Bedrijfsvervoerplan (BVP): Welke transportmiddelen gebruiken de werknemers?
- Mobiliteit
- Lucht
- Vervoerplan
- Vervoer
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Het opstellen van een BVP is verplicht voor alle organisaties, zowel publieke als private, die op eenzelfde site in Brussel meer dan 100 werknemers tewerkstellen. Om de 3 jaar moeten zij een diagnose van hun mobiliteit opmaken en een actieplan uitwerken ten gunste van duurzamere verplaatsingen. Een goede indicator van werkgebonden mobiliteitspraktijken!
Een zeer hoge deelname in 2024-2025
De laatste oefening, afgesloten in 2024-2025, kende een bijzonder hoge deelnamegraad: bijna 95% van de verwachte BVP's werd ingediend. In totaal hebben de overgemaakte plannen betrekking op ongeveer 316.000 werknemers, goed voor meer dan 40% van de werkgelegenheid in het Brussels Gewest. Deze resultaten geven zo een zeer representatief beeld van de mobiliteitspraktijken die verband houden met de activiteiten van ondernemingen en instellingen in de hoofdstad.
BVP's in Brussel: 40% van de werknemers betrokken
Wie zijn de betrokken ondernemingen?
De BVP's bestrijken een breed scala aan organisaties die actief zijn in Brussel. Hun vestiging op het Brusselse grondgebied is ongelijk verdeeld. Sommige sectoren bevinden zich voornamelijk in de centrale wijken (administraties, banken, Europese instellingen), terwijl andere zich eerder concentreren in de tweede kroon (ziekenhuizen, grootwarenhuizen, industrie, onderwijscentra).
Activiteitssectoren van ondernemingen die onder het BVP vallen (aandeel van de werknemers)
Ook de tewerkstellingsprofielen verschillen. Sommige sectoren werven voornamelijk personeel aan dat in Brussel woont (bijvoorbeeld de Europese instellingen of de lokale besturen), terwijl andere over een ruimer arbeidsmarktgebied beschikken en een groot aantal pendelaars aantrekken.
Hoe verplaatsen werknemers zich?
In 2024 zakt het aandeel van de auto in het woon-werkverkeer van de grote Brusselse ondernemingen voor het eerst onder de grens van 30%. De dalende trend die al meer dan tien jaar aanhoudt, bevestigt zich, na de tijdelijke heropleving tijdens de covidperiode.
Het openbaar vervoer behoudt een belangrijke plaats. De trein bereikt opnieuw een niveau dat dicht bij dat van vóór de gezondheidscrisis ligt, terwijl het stedelijk vervoer (MIVB, De Lijn, TEC) verder blijft toenemen.
De fiets blijft sterk groeien en vertegenwoordigt inmiddels meer dan 9% van de verplaatsingen. Bij werknemers die in Brussel wonen, ligt dat aandeel 2 keer hoger. Omgekeerd is het autogebruik bij de Brusselse bevolking sterk teruggelopen.
De vervoerswijzen om naar het werk te gaan
Telewerk in volle opmars
Telewerk verandert echter wel de realiteit van de verplaatsingen. Gemiddeld presteren werknemers anderhalve dag per week van thuis uit, en in de tertiaire sector zelfs twee dagen. Dat vertegenwoordigt bijna 30% van de wekelijkse arbeidstijd en vermindert in dezelfde mate het aantal verplaatsingen. Ondanks een lichte stijging van het totale aantal personen waarop de BVP's betrekking hebben, is het totale volume woon-werkverplaatsingen de voorbije jaren dus gedaald.
Mobiliteitsbeleid
Naast de ligging van de werkplek hebben ook de mobiliteitsmaatregelen die ondernemingen invoeren een sterke invloed op de manier waarop werknemers zich verplaatsen. Het parkeerbeheer, het ter beschikking stellen van salariswagens, de terugbetaling van het openbaar vervoer, telewerkregelingen en fietsstimuli spelen allemaal een belangrijke rol.
Sinds de invoering van de vervoersplannen hebben ondernemingen hun acties ten gunste van duurzame mobiliteit geleidelijk versterkt, ook al lijkt die vooruitgang vandaag te stabiliseren.
Sommige maatregelen zijn intussen zeer wijdverspreid. Meer dan 8 op de 10 ondernemingen betalen de woon-werkabonnementen voor trein of MIVB volledig terug. Ook de fietsvergoeding, die verplicht is geworden in de privésector, is bijna algemeen ingeburgerd, net als de infrastructuur voor fietsers.
Het aandeel van het personeel met een salariswagen stabiliseert zich rond 15%. In sommige sectoren blijft het echter zeer hoog. De ontwikkeling van het mobiliteitsbudget, dat het mogelijk maakt de salariswagen in te ruilen voor andere mobiliteitsvoordelen (openbaar vervoer, fiets enz.), draagt bij tot een grotere diversiteit in verplaatsingspraktijken en beperkt de effecten van het systeem van salariswagens. De elektrificatie van de vloten gaat bovendien snel vooruit: meer dan 1 salariswagen op 4 is inmiddels elektrisch. Tegelijk nemen ook de bedrijfsfietsvloten toe, met name via leasingformules, en een groeiend aandeel van die fietsen is elektrisch.
Meetbare effecten
Vergelijkingen in de tijd en met de andere gewesten en steden in België tonen aan dat de afname van het autogebruik sterker is in Brussel, waar de BVP's verplicht zijn.
Woon-werkverplaatsingen: vergelijking van het autogebruik per stad
Ondernemingen met een BVP vertonen systematisch lagere aandelen automobilisten dan ondernemingen zonder BVP. Deze resultaten tonen aan dat de BVP's bijdragen aan de evolutie van mobiliteitspraktijken, ook al is het moeilijk hun effect precies te isoleren van de verschillende factoren die de verplaatsingen beïnvloeden.
En hoe nu verder?
De resultaten bevestigen een positieve evolutie van de werkgebonden mobiliteit in Brussel. De ontwikkeling van telewerk, de toename van het fietsgebruik, de afname van het autogebruik en de maatregelen die ondernemingen invoeren, dragen samen bij tot een verandering van de verplaatsingsgewoonten.
De volgende BVP-oefeningen zullen het mogelijk maken om deze evoluties in de tijd op te volgen en de doeltreffendste hefbomen te identificeren om de overgang naar een duurzamere mobiliteit voort te zetten.
Om te downloaden
Wilt u dieper ingaan op deze resultaten?
- pdfHet volledige evaluatierapport van de BVP's 2024-2025 (.PDF, 4.86 MB)
Ontdek ook de vorige evaluatierapporten van de BVP's in het Brussels Gewest:
Nuttige links
- De resultaten van de federale enquêtes over het woon-werkverkeer (FOD Mobiliteit en Vervoer)