Groene ruimten en hun beheer
- Groene ruimten
- Biodiversiteit
- Het milieu: stand van zaken
- Toegankelijkheid
- Natura 2000
Groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel
Indicator - Actualisering : maart 2023
De afdeling Groene ruimten van Leefmilieu Brussel is verantwoordelijk voor het beheer van 108 groene ruimten met een oppervlakte van 502 ha (maart 2023). Bovendien worden 1801 ha die voornamelijk bestaat uit bossen en natuurreservaten beheerd door de onderafdeling Bos en natuur. Voor elk van deze gebieden is er een specifiek beheer dat is aangepast om de verschillende functies ervan te maximaliseren. Het Gewest zet zich ook in voor de verbetering van de hoeveelheid groene ruimten, met name in dichtbebouwde wijken, en van de verbinding daarvan.
Sinds januari 2020 zijn 8 groene ruimten van in totaal 17 ha (het equivalent van ongeveer 24 voetbalvelden) aangelegd of in beheer genomen door de afdeling Groene ruimten.
Leefmilieu Brussel, de grootste beheerder van openbare groene ruimten
Iets minder dan de helft van het Brusselse grondgebied is bedekt met vegetatie (zie focus Vegetatie bedekking in het Brussels Gewest). Deze vegetatie is van zeer uiteenlopende aard: privétuinen en -domeinen, openbare tuinen en parken, groene sport- en recreatieterreinen, half-natuurlijke gebieden, ruigten, landbouwgronden, moestuinen, kerkhoven en de groene ruimten verbonden met wegen (wegbermen) en spoorwegen (laanbomen, met gras ingezaaide bermen en rotondes, vluchtstroken, spoorwegbermen, enz.).
Een groot deel van de Brusselse groene ruimten is privé of niet toegankelijk voor het publiek. Ze worden beheerd door een brede waaier van actoren (particulieren, vastgoedeigenaren, Infrabel, MIVB, koninklijke schenking, regie der gebouwen, scholen en universiteiten, rusthuizen, ziekenhuizen, het Belgisch leger, kerkfabrieken, …). Naast deze ruimten spelen de voor het publiek toegankelijke groene ruimten een fundamentele sociale rol als ruimten voor ontspanning, spel en ontmoetingen, die op een positieve manier bijdragen tot de levenskwaliteit van de Brusselaars.
De voor het publiek toegankelijke groene ruimten worden voornamelijk beheerd door de administraties en gewestelijke instellingen van openbaar nut (Leefmilieu Brussel, Brussel Mobiliteit voor de groene ruimten die verbonden zijn aan de openbare wegen die het beheert) of de gemeenten (met het park van Brussel, het Josafatpark en het Ter Kamerenbos als grootste). Er bestaan evenwel groene ruimten, die geheel of gedeeltelijk voor het publiek toegankelijk zijn en door privéactoren worden beheerd (bv. de groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. van het oude Axa-gebouw in Watermaal-Bosvoorde). Sommige sites worden beheerd door milieuverenigingen met gerichte steun van Leefmilieu Brussel (Hof ter Musschen, site van het Scheutbos, natuurreservaatGebied dat om wetenschappelijke, esthetische of educatieve redenen wettelijk wordt beschermd met het doel een of meer kenmerken van het landschap in stand te houden. van de Vogelzangbeek, Vuursteendomein, enz.).
De ontwikkeling en het beheer van bepaalde groene ruimten behoren tot de opdrachten van Leefmilieu Brussel, de grootste openbare beheerder van groene ruimten op het grondgebied van het Gewest. Deze bevoegdheid is verdeeld over de afdeling Groene ruimten en de onderafdeling Bos en Natuur.
De onderafdeling Bos en Natuur beheert het Zoniënwoud, het Dielegem- en het Laarbeekbos (tot voor kort beheerd door de afdeling Groene ruimten) en enkele bossen in Ukkel (Verrewinkelbos, Hauwaertkapel, Buysdellebos, Perckbos, domein van Latour de Freins) en de natuur- en bosreservaten (zie Seminatuurlijke sites en beschermde groene ruimten). De afdeling beheert ook enkele andere ruimten die belangrijk zijn op het vlak van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., soms in nauwe samenwerking met natuurverenigingen of huisvestingsmaatschappijen). De groene ruimten die door de onderafdeling Bos en natuur worden beheerd, beslaan een totale oppervlakte van ongeveer 1801 ha (exclusief de oppervlakten die niet door de onderafdeling worden beheerd, zoals de wegen en de wegbermen die deze oppervlakten doorkruisen of eraan grenzen, of de gebouwen).
Het beheer (aanleg en onderhoud) van de Groene wandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg. en groene ruimten zoals parken en tuinen, pleinen, gewestelijke collectieve moestuinen, bossen en andere seminatuurlijke gebieden wordt verzorgd door de afdeling Groene ruimten. Dit zijn groene ruimten die eigendom zijn van het Gewest of waarvan het beheer, via overeenkomsten, werd toevertrouwd aan Leefmilieu Brussel (via overeenkomsten), in het bijzonder door federale of gemeentelijke instanties.
Deze focus gaat uitsluitend over de groene ruimten die worden beheerd door de afdeling Groene ruimten. Het beheer van het Zoniënwoud en van de natuur- en bosreservaten komt aan bod in andere focussen (zie Semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten en Boserfgoed van het Brusselse Zoniënwoud).
502 ha verdeeld over een honderdtal groene ruimten, die zowel qua omvang als kenmerken erg van elkaar verschillen, worden beheerd door de afdeling Groene ruimten
In maart 2023 beheerde de afdeling Groene ruimten 108 groene ruimten of vergroende ruimten van zeer uiteenlopende grootte en aard. Deze groene ruimten beslaan in totaal een oppervlakte van 502 ha.
Voorbeelden van groene ruimten die door Leefmilieu Brussel (afdeling Groene ruimten) worden beheerd
De grootste parken en bossen die worden beheerd door deze afdeling zijn het park van Woluwe (68 ha), de Kauwberg (36 ha), het Koning Boudewijnpark (33 ha), het park van Laken (32 ha), het Jubelpark (27 ha), het Dudenpark (23 ha), het Goede Herderpark (15 ha) evenals een deel van de site van het Rood Klooster (velden, moestuinen, speelpleinen, …) (15 ha). Deze 8 parken en bossen, met een totale oppervlakte van bijna 249 ha, vertegenwoordigen bijna de helft van de oppervlakte van de groene ruimten die worden beheerd door de afdeling Groene Ruimten. Naast deze grote parken beheert Leefmilieu Brussel ook kleine overblijvende ruimten die meer verbonden zijn met de openbare wegen, zoals de Jean de Bolognesquare (0,21 ha) en het Monument van de Engelsen (0,03 ha) of met gebouwen, zoals de tuin van het Conservatorium (0,05 ha).
Onderstaande tabel vermeldt, per gemeente, de parken en groene ruimten onder beheer van de afdeling Groene ruimten alsook de oppervlakte ervan.
Lees de transcriptietekst
De oppervlakte van de groene ruimten die worden beheerd door de afdeling Groene ruimten van Leefmilieu Brussel bedraagt per gemeente en voor het hele Gewest :
Anderlecht 23,01 ha
Ouderghem 42,27 ha
Sint-Agatha-Berchem 9,84 ha
Stad Brussel 98,18 ha
Etterbeek 5,00 ha
Evere 14,35 ha
Vorst 25,04 ha
Ganshoren 5,71 ha
Elsene 5,08 ha
Jette 33,45 ha
Koekelberg 13,70 ha
Sint-Jans-Molenbeek 24,69 ha
Sint-Gillis 0,18 ha
Sint-Joost-ten-Node 5,20 ha
Schaarbeek 7,08 ha
Ukkle 69,53 ha
Watermaal-Bosvoorde 29,39 ha
Sint-Lambrechts-Woluwe 14,70 ha
Sint-Pieters-Woluwe 75,16 ha
Brussels Hoofdstedelijk Gewest 501,56 ha
Alle groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, staan op de kaart hieronder aangeduid:
Kaart van de groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel
Bron: Leefmilieu Brussel 2023
Die gegevens zijn openbaar online beschikbaar via Geodata, het cartografisch portaal van Leefmilieu Brussel (kaart Groene ruimten in het beheer van Leefmilieu Brussel).
Goed om te weten
Sinds januari 2020 worden 8 bijkomende groene ruimten met een totale oppervlakte van 17 ha door de afdeling Groene ruimten beheerd. Het gaat ofwel om reeds bestaande groene ruimten die door Leefmilieu Brussel zijn overgenomen (daarbij gaat het voornamelijk om de ring van de hippodroom van Bosvoorde, een klein gedeelte van het Moeras van Wiels, de aangrenzende ruimte en het Walckierspark), ofwel om groene ruimten die recent werden gecreëerd of die momenteel aangelegd worden (Pannenhuis, Westparc, Zuun).
De raming van de evolutie van de oppervlakten van de groene ruimten beheerd door de afdeling Groene Ruimten in de loop van de voorbije decennia moet wellicht worden bijgesteld, gelet op:
- de technologische evolutie van de cartografische tools die vandaag zorgen voor nauwkeurigere oppervlaktemetingen en een nauwkeurigere afbakening van de beheerde percelen;
- de interpretaties: de oppervlakten worden vandaag berekend met uitsluiting van de oppervlakten van de gebouwen en bepaalde wegen die aanwezig zijn op de site, wat niet altijd het geval was.
De zeer nauwkeurige afbakening van de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd, is nog steeds aan de gang, wat verklaart waarom de oppervlakte van bepaalde groene ruimten is gewijzigd tussen de eerste versie van de berekening van de indicator (januari 2020) en de gegevens die nu worden voorgesteld (maart 2023) zonder dat dit altijd overeenstemt met een reële wijziging van de oppervlakte op het terrein. Zo heeft tussen de jongste twee edities van het verslag over de staat van het leefmilieu de herziening (op de kaart) van de afbakening van de Rood Klooster-site die door de afdeling Groene ruimten wordt beheerd, geleid tot een vermindering van de oppervlakte met bijna 7 ha. Deze vermindering komt overeen met het feit dat de vijvers, die worden beheerd door de onderafdeling Bos en Natuur, niet langer worden meegerekend bij de groene ruimten die worden beheerd door de afdeling Groene ruimten.
Volgens het verslag over de Staat van het Leefmilieu 2003-2006 beheerde Brussel ongeveer 2.177 ha groene ruimten in 2003 (met inbegrip van bossen en wouden). In maart 2023, bedroeg deze oppervlakte 2303 ha (groene ruimten beheerd door de afdeling Groene ruimten en groene ruimten beheerd door de onderafdeling Bos en Natuur). Hoewel deze cijfers niet echt met elkaar vergeleken kunnen worden, bewijst dit verschil nochtans dat de totale oppervlakte van de door Leefmilieu Brussel beheerde groene ruimten in de voorbije 2 decennia is aanzienlijk toegenomen.
Een gedifferentieerd ecologisch beheer van de groene ruimten dat erop gericht is hun sociale, ecologische, landschappelijke en stedenbouwkundige functies te optimaliseren
De stedelijke groene ruimten vervullen verschillende functies: ontspanning en recreatie, ondersteuning van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., doorsijpeling van regenwater, verfraaiing van het landschap, stedenbouwkundige verbindingen (zachte mobiliteitMobiliteit waarbij niet-gemotoriseerde vervoermiddelen worden gebruikt, in het bijzonder fietsen en lopen.), organisatie van evenementen, cultuur en toerisme, natuureducatie, enz. Afhankelijk van hun grootte, hun typologie (landschapsparkPark dat vaak een grote oppervlakte beslaat en over verschillende recreatieve en landschappelijke functies beschikt., historisch of tuinbouwpark, recreatieruimte, enz.), hun biologische waarde en hun plaats in het stedelijk weefsel (sociaal-demografische kenmerken van de wijk, aanwezigheid van andere groene ruimten in de buurt, enz.) zijn de verschillende functies die door deze groene ruimten worden vervuld min of meer ontwikkeld.
Leefmilieu Brussel wil de diversiteit van de sociale, ecologische en stedenbouwkundige functies van deze sites zoveel mogelijk maximaliseren en al die functies zo ideaal mogelijk in elkaar laten overvloeien en laten samenwerken. Daarbij houdt de overheidsdienst rekening met de vereisten van de groene ruimten die het beheert en inricht. Ook wil ze zo goed mogelijk tegemoetkomen aan de behoeften van de stadbewoners.
Gedifferentieerd beheer is een manier om deze uitdaging aan te gaan. Dit gebeurt meer en meer op het niveau van de groene ruimten: op basis van een gedetailleerde beoordeling van de sites, het gebruik dat ervan wordt gemaakt en de beperkingen die het inhoudt, worden beheerwijzen toegepast die specifiek zijn aangepast aan de verschillende zones Bijvoorbeeld, een grasperk kan worden onderverdeeld in twee delen, waarbij het stevigste wordt gebruikt voor recreatie (balspelen, ...) en het meest kwetsbare voor bescherming van de biotoopNatuurlijke omgeving waarin een plant of dier kan leven en zich kan voortplanten. Een biotoop is de kleinst mogelijke geografische onderverdeling van de habitat.. Aan de hand van deze techniek kan de waaier aan functies van een site, en dus ook de rijkdom ervan, worden vergroot. Leefmilieu Brussel bevordert ook de participatie van de inwoners en van de gebruikers van de tuinen en parken tijdens het ontwerp, de renovatie en het onderhoud ervan.
Afhankelijk van de kenmerken van de groene ruimten en de beheerwijzen die erop worden toegepast, wordt het onderhoud in eigen beheer uitgevoerd door de tuiniers van Leefmilieu Brussel (bv. voor taken die een expertise en bijzondere knowhow in een historisch park vereisen), ofwel aan externe beheerbedrijven. In dit laatste geval wordt een bestek opgesteld met zeer nauwkeurige technische bepalingen en dagelijks worden de activiteiten gecontroleerd om de uitvoeringskwaliteit te garanderen.
De parkwachters vervullen een onthaal- en preventieve rol
De parkwachters zijn aanwezig of komen langs in de verschillende groene ruimten. Naast hun onthaal- en bewakingsfunctie, werd hun rol geleidelijk aan verrijkt met het organiseren van activiteiten, maar ook met onderhandelingsopdrachten, het verstrekken van informatie en het publiek sensibiliseren over de waarden van Leefmilieu Brussel. Als de context er zich toe leent (er specifieke verwachtingen naar voren komen) kunnen parkwachters ook de rol van animator op zich nemen en activiteiten organiseren die de sociale cohesie tussen gebruikers bevorderen die specifiek zijn aangepast aan de locatie. Door nauw samen te werken met buurtverenigingen, kennen de parkwachters-animatoren de noden en wensen van de gebruikers en kunnen ze hen activiteiten voorstellen die daarmee overeenstemmen.
De bomen van het park zijn het voorwerp van een fytosanitaire opvolging
Een team van de afdeling Groene ruimten is verantwoordelijk voor de gezondheidsopvolging van de bomen in de parken die beheerd worden door Leefmilieu Brussel. Die follow-up houdt onder meer een periodieke visuele controle in (om de 3 à 5 jaar) van de gezondheidstoestand van bijna 45.000 bomen verdeeld over 55 parken en seminatuurlijke sites. Elke boom met een omtrek van meer dan 40 cm op 1,5 meter hoogte wordt beschreven op het vlak van de locatie de afmetingen, de omgeving en de gezondheidstoestand (bv. beschadigingen, soorten insecten of ziektes). Dankzij die gegevens kunnen de risico’s voor het publiek en de infrastructuur periodiek geëvalueerd worden en kunnen er, indien nodig, op korte of lange termijn interventies worden voorzien (bomen verzorgen, snoeien, kappen ...). Er kan ook verder onderzoek worden uitgevoerd om de diagnostiek verder te verfijnen.
Voor meer informatie betreffende dat verder onderzoek
Dat verder onderzoek houdt het volgende in:
- de tractietest: de kracht van een windstoot wordt gesimuleerd door via een kabel kracht op een boom uit te oefenen. Zo kan er getest worden hoe breekbaar de boom is en hoe stevig deze in de grond is verankerd.
- de tomografie: geluidsgolven worden door één of meerdere secties van de stam gestuurd. De snelheid waarmee de bomen dat geluid geleiden wordt gemeten met sensoren om de staat van het hout te evalueren (onder meer de aanwezigheid van gaatjes of rotte stukken).
- de resistograaf: een fijne boor wordt in de stam geboord om te meten hoeveel weerstand er wordt gegeven bij het doorboren van het hout.
Deel van de interactieve kaart van de bomen in de gewestelijke parken (soort, hoogte, omtrek van de boomstam en diameter van de kruin)
Bron: Leefmilieu Brussel 2023 (Geodata-portaal)
De gegevens over de bomen die verzameld worden, staan in een database. De locatie-, soort- en afmetingengegevens van de bomen zijn openbaar raadpleegbaar via Geodata, het cartografisch portaal van Leefmilieu Brussel (kaart Bomen in de gewestelijke parken).
Nieuwe groene ruimten worden aangelegd door de afdeling Groene Ruimten
Hoewel meer dan de helft van de oppervlakte van het Gewest bedekt is met groene ruimten, hebben nog veel wijken een tekort aan openbare groene ruimten. Dit is met name het geval in dichtbebouwde wijken, zoals in de Vijfhoek en de eerste kroon, en langs het kanaal (voor meer informatie over de ongelijkwaardigheid in groene ruimten, zie de factsheets Voor het publiek toegankelijke groene ruimten en Vegetatiebedekking in het Brussels Gewest). Bovendien heeft naar schatting ongeveer twee derde van de Brusselaars geen toegang tot een privétuin (Dedicated 2020).
Tijdens de covid-19-gezondheidscrisis is door de te grote toevloed van bezoekers in bepaalde parken duidelijk geworden dat er in sommige wijken een gebrek aan groene ruimten is en dat de Brusselaars behoefte hebben aan rustige ruimten waar zij kunnen sporten en zich kunnen ontspannen (zie Jaarverslag 2020, Leefmilieu Brussel). Deze sterke toename van het aantal bezoekers van de parken zet zich voort tijdens het mooie seizoen en heeft een seizoensgebonden versterking van de teams van parkwachters en meer aandacht van de tuiniers noodzakelijk gemaakt om het onderhoud van de meest bezochte ruimten te waarborgen.
De verbetering van het aanbod aan groene ruimten in de buurt, met name in de Vijfhoek en de eerste kroon, is een van de belangrijkste doelstellingen van het gewestelijk Natuurplan en is bevestigd in het Gewestelijk Plan voor Duurzame OntwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen.. De aanleg van groene corridors die groene ruimten met elkaar verbinden, vergroot ook de aanwezigheid van natuur in de stad en versterkt de veerkracht van ecosystemen (zie focus Het groen netwerk).
Het noordelijk gedeelte van het Park van lijn 28, dat dankzij een nauwe samenwerking tussen Leefmilieu Brussel en de Stad Brussel werd verwezenlijkt en in april 2021 werd geopend, is een van de meest recente grote projecten in de centrumwijken. Dat langwerpig parkdeel vormde de ontbrekende schakel tussen het Bockstaelplein (Laken), de Havenlaan, de Thurn & Taxis-site en andere recent aangelegde aangrenzende groene ruimten. Dankzij die verbinding kon er een aaneensluitende groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. gecreëerd worden van ongeveer 13 ha. Dit park is een mooi voorbeeld van multifunctionaliteit, aangezien het een combinatie is van steun voor zachte mobiliteitMobiliteit waarbij niet-gemotoriseerde vervoermiddelen worden gebruikt, in het bijzonder fietsen en lopen., opwaardering van het natuurlijke (o.a. vochtige gebieden) en historische (oude, niet meer gebruikte spoorlijn) patrimonium, behoud van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). (behoud van braakliggende terreinen) en speel-, sport- en picknickterreinen.
Ook in een dichtbevolkt gedeelte van de stad, in de gemeente Molenbeek, werd eind 2022 er een tijdelijk en evoluerend park van bijna 2 ha geopend op een deel van het oude braakliggende terrein van het Weststation.
In de rand werd de groene ruimte van Kattebroek (Sint-Agatha-Berchem) – een ruimte die beheerd wordt door de onderafdeling Bos en natuur, vlak bij de Groene wandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg. – heropend voor het publiek in oktober 2022. Daarvoor was die ruimte jarenlang gesloten geweest voor het publiek.
De laatste jaren kunnen we ook de aanleg van de verschillende fasen van het Zennepark, het Park Ninoofsepoort of de aanleg van delen van de Groene wandeling en aanverwante groene ruimten (Engelandplateau, Zavelenberg, Marconi, Dolezweide, Vogelzang ...) vermelden.
Naast de aanleg van groene ruimten worden talrijke - soms zeer omvangrijke - herstelprojecten uitgevoerd (speelpleinen zoals die welke onlangs zijn aangelegd in het Scheutbos, de Kruidtuin of het Rood Klooster, paden, uitrusting ...) om de duurzaamheid van de bestaande groene ruimten te waarborgen of de kwaliteit ervan te verbeteren.
Overname van beheer van gemeentelijke groene ruimten door de afdeling Groene Ruimten
De gemeenten beschikken niet altijd over de nodige menselijke en budgettaire middelen, daarom werd een beleid van overname van het beheer van gemeentelijke parken door Leefmilieu Brussel ingevoerd.
Zo heeft het Gewest in 2017 het beheer overgenomen van 4 gemeenteparken (L28-park, Marie-Josépark, Albertpark in Molenbeek en Bospark in Anderlecht) en werden 4 andere parken in beheer genomen in 2018 (Gulledellepark, Tercoignepark, Sauvagèrepark en Goede Herderpark). Twee stukken van de groene wandeling werden aangekocht in 2018 (Kanaal en Nestor Martin). Meer recent werd ook het beheer van alle of een deel van de sites van de Kauwberg, Walckiers, de Hippodroom van Bosvoorde en Wiels toevertrouwd aan Leefmilieu Brussel.
Deze overname van het beheer van de parken door het Gewest zal het op termijn mogelijk maken de coherentie van hun ontwikkeling te verbeteren en schaalvoordelen te verwezenlijken (aankoop van planten, materialen, landschapsarchitecten en personeel op het terrein). Deze overdracht vergemakkelijkt bovendien de realisatie van projecten op schaal van het Gewest zoals de groene wandeling, het groene en het blauwe netwerk, het speelnetwerk of de ontwikkeling van sportactiviteiten in de parken Voor de groene ruimten in kwetsbare gebieden kan een parkbewaking worden ontwikkeld die is afgestemd op de lokale maatschappelijke realiteit.
Een ecologisch en kwalitatief beheer voor alle Brusselse groene ruimten
Geleidelijk aan moet deze benadering worden uitgebreid naar alle groene ruimten die worden beheerd door de gemeenten en andere aanleggers en beheerders van groene ruimten.
Hiervoor worden verschillende tools ingevoerd: opleidingsseminaries, gidsen van goede praktijken inzake ecologisch en landschapsbeheer, productie van thematische fiches, mogelijkheid een beroep te doen op een “natuurfacilitator”, projectoproepen en subsidies, terbeschikkingstelling van een tool voor beoordeling van het potentieel voor ontwikkeling van de biodiversiteit van een site voor architecten en stedenbouwkundigen, enz.
Ook werden er overeenkomsten ondertekend of worden op dit moment ondertekend tussen Leefmilieu Brussel en de openbare partners die groene ruimten in de brede zin bezitten (Brussel Mobiliteit, BGHM, Citydev, Infrabel, Haven van Brussel) voor partnerschappen voor een beheer dat bevorderlijk is voor de biodiversiteit en de stadslandbouw.
Sinds 2017 neemt de afdeling Groene ruimten, in partnerschap met andere instellingen, deel aan de denkoefeningen over de grote stedenbouwkundige uitdagingen van het Gewest. Deze denkoefeningen zullen het partnerschap leiden naar een actieve aanpak van de realisaties (aanleg van nieuwe groene ruimten, aanleg van verbindingen en groene connectiviteit) en op termijn de overname van het beheer van nieuwe ruimten die in ontwerpfase zijn of die nog moeten worden aangelegd.
De afdeling Groene ruimten is ook indirect betrokken bij het beheer van aanzienlijke middelen die worden besteed aan de aanleg of de herkwalificatie van de Brusselse groene ruimten in het kader van de uitvoering van het Beliris-samenwerkingsakkoord dat tot doel heeft de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel te promoten.
Om te downloaden
Methodologische fiche
Tabellen met de gegevens
Factsheets
Thema “Grondgebuik en landschappen in Brussel”
- n°14. Semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die genieten van een beschermingsstatuut (.pdf)
- n°6. Het Groene netwerk (.pdf)
- n°4. Inrichting en beheer van openbare groene ruimten door het BIM van 1993 tot 2001 (.pdf)
Thema “Duurzame voeding en stadslandbouw”
Fiches van de Staat van het Leefmilieu
- Seminatuurelijke sites en beschermde groene ruimten (februari 2021)
- Focus : Good food : Professionele landbouw in het Brussels Gewest (februari 2020)
- Focus : Het groene netwerk (editie 2015-2016)
- Focus : Het speelnetwerk (editie 2015-2016)
- Focus : Sport en groene ruimten in Brussel (juli 2021)
- Focus : Voor het publiek toegankelijke groene ruimten (mei 2022)
- Focus : Wat waren de effecten van de eerste COVID-19 insluiting op het milieu? (februari 2022)
Andere publicaties van Leefmilieu Brussel
- Kaart “Vegetatie 2021 - Vegetatiebedekking in september 2021”
- Kaart “Publiek toegankelijke groene ruimten”
- Kaart “Beoordeling van het aanbod in groene ruimten (2001)”
- Kaart « Groene wandeling »
- Kaart « Moestuinen van Leefmilieu Brussel »
- Kaart « Gebieden met een tekort aan publiek toegankelijk groen»
- Kaart « Fragmentatie van de groene ruimten» (2008)
Studies en rapporten
- Studie voor een herinrichting van de speel- en sportterreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
- Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles-Capitale
Fase 1 (.pdf) - Fase 2 (.pdf) - Fase 3 (.pdf) (enkel in het Frans) - Développement d’une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts bruxellois - Synthèse des recommandations de l’étude (.pdf) (enkel in het Frans)
- Dedicated 2020. “Etude sur les opinions et les comportements des Bruxellois pour la résilience de leur ville dans le contexte de la crise sanitaire du Covid-19” (.pdf) (enkel in het Frans)
Plannen en programma‘s
- Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest (.pdf)
- Strategie Good Food "Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest"
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek I – Plaatsbeschrijving, 2019 (.pdf)
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek II - Beheerdoelstellingen en –maatregelen, 2019 (.pdf)
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek III - Beheerplannen voor de archeologische sites, natuurreservaten en bosreservaten, 2019 (.pdf)
Voor het publiek toegankelijke groene ruimten (2023)
Focus – Actualisering: december 2023
78% van de Brusselaars heeft een openbare groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. dicht bij huis. De aard en de kwaliteit van deze groene ruimten lopen echter sterk uiteen. Van de Brusselaars die in wijken met een gebrek aan groene ruimten wonen, wonen er bijna 158.000 in wijken met weinig vegetatie (minder dan 30% vegetatiebedekking).
Waarom de toegankelijke groene ruimten in kaart brengen?
Iets meer dan de helft van het Brusselse grondgebied is door vegetatie bedekt. Die is divers van aard: parken, bossen, wouden, braakliggende terreinen, begroeide elementen in de openbare ruimte en langs wegen (gazons, bomen, bloemperken), velden, weiden, groendaken, particuliere tuinen of zelfs grote privédomeinen.
Hoewel ze allemaal belangrijk zijn voor de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en de veerkracht van de regio, spelen alleen de voor het publiek toegankelijke groene ruimten een belangrijke sociale rol in termen van levenskwaliteit en volksgezondheid, met name als plaatsen om zich te ontspannen, te spelen en elkaar te ontmoeten. Deze rol is bijzonder belangrijk in een stad als Brussel, waar ongeveer 2/3 van de inwoners geen toegang heeft tot een privétuin (Dedicated, 2020). Voor meer informatie, zie de gedocumenteerde factsheet over de bijdrage van de natuur aan de gezondheid van de Brusselaars.
Zowel in het eerste Natuurplan als in het Gewestelijk Plan inzake Duurzame OntwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen. stelt de regering zich tot doel dat elke Brusselaar zou beschikken over een toegankelijke en aantrekkelijke groene ruimte van meer dan 1 hectare binnen een straal van 400 m rond zijn woning of van minder dan 1 hectare binnen een straal van 200 m.
Meer in het algemeen is het gewestelijk beleid inzake groene ruimten erop gericht de stad groener te maken, met name in de meest dichtbevolkte en -bebouwde gebieden.
Fragment van de kaart met publieke groene ruimten op luchtfoto-achtergrond (januari 2024)
Bron: Geodata - Leefmilieu Brussel (2024), online beschikbaar
Door de voor het publiek toegankelijke groene ruimten in kaart te brengen, kan worden nagegaan in welke gebieden van het Brussels Gewest onvoldoende dergelijke ruimten beschikbaar zijn. De zones met een tekort geven de gebieden aan waar de ontwikkeling van groene ruimten en de vergroeningsdynamiek een prioriteit moeten zijn. De informatie over voor het publiek toegankelijke groene ruimten is bedoeld om een breed scala van doelgroepen en gebruikers te bereiken: de gewestelijke autoriteiten voor het beheer en de ontwikkeling van territoriale strategieën op grote schaal, de gemeenten voor de implementatie van meer lokale en gevarieerde strategieën, de burgers voor de kennis van hun grondgebied en hun levenskwaliteit, en zelfs voor de ontwikkeling van lokale projecten.
Sinds de oprichting van Leefmilieu Brussel werden verschillende kaarten van de toegankelijke groene ruimten opgesteld
Een eerste geogerefereerde inventaris (elektronische cartografie) van de Brusselse groene ruimten werd uitgevoerd in 1997 ter ondersteuning van de ontwikkeling van het programma van het Groene netwerk (IGEAT-ULB, 1997). De gebruikte typologie maakte het echter niet mogelijk een verregaand onderscheid te maken tussen de voor het publiek toegankelijke groene ruimten.
In 2009 werd een nieuwe studie uitgevoerd om een geogerefereerde inventaris van de voor het publiek toegankelijke groene en recreatieve ruimten op te stellen (BRAT, 2009). Tot 2020 werd deze inventaris slechts gedeeltelijk bijgewerkt, voornamelijk voor de groene ruimten die door Leefmilieu Brussel worden beheerd.
In 2020 kreeg BRAT de opdracht om, in samenwerking met Nordend, de inventaris en de databank met geogerefereerde gegevens over de toegankelijke groene ruimten bij te werken, aan te vullen en te reorganiseren, zodat hij voldoet aan de behoeften van de verschillende gebruikers. De opdracht omvat ook de ontwikkeling van een reproduceerbare methode voor de regelmatige updates van de databank aan de hand van informatie die wordt verstrekt door de beheerders van de groene ruimten. Deze databank wordt momenteel continu bijgewerkt.
Welke groene ruimten zijn in kaart gebracht?
Het begrip 'voor het publiek toegankelijke groene ruimten' is niet eenduidig gedefinieerd en varieert naargelang van de nagestreefde doelstellingen en de context van het stedelijke beleid. Daarom was de eerste fase van het in 2020 gelanceerde project gewijd aan de definitie van de groene ruimten die in deze inventaris moeten worden opgenomen, de verschillende categorieën en de toe te passen criteria. Bij de ontwikkeling van dit kader is uitgegaan van wat elders is gedaan en van de resultaten van beschouwende workshops en uitwisselingen waaraan verschillende gemeentelijke en gewestelijke spelers die de databank zullen gebruiken, hebben deelgenomen.
Het was de bedoeling een zo breed mogelijke benadering te volgen, zodat alle voor het publiek toegankelijke ruimten die bijdragen tot de levenskwaliteit en het groene karakter van het Gewest, ongeacht hun omvang of aard, eronder vallen.
Als resultaat van dit proces werden de volgende criteria gebruikt om de in aanmerking genomen toegankelijke groene ruimten en ruimten met groene elementen te definiëren:
- Beplanting: > 10% vegetatiebedekking
< 30% volle grond of andere natuurlijke begroeiing à publieke ruimten met groene elementen
Het gaat om pleinen, pleintjes, trottoirverbredingen ... Deze ruimten zijn in hoofdzaak verhard, maar bevatten beplantingen om hun 'groene' karakter te waarborgen. Ze bieden publieke functies en zorgen voor ademruimte, en hebben dus een belangrijke sociale en ecologische functie op wijkniveau.
> 30% volle grond of andere natuurlijke bedekking à groene ruimten
Voorbeelden van ruimten die in de inventaris opgenomen zijn volgens de vegetatiebedekking
Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
- Toegankelijkheid:
Feitelijk (niet noodzakelijkerwijs juridisch)
Voor iedereen
Gratis
Zelfs als de toegankelijkheid beperkt is in de tijd (bv. 1 dag/maand open)
Tijdelijk ingerichte ruimten worden in aanmerking genomen
Voorbeelden van ruimten die in de inventaris opgenomen zijn volgens de toegankelijkheid
Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
- Verblijfs- en/of vrijetijdsfuncties: de ruimte moet ontworpen zijn om te vertoeven en om het publiek te ontvangen (banken, speeltuigen, paden enz.)
Voorbeelden van ruimten met verblijfs- en/of vrijetijdsfuncties die in de inventaris opgenomen zijn
Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
- Grootte: geen minimumgrootte
Naast de 'als oppervlakte afgebakende' ruimten zijn ook paden die geen deel uitmaken van een publieke groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. in de inventaris opgenomen, indien aan bepaalde voorwaarden is voldaan: vrije toegang voor het publiek, wandelfunctie, groene omgeving (openbaar of privé), verboden voor voertuigen (behalve voor technische diensten) en geen wegverkeer.
Voorbeelden van in de inventaris opgenomen paden
Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
Opgelet
Kortom, de criteria die in aanmerking worden genomen om een ruimte op te nemen in de inventaris van groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen zijn:
- Feitelijke en gratis toegang (zelfs indien tijdelijke ruimte of met openingsuren)
- > 10% bedekt met vegetatie
- Ruimte die is ingericht voor het verblijf en het onthaal van het publiek (banken, speeltuigen, paden enz.)
De categorieën en subcategorieën die worden gebruikt om de verschillende ruimten te definiëren zijn:
- Publieke ruimten met groene elementen (10-30% volle grond of ander natuurlijk oppervlak)
- Groene ruimten (> 30% volle grond of ander kenmerkend natuurlijk oppervlak)
Parken en pleinen (in de ruime betekenis van het woord)
Bossen en wouden
Begraafplaatsen
Groene ruimten langs de rijbaan (bermen, rotondes enz.)
Vijvers en oevers in stedelijk milieu (met uitzondering van parken en bossen)
Niet ingerichte groene ruimten (braakliggende terreinen, niet ingerichte gazons) - Potentiële groene ruimten
- Projecten voor groene ruimten (niet exhaustief)
- Paden in een groene omgeving
Deze afbakening van het begrip groene ruimten maakt het mogelijk vele kleine ruimten op te nemen die een belangrijke rol spelen op wijkniveau (squares, pleintjes, 'pocket parks' enz.) als plaatsen voor sociale interacties, ontmoetingen of spelen. Ruimten die te veel verhard zijn, worden uitgesloten (ruimten die als groene ruimten zijn opgenomen, moeten meer dan 30% volle grond of een andere natuurlijke bedekking hebben).
Bij gebrek aan andere bronnen wordt de aard van de bodembedekking (aanwezigheid van volle grond of andere natuurlijke bedekking versus kunstmatige bedekking) geschat op basis van luchtfoto’s of Google Streetview, rekening houdend met hun respectieve oppervlakte in verhouding tot de totale oppervlakte van de ruimte.
Verschillende velden in de databank verschaffen heel wat aanvullende informatie (o.a. oppervlakte, % begroeiing, categorie, openingsvoorwaarden, eigenaar, beheerder enz.). Voor planningsdoeleinden werd een veld genaamd 'Potentieel' opgenomen om gebieden in de inventaris op te nemen die niet in de definitie zijn opgenomen, maar die potentieel bieden voor de creatie van een nieuwe groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen., of gebieden die er wel in zijn opgenomen, maar die aanzienlijk potentieel hebben voor een verbetering van hun ontwerp.
Voorbeelden van in de inventaris opgenomen ruimten die potentieel bieden voor de creatie van een nieuwe groene ruimte
Illustratiebronnen: BRAT & Nordend, 2021
Elke groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. of publieke ruimte met groene elementen is nauwkeurig afgebakend op basis van kaarten met daarop de wegen, gebouwen, kadastrale percelen, en op basis van luchtfoto’s. Lokale wegen binnen de geselecteerde ruimten zijn opgenomen. Aangezien dit een databank met geogerefereerde gegevens is, kan deze informatie worden gekruist met andere gegevenslagen (bv. hydrografisch net, speeltuinen, bestemming in het Gewestelijk Bodembestemmingsplan (GBP) enz.).
De definitie van groene ruimten die voor de kaart van 2021 werd gebruikt, is gebaseerd op die van 2008 om een te grote breuk te voorkomen. Met het oog op een bredere acceptatie van het concept, met name wegens de veranderde praktijken en behoeftes (ontwikkeling van 'pocket parks', tijdelijke ruimten enz.), zijn er niettemin verschillen met 2008. De constructie van de databank maakt het echter mogelijk bepaalde gegevens van beide inventarissen te vergelijken.
Hoe werd de informatie verzameld?
In een eerste fase werden de in de inventaris van 1998 in kaart gebrachte groene ruimten onderzocht in het licht van de in 2021 gebruikte definities. Deze analyse werd aangevuld met verschillende informatiebronnen: luchtfoto’s (2019), exploitatie van andere gewestelijke databanken (bomen op de weg, GBP, STAPAS-kaart van wegen voor niet-gemotoriseerd verkeer enz.), gegevens verstrekt door de gemeenten en Leefmilieu Brussel, inachtneming van stedenbouwkundige projecten enz. Complexe gevallen werden tijdens technische vergaderingen besproken.
De tweede fase van de studie, die in 2022 van start is gegaan, omvat de validatie van de databank met de beheerders en de ontwikkeling van een methode voor regelmatige updates door Leefmilieu Brussel op basis van gegevens die de beheerders via een digitale interface kunnen verstrekken (zie interactief formulier bij de geodata-kaart).
In 2023 beslaan de voor het publiek toegankelijke groene ruimten en ruimten met groene elementen 3.194 ha, of 19,7% van het gewestelijk grondgebied
De voor het publiek toegankelijke groene ruimten en openbare ruimten met groene elementen die in de inventaris zijn opgenomen, beslaan 3.194 ha, d.w.z. 19,7% van het gewestelijk grondgebied.
Dit gebied komt overeen met ruwweg 39% van de vegetatiebedekking (inclusief het bladerdak). Met andere woorden, ongeveer 60% van de vegetatiebedekking stemt overeen met niet voor het publiek toegankelijke groene ruimten (privétuinen of -domeinen, bepaalde ruimten langs wegen, spoorwegtaluds, wooncomplexen, campussen enz.).
Bijna 58% van de toegankelijke groene ruimten en ruimten met groene elementen bestaat uit bossen (233 ha) en het Zoniënwoud (1608 ha). Parken en pleinen vertegenwoordigen 34%. De overige ruimten zijn begraafplaatsen (4,8%), niet-ingerichte ruimten (1,2%), ruimten langs de rijbaan (1,3%), ruimten waarvoor geen typologie kon worden toegewezen (1%) en vijvers en oevers buiten parken en bossen (0,4%).
Er zijn 834 toegankelijke groene ruimten en 87 toegankelijke ruimten met groene elementen van minder dan 1 ha. Ze beslaan bijna 178 ha en 12 ha.
58% van de oppervlakte van de toegankelijke groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen bestaat uit bossen en het Zoniënwoud
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
De kaart van gebieden met een gebrek aan toegankelijke groene ruimten
Deze kaart geeft een overzicht van de toegankelijke groene ruimten in het Brussels Gewest en duidt aan in welke gebieden van het Gewest er een gebrek is aan die ruimten.
De groene ruimten die voor de opstelling van deze kaart en de analyse van de gegevens in aanmerking zijn genomen, zijn de wettelijk toegankelijke ruimten met een vegetatiebedekking van meer dan 50% die zijn ingericht voor het onthaal van het publiek. De zones met tekorten werden vastgesteld op basis van de toegankelijkheidsdoelstellingen voor groene ruimten die in het Natuurplan en het GPDO zijn gedefinieerd: het gaat om alle gebieden die op meer dan 200 m van een groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. van minder dan 1 hectare en op meer dan 400 m van een groene ruimte van meer dan 1 hectare liggen. De in aanmerking genomen afstanden komen overeen met de werkelijke trajecten (niet in vogelvlucht) naar de ingangen (specifiek of gespreid) van de groene ruimten.
De keuze van de in aanmerking genomen groene ruimten is gebaseerd op de wens om de gegevens van de inventaris van 2009 te kunnen vergelijken met die van de huidige inventaris. Voor de analyse werden de ingangen van de groene ruimten beschouwd als de kruisingen tussen de wegen en de grenzen van de groene ruimten.
De meerderheid van de Brusselaars die in gebieden met een tekort aan groene ruimten wonen, wonen in de meest centrale wijken
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
Onderstaande kaart houdt enkel rekening met toegankelijke groene ruimten van meer dan 1 ha. De verschillende kleuren komen overeen met de tijd die nodig is om de afstand van het betreffende punt naar de dichtstbijzijnde groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. van meer dan 1 ha te lopen. Brusselaars die in de oranje en rode zone wonen, bevinden zich op meer dan 400 meter lopen van een groene ruimte van meer dan 1 hectare.
Een aanzienlijk deel van het grondgebied ligt op meer dan 400 meter van een toegankelijke groene ruimte van meer dan 1 ha (wandelafstand)
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
Deze gebieden met tekorten geven aan op welke plaatsen de inrichting van groene ruimten en de dynamiek voor vergroeningOpzettelijke handeling die tot doel heeft vegetatie in groenarme zones in te voeren. als een prioriteit moeten worden beschouwd. Andere criteria zijn onder andere de bewonersaantallen en het percentage vegetatiebedekking in de betrokken gebieden.
Afhankelijk van het project en de doelstellingen ervan kunnen gemakkelijk andere kaarten worden gemaakt op basis van andere criteria (bv. omvang van de groene ruimten, loopafstanden, mate van begroeiing enz.) en kruisingen van gegevenslagen (bv. % jongeren onder de 18 jaar per wijk, gemiddeld inkomen enz.).
22% van de Brusselaars beschikt niet over een groene ruimte in de buurt
In 2023 heeft ongeveer 78% van de Brusselaars een groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. in de buurt van zijn woning (berekend volgens de bovenstaande methodologie; de gegevens over de groene ruimten hebben betrekking op 2023, de bevolkingsgegevens op 2021). Deze groene ruimten kunnen van uiteenlopende aard en kwaliteit zijn en niet allemaal dezelfde functies vervullen (zo kan een begraafplaats met overvloedige vegetatie geschikt zijn om er te wandelen, maar niet om er met kinderen te spelen).
Tussen 2020 en 2023 is het geschatte percentage Brusselaars dat in een gebied met een gebrek aan groene ruimten woont, gedaald van ongeveer 26% naar 22%. Deze ogenschijnlijk positieve ontwikkeling moet echter in perspectief worden geplaatst voor zover ze enerzijds waarschijnlijk gedeeltelijk verband houdt met een meer volledige inventaris van de gebieden die in de databank moeten worden opgenomen (de gegevens van 2020 waren nog niet gevalideerd) en anderzijds omdat de bevolkingsgegevens betrekking hebben op 2021 en niet op 2023 (de bevolking van Brussel is tussen 2020 en 2023 met ongeveer 23.000 inwoners toegenomen).
En 42% heeft geen groene ruimte van meer dan 1 ha binnen 400 m van hun woning
Als we enkel rekening houden met groene ruimten van meer dan 1 ha (d.w.z. ongeveer de grootte van het voetbalveld van de Heizel x 1,4), bedraagt het percentage van de bevolking met toegankelijke groene ruimten slechts 58,2%. Met andere woorden, bijna 42% van de Brusselaars heeft geen toegang tot een groene ruimte van meer dan 1 hectare binnen 400 meter van hun woning (wandelafstand). En van de laatstgenoemden heeft de helft (22% van de totale bevolking) ook geen toegang tot een kleine groene ruimte (minder dan 1 ha) binnen 200 meter van hun huis.
Schaarbeek, Brussel-Stad, Elsene, Molenbeek en Ukkel, gemeenten met het hoogste absolute aantal burgers die in een gebied met een tekort aan groen wonen
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
Wat het percentage van de bevolking betreft, zijn de gemeenten met de grootste achterstand, in volgorde, Elsene, Ukkel, Molenbeek, Oudergem, Vorst, Sint-Gillis, Sint-Lambrechts-Woluwe en Schaarbeek. In deze gemeenten heeft tussen een kwart en een derde van de bevolking geen groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. in de buurt.
7 gemeenten hebben minder dan 10 m² publieke groene ruimten per inwoner
Het aanbod van groene ruimten kan ook worden beoordeeld aan de hand van de beschikbare oppervlakte per inwoner. Deze indicator biedt een weergave van de recreatiedruk op een groene ruimte, die kan leiden tot beschadigingen (bv. overmatig vertrappen van gazons) of gebruiksconflicten. Het 'herbronningseffect' van het contact met de natuur is ook minder sterk in een druk bezochte groene ruimte.
In 2023 is gemiddeld 25 m² toegankelijke groene ruimte beschikbaar per inwoner van Brussel, met opnieuw sterke verschillen tussen de wijken en gemeenten.
De beschikbaarheid van toegankelijke groene ruimten per inwoner varieert van 1 m2 in Sint-Gillis tot 314 m2 in Watermaal-Bosvoorde (inclusief bos)
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
De in de literatuur beschikbare normen voor de beschikbaarheid van toegankelijke groene ruimten per bewoner lopen sterk uiteen. De stad Parijs (departement Parijs en drie aangrenzende departementen) heeft via een ministeriële rondzendbrief uit 1973 de hoeveelheid groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. vastgesteld op 10 m²/inwoner in de centrale zone en 25 m²/inwoner in de peri-urbane zone (Institut d'aménagement et d'urbanisme d'Ile de France, 2009). 7 Brusselse gemeenten hebben minder dan 10 m² publieke groene ruimte per inwoner, namelijk Sint-Gillis (1,1 inwoners per m² beschikbare groene ruimte), Etterbeek, Sint-Joost, Elsene, Schaarbeek, Molenbeek en Koekelberg. De gemeente Vorst haalt net de drempel. Met 12 m² per inwoner zitten ook de gemeenten Sint-Lambrechts-Woluwe en Anderlecht dicht bij de drempel van 10 m².
De randgemeenten Watermaal-Bosvoorde, Oudergem, Ukkel en, in mindere mate, Sint-Pieters-Woluwe hebben daarentegen, met name door de aanwezigheid van het Zoniënwoud, een bijzonder hoge beschikbaarheid van toegankelijke groene ruimten per inwoner. Toch woont een groot deel van de inwoners van Ukkel en Oudergem in wijken met onvoldoende publieke groene ruimten (zie grafiek en tabel).
Zeer groene gemeenten, maar waar een groot deel van de bevolking in gebieden met een gebrek aan toegankelijke groene ruimten woont
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
Deze grafiek toont aan dat zelfs in zeer ‘groene’ gemeenten (in termen van vegetatiebedekking) zoals Ukkel en Oudergem, respectievelijk meer dan een derde en meer dan een kwart van de bevolking in wijken zonder toegankelijke groene ruimten woont. Dit kan worden verklaard door verschillende factoren: veel groene ruimten maken geen deel uit van de openbare ruimte (privé- of bedrijfstuinen, groene speelplaatsen …) of zijn geen toegankelijke groene ruimten (vegetatie naast wegen, sommige collectieve moestuinen ...). Daarnaast kan het openbaar groen zeer ongelijk verdeeld zijn over het grondgebied.
Voor meer informatie: tabel met kwantitatieve gegevens over toegankelijke groene ruimten en het vegetatiebedekking per gemeente
13% van de Brusselaars heeft geen groene ruimte in de buurt en woont in een wijk met weinig begroeiing (< 30%)
Vanuit een stedenbouwkundig oogpunt is de analyse van het kwantitatieve aanbod van groene ruimten relevanter op wijkniveau. Gegevens over de vegetatiegraad, de toegankelijke groene ruimten en de bevolking zijn beschikbaar voor alle 145 Brusselse wijken (zie de definitie van het BISA-Wijkmonitoring).
Uit een analyse van de gegevens op een fijnere ruimtelijke schaal blijkt dat 16.717 Brusselaars wonen in een wijk met een vegetatiebedekking van 10% of minder, waar een gebrek is aan openbaar groen. Dit cijfer bedraagt 157.853 inwoners als we kijken naar de wijken waar de begroeiingsgraad minder dan 30% bedraagt.
Ongeveer 160.000 Brusselaars wonen in een wijk met weinig groen (< 30%) en in een wijk met een gebrek aan openbare groene ruimten
Bron: Leefmilieu Brussel, 2023
Aan de hand van deze gegevens kunnen bijvoorbeeld ook de 10 Brusselse wijken worden geïdentificeerd waar het aantal inwoners dat geen bevredigende toegang heeft tot een plaatselijke groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. (volgens de hierboven uiteengezette criteria) het grootst is. Het gaat om Oud-Molenbeek, Kuregem Bara, de Waversesteenweg - Sint-Juliaan, Dailly, Woeste, Laag Vorst, Haachtsesteenweg, Weststation, Kastelein en Oud Laken oost. Sommige van deze wijken hebben zeer weinig vegetatie (Oud-Molenbeek, Kuregem Bara, Weststation, Laag Vorst, Haachtsesteenweg, enz.).
Naast deze zuiver kwantitatieve benadering moet bij het onderzoek van het aanbod voor diagnostische doeleinden ook rekening worden gehouden met de kwalitatieve aspecten van de groene ruimten.
Wat valt er te zeggen over de evolutie van het aanbod van toegankelijke groene ruimten sinds 2009?
De vergelijking van de twee inventarissen (2009 en 2020) levert problemen op door de evolutie van de definitie van de in aanmerking genomen groene ruimten en wegens een herziening van de cartografische contouren van de groene ruimten (grotere nauwkeurigheid in 2020, wat heeft geleid tot een verlies van 23 ha). De geïmplementeerde middelen maakten het ook mogelijk om in 2020 een grondigere inventaris op te stellen. Hoewel de globale cijfers van deze twee inventarissen niet met elkaar kunnen worden vergeleken, kunnen aan de hand van een meer gedetailleerde analyse van de resultaten in de databank toch bepaalde schattingen worden gemaakt.
De hieronder gepresenteerde gegevens hebben betrekking op de feitelijk (en dus niet noodzakelijk wettelijk) toegankelijke groene ruimten.
Tussen 2009 en 2020 zijn er 90 groene ruimten (> 30% doorlaatbaarheid) of publieke ruimten met groene elementen (tussen 10 en 30% doorlaatbaarheid) “aangelegd”. Dit cijfer omvat 'echte creaties', d.w.z. de aanleg, vanuit het niets, van groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen op een plaats waar er voordien geen waren, maar ook lichte ingrepen waardoor de begunstigde ruimten in de bijgewerkte inventaris konden worden opgenomen (bv. een berm of trottoirverbreding waar sinds 2008 een bankje is toegevoegd).
De 'echte creaties', 49 in totaal, beslaan een oppervlakte van 26 ha. De 41 lichte ingrepen vertegenwoordigen 3 ha.
26 ha groene ruimten (essentieel) en publieke ruimten met groene elementen (bijkomstig) aangelegd tussen 2009 en 2020
Bron: Leefmilieu Brussel, 2022
Tussen 2009 en 2020 werden 38 parken en pleinen aangelegd (inclusief lichte ingrepen). In termen van oppervlakte heeft bijna de helft van de 'echte creaties' van groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen betrekking op het grondgebied van Brussel-Stad (12,5 ha, waarvan 11 ha overeenstemt met het Groene Lint en het Pannenhuispark). Ook in de gemeenten Molenbeek (o.a. het park van L28 en de Ninoofsepoort) en Anderlecht (o.a. Paepsemlaan - Industrielaan) werden respectievelijk bijna 5 ha en 3 ha groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen aangelegd.
In deze periode zijn echter ook groene ruimten verdwenen als gevolg van bouwprojecten. Het gaat om 22 groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen met een totale oppervlakte van 7,9 ha.
De 'netto toename' van het aanbod van toegankelijke groene ruimten of publieke ruimten met groene elementen (overeenkomend met de 'echte creaties') bedroeg dus ongeveer 18 ha (of ongeveer 36 voetbalvelden).
Rekening houdend met het feit dat de Brusselse bevolking tussen 2009 en 2020 met 149.723 inwoners is gegroeid (Statbel, 2022), komt deze netto toename overeen met 1,2 m² per nieuwe inwoner.
De conclusie is dat, hoewel de oppervlakte aan groene ruimten en publieke ruimten met groene elementen tussen de twee inventarissen is toegenomen, dit aanbod in verhouding tot het aantal inwoners in dezelfde periode op gewestelijke schaal is afgenomen als gevolg van de sterke demografische groei.
Wat de gewestelijke sites betreft, is de afgelopen 2 decennia ongeveer 85 ha groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. opengesteld of in beheer genomen door Leefmilieu Brussel. De Groene WandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg., een lus van 60 km rond Brussel die verschillende Brusselse parken en landschappen doorkruist, is ook ingericht om te wandelen en te fietsen.
Meer informatie over de aanleg van nieuwe gewestelijke groene ruimten is te vinden in het thema over groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel.
Om te downloaden
Factsheets
- Bijdrage van de natuur op de gezondheid van de Brusselaars 2022 (.pdf)
- Sociale vertegenwoordiging van de Brusselaars ten aanzien van de natuur en de Brusselse groene ruimten 2022 (.pdf)
- Het groen netwerk 2017 (.pdf)
Fiches van de Staat van het Leefmilieu
- Groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel (2023)
- Focus : Sport en groene ruimten in Brussel (2021)
- Focus : Vegetatiebedekking in het Brussels Gewest (2023)
- Focus: De Biologische waarderingskaart van het Brussels Gewest (2022)
- Focus : Het speelnetwerk (2022)
Andere publicaties van Leefmilieu Brussel
- Kaart «Vegetatie 2021 – Vegetatiebedekking in september 2021 »
- Kaart « Publiek toegankelijke groene ruimten 2024 »
- Kaart « Groene wandeling »
- Kaart « Gebieden met een tekort aan publiek toegankelijk groen »
Studies en rapporten
- BRAT & NORDEND 2021. « Mise à jour et réorganisation de la base de données Postgis des espaces verts accessibles au public», eindrapport, studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 58 p. (enkel beschikbaar in het Frans)
- BRAT 2009. « Inventaire des espaces verts et espaces récréatifs accessibles au public en Région de Bruxelles-Capitale », verslag in opdracht van Leefmilieu Brussel, 72 p. (enkel beschikbaar in het Frans)
- BRAT & RUIMTECEL 2009. « Etude pour un redéploiement des aires ludiques et sportives en Région de Bruxelles-Capitale », verslag in opdracht van Leefmilieu Brussel, 51 p. (enkel beschikbaar in het Frans)
- BRAT & PEPS 2017. « Développement d'une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts en Région de Bruxelles Capitale », verslag in opdracht van Leefmilieu Brussel
Phase 1 (.pdf) - Phase 2 (.pdf) - Phase 3 (.pdf) (enkel beschikbaar in het Frans) - BRAT & PEPS 2017. « Développement d’une stratégie globale de redéploiement du sport dans les espaces verts bruxellois - Synthèse des recommandations de l’étude », verslag in opdracht van Leefmilieu Brussel (enkel beschikbaar in het Frans)
- INSTITUT D’AMÉNAGEMENT ET D’URBANISME D’ILE DE FRANCE 2009. « La desserte en espaces verts » (enkel beschikbaar in het Frans)
Plannen en programma’s
Semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten
Indicator - Actualisering: januari 2026
14,6% van het Brussels grondgebied is specifiek beschermd voor natuurbehoud. Doelstellingen voor de instandhouding van de te beschermen natuurlijke habitats en soorten moeten worden vastgesteld en uitgevoerd door middel van beheerplannen. De enige gebieden die momenteel op wettelijke basis onder deze beschermingsregeling vallen, zijn de 18 natuur- en bosreservaten en de 3 Natura 2000-gebieden in het Brussels Gewest.
De menselijke druk op het leefmilieu - en in het bijzonder op de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). - noopt de overheid tot het nemen van beschermende maatregelen in een aantal gebieden.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaan verschillende min of meer bindende beschermingsstatuten in termen van natuurbehoud; soms zijn meerdere statuten van toepassing op eenzelfde gebied. De strengste beschermingsregimes gelden voor natuur- en bosreservaten en Natura 2000-gebieden.
Voor deze gebieden voorziet de wetgeving in de vaststelling van doelstellingen voor de instandhouding van de te beschermen natuurlijke habitats en soorten, alsook in de beheersmaatregelen die nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. Het gewestelijk Natuurplan 2016-2020 spreekt van ‘actieve bescherming’.
Naast deze directe beschermingsstatuten die voortvloeien uit de natuurwetgeving, kunnen groene ruimten ook indirect worden beschermd via wetgeving met betrekking tot ruimtelijke ordening, erfgoedbescherming of de bescherming van watervoorraden. Om de terminologie van het Natuurplan te gebruiken, is dit een ‘passieve bescherming’. Dit impliceert geen verplichting tot actief beheer gericht op het behoud van de biologische waarde van deze groene ruimten, maar sommige van de verbodsbepalingen en voorschriften die erop van toepassing zijn, bieden een zekere mate van bescherming.
Het Brussels Gewest telt 18 natuur- en bosreservaten
Het Brussels Gewest telt 16 natuurreservaten en 2 bosreservaten van respectievelijk bijna 135 ha en 159 ha. In totaal bestrijken deze reservaten 1,8% van het Brussels grondgebied.
Dit zijn beschermde gebieden vanwege hun uitzonderlijke of bijzondere biologische waarde. Zij genieten van de strengste beschermingsregimes.
De natuur- of bosreservaten kunnen ofwel integraal ofwel gericht zijn, naargelang de natuurfenomenen er volgens hun eigen dynamiek kunnen plaatsgrijpen of men een geschikt beheer toepast. Dit is bedoeld om bepaalde soorten en natuurlijke habitats in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen of om opstanden van inheemse bomen of karakteristieke of opmerkelijke landschapsvormen (facies) die verband houden met bepaalde plantenassociaties in stand te houden of te herstellen.
Om meer te weten te komen over de verschillende soorten reservaten, hun status en beheer:
De wet op het natuurbehoud (12 juli 1973) en de Brusselse ordonnantie betreffende het behoud en de bescherming van de natuur (27 april 1995) hebben geleid tot de creatie van de statuten "natuurreservaatGebied dat om wetenschappelijke, esthetische of educatieve redenen wettelijk wordt beschermd met het doel een of meer kenmerken van het landschap in stand te houden.” en “bosreservaatHet bosreservaat is een bos of een deel hiervan dat wordt beschermd met het doel kenmerkende of merkwaardige uitzichten of opstanden van inheemse houtsoorten in stand te houden en er de gaafheid van de bodem en van het milieu te vrijwaren." waarbij gebieden beschermd worden omwille van hun opmerkelijke of uitzonderlijke biologische waarde.
De ordonnantie betreffende het natuurbehoud van 1 maart 2012 (Natuurordonnantie) definieert verschillende soorten reservaten:
- het integrale natuurreservaat: een beschermd gebied, opgericht om er de natuurfenomenen volgens hun eigen dynamiek te laten ontwikkelen;
- het gerichte natuurreservaat: een beschermd gebied waarin een geschikt beheer de natuurlijke habitats en soorten waarvoor het gebied als reservaat is aangeduid, in een gunstige staat van instandhouding beoogt te behouden of te herstellen. Daartoe kunnen maatregelen worden getroffen om planten- en diersoorten in stand te houden, te controleren of opnieuw in te voeren, om bepaalde faciës van het plantendek te behouden of verstoorde natuurlijke habitats weer te herstellen;
- het integrale bosreservaat: een bos of een deel daarvan dat wordt beschermd, gecreëerd om er de natuurfenomenen volgens hun eigen dynamiek te laten ontwikkelen;
- het gerichte bosreservaat: een bos of een deel daarvan dat wordt beschermd, gecreëerd om de populaties inheemse soorten of typerende of opmerkelijke faciës in stand te houden en het ongeschonden karakter van de bodem en het milieu te verzekeren.
De Brusselse natuurreservaten verschillen verder ook naargelang hun statuut:
- de gewestelijke natuurreservaten: deze worden opgericht op gronden die eigendom zijn van het Gewest, die het Gewest huurt of die hiertoe aan het Gewest ter beschikking worden gesteld; zij worden beheerd door het Gewest (Leefmilieu Brussel);
- de erkende natuurreservaten: natuurreservaten die op andere gronden dan de hierboven beschreven gronden worden opgericht, op vraag van de eigenaar van deze gronden en, desgevallend, met instemming van de gebruikers ervan. Zij worden beheerd door een natuurlijke persoon of rechtspersoon (vereniging) en niet door het Gewest;
- de bosreservaten: deze worden opgericht op gronden die eigendom zijn van het Gewest, die het Gewest huurt of die hiertoe aan het Gewest ter beschikking worden gesteld.
Natuurreservaten zijn onderworpen aan de strengste beschermingsmaatregelen. Een aantal daden zijn er verboden (behalve indien het beheerplan in een afwijking voorziet): bouwen of het reliëf van de bodem wijzigen, plukken of verzamelen (inclusief dood hout), niet-inheemse boomsoorten planten, wilde diersoorten opzettelijk verstoren, in het wild levende dieren voederen en vissen uitzetten, de paden verlaten, meststoffen en pesticiden gebruiken, enz. Deze maatregelen zijn ook van toepassing op bosreservaten, die evenwel onder het bosbeleid blijven (regelgeving met betrekking tot openbare bossen, uitgebaat of niet).
Elk natuur- en bosreservaat wordt beheerd volgens een beheerplan dat aan een openbaar onderzoek wordt onderworpen, een verkeersreglement (buiten de wegen en paden voor het openbaar vervoer) en een toezichts- en politiereglement. De Natuurordonnantie voorziet ook in een passende beoordeling van de effecten van alle plannen of projecten die mogelijk de natuur- of bosreservaten op significante wijze kunnen beïnvloeden.
Voor de natuur- en bosreservaten die zich in de Natura 2000-gebieden bevinden zijn de instandhoudingsdoelstellingen die zijn vastgelegd voor de natuurlijke habitats en de soorten identiek aan deze die zijn vermeld in de aanwijzingsbesluiten van het gebied. Slechts 5 natuurreservaten zijn niet gelegen in speciale beschermingszones van het Natura 2000 netwerk, namelijk: Zavelenberg, Vogelzangbeek, Moeraske, Koevijverdal en Rietveld te Neerpede.
In het Zoniënwoud werd het statuut van natuurreservaat vaak toegekend aan vochtige milieus in de valleien. Indien ze sterk onder druk staan als gevolg van recreatief gebruik lopen deze gebieden, die zeer gevoelig zijn voor vertrapping, het risico om snel beschadigd te worden of zelfs te verdwijnen. Het merendeel van de beheerde natuurreservaten die in het Zoniënwoud gelegen zijn, betreft valleien en half-natuurlijke gebieden die vaak een beheer vereisen dat afwijkt van het standaard bosbouwbeheer.
Meer informatie over het beheer van de Brusselse reservaten is ook beschikbaar op het deel van de Brusselse Leefmilieu website dat gewijd is aan biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en groene ruimten.
Goed om te weten
De beheeropties worden gekozen door een comité bestaande uit wetenschappers en leden van natuurbeschermingsverenigingen, afhankelijk van de specificiteit van het gebied en de te bereiken instandhoudingsdoelstellingen. Vervolgens worden ze opgenomen in een beheerplan dat specifiek is voor elk reservaat en dat het voorwerp uitmaakt van een openbaar onderzoek. Deze plannen worden uitgevoerd door Leefmilieu Brussel (soms in samenwerking met verenigingen) en zijn onderworpen aan wetenschappelijke follow-up. Voor 14 van de 18 natuur- of bosreservaten in Brussel is een beheerplan officieel goedgekeurd.
Onderstaande figuren geven de evolutie weer van het aantal reservaten en hun totaaloppervlakte sinds het ontstaan van het Brussels Gewest.
Voor meer informatie over reservebeheer in Brussel.
Sinds de oprichting van het Brussels Gewest zijn er verschillende aanwijzingsgolven van reservaten geweest.
In 2019 werden twee nieuwe reservaten gecreëerd
Bron : Leefmilieu Brussel 2026
Lees de transcriptietekst
De eerste reservaten werden in 1989 aangewezen. Er volgden zes aanwijzingsgolven: in 1990 (de natuur- en bosreservaten van het Rood Klooster), in 1992 (6 natuurreservaten en 1 bosreservaat van de Verdronken Kinderen), in 1998 (4 natuurreservaten), in 2007 (vervanging van het bosreservaat van de Verdronken Kinderen door het integraal bosreservaat Grippensdelle), in 2009 (erkend natuurreservaat in Vogelzang) en in 2019 (erkend natuurreservaat van Koevijverdal en rietveld van Neerpede).
De oppervlakte van het natuurreservaat Vogelzangbeek is in 2022 met 5 ha vergroot
Bron : Leefmilieu Brussel 2026
In 2022 werd het statuut van erkend natuurreservaatGebied dat om wetenschappelijke, esthetische of educatieve redenen wettelijk wordt beschermd met het doel een of meer kenmerken van het landschap in stand te houden. verlengd voor de Vogelzangbeek in Anderlecht, met een uitbreiding van de oppervlakte met 5,15 ha. Drie jaar eerder waren twee nieuwe kleine reservaten, gelegen in dezelfde gemeente, aangewezen: het Koevijverdal en het rietveld van Neerpede.
In juli 2017 werd het integraal bosreservaatHet bosreservaat is een bos of een deel hiervan dat wordt beschermd met het doel kenmerkende of merkwaardige uitzichten of opstanden van inheemse houtsoorten in stand te houden en er de gaafheid van de bodem en van het milieu te vrijwaren. Grippensdelle opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco, samen met 3 andere integrale bosreservaten van het Zoniënwoud in het Vlaams en het Waals Gewest. Deze delen van het Zoniënwoud, die samen een oppervlakte van 270 ha beslaan, zijn erkend als componenten van een reeks van 94 opmerkelijke beukenbossen in 18 Europese landen, die allemaal streng worden beschermd. Samen worden deze beukenbossen erkend als een gemeenschappelijke getuigenis van de uitzonderlijke evolutie en impact van het beukenecosysteem in Europa sinds de laatste ijstijd. Door de classificatie van deze reservaten van het Zoniënwoud door UNESCO wordt het hele Zoniënmassief beschouwd als een bufferzone, d.w.z. dat er niets kan worden gedaan dat de bescherming van gebieden met Unesco-statuut bedreigt.
Het Brussels Natura 2000-netwerk bestrijkt 14,3% van het Brussels grondgebied
Het Natura 2000-netwerk is een Europees netwerk van natuurgebieden of half-natuurgebieden die een speciaal beschermingsstatuut genieten door de habitats of soorten die er aanwezig zijn. Het doel is om de diversiteit van deze natuurlijke omgevingen te behouden en de kwaliteit ervan te verbeteren. Om dit te bereiken wordt niet alleen rekening gehouden met de functie van de natuur, maar ook met economische, sociale, culturele en gewestelijke vereisten.
Het is samengesteld uit gebieden die de Europese lidstaten hebben aangeduid in toepassing van twee Europese richtlijnen, respectievelijk inzake het behoud van de vogelstand of de zogenaamde “Vogelrichtlijn” (richtlijn 2009/147/EG) en de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, de zogenaamde “Habitatrichtlijn” (richtlijn 92/43/EG). Deze laatste beoogt zowel het behoud van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten als de instandhouding van wilde dier- en plantensoorten die ermee verbonden zijn. Bijlage I van bovengenoemde richtlijn omvat een lijst met natuurlijke of halfnatuurlijke habitats die belangrijk worden geacht voor de gemeenschap (d.w.z., samengevat, zeldzame en/of typische of opmerkelijke habitats op Europese schaal); bijlage II bevat de lijst van fauna en flora van communautair belang.
Niettegenstaande sommige gebieden interessant zijn voor tal van vogelsoorten, heeft het Gewest geen ‘speciale beschermingszones’ (SBZ) op grond van de ‘Vogelrichtlijn’. Daarentegen telt het gewestelijk grondgebied, ondanks zijn stedelijk karakter, 10 soorten habitats die vermeld worden in bijlage I van de ‘Habitatrichtlijn’ (voornamelijk boshabitats met als belangrijkste het zuurminnende beukenbos) en 10 soorten fauna in Bijlage II (6 soorten vleermuizen, 1 insect, 1 vissoort, 1 amfibie en 1 klein weekdier).
De aanwezigheid van die natuurlijke habitats en soorten heeft het mogelijk gemaakt om een lijst met gebieden op te stellen waarin deze werden aangetroffen en om deze gebieden vervolgens als ‘speciale beschermingszones’ (SBZ) voor te leggen aan de Europese Commissie, die ze in december 2004 heeft goedgekeurd. Gelet op de hoge verstedelijkingsgraad van het Gewest is hier geen sprake van een aaneensluitend, homogeen gebied, maar van drie gebieden die een mozaïek van 48 zones behelzen.
De aanwijzing van de Natura 2000-sites was het voorwerp van drie besluiten van de Brusselse Regering (goedgekeurd in 2015 en 2016), die onder meer de doelstellingen voor de bescherming van de sites bepalen, de voorgestelde beheermiddelen om ze te bereiken, en bijzondere verbodsbepalingen die op en buiten de sites van kracht zijn om hun bescherming te verzekeren. In 2019 is SBZ II uitgebreid met 13 hectare extra (site van het voormalige Pasteurinstituut) op het plateau van Engeland.
De 3 SBZ beslaan een totale oppervlakte van 2329 hectare :
- SBZ I : het Zoniënwoud met bosrand en aanpalende bosgebieden en de Woluwevallei (2066 ha waarvan 1690 habitats van communautair belang);
- SBZ II : de bosgebieden en open ruimten ten zuiden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - complex Verrewinkel – Kinsendael (147 ha waarvan 81 ha habitats van communautair belang) ;
- SBZ III : de bosgebieden en vochtige gebieden van de Molenbeekvallei in het noordwesten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (116 ha waarvan 81 ha habitats van communautair belang.
Het Natura 2000-netwerk beslaat 14,3% van het Brussels grondgebied. Met een oppervlakte van 1659 ha vertegenwoordigt het Brussels deel van het Zoniënwoud het leeuwendeel van het Natura 2000-netwerk. Leefmilieu Brussel beheert iets minder dan 90% van de oppervlakte van alle regionale Natura 2000-gebieden.
Voor meer informatie over de Natura 2000-habitats en -soorten in het Brussels Gewest en de beheerplannen.
Beschermde weilanden en rietvelden vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed
De Natuurordonnantie introduceert het beginsel ‘natuurlijke habitats van gewestelijk belang’ (HGB), die gedefinieerd worden als ‘natuurlijke habitats op het gewestelijk grondgebied voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding’. Deze HGB's kunnen zowel in de Natura 2000-gebieden als daarbuiten gelegen zijn, waar ze grotendeels deel uitmaken van open habitats. De HGB's die in Natura 2000-gebieden of natuurreservaten gelegen zijn, zijn gebonden aan instandhoudingsdoelstellingen en bijhorende beheersmaatregelen.
Op het niveau van de 3 Natura 2000-sites zijn 6 types HGB's op een oppervlakte van ongeveer 93 ha afgebakend. Het betreft voornamelijk grasland met bepaalde planten (bijzondere grassen, gewone dotterbloem, zilverschoon…) en rietland.
Tabel: Habitattypes van regional belang en oppervlakte per Special Beschermingszone (Natura 2000)
Het Brussels Gewest verbindt zich ertoe om tegen 2030 op 25% van zijn grondgebied de natuurlijke habitats en aanverwante soorten actief te beschermen
Als we de oppervlakte van Natura 2000-gebieden en die van natuurreservaten (buiten het Natura 2000-netwerk om dubbeltellingen te voorkomen) bij elkaar optellen, heeft 14,6 procent van het grondgebied een beschermd statuut, wat inhoudt dat doelstellingen voor het behoud van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). worden gedefinieerd en uitgevoerd door middel van actief beheer op basis van beheerplannen.
In 2020 bedroeg de oppervlakte van Natura 2000-gebieden op Europees niveau 18,5 % voor terrestrische ecosystemen en 8 % voor mariene ecosystemen (EU27). Op Belgisch niveau bedragen dezelfde percentages respectievelijk 12,7% en 38,1% van het grondgebied. In de buurlanden zijn deze percentages 12,9% en 38,8% in Frankrijk, 14,7% en 25,6% in Nederland, 15,4% en 45,7% in Duitsland en 27,1% in het Groothertogdom Luxemburg.
Naar aanleiding van de verbintenissen die zijn aangegaan tijdens COP 15 ‘Biodiversiteit’ en de uitvoering van de EU-biodiversiteitsstrategie (zie kader hieronder), heeft het Brussels Gewest zich in oktober 2023 geëngageerd om het Brussels grondgebied beter te beschermen: tegen 2030 moet 25% van zijn grondgebied actief of strikt beschermd zijn (integraal reservaat). Dit engagement heeft tot doel bij te dragen tot het aangaan van uitdagingen op het gebied van biodiversiteit, maar ook tot de veerkracht van het grondgebied, de levenskwaliteit en de gezondheid van de Brusselaars.
Bijkomende gebieden zullen worden beschermd door de uitvoering van nieuwe wettelijke en/of administratieve maatregelen op basis van 8 actiegebieden. Het gaat bijvoorbeeld om wijzigingen van het gewestelijk bestemmingsplan (planologische bescherming of versterking van de bestaande planologische bescherming), de uitvoering van meer proactieve beheerplannen voor bestaande groene ruimten van bijzonder biologisch belang of de bescherming van natuurlijke habitats die verband houden met zeldzame en waardevolle soorten (bv. vliegend hert).
Er zal een werkgroep worden opgericht waarin partners worden samengebracht die bijdragen tot de uitvoering van de ‘Pledge on protected areas’ (o.a. Perspective, Leefmilieu Brussel en Urban). De werkgroep heeft tot taak vast te stellen welke gebieden moeten worden aangewezen als gebieden waarvoor beschermingsmaatregelen nodig zijn en de doelstellingen te bewaken.
Goed om te weten
De EU en VN willen tegen 2030 ten minste 30% van de gedegradeerde ecosystemen herstellen
De 15e Conferentie van de Partijen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit (COP15), die eind 2022 in Montreal werd gehouden, heeft geresulteerd in een overeenkomst met een visie voor 2050 en 23 doelstellingen die tegen 2030 moeten worden bereikt. Deze doelstellingen omvatten:
- het herstel van ten minste 30 % van de gedegradeerde terrestrische ecosystemen, binnenwateren, kust- en zeegebieden (...);
- de instandhouding en het beheer, door middel van ecologisch representatieve, goed verbonden en verantwoord beheerde systemen van beschermde gebieden (...), van ten minste 30% van de terrestrische en mariene ecosystemen (met name die welke van bijzonder belang zijn voor de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en ecosysteemfuncties en -diensten).
Deze wereldwijde verbintenis sluit aan bij de goedkeuring van de biodiversiteitsstrategie voor 2030 van de Europese Unie twee jaar eerder. Deze strategie bevat verbintenissen (pledges) en specifieke acties die tegen 2030 moeten worden uitgevoerd, onderverdeeld in 3 hoofdpijlers:
- oprichting van een uitgebreid Europees netwerk van beschermde gebieden: het doel is de bestaande Natura 2000-gebieden uit te breiden om beschermde gebieden te creëren die ten minste 30% van het landoppervlak en 30% van het zeeoppervlak beslaan, en om de ecologische connectiviteit te garanderen die nodig is voor de genetische vermenging van soorten;
- implementatie van maatregelen om transformatieve verandering mogelijk te maken: integratie van natuur in ander beleid (stadsplanning, landbouw, enz.), vergroten van kennis en zoeken naar aanvullende financiering;
- goedkeuring van een Europese verordening over natuurherstel (EU Nature Restoration Law): door middel van concrete verbintenissen (pledges) en bindende doelstellingen op EU-niveau heeft deze verordening tot doel aangetaste ecosystemen tegen 2030 te herstellen en duurzaam te beheren, waarbij de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies worden aangepakt.
Het in juni 2023 aangenomen voorstel voor een verordening heeft tot doel herstelmaatregelen in te voeren die tegen 2030 ten minste 20% van de terrestrische en 20% van de mariene gebieden van de EU zullen bestrijken en, tegen 2050, alle ecosystemen die moeten worden hersteld. De goedkeuring van deze verordening wordt eind 2023 verwacht.
In dit verband heeft de Europese Commissie de lidstaten verzocht twee verbintenissen (pledges) aan te gaan:
- doelstellingen voor beschermde gebieden: voorstel voor een lijst van nieuwe gebieden die op nationaal niveau moeten worden aangewezen met het oog op de verwezenlijking van 30% beschermde gebieden tegen 2030, waaronder ten minste 10% strikt beschermde gebieden (wereldwijde en Europese doelstellingen inzake natuurbescherming). Elke lidstaat moet zich behoorlijk inspannen en alles in het werk stellen om dit percentage te halen. De verbintenissen zullen vervolgens per biogeografische regio worden beoordeeld en zo nodig worden aangepast aan de hand van de te bereiken doelstellingen.
- hersteldoelstellingen: beschrijving van maatregelen om ervoor te zorgen dat ten minste 30% van de soorten en habitats die momenteel niet in een gunstige staat verkeren, tegen 2030 een sterke positieve trend vertonen.
Gezien het Belgische institutionele kader moet elk gewest en de federale staat (bevoegd voor het mariene milieu) een bijdrage leveren aan de nationale verbintenissen (pledges) inzake beschermde gebieden en hersteldoelstellingen.
In oktober 2025 is voor 88% van de Natura 2000-gebieden officieel een beheerplan aangenomen
Voor elk van de Natura 2000-gebieden worden beheerplannen opgesteld, eventueel in overleg met de betrokken eigenaars en bewoners, behalve met het Gewest. Ze moeten dan een goedkeuringsprocedure doorlopen die een openbaar onderzoek omvat. De beheerplannen die tot nu toe zijn goedgekeurd, hebben betrekking op 26 deelgebieden waaronder alle deelgebieden van SBZ III en het Zoniënwoud. Qua oppervlakte komt dit overeen met 88% van de oppervlakte van de Natura 2000-gebieden in het Brussels Gewest. Als we bovendien rekening houden met de beheerplannen die in eerste lezing zijn goedgekeurd en die aan een openbaar onderzoek moeten worden onderworpen, stijgt dit percentage tot 97% (oktober 2025).
Links naar interactieve kaarten van Natura 2000-gebieden, Natura 2000-habitats en Natura 2000-doelsoorten.
Bijna een kwart van het gewestelijk grondgebied is bestemd voor groene ruimten en agrarische gebieden
Planningsinstrumenten spelen een cruciale rol bij de instandhouding van groengebieden in de stad. Het gewestelijk bestemmingsplan (GBP) en het bijbehorende bestemmingsplan verdelen het grondgebied in zones met verschillende bestemmingen, waarvan 8 verband houden met groene ruimten, in brede zin, of agrarische gebieden.
Lees de transcriptietekst
De groengebieden (in ruime zin) en landbouwgebieden van het GBP omvatten, in volgorde van oppervlakte: bosgebieden (1680 ha), parkgebieden (929 ha), sport- of recreatiegebieden in open lucht (336 ha), groengebieden (304 ha), landbouwgebieden (228 ha), groengebieden met een hoge biologische waarde (179 ha), het Koninklijk Domein (171 ha), de begraafplaatsen (151 ha).
Het GBP stelt ook erfdienstbaarheidszones vast rond de bossen en wouden (behalve als er een bijzonder bestemmingsplan aanwezig was vóór de goedkeuring van het GBP in 2001). Die zones zijn non aedificandi zones met een diepte van 60 meter (30 m onder bijzondere voorwaarden) vanaf de grens van de bosgebieden.
De voorschriften van het GBP die van toepassing zijn op groene ruimten geven enkel een beschermingsstatuut aan gebieden die van ecologisch belang zijn: sommige handelingen en werken zijn er verboden, maar er worden geen verplichtingen opgelegd voor het behoud van de biologische waarde van de site. Wat de bestemmingen “groengebied”, “groengebied met hoge biologische waardeErkende waarde van een site, beoordeeld op basis van een reeks criteria zoals de aanwezigheid van weinig verstoorde hydrologische elementen (bronnen), de diversiteit en schaarste van de plaatselijke dier- en plantsoorten, de aanwezigheid van schaarse soorten, de rijpheid van de vegetatie (onvervangbare site behalve op zeer lange termijn, b.v. een eeuwenoud bos), enz.” “bosgebied” en “parkgebied” betreft, wordt evenwel, in verschillende mate, rekening gehouden met de ecologische aspecten van het betreffende gebied. De strengste maatregelen voor de bescherming van de natuur gelden voor de “groengebieden met hoge biologische waarde” bestemd voor het behoud of herstel van de natuurlijke habitats van zeldzame dier- en plantensoorten of habitats die een belangrijke biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). vertonen. In deze zones worden enkel handelingen en werken toegelaten die noodzakelijk zijn voor de bescherming van het natuurlijk milieu of van de soorten die er verblijven of voor de verwezenlijking van het groene netwerk. Op wettelijk vlak garandeert dit statuut evenwel geenszins een goed beheer van het gebied. In de overige gebieden komt de ecologische functie veel meer in aanraking met de sociale, pedagogische en landschappelijke functies.
299 sites met een oppervlakte van 2.780 ha beschermd vanwege hun ‘groene erfgoed’-waarde
De notie “erfgoed” is van toepassing op architecturaal erfgoed en archeologische sites, maar ook op “levend erfgoed” waaronder opmerkelijke gebieden en bomen.
In 2025 genoten, volgens BISA-gegevens, 146 gebieden en 5 bomen met een oppervlakte van 2.682 ha het statuut van beschermd gebied, wat onder andere inhoudt dat ze niet mogen worden vernietigd. Deze gebieden behelzen parken (park van Brussel, Terkamerenbos, ...), tuinen en omgeving van gebouwen, opmerkelijke bomen en half-natuurlijke niet bebouwde of gedeeltelijk bebouwde gebieden (Zoniënwoud, Wilderbos, Vogelzang …). Hoewel dit statuut een erg efficiënte bescherming van de erfgoedwaarde van de site verzekert, verhindert de vrij starre aard ervan soms een beheer dat aangepast is aan de instandhouding of de verbetering van de biodiversiteit. Daarnaast stonden 148 sites (waaronder 105 opmerkelijke bomen) die een totale oppervlakte van 98 ha beslaan, op de bewaarlijst (statuut met iets minder strenge voorwaarden dan deze die van toepassing zijn op beschermde gebieden).
Het Zoniënwoud telt ook twee archeologische sites die in 2002 werden geklasseerd (neolithisch versterkt kamp en grafheuvels) waarvoor speciale beschermingsmaatregelen gelden. Drie tuinwijken - waaronder Le Logis en Le Floréal die zeer groen zijn en een interessante biologische kwaliteit hebben - zijn ook bechermd als geheel.
Een beschermingszone van 866 ha ter bescherming van het distributiewater
Sommige gebieden, waaronder groene ruimten maar ook verstedelijkte gebieden genieten een beschermde status die er in de eerste plaats op gericht is om het oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...)., het grondwater en de habitats en soorten die direct afhankelijk zijn van water, te beschermen. Door de activiteiten die in deze gebieden toegestaan zijn, te regelen, worden ook de natuurlijke milieus die in deze gebieden gelegen zijn enigszins beschermd.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt 4 types beschermingszones van waterbronnen, waarvan één zone die verband houdt met de bescherming van de grondwaterwinningen voor de openbare watervoorziening. Dit beschermingsgebied beslaat een totale oppervlakte van ongeveer 886 ha en is gelegen ter hoogte van het Ter Kamerenbos en het Zoniënwoud (onder de Lotharingendreef).
Op de overige gebieden zijn verplichtingen en voorwaarden van toepassing die verband houden met afvalwaterzuiveringAfvalwaterzuivering is het in die mate zuiveren van afvalwater van organische en chemische afvalstoffen dat het biologische leven in rivieren, meren en zeeën geen hinder ondervindt van het lozen van dit gezuiverde afvalwater. (gebied dat het volledige Gewest omvat), de bescherming van water tegen de verontreiniging met nitraten uit agrarische bronnen zowel voor publieke als privé-beheerders (gebied dat ongeveer gelijkloopt met het beschermingsgebied rond de waterwinningszone) en, tot slot, gebieden waar pesticidegebruik verboden is (plaatsen en inrichtingen die door kwetsbare groepen worden bezocht, beschermingsgebieden rond waterwinningszones, Natura 2000-gebieden en natuur- of bosreservaten).
Vier beschermingszones die bijna 543 ha beslaan, beogen de impact van het overvloedig gebruik in het Zoniënwoud te beperken
Speciale beschermingszones en archeologische reservaten in het Zoniënwoud
Bron: Leefmilieu Brussel, 2017
We wijzen ook op het bestaan van ‘speciale beschermingszones’ (SBZ), een statuut dat gedefinieerd wordt in de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende het bezoeken van de bossen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit statuut, dat geen invloed heeft op het ecologisch beheer, beoogt de inrichting van bufferzones rond beschermde gebieden of de beperking van de impact van het overvloedige gebruik van bepaalde kwetsbare gebieden (percelen voor herkolonisatie of aanplanting, enz.) of schuilplaatsen voor de fauna via gebruiksbeperkingenMaatregelen opgelegd voor verontreinigde terreinen die toelaten om het aanvaardbaar risico van de verontreiniging te handhaven. De meest frequent voorkomende gebruiksbeperkingen zijn het plaatsen of het behouden van een betonlaag, het verbod op een moestuin, het verbod op de installatie van drinkwaterleidingen in de verontreinigde bodem, het verbod op het plaatsen van een kelder, het verbod op het onttrekken van grondwater of het verbod op het ontgraven van verontreinigde bodem. Deze beperkingen zijn niet noodzakelijk definitief en kunnen opgeheven worden indien de verontreiniging het voorwerp uitmaakt van een vrijwillige behandeling. (honden aan de leiband en toegang voor het publiek beperkt tot wegen en paden).
In 2007 werden vier SBZ's met een totale oppervlakte van 587 ha bij besluit aangewezen. In 2016 werd deze oppervlakte verkleind tot een totaal van 543 ha, om rekening te houden met de uitbreiding van het integrale bosreservaatHet bosreservaat is een bos of een deel hiervan dat wordt beschermd met het doel kenmerkende of merkwaardige uitzichten of opstanden van inheemse houtsoorten in stand te houden en er de gaafheid van de bodem en van het milieu te vrijwaren. van Grippensdelle, dat de SBZ 4 gedeeltelijk overlapte.
Om te downloaden
Methodologische fiche
Tabellen met de gegevens
- Aantal natuur- en bosreservaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.xls)
- Totale oppervlakten van natuur- en bosreservaten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.xls)
Factsheets
- Locaal staat van instandhouding voor habitat- en vogelrichtlijnsoorten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – 2018 (.pdf)
- Monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Gewest – 2020 (.pdf)
Fiches van de Staat van het Leefmilieu
- Focus : De Biologische waarderingskaart van het Brussels Gewest – 2022
- Focus : Monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - 2020
- Focus : Lokale staat van instandhouding van de soorten opgenomen in de "Habitatrichtlijn" en "Vogelrichtlijn" - 2018
Andere publicaties van Leefmilieu Brussel
- Staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Samenvatting, 2022 (.pdf)
- Register van de beschermde gebieden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest : Bijlage 3 – Waterbeheersplan 2022-2027, 2019 (.pdf)
- Kaart "Natuurgebieden"
- Kaart "Natura 2000 habitats"
- Kaart "Beschermde zones van het Zoniënwoud"
- Kaart "Fragmentatie van de groene ruimten"
Studies en rapporten
- PRIGNON J.-C. 2015. « Des plans de gestion pour les sites archéologiques du camp fortifié néolithique de « Boitsfort-Etangs » et des Tumuli à Watermael-Boitsfort (BE) », in Notae Praehistoricae, 35/20154 : 77-93. (enkel in het Frans) (.pdf)
Plannen en programma‘s
- Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest, 2016 (.pdf)
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek I – Plaatsbeschrijving, 2019 (.pdf)
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek II - Beheerdoelstellingen en –maatregelen, 2019 (.pdf)
- Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek III - Beheerplannen voor de archeologische sites, natuurreservaten en bosreservaten, 2019 (.pdf)
Het groene netwerk
Focus - Actualisering : december 2015
Sinds een twintigtal jaar maken de acties die worden ontwikkeld op het vlak van de inrichting of de heraanleg van gewestelijke groene ruimten, deel uit van het algemene kader van het programma van het groene netwerk, een geïntegreerd concept waarin sociaal-recreatieve, milieu- en landschappelijke doelstellingen worden gecombineerd. Naar aanleiding van de opstelling van het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame OntwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen. (GPDO) heeft Leefmilieu Brussel een studie uitgevoerd, onder meer om dit programma te actualiseren, evenals de daarbij horende kaart van het groene netwerk. Het nieuwe prioritaire groene netwerk bestaat in totaal uit ongeveer 161 km groene continuïteiten die de voornamelijk openbare, maar ook private groene ruimten met elkaar verbinden. Naast de inrichting of de heraanleg van talrijke groene ruimten kreeg het programma van het groene netwerk ook concreet gestalte via de aanleg van de Groene WandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg., een wandel- en fietsroute van 62 km in de tweede stadskroon die sinds 2009 volledig is bewegwijzerd.
Het groene netwerk: een geïntegreerd concept
De acties die worden ontwikkeld op het vlak van de Brusselse groene ruimten, passen in het algemene kader van de programma's van het groene en blauwe netwerk. Deze programma's willen via een geïntegreerde strategie het aanbod en de kwaliteit van de groene en blauwe ruimten verbeteren, evenals het leefmilieu en de levenskwaliteit in het Brussels Gewest. De structuur van het groene netwerk is gebaseerd op een netwerk van “groene continuïteiten” die de verschillende groene ruimten met elkaar verbinden. Het blauwe netwerk, dat onlosmakelijk verbonden is met het groene netwerk waartoe het bijdraagt, beoogt om de continuïteit van het hydrografisch oppervlaktenetwerk zo goed mogelijk te herstellen en langs het netwerk schoon water te laten wegstromen. Deze programma's werden midden de jaren 1990 ontwikkeld door Leefmilieu Brussel en vervolgens opgenomen in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan.
Naarmate het in de praktijk werd gebracht, werd het concept van het groene netwerk geleidelijk verfijnd en verrijkt, onder meer omdat zijn reikwijdte, die oorspronkelijk was toegespitst op de openbare ruimte (straten, parken), werd uitgebreid tot het bouwkundig (groendaken en -gevels) en privé-erfgoed (private tuinen en domeinen) en het belang van zijn ecologische functies steeds meer erkenning kreeg. Het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) dat eind 2013 werd goedgekeurd door de Brusselse Regering, benadrukt eveneens dat het groene netwerk “het stadssysteem helpt te reageren op de verschijnselen die gepaard gaan met de klimaatopwarming”.
De talrijke functies van het groene netwerk worden er in opgesomd, namelijk:
- sociaal-recreatief (ontspanning, wandelingen en actieve mobiliteit, sportactiviteiten in openlucht, sociale contacten, contact met de natuur);
- ecologisch en omgevingsvormend (ondersteuning van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).; het leggen van verbanden tussen de groene en blauwe ruimten om een betere circulatie van de fauna en flora en genetische uitwisselingen tussen populaties mogelijk te maken; levering van ecosysteemdienstenAlle diensten die de bodem levert aan het milieu en de facto aan onze samenleving: levering van drinkwater, beperking van overstromingen, opslag van atmosferische koolstof, ontwikkeling van flora en fauna, enz.), waaronder de vermindering van het warmte-eilandeffect; de regeling van de watercyclus enz.);
- landschappelijk, cultureel en erfgoedkundig (landschappelijke, erfgoedkundige of historische waarde van de groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen., opwaardering van het bouwkundig erfgoed, verfraaiing van de stad,...).
Aangezien het groene netwerk talrijke functies vervult, ontwikkelt het zich tevens via “strategische netwerken” die worden beschreven in het GPDO:
- Het sociaal-recreatief netwerk en het speelnetwerk
Dit netwerk heeft met name tot doel te voorzien in een brede waaier van sociaal-recreatieve functies in een aangename en gezonde omgeving (rustig of sportief wandelen, sociale ontmoetingen, ontspanning, rust, herbronnen enz.). Het aanbod aan groene ruimten moet worden uitgebreid en de kwaliteit van de bestaande groene ruimten moet worden verbeterd, zodat iedere inwoner beschikt over een kwaliteitsvolle groene ruimte in de buurt van zijn woonplaats. Het concept van het netwerk houdt ook in dat zo veel mogelijk groene ruimten met elkaar verbonden zijn door groene paadjes, wegen, pleinen enz. Het behoud en de ontwikkeling van moestuinprojecten en andere vormen van stedelijke landbouw maken ook deel uit van de strategie van het groene netwerk.
De speelfunctie maakt, gezien zijn belang en zijn bijzonderheid, het voorwerp uit van een bijzondere strategie die is uitgewerkt door Leefmilieu Brussel. In een algemene context van demografische groei en bevolkingsverjonging heeft het speelnetwerk tot doel om het aanbod van speel- en sportruimten uit te breiden en te verbeteren, vooral in dichtbevolkte omgevingen, om beter tegemoet te komen aan de vraag.
Voor meer informatie kan de geïnteresseerde lezer de focus over de staat van het leefmilieu 2011-2014 raadplegen die specifiek is gewijd aan het speelnetwerk , evenals de focus en de factsheet over de collectieven en familiale moestuinen.
- Het ecologisch netwerk
Dit netwerk dat is samengesteld uit natuurlijke en halfnatuurlijke elementen, heeft tot doel om het natuurlijke milieu in stand te houden en de diversiteit en de dynamische werking van de bestaande ecosystemen te versterken. Tal van studies hebben immers aangetoond dat het onthaalpotentieel voor de biodiversiteit van natuurlijke habitats die onderling verbonden zijn door ecologische corridors, veel groter is dan dat van habitats van gelijkaardige grootte, maar die van elkaar zijn afgezonderd. De aanwezige ecosystemen zijn er dus evenwichtiger, stabieler en veerkrachtiger, wat betekent dat ze eventuele verstoringen kunnen overwinnen, zoals verstoringen die verband houden met de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. of met biologische invasies (ontwerp van natuurplan, 2014). Het ecologisch netwerk heeft ook als doel om de instandhouding of het herstel in een goede staat van behoud te garanderen van soorten en habitats die worden beschermd door de Europese (Natura 2000) of gewestelijke (natuurordonnantie) wetgeving (zie focus over de semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten). De totstandbrenging van een ecologisch netwerk vormt een van de voornaamste doelstellingen van de natuurordonnantie.
- Het blauwe netwerk
Het blauwe netwerk heeft tot doel om de continuïteit van het hydrografisch oppervlaktenetwerk, dat grotendeels versnipperd is door de bebouwing, zo goed mogelijk te herstellen en langs het netwerk schoon water te laten wegstromen om:
- toe te zien op een goede waterkwaliteit en de rivieren, vijvers en vochtige gebieden goed tot hun recht te laten komen op landschappelijk en recreatief vlak, door de ecologische rijkdom van deze milieus verder te ontwikkelen;
- het zuiver water (oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...)., drainagewater, regenwater) opnieuw in de waterlopen en de vochtige gebieden te brengen, om deze nieuw leven in te blazen, de problemen van overstromingen te verminderen en het zuiver water weg te leiden van de waterzuiveringsstations.
Dit netwerk streeft dus zowel hydrologische, ecologische, landschappelijke, erfgoedkundige (de geschiedenis van Brussel is nauw verbonden met de aanwezigheid van water) als recreatieve doelstellingen na. Voor meer informatie kan de geïnteresseerde lezer een factsheet raadplegen die specifiek is gewijd aan het programma van het blauwe netwerk.
Deze verschillende strategische netwerken overlappen elkaar. Eén enkele ruimte kan deel uitmaken van de verschillende netwerken en derhalve synergieën tot stand brengen. Toch kunnen er zich concurrentiesituaties voordoen, waardoor op zoek moet worden gegaan naar het juiste evenwicht.
Uitdagingen in verband met de groene en blauwe ruimten die het groene netwerk vormen
Het groene netwerk bestaat in de eerste plaats uit de groene ruimten, zowel de kleine wijkparken als de grote parken en bossen, evenals de groene verbindingen langs (spoor)wegen, kanalen en waterlopen. Het omvat eveneens de privéruimten rond gebouwen en woningen, de groene binnenterreinen van huizenblokken, alsook de groendaken en -gevels.
Samengevat zijn de voornaamste uitdagingen die verbonden zijn aan de verschillende elementen van het netwerk:
- de aanleg van nieuwe groene en recreatieve ruimten in - doorgaans centrale - wijken die kampen met een tekort, evenals het groener maken van de openbare wegen en plaatsen;
- het behoud, de vernieuwing en het duurzaam beheer van de bestaande openbare groene ruimten door er hun verschillende functies (cf. hiervoor) optimaal in te integreren rekening houdend met de lokale context;
- het maximaal behoud - ondanks de demografische druk - en het ecologische beheer van de overgebleven halfnatuurlijke groene ruimten;
- de integratie van het beleid van het groene netwerk in de gewestelijke stedenbouwkundige projecten (gebieden van gewestelijk belang, Kanaalplan enz.);
- de vergroeningOpzettelijke handeling die tot doel heeft vegetatie in groenarme zones in te voeren. van de interstitiële groene ruimten die grenzen aan bijvoorbeeld scholen, ondernemingen of kantoren, appartementsgebouwen, evenals aan tuinen, binnenplaatsen, gevels, daken,...;
- de integratie van de waterproblematiek in de openbare of private stedenbouwkundige projecten (het opnieuw bovengronds leggen van waterlopen, gescheiden netten voor de riolering en het regenwater, infiltratiezones, groendaken, wateroppervlakken, beperking van de grondinname van gebouwen enz.);
- de voortzetting en de versterking van het ecologisch beheer van de spoorwegbermen (ecologisch performante corridors);
- het behoud en het duurzaam beheer van de nog aanwezige landbouwgronden (doelstelling die eveneens kadert in de strategie “Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest“ of de “Good Food-strategie” die eind 2015 werd goedgekeurd);
- het behoud van de bestaande moestuinen en de bevordering van hun toegankelijkheid voor het publiek;
- de aanleg van groene paden die zijn gescheiden van het autoverkeer (met inbegrip langs spoorwegen en het kanaal), om de actieve vervoerswijzen te bevorderen (wandelaars, fietsers enz.).
Uitvoering van het programma van het groene netwerk
In de kader van de opstelling van het ontwerp van GPDO werd op vraag van Leefmilieu Brussel tussen 2011 en 2013 een studie uitgevoerd om het programma van het groene netwerk te actualiseren. Deze studie had enerzijds betrekking op de analyse van de bestaande situatie, en anderzijds op de aanpassing van de kaart van het groene netwerk. Voor sommige prioritaire sites werden projecten uitgewerkt om op het terrein de principes van het groene netwerk in de praktijk te brengen.
De onderstaande kaart geeft een schematische voorstelling van de mate van uitvoering van de verschillende delen (of “groene continuïteiten”) van het programma van het groene netwerk, zoals bepaald in 1998 (bijlage bij het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 1998 tot vaststelling van het ontwerp van Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot wijziging van de richtinggevende bepalingen van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan van 1995).
Aanlegwerken uitgevoerd op de delen van het prioritaire groene netwerk (1998-2011)
Bron: Leefmilieu Brussel & Agora 2014
Zonder rekening te houden met de Groene WandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg. blijkt daaruit dat:
- er rond 1998 voorstellen tot aanlegwerken werden gedaan om de bestaande situatie te verbeteren voor 70% van de technische fiches betreffende de diverse delen van het prioritaire groene netwerk (“ruggengraat” van het groene netwerk);
- deze voorstellen volledig of gedeeltelijk werden uitgevoerd in respectievelijk 23% en 35% van de gevallen.
De studie toont ook aan dat het verbeteringspotentieel van de landschaps-, recreatieve en ecologische kwaliteit van het prioritaire groene netwerk veel groter is in het westen van het Gewest.
Sinds haar lancering in 1999 heeft de gewestelijke Groene Wandeling - een wandel- en fietsroute in de tweede stadskroon om de actieve mobiliteitswijzen te bevorderen - zich verder uitgebreid via talrijke aanlegwerken die zijn bedoeld om nieuwe oversteekplaatsen (bruggen, nieuwe trajectdelen,...) te creëren of bestaande secties te verbeteren op het vlak van hun bruikbaarheid voor de gebruikers of hun landschaps- of ecologische kwaliteit. Momenteel zijn er 55 projecten - van uiteenlopende omvang - geconcretiseerd op de route van de Groene Wandeling, waaronder 17 om de toegankelijkheid te verbeteren van het deel dat overeenstemt met het “wandelpad langs de oude spoorlijn Brussel-Tervuren” (tussen Oudergem en Sint-Lambrechts-Woluwe). Er werden bepaalde verbindingen gecreëerd met gemeentelijke wandelpaden, evenals met het recreatief fietsroutenetwerk van Vlaams-Brabant. De route van de Groene Wandeling is sinds 2009 volledig bewegwijzerd en er werd op meerdere plaatsen voorzien in informatiepunten. Andere projecten zijn aan de gang of staan in de steigers. De Groene Wandeling stemt vandaag overeen met een traject van 62 km, waarvan 41% in de groene ruimten is gelegen, 47% op de wegen en 12% op verkeersluwe of verboden wegen (buiten de groene ruimten) of langs jaagpaden. De specifieke aanlegwerken die werden uitgevoerd in het kader van de Groene Wandeling, vertegenwoordigen 26% van het volledige traject. Het overige stemt overeen met bestaande infrastructuren die afhangen van andere gewestelijke actoren (vooral de gemeenten en Brussel Mobiliteit).
Daarnaast werden talrijke parken aangelegd of gerenoveerd. In dat verband kunnen wij in het bijzonder 2 nieuwe multifunctionele parken vermelden die in 2014 werden aangelegd op industrieterreinen in centrale wijken en openstaan voor het publiek, namelijk het park van lijn 28, gelegen op de grens van Molenbeek, Jette en Brussel (opdrachtgever: Beliris, beheerder: Leefmilieu Brussel) en Parckfarm, gelegen op de voormalige spoorlijn van Thurn & Taxis (opdrachtgever en beheerder: Leefmilieu Brussel met de steun van de bewoners). De verwezenlijking van dit park paste in het kader van een experimenteel project dat tot doel heeft om nieuwe manieren te vinden om gebruik te maken van de openbare ruimten, door onder meer te steunen op de nauwe betrokkenheid van de bewoners. Deze parken zijn verbonden met een klein gemeentepark dat wordt aangelegd in het kader van een wijkcontract, evenals met een nieuw privépark van Thurn & Taxis. De komende jaren zal deze parkaaneenschakeling verder worden vervolledigd met een groene verbinding naar het Bockstaelplein (Laken), evenals naar het Kanaal en het project van de gewestelijke recreatieve pool “Allée du Kaai”.
De nieuwe kaart van het groene netwerk
De kaart met de groene continuïteiten die eerst moeten worden ontwikkeld, werd aangepast op basis van de bovenvermelde studie en zal als basis dienen voor de opstelling van de kaart “Levenskader” van het ontwerp van GPDO waarin onder meer het groene netwerk is opgenomen (zie hieronder).
Deze aanpassingen zijn in de eerste plaats bedoeld om:
- het tracé aan te aanpassen aan de evoluties van de situatie op het terrein (bv. nieuwe constructies, veranderingen van eigenaars enz.);
- de efficiëntie en de connectiviteit van het netwerk te verbeteren;
- bepaalde spoorlijnen te integreren als sterke pijlers van het groene netwerk;
- meer groene continuïteiten te creëren in de Brusselse vijfhoek;
- verbindingen met de groene ruimten of continuïteiten van de Vlaamse rand te creëren of te versterken.
Uit dit werk blijkt dat de nieuwe kaart van het groene netwerk talrijke wijzigingen heeft ondergaan (integratie van nieuwe delen, schrapping of aanpassing van oude delen), ook al werd een aanzienlijk aantal delen van het in 1998 vastgelegde groene netwerk behouden.
Het nieuwe prioritaire netwerk dat wordt voorgesteld in de studie, omvat in totaal ongeveer 161 km groene continuïteiten (zonder de Groene Wandeling). Dit nieuwe project vertoont een iets sterkere connectiviteit tussen de groene ruimten dan in vergelijking met de vorige versie. Dit wil zeggen dat globaal genomen meer groene ruimten van het netwerk zich op minder dan 200 meter afstand van een andere groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. of een lineair element van het netwerk bevinden.
Hefbomen voor de uitvoering van het groene netwerk
Het Gewestelijk Ontwikkelingsplan is een oriënteringsplan dat uiting geeft aan de politieke visie over de ontwikkeling van de stad. Het heeft uitsluitend een indicatieve waarde in tegenstelling tot het Gewestelijk Bodembestemmingsplan (GBP), dat een reglementaire waarde heeft en de mogelijke bestemmingen op het grondgebied en de voorschriften vastlegt die van toepassing zijn in elke zone.
Op het niveau van het GBP vertaalt het groene netwerk zich enkel in de bestemming van bepaalde delen van het grondgebied in groene zones van verschillende types (zie focus "Semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten") en, voor de andere bestemmingen, in voorschriften betreffende de vergroeningOpzettelijke handeling die tot doel heeft vegetatie in groenarme zones in te voeren.. De aanleg van groene zones is zodoende zonder beperking toegelaten in alle gebieden, ook al komt dit zelden voor in de praktijk. Bovendien moeten de bouwprojecten met een grondoppervlakte van meer dan 5.000 m² voorzien in minstens 10% groene ruimten (...). In bepaalde strategische gebieden (gebieden van gewestelijk belang) legt het GBP ook de aanleg van een welbepaalde oppervlakte van groene ruimten op. Ook al worden de groengebieden van het GBP over het algemeen relatief goed beschermd, toch zijn er uitzonderingen mogelijk in het geval van projecten van openbaar nut. Bovendien beschikken bepaalde als groengebied bestemde zones in de praktijk soms over weinig groen (bv. bepaalde begraafplaatsen en sportzones).
De gewestelijke ontwikkelingsplannen (kaarten “levenskader”) en het ontwerp van natuurplan bevatten kaarten over de uitvoering van het groene netwerk of van het ecologisch netwerk.
Kaarten "Levenskader" van het ontwerp van GPDO: prioriteiten van het groene netwerk
Bron: Brusselse Hoofdstedelijke Regering, 2013 (zie GPDO)
De kaart van de “ingroeningsgebieden” verdeelt het Brussels grondgebied in 3 concentrische gebieden, namelijk, vertrekkend vanuit het centrum:
- A: Prioritair in te groenen gebied
- B: Verbetering van het groen karakter van de binnentuinzones
- C: Bescherming van de groene stad van de tweede stadskroon
Afhankelijk van het gebied waarin ze zich bevinden, moeten de stedenbouwkundige projecten voorrang geven aan de ene of de andere functie van het groene netwerk. In zone A, het centrale en dichtbevolkte deel van Brussel, is er een aanzienlijk tekort aan openbare en private groene ruimten, terwijl de woondichtheid er hoog is. Het doel is dus om er zo veel mogelijk nieuwe groene ruimten te creëren, maar ook om, meer in het algemeen, de kwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren door de aanplanting van bomen op de wegen, de opwaardering van woonruimten of de begroening van binnenplaatsen van huizenblokken, daken, gevels enz. Ter hoogte van de tweede stadskroon, in zone C, is het de bedoeling om het groene karakter en de kwaliteit van de omgeving van de bebouwingsstructuur te behouden, ondanks de verdichtingsprocessen. Voor de zone B, in de eerste stadskroon, is het de bedoeling om het groene karakter van de binnenplaatsen van huizenblokken te behouden en te versterken.
De kaart “Levenskader” stelt een planning van het groene netwerk voor en lokaliseert de verschillende elementen waaruit het groene netwerk is opgebouwd, namelijk:
- te versterken structurerende open ruimten (deze open gebieden die vooral in relictuele landelijke gebieden van de rand zijn gelegen, hebben een groot biologisch, erfgoedkundig, landschappelijke en recreatief belang);
- te behouden groene continuïteiten, Groene WandelingLandschappellijke route bestemd voor traag verkeer, dat de natuurlijke en semi-natuurlijke groene ruimten van de tweede kroon verbindt. Ze laat toe om een rondgang van het hele Gewest te doen langs een veilig en bebakende weg. en groene ruimten van het bestaande GBP;
- nieuwe te creëren of te onderzoeken groene ruimten, voetgangers- en fietsverbindingen;
- gewestwegen waarvan het groene karakter moet worden versterkt;
- heraan te leggen parken;
- bestaande of te creëren gewestelijke recreatieve polen;
- gebieden ter bescherming en herwaardering van halfnatuurlijke landschappen (landschappen met een grote erfgoedkundige, sociale en ecologische waarde die moeten worden beschermd en geherwaardeerd in een context van de verdichting van de huisvesting);
- gebieden ter versterking van de connectiviteit van het ecologisch netwerk (die voornamelijk tussen de Natura 2000-gebieden zijn gelegen);
- transregionale assen voor landschappelijke samenwerking.
Er wordt ook op gewezen dat er in het ontwerp van natuurplan een kaart is opgenomen betreffende het Brussels ecologisch netwerk.
In de praktijk steunt de uitvoering van het groene netwerk op verschillende hefbomen, waaronder:
- planning, aanleg, renovatie en beheer van groene (parken, maar ook begroende pleinen en wegen) en blauwe ruimten door de overheidsinstanties overeenkomstig de richtlijnen van het GewOP en het ontwerp van GPDO (onder meer in het kader van de “duurzame wijkcontracten”, de opstelling van richtplannen, verkavelingsvergunningen enz.);
- procedure voor de aflevering van de stedenbouwkundige vergunningen (voor de bouw van een wijk, de heraanleg van wegen of pleinen, de bouw of de uitbreiding van een gebouw enz.):
- verplichting voor de opdrachtgever om het door het GBP (of desgevallend het bijzonder bestemmingsplan) en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening opgelegde reglementaire kader na te leven (regels betreffende de groendaken en de ondoorlatendheid van de bodems);
- tussenkomst van Leefmilieu Brussel als adviesorgaan (op basis van de richtlijnen van het GewOP en het ontwerp van GPDO);
- mogelijkheid (vastgelegd in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening of BWRO) om stedenbouwkundige lasten op te leggen die onder meer betrekking kunnen hebben op de verwezenlijking, de transformatie of de renovatie van groene ruimten;
- aanreiken van expertise van Leefmilieu Brussel over de aspecten die bijvoorbeeld verband houden met de inrichting van groene ruimten of het waterbeheer in kader van stedenbouwkundige of vastgoedprojecten die worden ontwikkeld door de overheid of promotoren (op basis van een verzoek als adviesorgaan of op een proactieve manier door contact op te nemen);
- verwervingen van nieuwe terreinen door het Gewest of sluiten van erfpachtovereenkomsten voor het creëren van nieuwe groene ruimten die bijdragen tot de verwezenlijking van het groene netwerk;
- mogelijkheid om zich te beroepen op artikel 66 van de ordonnantie betreffende het natuurbehoud dat stelt dat de Regering bijzondere beschermingsbesluiten en aanmoedigingsmaatregelen kan goedkeuren, met inbegrip van subsidies, voor het behoud, het beheer en de ontwikkeling van stadsbiotopen evenals landschapselementen die (...) essentieel zijn voor de migratie van wilde soorten en de ecologische samenhang van het Natura 2000-netwerk en het Brussels ecologisch netwerk verbeteren.
- aanreiken van expertise of de opstelling van contracten en overeenkomsten voor de inbeheername van de groene ruimten door Leefmilieu Brussel om een beter ecologisch beheer van bepaalde groene ruimten te garanderen die bijvoorbeeld worden beheerd door gemeenten, huisvestigingsmaatschappijen (Natura 2000-stations), Infrabel (o.m. spoorwegbermen), Brussel Mobiliteit (middenbermen en wegranden), privé-eigenaars (terreinen in de Natura 2000-gebieden), het ministerie van Defensie (militaire terreinen) enz.;
- toekenning van gemeentelijke of gewestelijke premies (bv. voor de aanleg van groendaken, de vergroeningOpzettelijke handeling die tot doel heeft vegetatie in groenarme zones in te voeren. van gevels of de verbetering van de binnenplaatsen van de huizenblokken door de afbraak van bijgebouwen of de doordringbaarheid van de bodem);
- projectoproepen die aanzetten tot burgerinitiatieven in verband met de vergroening van de wijken of de ontwikkeling van gemeenschappelijke moestuinen (financiële en technische ondersteuning);
- sensibilisering en communicatie (bv. publicatie van een “vademecum” over het speelnetwerk);
- invoering van participatieve processen tijdens de ontwerpfase of de renovatie van bepaalde groene ruimten.
Om te downloaden
Factsheet(s)
Thema "Grondgebruik en landschappen in Brussel"
- n°6. Het groene netwerk
- n°13. Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door interpretatie van satellietbeelden (.pdf)opent een nieuw venster
- n°14. Semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die genieten van een beschermingsstatuut (.pdf)opent een nieuw venster
Thema « Water in Brussel »
- n°12. Het programma van het blauwe netwerk (.pdf)opent een nieuw venster
- n°13. Hoe de inwoners van het BHG hun woonomgeving percipiëren opent een nieuw venster (pdf)
Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu
- Focus: Het speelnetwerk
- Focus: Collectieve en familiale moestuinen
- Focus: Meerjarenplannen
- Focus: De fragmentatie en het isolement van de groene ruimten
- Focus: Monitoring van de natuurlijke habitats
- Focus: Informatie en sensibilisering : project «Duurzame wijken »
- Focus: De fragmentatie van natuurlijke habitats
- Indicator: Groene ruimten beheerd door Leefmilieu Brussel
- Indicator: Semi-natuurlijke sites en beschermde groene ruimten
- Focus: De Biologische waarderingskaart
- Focus: Vegetatiebedekking
- Focus: Sport en groene ruimten
Andere publicaties van Leefmilieu Brussel
- Rapport over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2012 (.pdf)
- LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT en L’ESCAUT 2015. « Het spel in de stad - Voor een speenetwerk in Brussel », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 122 pp. (.pdf)
Studie(s) en rapport(en)
- AGORA 2011. « Etude sur le maillage vert dans le cadre du plan régional de développement durable (PRDD) », tussentijds verslag - studie in opdracht van Leefmilieu Brussel
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 1 : approche générale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 96 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 2 : Etude de conception - Continuité Cureghem (L28), connexion station Jacques Brel - Cureghem », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 18 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 2 : Etude de conception - Continuité Fleuriste, connexion Bockstael - parc de la Senne - Jardins du Fleuriste », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 23 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 2 : Etude de conception - Continuité Foyer Jettois, connexion Parc de la Jeunesse - Tour&Taxis », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 16 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 2 : Etude de conception - Continuité Van Praet, connexion Flandre (Strombeek-Bever) -Canal-Schaerbeek », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 18 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- AGORA 2014. « Maillage vert - PRDD, Région de Bruxelles-Capitale, phase 2 : volet opérationnel - partie 2 : Etude de conception - Continuité senne (sud), connexion Promenade verte - Gare du midi », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 30 pp (.pdf) (enkel in het Frans)
- BRAT 2009. « Inventaire des espaces verts et espaces récréatifs accessibles au public en Région de Bruxelles-Capitale », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 40 pp. + bijlagen (.pdf) (enkel in het Frans)
- BRAT en RUIMTECEL 2009. « Studie voor een herinrichting van de speel- en sportterreinen in het Brussels Hoofdstedelijk Gebied : Eindverslag», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 49 pp. (.pdf)
- LEEFMILIEU BRUSSEL, BRAT en L’ESCAUT 2015. « Het spel in de stad - Voor een speenetwerk in Brussel », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 122 pp (.pdf)
- MICHEL DESVIGNE LANDSCHAPDESKUNDIGE 2011."Ontwikkeling van de sites voor openbare ruimten in de TOUR & TAXIS zone : Samenvattende nota van een opdracht voor stedenbouwkundige en landschapsstudies", studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 22 pp (.pdf)
- MICHEL DESVIGNE LANDSCHAPDESKUNDIGE 2011. "Ontwikkeling van de sites voor openbare ruimten in de TOUR & TAXIS zone : Tweetalig rapport ", studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 161 pp (.pdf)
- SUM RESEARCH 2015. « Inter-gewestelijk plan voor Neerpede - Vlezenbeek - Sint Anna-Pede : Fase 1 - Inventaris», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel en van Vlaamse Landmaatschappij, 110 pp (.pdf)
- SUM RESEARCH 2015. « Inter-gewestelijk plan voor Neerpede - Vlezenbeek - Sint Anna-Pede : Fase 2 - Streefbeeld», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel en van Vlaamse Landmaatschappij, 38 pp (.pdf)
- SUM RESEARCH 2015. « Inter-gewestelijk plan voor Neerpede - Vlezenbeek - Sint Anna-Pede : Fase 3 - Actieplannen», studie in opdracht van Leefmilieu Brussel en van Vlaamse Landmaatschappij, 138 pp (.pdf)
- VAN DE VOORDE T., CANTERS F. ET CHEUNG-WAI CHAN J. 2010. « Mapping update and analysis of the evolution of non-built (green) spaces in the Brussels Capital Region - Part I & II», cartography and GIS Research Group - department of geography (VUB), studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 35 pp (.pdf) (enkel in het Engels)
Plan(nen) en programma(‘s)