Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. R-strategieën: Reduce, reuse, recycle

R-strategieën: Reduce, reuse, recycle

Hoe beperken we de impact van ons afval in Brussel? Als het niet kan worden voorkomen, kan het opnieuw worden ingezet als secundaire grondstof, door het te hergebruiken, recycleren, composteren, ... zoals binnen een circulaire economie?
  • Afval
  • Circulaire economie
  • Duurzame consumptie
  • Het milieu: stand van zaken
  • Recyclage
  • Hergebruik
17 maart 2026

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Totale afvalproductie
  • Bouw- en sloopafval
  • Stedelijk afval

In actie voor het leefmilieu

  • Waarom moeten we ons afval sorteren?
  • Goede adressen voor slimme, duurzame consumptie
  • Hoe vermijd ik de productie van afval?

Regelgeving en inspectie

  • Afhaalmaaltijden: vanaf 2027 moeten horecazaken eigen verpakkingen van hun klanten aanvaarden
  • Brusselse regels voor doeltreffend afvalbeheer met eerbied voor levenskwaliteit

Regionaal beleid

  • GPCE - Gewestelijk programma voor circulaire economie
  • Europese Week van de Afvalvermindering (EWAV)
  • Zero Afval Challenge

Inhoud

  • Sociale economie in de afvalpreventie door hergebruik
  • Motivatie en gedrag van de Brusselaars op het vlak van hergebruik
  • De zero afval challenge
  • Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Sociale economie in de afvalpreventie door hergebruik

Focus - Actualisering : februari 2020

Tussen 2014 en 2017 produceerden de Brusselse gezinnen elk jaar gemiddeld 339.000 ton afval. Een groot deel van dit volume bestaat uit uitrustingen. In het beste geval wordt dit gerecycleerd, in het slechtste wordt het rechtstreeks verbrand. De uitrustingen die de gezinnen weggooien, zijn echter vaak nog herstelbaar, herbruikbaar of herkwalificeerbaar, en zouden dus een nieuw leven kunnen krijgen. De sociale economie speelt een belangrijke rol in het opnieuw in circulatie brengen van deze voorwerpen en in het creëren van hergebruiklussen die de levensduur van de uitrustingen kunnen verlengen.

Een langere levensduur van de uitrustingen of afvalpreventie door hergebruik

De Brusselse gezinnen hebben geleidelijk de gewoonte aangenomen om hun afval te sorteren. In 2017 werd 43,5% van het afval voorbereid op recyclageRecyclage is de vernietiging van afval om nieuwe materialen te produceren. Voorbeeld: inert afval wordt vermalen om granulaten te produceren die in wegfunderingen worden gebruikt en hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. [Aandeel en afvalbeheer voorbereid met het oog op hergebruik en recyclage]. Afvalrecyclage blijft echter energie-intensief. Het originele product wordt vernietigd en de nuttige onderdelen worden gescheiden. Bovendien kan slechts een deel van het materiaal nuttig worden toegepast. De niet-recycleerbare onderdelen komen bij het  restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval.  terecht. Hoe meer men dus voorafgaand aan de productie van dit afval kan ingrijpen, hoe positiever de gevolgen voor het milieu. 
Het afval van de gezinnen omvat een groot aandeel uitrustingen die doorgaans in de categorie restafval terechtkomen, terwijl het gebruik ervan verlengd zou kunnen worden, eventueel na herstelling of herkwalificatie. Indien deze afvalstromen pas veel later in het recyclagecircuit en in de  verbrandingsoven  belanden, helpt dit de  ecologische voetafdrukMeeteenheid waarbij getracht wordt de milieu-impact van de mens te vatten met 1 indicator. Daarmee wordt de oppervlakte aan vruchtbare aarde geschat die nodig is om te voldoen aan de noden van een populatie in termen van hulpbronnen en afvalabsorptie. De ecologische voetafdruk wordt uitgedrukt in hectaren.  van de Brusselse consumenten aanzienlijk verkleinen.
De ondernemingen van de sociale economie spelen een belangrijke rol in de inzameling van verschillende stromen van gebruikte voorwerpen om ze voor te bereiden voor hergebruik of, eventueel, voor recyclage. De verschillende ingezamelde goederen worden zo goed mogelijk nuttig toegepast en opnieuw op de markt gebracht via tweedehandswinkels, waardoor korte consumptieketens ontstaan.

De actoren van de sociale economie in Brussel

De actoren van de sociale economie kunnen verschillende structuren aannemen: coöperatieven, bedrijven met sociaal oogmerk, verenigingen, stichtingen. Sommige ondernemingen van de sociale economie zijn erkend en gesubsidieerd door het Gewest voor ontwikkeling van de voorbereiding op hergebruik van textiel, groot huisvuil (meubelen, huishoud- en vrijetijdsartikelen) en afval van elektrische en elektronische toestellen. Deze erkenning verleent niet alleen toegang tot subsidies, maar maakt het ook mogelijk aan verminderd btw-tarief te werken. Twee instanties houden zich bezig met de ondernemingen die actief zijn in Brussel: de federatie Ressources vertegenwoordigt de ondernemingen van de sociale economie van het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die actief zijn in afvalvermindering door recuperatie, hergebruik en recyclingElke nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel. Dit omvat het opnieuw bewerken van organisch afval, maar het omvat niet energieterugwinning, noch het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal., en Leefmilieu Brussel beheert de subsidies en zamelt gegevens in over de prestaties van de sector.
Net als de gesubsidieerde bedrijven stijgt het aantal Brusselse ondernemingen dat lid is van de federatie Ressources weinig; dit aantal steeg van 9 naar 12 tussen 2004 en 2016, en daalde weer tot 11 in 2017 (Ressources, 2018. Zie factsheet “Afvalpreventie door hergebruik”). Deze cijfers verhullen echter in- en uitgaande bewegingen, en een zeker verloop kan worden vastgesteld het ene jaar tegen het andere.
De ondernemingen van de sociale economie vertegenwoordigen ook een aanzienlijke bron van jobcreatie, vooral voor laaggeschoolden. Daarnaast biedt de sector mogelijkheden voor arbeidsintegratie. Een nieuw beroep is overigens ontstaan: de valorist, wiens taak erin bestaat het gebruik van hulpbronnen te maximaliseren.

De prestaties van de sector: een potentieel dat verder moet worden ontwikkeld …

Volgens de gegevens van Leefmilieu Brussel zamelen de door het Gewest gesubsidieerde ondernemingen sinds 2010 elk jaar tussen 6.000 en 7.000 ton in. In 2017 werd 6.823 ton ingezameld voor de 4 belangrijkste stromen  (gegevens Leefmilieu Brussel, 2019): textiel, grof huisvuil & brocante, afval van elektrische en elektronische apparaten (AEEA) en computerartikelen. Dit komt neer op 5,8 kg per inwoner.  Een van de obstakels voor verhoging van de verwerkte volumes, is de toegang tot bepaalde stromen en een voldoende grote bewarende inzameling (inzameling met behoud van het potentieel voor herstelling en hergebruik van uitrustingen). Hoewel de huidige resultaten bemoedigend zijn, blijft er nog een aanzienlijk potentieel onaangeboord. In 2015 schatte de federatie Ressources dat ongeveer 10.000 ton uitrustingen extra zou kunnen worden ingezameld en hergebruikt in Brussel, voor alle stromen samen. Het hergebruik kan dus niet verder worden ontwikkeld als er eerst niet meer wordt ingezameld.
Van het totale volume dat in 2017 werd ingezameld door de gesubsidieerde ondernemingen, werd 52% (3.556 ton) effectief aangeboden voor hergebruik na een sorteer- en controlefase, en eventueel na herstelling, schoonmaak en herverpakking. Deze hoeveelheid vertegenwoordigt gemiddeld 3 kg per inwoner per jaar. Recyclage heeft hierin een aandeel van 31%, terwijl 17% van het ingezamelde volume wordt afgevoerd. De resultaten die de federatie Ressources kon optekenen bij haar Brusselse leden zijn vergelijkbaar, met voor 2017 een hergebruikpercentage van 54% tegen 32% recyclage en 14% restafval (afgevoerd). De factsheet “Afvalpreventie door hergebruik” geeft meer informatie over het hergebruik per circuit (.pdf).

Ingezameld volume, in totaal en per stroom, en bedragen van de subsidies die het Brussels Gewest toekent aan ondernemingen die actief zijn in de sociale economie voor inzameling en behandeling

Bron: Leefmilieu Brussel, gegevens 2019
illu_fd_reemploi_tonnage_subsides_nl

… in een versterkt gewestelijk kader

Door de inspanningen van de ondernemingen van de sociale economie te ondersteunen, kan afvalproductie worden vermeden en kan de levensduur van de uitrustingen worden verlengd. Gezien de huidige uitdagingen op het vlak van leefmilieu, is het vandaag noodzakelijk een kader te definiëren voor de ontwikkeling van het hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. van uitrustingen dat is afgestemd op de vraag van gezinnen en professionals. Het vijfde Hulpbronnen- en Afvalbeheerplan (HABP), dat in 2018 werd goedgekeurd door de Brusselse Regering, definieert nieuwe maatregelen ter ondersteuning van de sociale economie door garantie van een conserverende inzameling en toegang tot de ingezamelde hoeveelheden. Zo voorziet het plan de combinatie van mobiele en tijdelijke infrastructuren met klassieke diensten (zoals huis-aan-huisophaling, of diverse inzamelingen door de sociale economie). Het doel is ook te zorgen voor geïntegreerde, professionele en betaalbare inzameldiensten. Bovendien bepaalt het plan dat de actoren van de sector met voorrang en gratis toegang krijgen tot de stromen, of deze nu worden ingezameld door het Agentschap Net Brussel, in het kader van de uitvoering van bepaalde UPV’s of door de gemeenten.  
De inzet van de burgers voor een transitie naar duurzamere manieren om voorwerpen uit ons dagelijkse leven te consumeren, te gebruiken en te beheren, is bovendien een doorslaggevende factor in de evolutie naar een meer circulair beheer van de uitrustingen. De hergebruikactoren moeten bij hun dienstverlening dus rekening houden met de specifieke kenmerken van de bevolking (type van woning, gezinnen zonder auto, enz.) en hun levensfasen (betrekken of verlaten van een woning, geboorte, overlijden, enz.) (zie focus “Motivatie en gedrag van de Brusselaars op het vlak van hergebruik”).

Om te downloaden

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

  • Indicator : Aandeel en afvalbeheer voobereid met het oog op hergebruik en recyclage
  • Focus : Aandeel en afvalbeheer voorbereid met het oog op hergebruik en recyclage (editie 2015-2016)

Factscheet(s)

  • BRUXELLES ENVIRONNEMENT, 2020, « Afval preventie door hergebruik »
  • BRUXELLES ENVIRONNEMENT, 2020, « Het politiek en wetgevend kader, de actoren en de infrastructuren van het hulpbronnen- en afvalbeheer »

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • LEEFMILIEU BRUSSEL, 2019. Kaart “Zero afval”

Studie(s) en rapport(en)

  • MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITE EN HET COMITE VAN DE REGIO'S, december 2015, 'Maak de cirkel rond - Een EU-actieplan voor de circulaire economie', COM/2015/0614.
  • DEDICATED, 2018. 'Barometer van de opinies en het gedrag van de Brusselse bevolking in milieuzaken', studie voor rekening van Leefmilieu Brussel (enkel in het Frans) (.pdf)
  • ECORES sprl, ICEDD, BATir (ULB), juli 2015. « Métabolisme de la Région de Bruxelles-Capitale: identification des flux, acteurs et activités économiques sur le territoire et pistes de réflexion pour l’optimisation des ressources ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 305 pp. (enkel in het Frans) (.pdf)
  • FEDERAAL MINISTERIE VAN ENERGIE, LEEFMILIEU EN DUURZAME ONTWIKKELING, oktober 2016, 'Samen de economie doen draaien dankzij de circulaire economie in ons land', 23 pp.
  • NET BRUSSEL, 2017 ”Jaarverslag 2017”, 36 pp.
  • RESSOURCES, 2022. “Observatoire de la réutilisation du réemploi et de la réparation Wallonie/Bruxelles”. Synthese uitgevoerd met de steun van Leefmilieu Brussel en de Openbare Dienst van Wallonië, 24 pp.  (enkel in het Frans)
  • ESSOURCES, 2018. « Observatoire de la réutilisation Wallonie/Bruxelles – Edition 2018 », uitgevoerd met de steun van Leefmilieu Brussel en de Openbare Dienst van Wallonië, 34 pp (enkel in het Frans)

Plan(nen) en programma(’s)

  • Vijfde hulpbronnen- en afvalbeheerplan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 15 november 2018  (.pdf)

Nuttige links

  • BRUXELLES-PROPRETE/NET BRUSSEL
  • BRUXELLES-RECYCLAGE S.A./BRUSSEL-RECYCLAGE N.V.
  • RES-SOURCES

Motivatie en gedrag van de Brusselaars op het vlak van hergebruik

Focus – Actualisering: Januari 2026

Wist je dat meer dan 9 op de 10 Brusselaars tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. spullen in huis heeft? Dat blijkt uit een online bevraging van de Brusselaars over hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd.. Een Brusselaar kocht of kreeg in 2024 gemiddeld 45kg aan tweedehands spullen. Maar is er een rebound-effect wanneer men tweedehands koopt? Over het algemeen maakt een tweedehands aanschaf de aankoop van een nieuw artikel overbodig. 

Brussel en tweedehands: wie koopt wat? 

In Brussel bezitten meer dan 9 op de 10 mensen minstens één tweedehandsartikel. In de meeste gevallen beperken deze consumenten zich niet tot één categorie van voorwerpen: als een Brusselaar een tweedehandsartikel bezit, is de kans groot dat hij er nog andere heeft, en van verschillende aard. 6 op de 10 zouden ook tweedehandsartikelen in zes of meer categorieën bezitten. Deze ‘overtuigde’ bezitters zijn voornamelijk tussen de 18 en 54 jaar oud, met een bijzonder hoog percentage in de leeftijdsgroep van 18-34 jaar. 

Brusselaars kiezen vaker voor tweedehands dan voor nieuw als het gaat om media (zoals boeken, muziek en multimedia) en meubels. Ook allerlei vormen van textiel (zoals kledij, bedlinnen of knuffels), huishoudelijke spullen (decoratie, servies), vrijetijdsspullen (spelen, sportmateriaal) en fietsen hebben Brusselaars vaak tweedehands in huis (zie onderstaande figuur). 

De meeste ondervraagden gaven aan dat een tweedehands aankoop in de meeste gevallen een aankoop van een nieuw artikel overbodig maakt. Het rebound-effect, waarbij men door de goedkopere prijs van tweedehands net meer gaat kopen, lijkt dus in de meeste gevallen te worden vermeden, waardoor de milieu impact van onze consumptie wordt beperkt. 

Toch blijft de aankoop van nieuwe producten de belangrijkste consumptievorm, ongeacht de categorie. Ook in de rest van België bezit de meerderheid nog steeds meer nieuwe producten dan tweedehands (OVAM, 2020; SPW & Opinioway, 2022). 

Voor bijna alle categorieën bezitten Brusselaars meer nieuwe dan tweedehands spullen

Bron: Bevraging Hergebruik (Leefmilieu Brussel, aangepast van IPSOS 2024)

Lees de transcriptietekst

In bijna alle categorieën hebben mensen meer nieuwe dan tweedehands spullen. Op de vraag “In hoeverre bezit u  tweedehands artikelen in de volgende categorieën?” konden voor elke categorie antwoorden met “meer nieuw dan tweedehands”, “evenveel nieuw dan tweedehands”, “meer tweedehands dan nieuw” of “ik bezit dit niet”. Volgende categorieën werden onderscheiden:

  • Matrassen
  • Elektrische en elektronische apparatuur (EEA)
  • Huishoudelijke spullen, servies, decoratie
  • Textiel: kledij, schoenen, bedlinnen, lederwaren, knuffels
  • Tuinartikelen en doe-het-zelfgereedschap
  • Vrijetijdsspullen (speelgoed, sportmateriaal)
  • Meubels
  • Boeken, muziek, multimedia
  • Bouwproducten en -materialen
  • Fietsen (niet elektrisch)

Brussel en tweedehands: waar, en hoeveel? 

Brusselaars kopen (52%) ongeveer even veel tweedehandsproducten als ze krijgen (48%). Daarmee houden we het midden tussen Vlamingen en de Walen, die respectievelijk 64% en 38% van hun tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. spullen kopen (OVAM, 2020; SPW & Opinioway, 2024). 

Tweedehands aankopen worden het vaakst gedaan in fysieke winkels (51% van de tweedehands aankopen), redelijk gelijkmatig gespreid over winkels van de sociale economie (24%) en private winkels (27%). De andere aankoopkanalen zijn online platforms (19%), familie en vrienden (13%), rommelmarkten, zolderverkopen (11%) en andere (7%). Er zijn duidelijk ook verschillen tussen de verschillende leeftijdsgroepen. Zo kopen jongeren tussen 18 en 34 jaar vaker in winkels van de sociale economie dan andere leeftijdsgroepen. 

En hoe zit het met de digitale opmars? Als we de informele aankoopkanalen (rommelmarkt, familie, vrienden, enz.) buiten beschouwing laten, stellen we vast dat Brusselaars nog steeds veel vaker tweedehands aankopen in fysieke winkels doen (73%) dan online (27%). Textiel (kledij, schoenen, bedlinnen, lederwaren en knuffels) is de categorie die de Brusselaar het vaakst online koopt (25%), voor categorieën als media, ontspanningsmateriaal en meubels. Omdat dit beeld slechts een momentopname is, zal het interessant zijn om de evolutie van deze verhoudingen in de komende jaren te volgen. 

We weten al dat de Brusselaar jaarlijks 3,6 kg spullen koopt via de erkende winkels van de sociale economie (Leefmilieu Brussel, 2023 - jaarlijkse rapportering in het kader van de erkenning hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd.). Aangezien deze winkels slechts 16% van de aankoopkanalen vertegenwoordigen, die op hun beurt maar 52% van de tweedehandsmarkt uitmaken (zie hierboven), kan op basis van deze enquête worden geschat dat de gemiddelde inwoner in totaal ongeveer 45 kg spullen per jaar hergebruikt, aankopen en gekregen spullen samen. Ter vergelijking, in 2023 werd ongeveer 243 kg huishoudelijk afval per inwoner geproduceerd (zoals beschreven in de indicator rond Stedelijk afval). 

Gratis tweedehands spullen daarentegen krijgt men het vaakst van vrienden en familie (27%) of via online platforms (24%). 

Tweedehands: de stimulansen, barrières en percepties van de Brusselaars 

Voor hun aankopen hechten Brusselaars voornamelijk belang aan het feit dat ze geld kunnen besparen, aan de hygiëne en kwaliteit(garantie) en aan de mogelijkheid om artikelen te retourneren. Wanneer aan deze criteria wordt voldaan, zijn de Brusselaars meer geneigd om tweedehands te kopen. Bezorgdheden over hygiëne, netheid en garanties bij defecten zijn vaak vermelde barrières om tweedehands te kopen. Daarnaast geven veel Brusselaars (69%) aan dat ze de gewoonte niet hebben om voor sommige artikelen tweedehands te overwegen, waardoor deze manier van aankopen meer tijd en moeite vergt. 

Drempels voor de aankoop van hergebruiksartikelen (van belangrijkste naar minst belangrijke)

Bron: Bevraging Hergebruik (Leefmilieu Brussel, aangepast van IPSOS 2024)
Grafiek: Drempels voor de aankoop van hergebruiksartikelen (van belangrijkste naar minst belangrijke)

Lees de transcriptietekst

Op de vraag “In hoeverre hebben de volgende redenen een rol gespeeld in het feit dat u het afgelopen jaar geen of niet vaak tweedehandsartikelen hebt gekocht?” konden respondenten per stelling antwoorden met “heeft geen rol gespeeld”, “heeft een matige rol gespeeld” of “heeft een belangrijke rol gespeeld”. Volgende stellingen werden beantwoord, gerangschikt van belangrijk naar minder belangrijk.

  • Ik had het niet nodig, zelfs niet nieuw
  • Ik ben niet gewend om tweedehands te kopen
  • Ik ben bang dat het tweedehands artikel niet goed werkt of snel kapot gaat
  • Ik vrees dat het tweedehands artikel niet schoon is of bacteriën bevat
  • Het tweedehands artikel heeft geen garantie en is lastig te ruilen of te laten terugbetalen
  • Ik heb geen vertrouwen in online aankopen
  • Ik denk er niet aan wanneer ik aankopen doe
  • Er is minder keuze in modellen en maten voor tweedehands artikelen
  • Ik denk dat een tweedehands product minder lang meegaat dan een nieuw product
  • Ik ken de plaatsen of websites om tweedehands te kopen niet goed
  • Er zijn niet genoeg tweedehandswinkels bij mij in de buurt
  • Het nieuwste model is niet beschikbaar als tweedehands
  • Ik ben bang voor wat anderen ervan zouden kunnen denken

Drijfveren om vaker tweedehands te kopen (van belangrijk naar minder belangrijk)

Bron: Bevraging HergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. (Leefmilieu Brussel, aangepast van IPSOS 2024)
Grafiek: Drijfveren om vaker tweedehands te kopen (van belangrijk naar minder belangrijk)

Lees de transcriptietekst

Op de vraag “Welke van de volgende factoren zouden u aanmoedigen om (vaker) tweedehandsartikelen te kopen (in plaats van nieuwe)?” konden respondenten per stelling antwoorden met “dit zou me niet aanmoedigen”, “dit zou me matig aanmoedigen” of “dit zou me sterk aanmoedigen”. Volgende stellingen werden beantwoord, gerangschikt van belangrijk naar minder belangrijk.

  • Ik kan besparen omdat de prijs van tweedehandsartikelen lager ligt dan die van nieuwe artikelen
  • Als er zekerheid was dat de producten worden gereinigd en hersteld voor betere hygiëne en kwaliteit
  • Als er garantie en mogelijkheden tot retour of terugbetaling waren
  • Als er meer verkooppunten en meer tweedehandsproducten beschikbaar waren
  • Als er kortingen en speciale aanbiedingen waren bij tweedehandsverkopers
  • Als ik ervan overtuigd was dat dit de CO₂ uitstoot en afval vermindert
  • Als de toegang tot tweedehands gemakkelijker was, bijvoorbeeld via online platforms of mobiele apps
  • Als tweedehandsprojecten lokale en sociale initiatieven waren die ik graag zou willen steunen

Als ik beter geïnformeerd was over tweedehands, bijvoorbeeld via informatiecampagnes over de voordelen ervan.

De bevraging wijst eveneens uit dat de perceptie van tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. overwegend positief is bij de Brusselaars. 60 tot 70% van de Brusselaars erkent de voordelen van tweedehands:

  • Het is goed voor het milieu omdat spullen niet worden verspild, de levensduur wordt verlengd en er dus minder materialen moeten worden ontgind om nieuwe spullen te maken.
  • Het is goed voor ieders portemonnee omdat het vaak goedkoper is dan nieuwe spullen en je er bij verkoop zelfs iets aan kan verdienen.
  • Daarnaast zijn er ook sociale voordelen, aangezien de zachtere prijzen handig zijn voor wie het minder breed heeft.
  • Ten slotte erkennen Brusselaars ook dat tweedehands kopen en verkopen deugd doet: het geeft mensen de indruk iets nuttig te doen voor anderen en de maatschappij. 

Volgens een enquête uit 2018 (Dedicated, 2018) was 68% van de respondenten van mening dat hun manier van consumeren een impact heeft op het leefmilieu.

Goed om te weten

Conclusie: de meeste Brusselaars bezitten tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. spullen en zijn overtuigd van de ecologische, sociale en financiële voordelen van deze praktijk. Hoewel het bewustzijn er is, blijft de aankoop van nieuwe artikelen de norm. De centrale vraag: hoe kunnen we hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. nog meer stimuleren, en zo onze materiaalimpact verkleinen?

Tweedehands kopen en verkopen is goed

Bron: Bevraging HergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. (Leefmilieu Brussel, aangepast van IPSOS 2024)
Grafiek: Tweedehands kopen en verkopen is goed

Lees de transcriptietekst

Op de vraag “In welke mate bent u het eens met elk van de onderstaande uitspraken?” konden respondenten per stelling antwoorden met “(helemaal) niet mee eens”, “noch akkoord, noch oneens” of “(helemaal) eens”. Volgende stellingen werden beantwoord, gerangschikt van minst naar meest mee eens.

  • Het is beter om producten die men niet meer gebruikt weg te geven of te verkopen dan ze weg te gooien
  • Het schenken van ongebruikte producten helpt mensen die het nodig hebben
  • Het is beter om producten die men niet meer gebruikt weg te geven of te verkopen dan ze te bewaren
  • Het is belangrijk om initiatieven voor recyclage en hergebruik te ondersteunen
  • Tweedehandsproducten zijn vaak goedkoper dan nieuwe producten
  • Tweedehands schenken is waardevol
  • Het kopen van tweedehandsproducten is een manier om verantwoord te consumeren
  • Het kopen van tweedehandsproducten 

Goed om te weten

Uit onderzoek van gedragswetenschappers blijkt dat we de bepalende factoren voor hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd. in een viertal categorieën kunnen indelen (onderzoek uitgevoerd voor de rekening van Leefmilieu Brussel door Egérie Research, 2015 en Sonecom, 2016). Veel van deze bevindingen werden bevestigd door de enquête van Leefmilieu Brussel uit 2024, die hierboven wordt beschreven en hieronder kan worden geraadpleegd:

  • Sociaal-demografische factoren: zo kiezen gezinnen met kinderen bijvoorbeeld sneller voor hergebruik. Jongeren gaan vaker voor hergebruik dan ouderen, en vrouwen meer dan mannen.
  • Contextuele factoren:
    • De gespannen economische context moedigt aan tot hergebruik: zo bespaart men geld door de aankoop van nieuwe, duurdere spullen uit te stellen of te vermijden.
    • Ons samenlevingsmodel dat uitnodigt tot overconsumptie heeft er paradoxaal genoeg toe geleid dat het tweedehandscircuit zich kon ontwikkelen op het niveau van het aanbod.
    • Hergebruik is de laatste decennia een sociaal aanvaarde praktijk geworden.
    • Zich ontdoen van afval wordt meer en meer ontmoedigd (het wordt duurder, er zijn meer regels en ..) en hergebruik steeds vaker aangemoedigd, wat aanspoort tot nieuw gedrag.
    • Praktische obstakels zoals het plaatsgebrek in kleine stadswoningen, een gebrek aan vervoer om naar het containerparkIngerichte en bewaakte zone die afvalstoffen opvangt die niet aan huis worden opgehaald (huishoudelijk chemisch afval, grof vuil, schroot, bouwafval, kleding, groenafval, verpakkingen en papier/karton). te gaan, het beperkt aantal grofvuilophalingen aan huis en de hoge tarieven die gespecialiseerde bedrijven hanteren voor het leeghalen van zolders.
    • Fast production zorgt weliswaar voor goedkope voorwerpen, maar die kampen vaak met geplande veroudering en zijn van te lage kwaliteit. De lage prijs zorgt ervoor dat tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. alternatieven bij aankoop niet voordeliger zijn terwijl de slechte kwaliteit ervoor zorgt dat de voorwerpen niet lang meegaan.
  • Persoonlijke factoren, zoals voorkeuren en terughoudendheid ten aanzien van hergebruik:
    • Veranderingsinertie, waaronder gebrek aan tijd of zin om de klassieke consumptiecircuits te verlaten.
    • De wens om iets onmiddellijk te bezitten of zich onmiddellijk te ontdoen van een voorwerp.
    • Het wantrouwen om voorwerpen te gebruiken die anderen voor ons al hebben gebruikt of gedragen, de terughoudendheid om ontmoetingen of transacties aan te gaan met onbekenden.
    • Gebrek aan kennis over de bestaande initiatieven en de regels van het tweedehandscircuit (onzekerheid over de transactiemodaliteiten, over de waarde van voorwerpen…).

Voorwerpgebonden factoren: het type voorwerp bepaalt vaak welke vorm van hergebruik gebruikers verkiezen (geven, ruilen, herstellen, tweedehands, uitlenen, huren…).

Methodologie

In opdracht van Leefmilieu Brussel werd eind 2024 een online enquête over de vraag naar tweedehandsproducten uitgevoerd bij meer dan 800 Brusselaars tussen 18 en 75 jaar door IPSOS. De responsgraad lag boven de 80% en de bevraagde steekproef is representatief voor de Brusselse bevolking, gewogen voor leeftijd en gender.

Om te downloaden

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Infofiche, “Afval in het BHG – Kerncijfers van 2023” (.pdf)
  • Jaarlijkse rapportering in het kader van de erkenning hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd., 2023, intern document

Studies en rapporten

  • IPSOS, november 2024. “Réemploi à Bruxelles : habitudes, perceptions et motivations ". Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. (.pdf)
  • Dedicated, “Barometer van de opinies en het gedrag van de Brusselse bevolking in milieuzaken”. Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel (enkel in het Frans). (.pdf)
  • Sonecom, 2016. “Sondage du comportement relatif à la réutilisation et à la réparation de produits en Région de Bruxelles-Capitale”. Niet-gepubliceerd document.
  • Egérie Research, 2015. “Analyse qualitative des comportements de réutilisation et de réparation des produits en région de Bruxelles-Capitale à l’aide de focus-groupes”. Niet-gepubliceerd document.
  • OVAM, 2020. “Reuse. The understudied circular economy strategy”. (.pdf)
  • Opinioway, 2022. “Baromètre de la prévention des déchets ménagers en Wallonie”. Studie in opdracht van la Direction des Infrastructures de Gestion et de la Politique des Déchets (DIGPD) van de SPW (studie 2022 niet meer beschikbaar)

De zero afval challenge

Focus - Actualisering: januari 2023

Tijdens de zero afvalHet begrip “zero afval” verwijst naar een idee, een manier van leven en een maatschappelijke beweging. De idee, die door enkele pioniers geopperd wordt, is om te gaan naar burgers, gezinnen, organisaties of ook industriële processen die functioneren zonder daarbij afval te produceren, en als logische aanvulling ook door minder hulpbronnen te verbruiken. Hoewel het bereiken van nul afval waarschijnlijk onmogelijk is, zegt de radicale uitdrukking van dit begrip iets over de ambitie die erachter zit: alle facetten van hoe iets functioneert, moeten opnieuw geëvalueerd worden met als doel een drastische vermindering van de productie van afvalstoffen.” challenge in 2021 slaagden de deelnemers er in om hun restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval. te doen slinken tot een 5e van wat de gemiddelde Brusselaar produceert. Ook de hoeveelheid recycleerbaar afval (PMD en papier-karton), konden de challengers reduceren. De zero afval challenge toont dus aan dat er nog heel wat potentieel is voor afvalvermindering. Niet alleen door beter te sorteren om de restafvalzak te doen slinken, maar voornamelijk door bewuster te consumeren en het toepassen van andere zero-waste praktijken zoals drinken van kraantjeswater, kopen in bulk, hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd., DIY, reparatie, composteren… kan afval worden voorkomen!

Wat is zero afval, en waarom?

Zero afval of zero waste is een idee, een manier van leven en een maatschappelijke beweging waarbij geen afval wordt geproduceerd en met behoud van alle hulpbronnen. Aangezien het bereiken van zero afval waarschijnlijk niet mogelijk is, wordt hiermee ook bedoeld om te streven naar minder afval door middel van een verantwoorde productie en consumptie, hergebruik en recyclageRecyclage is de vernietiging van afval om nieuwe materialen te produceren. Voorbeeld: inert afval wordt vermalen om granulaten te produceren die in wegfunderingen worden gebruikt van producten, verpakkingen en materialen zodat minder hulpbronnen worden verbruikt en er geen schadelijke uitstoot van afval meer is.

Een verminderde afvalproductie is namelijk noodzakelijk om de klimaatveranderingen tegen te gaan en voor vermindering van de druk op het (leef)milieu. De fabricatie en distributie van een product, zowel als de verwerking op het einde van zijn levensduur, verbruiken steeds schaarser wordende hulpbronnen zoals grondstoffen, water, energie, brandstoffen etc., gaan gepaard met uitstoot van broeikasgassen en andere afval- en nevenproducten en dragen bij tot de verontreiniging van onder andere de lucht, de bodem en het grondwater. De winning en verwerking van hulpbronnen is namelijk verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de totale wereldwijde uitstoot van broeikasgassen en voor meer dan 90 % van de effecten op land en water (verlies van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en waterstressWaterstress is een kritieke situatie die ontstaat wanneer de beschikbare watervoorraden kleiner zijn dan de vraag naar water.) (UN Environment, International Resource Panel, Global Resource Outlook, 2019).  

Heel wat soorten afval kunnen reeds gerecycleerd wordenDe recyclage bestaat uit de afbraak van de afvalstof om nieuwe materialen te produceren. Bijvoorbeeld: inert afval wordt vermalen om aggregaten te produceren die worden gebruikt in wegfundering., maar inzameling, ophaling, sortering en recyclage vragen ook energie, water en andere hulpbronnen, zorgen voor uitstoot, hebben een financiële kostprijs, en er is bijna altijd materiaalverlies. Ook al is recycleren beter dan afval te verbranden met energieterugwinning -wat momenteel het geval is voor ons restafval- moeten we dus voorrang geven aan afvalpreventie.

Afval verminderen begint dus bij de bron: door bewuster en minder te consumeren. Ook door voorwerpen maximaal te hergebruiken en te upcyclen door bijvoorbeeld tweedehandsBeginsel volgens welk goederen in goede staat en waarvan de eerste eigenaar zich wenst te ontdoen, worden gegeven, verkocht, gekregen, aangekocht of geruild zodat ze geen afval worden. te kopen, te lenen, delen, huren of herstellen verlengen we de levensuur van een product en vermijden we de nood aan de productie van nieuwe producten.

We moeten daarom afstappen van een lineair consumptiemodel van “produceren-consumeren-weggooien” en evolueren naar een circulaire economieDe circulaire economie is een productie- en consumptiemodel dat bestaat uit het zo lang mogelijk delen, hergebruiken, repareren, renoveren en recycleren van bestaande producten en materialen, zodat ze hun waarde behouden.. Dat is een economisch model waarin de hulpbronnen in een kringloop worden gebracht om hun waarde zo lang mogelijk te bewaren. Elk product wordt zo ontworpen dat het zo veel mogelijk kan worden (her)gebruikt, hersteld en optimaal kan worden gerecycleerd. Afval wordt dus ook gezien als een hulpbron zodat men uiteindelijk streeft naar zero afval.

Door de Europese kaderrichtlijn betreffende afvalstoffen word daarom een hierarchie opgelegd voor het beheer van afval, waarbij voorrang wordt gegeven aan deze met de minste impact: preventie, hergebruik, recyclage, nuttige toepassingGenerische term die de processen en gedragingen omvat betreffende materiaal- en organische recycling en energievalorisatie van afval, alsook hergebruik en regeneratie. zoals verbranden met energieterugwinning en verbranden of storten. Aan de lidstaten worden regels opgelegd inzake afvalpreventie en ze moeten maatregelen nemen met betrekking tot afvalproductie.

De zero afval challenge

Tijdens de challenges werd nagegaan in hoeverre het mogelijk is voor Brusselaars om hun afval te beperken. In 2021 werd de derde editie van de zero afval challenge georganiseerd door Leefmilieu Brussel waarin Brusselse gezinnen of teams zich gedurende een periode van 9 maanden engageerden om, ondanks de moeilijkheden van de Covid-lockdown hun afvalproductie zo veel mogelijk te verminderen. Vorige edities vonden plaats in 2019 en 2020. Initieel werd enkel gefocust op het restafval, maar sinds de derde editie werd ook het PMD en papier-karton onder de loep genomen. Want, zoals hierboven gezegd, naast beter sorteren om de restafvalzak te doen slinken, is voornamelijk preventie van (alle soorten) afval van belang!

Goed om te weten

De gemiddelde Brusselaar produceerde in 2020 282,2 kg huishoudelijk afval, waarvan zo’n 170 kg restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval.. Dat is het afval dat niet selectief word ingezameld en dus niet kan worden gerecycleerd of hergebruikt en bijgevolg naar de verbrandingsoven wordt gestuurd. Het geproduceerde restafval (de witte zak) zou echter nog 65% aan recycleerbare materialen bevatten, en kan dus nog sterk worden verminderd als we beter gaan sorteren (zie indicator Afval voorbereid voor hergebruik en recyclage).

Tijdens de eerste editie werden 50 teams geselecteerd. In totaal namen 152 personen deel. Bij de tweede editie  gingen 201 geselecteerde teams (491 personen) de uitdaging aan en gedurende de laatste editie 154 teams (of 366 personen). Om aan te tonen dat het iedereen kan lukken om te leven met minder afval, werden Brusselse huishoudens met uiteenlopende profielen geselecteerd zodoende dat ze een goede representatie vormen van de Brusselse bevolking: verschillende leeftijdscategorieën, diverse gezinssituaties of samenstellingen van de teams en aantal personen per gezin of team (alleenstaanden, eenoudergezinnen, gezinnen met kinderen, koppels, samenhuurders, teams van collega’s of vrienden, buren etc.), diverse woningtypes, geografische spreiding in het Gewest, etc.

Workshops, evenementen, bezoeken aan afvalgerelateerde instellingen en ontmoetingsmomenten werden georganiseerd ter ondersteuning en begeleiding van de challengers. Daar konden ze bijleren over bijvoorbeeld composteren, zelf producten maken, upcyclen, voedselverspilling bestrijden,  enz. maar ook hun ervaringen delen, tips uitwisselen, moeilijkheden bespreken en oplossingen zoeken. Op de website van Leefmilieu Brussel staan eveneens tal van praktische tips, nuttige adressen etc.

Om de vooruitgang van de deelnemers te bepalen werd aan het begin en het einde van de challenge van elk team de hoeveelheid huishoudelijk afval bepaald. Gedurende een maand vóór de challenge en tijdens de laatste maand moesten deelnemers hun afval wegen. Bij de twee laatste edities werd de hoeveelheid geproduceerd afval gedurende de uitdaging niet wekelijks opgevolgd. Tijdens de eerste editie werd echter wel gevraagd aan de teams om wekelijks hun afval te wegen, wat voor velen te veeleisend was en waardoor veel teams sneller afhaakten (zie verder). Tijdens de laatste editie werd zowel de witte zak (restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval.) als de blauwe (PMD) en optioneel de gele (papier-karton) gemonitord.  

Eveneens was deze uitdaging ideaal om de ervaringen en visies van de deelnemende teams te bundelen en te verwerken, om na te gaan wat de grootste valkuilen en moeilijkheden zijn bij het verminderen van afval.

Om de gewoonten van de deelnemers te meten werd een enquête gebruikt die 31 zero waste-gedragingen evalueert. Concreet werd per actie die als zero afvalHet begrip “zero afval” verwijst naar een idee, een manier van leven en een maatschappelijke beweging. De idee, die door enkele pioniers geopperd wordt, is om te gaan naar burgers, gezinnen, organisaties of ook industriële processen die functioneren zonder daarbij afval te produceren, en als logische aanvulling ook door minder hulpbronnen te verbruiken. Hoewel het bereiken van nul afval waarschijnlijk onmogelijk is, zegt de radicale uitdrukking van dit begrip iets over de ambitie die erachter zit: alle facetten van hoe iets functioneert, moeten opnieuw geëvalueerd worden met als doel een drastische vermindering van de productie van afvalstoffen.” wordt beschouwd, nagegaan hoe vaak men deze toepast in het dagelijkse leven en in hoeverre deze als ‘de moeite waard’ wordt beschouwd. Voor de derde editie werd gevraagd aan de participanten om de enquête aan het begin en het einde van de derde uitdaging in de vullen. Bij de tweede editie werden de participanten halfweg de challenge bevraagd. De enquête is een lijst vragen die werd gebruikt in 2019 tijdens een onderzoek naar de zero waste gewoonten van de Brusselse huishoudens (SONECOM, 2019 (.pdf)). Op het einde van de eerste editie werden 20 teams telefonisch bevraagd om hun ervaring en gewoonten te evalueren.

Lees de transcriptietekst

Tijdens de eerste challenge werd het afval wekelijks gewogen. Tijdens de tweede en de derde editie werd telkens een maand voor de challenge en op het einde van de challenge het afval gewogen. De eerste challenge duurde 4 maanden, de tweede en de derde 9 maanden. Tijdens de eerste editie namen 50 huishoudens of teams deel, of 152 personen, tijdens de tweede editie 201 teams of 491 personen, en tijdens de derde 154 teams of 366 personen. Op het einde van elke challenge waren bruikbare weeggevens afkomtig van respectievelijk 27, 44 en 62 teams of huishoudens.

Resultaten van de challenge: Kwantitatief

De weging aan het begin van de 3e challenge toonde aan dat elke deelnemer gemiddeld 48 kg restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval. produceerde per jaar. Op het einde was dit gezakt naar 35 kg restafval per persoon per jaar. Dat is een vermindering van ongeveer 27% in 9 maanden. Tijdens de vorige edities slaagden de deelnemers er eveneens in om hun restafval sterk te doen afnemen. In 2020 ging het gemiddelde gewicht aan restafval van 63 kg per deelnemer per jaar naar 43 kg, een vermindering met 32% over een periode van 9 maanden. De challengers van de eerste editie konden hun afval terugbrengen van 61 kg naar 43 kg per jaar (-30%) in ongeveer 4 maanden tijd.

Tijdens de derde editie had twee derde van de respondenten hun afval verminderd waarvan de helft hun afval zelfs halveerden. Een derde produceerde echter meer afval op het einde van de challenge, maar het merendeel van hen bleef nog steeds onder de 35 kg per inwoner per jaar. Gelijkaardige resultaten werden vastgesteld bij de voorgaande challenge in 2020. Oorzaken van de toename in afvalproductie tijdens de challenge waren opruimen, verhuizen, de komst van een baby of een nieuw huisdier, delen van een flat of reeds een zeer lage afvalhoeveelheid bij de start van de challenge.

Vergelijking productie huishoudelijk restafval: gemiddelde deelnemer aan het begin en einde van de zero afval challenge vs. de gemiddelde Brusselaar.

Bron: Leefmilieu Brussel, Departement Afval
De gemiddelde hoeveelheid restafval geproduceerd in 2021 is nog niet gekend. Het gemiddelde van voorgaande jaren (2019-2020) wordt daarom weergegeven.

Lees de transcriptietekst

In 2019 produceerde een inwoner van Brussel gemiddeld 171kg per jaar. Aan de start van de eerste zero waste challenge, in 2019, produceerden de deelnemers gemiddeld 61 kg restafval per jaar per deelnemer. Aan het einde van de challenge produceerde een gemiddelde deelnemer 43 kg restafval per jaar.  

In 2020 produceerde een inwoner van Brussel gemiddeld 170kg per jaar. Aan de start van de tweede zero waste challenge, in 2020, produceerden de deelnemers gemiddeld 63 kg restafval per jaar per deelnemer. Aan het einde van de challenge produceerde een gemiddelde deelnemer 43 kg restafval per jaar. 

In 2021 produceerde een inwoner van Brussel gemiddeld 170kg per jaar, op basis van het gemiddelde van voorgaande jaren. Aan de start van de laatste zero waste challenge, in 2021, produceerde een deelnemer gemiddeld 48 kg restafval per jaar. Aan het einde van de challenge produceerden de deelnemers gemiddeld 35 kg restafval per jaar per deelnemer.

Vergeleken met de gemiddelde Brusselaar, die, zoals hierboven vermeld, 170 kg restafvalRestafval is het afval dat overblijft na het sorteren van recycleerbaar afval. produceerde in 2020, genereerden de deelnemers van de laatste zero afvalHet begrip “zero afval” verwijst naar een idee, een manier van leven en een maatschappelijke beweging. De idee, die door enkele pioniers geopperd wordt, is om te gaan naar burgers, gezinnen, organisaties of ook industriële processen die functioneren zonder daarbij afval te produceren, en als logische aanvulling ook door minder hulpbronnen te verbruiken. Hoewel het bereiken van nul afval waarschijnlijk onmogelijk is, zegt de radicale uitdrukking van dit begrip iets over de ambitie die erachter zit: alle facetten van hoe iets functioneert, moeten opnieuw geëvalueerd worden met als doel een drastische vermindering van de productie van afvalstoffen.” challenge zo’n 5 keer minder restafval. Op het einde van de eerste twee challenges was dat een kwart van het Brusselse gemiddelde. We dienen op te merken dat de meeste deelnemers reeds veel kleinere hoeveelheden afval produceerden aan de start van de challenge dan de meeste Brusselaars, mogelijk omdat ze reeds bewuster omgingen met afval en consumeren alvorens deel te nemen.

Potentieel voor afvalvermindering in het Brussels Gewest als alle Brusselaars hetzelfde zero waste gedrag als de deelnemers zouden aannemen.

Bron: Leefmilieu Brussel, Departement Afval

Lees de transcriptietekst

In 2020 werd 207.000 kg restafval geproduceerd door de Brusselse huishoudens. Als de Brusselse huishoudens hetzelfde gedrag als de zero afval challengers zouden aannemen, zouden ze 5 keer minder restafval produceren, wat neerkomt op slechts 41.000 kg restafval per jaar.

Bij de blauwe zak werd een gemiddelde daling van 14% vastgesteld: van 14 kg PMD per persoon per jaar aan het begin van de challenge naar 12 kg aan het einde. De challengers slaagden er dus in hun PMD-zak te doen slinken, ondanks de uitbreiding van het gamma afval dat in de blauwe zak mag, waardoor die vanaf 2021 (bijna) alle plastic verpakkingen aanvaardt. Het Brusselse gemiddelde bedroeg in 2021 16,5 kg verpakkingsafval per jaar.

Voor papier-karton gingen de deelnemers van gemiddeld 22 kg naar 16 kg per persoon per jaar. De gemiddelde Brusselaar produceerde in de periode 2017-2019 meer papier- en kartonafval dan de gemiddelde challenger, namelijk 23,26 kg per persoon per jaar.

Bovenstaande resultaten zijn niet afkomstig van alle initiële deelnemers van de challenges. Bij elke editie werden bepaalde gegevens die niet geloofwaardig leken, niet gebruikt bij de berekening van de gemiddelden om de algemene analyse niet te vertekenen. Op het einde van de derde editie gaven slechts 62 teams bruikbare weeggegevens door. Bij de tweede editie waren dat er 44. De teams waarvoor er minder dan 5 gegevens beschikbaar waren of waarvan de gegevens minder dan een maand bestreken, werden niet opgenomen in de analyse van de eerste challenge. Op deze manier werden de gegevens van 27 teams (87 personen) geanalyseerd. Onder andere de afvalwegingen zorgden voor demotivatie van bepaalde deelnemers, maar ook de Covid-lockdown, waardoor minder ontmoetingen konden plaatsvinden, zorgden voor een verminderd gevoel van betrokkenheid en motivatie.

Om zich van hun bioafval (keuken- en tuinafval) te ontdoen gebruikten de deelnemers zo goed als nooit de witte zak, terwijl meer dan de helft van de Brusselaars dat wel doen (volgens de enquête uit 2019). De gemiddelde witte zak zou namelijk nog voor zo’n 40% uit bioafval afval bestaan (zie Indicator Tonnage huishoudelijk en gelijkgesteld afval). De deelnemers maakten voornamelijk gebruik van composteringBiologisch proces van verandering en nuttige aanwending van organische substraten (organisch afval ... ) in een gestabiliseerd product, gelijk aan tuinaarde en rijk aan humusachtige bestanddelen. (thuis, bokashi of via wijkcomposten), containerparken of de selectieve inzameling (oranje en groene zak).  

Resultaten van de challenge: het zero waste-gedrag

De enquête die 31 zero waste acties evalueert helpt ons het verschil in gedrag te bepalen tussen de algemene Brusselse bevolking en de challengers. De zero afvalHet begrip “zero afval” verwijst naar een idee, een manier van leven en een maatschappelijke beweging. De idee, die door enkele pioniers geopperd wordt, is om te gaan naar burgers, gezinnen, organisaties of ook industriële processen die functioneren zonder daarbij afval te produceren, en als logische aanvulling ook door minder hulpbronnen te verbruiken. Hoewel het bereiken van nul afval waarschijnlijk onmogelijk is, zegt de radicale uitdrukking van dit begrip iets over de ambitie die erachter zit: alle facetten van hoe iets functioneert, moeten opnieuw geëvalueerd worden met als doel een drastische vermindering van de productie van afvalstoffen.”-gedragingen die het meest verankerd zijn in de Brusselse bevolking, of de acties waarvan de meeste respondenten aangaven dat ze ze altijd uitvoeren, zijn:

  • Herbruikbare tas of bak gebruiken voor inkopen in de supermarkt;
  • Herbruikbare tas of bak gebruiken voor inkopen in kleine winkels;
  • Boodschappenlijst maken voor het winkelen;
  • Koken in functie van wat er nog in huis is en de restjes die moeten worden opgegeten;
  • Schoonmaken met herbruikbaar materiaal (vaatdoek, lappen, enz. in plaats van vochtige doekjes);
  • Eenmaal per week de koelkast opruimen om geen voeding te laten liggen.

Van de 31 zero waste gedragingen zou de helft van de Brusselse bevolking er 7 altijd  uitvoeren. Een derde van de bevolking voert er altijd 10 uit. Van de challengers voert de helft er altijd 13 uit en een derde voert er altijd 16 uit. Uit de vragenlijst blijkt dus dat de deelnemende teams van editie 3 dubbel zoveel zero afval acties systematisch uitvoerden vergeleken met het Brusselse gemiddelde.

In vergelijking met de Brusselse bevolking gaan de deelnemers van de zero afval challenge in het algemeen bewuster consumeren en gaan ze meer voor herbruikbare alternatieven in de plaats van wegwerpartikelen, zoals vaatdoekken etc. om schoon te maken in plaats vochtige doekjes. Ze vermijden verpakkingsafval door drinkbussen, brooddozen, herbruikbare tassen of bakken voor inkopen, etc. te gebruiken en maken zo veel mogelijk zelf met basisproducten (zowel voeding als niet-voeding). Maar de actie die het meeste verschil maakt is kraantjeswater drinken. Ongeveer 50% van de Brusselaars drinkt namelijk nog water uit flessen.

Vergelijking van het zero waste gedrag van de deelnemers van de zero afval challenge (ZAC) en de gemiddelde Brusselaar, op basis van de SONECOM-enquête.

Bron: Leefmilieu Brussel, Departement Afval

Lees de transcriptietekst

De respondenten van de enquête konden per zero waste actie kiezen tussen 6 verschillende antwoorden:

  • Dit doe ik altijd en is echt te moeite waard;
  • dit doe ik soms en is de moeite waard;
  • dit doe ik soms maar ik weet niet of het de moeite waard is;
  • dit doe ik soms maar ik weet niet of het de moeite waard is;
  • dit doe ik nooit maar het loont de moeite;
  • niet van toepassing.

Uit de enquête blijkt dat: Zo’n 75% van de deelnemers kookt in functie van wat er thuis nog voorhanden is en welke restjes moeten worden opgegeten, net zoals de gemiddelde Brusselaar. Meer dan 95% van hen maakt zelf bereidingen zoals dressings, soepen, sauzen, hummus, pannenkoeken, enz. zelf en meer dan 60% maakt zelf koekjes, yoghurt, brood, enz. 60% probeert zelfs voedselverspilling te voorkomen door ook het loof van groenten, fruitschillen, en overrijp fruit en muffe groenten te gebruiken in smoothies, jam, soep of andere bereidingen. Meer dan 95% van de deelnemers drinkt thuis kraanwater en ze gebruiken allemaal een drinkbus of een andere herbruikbare houder (thermosfles, mok, enz.) om dranken in mee te nemen. Voor de lunch gebruikt meer dan 80% herbruikbare verpakkingen (brooddozen, stoffen zakjes, koekjestrommels).

In de keuken verving meer dan 80% geleidelijk aan wegwerpartikelen voor eenmalig gebruik zoals keukenrol, papieren servetten en doekjes door alternatieven in stof. Meer dan 45% maakt gebruik van een herbruikbare verpakking die in bijenwas is gedrenkt (bees wraps) en meer dan 60% gebruikt een percolator met een vaste filter, een Italiaanse espressokan of een doorduwkoffiekan om wegwerpkoffiecups te vermijden. Ook bij het geven van feestjes vermijd 90% wegwerpartikelen door geen plastic maar herbruikbare bekers, borden, bestek, rietjes, enz. te gebruiken en door geschenken in te pakken met herbruikbare geschenkendoekjes (furoshiki – bijna 70% van de deelnemers).

De meeste deelnermers zijn goed georganiseerd als het op boodschappen aankomt. Ze ruimen allemaal geregeld de koelkast op om te vermijden dat ze voedingsmiddelen vergeten. Net zoals de meeste Brusselaars stellen ze ook een boodschappenlijst op voor het winkelen en gebruiken ze een herbruikbare tas of bak voor hun aankopen in kleine winkels of supermarkten. De meeste deelnemers zorgen er dan ook voor dat ze meestal een stoffen bulkzak bij zich hebben. De helft van hen gebruikt soms een herbruikbare tas om brood te kopen. Het overgrote deel van de deelnemers koopt geregeld producten in bulk om verpakkingsafval te vermijden: zowel droge producten als pasta, rijst, granen, meel, enz. (90%) als ‘versneden’ producten zoals vleeswaren, zuivelproducten, enz. (75%).

Ook over de rest van hun aankopen word goed nagedacht. Kledij wordt door meer dan 75% van de deelnemers tweedehands gekocht, maar hoewel dit algemeen als de moeite waard wordt beschouwd, doet twee derde van de respondenten dit slechts soms. Ongeveer 60% van hen verkiest manuele toestellen boven elektrische apparaten of toestellen die op batterijen werken, ook wanneer ze speelgoed kopen.

Schoonmaken doet elke deelnemer met herbruikbare materialen (dweil, doeken, enz.) in plaats van wegwerpdoekjes en bijna 80% van hen beperkt zich daarbij tot slechts 1 of 2 verschillende producten. Meer dan 60% van de deelnemers maakt sommige onderhoudsproducten, zoals waspoeder, zelf. Als ze die toch kopen, koopt meer dan 60% geregeld in bulk.

De helft maakt bepaalde verzorgingsproducten (tandpasta, zeep etc.) zelf en meer dan 60% verving plastic wattenstaafjes door een herbruikbaar alternatief zoals Oriculi.

En om verspilling te bestrijden schrijft bijna 90% zich uit voor publicaties die ze niet (meer) lezen.

Om te downloaden

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Infofiche, “Afval in het BHG - Kerncijfers, 2023” (.pdf)

Studies en rapporten

  • SONECOM, 2019. “Baromètre des déchets 2019”. Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. (enkel in het Frans) (.pdf)

Plannen en programma’s

  • Een nieuw actieplan voor een circulaire economie Voor een schoner en concurrerender Europa, Europese Commissie, 2020 (.html)
  • Hulpbronnen –en afvalbeheerplan van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2018 (.pdf)
  • Gewestelijk programma voor circulaire economie 2016-2020, 2016 (.pdf)

Nuttige links

  • Leefmilieu Brussel – Zero Afval Challenge 
  • Leefmilieu Brussel – milieubewuste keuzes maken 
  • Be circular

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

illu_see2015_2016_rep_tab1_hoeveelheid_afval_ophaalt_nl

Met uitzondering van afgedankte voertuigen lijken de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest per inwoner opgehaalde hoeveelheden dus aanzienlijk lager te liggen dan de gemiddelde in België opgehaalde hoeveelheden per inwoner. In 2018 zal een studie worden opgestart om de afvalprestatie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te beoordelen in functie van mogelijke verklarende factoren.

Op Belgisch niveau zijn de doelstellingen inzake recyclage en valorisatie bereikt voor de belangrijkste afvalstoffen die onderworpen zijn aan UPV

In 2015 werd in België 1.340.775 ton verpakkingen gerecycleerd, wat overeenkomt met meer dan 81 procent (van het gewicht) van de op de markt gebrachte verpakkingshoeveelheden. Onderstaande tabel toont aan dat de doelstellingen betreffende recyclageRecyclage is de vernietiging van afval om nieuwe materialen te produceren. Voorbeeld: inert afval wordt vermalen om granulaten te produceren die in wegfunderingen worden gebruikt en valorisatieElke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt. (met inbegrip van recyclage en verbranding met energieterugwinning) die werden vastgelegd in het kader van het interregionaal samenwerkingsakkoord inzake de preventie en het beheer van verpakkingsafval, op Belgisch niveau zijn bereikt, zelfs ruimschoots bereikt (ter herinnering: deze gegevens zijn niet beschikbaar op gewestelijk niveau).

© Leefmilieu Brussel

Voor de belangrijkste andere stromen dan verpakkingen (d.w.z. afgedankte voertuigen, AEEA, banden, minerale oliën, voedingsoliën en -vetten) variëren de hergebruikHergebruik is het behouden van een object om het te hergebruiken zoals het is, eventueel na een voorbereidingsfase voor hergebruik. Voorbeeld: bakstenen worden ontmanteld en hergebruikt voor een nieuwe muur, na te zijn schoongemaakt en gecontroleerd.- en recyclagepercentages, berekend op Belgisch niveau, tussen 81 en 96 % (in verhouding tot de ingezamelde of verwerkte hoeveelheden), zoals geïllustreerd in onderstaande grafiek. Voor deze 5 stromen zijn de verwerkingsdoelstellingen op Belgisch niveau behaald en vaak zelfs overtroffen. 
Voor batterijen en accu's verschillen de verwerkingsdoelstellingen naar gelang van het type.

Hergebruik- en recyclagepercentage en valorisatiepercentage van enkele stromen onder verplichte terugname (België, 2016)

Bron: Leefmilieu Brussel – departement afval & departement Reporting en milieueffecten (op basis van de jaarlijkse verslagen van verschillende beheerinstellingen), 2017
illu_see2015_2016_rep_graph3_hergebruik_en_recyclagepercentage_nl

Deze goede verwerkingsprestaties op Belgisch niveau mogen echter niet verhullen dat er voor bepaalde stromen, vooral in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (AEEA, draagbare batterijen en accu's, voedingsoliën en -vetten, enz.) waarschijnlijk nog inzamelpotentieel bestaat. Dit zal worden onderzocht in een studie die gepland is voor 2018 om de afvalprestaties in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest objectief te kunnen beschouwen.

Om te downloaden

Factsheets

  • 3. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid

Studie(s) en rapport(en)

  • INTERREGIONALE VERPAKKINGSCOMMISSIE, “Activiteitenverslag 2018”
  • BEBAT, verschillende data. “Activiteitenverslag”.
  • RECUPEL, verschillende data. “Ativiteitenverslag”.

Plan(nen) en programma(’s)

  • Vierde afvalstoffenplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 11 maart 2010 (.pdf)

Nuttige links

  • BEBAT
  • RECUPEL
  • INTERREGIONALE VERPAKKINGSCOMMISSIE
< Slib en sedimenten Terug naar thema Afval en hulpbronnen

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Van fast fashion naar slow fashion: de gids voor duurzamere mode

21/02/2025
  • Duurzame consumptie
  • Afval
  • Circulaire economie
Weet je wat fast fashion is? Massaproductie, afval, vervuiling ... Ontdek hoe je dit kunt minimaliseren en je kleerkast duurzamer kunt maken.
Lees verder about Van fast fashion naar slow fashion: de gids voor duurzamere mode

Ik koop tweedehands of kies voor weggeefwinkels en giveboxen

21/09/2023
  • Circulaire economie
  • Afval
  • Duurzame consumptie
Tweedehands is populairder dan ooit! Het voldoet aan alle behoeften of wensen: kleding, maar ook meubels, binnenhuisinrichting enz.
Lees verder Ik koop tweedehands of kies voor weggeefwinkels en giveboxen

Duurzame cadeaus: 5 tips om te vieren zonder overconsumptie

24/11/2023
  • Duurzame consumptie
  • Afval
  • Circulaire economie
De feestdagen staan voor de deur, met de gebruikelijke cadeaustress van dien. Kun jij ook wat ideeën gebruiken om dit magische moment duurzamer te maken?
Lees verder Duurzame cadeaus: 5 tips om te vieren zonder overconsumptie

 4 redenen om je dagelijkse spullen te huren in plaats van te kopen

12/09/2022
  • Duurzame consumptie
Een raclettetoestel, een boor, kinderspelletjes enz. Heb je kasten die vol zitten met allerlei alledaagse voorwerpen? En wat als we al deze objecten zouden huren in plaats van ze te kopen? Ontdek alle goede redenen om voor verhuur te kiezen en tips van hoe je het kunt aanpakken!
Lees verder 4 redenen om je dagelijkse spullen te huren in plaats van te kopen
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten