Etude pour un redéploiement des aires ludiques et sportives en Région de Bruxelles-Capitale : Rapport final », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 51 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • PERSPECTIVE BRUSSELS 2020. « Be running : naar een recre-actief netwerk voor stappers en lopers », synthesenota, 29 pp. (.pdf)

Nuttige links

  • PERSPECTIVE BRUSSELS, Sportcel
< Stadslandbouw en duurzame voeding De stad verbeteren > Terug naar thema Het leefmilieu voor een duurzamere stad

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

6 bijzondere speeltuinen in Brussel: laten we buiten spelen!

08/07/2025
  • Groene ruimten
  • Gezondheid
Brussel heeft heel wat leuke speel- en sportterreinen voor kinderen van alle leeftijden. We selecteerden 6 bijzondere speeltuinen waar je met je kroost naartoe kunt trekken.
Lees verder about 6 bijzondere speeltuinen in Brussel: laten we buiten spelen!

Zomerse temperaturen: 11 leuke uitstapjes met waterpret voor kinderen in Brussel

26/05/2026
  • Water
  • Groene ruimten
  • Gezondheid
Erg warme dagen kunnen in de stad al snel een uitdaging worden met kinderen. Het is niet altijd makkelijk om een plek te vinden die verkoeling biedt zonder dat je ver van huis moet trekken.
Lees verder Zomerse temperaturen: 11 leuke uitstapjes met waterpret voor kinderen in Brussel

Top 5 van de Brusselse parken waar je aan urban sports kan doen

12/10/2021
  • Gezondheid
Selectie van 5 Brusselse parken waar je parkour, slackline, streetball, running of ultimate frisbee in de openlucht kan beoefenen.
Lees verder In welke parken kan je urban sports beoefenen in Brussel?

De Staat van het Leefmilieu editie 2024: hoe is het met Brussel gesteld?

13/02/2025
  • Lucht
  • Biodiversiteit
  • Gezondheid
Een ontmoeting met Véronique Verbeke, die het nieuwe verslag over de Staat van het Leefmilieu in Brussel voor ons ontrafelt: het doel, de evoluties, de toekomstige uitdagingen …
Lees verder De Staat van het Leefmilieu editie 2024: hoe is het met Brussel gesteld?
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten