Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Stadslandbouw en duurzame voeding

Stadslandbouw en duurzame voeding

'Good Food' streeft naar een duurzamer voedselsysteem in Brussel. Lees meer over de maatregelen die deze strategie inzet om zowel professionele als burgerlijke stadslandbouw (moestuinen, boomgaarden,… ) aan te moedigen, en over de huidige stand van zaken.
  • Landbouw
  • Voeding
  • Duurzame consumptie
  • Het milieu: stand van zaken
  • Good Food
  • Moestuin
25 juni 2026

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Impact van de lockdown op het leefmilieu
  • Totale afvalproductie
  • R-strategieën: Reduce, reuse, recycle

In actie voor het leefmilieu

  • Zelf voedsel produceren in de stad is mogelijk!
  • Toegankelijke Good Food
  • Telen in de stad: goede praktijken om uw gezondheid te beschermen

Diensten en aanvragen

  • Moestuingidsen: netwerk en opleidingen
  • De Good Food B2B dienst helpt u bij levering van verse, lokale en seizoensproducten
  • Het Good Food Resto-label

Regelgeving en inspectie

  • Gids voor regelgeving voor stedelijke landbouw

Regionaal beleid

  • Strategie Good Food "Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest"

Inhoud

  • Good food: Professionele landbouw in het Brussels Gewest
  • Collectieve moestuinen en volkstuinen, gedeelde fruitbomen
  • De strategie "Good food" in een schoolmilieu
  • Impact van de voeding op het leefmilieu

Good food: Professionele landbouw in het Brussels Gewest

Focus – Actualisering: maart 2026

Naast haar voedende functie biedt stadslandbouw een antwoord op cruciale maatschappelijke en milieu-uitdagingen en vormt ze een essentieel element van een veerkrachtige stad.
In 2024 namen projecten van professionele stadslandbouw 35 hectare grond in (tegenover 21 ha in 2015) en leverden ze ongeveer 0,3% van de fruit- en groenteconsumptie van de Brusselaars. Daarnaast werd 202 ha bewerkt door conventionele landbouwers, voornamelijk voor veeteelt en akkerbouw, terwijl moestuinbouw marginaal bleef. In totaal was 6% van de bebouwde landbouwgrond in het Gewest biologisch gecertificeerd.

Het Gewest heeft zich ertoe verbonden een agro-ecologische productie in Brussel en de rand te versterken en te ondersteunen

Hoewel steden - vanwege hun status en grote bebouwingsdichtheid - over het algemeen niet spontaan worden geassocieerd met gebieden die geschikt zijn voor landbouwactiviteiten, vindt stadslandbouw er toch een volwaardige plaats. Die stadslandbouw vertegenwoordigt immers een ideale manier om een deel van de productie te verplaatsen en consumenten opnieuw in contact te brengen met de realiteit van hun voedsel alsook de kwaliteit en de impact ervan. Stadslandbouwprojecten hebben ook een sterke ecologische en sociale dimensie. Dit is des te meer het geval in Brussel, waar nog steeds een aanzienlijke landbouwoppervlakte is en waar nog steeds landbouwers actief zijn.

De Good Food-strategie, die in 2015 werd goedgekeurd, heeft als doel om het Brusselse voedselsysteem om te vormen tot een duurzamer systeem. Eén van de hoofdlijnen ervan is het verhogen van de lokale voedselproductie. Deze ondersteunt de ontwikkeling van stedelijke en randstedelijke agro-ecologische landbouw die uitgaat van professionals en burgers.

Stedelijke en randstedelijke landbouw: wat is dat?

Stedelijke en randstedelijke landbouw is een landbouwproductiesysteem dat geïntegreerd is in de stads(rand)landschappen en waarvan de productie bestemd is voor de stad. Het is multifunctionele landbouw die zich aanpast aan de context waarin deze zich ontwikkelt (dynamiek van de wijk, ruimtelijke beperkingen, kwaliteit van de grond, wettelijke en stedenbouwkundige beperkingen enz.) en de sociale ruimte en dynamiek versterkt. Er zijn veel productielocaties (landbouwgronden, maar ook braakliggende terreinen, daken, kelders, parkeerplaatsen enz.), productiemiddelen (volle grond, bovengronds in hydrocultuur/aquaponics of op consumptieresiduen enz.), productietypen (groenteteelt, tuinbouw, veeteelt, aquacultuur, agrobosbouw), actoren (landbouw(st)ers, projectontwikkelaars, verenigingen, burgers enz.) en distributiesystemen (verkoop per mand, via zelfpluk, op het veld, in de winkel enz.). Dat leidt tot de ontwikkeling van talrijke productiemodellen. “Professionele” vormen (met hoofdzakelijk commerciële doeleinden) bestaan naast “niet-professionele” vormen (zonder commercieel doel).

Stedelijke landbouw is multifunctioneel: de actoren van de stadslandbouw vervullen heel wat functies. Sommige daarvan zijn van algemeen belang: voedselproductie, milieufuncties (zoals de integratie/het behoud van groene ruimten en koelte-eilanden in de stedelijke ruimte, behoud/herstel van ecosystemen en het behoud van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en landschappen), sociale functies (bevordering van de sociale cohesie, sociaal-professionele integratie), educatieve functies (sensibilisatie van het grote publiek voor de vele thema's van duurzame voeding, sensibilisatie omtrent de natuur), bijdrage tot de aantrekkelijkheid van de stad enz.

Bron: Good Food-strategie 2 2022-2030

De evaluatie van de Good Food 1-strategie in 2020 bracht zowel de geboekte vooruitgang als de zwakke punten en kansen aan het licht waarmee rekening moet worden gehouden. De onrustige situatie (klimaatverstoring, gezondheidscrisis en economische crisis, conflicten enz.) heeft ons er bovendien aan herinnerd dat we ons voedingssysteem en de hele daarmee samenhangende economie dringend moeten omvormen tot een duurzamer en veerkrachtiger model. Ook heeft deze de voedselveiligheid op de voorgrond geplaatst.

Een samenwerkingsproces met talrijke actoren uit de hele voedselketen, heeft in 2022 geleid tot de uitwerking en de invoering van de Good Food-strategie 2 (2022-2030).

Deze bevat 5 actielijnen waarvan de eerste zich richt op:

  • De professionele agro-ecologische productie versterken en ondersteunen in Brussel en de rand door:
    • de bescherming van (potentiële) landbouwgrond(en) te verzekeren;
    • de toegang tot deze gronden voor landbouw(st)ers te garanderen;
    • producenten te ondersteunen (technische en commerciële begeleiding, financiële ondersteuning);
    • de uitwisselingen tussen het Gewest, de steden en de Belgische actoren rond primaire voedselproductie verder uit te bouwen.
  • Burger- en gemengde voedselproductie ontwikkelen en ondersteunen in de publieke, semipublieke en particuliere ruimtes om bij te dragen aan ecologische (ecosysteemdienstenAlle diensten die de bodem levert aan het milieu en de facto aan onze samenleving: levering van drinkwater, beperking van overstromingen, opslag van atmosferische koolstof, ontwikkeling van flora en fauna, enz.)), sociale en pedagogische functies en, in zekere mate, de toegankelijkheid tot voedsel voor de minstbedeelden te bevorderen.

Om die doelen te bereiken, stimuleert en ondersteunt het Gewest de ontwikkeling van verschillende types stedelijke landbouwprojecten: professionele landbouw in volle grond en bovengronds, collectieve moestuinen en kippenrennen, individuele productie enz.

De agro-ecologische benadering die door de Good Food-strategie naar voren wordt geschoven, stelt de gezondheid van bodems, landbouwers, bevolkingen en, in bredere zin, ecosystemen centraal in haar prioriteiten, nauw verbonden met het lokale voedingssysteem. Die benadering berust op een aantal principes en praktijken (bv. systeembenadering, diversiteit in productiesystemen, versterking van de rol van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., behoud van bodemgezondheid en -vruchtbaarheid, gebruik van experimenten enz.) die de veerkracht en duurzaamheid van voedings- en landbouwsystemen verbeteren en tegelijk blijk geven van respect voor mens en natuur.

Naast de productieaspecten heeft agro-ecologische stadslandbouw heel wat positieve effecten, met name op:

  • het behoud en herstel van de biodiversiteit (voornamelijk het type dat in verbinding staat met open omgevingen);
  • de gezondheid van de bodems (behoud van een zogenaamde 'levende bodem');
  • de strijd tegen overstromingen en het aanvullen van het grondwaterpeil;
  • het creëren van koelte-eilanden;
  • de circulariteit van organisch afval (composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen.) en afvalvermindering (beperking van verpakking door de verkoop via korte ketens);
  • de verbetering van de leefomgeving.

en, afhankelijk van het project:

  • gezelligheid en sociale inclusie;
  • de sensibilisering en educatie over de natuur en duurzame landbouwpraktijken;
  • mentale gezondheidsproblemen en algemeen welzijn;
  • sociale en professionele integratie;
  • het creëren van banen.

Dit type landbouw beantwoordt dus aan lokale en globale milieuproblemen, maar komt ook vaak tegemoet aan uitdagingen op sociaal vlak en op het vlak van volksgezondheid, economie en werkgelegenheid.

Deze focus onderzoekt de stand van zaken van de professionele landbouwproductie, i.e. met een ten minste gedeeltelijke commerciële roeping. Het is gebaseerd op meerdere studies en onderzoeken rond de evolutie van stadslandbouw in het Brussels Gewest (zie hieronder, deel “documenten”). De productie voor eigen gebruik (zelfproductie of niet-commerciële stadslandbouw) wordt behandeld in een andere focus (collectieve en familiale moestuinen).

Er bestaan zeer uiteenlopende professionele landbouwmodellen

In het Brussels Gewest wordt de professionele stadslandbouw beoefend door verschillende actoren: zelfstandige landbouwers die al dan niet Europese steun ontvangen in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), verenigingen en coöperaties.

Goed om te weten

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) is een beleid dat op schaal van de Europese Unie werd ingevoerd om de landbouw in lidstaten te ontwikkelen en te ondersteunen. In dit kader kunnen landbouwers onder bepaalde voorwaarden financiële steun krijgen. In het Brussels Gewest is die steun echter slechts gedeeltelijk beschikbaar via de "eerste pijler" (directe inkomenssteun). De tweede pijler van het GLB over de steun voor plattelandsontwikkeling - die meer bepaald de steun bij de installatie van jongeren, de transitie naar biologische landbouw evenals agromilieu- en klimaatmaatregelen financiert - is niet toegankelijk voor landbouwers in het Brussels Gewest.

ILLU_2_EE26_agricpro_photo1_NL.png

Elk land- of tuinbouwproject is specifiek en heeft een eigen geschiedenis, doelstellingen en bijzondere contextuele dynamiek. Naast verenigingen, ondernemingen voor socioprofessionele inschakeling ... bestaan er in het Brussels Gewest twee profielen van beroepsbeoefenaars naast elkaar:

  • Enerzijds de 'conventionele' (of 'historische') landbouwers: dit zijn landbouw(st)ers die uit de landbouwwereld komen en vaak relatief bejaard zijn. In het Brussels Gewest bewerken ze gewoonlijk, op conventionele wijze, meerdere hectaren grond die zijn aangegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Een klein tiental landbouwbedrijven met maatschappelijke zetel in het Gewest is actief op het vlak van akkerbouw en veeteelt. Ze zijn voornamelijk gevestigd in Neerpede (Anderlecht) en deels in Neder‑Over‑Heembeek. Daarnaast zijn er nog 23 landbouwbedrijven die hun zetel in Vlaanderen of Wallonië hebben, maar grond bewerken in het Brussels Gewest. Wat betreft de grondinname vertegenwoordigen deze bedrijven met iets meer dan 200 ha de grootste oppervlakte en zorgen ze sinds meerdere generaties voor het behoud van open landschappen die belangrijk zijn voor ons Gewest.
  • Anderzijds zijn er de 'opkomende' (of 'nieuwe') landbouwers: zij zijn meestal niet afkomstig uit het landbouwmilieu. Ze zijn voornamelijk actief op kleinere oppervlakten, in volle grond of bovengronds, en staan gewoonlijk in rechtstreeks contact met de consument: groenten, (klein) fruit, aromatische en geneeskrachtige kruiden, bloemen. Er zijn ook twee schapenboeren actief: naast de productie van melk en vlees dragen ze bij aan het ecologisch onderhoud van bepaalde groene ruimten. Tot slot ontwikkelen meerdere over de stad verspreide bedrijven een niet-grondgebonden productie: champignons, micro‑groenten, tomaten en kruiden in kas, insecten, vis, een boomkwekerij... De meeste van deze bedrijven zijn puur commercieel, sommige hebben sociale doelstellingen (werkgelegenheid, groene zorg, onderwijs) en nog andere hebben een hybride model aangenomen. In 2025 telde het Gewest ca. vijftig dergelijke nieuwe projecten.

Het aantal stadslandbouwprojecten is sinds 2015 met een factor 2,5 toegenomen

Op basis van een studie over de evolutie van de landbouwsector tussen 2015 en 2024 (ERU in opdracht van Brussel Economie en Werkgelegenheid, 2025) blijkt dat de opkomende landbouwsector een significante groei heeft gekend: het aantal projecten is met een factor 2,5 gestegen (van 20 naar 49 in het Gewest) en dit ging gepaard met een grote toename van de bewerkte oppervlakte (van 22 naar 36 ha bruto oppervlakte) en de werkgelegenheid (83 VTE).

Als we de projecten in de directe rand (Vlaams- en Waals-Brabant) meetellen die ten minste eenmaal financiële steun of begeleiding hebben gekregen in het kader van de Good Food-strategie - en waarvan de commercialisering dus minstens gedeeltelijk gericht is op de Brusselse markt -, dan waren er in 2024 62 projecten voor in totaal 53 hectare en 96 VTE.

Op te merken valt ook dat de FedeAU voor 2022-2023 ongeveer 90 VTE telde die rechtstreeks tewerkgesteld waren in de stadslandbouw in Brussel.

Grafik: Het aantal stadslandbouwprojecten is sinds 2015 met een factor 2,5 toegenomen

Lees de transcriptietekst

Tussen 2015 en 2024 heeft de professionele stadslandbouw in Brussel zich sterk ontwikkeld:

  • Het aantal projecten steeg van 22 naar 62;
  • De bewerkte oppervlakte nam toe van 25 tot bijna 53 hectare;
  • Ook het aantal betrekkingen (voltijds equivalenten) is sterk gestegen, tot bijna 96 banen in 2024.

In 2024 waren ca. 4 van de 5 projecten in het Brussels Gewest gelegen, maar vooral tijdens de voorbije jaren was er ook een toename van de oppervlakte buiten Brussel. Landbouw in volle grond is het meest verspreid en neemt bijna de volledige bewerkte oppervlakte in. Bovengrondse landbouw neemt heel weinig ruimte in maar creëert veel banen in verhouding tot haar omvang.

In het kader van voormelde studie werd een landbouwproject gedefinieerd als een gestructureerde economische activiteit met een vaste productiesite en een eigen boekhouding.  Op basis van deze criteria worden educatieve en bewustmakingsprojecten met een eigen (of gehuurde) vaste demonstratielocatie in aanmerking genomen.

De in dit deel voorgestelde cijfers zijn hoofdzakelijk gebaseerd op deze studie. Ze moeten worden beschouwd als grootteorden, daar exacte en volledig vergelijkbare cijfers niet altijd beschikbaar zijn voor elk project. Om redenen van definitie en methodologie kunnen ze ook niet worden vergeleken met de cijfers in de eerdere edities van deze focus.

Van de 49 projecten van professionele stadslandbouw in het Gewest zijn er 31 projecten met een commerciële roeping, 11 met een sociale roeping en worden 7 modellen omschreven als hybride. Op te merken valt dat 5 projecten kinderboerderijen zijn waar voedselproductie geen doelstelling of ten minste niet de voornaamste doelstelling is. Als we de kinderboerderijen buiten beschouwing laten, beslaat de opkomende stadslandbouw ongeveer 22 ha in Brussel.

Anderlecht en Jette zijn de Brusselse gemeenten met het grootste aantal projecten (respectievelijk 25 en 6 voor een totaal van 11,5 ha en 11,3 ha aan bewerkte grond). De 13 projecten buiten Brussel zijn gelegen te Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Tervuren, Humbeek, Overijse, Wezembeek-Oppem, Sint-Pieters-Leeuw en Orp-Jauche.

Goed om te weten

In 2023 vergeleek het Laboratoire sur l’agriculture urbaine (Montreal) 10 steden in Canada, de Verenigde Staten en Europa. Uit de resultaten blijkt dat het Brussels Gewest één van de steden is met het grootste aantal professionele stadslandbouwprojecten, het grootste aantal projecten per inwoner, de grootste diversiteit qua productie en het hoogste aandeel productiesites met circulaire economieDe circulaire economie is een productie- en consumptiemodel dat bestaat uit het zo lang mogelijk delen, hergebruiken, repareren, renoveren en recycleren van bestaande producten en materialen, zodat ze hun waarde behouden. (Ruine P. en E. Duchemin E., 2023).

60% van de oppervlakte voor stadslandbouw wordt gebruikt voor groenteteelt

Gediversifieerde groenteteelt vertegenwoordigt een groot deel van de productie van niet uit de landbouw afkomstige landbouwers (26 projecten in 2024 en 60% van de totale oppervlakte exclusief kinderboerderijen). Deze teelt vindt vaak plaats volgens agro-ecologische methoden, in de biologische landbouw of in de omschakelingsfase. Korte ketens (rechtstreekse verkoop, manden, markten) genieten een grote voorkeur.

Goed om te weten

Tuinbouw is een bijzonder interessante vorm van landbouw in stedelijke gebieden: korte productiecycli, productie van bederfelijke producten die in korte ketens op de markt kunnen worden gebracht, diversiteit van landbouwproducten en -praktijken, ondersteuning van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., een sterke sociale en pedagogische functie, geen of lage mechanisering van de landbouw, een hoge arbeidsintensiteit met als gevolg het creëren van banen...

De commerciële roeping domineert binnen elk productietype. Alle projecten in Brussel verkopen het grootste deel of zelfs hun volledige productie binnen het Gewest via verschillende afzetkanalen (vrije rechtstreekse verkoop, verkoop aan wederverkopers, verkoop aan verwerkers).

Verdeling (in aantal) van de projecten van professionele stadslandbouw per type productie, exclusief kinderboerderijen (Brussels Gewest, 2024)

Bron: ERU 2025 (in opdracht van BEW) - Evolution de l'agriculture urbaine professionnelle bruxelloise 2015-2024
Grafiek: Verdeling (in aantal) van de projecten van professionele stadslandbouw per type productie, exclusief kinderboerderijen

Lees de transcriptietekst

In 2024 omvatten de projecten van professionele stadslandbouw in het Brussels Gewest:

  • 26 projecten van groenteteelt;
  • 2 projecten van schapenhouderij (vlees, kaas);
  • 5 theeplantages;
  • 4 bovengrondse projecten met hoge toegevoegde waarde (microteelt, schimmels, insecten);
  • 7 diverse projecten (hopveld, klein fruit, tuinbouw).

Verdeling (in bruto oppervlakte) van de projecten van professionele stadslandbouw per type productie, exclusief kinderboerderijen (Brussels Gewest, 2024)

Bron: ERU 2025 (in opdracht van BEW) - Evolution de l'agriculture urbaine professionnelle bruxelloise 2015-2024
Grafiek: Verdeling (in bruto oppervlakte) van de projecten van professionele stadslandbouw per type productie, exclusief kinderboerderijen

Lees de transcriptietekst

In 2024 besloegen de projecten van professionele stadslandbouw in het Brussels Gewest (exclusief kinderboerderijen) een oppervlakte van 22 ha waarvan:

  • 60% voor projecten voor groenteteelt;
  • 20% voor 2 projecten van schapenhouderij;
  • 6% voor projecten van theeplantage;
  • 1% voor bovengrondse projecten;
  • 13% voor diverse projecten (hopveld, klein fruit, tuinbouw).

Goed om te weten

Volgens FedeAU bedroeg de productie van groenten en fruit door nieuwe landbouw(st)ers in 2022 meer dan 470 ton. Dat is ongeveer 0,3% van de Brusselse vraag.

Opkomende landbouw voornamelijk gericht op biologische landbouwpraktijken

Binnen het Gewest is 14,5 ha gecertificeerd als biologische landbouw (25 projecten) en wordt 5,3 ha bewerkt volgens vergelijkbare methoden die echter (nog) niet zijn gecertificeerd (12 projecten). Sommige producenten zien er immers van af de nodige stappen te zetten om een certificering te verkrijgen vanwege het administratieve werk dat daarmee gepaard gaat zonder dat dit enig voordeel oplevert in de vorm van subsidies. Bovendien kan het certificeringsproces meerdere jaren aanslepen.

Alle projecten van groenteteelt in volle grond (24 boerderijen), 4 van de 5 tuinbouwprojecten en alle projecten van theeplantage werken volgens biologische principes, hoewel ze niet noodzakelijk altijd gecertificeerd zijn.

grafiek: Opkomende landbouw voornamelijk gericht op biologische landbouwpraktijken

Van de 12 projecten die geen biologische teeltpraktijken claimen, zijn er 4 bovengrondse projecten die als gevolg van hun aard niet voor certificering in aanmerking komen. Dat belet hen natuurlijk niet om passende milieubenaderingen toe te passen (circulaire economieDe circulaire economie is een productie- en consumptiemodel dat bestaat uit het zo lang mogelijk delen, hergebruiken, repareren, renoveren en recycleren van bestaande producten en materialen, zodat ze hun waarde behouden., energie-efficiëntie enzovoort). Op te merken valt ook dat kinderboerderijen, gezien hun opdracht die onder meer gericht is op milieubewustmaking, zouden kunnen worden beschouwd praktijken te ontwikkelen die vergelijkbaar zijn met biologische landbouw.

Mediaan inkomen 40% onder het Brusselse minimumloon

Volgens de studie over de evolutie van de landbouwsector (ERU 2025) zouden landbouwprojecten in het Brussels Gewest economisch aan kracht winnen (grotere bewerkte oppervlakte, diversificatie, meer verkoop, jobcreatie enz.).

Volgens het FedeAU (2023) echter hebben nieuwe Brusselse landbouw(st)ers die duurzame landbouw beoefenen en die gegevens hebben verstrekt, een mediaan bruto-inkomen van € 1.200 per maand/VTE. Dat is € 750 minder dan het Brusselse minimumloon (wat 60% is van het mediaan inkomen in het Brussels Gewest). Hoewel deze cijfers moeten worden beschouwd als een indicatie van de grootteorde (niet-exhaustieve gegevens), blijft het een feit dat de sector momenteel over het algemeen niet erg winstgevend lijkt te zijn. Sommige bedrijfsmodellen lijken het echter beter te doen dan andere. 

Bovendien profiteren maar weinig nieuwe Brusselse landbouwers van Europese GLB-subsidies. Deze situatie kan voornamelijk worden verklaard door een gebrek aan kennis van de voorwaarden, procedures en bedragen die beschikbaar zijn voor groentetelers en door het feit dat de verhouding tussen kosten (tijd) en baten (subsidiebedrag op basis van perceelgrootte) als weinig gunstig wordt ervaren (ERU 2025). Bovendien moeten subsidieaanvragen worden ingediend via een portaalsite van het Vlaams Gewest, wat problemen zou opleveren voor sommige van de nieuwe landbouwers in Brussel van wie de meesten Franstalig zijn.

Hoewel ze de voorbije jaren is gegroeid, blijft de Brusselse landbouw dus een kwetsbare sector die het hoofd moet bieden aan vele moeilijkheden zoals de toegang tot beschikbare grond of ook de gevolgen van de klimaatverstoring voor hun productie (periodes met extreme weersomstandigheden, toename van ziekten en plagen enzovoort).

Van de 33 projecten waarover informatie beschikbaar is, vallen er 13 onder een overeenkomst van precair gebruik en 6 onder een bruikleenovereenkomst (ERU, 2025). Dit illustreert de moeilijkheden waarmee nieuwe landbouwers te maken krijgen, zowel om toegang te krijgen tot grond als bij het verkrijgen van gebruikscontracten die hen langdurige zekerheid bieden.

Landbouwoppervlakte in het Brussels Gewest zijn overwegend gras- en weilanden

In Neerpede en de andere landbouwgebieden bestaat de landbouwgrond voornamelijk uit gras- en weilanden. In 2024 kon 125,4 ha aan gras- en weiland rekenen op Europese subsidies (GLB). De meeste van deze gras- en weilanden worden bewerkt door zogenaamde 'conventionele' boeren; het gaat om begraasd grasland of hooiland. Veeteelt (vlees en/of zuivel) zou dus domineren. Op te merken valt dat gras- en weilanden ook worden gebruikt voor vrijetijdsactiviteiten (manèges). Circa 6,9 ha die bij het GLB is aangegeven, wordt gebruikt voor ecobegrazing (ecologische doelstelling).

De onderstaande tabel toont de bij het GLB aangegeven oppervlakte per teelttype:

Grafiek: Landbouwoppervlakte in het Brussels Gewest zijn overwegend gras- en weilanden

Onderstaande grafiek geeft een synthese van deze gegevens:

60% van de bij het GLB aangegeven bewerkte grond bestaat uit gras- en weilanden (2024)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van gegevens Brussel Economie
Grafiek: 60% van de bij het GLB aangegeven bewerkte grond bestaat uit gras- en weilanden

Lees de transcriptietekst

In 2024 was de verdeling van de bij het GLB aangegeven landbouwoppervlakte als volgt:

  • 57% wordt ingenomen door gras- en weilanden die worden bewerkt door conventionele landbouwers;
  • 34% wordt ingenomen door akkerbouw (graangewassen, aardappelen, maïs, enz.) door conventionele landbouwers;
  • 6% wordt ingenomen door diverse gewassen die worden geteeld door conventionele landbouwers;
  • 2% wordt ingenomen door groenteteelt en kleinschalige landbouw door nieuwe landbouwers;
  • 2% wordt ingenomen door gras- en weilanden die worden bewerkt door nieuwe landbouwers.

Parallel met gras- en weilanden neemt akkerbouw (voedergewassen, graangewassen en aardappelen) circa 70 hectare in. Hoewel er geen specifiek onderzoek is uitgevoerd, wordt aangenomen dat deze teelten hoofdzakelijk niet bestemd zijn voor lokale voeding. Maïs (graan en kuilvoer) wordt gebruikt voor diervoeder, terwijl de meeste graangewassen worden gebruikt voor diervoeder, energieproductie of, in een zeer klein deel (voornamelijk gerst, wintertarwe en spelt), voor menselijke consumptie.

Wat betreft de productiemethoden is geen van de bij het GLB aangegeven percelen gecertificeerd als bestemd voor biologische landbouw.

Oppervlakte voor groenteteelt en kleinschalige landbouw (incl. bloemen, geneeskrachtige kruiden ...) die bij het GLB zijn aangegeven, bestrijken daarentegen niet meer dan 7,5 ha (3,5% van de bij het GLB aangegeven oppervlakte). Daarbij moet worden opgemerkt dat landbouwsteun in het kader van het GLB niet vaak wordt gebruikt door nieuwe landbouwers, bij wie groenteteelt en kleinschalige landbouw et veel vaker voorkomen (zie hierboven).

Goed om te weten

In 2017 bedroeg de gecultiveerde zone in de Brusselse rand (19 gemeenten grenzend aan of zeer dicht bij de gewestelijke grens) 12.257 ha. Net als in het Brussels Gewest werd een beperkte oppervlakte (5% van de bewerkte grond) gebruikt voor groenteteelt, de rest van de gewassen werd grotendeels gedomineerd door granen, grasland, voedermaïs en aardappelen.

De Brusselse landbouwoppervlakte die bij het GLB worden aangegeven, nemen af

In 2024 was 212,8 ha aan landbouwgrond in het Brussels Gewest (dus 1,3% van het grondgebied) geregistreerd in het kader van de directe steun van het GLB. De betrokken percelen zijn sterk versnipperd, maar zijn voornamelijk geconcentreerd in het noordwesten van het Gewest, meer bepaald in Anderlecht (60%) en, zij het in mindere mate, Sint-Jans-Molenbeek (16%).

De meeste bij het GLB aangegeven landbouwgrond wordt bewerkt door conventionele landbouwers (202 ha). Het exacte aantal voltijds equivalenten dat verbonden is aan deze bedrijven is niet bekend.

Afhankelijk van het jaar doen 2 tot 4 nieuwe landbouwers ook aangifte van percelen bij het GLB.

Grafiek:  De Brusselse landbouwoppervlakte die bij het GLB worden aangegeven, nemen af

Lees de transcriptietekst

In het Brussels Gewest is er een afname van landbouwoppervlakte die GLB-subsidies ontvangen, van 256 hectare in 2015 tot 213 hectare in 2024. Van deze 213 hectare worden er 116 bewerkt door landbouwbedrijven met hun maatschappelijke zetel in het Brussels Gewest, terwijl 8 hectare worden bewerkt door nieuwe landbouwers en 3 hectare bestaan uit graslanden die worden beheerd door een natuurvereniging.

In 2015 ontvingen 35 landbouwbedrijven GLB-steun; 9 daarvan hadden hun maatschappelijke zetel in het Brussels Gewest en 2 waren nieuwe landbouwers. In 2024 was dit aantal gelijk aan 33 bedrijven, waarvan 10 met hun maatschappelijke zetel in het Brussels Gewest en 3 nieuwe landbouwers.

Een analyse van de GLB-aangiften tussen 2015 en 2023 laat een netto afname zien met bijna 41 ha (voor meer details, zie rubriek "Downloaden").

Uit een analyse van de kaarten blijkt enerzijds dat de meeste percelen die uit de GLB-aangiften werden verwijderd, gelegen zijn op land dat niet als landbouwgebied is ingekleurd in het GBP (Gewestelijk Bestemmingsplan) en anderzijds dat ze overwegend betrekking hebben op gedeeltelijk of volledig openbaar terrein. De 'verwijdering' van deze percelen uit de 'GLB-aangiften' kan door de volgende factoren worden verklaard:

  • verstedelijking van bouwpercelen op (voorheen) openbare grond: 15 ha bebouwde grond werd verstedelijkt, voor openbare projecten, tussen 2015 en 2023 (10,5 ha als gevolg van de bouw van Erasmus Noord en 2,3 ha voor het Militair Hospitaal);
  • percelen die bestemd blijven voor landbouwgebruik maar niet meer worden aangegeven (7,3 ha);
  • overname van beheer door Leefmilieu Brussel van grond op de Kauwberg en het Engelandplateau met herbestemming van het gebruik van sommige percelen (6 ha); op te merken valt dat ecobegrazing aanwezig blijft op de Kauwberg;
  • grond in natuurreservaten waar landbouwbeheer in overeenstemming met milieudoelstellingen moet zijn (4,9 ha);
  • bebossing van verschillende gebieden door de overheid (2,7 ha);
  • grond waarvan het beheer werd overgenomen door een OCMW met het oog op de ontwikkeling van een project van beroepsherinschakeling via landbouw (1 ha).

De rest (ca. 6 ha) is verdwenen als gevolg van de implementatie van beschermingsafstanden om redenen van behoud van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). (inspringende stroken voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelenGewasbeschermingsmiddelen omvatten de verschillende pesticiden die worden gebruikt om voedsel- of sierplanten en -gewassen te beschermen tegen ongedierte (insecticiden, fungiciden, slakkenbestrijding, enz.) of om ongewenst onkruid te bestrijden (herbiciden)., bescherming van waterlopen enz.) of van lichte wijzigingen van de perceelsgrens (correctie, vooruitstekend deel van bebost gebied op percelen).

Aldus zijn de verstedelijking van bebouwbare gebieden en de bebossing van groengebieden de belangrijkste factoren die de voorbije jaren hebben geleid tot de afname van landbouwgrond gelegen buiten de landbouwgebieden van het GBP. Daarnaast wordt op sommige percelen die in 2023 niet meer bij het GLB werden aangegeven nog steeds een landbouwactiviteit beoefend, of kan dat in de toekomst opnieuw het geval zijn.

Fragment van een luchtfoto, omgeving van het Erasmusziekenhuis (Anderlecht) in 2004 en 2023

Bron: Urban, Bruciel
Foto: Fragment van een luchtfoto, omgeving van het Erasmusziekenhuis (Anderlecht) in 2004 en 2023

Bijna 100 ha van de bij het GLB aangegeven landbouwpercelen ligt niet in landbouwgebied

Hoewel het GBP-landbouwgrond in landbouwgebieden relatief goed beschermt, zoals blijkt uit de hierboven weergegeven evolutie van GLB-aangiften, bevinden talrijke landbouwpercelen zich toch in andere gebieden. Er is immers een gebrek aan overeenstemming tussen de landbouwgebieden van het GBP en de landbouwactiviteiten.

Goed om te weten

In 2023 lag bijna 53% van de bij het GLB aangegeven landbouwgrond (i.e. 113 ha) daadwerkelijk in landbouwgebied. Anderzijds lag bijna 100 ha aan aangegeven landbouwactiviteiten in gebieden die niet zijn toegewezen aan de landbouw (waarvan ca. 23 ha in groengebied en 3 ha in groengebied met hoge biologische waardeErkende waarde van een site, beoordeeld op basis van een reeks criteria zoals de aanwezigheid van weinig verstoorde hydrologische elementen (bronnen), de diversiteit en schaarste van de plaatselijke dier- en plantsoorten, de aanwezigheid van schaarse soorten, de rijpheid van de vegetatie (onvervangbare site behalve op zeer lange termijn, b.v. een eeuwenoud bos), enz.).  In de huidige situatie is er dus weinig garantie dat de agrarische bestemming van deze circa honderd hectare grond op de lange termijn behouden blijft.

Omgekeerd wordt ongeveer 80 ha grond die is aangewezen voor landbouw (i.e. 35% van deze bestemming in het GBP) gebruikt voor een andere functie (o.a. voor woningen en hun tuinen, sportvelden en golfbanen, maneges, parkings ...) (raming LB).

Het behoud van landbouwgrond, zowel feitelijk als juridisch, en het veiligstellen van de toegang tot productielocaties zijn daarom essentiële uitdagingen voor de ontwikkeling van stadslandbouwprojecten in het Brussels Gewest.

Agro-ecologie als weg vooruit

In Brussel maar ook elders worden landbouwsystemen geconfronteerd met vele uitdagingen: klimaatverstoring, ineenstorting van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., bodemaantasting, toenemende schaarste van hulpbronnen (water, energie, fosfaten ...), de noodzaak om alternatieven te ontwikkelen voor synthetische pesticiden en meststoffen alsook om de uitstoot van broeikasgassen te beperken, lage inkomens en economische kwetsbaarheid van landbouwbedrijven, conflicten over landgebruik, de overdracht van bedrijven of ook de toenemende maatschappelijke verwachtingen wat betreft gezondere en meer lokale producten.

Om het hoofd te bieden aan deze verschillende uitdagingen moet het voedingssysteem worden omgevormd en moet de landbouw worden geheroriënteerd naar meer agro-ecologische praktijken. Dit vereist dat er zo snel mogelijk wordt geanticipeerd op deze koerswijziging, die complex maar noodzakelijk is in het licht van de uitdagingen op het vlak van milieu en volksgezondheid, die natuurlijk duidelijk met elkaar verbonden zijn.

Algemeen wordt erkend dat landbouwbedrijven die een agro-ecologische aanpak hanteren veerkrachtiger zijn of, met andere woorden, beter in staat zijn om schokken (klimatologische, economische) op te vangen. Dit heeft onder andere te maken met hun grotere autonomie (bv. met betrekking tot externe inputs), hun diversificatie of ook het feit dat ze hun producten via korte ketens verkopen.

De agro-ecologische transitie is een proces dat noodzakelijkerwijs uniek is voor elk landbouwbedrijf en zijn context (menselijk, territoriaal enz.) en waarvan de implementatie de nodige tijd vergt. Ze brengt technische aspecten met zich mee maar moet ook rekening houden met een reeks zowel interne factoren (specifiek voor de landbouwer, het bedrijf, bepaalde verplichtingen) als externe factoren (klimaat, bodem, socio-politieke en juridische context, technische context ...), die zeer moeilijk te beheersen zijn. De bestaande productiesystemen doen evolueren en tegelijk hun rentabiliteit garanderen is bijgevolg een complex proces dat een investering vereist evenals de langdurige samenwerking van alle betrokken partijen.

Naast haar effecten op het Brusselse voedingssysteem - verbetering van de kwaliteit van producten, ontwikkeling van korte ketens, producenten en consumenten opnieuw met elkaar in contact brengen, het productiepotentieel van het land op lange termijn behouden en de veerkracht versterken in het licht van een context die steeds minder stabiel wordt als gevolg van de klimaatverstoring - zal deze transitie, hoewel beperkt in termen van geproduceerde volumes, ook een significante milieu-impact hebben. Ze zal met name bijdragen tot het behoud van de biodiversiteit (meer bepaald die van open milieus) en tot de verbetering van de bodem- en waterkwaliteit. Ze zal ook andere voordelen opleveren: valorisatieElke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt. van het landschappelijk erfgoed (open landschappen, houtkanten, grasstroken, poelen ...) en historisch erfgoed (evocatie van de oude gordels voor groenteteelt in de buurt van steden), creatie van ruimten voor experimenteren voor stadslandbouw of ook de ontwikkeling van educatieve projecten en vrijetijdsactiviteiten.

Twee regelgevende hefbomen ondersteunen de agro-ecologische transitie

Het transitieproces van landbouwpraktijken naar agro-ecologie, zoals ondersteund door de Good Food 2-strategie, werd onlangs versterkt door twee hefbomen op het vlak van regelgeving.

De eerste van deze hefbomen is de goedkeuring in 2024 van een Brussels regelgevend kader om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelenGewasbeschermingsmiddelen omvatten de verschillende pesticiden die worden gebruikt om voedsel- of sierplanten en -gewassen te beschermen tegen ongedierte (insecticiden, fungiciden, slakkenbestrijding, enz.) of om ongewenst onkruid te bestrijden (herbiciden). verder te beperken en de verkoop ervan in het hele Gewest te reguleren. Deze hefboom voorziet meer bepaald, via een besluit, in het verbod op andere pesticiden dan die met een beperkt risico en/of die welke zijn toegestaan in de biologische landbouw vanaf 2025. Voor landbouwers geldt echter een specifieke regeling, waarbij zij van een overgangsperiode tot 2030 genieten. Daarnaast is het gebruik van glyfosaat reeds verboden in het hele Gewest.

Deze beperkingen op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen brengen een complex en langdurig proces van evolutie van landbouwpraktijken met zich mee. Ze zijn echter noodzakelijk in het licht van de uitdagingen inzake bescherming van het milieu en de volksgezondheid, vooral die van landbouwers en de omwonenden van landbouwbedrijven.

De tweede hefboom op het vlak van regelgeving is afkomstig van de Europese verordening inzake natuurherstel die in augustus 2024 in werking is getreden. Deze verordening stelt bindende doelen vast om ten minste 20% van het land en de zee van de EU te herstellen tegen 2030 en alle aangetaste ecosystemen tegen 2050. Wat betreft de landbouwecosystemen vereist de verordening meer bepaald dat de populaties graslandvlinders worden hersteld en vergroot, dat de voorraad organische koolstof in de bodem wordt vergroot en dat het aandeel landbouwgrond met "topografische kenmerken" van hoge diversiteit (heggen, bomen, wetlands, stenen muurtjes, akkerranden enz.) wordt uitgebreid. Deze Europese wetgeving legt aan het Brussels Gewest dus ook een transitie op van de landbouwpraktijken op zijn grondgebied door middel van een globale en transversale aanpak (toevoeging van biotopen die gunstig zijn voor de biodiversiteit, maatregelen voor bodembehoud en -regeneratieIn bosbouw, operatie waarbij een rijpe bebossing (of boompopulatie) op natuurlijke of kunstmatige wijze wordt vervangen., beperking van agrochemische inputs, behoud van rivieren via grasstroken, gewasdiversificatie enzovoort). In dit kader moet het Brussels Gewest een strategisch plan indienen voor herstel van de agro-ecosystemen.

Andere instrumenten voor planning of op het vlak van wetgeving ondersteunen eveneens de Brusselse agro-ecologische transitie, meer bepaald:

  • De strategie Good Soil (2024), waarvan een van de doelstellingen erin bestaat "de algemene kwaliteit van de bodems die worden gebruikt voor de professionele landbouw voortdurend te verbeteren";
  • Het Operationeel Plan voor Neerpede (2020) dat het behoud van de landschappen en de biodiversiteit harmonieus wil combineren met de ontwikkeling van de stadslandbouw en recreatiegebieden;
  • Het Natuurplan (2016, wordt momenteel herzien), dat maatregelen wil voorstellen voor de bescherming en de valorisatie van open milieus en landbouwgrond;
  • De Natuurordonnantie (2012) waarvan artikel 66 de goedkeuring mogelijk maakt van beschermingsbesluiten en maatregelen (subsidies enz.) gericht op de bescherming en ontwikkeling van biotopen en landschapselementen (heggen, bermen, waterpunten, bomen ...) die belangrijk zijn voor het herbergen van wilde fauna en flora en de ontwikkeling van het ecologische netwerk.

Goed om te weten

De meeste conventionele landbouwers in het Gewest zijn ouder dan 55 jaar. Kwesties in verband met de overdracht van de grond die zij bewerken en met de transitie op het vlak van methoden van landbouwproductie, die nauw met elkaar verweven zijn, zijn doorslaggevend voor de toekomst van de Brusselse landbouw. Er is voor de overheid een essentiële rol weggelegd wat betreft de begeleiding van dergelijke overdracht en om het voor nieuwe landbouwers mogelijk te maken zich te vestigen op vrijgekomen land en hen te ondersteunen in het transitieproces.

Openbare landbouwgrond, een hefboom die moet worden benut

In 2024 voltooide het ILVO (Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek) een cartografische inventaris van het grondbezit van Vlaamse en Brusselse overheidsinstellingen in het Vlaams en Brussels Gewest (op vraag van Brussel Economie en Werkgelegenheid voor het Brusselse deel). Deze inventaris beschrijft meer bepaald de aard van de eigenaars en het wettelijke gebruik van de percelen.

Daaruit blijkt wat volgt met betrekking tot Brussel:

  • Openbare eigenaars (in de ruime zin van het woord, i.e. inclusief meer bepaald de kerkfabrieken) bezitten 6.095 ha van de 12.940 ha van alle in het kadaster opgenomen grond, ofwel 47%. Het belang van dit cijfer valt grotendeels te verklaren door het feit dat het veel groene ruimtes omvat, waarvan sommige zeer uitgestrekt zijn (Zoniënwoud, Ter Kamerenbos enzovoort);
  • Openbare eigenaars (voornamelijk gemeenten en OCMW's) bezitten 93 van de 228 ha grond die voor landbouw wordt gebruikt (GBP), ofwel 41%. Van deze 93 ha is 80 ha gelegen in de gemeente Anderlecht. Op te merken valt dat dit een toewijzing in rechte is en dat in de praktijk niet al dit land wordt gebruikt voor landbouw;
  • Openbare eigenaars (voornamelijk gewestelijke en in mindere mate federale en gemeentelijke overheden) bezitten 2.940 ha van de 3.263 ha van alle grond met een bestemming als groen-, bos- en parkgebied (ofwel ca. 90%).

Oppervlakte in het bezit van openbare eigenaars in het Brussels Gewest volgens de bestemming in het GBP

Bron: ILVO op basis van het kadaster (FOD Financiën 2024) en Ruimteboekhouding Vlaanderen (Departement Omgeving 2024)
Grafiek: Oppervlakte in het bezit van openbare eigenaars in het Brussels Gewest volgens de bestemming in het GBP

Lees de transcriptietekst

In het Brussels Gewest behoorde 6.096 ha in 2024 toe aan openbare eigenaars, waarvan:

  • 48% met een bestemming als groene ruimte;
  • 16% met een residentiële bestemming;
  • 8% bestemd voor recreatie;
  • 5% bestemd voor industrie; 2% bestemd voor landbouw.
  • 21% verdeeld tussen overige bestemmingen.

Openbare eigenaars bezitten ook grond buiten het Gewest, met inbegrip van grond in landbouwgebied. Op dit vlak springt het OCMW van Brussel in het oog: het bezit 1.586 ha grond waarvan 1.389 ha in landbouwgebied in het Brussels en het Vlaams Gewest. Bijna al die grond ligt buiten het grondgebied van de gemeente.

Met 83 ha landbouwgrond, bijna uitsluitend gelegen buiten de gemeentegrenzen, is het OCMW van Etterbeek de op één na grootste openbare eigenaar van grond met een potentiële bestemming voor landbouw buiten het Gewest.

Uit het ILVO-rapport blijkt ook dat in een periode van 20 jaar Brusselse openbare eigenaars bijna 3% van hun voor landbouw bestemde grond buiten het Vlaams en het Brussels Gewest hebben verkocht.

Deze evolutie draagt bij tot de kwetsbaarheid van de landbouwsector die nood heeft aan beveiligde toegang tot grond op lange termijn, wat een essentiële voorwaarde is om te kunnen investeren in duurzame landbouw (bodemherstel, aanplanting van hagen, diversificatie enzovoort).

In het Waals Gewest zou de totale oppervlakte landbouwgrond in handen van steden en gemeenten, OCMW's en kerkfabrieken evenals gewestelijke instellingen gelijk zijn aan ca. 57.000 hectare, waarvan 76% volgens het sectorplan gelegen is in gebied met bestemming als landbouw (CPDT, 2017).

Uit deze informatie blijkt hoe belangrijk het is om snel een grondbeleid voor landbouwgrond in het Brussels Gewest uit te stippelen en uit te voeren, rekening gehouden met deze essentiële hefboom die openbare landbouwgrond vertegenwoordigt, ook buiten het Brussels Gewest.

Goed om te weten

Het beleid voor het beheer van landbouwgrond die eigendom is van de plaatselijke besturen, verandert geleidelijk. Zo heeft het OCMW van de stad Brussel een oproep tot indiening van kandidaturen uitgewerkt voor pachtvrije grond, bestemd voor landbouwers (criteria: leeftijd van de landbouwer, nabijheid van de maatschappelijke zetel en nabijheid van reeds bewerkte landbouwpercelen).  Ook de gemeenten Anderlecht en Ganshoren hebben een gestandaardiseerde procedure opgesteld voor het beheer van hun landbouwgrond.

Gronden die duurzaam moeten worden behouden en ingezet voor landbouwdoeleinden

Goed om te weten

Van de 228 ha die in het GBP bestemd is voor landbouw, wordt ongeveer 146 ha daadwerkelijk voor dit doel gebruikt of was dit recentelijk het geval. Dit omvat de percelen die in 2023 zijn aangegeven voor het GLB en die welke tussen 2015 en 2022 ten minste één keer zijn aangegeven, percelen die worden bebouwd door nieuwe landbouwers evenals graslanden, moestuinen en ander land waar landbouwactiviteit is waargenomen. Daarnaast is 8,5 ha aan percelen momenteel bebost (ERU, 2024).

Omgekeerd en nog steeds volgens dezelfde bron komt een eerste raming uit bij grosso modo 200 ha aan grond die wordt bebouwd in niet-landbouwgebied in de gewestelijke territoriale planning. Dezelfde studie identificeerde ook 185 kadastrale percelen (met een totale oppervlakte van 65 ha) die volledig of gedeeltelijk worden ingenomen door gemeenschappelijke moestuinen (zie in dit verband de focus Collectieve moestuinen en volkstuinen, gedeelde fruitbomen).

Om de ontwikkeling van landbouw in Brussel aan te moedigen en te ondersteunen, levert de Good Food-strategie inspanningen om de producenten een betere toegang te verlenen tot de voornaamste factoren die noodzakelijk zijn voor de duurzaamheid van hun activiteit, met name toegang tot grond, kapitaal, markten en kennis.

De toegang op lange termijn tot geschikte productielocaties is het eerste obstakel voor de ontwikkeling van stadslandbouwprojecten. De factoren zijn velerlei: schaarste van beschikbare grond en de kostprijs van grond, gebrek aan overeenstemming tussen de bestemming van grond in het GBP en het reële gebruik dat ervan wordt gemaakt, bodemverontreiniging, druk op onroerend goed onder andere door de bevolkingsgroei, grondspeculatie, onzekere pachtcontracten, ontoereikende wet- en regelgeving, logge procedures enzovoort. De meeste landbouwers hebben onvoldoende grondzekerheid om correct te kunnen investeren (apparatuur, bodemverbetering) en zich te kunnen ontwikkelen.

Een van de in cijfers gegoten doelstellingen van de Good Food 2-strategie bestaat erin 50 nieuwe ha grond vrij te maken voor professionele agro-ecologische landbouw in volle grond, in Brussel en in de rand.

Daartoe worden meerdere hefbomen geactiveerd, waaronder:

  • Het vrijmaken en ter beschikking stellen van grond met landbouwpotentieel voor professionele land- en tuinbouwers die volgens een agro-ecologisch model wensen te werken.

De ter beschikking gestelde gronden kunnen gronden zijn die verworven zijn door het Brussels Gewest of gronden die toebehoren aan gemeenten, OCMW's of gewestelijke instanties (waaronder Leefmilieu Brussel). Openbare gronden bieden een aanzienlijk potentieel, vooral openbare landbouwgronden (ter herinnering: 41% van de grond die in rechte is toegewezen aan de landbouw in het Brussels Gewest, is openbare grond).

Het kan ook gaan om grond die is verworven of wordt verhuurd door de vzw Terre-en-vue  (TEV). Deze vzw wordt gesubsidieerd door het Gewest in het kader van de Good Food-strategie, om in en rond het Gewest grond te vinden om er op duurzame wijze agro-ecologische projecten op te zetten en de opvolging ervan te verzekeren.  Aldus worden er bij openbare en private eigenaars inspanningen geleverd op het vlak van prospectie, bewustmaking en begeleiding met als doel mogelijkheden voor landontwikkeling vrij te maken voor landbouwproductie in Brussel en de rand.

Goed om te weten

In 2016 werd in het Brussels Gewest met Europese middelen een landbouwtestruimte opgestart in het kader van het BoerenBruxselPaysans-project (zie verder). Deze ruimte bevindt zich in de Vogelzangvallei op een terrein dat ter beschikking werd gesteld door de gemeente Anderlecht. Deze ruimte biedt nieuwe landbouw(st)ers die hebben gereageerd op een kandidatenoproep de mogelijkheid om hun professionele activiteit op te starten in een veilige omgeving. Ze krijgen individuele begeleiding (methodologische en technische opleiding en ondersteuning) en er wordt grond, infrastructuur (serres o.a.) en gereedschap aan hen ter beschikking gesteld voor maximaal 3 seizoenen zodat ze de grond kunnen bewerken en hun producten kunnen verkopen. Deze grond wordt beheerd door de vzw Le début des Haricots met de financiële steun van het Gewest.

Tijdens de periode van de Good Food 1-strategie (2015-2020) werd bijna 9 ha gemobiliseerd voor stadslandbouw in Brussel (4 ha voor de landbouwproefruimte en het nabijgelegen Chaudron-veld, 3,9 ha werd door TEV gemobiliseerd en 0,5 ha werd aangekocht door het Gewest). In dezelfde periode mobiliseerde TEV ook 21,6 ha grond in de Rand.

Sinds de lancering van Good Food 2 (2022-2030) heeft TEV 1,1 ha in Brussel gemobiliseerd (in beheer genomen) en 13,3 ha in de Rand (3,6 ha verworven en 9,7 ha in beheer genomen waarvan slechts een deel tot op heden werd toegewezen aan projecten). Steeds meer gronden die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, worden ook bestemd voor stadslandbouw via verschillende regelingen. Naast de percelen voor moestuinen die ter beschikking worden gesteld van burgers (zie "Collectieve moestuinen en volkstuinen, gedeelde fruitbomen"), zijn er ook percelen die bestemd zijn en/of binnenkort zullen worden bestemd voor professionele stadslandbouw. Het gaat om eco-graslanden en boomgaarden (ca. 22 ha, waaronder de sites Zavelenberg, Kattebroek en Kauwberg), terreinen voor groenteteelt (cressonnière in Laken, 0,4 ha en Ketelveld in Anderlecht, 1 ha) en serres (Stuyvenberg in Laken, ongeveer 0,25 ha). Tot slot is een gebied van 2,5 ha gewijd aan stadslandbouw in het stedenbouwkundig project van de site Witte Vrouwen dat wordt ondersteund door het Gewest. Een professioneel productieproject bevindt er zich in de opstartfase.

Naar het voorbeeld van het OCMW van de Stad Brussel worden gewestelijke en subgewestelijke instanties zich steeds meer bewust van het potentieel van landbouwgrond in openbaar bezit. Hun vrijmaking blijft echter een lang en geleidelijk proces.

  • Herziening van de juridische en stedenbouwkundige instrumenten die een invloed hebben op de plaats, het behoud en de ontwikkeling van de stadslandbouw

    De hefbomen om de beschikbaarheid van landbouwgrond te vergemakkelijken zijn:

    • De hervorming van het GBP: dat zal worden aangepast om de nieuwe uitdagingen en problemen waarmee de stad wordt geconfronteerd, waaronder stadslandbouw, beter te integreren;
    • De herziening van de wetgeving rond pachtovereenkomsten (verouderd, complex en niet aangepast aan de realiteit van stadslandbouw);
    • De invoering van een mechanisme voor gewestelijk voorkooprecht ten behoeve van stadslandbouw (dat recht geeft aan openbare besturen de mogelijkheid om een eigendom, met als doel het algemeen belang, met voorrang te verwerven bij zijn verkoop);
    • Het inzetbaar maken van het gebruik van het mechanisme voor stedenbouwkundige lasten voor de ontwikkeling van burgerlijke stadslandbouw (dit mechanisme geeft overheidsinstanties de mogelijkheid om aanvragers van grootschalige projecten te verplichten om openbare infrastructuur aan te leggen in het kader van hun vergunningsaanvragen).

Er wordt momenteel gewerkt aan deze verschillende onderwerpen die in uiteenlopende mate zijn gevorderd.

Het proces van herziening van het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) werd in 2020 opgestart door perspective.brussels. Leefmilieu Brussel en Brussel Economie en Werkgelegenheid zijn belast met de opvolging van de wijziging van het GBP wat betreft het thema stadslandbouw. De uitdaging bestaat er meer bepaald in om grond die in rechte voor landbouw is bestemd te behouden en, indien mogelijk en passend, bepaalde feitelijke landbouwgebieden om te zetten in landbouwgebieden van rechtswege of in semi-natuurlijke gebieden. Er wordt ook gewerkt aan een ontwerp van nieuwe ordonnantie inzake pachtovereenkomsten. Het belangrijkste doel is om de toegang tot land voor Brusselse producenten te vergemakkelijken door een evenwicht te vinden tussen de belangen van verpachters en pachters. Er zullen in deze nieuwe versie van de pachtovereenkomst ook milieubepalingen worden opgenomen. 

  • Landbouwers aan het einde van hun loopbaan helpen om hun boerderij over te dragen

Zoals hierboven gezegd, zijn de meeste historische landbouwers die in Brussel werken ouder dan 55 jaar. De overdracht van de betrokken boerderijen zou dus in de nabije toekomst aan de orde kunnen komen. Tegen deze achtergrond worden acties ondernomen en contacten gelegd om de overname van zoveel mogelijk van deze boerderijen te stimuleren, zodat deze sector actief kan blijven.

Tegelijk werkt het Gewest aan de ontwikkeling van een regeling voor begeleiding en technisch advies voor conventionele landbouwers om hen te helpen nieuwe trajecten uit te stippelen voor hun landbouwbedrijven en zich tegen 2030 in overeenstemming te brengen met de regelgeving die het gebruik verbiedt van pesticiden met uitzondering van die met een beperkt risico en/of die welke zijn toegestaan in de biologische landbouw. Zoals hierboven toegelicht, zullen traditionele landbouwgronden in het kader van de tenuitvoerlegging van de verordening inzake natuurherstel eveneens moeten evolueren, meer bepaald om plaats te bieden aan meer gevarieerde " landschapselementen" (vijvers, heggen, grasstroken enzovoort).

Naar een ordonnantie ter economische ondersteuning van de stadslandbouw

Sinds 2016 maakt een jaarlijkse projectoproep (Brussel Economie en Werkgelegenheid) het mogelijk om financiële steun te krijgen in het kader van een benadering van transitie naar agro-ecologie. In dit kader werden 127 projecten van professionele stadslandbouw gesubsidieerd.

Meer structureel is de landbouwsteun van het GBL van de 1e pijler beschikbaar voor Brusselse landbouwers (samenwerkingsakkoord met Vlaanderen); in de praktijk echter wordt die steun om uiteenlopende redenen niet vaak gebruikt door nieuwe landbouwers. De steunmaatregelen van de 2e pijler, waarvan een hele reeks de vestiging van jonge landbouwers, investeringen en de toepassing van goede milieupraktijken bevorderen, zijn daarentegen niet beschikbaar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

In deze context wordt een ordonnantie voorbereid die als doel heeft de ontwikkeling van de stadslandbouw te ondersteunen en de agro-ecologische transitie ervan te begeleiden. Een in eerste lezing aangenomen voorontwerp bevindt zich momenteel in de fase van goedkeuring. De ordonnantie maakt een onderscheid tussen twee grote types van steun:

  • (Permanente) organieke steun: ondersteuning van de werking, investeringen, acties voor transitie, delen van kennis en promotie van producten;
  • Punctuele facultatieve steun (projectoproepen): ondersteuning voor vernieuwende initiatieven, binnen de grenzen van de budgetten en met het akkoord van de regering.

Ze voorziet ook in financiële steun voor de biologische certificering van de primaire productie.

Maatregelen om stedelijke en randstedelijke landbouwers te helpen toegang te krijgen tot de markt

Good Food verleent financiële steun aan de vzw Le Réseau des GASAP, die rechtstreeks inkoopt bij lokale producenten, ook in Brussel (gemiddeld 32 km afstand tussen de 40 producenten en de inzamelpunten in 2024). In 2024 waren een honderdtal GASAP-groepen actief in Brussel (voor ongeveer 6.150 eters). In 2022 en 2023 ondersteunde het Gewest ook 2 projecten van coöperatieve en participatieve supermarkten.

De Good Food-strategie is ook gericht op het creëren van een netwerk van multifunctionele logistieke platforms (of hubs) die zijn ontworpen om de hele voedselketen (vervoer, sorteren, bewerking, distributie enz.) voor producten afkomstig van de stedelijke en randstedelijke landbouw te beheren. Er is al een aantal hubs opgezet, waaronder 3 op gewestelijke schaal. 

Toegang tot kennis, knowhow en vaardigheden

De dienst Facilitator Stadslandbouw,  die momenteel is opgeschort, stimuleert het opzetten en ontwikkelen van stadslandbouwprojecten. Het biedt onder meer online informatie aan (Good Food-site, productieluik ) en stelt ook een multidisciplinaire expertisedienst, opleidingsinitiatieven en landbouwgrond ter beschikking. De doelgroep zijn eigenaars van productiepercelen, actoren die betrokken zijn bij de ruimtelijke ordening en projectontwikkelaars. Sinds maart 2022 kunnen overheidsinstanties ook profiteren van expertise over alle aspecten van een stadslandbouwproject (technische, juridische, grondgerelateerde en economische aspecten) via het steunpunt stadslandbouw voor overheidsinstanties (CAAUP, centrale d'Accompagnement en Agricultures Urbaines à destination des organismes Publics).

Tussen 2015 en 2021 (2023 voor bepaalde investeringen) werden er verschillende acties ondernomen in het kader van het pilootproject BoerenBruxselPaysans (BBP). Dat gebeurde voornamelijk met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Dit project, gelegen op de grens van het randstedelijke gebied, voornamelijk in Anderlecht (Neerpede en Vogelzang), heeft in het bijzonder tot doel de lokale voedselproductie en -verwerking volgens ecologische productiemethoden te vergemakkelijken en te verhogen. Tijdens de uitvoering heeft BBP steun verleend aan stadslandbouwprojecten via individuele begeleiding (opleidingen, methodologische en technische ondersteuning) en het ter beschikking stellen van grond (waaronder de landbouwtestruimte, zie hierboven), infrastructuur en tools. BBP heeft daarnaast ook bijgedragen aan de ontwikkeling van korte verwerkings- en verkoopketens, evenals sensibiliserings- en netwerkinitiatieven. Deze steun wordt momenteel overgenomen door verschillende spelers. De activiteiten van de landbouwtestruimte worden voortgezet en worden momenteel door het Gewest gefinancierd in het kader van de Good Food-strategie. 

Tussen 2016 en 2024 konden 25 personen die geselecteerd werden via een kandidatenoproep zo hun landbouwactiviteit testen; de helft van hen zette zijn landbouwactiviteit voort na afloop van de testfase (mededeling BEW, activiteitenverslag 2024 Début des Haricots). Daarnaast hebben in de periode 2016-2023 25 personen ondersteuning gekregen bij het opstarten van hun verwerkingsactiviteit (Eindverslag van het BBP-project). 

Eind 2020 werd een Brusselse federatie van stadslandbouwprofessionals (FedeAU) opgericht. In 2024 telde FedeAU 50 aangesloten leden.

De steun bij het opzetten van projecten van landbouwbedrijven werd ontwikkeld binnen een loket voor lokale economie "Stadslandbouw" (GELAU), dat werd opgenomen in de opdrachten die zijn toegewezen aan het bedrijvencentrum van Sint-Gillis.

Goed om te weten

Kort gezegd heeft het Gewest, in het kader van de Good Food-strategie, een gestructureerd, complementair en gecoördineerd "ecosysteemGeheel van de planten- en dierengemeenschappen in een territorium, beschouwd in hun wisselwerking met de milieufactoren." opgezet om de professionele landbouw te ondersteunen, gebaseerd op verschillende regelingen:

  • een Brusselse federatie van professionals uit de stadslandbouw (FEDEAU) om te netwerken en de sector te vertegenwoordigen;
  • een landbouwtestruimte dat land, infrastructuur en gereedschap levert, evenals ondersteuning voor projectbeheerders;
  • zoeken naar landbouwgrond in Brussel en de rand door de vzw Terres en vue (TEV);
  • een lokaal economieloket "Stadslandbouw"(GELAU) voor de begeleiding van ondernemers;
  • een facilitator voor stadslandbouw die technische, stedenbouwkundige en juridische ondersteuning biedt.

Tot slot is er een referentiesysteem inzake duurzaamheid voor stadslandbouw ontwikkeld en verbeterd na het testen van een vijftiental projecten in 2023-2024. Dit instrument is ontworpen om de beoordeling en opvolging van stedelijke landbouwpraktijken in Brussel te ondersteunen

Om te downloaden

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

  • Focus : Collectieve en familiale moestuinen, gedeelde fruitbomen (2023)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • LEEFMILIEU BRUSSEL 2024. “De Chaudron boerderij in Neerpede komt weer tot leven!”, persbericht
  • LEEFMILIEU BRUSSEL 2022. “Geboorte van een ecologische deelboerderij in Brussel”, persbericht
  • LEEFMILIEU BRUSSEL & BRUSSELS ECONOMIE EN WERKGELEGENHEID 2021. « De Good food stratégie “Naar een duurzaam voedingssysteem in het Brussels Hoofstedelijk Gewest” – Eindevaluatie, samenvatting van de verwezenlijkingen en prestaties van de strategie 2016-2020”, 86 p. (.pdf)

Studies en rapporten

  • AQrate 2023. « Baseline Stratégie GoodFood 2 », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 138 p. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BOUTSEN R., MAUGHAN N., VISSER M. 2018. « Evaluation de la production agricole primaire professionnelle en Région de Bruxelles Capitale », studie uitgevoerd door de ULB-Laboratoire d’agroécologie,  in opdracht van Brussel Economie en Werkgelegenheid, 50 p. (enkel in het Frans)
  • BRUXELLES ENVIRONNEMENT 2024.”Rapport final – Projet BoerenBruxselPaysans”, 46 pp. (enkel in het Frans)
  • COMASE 2021. « Etude de la performance de la stratégie Good Food 2016-2020 – Rapport final », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 83 p. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • DE LESTRANGE R., FIERENS C., ANNICCHIARICO G., NYSSENS T., GERARD A., BOURGOIS C. 2021. « AGROPOLIS – Van een pilootproject naar een grootstedelijk voedselnetwerk », 153 p. (.pdf)
  • DE ZUTTERE C., LECOCQ B. , DEMANET M. 2020. « Plan d’action 2020 Agricultures  urbaines : modifications législatives - Pour une évolution du cadre juridique et urbanistique en faveur des agricultures urbaines durables en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van Brussel Economie en Werkgelegenheid, 69  p. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • DRUINE, P ET E. DUCHEMIN 2023. « La place de Montréal parmi les grandes villes d’agriculture urbaine : Une étude comparative entre dix villes au Canada, aux États-Unis et en Europe », Laboratoire sur l’agriculture urbaine, 33 p. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • ERU 2025. « Evolution de l’agriculture urbaine professionnelle bruxelloise 2015-2024 », studie in opdracht van Brussel Economie en Werkgelegenheid, 111 p. (.pdf)
  • FEDEAU 2023. « Œuvrer pour l’AU professionnelle – analyse des impacts et besoins de l’AU pro à Bruxelles », 7 p. (enkel in het Frans)
  • FEDEAU 2024. « À Bruxelles, le revenu des agriculteurices est 40% plus bas que le salaire minimum bruxellois! », persbericht (enkel in het Frans)
  • ILVO 2024. “Publieke grond in Vlaanderen & Brussel - Overzicht evolutie en landbouwpotentieel”, Vandermaelen H., Willems G. et Vanempten E., 158 p. (.pdf)
  • LAUWERS L., VAN KERCKHOVE Y. & DUMORTIER M. 2022. “Agro-ecological farming in (peri)urban protected areas: the agro-ecological farmers’ perspective on synergies and conflicts between nature and agriculture”, Reports of the Research Institute for Nature and Forest, studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 104 p. (.pdf) (enkel in het Engels)
  • LEFEBVRE A., TSURUKAWA N., HAISSAM JIJAKLI,  DUMARTIN P., PEETERS S.,  HANIQUE P., GOISSE G., LAMAL V. 2018.« Etude urbanistique et juridique pour le développement de l’agriculture urbaine en Région bruxelloise », studie uitgevoerd door Gembloux Agro-Bio Tech (ULg), Agora-urba.eu, Pascal Hanique sprl, Avocats associés, 131 p. (.pdf) (enkel in het Frans)

Plan en programma

  • BRUSSELS HOOFSTEDELIJK GEWEST « Strategie Good food 2 2020-2030 », 2022, 61 paginas (.pdf)

Nuttige links

  • FEDEAU
  • GoodFood (zie o.a. rubrieken Studies en Rapportering en evaluatie)
    • Studies
    • Rapportering en evaluatie
  • Le début des HARICOTS
  • TERRE-EN-VUE

Collectieve moestuinen en volkstuinen, gedeelde fruitbomen

Focus – Actualisatie  : november2023

In 2018 telde het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 392 moestuinsites, wat 30% meer is dan in 2013. Deze evolutie ging echter gepaard met een daling van de totale oppervlakte van deze sites met 4%.

In mei 2023 werden 419 moestuinen ter beschikking gesteld van de Brusselaars in 14 groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd. Dat is iets meer dan het dubbele van in 2013.

De aanleg van moestuinen wordt ook aangemoedigd via tal van projectoproepen gericht tot verschillende doelgroepen. In de afgelopen jaren zijn er ook steeds meer initiatieven genomen om  de aanwezigheid van fruitbomen in  openbare en gemeenschappelijke ruimten  te bevorderen.

Stadsmoestuinen: groene ruimten met uiteenlopende functies

Net als tal van andere steden kent Brussel de laatste jaren een opflakkerende belangstelling voor voedselteelt. Deze kan verschillende vormen aannemen: groenteteelt in volle grond of bovengronds, fruitbomen, kleine fokkerijen, bijenteelt, aquacultuur, kinderboerderijen, ondergrondse paddenstoelenteelt, ... Ze worden aangemoedigd in het kader van verschillende gewestelijke actieprogramma’s die gericht zijn op transitie naar duurzamere voedselsystemen, verbetering van de leefomgeving, ontwikkeling van multifunctionele groene ruimten en jobcreatie.

De focus ligt vooral op niet-professionele familiale of collectieve moestuinen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de productie voor persoonlijke consumptie of ‘zelfproductie’ (het deel professionele landbouw is het voorwerp van een andere focus, zie ‘Good Food: Professionele landbouw in het Brussels Gewest’).

Deze teeltpraktijken streven verscheidene doelstellingen na, die volgens de actoren minder of meer prioritair zijn: voedselproductie, maar ook recreatieve doelstellingen (contact met de natuur, ontspanning, fysieke activiteit), sociale doelstellingen (plekken om elkaar te ontmoeten en samen nieuwe gedragingen aan te leren, ingaan op een leerbehoefte, steun aan therapeutische projecten of projecten voor beroepsinschakeling, enz.) of educatieve doelstellingen (principes van biologische landbouw, seizoenscycli, lokale soorten, enz.). Vanuit milieustandpunt vormen de moestuinen eveneens groene ruimten die de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). ondersteunen, het stedelijk landschap mee helpen verbeteren en regenwater laten infiltreren. Door te telen in een stedelijke omgeving, in soms erg kleine tussenruimten, ontstaan er en blijven er binnenin de wijken open ruimten bestaan. Al deze voordelen tonen in welke mate de ontwikkeling van deze praktijk sterk kan bijdragen tot een beter levenskader van de stadsbewoners en de veerkracht van steden kan helpen vergroten. 

Naar een terugkeer van fruitbomen en -struiken in de openbare ruimte

De voordelen van de aanwezigheid van bomen in de stad zijn bekend: verfraaiing van het stadslandschap, verkoeling van de stad (schaduw, evapotranspiratieRegenwater wordt in de bodem vastgehouden en verdampt vervolgens naar de atmosfeer. De aanwezigheid van planten versterkt dit fenomeen aanzienlijk.), ondersteuning van de biodiversiteit, lokale vermindering van concentraties van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, opslag van CO2, bijdrage aan de infiltratie van regenwater, geur ...

Van de boomsoorten die moeten worden overwogen voor aanplanting in openbare ruimten (parken, straten, stedelijke microbossen ...) en privéruimten (tuinen, gevels) zijn fruitbomen een bijzonder interessante optie. Naast de bovengenoemde voordelen hebben fruitbomen nog andere voordelen, waaronder:

  • Kader voor burgerbetrokkenheid, het delen van kennis, ideeën, middelen …. en het creëren van sociale banden en banden met het land, met name bij het ontwerpen van projecten en het planten en onderhouden van bomen;
  • bron van habitats en voedsel, met name voor vogels en bestuivers (overvloedige bloei);
  • pedagogisch en educatief kader (sensibilisering voor duurzame voeding, heraansluiting op seizoenscycli, leren over bestuivingsmechanismen, tuinbouwtechnieken ...);
  • potentieel lokale voedselbronnen.

Met een kleine voetafdruk hebben fruitbomen een grote impact op de leefomgeving, op het stedelijk ecosysteemGeheel van de planten- en dierengemeenschappen in een territorium, beschouwd in hun wisselwerking met de milieufactoren. en op sociale banden. Merk op dat de verschillende verordeningen die van kracht zijn met betrekking tot groene ruimten het plukken niet toestaan.

Terwijl de sierfunctie van bomen in de stad nu overheerst, zien we de laatste jaren een terugkeer van fruitbomen en struiken in stedelijke ruimten. Ze zijn te vinden op verschillende locaties: parken, bomenrijen of geïsoleerde bomen, hagen, boomgaarden, moestuinen, microbossen in tuinen, tuinen, gevels ... 

Bijna 9 op de 10 Brusselaars willen meer ruimten voor stadslandbouw en moestuinen

In mei 2022 werd op vraag van Leefmilieu Brussel een enquête uitgevoerd (AQrate, 2022) om informatie te verzamelen over het gedrag, gebruik, begrip en de gevoelens van Brusselaars in relatie tot ‘natuur’. De volgende conclusies kunnen worden getrokken met betrekking tot de voedselproductie in het Brussels Gewest:

  • 75% van de ondervraagden is van mening dat de natuur in de stad een bron van voedsel is;
  • 88% van de ondervraagden vindt dat er meer ruimte moet worden vrijgemaakt voor stadslandbouw en moestuinen;
  • 85% van de ondervraagden steunt het idee om meer fruitbomen in groene ruimten te planten, dit percentage loopt op tot 74% voor aanplanting in straten en openbare pleinen ;
  • 76% van de ondervraagden is van mening dat fruitbomen sociale interactie en contact  bevorderen;
  • respectievelijk  74%, 70% en 70% van de ondervraagden is van mening dat fruit uitglijden of vuil veroorzaakt, wespen, vliegen en ratten aantrekt en durft geen fruit te eten dat op straat groeit (vervuiling).

Deze resultaten getuigen van de reële belangstelling van de Brusselaars voor de ontwikkeling van landbouw, moestuinen en fruitbomen in hun stad. Een groot deel van de respondenten ziet dit echter ook als een bron van overlast. 

30% meer moestuinsites tussen 2013 en 2018 … maar een totale oppervlakte die daalt met 4%

In 2013 heeft Leefmilieu Brussel een inventaris opgesteld van de collectieve en familiale moestuinen en de kenmerken ervan. Deze inventaris werd herhaald in 2018, waarbij op vrijwel identieke manier werd te werk gegaan. (zie hieronder). Het is sindsdien niet bijgewerkt. 

De in kaart gebrachte moestuinen zijn de moestuinsites waar tuiniers die dit wensen terechtkunnen, en de moestuinen die openstaan voor het publiek, of ze nu officieel (gemeentelijke of gewestelijke moestuinen, moestuinen op privégrond, ...) of officieus zijn (“gekraakte” gronden). Professionele stadslandbouwprojecten, school- of demomoestuinen en privémoestuinen die niet toegankelijk zijn vanuit de publieke ruimte of die op een bebouwd perceel gelegen zijn, werden niet opgenomen in de inventaris.

Onderstaande tabel vergelijkt het moestuinaanbod van 2013 met dat van 2018. De gegevens van de inventaris uit 2013 werden gecorrigeerd, om enkele fouten recht te zetten die werden vastgesteld en om te zorgen voor een volledige overeenstemming tussen de twee inventarissen wat in aanmerking genomen moestuinen betreft.

In 2018 bedroeg de bruto-oppervlakte van collectieve moestuinen ongeveer 79 ha.

Goed om te weten

In 1959 werd volgens de landbouwtelling van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (nu Statbel) 309 ha grond bestemd voor de zelfvoorzieningseconomie op het grondgebied dat overeenkomt met het huidige Gewest (Zitouni et al., 2018). In sommige gemeenten werd 5% van het grondgebied ingenomen door deze zelfvoorzienende landbouw. Volgens dezelfde bron zijn deze cijfers waarschijnlijk onderschat en niet erg vergelijkbaar met die van de inventaris van Leefmilieu Brussel.

Terwijl de totale oppervlakte van de moestuinen gedaald is ten opzichte van 2013 (- 4%), is het aantal moestuinen aanzienlijk gestegen (+ 30%). Uit de analyse van de gegevens blijkt dat deze evolutie verband houdt met een daling van het aantal grote moestuinsites (met een oppervlakte groter dan 5.000 m2), aangevuld met een fikse stijging van de kleine moestuinsites (met een oppervlakte kleiner dan 500 m2 of zelfs 100 m2). Door de stijging van het aantal moestuinen kon de demografische druk op de bestaande moestuinen verlicht worden (- 20% inwoners voor een moestuinsite).

Uit de vergelijking van de geïnventariseerde gegevens blijkt ook dat op 5 jaar tijd:

  • 129 nieuwe moestuinsites werden aangelegd. Dit zijn vooral kleine moestuinen die hebben bijgedragen aan een beter aanbod in de dichtbebouwde zones;
  • 38 moestuinsites verdwenen zijn;
  • 3 moestuinsites verschenen en weer verdwenen zijn;
  • 13 moestuinsites uitgebreid zijn;
  • 13 moestuinsites gekrompen zijn.

Er is dus sprake van een snelle dynamiek in het aanleggen en verdwijnen van moestuinen (zie hierover ook Zitouni et al. 2018).  Aan de hand van de inventaris konden ook 26 moestuinen die potentieel bedreigd zijn, in de meeste gevallen door bouwprojecten, in kaart worden gebracht.

Voor verdere informatie:  Collectieve en familiale moestuinen (2018) : gedetailleerde tabel per gemeente (totale oppervlakte en per inwoner, aantal sites, aantal inwoners/site en % woningen zonder tuin) 

Meer dan een derde van de totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke moestuinsites is gelegen in groengebied of in landbouwgebied, en geniet dus een zekere bescherming.

Voor verdere informatie: Verdeling van de totale oppervlakte van de moestuin-sites over de verschillende gebieden uit het GBP (2018)

Een zeer divers moestuinaanbod naargelang van de gemeente en de wijk

Onderstaande grafiek toont voor elke Brusselse gemeente de totale oppervlakte van de collectieve en familiale moestuinen (in 2013 en in 2018), alsook de moestuinoppervlakte per inwoner (in 2018).

3/4 van de gemeenten heeft een oppervlakte van collectieve moestuinen <1m2/inwoner (2018)

Bron : Leefmilieu Brussel op basis van BRAT 2018
Een zeer divers moestuinaanbod naargelang van de gemeente en de wijk

Gemiddeld heeft elke Brusselaar een theoretische toegang tot 0,66 m2 moestuin (op basis van de totale oppervlakte van de moestuinsite, met inbegrip van de eventuele niet-verbouwde delen, privétuinen en schooltuinen buiten beschouwing gelaten). Toch zijn er grote verschillen tussen gemeenten: terwijl de inwoners van Brussel (cf. wijken in de rand zoals Haren en Neder-Over-Hembeek), Evere, Jette, Ukkel en Watermaal-Bosvoorde gemiddeld over meer dan 1 m2/inw. beschikken, moeten die van de gemeenten Etterbeek, Sint-Joost en Sint-Gillis het stellen met minder dan 0,15 m2/inw. In deze gemeenten is doorgaans ook het aantal gezinnen met toegang tot een eigen tuin het kleinst.

Onderstaande kaart geeft een nauwkeuriger beeld van de spreiding van de moestuinsites in het stadsweefsel. Elke moestuin wordt weergegeven aan de hand van een cirkel met een straal van 300 meter vanaf het middelpunt. Dit is de afstand in vogelvlucht die grosso modo overeenkomt met 5 tot 10 minuten wandelen. Deze voorstelling geeft een eerste beeld van de zones waarin de toegang van de Brusselaars tot moestuinen beperkt is.

Veel Brusselaars hebben geen toegang tot een collectieve moestuin in hun buurt

Bron : Leefmilieu Brussel op basis van BRAT 2018
Veel Brusselaars hebben geen toegang tot een collectieve moestuin in hun buurt

Voor verdere informatie: Locatie en type van collectieve en familiale moestuinen (2018)

Hoewel het aantal moestuinen in het algemeen toeneemt, zijn er nog altijd grote lokale verschillen: hoge concentraties afgewisseld met gebieden zonder voorzieningen. Terwijl er ook in minder dicht bebouwde gebieden soms een tekort is aan moestuinen, ontbreekt het de gebieden in het centrum vaak aan groene ruimten en privétuinen, bovenop een hoge bevolkingsdichtheid en een laag gemiddeld inkomen per inwoner. Moestuinen in volle grond en met een grote oppervlakte komen vooral voor in de minder dicht bebouwde zones.

1 op de 3 Brusselse gezinnen verbouwt groenten en/of fruit, maar vaak in zeer kleine hoeveelheden

Op individueel niveau zegt 49% van de Brusselaars dat ze, persoonlijk of via een ander gezinslid, aromatische planten, groenten en/of fruit telen (Good Food-enquête, AQrate 2023). Dit percentage is 33% als we alleen kijken naar de productie van groenten en fruit. Deze cijfers weerspiegelen zeer uiteenlopende realiteiten, gaande van de teelt van enkele fruitsoorten, groenten en/of aromatische planten in potten tot de exploitatie van een echte moestuin. 

Ongeveer 4 op de 10 ‘burgerproducenten’ verbouwen hun kruiden, fruit en/of groenten in een tuin

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van een enquête van AQrate 2023
Ongeveer 4 op de 10 ‘burgerproducenten’ verbouwen hun kruiden, fruit en/of groenten in een tuin

Deze productie vindt voornamelijk plaats op balkons, terrassen, binnenplaatsen of daken (genoemd door 51% van de ‘burgerproducenten’) en/of in tuinen (genoemd door 42%).  Respectievelijk 13% en 11% van de ‘burgerproducenten’ die op de enquête reageerden, doen dit in een collectieve moestuin en/of op een individueel perceel van een collectieve moestuin. Voor 6% van de ‘burgerproducenten’ vindt deze productie buiten het Gewest plaats. 

De helft van de ‘burgerproducenten’ heeft een zeer beperkte groenteproductie

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van een enquête van AQrate 2023
De helft van de ‘burgerproducenten’ heeft een zeer beperkte groenteproductie

Bijna 2/3 van de ‘burgerproducenten’ heeft een zeer beperkte fruitproductie

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van een enquête van AQrate 2023

Bijna 2/3 van de ‘burgerproducenten’ heeft een zeer beperkte fruitproductie

Voor meer dan de helft van de respondenten zijn de geproduceerde hoeveelheden groenten en fruit slechts voldoende om een paar maaltijden te verbeteren. 

Steeds meer moestuinpercelen in de gewestelijke groene ruimten

De oppervlakte van de aangelegde moestuinen in de gewestelijke ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, bedraagt 3,4 ha wanneer alleen de netto-oppervlakte (d.w.z. de bebouwbare oppervlakte) wordt meegerekend en 5,3 ha ook rekening houdend met de bruto-oppervlakte (d.w.z. inclusief paden, hagen, gazons, tafels ...).  In totaal zullen in 2022, 418 percelen ter beschikking worden gesteld van de Brusselaars op 14 gewestelijke sites.

Tussen 2013 en 2018 is de oppervlakte en het aantal van de moestuinpercelen die ter beschikking stonden van de Brusselaars gestegen met respectievelijk 61% en 81%. Van 2019 tot 2022 bleven het aantal en de oppervlakte van de door Leefmilieu Brussel ingerichte collectieve moestuinen in de gewestelijke groene ruimten constant.  Aan de andere kant is het aantal ingerichte percelen op de locaties geleidelijk toegenomen, van 373 tot 418 (+12%).  Deze evolutie maakt deel uit van de acties die het Gewest onderneemt om tegemoet te komen aan de groeiende vraag van de Brusselaars naar een moestuin. Dit is vooral opvallend sinds de covid-gezondheidscrisis (het aantal inschrijvingen op de wachtlijst is gestegen van ongeveer 300 in 2019 tot ongeveer 1400 eind 2021).

Tot de acties die Leefmilieu Brussel heeft uitgevoerd, behoren de onderverdeling van grote percelen wanneer meerdere telers deze kunnen bewerken, evenals de identificatie en snelle herbestemming van ‘slapende percelen’.

De interactieve kaart van de collectieve moestuinen en volkstuinen die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, is online beschikbaar.  Daaruit blijkt  dat het gewestelijk aanbod van moestuinen momenteel beperkt is tot 6 gemeenten en dat de meeste sites zich in de tweede kroon bevinden.

Er zijn plannen in Anderlecht en Ukkel voor de (her)aanleg van verschillende moestuinen, waardoor het aantal beschikbare percelen zal toenemen. 

3,4 ha moestuinen worden ter beschikking gesteld van de Brusselaars in de groene ruimten die Leefmilieu Brussel beheert (2022)

Bron : Leefmilieu Brussel 2023
3,4 ha moestuinen worden ter beschikking gesteld van de Brusselaars in de groene ruimten die Leefmilieu Brussel beheert (2022)

Lees de transcriptietekst

In 1991 waren er slechts 15 moestuinpercelen (825 m2) aangelegd in de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd. In 2001 waren dat er 154 (16.407 m2), in 2011 191 (21.106 m2) en in 2022 418 (34.076 m2).

418 moestuinpercelen worden ter beschikking gesteld van de Brusselaars in de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd (2022)

Bron : Leefmilieu Brussel 2023
418 moestuinpercelen worden ter beschikking gesteld van de Brusselaars in de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd (2022)

De daling van het moestuinaanbod tussen 2003 en 2007, zoals weergegeven op de grafiek, houdt verband met de ontdekking van bodemverontreiniging ter hoogte van 2 sites. Dit heeft geleid tot de sluiting van deze moestuinen tot de behandeling ervan ze opnieuw geschikt maakt voor teelt.

De kwantitatieve doelstellingen van de eerste Good Food-strategie voor 2020 met betrekking tot de uitbreiding van de oppervlakte van de door Leefmilieu Brussel beheerde moestuinen en het behoud of zelfs de vergroting van de oppervlakte van collectieve moestuinen en volkstuinen zijn niet bereikt.

Gewestelijke acties om de Brusselaars aan het moestuinieren te krijgen

Leefmilieu Brussel hanteert sinds het werd opgericht een beleid rond de ontwikkeling van stadsmoestuinen. Hiervoor gaat het op verschillende manieren te werk.

Het beleid werd de voorbije jaren bevestigd en versterkt, vooral door de goedkeuring, eind 2015, van de Good Food-strategie. Het doel is de transitie naar een duurzamer Brussels voedingssysteem. Een van de pijlers heeft tot doel de agro-ecologische productie in Brussel en omstreken te intensiveren en te ondersteunen door zowel de professionele als de burgerproductie te ondersteunen.

Dit beleid van ontwikkeling van stadsmoestuinen en sensibilisering voor zelfproductie steunt op verschillende actielijnen die als volgt kunnen worden samengevat

  • Behoud en uitbreiding van door de overheid beheerde ruimten voor burgerproductie

Leefmilieu Brussel beheert op dit moment 14 moestuinsites. De moestuinen worden er beheerd met respect voor het milieu (door de ondertekening van gebruiksovereenkomsten met de begunstigden van de percelen) en door een maatschappelijke en pedagogische dimensie toe te voegen aan de projecten.

Er is een bijzondere inspanning geleverd om nieuwe moestuinruimten aan te leggen (nieuwe sites of uitbreiding van bestaande sites) en de bestaande sites te verbeteren (aanplanting van kleine fruitbomen en aromatische planten, toegang tot water, opbergkasten, collectieve composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen., enz.). Het verbeteren van het aanbod vereist ook een beter beheer van bestaande sites (herbestemming van braakliggende percelen, controle van de naleving van de gebruiksovereenkomsten, onderverdeling van te grote percelen, enz.).

Een andere pijler heeft tot doel de overheid (gemeenten en OCMW's) te ondersteunen bij het behoud en de aanleg van productieruimten in lokale groene ruimten en in (semi-)openbare ruimten.  De pijler is met name gebaseerd op de Good Food-acties die zijn uitgevoerd in het kader van de projectoproep Klimaatactie. In de periode 2019-2023 werden 19 productieprojecten op gemeentelijk niveau ondersteund (3 in 2019, 3 in 2020, 5 in 2021, 5 in 2022 en 3 in 2023).

  • Mobiliseren van (potentiële) producenten en ondersteunen bij de ontwikkeling van collectieve moestuinprojecten door burgers

Deze actielijn neemt verschillende vormen aan:

  • informatie en sensibilisering (technische en praktische informatie, ontwikkeling en verspreiding van verschillende tools, zichtbaarheid van burgerproductieprojecten ...);
  • ondersteuning en ontwikkeling van een netwerk van moestuingidsen (voorheen bekend als moestuinmeesters) ter ondersteuning van burgerproducenten (186 vrijwilligers in 2022);
  • netwerken van burgermoestuinprojecten;
  • distributie van zadenkits …

Het is ook gebaseerd op de aanmoediging en ondersteuning van collectieve productieprojecten, met name via de projectoproep Vooruit met de wijk. In de periode 2019-2023 werden 48 burgervoedselproductieprojecten (moestuinen, kippenhokken, boomgaarden, enz.) ondersteund (14 in 2019-2020, 13 in 2021, 9 in 2022 en 12 in 2023).

Gemiddeld worden er jaarlijks zo'n tien nieuwe collectieve moestuinen ontwikkeld via de projectoproep Vooruit met de wijk. Scholen zijn ook zeer actief in het opzetten van productiesites. Niet al deze moestuinen blijven echter altijd bestaan (terugname van de grond door de eigenaar, verlies van interesse door burgers ...).

Er werd ook een dienst ‘Facilitator stadslandbouw’ opgericht. Hoewel dit vooral bedoeld is om professionele stadslandbouw te ondersteunen, kan het ook helpen om burgerproductieprojecten op te zetten, zoals bijvoorbeeld de integratie van moestuinen in een vastgoedproject of in een wijkrevitaliseringsproject.

  • Good Food-productieprojecten ontwikkelen waarbij kwetsbare groepen worden betrokken in samenwerking met lokale partners

In 2023 hebben Leefmilieu Brussel en de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) drie pilootsites geselecteerd voor de uitvoering van burgerlandbouwprojecten. Deze selectie werd gemaakt via een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor OVM's (Openbare vastgoedmaatschappijen) en projecten op het gebied van sociale cohesie. De 3 proefprojecten zijn in maart 2023 van start gegaan en krijgen steun (technische en participatieve aspecten) van Leefmilieu Brussel. Ook productieprojecten in de buurt van sociale woningen worden uitgewerkt via de projectoproepen Klimaatplan en Vooruit met de wijk (zie hierboven).

  • Zorgen voor een diversificatie van de productie met toegevoegde waarde, met inbegrip van de bevordering van fruitbomen

Het Gewest wil de fruitteelt in private en publieke ruimten ontwikkelen. Dit is met name gebaseerd op de resultaten en modellen die worden aanbevolen in het kader van een onderzoeksproject dat momenteel wordt afgerond (ARBRES-project, zie kader hieronder). In 2023 werd ook een pilootopleiding voor ‘fruitcoaches’ georganiseerd, met de steun van Leefmilieu Brussel. Deze coaches zullen zowel burgers als publieke en private eigenaren ondersteunen bij het planten en beheren van fruitbomen.

Goed om te weten

Het project ARBRES 2021-2024 (Arboriculture Régionale Bruxelloise pour une Résilience Écologique et Solidaire) is een participatief actieonderzoeksproject, gefinancierd door Innoviris (een gewestelijke overheidsinstelling die onderzoek en innovatie financiert en ondersteunt). Het heeft tot doel de sociaal-ecologische voorwaarden voor de aanplanting en het beheer van fruitbomen in het Brussels Gewest te bepalen, waarbij met name rekening wordt gehouden met de problemen van bodemverontreiniging en klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz..  Het project wil ook onderzoeken hoe fruitbomen op een eerlijke en ondersteunende manier kunnen bijdragen tot de veerkracht van het Brusselse voedselsysteem. Het is onder meer gebaseerd op de resultaten van in-situ experimenten die zijn uitgevoerd in samenwerking met overheidsdiensten en verenigingen. 

Parallel aan het ARBRES-project zijn er in Brussel 3 burgerboomkwekerijen opgericht (Ukkel in 2019, Vorst en Ganshoren in 2022). Deze participatieve projecten hebben tot doel fruitbomen en -struiken terug te plaatsen in de Brusselse openbare en gemeenschappelijke ruimten en om opleidingsruimten te creëren voor het beheer van fruitbomen.

Om te downloaden

Factsheet

  • Sociale vertegenwoordiging van de Brusselaars ten aanzien van de natuur en de Brusselse groene ruimten 2022 (.pdf)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

  • Focus : Good food: Professionele landbouw in het Brussels Gewest 2024
  • Groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel 2023

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • “De good food-strategie : “Naar een Duurzaam voedingssteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, eindevaluatie”, 2021 (document opgesteld in samenwerking met Brussel Economie en Werkgelegenheid – Gewestelijke Overheidsdienst Brussel) (.pdf)
  • Kaart « Moestuinen van Leefmilieu Brussel »

Studies en rapporten

  • AQRATE 2023. « Baseline Stratégie Good food 2», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 138 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • AQRATE 2022. « Baromètre Nature 2022 », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 111 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT 2018. « Evolution du nombre et de la superficie des potagers en Région bruxelloise entre 2013 et 2018 », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel,  28 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT, ECO-INNOVATION, BGI 2013. « Evaluation du potentiel maraîcher en Région de Bruxelles-Capitale (phase I) – Identification des références d’agriculture urbaine pertinentes au regard du contexte bruxellois», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 70 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT, ECO-INNOVATION, BGI 2013. « Evaluation du potentiel maraîcher en Région de Bruxelles-Capitale (phase II) – Inventaire des sites d’agriculture urbaine existants en Région bruxelloise », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 46 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • BRAT, ECO-INNOVATION, BGI 2013. « Evaluation du potentiel maraîcher en Région de Bruxelles-Capitale (phase III) », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 23 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • CHARPENTIER, A., DE MUYNCK, S., LACROIX, P., MAUQUOY, C., PIETERS, C., ET TAHON, N. 2024. « ARBRES – L’arbre fruitier comme levier de résilience du système alimentaire bruxellois »,  Innoviris onderzoeksrapport Co-Create (2021-2024), 56 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • DEDICATED RESEARCH 2011. « Les maraîchages urbains, écologiques: freins, leviers à la réalisation et état des lieux – phase quantitative », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 61 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • DEDICATED RESEARCH 2011. « Les maraîchages urbains, écologiques: freins, leviers à la réalisation et état des lieux – phase qualitative », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 61 pp. (.ppt) (enkel in het Frans)
  • GREENLOOP 2013. « Etude sur la viabilité des business modèles en agriculture urbaine dans les pays du Nord », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 72 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • LATERAL THINKING FACTORY 2013. « Indoor farming en RBC », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 77 pp. (.pdf) (enkel in het Engels)
  • SONECOM 2015. « Sondage sur le comportement des ménages en matière d’achat et d’utilisation de pesticides dans la Région de Bruxelles-Capitale et dans les zones de captage », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 79 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • SONECOM 2018. « Réalisation d'un sondage d'évaluation à mi-parcours de la stratégie auprès de la population en Région de Bruxelles-Capitale », », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel 54 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)
  • TERRE EN VUE 2017. « Cartographie des terres agricoles et des terres potentiellement utilisables pour l’agriculture en Région de Bruxelles-Capitale », studie uitgevoerd in opdracht van Brussel Economie en Werkgelegenheid, 11 pp. (.pdf)  (enkel in het Frans)
  • VERDONCK M., TAYMANS M., CHAPELLE G., DARTEVELLE G., ZAOUI C. 2012, revisie in 2014. « Système d’alimentation durable – Potentiel d’emplois en Région de Bruxelles-Capitale », studie uitgevoerd door de Centre d’études régionales bruxelloises (FUSL) en GREENLOOP in opdracht van Leefmilieu Brussel, 88 pp. + bijlagen. (.pdf)  (enkel in het Frans)
  • ZITOUNI B., CAHN L., DELIGNE C., PONS-ROTBARDT N., PRIGNOT N. en. 2018. « Terres des villes: enquêtes potagères de Bruxelles aux premières saisons du 21e siècle »,  éditions de l'éclat : Paris, 320 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)

Plan en programma

  • LEEFMILIEU BRUSSEL & BRUSSEL ECONOMIE EN WERKGELENGENHEID « Stratégie Good Food 2 2022-2030 », 2022 (.pdf)

Nuttige links

  • BoerenBruxselPaysans
  • Leefmilieu Brussel: De ecologische, agronomische en landschappelijke voordelen van hoogstamboomgaarden
  • De GoodFood portaalsite
  • URBAN ECOLOGY, Pépinière citoyenne (fr)
  • Velt, Verger partagé

De strategie "Good food" in een schoolmilieu

Focus - Actualisering: januari 2018

De Good food-strategie die eind 2015 door het Brussels Gewest werd goedgekeurd beoogt de overgang naar een duurzamer voedingssysteem. Ze biedt niet alleen een antwoord op milieu- en klimaatuitdagingen maar ook op gezondheids-, sociaaleconomische (inclusief de creatie van jobs) en maatschappelijke uitdagingen. Scholen vormen een van de voornaamste hefbomen voor de begeleiding van deze overgang. De gevoerde acties kunnen de jongere generaties sensibiliseren en helpen in de strijd tegen voedselverspilling. Heel wat acties van de strategie mikken dus op de mobilisatie van spelers in scholen en kinderdagverblijven, via de versterking van het pedagogisch aanbod en de verbetering van beheerpraktijken in verband met duurzame voeding, moestuinen en “Good food”-kantines. Sinds haar lancering werd de “Good food”-strategie onder meer uitgewerkt via: - Een Good food-label voor 2 kinderdagverblijven, 2 scholen en 1 universiteit (instellingen die in totaal zo’n 3.370 maaltijden per dag serveren), en begeleiding bij het proces voor het verkrijgen van het label voor 8 kinderdagverblijven, 2 scholen en 1 hogeschool (samen goed voor ongeveer 1.240 maaltijden per dag) (situatie in 2017) ; - De uitvoering van 58 projecten voor schoolmoestuinen tijdens het academiejaar 2016-2017 en de (lopende) begeleiding van 24 projecten voor moestuinen die aan het einde van het schooljaar 2017-2018 gerealiseerd zouden moeten worden ; - De uitvoering van 20 andere projecten in verband met duurzame voeding, onder meer rond vegetarisch eten en voedselverspilling (academiejaren 2016-2017 en 2017-2018) ; - Een honderdtal animaties over duurzame voeding in de klassen en opleidingen voor omkaderend schoolpersoneel.

Voeding, een grote uitdaging voor het milieu en de maatschappij

De meeste huidige praktijken voor de productie, verwerking, verpakking, distributie en consumptie van voedingswaren dragen in grote mate bij tot de uitputting van grondstoffen, de emissie van broeikasgassen en de erosie van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). (zie Focus : Impact van de voeding op het leefmilieu). Bijvoorbeeld, volgens het EMA [2017] is de nodige hoeveelheid energie voor de teelt, verwerking, verpakking en het vervoer van voedsel tot bij de Europese consumenten goed voor zo’n 26% van het totaal uiteindelijk energieverbruik in de Europese Unie.
Naast deze milieu- en klimaatuitdagingen speelt voeding ook een rol in uitdagingen op het vlak van:

  • gezondheid:  risico’s door het gebruik van pesticiden (landbouwers en omwonenden) of het verbruik van bepaalde voedingswaren (accidentele besmettingen, residu’s van pesticiden of antibiotica enz.), slechte voedingsgewoonten (bv. onevenwichtige of te calorierijke diëten), ondervoeding enz. ;  
  • sociaaleconomische factoren: de kosten voor voeding liggen te hoog voor de armste gezinnen, precaire economische situatie voor tal van spelers in het voedingssysteem (landbouwers maar ook kleinhandels bijvoorbeeld), aanzienlijke afname van werkgelegenheid in de landbouwsector, overproductie en verspilling, enz. ;
  • ethiek: concurrentie van exportgewassen met lokale producten, onvoldoende vergoeding van bepaalde spelers in het voedingssysteem (in het bijzonder de landbouwers), omstandigheden van de veeteelt en slachting van de dieren, overconsumptie van vlees (productie die heel wat grond vereist en sterk vervuilt), voedselverspilling enz. ;
  • cultuur en maatschappij: verlies van landbouwgebieden en tradities, uniformering van voedingsproducten en verbruikswijzen, verlies van band tussen producenten en consumenten, enz.

De Good food-strategie 

De Good food-strategie “Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ” werd in december 2015 door de Brusselse regering goedgekeurd voor de periode 2016-2020.  Ze wil op gecoördineerde wijze een antwoord bieden op de uitdagingen in verband met de gezondheid, de kwaliteit en de milieu-impact van het voedingssysteem evenals op het vlak van de ontwikkeling van de lokale economie en tewerkstelling. Naast deze uitdagingen heeft de opkomst van de stedelijke landbouw in al zijn vormen (stadsboerderijen, individuele of collectieve moestuinen, boomgaarden enz.) ook een potentiële positieve impact op de lokale biodiversiteit, het regenwaterbeheer, de levenskwaliteit en de gezondheid van de stadsbewoners (lichamelijk en psychologisch welzijn dankzij activiteiten voor voedselproductie, gezellige plaatsen, creatie van sociale banden en collectieve leerprocessen, afkoeling van de lucht tijdens de zomerperiode, behoud van groene ruimtes en vergroeningOpzettelijke handeling die tot doel heeft vegetatie in groenarme zones in te voeren. van het landschap, toegang tot kwalitatieve voeding, enz.) en biedt ze educatieve inzichten over het milieu en duurzame voeding. Deze strategie vertoont een dubbele ambitie: enerzijds gaat het erom “beter te produceren”, dat wil zeggen lokaal gezonde producten te kweken en te verwerken met respect voor het milieu, en anderzijds “goed te eten”, dat wil zeggen een lekkere en evenwichtige voeding toegankelijk te maken voor iedereen, met zo veel mogelijk lokale producten.
Ze berust op zeven strategische pijlers, met name:

1. toename van de lokale, duurzame voedselproductie (zowel bestemd voor commercialisering als voor eigen verbruik) ;
2. begeleiding van de herlokalisatie en de overgang naar een duurzaam aanbod voor iedereen;
3. begeleiding van de vraagovergang voor iedereen ;
4. ontwikkeling van een duurzame, wenselijke Good Food-voedingscultuur ;
5. beperking van voedselverspilling ;
6. reflectie over en bevordering van de voedingssystemen van morgen ;
7. goed bestuur voor de toepassing van de strategie.

Deze verschillende pijlers worden uitgewerkt via een vijftiental acties, zoals de promotie van een duurzame eigen productie, de versnelling van de overgang van kantines en restaurants, de begeleiding van burgers en gezinnen of nog de valorisatieElke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt. van onverkochte voedingsmiddelen.
De prioritaire doelstellingen van de strategie zijn:

  • de ontwikkeling van de lokale voedselproductie (in Brussel en de rand), via een innovatieve aanpak, om tegen 2035 een autonomie van 30% van de groente- en fruitproductie te bereiken ;
  • het al van erg jonge leeftijd sensibiliseren en betrekken van de burgers ;
  • de beperking van voedselverspilling met 30% tegen 2020 ;
  • de uitwerking van acties die rekening houden met de specifieke maatschappelijke en multiculturele kenmerken van het Gewest.

Scholen, een hefboom voor de Good food-strategie

De sensibilisering en betrokkenheid van de jongere generaties zijn essentieel om deze overgang te begeleiden. Met een totale schoolgaande bevolking van bijna 340.000 leerlingen op alle niveaus (academiejaar 2013-2014) en 652 instellingen op basis- en secundair niveau (academiejaar 2014-2015) [BISA 2017], vormen scholen en universiteiten een cruciale speler, zowel op pedagogisch vlak als voor wat het beheer van de schoolkantines betreft. Ook de kantines van kinderdagverblijven vormen in dat opzicht een doel. Het gewest telde in 2016 ongeveer 536 kinderdagverblijven [schatting LB – departement Duurzaam verbruik, op basis van verschillende bronnen].  Heel wat acties van de strategie mikken dus op de mobilisatie van spelers in scholen en kinderdagverblijven, via de versterking van het pedagogisch aanbod en steun in verband met duurzame voeding, moestuinen en “Good food”-kantines.

“Good food”-kantines in scholen

Schoolkantines en kinderdagverblijven vormen een belangrijke hefboom voor de overgang van het Brussels voedingssysteem naar meer duurzaamheid. De gevoerde acties kunnen immers de jongere generaties sensibiliseren. Uit de volgende cijfers blijkt dat het om grote aantallen gaat:

  • Zowat 50% van de schoolgaande kinderen en jongeren in het Brussels Gewest (inclusief die in de kinderdagverblijven) maakt gebruik van de schoolkantine [o.a. IPSOS 2014: 47% en SONECOM 2013: 46%]. Deze cijfers nemen af met de leeftijd van de kinderen: 85% in de kinderdagverblijven, 65% in de kleuterschool, 56% in de basisschool, 33% in het secundair en 25% in het hoger onderwijs [IPSOS 2014] ;
  • 74% van de basis- en secundaire scholen biedt warme maaltijden aan en 61% biedt, met wisselende frequentie (meestal eenmaal per week), een vegetarische maaltijd aan [SONECOM 2016] ;
  • Elk jaar worden er ongeveer 12 miljoen maaltijden geserveerd in de kantines van de Brusselse scholen en kinderdagverblijven [Food in Mind 2012] ;
  • De voedselverspilling in kleuter- en basisscholen werd geraamd op gemiddeld 6,4 kg/leerling/jaar, met grote variaties al naargelang van de instelling [RDC Environnement 2004]. Audits in het kader van het Europees project Green Cook (2010-2012) in vijf scholen schatten de verspilling op 8 kg/leerling/jaar, met ook daar grote contrasten tussen de scholen. Dit project heeft overigens een groot potentieel voor de vermindering van de verliezen aangetoond.  Eén bepaald project voor de reorganisatie van een kantine en de maaltijden, in samenwerking met het cateringbedrijf, heeft geleid tot een vermindering van de verspilling van 40% naar 20% (niet opgediend voedsel en resten op de borden).

De Good food-strategie heeft kwantitatieve doelstellingen vastgelegd voor de kantines tegen 2020:

  • Aanbod van op zijn minst één vegetarisch menu per week in 50% van de schoolkantines ;
  • Engagement van 10% van de kantines voor een “Good food”-benadering ;
  • Vermindering van de voedselverspilling in openbare kantines met 40% ;
  • Invoering van op zijn minst één “Good food”-actie door 100% van de openbare kantines ;
  • Verplichting voor de contractant tot een of meer duurzaamheidscriteria in 100% van de openbare kantines die het beheer van hun kantine uitbesteden (veggieWorden beschouwd als veggie: gerechten zonder vlees (ook geen kip) of vis en met minimaal 1 plantaardig eiwit en 3 verschillende groenten., seizoensproducten, maatregelen tegen verspilling ...).

Er werd een reeks tools ontwikkeld om de beheerders van kantines, waaronder die van scholen en kinderdagverblijven, te begeleiden bij de verbetering van de duurzaamheid van de maaltijden die ze aanbieden (voorraadbeheer, valorisatie van afval, samenstelling van de menu’s, strijd tegen verspilling enz.). Het gaat onder meer om theoretische en praktische lessen à la carte, de terbeschikkingstelling van een gratis helpdesk en hulpmiddelen (gidsen, model van bestek met clausules inzake duurzaamheid, evaluatiehulpmiddelen, brochures, affiches, video’s enz.). Vanaf de lancering van het programma “Duurzame kantines” in 2008 tot eind 2015, hebben 12 kinderdagverblijven en 17 scholen hiervan gebruik gemaakt.
In 2016 werd het programma omgedoopt tot “Good food” en nam het de vorm aan van begeleiding voor het verkrijgen van een label. Dit labelproces, ingevoerd in 2016, maakt het mogelijk om de inspanningen van kantines voor “Good food”-acties te belonen en het concept meer zichtbaarheid te geven bij het publiek.  Sinds de lancering van het proces hebben 2 kinderdagverblijven, 2 scholen en 1 universiteit het label verworven (situatie 2017). Deze kantines serveren dagelijks in totaal zo’n 3.370 maaltijden.  In 2017 krijgen 8 kinderdagverblijven, 2 scholen en 1 hogeschool (goed voor ongeveer 1.240 maaltijden per dag) begeleiding om het label te verkrijgen.

Het pedagogisch aanbod rond duurzame voeding voor scholen

Het pedagogisch aanbod van Leefmilieu Brussel voor scholen inzake duurzame voeding wordt ontwikkeld sinds 2009 en kent een groot succes. Het is:

  • hetzij geïntegreerd in een transversaal aanbod met meerdere thema’s die op verschillende manieren worden uitgewerkt: verenigingen actief in het domein van het onderwijs met betrekking tot het milieu, een “schoolbemiddelingsdienst” die scholen begeleidt in hun milieubeleid (afval, energie, water enz.), netwerk van scholen die actief zijn op milieugebied (Bubble), begeleiding van scholen die een duurzame benadering uitwerken en het internationale “Eco-school”-label willen verkrijgen, of nog transversale pedagogische hulpmiddelen (bv. ecologische voetafdrukMeeteenheid waarbij getracht wordt de milieu-impact van de mens te vatten met 1 indicator. Daarmee wordt de oppervlakte aan vruchtbare aarde geschat die nodig is om te voldoen aan de noden van een populatie in termen van hulpbronnen en afvalabsorptie. De ecologische voetafdruk wordt uitgedrukt in hectaren.) ;
  • hetzij specifiek op een thema gericht:  animatiecycli “duurzame voeding”, omkadering van scholen die de projectoproep “duurzame voeding” hebben beantwoord (project uitgewerkt door de school of, sinds het schooljaar 2017-2018, “gebruiksklare” projecten rond vegetarische voeding, voedselverspilling of moestuintjes), opleidingen voor onderwijzers (2 modules “duurzame voeding” sinds 2014), of nog pedagogische hulpmiddelen over duurzame voeding (pedagogische dossiers of koffertjes, infofiches, recepten, spelletjes, affiches, filmvoorstellingen of toneelstukken).

De Good food-strategie heeft als doelstelling vooropgesteld dat tegen 2020 10% van de Brusselse scholieren elk jaar een pedagogische activiteit rond duurzame voeding moet volgen.
Tijdens de periode 2011-2015 (5 schooljaren) werden er 70 projecten in verband met duurzame voeding of moestuinen in scholen ontwikkeld via projectoproepen. De meeste projecten betroffen moestuinen. Er konden ook 15 moestuinprojecten (Jardin des couleurs) gefinancierd worden dankzij subsidies.
Met de lancering van de Good food-strategie werd het pedagogisch aanbod rond duurzame voeding versterkt voor de schooljaren 2016-2017 en 2017-2018. Tijdens deze twee jaren werden de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • 58 moestuinen ingericht tijdens het schooljaar 2016-2017 (projectoproep), en 24 lopende “gebruiksklare” projecten rond moestuinen in 2017-2018 ;
  • 9 andere projecten rond duurzame voeding (vrije projectoproepen) ;
  • 11 “gebruiksklare” projecten (rond vegetarische voeding of verspilling) ;
  • 99 animaties over duurzame voeding in de klassen ;
  • opleidingen rond duurzame voeding of moestuinen voor het omkaderend personeel in scholen, met in totaal 90 deelnemers tijdens het schooljaar 2016-2017.

De schoolmoestuin, een veelzijdig pedagogisch hulpmiddel

In het kader van de Good food-strategie wordt een belangrijk accent gelegd op projecten voor schoolmoestuinen, die worden beschouwd als een eerste sensibilisering rond duurzame voeding. Naast het thema van de duurzame voeding (kweek met respect voor de natuur en de gezondheid, kwaliteit van de voeding, voedingspiramide, noord-zuidrelaties enz.), bieden schoolmoestuinen ook een mogelijkheid om heel wat andere vakken of onderwerpen in verband met het schoolprogramma te bespreken (botanica, ecologie, meetkunde, aardrijkskunde enz.).  De inrichting en het onderhoud van een moestuin stellen de kinderen of jongeren bovendien in staat om samen een fysieke, manuele activiteit uit te oefenen in de openlucht, contact te leggen met de natuur, banden te scheppen en samen te werken, enz.

Begin 2016 werd een inventaris opgesteld van de moestuinen in de scholen, hogescholen en universiteiten in het Brussels Gewest [Sonecom 2016].  Dankzij de gegevens van de 281 instellingen die hebben geantwoord, werden- op basis van extrapolaties- de volgende vaststellingen gedaan:

  • Ongeveer 37% van de scholen onderhoudt een moestuin (in een bak of in volle grond) of boomgaard, dus in totaal naar schatting 268 scholen (waarvan bijna drie kwart basisscholen);
  • Ongeveer 80% van deze moestuinen werd na 2010 ingericht;
  • Van de scholen die geen moestuin of boomgaard onderhouden, had ongeveer een kwart er reeds een in het verleden, en minder dan 30% van hen overweegt een dergelijk project;
  • De aangehaalde redenen voor het gebrek aan een moestuin zijn voornamelijk het plaatsgebrek, gevolgd door een gebrek aan tijd of personeel.

De “Good food”-strategie heeft als doelstelling vooropgesteld dat tegen 2020 elk jaar 10 nieuwe schoolmoestuinen begeleid zullen worden. De follow-up van de moestuinen die de vorige jaren werden gesteund moet overigens worden voortgezet, en men moet ervoor zorgen dat het project werkelijk in de activiteiten van de school wordt geïntegreerd.

Zoals hierboven werd uitgelegd, hebben sinds 2011 meerdere tientallen scholen dankzij projectoproepen rond duurzame voeding of subsidies moestuinprojecten kunnen starten. In het kader van de Good food-strategie en om te beantwoorden aan de zeer grote vraag bij de scholen, werd het aanbod van steun voor schoolmoestuinen herzien en uitgebreid vanaf het schooljaar 2016-2017. Het omvat momenteel:

  • initiatieopleidingen voor het kweken van groenten en thematische opleidingen (bv. over de bodems) (80 deelnemers in 2016-2017, 68 voor het eerste trimester 2017-2018) ; 
  • de begeleiding van moestuinprojecten (zie gegevens hierboven) ;
  • financiële steun voor projecten ;
  • een nieuwsbrief over het uit te voeren werk in moestuinen.

Heel wat documenten over de aanleg, het beheer en de pedagogische exploitatie van moestuinen zijn ook beschikbaar op de website van Leefmilieu Brussel.

Programma “Fruit, groenten en zuivelproducten op school”

Het programma “Fruit, groenten en zuivelproducten op school”, medegefinancierd door het Brussels Gewest en de Europese Unie (“School Scheme”-programma) past in het kader van de Good food-strategie. Het richt zich tot de Brusselse basisscholen en het gespecialiseerd secundair onderwijs, en tot de leveranciers van verse groenten en fruit of natuurlijke zuivelproducten. Het omvat subsidies voor de gratis verspreiding van fruit, groenten, melk en zuivelproducten aan leerlingen van de scholen die deelnemen aan dit programma, en voor de uitvoering van begeleidende pedagogische maatregelen (informatie over de lokale voedselketens en de strijd tegen voedselverspilling).

Tijdens het academiejaar 2016-2017 werden 167 scholen (met in totaal 34.628 leerlingen) gesteund via dit programma, een mooie vooruitgang in vergelijking met de vorige jaren (87 scholen met 11.436 leerlingen in 2013-2014).

Om te downloaden

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • « Voeding op school - Milieu op het menu », pedagogisch dossier voor het basis- en secundair onderwijs, 2016 (.pdf)
  • Info-fiche « Voeding en leefmilieu: Perceptie, kennis en gewoontes van de brusselaar inzake duurzame voeding: Peilingen en analyses », 2015 (.pdf)
  • Info-fiche « Duurzame voeding in collectiviteiten - Programma "Duurzame kantines" », 2015 (.pdf)
  • Info-fiche « Duurzame voeding in collectiviteiten - International School of Brussels", 2015 (.pdf)
  • Info-fiche « Voeding en leefmilieu: De toekomstige leerkrachten en duurzame voeding: Hogeschool Francisco Ferrer", 2015 (.pdf)
  • Info-fiche « Voeding en leefmilieu - Verhalen over duurzame voeding /: Cap Famille vzw - Dienst Ecole des Devoirs", 2014 (.pdf)
  • Info-fiche « Duurzame voeding in collectiviteiten - Vrije Universiteit Brussel", 2013 (.pdf)
  • Info-fiche « Duurzame voeding in collectiviteiten - Decrolyschool", 2013 (.pdf)
  • Info-fiche « Duurzame voeding in collectiviteiten - Gemeentescholen van Watermaal-Bosvoorde & TCO Service", 2013 (.pdf)
  • Info-fiche «Duurzame voeding in collectiviteiten - Gemeentelijke crèche Prince Baudoin", 2013 (.pdf)
  • Info-fiche «Voeding en leefmilieu - Een moestuin op de speelplaats: Kleuterscholen nr. 2 in Schaarbeek & Arc-en-ciel in Vorst’, 2013 (.pdf)
  • Info-fiche «Voeding en leefmilieu - Duurzame mini-onderneming op school: Groupe One", 2013 (.pdf)
  • Info-fiche «Voeding en leefmilieu - Duurzame scholiertjes: /Saint-Augustinusschool en School Les Tamaris", 2013 (.pdf)

Studies en rapporten

  • EUROPEES MILIEUAGENTSCHAP 2017. "Food in a green light - A systems approach to sustainable food », 60 pp., Publication Office of the European Union, Luxembourg (.pdf) (enkel in het Engels)
  • FOOD IN MIND 2012. « Verdeling van aantal kantines en maaltijden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het beheer ervan",  studie in opdracht van Leefmilieu Brussel
  • IPSOS PUBLIC AFFAIRS 2014. « Baromètre environnemental de la Région de Bruxelles-Capitale - Résultats 2014 », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 112  pp. (.pdf) (enkel in het Frans) 
  • RDC Environnement 2004.  «  Analyse de la poubelle des écoles primaires et maternelles en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel ( enkel in het Frans)
  • SONECOM 2016. « Inventaire des potagers scolaires en Région de Bruxelles-Capitale », étude réalisée pour le compte de Bruxelles Environnement, 21 pp. (pdf) (enkel in het Frans)
  • SONECOM 2013. «Baromètre de comportements de la population en matière d’environnement et d’énergie en Région de Bruxelles-Capitale - Résultats 2012», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel,  57 pp. (.pdf) (enkel in het Frans)

Plan en programma

  • LEEFMILIEU BRUSSEL & BRUSSEL ECONOMIE EN WERKGELENGENHEID « De strategie Good Food: "Naar een duurzam voedingssysteem in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest": Van boer tot bord », 2015 (.pdf)

Nuttige links

  • Leefmilieu Brussel, De Good food Portaalsite

Impact van de voeding op het leefmilieu

Focus - Actualisering: december 2011

Context

Voeding staat centraal in de uitdagingen op het vlak van leefmilieu, samenleving, economie, cultuur, volksgezondheid, noord-zuidverhouding en patrimonium. In het Regeerakkoord 2009-2014 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat dan ook: “de Regering wil van Brussel een toonbeeld maken op het vlak van duurzame voeding. […] Daartoe zal zij een strategisch plan uitwerken dat erop gericht is in Brussel een duurzame voeding en een duurzame stadslandbouw tot ontwikkeling te brengen.” De uitdaging bestaat erin een duurzame voeding te stimuleren, om de doelstellingen in termen van volksgezondheid, welzijn en kwaliteit van het leefmilieu te bereiken.

Milieu-impact van onze voedingsgewoonten

De milieu-impact van onze voedingsgewoonten treedt op gedurende de hele levenscyclus van de voedingsmiddelen en is vooral van indirecte aard:
De productie van onze voeding verbruikt veel water, grondstoffen (vooral voor de productie van meststoffen en pesticiden, ...) en energie (voor de verwarming van serres, de bewerking van de grond, de productie van meststoffen en pesticiden, ...). Onze manier van voedselproductie leidt in veel gevallen ook tot erosie van de grond, ontbossing, een verlies van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). door grootschalige monocultuur, een te grote productie van gier (dat gevolgen heeft voor de grondwaterkwaliteit) en methaan (dat bijdraagt tot de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.), een sterke daling van de vispopulaties door overbevissing van bepaalde soorten, ...
De primaire voedselproductie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is laag. In 2010 telde het Gewest 268 ha landbouwoppervlakte (waarvan 65 % velden en 35 % weilanden) [Statbel, 2011]. Uit een telling in 2004 is gebleken dat het Brussels Gewest op openbare percelen 23,16 ha moestuinen heeft, deze zijn goed voor 1.122 percelen [Bingen, 2004]. Op dit moment beheert Leefmilieu Brussel zelf 190 percelen in 8 moestuinen, met een totale oppervlakte van 2 ha, wat overeenkomt met 0,1 % van de groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. die door het Gewest wordt beheerd. Deze percelen worden ter beschikking gesteld van de Brusselse gezinnen, aan de hand van contracten. Ook een tiental scholen heeft een moestuin aangelegd. Uit een telefonische enquête van juli 2011 blijkt dat 85% van de Brusselaars toegang heeft tot een tuin of een terras en dat 19 % van de Brusselaars aan stadsmoestuinieren doet (in een tuin, op een balkon, op een plat dak, ...), zonder pesticiden of chemische meststoffen te gebruiken (in bijna alle gevallen).

Ongeveer 80 % van de verbruikte voeding ondergaat een verwerking door de voedingsindustrie, de derde industriële sector in België. Ook deze verwerking en de behandeling van de voeding hebben heel wat gevolgen voor het milieu, naargelang van het type van verwerking, de bewaringsmiddelen, de verpakking, ... Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt ongeveer 600 voedingsmiddelenbedrijven, waarvan de meeste kmo’s of kleine werkplaatsen zijn.

Het transport van onze voedingsmiddelen neemt ook een groot deel van de milieu-impact voor zijn rekening. Ons voedsel moet vervoerd worden van de plaats van productie naar de plaats van verwerking of behandeling, vervolgens naar de plaats van distributie en tenslotte naar de plaats van consumptie. De impact van het transport van de voedingsmiddelen hangt af van de afstand, de vervoerswijze en de bezettingsgraad.
De distributie van voedingsmiddelen vergt ook een energieverbruik voor verlichting, koeling, verwarming, enz. In 2007 werden in Brussel de voedingsmiddelen vooral verdeeld door de sector van de grote en middelgrote distributie. Deze is goed voor 92% van de voedingsmiddelenmarkt [Nielsen, 2008].

Tot slot heeft ook de voedselconsumptie zelf een impact op ons leefmilieu, afhankelijk van de wijze en de tijd van bereiding en bewaring (koelkast, diepvriezer), de voedselverspilling, de afvalsortering, ...

Kwantificering van deze impact

Verschillende studies werden uitgevoerd om de impact van onze voedselconsumptie in cijfers uit te drukken. Ze hielden rekening met de impact van de hele levenscyclus van onze voeding (productie, verwerking en behandeling, transport, distributie, consumptie, afvoer als afval). De Europese studie EIPRO [DG JCR, 2006] berekende de milieu-impact van de producten in de EU van de 25, rekening houdend met de volledige levenscyclus en volgens de verschillende functionele consumptiedomeinen (definitie COICOP van de VN). Volgens deze studie zijn in de EU van de 25, voeding en dranken verantwoordelijk voor 20 tot 30 % van de impact die onze consumptie uitoefent op het leefmilieu. Onze consumptie van voedingsmiddelen (met inbegrip van dranken) is verantwoordelijk voor 60 % van de aangetroffen gevallen van eutrofiëringOvermatige toevoer van voedingsstoffen in het water, met als gevolg een woekering van de vegetatie, zuurstofvermindering en onevenwicht van het ecosysteem.. Onderstaande grafiek geeft een gedetailleerd overzicht van deze resultaten.

Bijdrage van de verschillende functionele consumptiedomeinen aan de verschillende milieueffecten in de EU van de 25

Bron: Environmental Impact of Product (EIPRO): Analysis of the life cycle environmental impacts related to the final consumption of the EU-25, European Commission (DG JRC), 2006.

In 2004 heeft Leefmilieu Brussel overigens een studie laten uitvoeren om de “Ecologische voetafdrukMeeteenheid waarbij getracht wordt de milieu-impact van de mens te vatten met 1 indicator. Daarmee wordt de oppervlakte aan vruchtbare aarde geschat die nodig is om te voldoen aan de noden van een populatie in termen van hulpbronnen en afvalabsorptie. De ecologische voetafdruk wordt uitgedrukt in hectaren. van de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest” te berekenen. Volgens deze studie was, in 2001, gemiddeld 23 % van de totale voetafdruk van de Brusselaars toe te schrijven aan de voetafdruk van hun voedsel.

Sociale en economische aspecten van de duurzame voeding

Het studiegebied van duurzame voeding is niet beperkt tot de milieu-impact maar bekijkt ook de sociale en economische aspecten. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft geen eigen definitie voor duurzame voeding, maar verwijst naar de door RABAD (Netwerk van Brusselse Actoren voor Duurzame Voeding) voorgestelde definitie. Volgens RABAD heeft duurzame voeding de volgende kenmerken:

  • Toegang voor iedereen, wereldwijd, tot kwaliteitsvoeding, d.w.z. tot gevarieerd, gezond en evenwichtig voedsel dat aan de eerste levensbehoeften tegemoetkomt en bijdraagt tot het welzijn en de gezondheid.
  • Het recht op voedselsoevereiniteit, d.w.z. het recht voor iedere lidstaat om zijn eigen beleid en strategieën voor de productie van duurzame voeding en consumptie te bepalen, zonder dumpingpraktijken ten aanzien van derde landen.
  • Een beperkte milieu-impact gedurende de hele levenscyclus - van het veld tot het bord - en de vermindering van de ecologische voetafdruk van de voedingspatronen; de productiemethoden moeten de vruchtbaarheid van de bodem en de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). optimaal instandhouden, mogen het welzijn van de fokdieren niet uit het oog verliezen en gebruiken geen genetisch gemodificeerde organismen.
  • De consumptie van lokaal gekweekte producten aangepast aan het seizoen.
  • Het respect voor sociale rechten en mensenrechten in de loop van de productie- en distributieketen.
  • Eerlijke handel en een rechtvaardige prijs voor de producent, zowel in het noorden als in het zuiden.
  • Transparantie van de praktijken, zichtbaarheid en traceerbaarheid, informatie aan de consumenten.
  • De instandhouding en uitbreiding van lokale associatieve en artisanale bedrijven, van korte circuits en de ontwikkeling van vertrouwensrelaties tussen producenten en consumenten.
  • De verspreiding en uitwisseling van de culinaire cultuur, overdracht van traditionele kennis en bevorderen van creativiteit, ontdekking van nieuwe smaken.
  • Het tot stand komen van sociale banden en gezelligheid via voeding.

Voor een geleidelijke omvorming van het hele Brusselse voedingssysteem zet het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verschillende acties op touw:

  • Projecten worden opgezet (zoals het project “Duurzame grootkeukens”, dat grootkeukens (scholen, rusthuizen, ondernemingen, besturen, enz.) bijstaat die willen overschakelen op duurzame voeding; het project “Greencook”, meegefinancierd door het fonds INTERREG IVB, 2010-2013, dat tot doel heeft voedselverspilling doorheen de hele voedselketen te beperken; projecten van invoering van collectieve moestuinen via de projectoproep “Collectieve moestuinen”, “Duurzame wijken”, “Groene wijken”, en ook via “Duurzamewijkcontracten”; of de projectoproep “duurzame voeding” die half 2011 werd gelanceerd bij verschillende actoren op het terrein);
  • Initiatieven worden ondersteund (zoals de campagne “Donderdag Veggiedag” en de actie “Proef Brussel”, georganiseerd door Karikol, de Slow Food-organisatie van Brussel).
  • Tal van bewustmakingscampagnes worden onder de aandacht van het grote publiek gebracht.
  • Organisaties die actief zijn in het domein worden ondersteund of zelfs gesubsidieerd (zoals Rabad (Netwerk van Brusselse Actoren voor een duurzame voeding), SAGAL (Solidaire aankoopgroep voor artisanale landbouw).

Bronnen

  • Statbel, 2011 – Land-en tuinbouwbedrijven
  • Bingen J., 2004, "Les sites potagers bruxellois: intérêt régional et analyse de la situation", eindwerk, ULB-IGEAT, 90 pagina’s
  • Hermanus K.., 2009. "Strategische nota over de verbetering en ontwikkeling van moestuinen in het BHG", intern werkdocument van Leefmilieu Brussel
  • Dedicated Research, Juillet 2011, "Les maraîchages urbains, écologiques: freins, leviers à la réalisation et état des lieux – Phase quantitative", Telefonische enquête uitgevoerd op vraag van Leefmilieu Brussel, Rapport, 61 pagina’s
  • European Commission (DG JRC, Institute for Prospective Technological Studies, European Science and Technology Observatory), 2006, "Environmental Impact of Product (EIPRO): Analysis of the life cycle environmental impacts related to the final consumption of the EU-25",.Main Report IPTS/EPTO Project, Technical Report Series EUR 22284 EN, 136 pages
  • Ecolife, 2004, "De ecologische voetafdruk van de bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", Studie op vraag van Leefmilieu Brussel, Samenvattend rapport, 30 pagina’s

Om te downloaden

Studie(s)

  • De ecologische voetafdruk van de bewoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
  • Environmental Impact of Product (EIPRO) (UE – JRC) (.pdf)
  • Enquête sur les maraîchages urbains à Bruxelles (.pdf) (enkel in het Frans)
< Mobiliteit en leefmilieu Sport en spel in de openbare ruimte > Terug naar thema Het leefmilieu voor een duurzamere stad

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Personne dans un potager urbain

Tips om in de stad te kweken

11/09/2023
  • Voeding
  • Bodem
  • Duurzame consumptie
Hoe leuk is het niet om te smullen van uw eigen salades, uw eigen kruiden te gebruiken en uw eigen tomaten te zien groeien! Voedsel kweken in de stad is lekker, gezond, leuk, ecologisch en niet erg moeilijk.
Lees verder about Tips om in de stad te kweken

Teelt in volle grond of in bakken

18/08/2023
  • Bodem
  • Voeding
U bent een particulier en wilt graag starten met tuinieren? U wilt opnieuw voeling krijgen met de aarde en aan uw voedselbehoeften voldoen? Dan zijn er twee opties: telen in de volle grond of telen in bakken. Hoe kiezen?
Lees verder Teelt in volle grond of in bakken

Goed bewaren, minder weggooien

11/06/2026
  • Voeding
  • Duurzame consumptie
  • Klimaat
Vervallen yoghurt, overrijp fruit, muffe koekjes … Te veel voedingsmiddelen belanden in de vuilnisbak. Ontdek enkele goede gewoonten om beter te bewaren en minder weg te gooien.
Lees verder Goed bewaren, minder weggooien

Koken met wat het seizoen ons biedt

08/09/2023
  • Voeding
  • Duurzame consumptie
  • Circulaire economie
Tomaten met Pasen, pompoen in de zomer, asperges in de herfst of aardbeien in de winter: in de supermarkt zijn er geen seizoenen meer. Maar het milieu betaalt hiervoor een gepeperde rekening.
Lees verder Koken met wat het seizoen ons biedt
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten