Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Monitoring van soorten en habitats

Monitoring van soorten en habitats

Ontdek hoe de biodiversiteit in ons stadsgewest wordt gemonitord en welke rol burgers hierin spelen. Wat kunnen we leren van deze opvolging en welke trends tekenen zich af?
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten
  • Het milieu: stand van zaken
  • Fauna
  • Flora
11 februari 2025

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Vegetatiebedekking en biologische kwaliteit
  • De fauna in het Brussels Gewest
  • Groene ruimten en hun beheer

In actie voor het leefmilieu

  • De Woluwe komt opnieuw tot leven op de Royale Belge-site
  • Inventaris van de Brusselse flora
  • Eekhoorns, vossen, vleermuizen, … welke zoogdieren vind je in Brussel?

Diensten en aanvragen

  • Een probleem melden met betrekking tot de natuur en de bescherming van wilde dier- en plantensoorten

Regelgeving en inspectie

  • Europese en Brusselse regelgeving ter bestrijding van invasieve uitheemse soorten
  • Wetgeving inzake natuurbehoud in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • Wat mag u wel en niet doen in de Brusselse gewestelijke parken?

Regionaal beleid

  • Natuurplan
  • De Brusselse Hoge Raad voor Natuurbehoud (BHRNB)
  • Beheerplan voor het Zoniënwoud

Inhoud

  • Monitoring van de soorten
  • Monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • Lokale staat van instandhouding van de soorten opgenomen in de "Habitatrichtlijn" en "Vogelrichtlijn"
  • Burgerwetenschap: inzameling van gegevens over de Brusselse biodiversiteit

Monitoring van de soorten

Indicator - Actualisatie : januari 2023

Welke dier-, planten-, paddenstoelen- en korstmossoorten zijn er aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Waar bevinden ze zich? Zijn ze zeldzaam of komen ze veel voor? Verdwijnen er soorten of duiken er andere soorten op? Welke zijn exotisch? Om die vragen te beantwoorden worden de Brusselse fauna en flora onderworpen aan een wetenschappelijke controle en opvolging. De verzamelde gegevens dragen bij aan de uitwerking van een beleid en maatregelen inzake natuurbeheer. Ondanks de stedelijke context en de beperkte oppervlakte is er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een relatief grote biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). te vinden.

Monitoring en wetenschappelijke opvolging ter ondersteuning van het biodiversiteitsbeheer

De monitoring en de opvolging van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). behoren tot de opdracht van Leefmilieu Brussel. 

In 1992 werd het ‘Informatie- en toezichtnetwerk voor de evolutie van de staat van het leefmilieu aan de hand van bio-indicatoren’ opgericht door Leefmilieu Brussel. Sindsdien werd de spreiding en de ecologische vereisten van tientallen soortengroepen bestudeerd.

Deze opdracht heeft hoofdzakelijk betrekking op de inventarissen en de studies waarvan de uitvoering, via overheidsopdrachten, wordt toevertrouwd aan universiteiten en onderzoeksinstituten of, via subsidies, aan verenigingen voor de bescherming en het behoud van de natuur.

De in dat verband ingezamelde gegevens beantwoorden aan uiteenlopende doelstellingen:

  • de internationale en Brusselse verplichtingen naleven betreffende de monitoring van de natuur en de rapporteringen die erop betrekking hebben (onder meer in het kader van de Natura 2000- en de vogelrichtlijn, de ordonnantie betreffende het natuurbehoud, enz.);
  • ertoe bijdragen dat de veranderingen in het leefmilieu onder de aandacht worden gebracht;
  • de beleidslijnen en maatregelen inzake biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). uitwerken en evalueren;
  • het publiek informeren en sensibiliseren over de uitdagingen op het vlak van de biodiversiteit.

Om haar verschillende informatienoden en initiatieven rond de opvolging van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). te stroomlijnen heeft Leefmilieu Brussel in 2009 een monitoringstrategie ontwikkeld om de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op te volgen. Die strategie  kreeg  in 2020 een update om rekening te houden met de recente ontwikkelingen op vlak van de noden, technieken, onderzoeksmethodes en beschikbare gegevens.

Daarnaast werd in 2018, in toepassing van artikel 15 §1 van de Natuurordonnantie, een besluit goedgekeurd dat een toezichtschema vastlegt voor de staat van instandhouding van soorten en natuurlijke habitats aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Sinds 2009 centraliseert Leefmilieu Brussel de gegevens waarover ze beschikt betreffende de soortenrijkdom in het Brussels Gewest in één soortendatabank. Deze databank vormt een belangrijk steunpunt voor het Brussels beleid inzake biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).. De gegevens die geregistreerd zijn op de website waarnemingen.be (zie focus Burgerwetenschap: inzameling van gegevens over de Brusselse biodiversiteit) zijn ook opgenomen.

Tal van inventarissen en atlassen over de Brusselse fauna en flora

Deze fiche heeft specifiek betrekking op de inventarissen en de opvolging (monitoring) van soortengroepen die op gewestelijke schaal zijn uitgevoerd.

In diverse documenten van de Verslagen over de staat van het Brussels leefmilieu zijn bovendien andere monitoringsgegevens in verband met de biodiversiteit terug te vinden, waaronder in het bijzonder die betreffende:

  • de biologische kwaliteit van waterlopen en vijvers;
  • de gezondheidstoestand van de beuken en de eiken in het Zoniënwoud;
  • de evolutie van de avifauna;
  • de staat van instandhouding van bepaalde soorten bedoeld in de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn (zie focus over de staat van instandhouding van soorten en over het vliegend hert);
  • invasieve uitheemse soorten;
  • de monitoring van natuurlijke habitats;
  • het boserfgoed van het Zoniënwoud;
  • de kwalitatieve en kwantitatieve opvolging van de groene ruimten (zie focus op het vegetatiebedekking in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en focus op de biologische waarderingskaart van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest);
  • Het Belgisch deel- en beheerplatform voor gegevens van observaties van natuurkenners (zie focus Burgerwetenschap: inzameling van gegevens over de Brusselse biodiversiteit).

Ter aanvulling worden er ook abiotische parameters, zoals de staat van het grondwaterpeil, gemeten.

De monitoring van de soorten heeft onder meer geleid tot de opstelling van verschillende inventarissen en atlassen die betrekking hebben op het volledig Brussels grondgebied.

De onderstaande tabellen geven voor de verschillende geïnventariseerde taxonomische groepen een beknopte samenvatting van de belangrijkste kwantitatieve gegevens die voortvloeien uit deze studies, namelijk: het aantal op het terrein getelde soorten tijdens de onderzoeksperiode (waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de inheemse soorten en de soorten die vrijwillig of toevallig werden geïntroduceerd), evenals, wanneer deze gegevens beschikbaar zijn, het aantal in Brussel uitgestorven soorten.

De inventaris van de lokaal uitgestorven soorten is gebaseerd op historische gegevens (oude inventarissen van fauna en flora, archieven, oude herbariums of insectendozen enz.).

De in aanmerking genomen periode die varieert naargelang de studie, wordt vermeld in de onderstaande tabellen.  Voor de vissen zijn de gegevens afkomstig van 5 meetcampagnes in het kader van de evaluatie van de biologische kwaliteit van de Brusselse waterlopen en vijvers (zie factsheet 'Vissen')

Naast de enkele cijfers die worden voorgesteld in de bovenstaande tabellen, zijn deze inventarissen vooral interessant vanwege de analyses waartoe ze aanleiding geven en die het mogelijk maken om: 

  • trends vast te stellen ten opzichte van de rijkdom en de ruimtelijke spreiding van de verschillende soorten en de aandacht te vestigen op de meest kwetsbare soorten;
  • de meest interessante sites te identificeren op het vlak van de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).;
  • de vestiging van nieuwe soorten in kaart te brengen, of dit nu het gevolg is van een menselijke tussenkomst of van een natuurlijk proces (bijvoorbeeld door de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.);
  • de factoren te bepalen (of helpen bepalen) die aan de basis liggen van de vastgestelde evoluties.

Deze studies die doorgaans erg veel informatie en genuanceerde conclusies bevatten, kunnen moeilijk in enkele lijnen worden samengevat. Voor meer informatie kunnen geïnteresseerde lezers diverse online beschikbare documenten raadplegen (volledige publicaties of samenvattingen, zie onderstaand kader voor links naar de verschillende documenten).

Bepaalde taxonomische groepen (zoogdieren, libellen, vogels, ...) zijn goed vertegenwoordigd op het Brussels grondgebied

Een vergelijking van bovenstaande gegevens met een inventaris van de soorten opgesteld door de AD Statistiek in 2017 (FOD Economie) toont aan dat ongeveer twee derde van de soorten zoogdieren en odonata ((libellen en juffers) die voorkomen in België ook voorkomen in het Brussels Gewest. Voor de groepen vogels, amfibieën, rechtvleugeligen (krekels en sprinkhanen) en vaatplanten bedraagt dit aandeel 40 tot 50%.

Wat de bijen betreft, werden er in België 381 soorten geteld, waarvan er nu 45 uitgestorven zijn in het hele land (Rode lijst van bijen in België, 2019).  Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telt ongeveer 60% van alle soorten die actueel aanwezig zijn in België.

Deze percentages zijn bijzonder hoog, gelet op de beperkte afmetingen en het extreem verstedelijkte karakter van het Brussels grondgebied. Deze positieve vaststelling vereist echter enige nuancering aangezien een groot deel van de soorten zeldzaam tot zeer zeldzaam is.

Anderzijds zijn de reptielen, dagvlinders en vissen met minder dan een derde van de aanwezige soorten veel zwakker vertegenwoordigd in het Brussels Gewest.

206 soorten wilde bijen aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In de eerste atlas van wilde bijensoorten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2020) staat een lijst van 248 bijensoorten die tussen 1841 en 2020 in het Gewest zijn waargenomen. 

Van die lijst worden 42 soorten (17%) beschouwd als uitgestorven op gewestelijk niveau (37 werden niet meer waargenomen sinds 1990, 5 niet meer sinds 2004). Van de 206 soorten die nog aanwezig zijn, wordt er geschat dat bijna 60% zich in een gunstige situatie bevindt (niet bedreigd of toenemend in aantal) en ongeveer 40% zich in een ongunstige situatie (kwetsbaar of bedreigd) bevindt. De soorten die in aantal toenemen, zijn in de meeste gevallen geïsoleerde waarnemingen van soorten die nooit eerder werden waargenomen in de historische gegevens. Het kweekinsect dat uitgestorven is in het wild, de honingbij, is de 249e Brusselse bijensoort die niet bedreigd is op het grondgebied.

De Josaphat-site wordt op Belgisch niveau aanzien als één van de sites met de grootste natuurlijke rijkdom en telt 127 soorten waarvan 4 enkel op die site werden waargenomen.

Sinds 2001 werden 2 zoogdiersoorten die al enkele decennia niet meer voorkwamen opnieuw waargenomen en hebben zich 3 nieuwe vleermuissoorten gevestigd

Voor de zoogdieren blijkt uit een vergelijking van de 2 atlassen en de analyse van de gegevens die verzameld werden in het kader van een opvolging van de Brusselse vleermuispopulaties dat 2 soorten die tijdens de periode 1909-2000 waargenomen werden, niet meer waargenomen werden sinds het einde van de jaren 80: de mopsvleermuis (Barbastella barbastellus, een vleermuissoort) en de Europese otter (Lutra lutra).

Sinds 2001 werden 7 soorten die niet werden waargenomen in de periode voorafgaand aan 2001 geïnventariseerd:

  • 5 inheemse soorten waarvan 3 vleermuissoorten: bever (Castor fiber), everzwijn (Sus scrofa), tweekleurige vleermuis (Verspertilio murinus), Kuhls dwergvleermuis (Pipistrellus kuhlii) en grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus);
  • 2 niet-inheemse soorten (opgenomen in de lijst van Europese invasieve soorten, zie indicator over de invasieve uitheemse soorten): Chinese muntjak (Muntiacus reevesi, enkele waarnemingen, een exemplaar werd gevangen in 2016) en wasbeer (Procyon lotor) waarvan de huidige aanwezigheid in het Zoniënwoud niet met zekerheid is vastgesteld.

De vergelijking van de 2 atlassen toont aan dat voor respectievelijk 65% en 7% van de soorten zoogdieren die aanwezig zijn in het Brussels Gewest de omvang van het grondgebied waarop de waarnemingen werden gedaan is toegenomen of stabiel is gebleven. Deze informatie moet echter met omzichtigheid worden beschouwd, aangezien voor tal van soorten de kennis van hun ecologie en van de gebieden waarin ze aanwezig zijn en de detectiemethoden zijn verbeterd.

De rijkdom die specifiek gelinkt is aan vleermuizen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is opmerkelijk aangezien 20 soorten vleermuizen (waarvan één soort in ongeveer dertig jaar niet meer werd waargenomen) van de 24 in België getelde soorten al in het Gewest zijn waargenomen.

Het aantal vogelsoorten dat met zekerheid broedt in het Brussels Gewest blijft stabiel, maar de samenstelling van de avifauna evolueert snel

De samenstelling van de avifauna evolueert snel, vanuit het oogpunt van zowel de inheemse als de uitheemse soorten. Sinds de uitvoering van de laatste atlas van de avifauna (2000-2004) zijn bepaalde soorten uitgestorven als “zeker broedvogel” en werd de status van andere soorten naar beneden aangepast als “waarschijnlijke broedvogel”. Omgekeerd zijn er nieuwe soorten verschenen. Soorten die in de Atlas 2000-2004 werden beschouwd als recentelijk lokaal uitgestorven, werden opnieuw waargenomen. Van de verdwenen broedvogels zijn er 2 uitheems (zwarte zwaan en Magelhaengans).

De amfibieën en reptielen hebben bijzonder zwaar geleden onder de aantasting, de vernieling en de versnippering van hun habitats

De eerste atlas van de Brusselse herpetofaunaDierenwereld van amfibieën en reptielen. (amfibieën en reptielen) constateerde een algemene achteruitgang van de inheemse soorten door de vernieling en de aantasting van de gunstige milieus, alsook ten gevolge van de versnippering van de habitats. Zes inheemse soorten van de veertien die in het verleden werden waargenomen in de hoofdstad, worden beschouwd als uitgestorven. De Atlas 2004-2019 waaraan op dit moment de laatste hand wordt gelegd, bevestigt deze vaststelling, aangezien, op één uitzondering na (groene kikker), geen enkele van de als uitgestorven beschouwde soorten werd aangetroffen, ondanks de evolutie van de kennis die de voorbije vijftien jaar sterk is gestegen.

Het fenomeen van de recente vestiging van soorten die niet thuishoren in de Brusselse fauna is de voorbije jaren versterkt. Het gaat om zowel uitheemse soorten (minstens twee genaturaliseerde kikkersoorten en verschillende niet-genaturaliseerde soorten waterschildpadden) en twee neo-inheemse soorten (soorten die al dan niet opzettelijk werden uitgezet in het Brussels Gewest, maar die van nature aanwezig zijn in een gebied dat dicht bij dat van het introductiegebied ligt).

De vissen, die sinds 2016 terug zijn in de Zenne, hebben geleden in 2019

De meetcampagnes in het kader van de evaluatie van de biologische kwaliteit van de waterlopen (driejaarlijkse) hebben een duidelijke verbetering van de staat van de visfauna in de Zenne aangetoond. In de campagnes van 2007 en 2013 werd immers alleen in 2013 één enkele vis in de Brusselse Zenne gevangen. In 2004 werd zelfs geen telling uitgevoerd, omdat de kwaliteit van het water zo slecht was dat er geen vissen in konden leven.

Deze resultaten steken schril af tegen die van de laatste campagne in 2016 tijdens dewelke ongeveer 300 exemplaren van 15 verschillende soorten werden waargenomen in de Zenne. Vertrekkend van de referentielijst van de soorten die historisch in de Zenne aanwezig waren toen ze nog niet of weinig door menselijke activiteiten werd verstoord, stellen we vast dat 11 van de 17 soorten van deze lijst werden waargenomen (soms slechts één keer). Merk op dat sommige van de in 2016 opgetekende soorten ecologisch veeleisend zijn, zoals de bittervoorn, een soort die in het kader van de Europese wetgeving Natura 2000 een bijzondere bescherming geniet (zie Focus Staat van instandhouding van de soorten).

Deze vooruitgang moet in de eerste plaats in verband worden gebracht met de gedane inspanningen voor de zuiveringVerwijderen van de ongewenste bomen (overtallig, ziek, enz.) in een zeer jonge bebossing. van het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is., zowel stroomopwaarts van Brussel als op gewestelijk niveau (zie het thema Water en aquatisch milieu van deze synthese). 

Die positieve tendens werd echter niet bevestigd tijdens de laatste campagne (2019). Toen werden er in de Zenne slechts een tiental soorten aangetroffen. Ook lag het aantal exemplaren veel lager dan in 2013. Een van de mogelijke verklaringen van die evolutie is de droogteDroogte is een natuurlijk fenomeen waarbij de beschikbaarheid van water afneemt als gevolg van een gebrek aan neerslag, wat op termijn tot een watertekort kan leiden. Dit moet niet worden verward met een ‘hittegolf’ of ‘hitteperiode’, ook al hebben deze wel degelijk invloed op de beschikbaarheid van water (toename van de watervraag). van 2019 tijdens dewelke het lage waterpeil van de Zenne in combinatie met lozingen die verontreinigd waren met organische stoffen  tot een daling van het gehalte aan opgeloste zuurstof hebben geleid. De stijgende aanwezigheid van de invasieve soort, de Chinese wolhandkrab, is ook een mogelijke verklaring (zie de indicator over de biologische kwaliteit van de oppervlaktewaters).

De libellen en waterjuffers, bio-indicatoren over de staat van de ecosystemen van de zoetwaters

Dankzij de atlas van libellen en waterjuffers (odonata) die van 2015 tot 2019 voor het Brussels grondgebied werd opgesteld, konden er 51 actuele soorten in kaart worden gebracht van de 69 soorten die in dezelfde periode in België werden geobserveerd. 8 soorten worden als gewestelijk uitgestorven beschouwd.

Als gevolg van het verdwijnen of de achteruitgang van talrijke vochtige gebieden, het kanaliseren van de waterlopen en de aanleg van de oevers, de intensieve visteelt in de waterlichamen of de vervuiling of de eutrofiëringOvermatige toevoer van voedingsstoffen in het water, met als gevolg een woekering van de vegetatie, zuurstofvermindering en onevenwicht van het ecosysteem. van de waterlopen, telde het Brussels Gewest op het einde van de 20e eeuw nog maar 27 soorten van libellen en waterjuffers In minder dan twee decennia is de toestand van de odonatapopulaties sterk verbeterd, zowel wat betreft het aantal waargenomen soorten als hun staat van instandhouding.  Volgens de onderzoekers kan deze evolutie onder meer worden verklaard door een algemene verbetering van de waterkwaliteit en het beheer van de oevers, de toename van de vrije wateroppervlakken (cf. het programma van het Blauw netwerkProgramma dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 1999 heeft opgezet om het water en de vochtige zones op het grondgebied ervan te herstellen. Het programma heeft verschillende doelstellingen: 1) scheiding van afvalwater en zuiver water om de wateraanvoer in de zuiveringsstations te beperken; 2) herstelling van sommige bestanddelen van het gewestelijke hydrografische netwerk; 3) heraanleg van een aantal stukken rivier, vijvers en vochtige zones om hun biologische waarde te herwaarderen, zodat ze eventueel bijzondere beschermingsmaatregelen kunnen genieten; 4) vrijwaring van de landschappelijke en recreatieve functie van deze sites. waarbij bepaalde delen van waterlopen terug werden opengelegd), evenals door een daling van de overtollige populaties van plantenetende en graafvissen. Wat aantoont dat een aangepast beheer erg snel positieve gevolgen kan hebben op het vlak van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)..

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator : Evolutie van het aantal flora- en faunasoorten (per taxonomische groep) (.pdf)

Factsheet

  • n°1. Zoogdieren in het Brussels Gewest, 2021 (.pdf)
  • n°2.Vogels, 2018 (.pdf)
  • n°5. Amfibieën en reptielen in het Brussels Gewest, 2022 (.pdf)
  • n°6. De hogere planten, 2003 (.pdf)
  • n°7. Mossen, schimmels en korstmossen, 2003 (.pdf)
  • n°8.Vissen, 2024 (.pdf)
  • n°9. Ongewervelde dieren, 2017 (.pdf)
  • n°11. Epifytische korstmossen, 2012 (.pdf)
  • n°12. Paddenstoelen, 2013 (.pdf)
  • n°23. Avifauna in gebouwen 2024 (pdf)
  • n° 25. Bijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2022 (.pdf)
  • n°26. De vleermuizen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2022 (.pdf)

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

  • Evolutie van de avifauna (2022)
  • Amfibieën en reptielen in het Brussels Gewest (2022)
  • Libellen en waterjuffers in het Brussels Gewest (2022)
  • Biologische kwaliteit van de voornaamste waterlopen en vijvers (2022)
  • Burgerswetenschappen: inzameling van gegevens over de Brusselse biodiversiteit ("crowdsourcing") (2021)
  • Paddenstoelen en korstmossen (editie 2011-2012)
  • Natuurlijke habitats in de Brusselse groene ruimten (editie 2007-2010)
  • Biodiversiteit: dagvlinders (editie 2007-2008) (.pdf)
  • Semi-natuurlijk leefmilieu en openbare groene ruimten : Staat van de fauna en flora (editie 2003-2006) (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Wilde bijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2018 (.pdf)
  • Amfibieën en reptielen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2017 (.pdf)
  • Dagvlinders in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2017 (.pdf)
  • Zoogdieren in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2017 (.pdf)
  • Paddenstoelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2017 (.pdf)
  • Vogels in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2018 (.pdf)
  • Vleermuizen – Leer ze kennen en beschermen, 2019 (.pdf)
  • Rapport over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2012 (.pdf)
  • Kaart « Evolutie van de vlinderpopulatie »

Studies en rapporten

  • ADRIAENS P. 2020. “Actualisatie van de monitoringstrategie voor de evaluatie van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.” Corridor cvba, studie gerealiseerd in opdracht van Leefmilieu Brussel, Nazareth, 38 p.
  • ALLERMEERSCH L. 2006. "Opmaak van volledige floristische inventaris van het BHG en een florakartering", studie gerealiseerd door de Nationale Plantentuin van België in opdracht van Leefmilieu Brussel, 322 p. (.pdf) 
  • BECKERS, K., OTTART, N., FICHEFET, V., BECK, O., GRYSEELS, M., MAES, D. 2009. « Dagvlinders van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: verspreiding, behoud en beheer (1830-2008) », Leefmilieu Brussel & Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel, 157 p. (het boek is te koop bij de Dienst Info-Leefmilieu van Leefmilieu Brussel)
  • BRABANT C., NYSSEN P., WEISERBS A. & SAN MARTIN G., 2019. “Analyse des données de monitoring et développement de critères pour l’état de conservation local des Chiroptères en Région de Bruxelles-Capitale”, studie gerealiseerd door Natagora in opdracht van Leefmilieu Brussel (enkel in het Frans)
  • Website Rode Lijsten in Vlaanderen
  • DEVILLERS P. , DEVILLERS-TERSCHUREN J. 1998. “Mammifères de Bruxelles, facteurs de risque et mesures de gestion” in BIM "Kwaliteit van het Leefmilieu en BiodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest", studiedocumenten van het K.B.I.N. nr. 93: 147-164." (enkel in het Frans)
  • GRAITSON E., PAQUET A., VERBELEN D. 2022. “Atlas des Amphibiens et Reptiles de la Région de Bruxelles-Capitale”, studie gerealiseerd door Natagora, Natuurpunt & BE/LB in opdracht van Leefmilieu Brussel, 106 pagina’s
  • IPBES 2018. “The IPBES regional assessment report on biodiversity and ecosystem services for Europe and Central Asia”, 892 p. (.pdf) (enkel in het Engels).
  • JEUNES ET NATURE & JEUGDBOND VOOR NATUUR EN MILIEU   "Atlas van de Sprinkhanen van Brussel",  studie gerealiseerd door de werkgroep Saltabel in het kader van het project SaltaBru met de steun van Leefmilieu Brussel, gepubliceerd in het contactblad  n°3 (zomer 2006) van J&N en JNM, 11 p. (.pdf)
  • JOORIS R. 2007. “Inventarisatie amfibieën en reptielen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, rapport van Natuurpunt (studie 2007/3, werkgroep Hyla), in opdracht van het Ministerie voor Leefmilieu, Energie en Waterbeleid en Leefmilieu Brussel - Departement Biodiversiteit, Mechelen, 19 p. (.pdf)
  • LAFONTAINE, R-M., CARPENTIER, C., GOFFETTE, J., OGER, M., MAREE S., PASAU, B., DAEMS, V., DE BOECK, B., BOECKX, A., BOON, L. & DEVILLERS, P. 2019. “Atlas des libellules de la Région de Bruxelles Capitale”. Eindverslag van de subsidie SUB/2018/IRSNB – Bruxelles Environnement (.pdf)
  • LAFONTAINE R.-M., DELSINNE T., DEVILLERS P. (IRSNB) "Evolution des populations de libellules de la RBC - leurs récentes augmentations - importance de la gestion des étangs" in  Les Naturalistes belges 2013, 94, 2-3-4: 33-70.           (html)  (enkel in het Frans)
  • MAES D., BAERT K., CASAER J., CRIEL D., CREVECOEUR L., DEKEUKELEIRE D., GOUWY J., GYSELINGS R., HAELTERS J., HERMAN D., HERREMANS M., HUYSENTRUYT F., LEFEBVRE A., OKELINX T., STUYCK J., THOMAES A., VAN DEN BERGE K., VANDENDRIESSCHE B., VERBEYLEN G., VERCAYIE D. 2014. « De IUCN Rode Lijst van de zoogdieren in Vlaanderen », rapport van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO.R.2014.182811), Brussel. (html)
  • MAES D.,VANREUSEL W., JACOBS I., BERWAERTS K., VAN DYCK H., « De IUCN Rode Lijst van de dagvlinders in Vlaanderen », rapport van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (21), Brussel. (html)
  • PAQUET A. 2022. « Monitoring des populations d’oiseaux en Région de Bruxelles-Capitale  - rapport 2021 », studie uitgevoerd door Natagora Aves in opdracht van Leefmilieu Brussel, 97 p. (.pdf) (andere jaren beschikbaar) (enkel in het Frans)
  • STEEMAN R., ASPERGES M., BUELENS G., DE CEUSTER R., DECLERCQ B., KISZKA A., LEYSEN R., MEUWIS T., MONNENS J., ROBIJNS J., VAN DEN WIJNGAERT M., VAN ROY J., VERAGHTERT W. & VERSTRAETEN P. 2011. “Paddenstoelen in Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 1980-2009. Verspreiding en ecologie”, studie van Natuurpunt met de steun van Leefmilieu Brussel, 725 pp. (enkel in het Nederlands) (het boek is te koop bij Natuurpunt)
  • STIERS I., AYMERE AWOKE A., VAN WICHELEN J., BREINE J., TRIEST L., 2021. « De biologische kwaliteit van waterlopen, kanaal en vijvers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2019. Fytoplankton, fytobenthos, macrofyten, macro-invertebraten en vissen », studie uitgevoerd door VUB & INBO in opdracht van Leefmilieu Brussel, 111 pp.
  • VAN CALSTER H., BAUWENS D. 2010. “Naar een monitoringstrategie voor de evaluatie van de toestand van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, studie uitgevoerd door het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek (INBO.R.2010.37) in opdracht van Leefmilieu Brussel, Brussel, 183 p. (.pdf)
  • VAN DEN BROECK D. 2012. « Atlas van de epifytische korstmossen en de erop voorkomende lichenicole fungi van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, studie uitgevoerd door de Nationale Plantentuin van België in opdracht van Leefmilieu Brussel, 161 p. (.pdf)
  • VANDERPOORTEN A. 1997.”A bryological survey of the Brussels Capital Region”, in Scripta Botanica Belgica, vol 14, pp 1-51. (html) (enkel in het Engels)
  • VAN LANDUYT W., HOSTE I., VANHECKE L., VAN DEN BREMPT P., VERCRUYSSE W. en DE BEER D. 2006. “Atlas van de Flora van Vlaanderen en het Brussels Gewest”, Instituut voor natuur- en bosonderzoek, Nationale Plantentuin van België & Flo.Wer., 99 p. (.pdf)
  • Van Onsem S.,  BREINE J.,  TRIEST  L. (VUB & INBO) 22200017. “De biologische kwaliteit van waterlopen, kanaal en vijvers in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in 2016”, studie uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel, 92 p. + bijlagen. (.pdf) 
  • Vercayie D., Paquet A., Feys S., Willems W. & J-Y. Paquet, 2017. “Zoogdierenatlas van het Brussels gewest 2001-2017”, studie uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel
  • VEREECKEN NJ., DE GREEF S., VERTOMMEN W., PAULY A., MOLENBERG J-M. & D’HAESELEER J., 2022. « WildBnB : Atlas des abeilles sauvages de la Région de Bruxelles-Capitale », eindverslag, studie uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel, 202 p. (enkel in het Frans) (.pdf)
  • WEISERBS A., JACOB J.-P. 2007. « Oiseaux nicheurs de Bruxelles 2000-2004: répartition, effectifs, évolution », studie uitgevoerd door Aves in opdracht van Leefmilieu Brussel, Luik, 292 p. (het boek is te koop bij Natagora) (enkel in het Frans)
  • WEISERBS A., JACOB J.-P. 2005. “Amfibieën en Reptielen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, studie uitgevoerd door AVES en Leefmilieu Brussel, Brussel, 107 p. (.pdf)

Plannen en programma‘s

  • Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest, 2016 (.pdf)
  • Strategie voor bestuivende en nuttige insecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2023 – 2030, 2022 (.pdf)
  • Biodiversiteit 2020 – Actualisering van de Belgische Nationale Strategie, 2013 (.pdf)

Nuttige links

  • Belgian Biodiversity platform (enkel in het Engels)
  • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
  • Natuurpunt, Stichting Natuurinformatie, Aves-Natagora

Monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Focus - Actualisering : december 2020

Habitats van communautair belang (Natura 2000) en habitats van gewestelijk belang zijn onderworpen aan wetenschappelijke monitoring. Daarmee kan de staat van deze habitats worden geëvalueerd en kunnen beheermaatregelen worden gestuurd. Voor de meeste habitats is het aantal sleutelsoorten in de kruidlaag en hun dekking in de bemonsterde zones onvoldoende. De indicatoren met betrekking tot de verstoring en de structuur van boshabitats worden vaak positief beoordeeld. Aan de andere kant is de aanwezigheid van dood hout meestal onvoldoende. Voor niet-beboste milieus brengt de monitoring de eutrofiëringOvermatige toevoer van voedingsstoffen in het water, met als gevolg een woekering van de vegetatie, zuurstofvermindering en onevenwicht van het ecosysteem. van verschillende habitats aan het licht, evenals de overmaat aan slib en het gebrek aan horizontale structuur in de gemonitorde vijvers. Aan de positieve kant is er een niet-significante aanwezigheid van invasieve soorten en geen of weinig verruiging.

Beschermde natuurlijke habitats in het Brussels Gewest

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurlijke of semi-natuurlijke gebieden (speciale beschermingszones) die een speciale beschermingsstatus hebben vanwege de habitats of soorten die ze bevatten. Het Brussels Gewest telt 10 natuurlijke habitattypes van communautair belang. Deze zijn opgenomen in bijlage 1 van de Habitatrichtlijn, die met name habitats omvat die dreigen te verdwijnen of waarvan het verspreidingsgebied beperkt is.
Meer informatie over de Habitatrichtlijn, de aanwezige habitats van communautair belang en de monitoring van soorten en habitats die door de Europese wetgeving in het Brussels Gewest worden beschermd, is te vinden in de factsheets over de lokale staat van instandhouding van soorten in het kader van respectievelijk de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn , de factsheet over de monitoring van de natuurlijke habitats , de semi-natuurlijke gebieden en de groene ruimten met een beschermde status  en op de website van Leefmilieu Brussel (beschrijving van de in het Brussels Gewest aanwezige habitats van communautair belang ). 
De Brusselse wetgeving introduceert, via de Natuurordonnantie, het concept van natuurlijke habitats van gewestelijk belang (HGB).  Ze worden gedefinieerd als "natuurlijke habitats (...) voor de instandhouding waarvan het Gewest een bijzondere verantwoordelijkheid draagt vanwege hun belang voor het gewestelijk natuurerfgoed en/of vanwege hun ongunstige staat van instandhouding". Deze HGB's hebben grotendeels betrekking op open habitats (weiden, rietvelden enz.), die steeds zeldzamer worden in het Brussels Gewest, alsook op de flora en fauna die er afhankelijk van is. Meer informatie over HGB's is beschikbaar in de factsheet over semi-natuurlijke gebieden en groene ruimten met een beschermde status .
Voor habitats van communautair belang en HGB's die in Natura 2000-gebieden of natuurreservaten zijn opgenomen, gelden doelstellingen die moeten leiden tot een "gunstige staat van instandhouding" en beheermaatregelen om deze doelstellingen te bereiken.

Wetenschappelijke opvolging van beschermde habitats

De Habitatrichtlijn vereist monitoring en rapportage over de staat van de habitats en soorten op de schaal van de biogeografische regio (de Atlantische biogeografische regio in het geval van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) en op de schaal van de speciale beschermingszone.
Naast deze verplichtingen wilde het Brussels Gewest, net als Vlaanderen en andere lidstaten, een instrument ontwikkelen om de staat van instandhouding van soorten of habitats op lokaal niveau te bepalen. Dit beantwoordt aan een behoefte aan een concreet instrument dat kan worden gebruikt als basis voor het bepalen van de staat van instandhouding op hogere niveaus, maar ook aan de behoefte aan een monitoring- en evaluatie-instrument om de beheermaatregelen op het terrein te sturen.
Deze focus stelt de resultaten voor van de opvolging van de staat van instandhouding van natuurlijke habitats van communautair en gewestelijk belang op lokale schaal in het Brusselse Gewest sinds 2011 (2011, 2012, 2016, 2018 en 2019).
De evaluatiemethodologie is gebaseerd op wetenschappelijke studies uitgevoerd door het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (het Vlaams onderzoeks- en kenniscentrum voor duurzaam natuurbeheer), waarbij gebruik gemaakt is van referentiedocumenten die op Europees niveau zijn opgesteld.
Deze methode is gebaseerd op parameters die voor elke habitat zijn gedefinieerd en die het mogelijk maken de staat van instandhouding ervan te beschrijven. Deze parameters werden uitgesplitst in een of meer indicatoren die de verstoring van de habitat, de kwaliteit en de structuur ervan weerspiegelen (fysieke componenten van een habitattype, afmetingen, ruimtelijke relaties enz.). Voor elke indicator wordt de waargenomen waarde vergeleken met de referentiewaarden, waarmee een score per indicator wordt bepaald.
De protocollen voor de bemonstering, het werk op het terrein en de evaluatie werden van de ene campagne tot de andere geleidelijk verbeterd. Het hoofddoel is te komen tot een standaardisering van de bemonsterings- en evaluatiemethodologie om de gegevens onderling te kunnen vergelijken (tussen sites of tussen campagnes). De evaluatiemethodologie wordt in detail beschreven in de factsheet over de monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest .
De resultaten worden voorgesteld voor boshabitats enerzijds en voor andere habitats anderzijds.  We merken op dat sommige Natura 2000-habitats vanuit ecologisch oogpunt vrij heterogeen zijn.  Als gevolg daarvan zijn sommige ervan onderverdeeld in meer relevante subtypes.

De meeste gemonitorde boshabitats hebben een goede structuur, maar onvoldoende dood hout

Voor elke geëvalueerde habitat en indicator tonen de tabellen het percentage bezochte bemonsteringszones die zich voor de indicator in een gunstige staat van instandhouding bevonden.
De onderstaande tabel heeft betrekking op de boshabitats van communautair belang die in het Brussels Gewest aanwezig zijn:

De bevindingen van de evaluatie van 2019 volgen in grote lijnen dezelfde trends als die van de vijf evaluaties die in de periode 2011-2019 zijn uitgevoerd.
Wat de verstoringsindicatoren betreft, presteren de bemonsterde habitats over het algemeen goed. De belangrijkste verstoringen hebben betrekking op de aanwezigheid van een aanzienlijk deel invasieve exotische soorten in habitat 9190 (oude zuurminnende eikenbossen met Amerikaanse eik, valse acacia, laurierkers, enz.) en, in mindere mate, in habitat 91E0 subtype mesotroof elzen-essenbos. Habitat 91E0 Alluviale bossen subtype schietwilgenbos lijkt sterk te worden beïnvloed door verruiging (verstoring van de bodem door menselijke interventie) en wordt gemarkeerd door een sterke aanwezigheid van brandnetels en kleefkruid. Deze evolutie zou in verband kunnen worden gebracht met een uitdroging van het milieu.
In het algemeen wordt een gebrek aan sleutelsoorten in de bemonsterde zones vastgesteld, vooral in de kruidlaag. De beperkte aanwezigheid van sleutelsoorten op de bemonsterde percelen lijkt een van de belangrijkste beperkingen te zijn voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van deze habitats. Als we echter het hele bosmassief in ogenschouw nemen, zijn de sleutelsoorten grotendeels aanwezig in de 5 typen boshabitats. Dit betekent dat er een bijzonder goed potentieel voor kwalitatieve ontwikkeling is, maar dat veel belangrijke soorten relatief zeldzaam zijn en een beperkt aantal locaties met gunstige groeiomstandigheden vinden. Bovendien zijn de bezochte percelen niet arm aan soorten, maar in de meeste gevallen zijn de soorten die de habitats onderscheiden afwezig of ondervertegenwoordigd.
Boshabitats scoren goed op structurele parameters zoals het aantal vegetatielagen en het aantal groeiklassen. Naast een moslaag, een kruidlaag, een struiklaag en een boomlaag hebben boshabitats ook een boomlaag met verschillende hoogtes. Merk op dat groeiklasse 7, die overeenkomt met zeer dikke stammen, niet in alle bosgebieden is aangetroffen. Toch is de naleving van dit criterium niet essentieel om te kunnen beoordelen of de horizontale structuur zich in een gunstige staat van instandhouding bevindt.
De 'minimale structurele oppervlakte' is de minimale oppervlakte die nodig is om ervoor te zorgen dat alle fasen van de ontwikkeling van het bos voortdurend naast elkaar aanwezig zijn, zonder menselijke tussenkomst. De grootte ervan hangt af van het type bos. De meeste boshabitats scoren slecht op deze structurele parameter, die verband houdt met de versnippering van het Zoniënwoudmassief. Deze resultaten moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, vooral omdat bij de evaluatie van deze parameter alleen rekening is gehouden met de oppervlakken die zich binnen het Brussels Gewest bevinden, zonder rekening te houden met de habitatoppervlakken die in het Vlaams Gewest overlopen.  De methode en de interpretatie die momenteel worden gebruikt om deze indicator te beoordelen, zijn aan voorbehoud onderworpen en kunnen in de toekomst worden herzien.
Op enkele subtypes van alluviale bossen na, is de aanwezigheid van dood hout onvoldoende (te weinig dik dood hout en een te laag aandeel dood hout).

Over het algemeen goede scores voor indicatoren met betrekking tot verstoring van de gemonitorde graslanden en wetlands 

De onderstaande tabel heeft betrekking op de niet-boshabitats van communautair of gewestelijk belang in het Brussels Gewest:

Indicatoren met slechte scores voor de meerderheid van de bemonsterde locaties zijn onder meer: 

  • Het frequente tekort aan sleutelsoorten en/of de ontoereikende aanwezigheid van sleutelsoorten in de kruidlaag;
  • EutrofiëringOvermatige toevoer van voedingsstoffen in het water, met als gevolg een woekering van de vegetatie, zuurstofvermindering en onevenwicht van het ecosysteem. of overmatige stikstofverrijking van bepaalde milieus (vijvers, rietvelden, droge heidevelden, zilverschoongraslanden, kamgraslanden);
  • Overtollig slib en sediment en onvoldoende horizontale structuur in de gemonitorde vijvers.

Meer informatie is beschikbaar in de factsheet over de monitoring van de natuurlijke habitats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest . 
Positief is dat er goede scores worden toegekend aan bepaalde criteria, waaronder met name de niet-significante aanwezigheid van invasieve soorten en de beperkte of niet-bestaande verruiging.

De meeste heidehabitats verkeren in een ongunstige staat 

In het Zoniënwoud is droge heide een relicthabitat met op sommige plaatsen een beperkte oppervlakte.  Dit type habitat wordt in de context van het Zoniënwoud dan ook meer beschouwd als een structureel element van zuurminnende boshabitats. Het speelt een belangrijke en effectieve rol als habitat voor soorten van Europees en gewestelijk belang zoals vleermuizen, de hazelworm (Anguis fragilis), de levendbarende hagedis(Lacerta vivipara), enz.
Als we kijken naar de uitgevoerde evaluaties van de Europese droge heidehabitats in de evaluatieperiode 2011-2019, blijkt dat de meeste bemonsteringspunten een aantal lacunes vertonen. Ofwel is de habitat afwezig en is er eerder sprake van een beboste situatie, ofwel is de habitat volledig gedegradeerd. Uit de tabel blijkt dus dat de heidehabitats zich in een ongunstige staat bevinden, met name als gevolg van de criteria 'herbebossing' en 'aanwezigheid van sleutelsoorten'.

Om te downloaden

Factsheets

  • 10. Natuurlijke habitats in de Brusselse groengebieden (.pdf)
  • 18. Locaal staat van instandhouding voor habitat- en vogelrichtlijnsoorten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest  (.pdf)

Thema “Grondgebruik en landschappen in Brussel”

  • 14. Semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die genieten van een beschermingsstatuut (.pdf)

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

  • Semi-natuurlijke ruimten en beschermde groene ruimten (editie 2023)
  • Focus : Lokale staat van instandhouding voor habitat- en vogelrichtlijnsoorten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest  (editie 2018)
  • Focus : Natuurlijke habitats in de Brusselse groengebieden (editie 2007-2010)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel 

  • Rapport over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2012 (.pdf)
  • Kaart « Natura 2000 habitats »
  • Kaart  “ Natuurgebieden “

Studies en rapporten

  • ANTEA GROUP 2019 « Opvolging van de lokale staat van instandhouding van de habitattypes van communautair en gewestelijk belang in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Gegevensverzameling 2019 », studie uitgevoerd in opdracht van Leefmilieu Brussel (.pdf)
  • BOSCH H., HOFFMANN M., VAN DEN BERGH E., VANDEVOORDE B., PROVOOST S. 2009. “Criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de Natura 2000-habitattypen. Versie 2.0”, rapporten van het Instituut voor natuur- en Bosonderzoek 2009 (46) , INBO, Brussel. (.pdf)
  • BRUXELLES ENVIRONNEMENT (VANWIJNSBERGHE S., REINBOLD G., VAES F.,  ENGELBEEN M., VAN DER WIJDEN B., BECK O., ROTSAERT G., DO U.) 2019. « Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek I – Plaatsbeschrijving », Brussel. (.pdf)
  • DE BIE E., WOUTERS J., OOSTERLYNCK P., DE SAEGER S., DENYS L., VANDEKERKHOVE K., THOMAES A., DE KEERSMAEKER L., VANDENBORRE J. & PAELINCKX D. 2018. “Beoordelingskader voor ‘regionaal belangrijke biotopen’ (rbb) en andere natuurstreefbeelden”, eindrapport, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2018, Brussel. (.pdf)

Plannen en programma‘s

  • Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek I – Plaatsbeschrijving, 2019 (.pdf)
  • Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek II - Beheerdoelstellingen en – maatregelen, 2019 (.pdf)
  • Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek III - Beheerplannen voor de archeologische sites, natuurreservaten en bosreservaten, 2019 (.pdf)
  • Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest, 2016 (.pdf)

Lokale staat van instandhouding van de soorten opgenomen in de "Habitatrichtlijn" en "Vogelrichtlijn"

Focus - Actualisering : januari 2018

Onlangs werd een evaluatie op Brusselse schaal gemaakt van de staat van instandhouding van 12 door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn beschermde diersoorten. Op basis van de beschikbare observatiegegevens werd de staat van instandhouding voor 7 soorten gunstig bevonden. Het betreft 5 vogelsoorten (wespendief, zwarte specht, middelste bonte specht, slechtvalk en ijsvogel) en 2 insectensoorten (vliegend hert en teunisbloempijlstaart). Voor één vissoort (bittervoorn) werd de staat van instandhouding ongunstig bevonden voor de populaties in de Zenne en het Kanaal, maar gunstig voor de populaties in de Woluwe (waterloop en vijvers).

Een instrument voor de evaluatie op Brusselse schaal van de staat van instandhouding van de door de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn beschermde soorten

Volgens de Habitatrichtlijn (92/43/EG) en de Vogelrichtlijn (2009/147/EG) moeten de lidstaten regelmatig de staat van instandhouding en de tendensen evalueren voor bepaalde soorten die als bedreigd, kwetsbaar of zeldzaam worden beschouwd of die in zeer specifieke milieus leven.
In dit kader ontwikkelt Leefmilieu Brussel een methodologie voor de evaluatie van de lokale staat van instandhouding, op Brusselse schaal, van de door de twee richtlijnen bedoelde soorten die op het grondgebied van het Gewest aanwezig zijn (met uitzondering van de vleermuizen, die het voorwerp van een specifieke follow-up uitmaken). Dit project beantwoordt aande behoefte om over een instrument te beschikken dat als basis kan worden gebruikt om samen met de andere betrokken gewesten en staten de staat van instandhouding van deze soorten te bepalen op de schaal van de Atlantische biogeografische zone (voor de andere soorten dan vogels) – waarvan het Brussels Gewest deel uitmaakt – of van België (voor de vogels) en zo aan de door de richtlijnen opgelegde meldingsplicht te voldoen. De methodologie is gebaseerd op het voor Vlaanderen opgestelde evaluatiekader, behalve voor 2 soorten (muurhagedis en teunisbloempijlstaart) waarvoor dit kader nog niet bestond.
De lokale staat van instandhouding van een soort komt overeen met de staat van instandhouding op het niveau van een populatie of van de habitat van individuen met een wisselwerking op lokaal niveau. De gebruikte evaluatiecriteria zijn de toestand van de populatie (dichtheid van de populatie, aanwezigheid van jonge dieren enz.) en de kwaliteit van de habitat. Deze criteria worden concreet geëvalueerd met behulp van meetbare indicatoren die van soort tot soort verschillen. Anders dan in de evaluaties op het biogeografische niveau of dat van de lidstaat, worden het criterium van de evolutie van de verspreidingszones en de tendensen hier niet in aanmerking genomen (deze elementen zijn op lokale schaal niet relevant).
Elke indicator krijgt een evaluatie (gunstig/ongunstig) door de beschikbare observatiegegevens te vergelijken met uit wetenschappelijke studies afkomstige referentiewaarden. Bij onvoldoende gegevens, wordt de indicator beoordeeld op basis van het oordeel van experts, of wordt hij als 'onbekende situatie' beschouwd. Volgens de door de Europese Commissie ontwikkelde methodologie is de globale evaluatie in principe alleen positief als alle indicatoren gunstig zijn. Maar omdat deze benadering weinig genuanceerd en informatief is, heeft men ze in enkele gevallen enigszins aangepast. De staat van instandhouding wordt daarenboven als onbekend beoordeeld wanneer alle indicatoren voor de evaluatie van het criterium 'populatie' of het criterium 'kwaliteit van de habitat' als onbekend worden beschouwd.

Voor 7 van de 12 geëvalueerde soorten werd de staat van instandhouding als gunstig beoordeeld.

De volgende tabel geeft een samenvatting van de resultaten van de beoordeling van de lokale staat van instandhouding voor 12 in de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn bedoelde soorten. Hij geeft ook een beoordeling van het relatieve belang, uit ecologisch oogpunt, van de Brusselse populaties tegenover de populaties die aanwezig zijn in het Belgische deel van de Atlantische biogeografische regio (door de Habitatrichtlijn bedoelde soorten) of de in België (door de Vogelrichtlijn bedoelde soorten).

see1516_illu_tab1_nl

De lokale staat van instandhouding is gunstig voor 7 soorten, namelijk:

  • 5 vogels: wespendief, zwarte specht en middelste bonte specht (aanwezig in het Zoniënwoud), slechtvalk en ijsvogel (aanwezig op verschillende sites);
  • 1 vlinder: teunisbloempijlstaart (aanwezig op het volledig grondgebied);
  • 1 kever: vliegend hert (populaties aanwezig in 2 gemeenten, met een gunstige status voor de populaties van Watermaal-Bosvoorde en een bij gebrek aan gegevens onbekende status voor de populaties van Ukkel).

Voor 1 soort, de bittervoorn (een vis) is de lokale staat van instandhouding alleen gunstig voor de populaties van de Woluwe en de vijvers. Hij is ongunstig voor de populaties van de Zenne en het Kanaal.
De lokale staat van instandhouding is ongunstig voor 2 vogelsoorten: de nachtzwaluw en de grote zilverreiger. Tot slot zijn voor de populaties muurhagedissen (site te Haren) en nauwe korfslakken (een mollusk die in Sint-Lambrechts-Woluwe, Hof Ter Musschen, voorkomt) de gegevens ontoereikend om hun staat van instandhouding te beoordelen.
Algemeen kunnen we stellen dat soorten die het in het BHG relatief goed doen, vooral cultuurvolgers zijn (soorten die verband houden met de mens en zijn activiteit) met een voorkeur voor een stedelijke omgeving evenals soorten van grote, oude bosgebieden die in het Zoniënwoud een geschikte biotoopNatuurlijke omgeving waarin een plant of dier kan leven en zich kan voortplanten. Een biotoop is de kleinst mogelijke geografische onderverdeling van de habitat. vinden.
Men kan uit de evaluatie afleiden dat de Brusselse populaties van de slechtvalk en het vliegend hert respectievelijk ongeveer 15% en 20% van de populaties in de Belgische Atlantische regio vertegenwoordigen. Ze zijn in dat opzicht buitengewoon belangrijk. Daarnaast is de Brusselse populatie van de nauwe korfslak belangrijk voor de Belgische Atlantische regio vanwege de ligging, want een verlies van deze populatie zou een inkrimping van het areaal van deze soort betekenen.
Het moet echter vermeld dat de beschikbare gegevens geen uitspraak over bepaalde evaluatiecriteria mogelijk maken. De hierboven voorstelde resultaten moeten dus met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd.

Om te downloaden

Factsheets

  • n°18. Lokale staat van instandhouding voor habitat- en vogelrichtlijnsoorten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest  (.pdf)
  • n°2. Vogels (.pdf)
  • n°8. Vissen (.pdf)
  • n° 10. Natuurlijke habitats in de Brusselse groengebieden (.pdf)

Thema “Grondgebruik en landschappen in Brussel”

  • n°14. Semi-natuurlijke ruimten en groene ruimten die genieten van een beschermingsstatuut (.pdf)

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

  • Focus : Het Vliegend hert, een beschermde Europese soort (editie 2015)
  • Focus: Natuurlijke habitats in de Brusselse groene ruimten (editie 2007-2010)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Rapport over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2012 (.pdf)

Studies en rapporten

  • BELGIE 2013. «National summary for 2008-2012 for Article 12, Belgium », Belgische rapportering in verband met Vogels  (79/409/EEC) en Habitat richtlijnen (92/43/EEC), 23 p. (.pdf) (enkel in het Engels) 
  • LOMMELEN E., ADRIAENS D., POLLET M. 2016. “Lokale staat van instandhouding voor habitat- en vogelrichtlijnsoorten binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, studie uitgevoerd door INBO (lnstituut voor natuur- en bosonderzoek) in opdracht van Leefmilieu Brussel (INBO.R.2016.11510159), 74 p. (.pdf)  
  • WEISERBS A. 2013. « De status van Natura 2000 vogelsoorten in het Brussels Hoofdstedelik Gewest – Brussels vogelnieuw n°4», studie uitgevoerd door Natagora Aves in opdracht van Leefmilieu Brussel, 7 p. (.pdf) 

Plannen en programma‘s

  • Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Gewest, 2016 (.pdf) 
  • Biodiversiteit 2020 – Actualisering van de Belgische Nationale Strategie, 2013 (.pdf)

Nuttige links

  • European Environment Agency  -  Explore nature reporting data

Burgerwetenschap: inzameling van gegevens over de Brusselse biodiversiteit

Indicator - Bijgewerkt: november 2024

Er zijn steeds meer burgerwetenschappelijke initiatieven die het verzamelen van milieugegevens door het grote publiek aanmoedigen. Vandaag de dag leveren deze initiatieven vaak een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van kennis over de wilde soorten die op een site aanwezig zijn. Afhankelijk van het project kunnen de doelstellingen ook een meer of minder ontwikkeld educatief aspect bevatten.

De website waarnemingen.be is een portaalsite waarop iedereen, zowel ervaren natuurkenners als amateurs, regelmatig of af en toe hun waarnemingen van dier-, plant- en mycologische soorten in België kunnen registreren. In november 2024 bevatte de databank meer dan 1.900.000 waarnemingen van 6.640 soorten in het Brussels Gewest.

Burgerwetenschap draagt bij aan kennis over lokale biodiversiteit ... maar dat niet alleen

Deelname van het publiek aan het verzamelen van observatiegegevens over fauna, flora en paddenstoelen wordt steeds gebruikelijker. Deze kan de meest uiteenlopende vormen aannemen, afhankelijk van wie het initiatief neemt (academici en/of natuurverenigingen, openbare instellingen, burgergroepen ...), de doelstellingen die worden nagestreefd (wetenschappelijk onderzoek, inventarisatie, sensibilisering, educatie, argumenten ter verdediging van een groene ruimteDe groene ruimtes omvatten particuliere tuinen en domeinen, openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen. ...), de schaal van het project of de middelen die ingezet worden. De laatste jaren is de ontwikkeling van burgerwetenschap geholpen door de komst van technologische innovaties zoals GPS, apps en websites die het gemakkelijker maken om gegevens te delen, soorten te identificeren of foto’s te delen ... Ze brengen vaak onderzoeks- of natuurprofessionals en burgers of verenigingen samen.

Soorteninventarisaties die worden uitgevoerd als onderdeel van projecten voor burgerwetenschap dragen rechtstreeks bij aan het verbeteren van de kennis over lokale biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).. Deze projecten maken het overigens ook mogelijk om informatieve en sensibiliserende activiteiten over stedelijke biodiversiteit te organiseren. Een groter publiek bewustzijn zal waarschijnlijk veel positieve gevolgen hebben, vooral op het vlak van respect voor groene ruimten en biodiversiteit, een meer algemene belangstelling voor milieukwesties, onderwijs over de levende wereld – met name bij kinderen – en actieve betrokkenheid bij milieuprojecten. Programma’s voor burgerwetenschap kunnen ook helpen om burgers en de wereld van de wetenschap dichter bij elkaar te brengen. Bovendien heeft contact met de natuur grote fysieke en psychologische voordelen. 

Initiatieven op het vlak van burgerwetenschap gaan meestal gepaard met opleidingen of gidsen om de betrouwbaarheid van de gegevens te verbeteren. In wetenschappelijke projecten worden er vaak valideringsprocedures opgenomen.

In het Brussels Gewest, net als elders, zijn er steeds meer burgerwetenschapsprojecten. Ze bestrijken een breed scala aan onderwerpen, van biodiversiteit tot luchtvervuiling, waterbeheer en de plaats van vrouwen in de openbare ruimte.  

In deze focus worden een aantal projecten voorgesteld die gebruik maken van burgerwetenschap om de kennis over biodiversiteit in Brussel te verbeteren: mussengroepen, een atlas en een portaal voor het coderen van natuurwaarnemingen. De lessen die uit dit portaal werden getrokken, worden vervolgens in meer detail gepresenteerd.
Een burgerproject brengt de ‘overlevingsplekjes’ van huismussen in kaart

De eerste burgermussengroep werd in 2016 opgericht in de gemeente Sint-Gillis met als doel de mussen terug te brengen naar het Moricharplein, waar ze waren verdwenen. Sindsdien zijn er 15 mussengroepen opgericht in evenveel Brusselse gemeenten. Een van de acties van de vrijwilligers is het lokaliseren van de ‘overlevingsplekjes’ (kleine kolonies) van huismussen. Aangezien mussenkolonies ontstaan door uitbreiding, maakt deze kennis het mogelijk om acties geografisch te richten. Sinds 2020 zijn de overlevingskringen geografisch gelokaliseerd in zes Brusselse gemeenten. Het blijkt dat het aantal overlevingskringen erg ongelijk verdeeld is over de wijken.

Voor meer informatie, zie de website ‘Mussen en biodiversiteit’.

Vrijwillige ornithologen en botanici helpen bij het maken van de atlassen

Het doel van de fauna-, flora- en paddenstoelenatlassen is om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van een groep soorten (amfibieën en reptielen, vogels, planten, zoogdieren ...). Gezien de omvang van het werk in het veld, worden de atlassen over een lange periode geproduceerd (ongeveer elke 15-20 jaar) en zijn ze afhankelijk van het onmisbare werk van vele vrijwilligers. Twee atlassen worden momenteel opgesteld:

  • de atlas 2022-2025 van de broedvogels en wintervogels in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (initiatief van Leefmilieu Brussel, dienstverlener: ornithologisch centrum Aves van Natagora in samenwerking met Natuurpunt) ;
  • de floristische atlas van Brussel 2024-2027 (Initiatief van Leefmilieu Brussel, dienstverlener: Natagora in samenwerking met Natuurpunt).

Om deze atlassen tot stand te brengen wordt er een beroep gedaan op de gemeenschap van vrijwillige ornithologen en botanici. Concreet houdt dat in dat elke vrijwilliger verantwoordelijk is voor de inventarisatie van een of meerdere ‘atlasvierkanten’ (1 km*1 km), volgens een nauwkeurig protocol dat wordt bepaald door de dienstverleners die verantwoordelijk zijn voor de organisatie en uitvoering van het project.

Voor meer informatie, zie de websites ‘Vogelatlas - Brussel’ en ‘FloraBru, le grand recensement des plantes sauvages à Bruxelles’.

Burgerwetenschap helpt bij het monitoren van invasieve uitheemse soorten

Vroegtijdige opsporing en snelle reactie op de aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten zijn essentieel voor een effectief beheer.  Daartoe is een waarschuwingsinstrument ontwikkeld dat de beschikbare gegevens uit verschillende bronnen centraliseert. Deze gegevens zijn afkomstig van officiële monitoringprogramma's en wetenschappelijke projecten, maar ook van instrumenten zoals het waarnemingen.be-internetplatform (zie hieronder), waar burgers hun waarnemingen van flora en fauna kunnen invoeren. Het “Life-Riparias”-project, dat tot doel heeft het beheer van bepaalde invasieve uitheemse soorten in België te optimaliseren, steunt in het bijzonder op participatieve wetenschap om invasieve uitheemse rivierkreeften en waterplanten te monitoren. Burgerparticipatie blijkt van onschatbare waarde te zijn bij het identificeren van de betreffende locaties.

In 2024 hebben meer dan 4.000 personen waarnemingen met betrekking tot het Brussels Gewest ingevoerd op waarnemingen.be

De websites waarnemingen.be en de Franstalige versie observations.be bieden een interface voor het delen en beheren van waarnemingsgegevens van natuurkenners. Dit portaal, waarin iedereen zijn eigen waarnemingen voor het Belgische grondgebied kan invoeren, werd in 2008 ontwikkeld op initiatief van Natuurpunt, Stichting Natuurinformatie en Aves-Natagora. Een Brusselse versie van de website werd ontwikkeld in het Nederlands en het Frans (www.bru.waarnemingen.be). De Franstalige en Nederlandstalige websites delen dezelfde databank, wat betekent dat waarnemingen die in het ene systeem gecodeerd zijn, zichtbaar zijn in en gedeeld worden met het andere systeem.

Deze websites worden gevoed door waarnemingen van zowel werkgroepen en experts en op ad-hocbasis van amateur of ervaren natuurkenners. Er is ook een procedure voorzien voor het valideren van waarnemingen. Het succes van het portaal groeit jaar na jaar, van 431.356 waarnemingen in 2008 voor heel België tot 9.836.633 in 2024 (11/2024).

De indicatoren in de onderstaande grafieken tonen, voor de jaren 2020 en 2024 en in het Brussels Gewest:

  • het aantal personen dat waarnemingen heeft gecodeerd ;
  • het aantal gecodeerde waarnemingen ;
  • het aantal verschillende gecodeerde soorten ;
  • het gemiddelde aantal gecodeerde waarnemingen per waarnemer.

Merk op dat deze gegevens pas vanaf 2020 beschikbaar waren. 

In 4 jaar tijd is het aantal waarnemers en waarnemingen in het Brussels Gewest respectievelijk bijna verdrievoudigd en verdubbeld

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van waarnemingen.be / Natagora / Natuurpunt / Fondation Observation Internationale, november 2024
Grafiek: in 4 jaar tijd is het aantal waarnemers en waarnemingen in het Brussels Gewest respectievelijk bijna verdrievoudigd en verdubbeld

Lees de transcriptietekst

Aantal waarnemers/jaar die gegevens van natuurobservaties invoeren op www.bru.waarnemingen.be voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
2020                                       1.428  
2024 (november)                     4.030

Aantal waarnemingen/jaar geregistreerd op www.bru.waarnemingen.be voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
2020                                       143.552
2024 (november)                     268.238

Aantal soorten/jaar geregistreerd op www.bru.waarnemingen.be voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
2020                                       4.066
2024 (november)                     5.297

Ondanks deze toename is het aantal waarnemers dat hun waarnemingen registreert beperkt in vergelijking met de omvang van de bevolking. Er is zeker ruimte voor verbetering, vooral voor bepaalde groepen (zoogdieren, reptielen en amfibieën ...). 

6.640 soorten die in het Brussels Gewest zijn waargenomen, zijn in 2024 geïnventariseerd in waarnemingen.be

Meer dan 1.900.000 waarnemingen met betrekking tot 6.640 verschillende soorten werden ingevoerd op www.bru.observations.be, waaronder een aantal waarnemingen die dateren van voor de oprichting van de site in 2008. In april 2021 waren er ongeveer 1.100.000 waarnemingen en 6.341 soorten.

Respectievelijk 71%, 15% en 8% van deze waarnemingen hebben betrekking op vogels, insecten en planten. De meest waargenomen en geregistreerde insecten zijn de hymenoptera (vliesvleugeligen) en rhopalocera (dagvlinders) (17%). 

Verdeling van het aantal waarnemingen per taxonomische groep (Brussels Gewest, november 2024)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van waarnemingen.be / Natagora / Natuurpunt / Fondation Observation Internationale, website geraadpleegd op 30 november 2024
Grafiek: Verdeling van het aantal waarnemingen per taxonomische groep (Brussels Gewest, november 2024)

Lees de transcriptietekst

Totaal aantal geregistreerd waarnemingen op de website www.bru.waarnemingen.be per taxonomische groepen, alle jaren samen

Vogels: 1.383.235

Insecten: 282.981

Planten: 146.700

Paddenstoelen: 45.509

Zoogdieren: 27.637

Andere: 48.893

Totaal: 1.934.955

Opgemerkt moet worden dat vogels in 2021 78,7% van de waarnemingen vertegenwoordigden, terwijl dit percentage eind 2024 gedaald was tot 71,5%. Dit betekent dat waarnemingen met betrekking tot andere taxonomische groepen verhoudingsgewijs meer vooruit zijn gegaan, wat duidt op een toegenomen diversificatie van de interesses en/of kennis van de mensen die hun gegevens invoeren (dit geldt des te meer omdat 2024 de voltooiing van de nieuwe vogelatlas omvat).  In dit opzicht, en waarschijnlijk in verband met de opstelling van de floristische atlas, zijn de waarnemingen van planten sterk gestegen, van 3,8% van het totale aantal waarnemingen in 2021 tot 7,6% in 2024.

De grafiek hieronder toont het aantal waargenomen soorten per taxonomische groep. De meest vertegenwoordigde groepen qua aantal soorten zijn insecten (alle ordes samengenomen), paddenstoelen en planten. 

Verdeling van de waargenomen soorten per taxonomische groep, inclusief uitheemse soorten (Brussels Gewest, november 2024)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van waarnemingen.be / Natagora / Natuurpunt / Fondation Observation Internationale, website geraadpleegd op 30 november 2024

Lees de transcriptietekst

Insecten: 3.634

Ongewervelde (andere dan insecten): 357

Planten: 947

Vissen: 14

Paddenstoelen: 1.117

Reptielen en amfibieën:18

Mossen en korstmossen: 249

Zoogdieren: 48

Vogels: 256

Totaal: 6.640

Verdeling van de waargenomen insectensoorten volgens taxonomische volgorde (Brussels Gewest, november 2024)

Bron: Leefmilieu Brussel op basis van waarnemingen.be / Natagora / Natuurpunt / Fondation Observation Internationale, website geraadpleegd op 30 november 2024
Grafiek: verdeling van de waargenomen insectensoorten volgens taxonomische volgorde (Brussels Gewest, november 2024)

Lees de transcriptietekst

Orthoptera (sprinkhanen en krekels): 22

Rhopalocera (dagvlinders): 45

Odonaten (libellen en waterjuffers): 50

Insecten (overig): 144

Hemiptera (wantsen, bladluizen, enz.): 311

Hymenoptera (bijen, wespen en mieren): 598

Diptera (vliegen en muggen): 672

Kevers: 743

Heterocera (nachtvlinders): 1.049

Totaal: 3.634

Tot op zekere hoogte weerspiegelen deze cijfers de soortenrijkdom binnen elke groep. Ze worden echter ook in grote mate beïnvloed door de inspanningen die worden geleverd om inventarissen op te stellen en door het gemak waarmee soorten kunnen worden waargenomen en geïdentificeerd, wat per taxonomische groep verschilt. Er moet ook worden opgemerkt dat sommige soorten enkel in uitzonderlijke omstandigheden worden waargenomen.

Om te downloaden

Methodologische fiche

  • Indicator: Verzameling van biodiversiteitsgegevens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door burgers (“participatieve wetenschappen”): aantal waarnemers (.pdf) 

Tabellen met de gegevens

  • Aantal waarnemers/jaar die gegevens van natuurobservaties invoeren op www.bru.waarnemingen.be (2020 en 2024, BHG) (.xls)
  • Aantal waarnemingen/jaar geregistreerd op www.bru.waarnemingen.be (2020 en 2024, BHG) (.xls)
  • Aantal soorten/jaar geregistreerd op www.bru.waarnemingen.be voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2020 en 2024, BHG) (.xls)
  • Totaal aantal geregistreerd waarnemingen op de website www.bru.waarnemingen.be per taxonomische groepen, alle jaren samen (2021 en 2024, BHG) (.xls)
  • Aantal geregistreerd soorten op de website www.bru.waarnemingen.be per taxonomische groepen, alle jaren samen (2021 en 2024, BHG) (.xls)

Fiche van de Staat van het Leefmilieu

  • Hoofdstuk Fauna (.pdf)
  • Hoofdstuk Paddenstoelen en Korstmossen (.pdf)

Andere publicatie van Leefmilieu Brussel

  • Rapport over de staat van de natuur in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2024 (.pdf) 

Plan en programma

  • Gewestelijk Natuurplan 2016-2020 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2016 (.pdf)

Nuttige links

  • Natuurpunt, Stichting Natuurinformatie, Aves-Natagora
< Invasieve uitheemse soorten Terug naar thema Groene ruimten en biodiversiteit

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Tournesol avec vue sur la ville

Mijn natuurlijke tuin 

26/08/2026
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten
Een goede plantenkeuze is een voorwaarde voor een mooie tuin.  En meer biodiversiteit komt dan vanzelf: vertrouw gewoon op de natuur en kies inheemse planten!
Lees verder about Mijn natuurlijke tuin

11 tips om je tuin te onderhouden tijdens een hittegolf  

15/06/2023
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten
  • Wijk
In dit artikel geven we elf praktische, milieuvriendelijke tips om je tuin te onderhouden tijdens een hittegolf, zodat hij er gezond en levendig blijft uitzien ondanks de zomerse omstandigheden.
Lees verder 11 tips om je tuin te onderhouden tijdens een hittegolf

Opmerkelijke bomen: maak kennis met de groene reuzen van Brussel

18/02/2025
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten
Ontdek de opmerkelijke bomen van het Brussels Gewest. Hun geschiedenis, majestueuze gestalte en ecologische rol maken van hen natuurlijke schatten die beschermd moeten worden.
Lees verder Opmerkelijke bomen: maak kennis met de groene reuzen van Brussel

Invasieve planten, een bedreiging voor onze bodems?

08/10/2024
  • Bodem
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten
In het kader van de Good Soil-strategie lijkt de verspreiding van invasieve planten heden een bedreiging te vormen voor onze bodem en de biodiversiteit. Leer ze herkennen en verneem hoe je ze in je tuin kan beheren.
Lees verder Invasieve planten, een bedreiging voor onze bodems?
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten