U bent hier

Invasieve flora

Uitheemse planten, afkomstig uit alle continenten, maken intussen meer dan een kwart van de Brusselse flora uit. Ze vormen niet noodzakelijkerwijze een gevaar voor de biodiversiteit . Integendeel. Denken we bijvoorbeeld maar aan de vlinderstruik die op braakliggende gronden en in tuinen massa’s vlinders aantrekken.
Jammer genoeg dringen sommige soorten zich wel heel erg op, en installeren ze zich ten koste van de plaatselijke flora omdat ze bij ons geen enkel obstakel tegenkomen en omdat niets hun opmars remt. We stellen hier enkele van dergelijke soorten voor.

Sinds de invoering van de Natuurordonnantie (01/03/2012) bestaat er een juridisch kader voor wat betreft invasieve exoten, meer bepaald bijlage IV van deze ordonnantie. Er zijn verbodsbepalingen, en beheermaatreglen in het veld zijn nu mogelijk.

Voor invasieve exoten bestaan momenteel twee soorten lijsten: een Europese lijst en een Brusselse lijst. Enkele voorbeelden:

Reuzenberenklauw

De reuzenberenklauw staat bij Leefmilieu Brussel bovenaan de lijst van te beheren planten, omdat die grote schermbloemige giftig is voor de mens. De giftige stof die de plant afscheidt, veroorzaakt immers brandwonden als men vervolgens aan zonlicht blootgesteld wordt.
De reuzenberenklauw, één van de grootste grasachtige planten in Europa, vormt dichte populaties die de andere soorten verstikken. De plant is te vinden langs spoorwegen, op de zij- en middenbermen van snelwegen, op ruigtes, enz.
Het is raadzaam de plant vlak onder de grond af te steken, vóór de plant in zaad komt. Het groenafval van deze plant mag niet bij de compost.

De Reuzenberenklauw komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012 en op de Europese lijst sinds augustus 2017.

Japanse duizendknoop

In de loop van de 19de eeuw werden de Japanse duizendknoop en de Sachalinse duizendknoop als sierplant in Europa binnengebracht. Dat zijn winterharde planten met grote bladeren en kleine witte bloemen. Ze vormen dichte en ondoordringbare struiken die tot drie meter hoog kunnen worden. De duizendknoop is van alle grasachtige soorten de meest productieve van de gematigde flora. Ze woekeren tegen verschillende centimeters per dag voort langs rivieroevers, in bermen, aan bosranden, op braakliggende gronden, en ze verstikken er alles wat ze bedekken. Bovendien zijn ze voor de plaatselijke vogels van geen enkel nut.
Deze plant moet ten minste twee keer per jaar (half juni en begin oktober) volledig uitgetrokken worden; dat is de enige manier om de opmars ervan te stoppen.

De Japanse duizendknoop komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012.

Reuzenbalsemien

De reuzenbalsemien is een grote sterke plant met kleine bloemen die roze, rode of purperen trossen vormen. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest komt deze soort bijvoorbeeld voor langs de Zenne, maar ook in het Zoniënwoud.
Deze winterharde plant moet worden verwijderd vóór zijn bloeitijd, zodat de zaden zich niet kunnen verspreiden.

De Reuzenbalsemien komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012 en op de Europese lijst sinds augustus 2017.

Bezemkruiskruid

Deze kleine plant, die bijna het hele jaar bloeit, is nog maar vrij recent in Brussel opgedoken, in droge weiden, zoals bij Thurn & Taxis. Dat de plant zo snel oprukt, baart echter zorgen, zonder dat men zijn impact al echt nauwkeurig kan inschatten. In het zuiden van Frankrijk, waar bezemskruiskruid bijzonder veel voorkomt, wordt hij als een echte plaag beschouwd.

Bezemkruiskruid komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012.

Amerikaanse vogelkers

Deze plant is afkomstig uit Noord-Amerika en werd in Europa ingevoerd voor de kwaliteit van zijn hout en omdat hij gedijt op schrale en zure zandgronden. De Amerikaanse vogelkers groeit hier in het Zoniënwoud. Zijn verbreiding wordt momenteel zeer sterk onder controle gehouden: omdat deze plant veel schaduw afwerpt en alle onderhout inpalmt, belemmert hij de natuurlijke verjonging van de eiken en is hij nadelig voor de ontwikkeling van de laag van grasachtigen. Bovendien trekt deze plant, levend noch dood, niet echt veel inheemse insecten aan en verarmt hij de plaatselijke biodiversiteit.

Amerikaanse vogelkers komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012.

Gewone robinia

Deze boom komt eveneens uit Noord-Amerika. Hij werd bij ons gebruikt om spoorwegbermen te stabiliseren. Een bijzondere eigenschap van deze pioniersboom, die zich perfect aanpast aan grond van slechte kwaliteit, is dat hij de bodem verrijkt met stikstof. Maar omdat hij de bodem verandert, moet hij worden verwijderd uit waardevolle omgevingen die beschermd moeten worden omdat ze zeldzaam zijn (zoals droge weiden of sommige stukken bos). Uitroeiing van deze boom hoeft niet, zijn terrein moet alleen maar beperkt blijven tot bermen of meer gemeenzame zones.

Gewone robinia komt voor op de Brusselse lijst sinds 2012.

Datum van de update: 11/07/2019