U bent hier

Uw parking (professionnels)

a. Gebruik van de parking
b.  Toegangswegen en nooduitgangen
c.  Verkeer
d.  Wegmarkering en bewegwijzering
e.  Maatregelen tegen vervuiling
f.  Verlichting
g.  Vloerbedekking en beheer van regenwater

a.  Gebruik van de parking

Parkeerplaatsen

  • Respecteer het aantal parkeerplaatsen toegestaan in uw milieuvergunning.
  • Respecteer het gebruik van de parkeerplaatsen zoals voorzien in uw milieuvergunning. 
  • Gebruik de parking uitsluitend voor het parkeren van voertuigen, behalve als uw milieuvergunning expliciet andere gebruiksvormen mogelijk maakt. 
  • Voor gemengde parkings: respecteer het aandeel plaatsen bestemd voor woningen, kantoren en winkels.

Parkeren

  • Verbied het parkeren buiten de parkeerplaatsen aangeduid op de grond.
  • Verbied het parkeren in de omgeving van de toegangswegen voor de spoeddiensten.

Manœuvre

Voor een bestaande parking

  • U kunt dubbele plaatsen achter elkaar behouden.

Voorwaarde: het manoeuvreren van een voertuig om een parkeerplaats in of uit te rijden mag niet gepaard gaan met de verplaatsing van meer dan één voertuig.    

Voor een nieuwe parking

  • Voorzie alleen enkele plaatsen, behalve bij een parking beheerd door parkeerbedienden.
  • Leg eventueel parkeerplaatsen “in visgraat” aan om het manoeuvreren te vergemakkelijken.
  • Vraag een afwijking aan als u plaatsen achter elkaar voorziet. 

    Vraag schriftelijk een afdoende gemotiveerde afwijking aan bij Leefmilieu Brussel

    Gegevens van Leefmilieu Brussel:

    Afdeling Vergunningen en Partnerschappen
    Thurn & Taxis Site
    Havenlaan 86C, bus 3000
    1000 Brussel

    Vermeld in uw brief :

    • de naam, de firmanaam en het adres van de houder van de milieuvergunning;
    • de referenties van de geldige milieuvergunning(en).

Elektrische voertuigen

Als uw parking beschikt over elektrische laadpunten voor voertuigen:

Verbod tot opslag

  • Plaats geen vuilniszakken of vuilniscontainers in de parking. 

    Als de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH) ermee akkoord gaat, kunt u een afwijking verkrijgen om afvalcontainers in de parking op te slaan. In dat geval dient u aan volgende voorwaarden te voldoen:

    • De containers mogen maximaal 1100 liter bevatten;
    • Ze zijn bestemd voor huishoudafval, PMD (blauwe container) en papier/karton (gele container);
    • Ze hinderen het voetgangers- of autoverkeer niet;
    • Ze bevinden zich op duidelijk aangegeven plekken met een grondmarkering;
    • Ze bevinden zich op een goed verluchte en propere plek en worden regelmatig schoongemaakt;
    • Ze zijn afgesloten om te vermijden dat dieren erdoor aangetrokken worden.

Top

b. Toegangswegen en nooduitgangen

In- en uitrijden

  • Als de toegang uitgerust is met een hefboom of een ander obstakel, voorzie dan indien nodig een wachtzone zodat de voertuigen het verkeer op de trottoirs of op de weg niet hinderen (rotonde, lichten …)
  • Als de zichtbaarheid slecht is, installeer dan spiegels om de veiligheid van de voetgangers op het trottoir te verzekeren.

Voor de nieuwe installaties

  • Voorzie toegangswegen op hetzelfde niveau als de trottoirs op de weg.

Noodingangen en -uitgangen 

De normen voor nooduitgangen werden bepaald in het besluit van 19 december 1997. Alle gebouwen die na deze datum opgetrokken zijn, moet ze dus naleven. Voor oudere gebouwen beoordelen we de situatie geval per geval, in overleg met de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (DBDMH). We bepalen dan de specifieke vereisten in de milieuvergunning.

  • Vermijd wild parkeren dicht bij de toegang door een hefboom of plots, bakens, etc.
  • Voorzie geen parkeerplaats dicht bij de nooduitgangen of toegangswegen voor hulp.

Top

c. Verkeer

Voetgangersverkeer

  • Voorzie eventueel een beschermde voetgangersweg: muurtje, haag …
  • Voorzie een markering op de grond van de voetgangerszones in antislipmateriaal.

Autoverkeer

  • Installeer indien nodig vertragingsmechanismen op lange rechte stroken.
  • Geef de rijrichting aan in de parking, in overeenstemming met het verkeersreglement.

Top

d.  Wegmarkering en bewegwijzering

Wegmarkering

  • Baken de parkeerplaatsen en de laad/loszones duidelijk af (markering op de grond, paaltjes …).
  • Gebruik een verschillende markering per zonetype: parkeerplaats, laadzone …
  • Voorzie bij de nooduitgangen een gedifferentieerde markering op de grond om hinderlijk parkeren te vermijden, want dat kan de toegang tot de berijdbare weg aan in- en uitgang belemmeren.

Geleidingssysteem

  • Geef duidelijk de rijrichting aan.

Weergave van verbodsberichten

  • Belet de toegang van vuilniswagens en containerwagens tussen 22 en 7 uur.
  • Belet het parkeren van koelwagens in werking tussen 20 en 7 uur.
  • Verbied het gebruik van geluidsseinen of luidsprekers op de parking: gebruik het pictogram:

 

 

                                                                   ​

Top

e.  Maatregelen tegen vervuiling

Voor de preventie van vervuiling van de bodem en het oppervlaktewater

  • Geef de voorkeur aan doorlatende oppervlakken (poreuze stenen …). Die structuren houden zware metalen vast (zink, koper, cadmium) en de micro-organismen die erin zitten breken de koolwaterstoffen af.
  • Voor parkings met ondoorlatende bedekking voorziet u een reserve met absorberende materialen (zand of zaagsel) op een zichtbare plek in de parking om onmiddellijk elk onverwacht lek van olie of brandstof te behandelen.
  • Gebruik geen strooizout op doorlatende of halfdoorlatende oppervlakken of zones verbonden met een infiltratiesysteem.

Top

f. Verlichting

Definities

Lumen (lm) is een meeteenheid voor de lichtstroom:  de totale hoeveelheid licht dat in alle richtingen wordt afgegeven.
Verlichtingssterkte stemt overeen met een lichtstroom ontvangen per oppervlakte-eenheid. Het is de hoeveelheid licht die tot de grond gaat. Die hoeveelheid wordt gemeten in lux (lm/m²).
De lichtintensiteit is dan weer de hoeveelheid licht die door de lichtbron in een bepaalde richting wordt uitgezonden en die wordt gemeten in candela (Cd).

Om een idee te krijgen van wat dit vertegenwoordigt (bron: wikipedia.org):

De verlichting van de zon bedraagt in de zomer, in het volle gezicht, zowat 100.000 lux. Volle maan geeft hooguit 0,2 lux.

Een comfortabele arbeidspost krijgt enkele honderden lux.

Verlichting

De verplichte verlichtingssterkte voor uw parking gaat afhangen van de omgeving waar die gelegen is en is bedoeld om lichtvervuiling te vermijden.

Algemeen:

  • Voorzie voldoende verlichting om ervoor te zorgen dat de gebruikers zich vlot kunnen verplaatsen, zichtbaar zijn en de uitgangen gemakkelijk kunnen terugvinden.
  • Voorzie een horizontaal verlichtingsniveau van max. 15 lm en een verticaal van max. 4 lm aan de uiteinden van de parking (verlichting gemeten op 1,5m van de grond).

Lichtstroom voor een parking in een gevoelige zone (gelegen in of dicht bij een Natura 2000 zone  bijvoorbeeld):

Natura 2000 is een Europees project dat de bedreigde biodiversiteit wil bewaren.
Op basis van twee richtlijnen:
                - Vogels (richtlijn 79/409/CEE van 2 april 1979)
                - Habitats (richtlijn 92/43/CEE van 21 mei 1992)
zijn een reeks natuurlijke en half-natuurlijke gebieden beschermd omdat er een bedreigde flora of fauna leeft.

Maar die natuurreservaten zijn niet gesloten voor het publiek op voorwaarde dat de activiteiten de bescherming van de habitats en de aanwezige soorten niet in gevaar brengen.

Raadleeg de kaart met de beschermde gebieden van Natura 2000

  • Naar de hemel: lichtstroom van maximaal 16%.
  • Boven de horizonlijn:  lichtintensiteit van maximaal 2,5%.
  • Tussen 0° en 10° onder de horizonlijn: lichtintensiteit lager dan 10%.
  • Voorzie een horizontaal verlichtingsniveau van maximaal 6 Lux.
  • Voorzie een verticaal verlichtingsniveau van maximaal 1 Lux aan de uiteinden van de parking (verlichting gemeten op 1,5 m van de bodem).
  • Tussen 0° en 10° onder de horizonlijn: lichtstroom lager dan 10%.
  • Boven de horizonlijn: geen enkele lichtstroom.

Top

g. Vloerbedekking en beheer van regenwater

Als u een nieuwe parking wilt inrichten of de bedekking van een bestaande parking wilt veranderen, dient u te anticiperen op het overstromingsrisico en bodemvervuiling door afvloeiing van regenwater te vermijden.

Prioritair:

  • Beperk de bodemafdekking van de parking: kies voor een doorlatende of halfdoorlatende bedekking.
  • Analyseer de doorlatendheid van de funderingen van de parking en de grond waar die op steunen om het optimale systeem voor de afvoer van regenwater te kiezen.

Bedekking

  • Voorzie een doorlatende of halfdoorlatende bedekking waardoor het regenwater kan infiltreren, enkel op de parkeerplaatsen (poreus asfalt, afwaterende vloeren, celstructuren in PVC met grind …)

    Types vloerbedekking
    Doorlatende bedekking Halfdoorlatende bedekking Ondoorlatende bedekking
    - poreus asfalt
    - afwaterende bestrating
    - celstructuur in PVC voor gras of  voor inerte materialen van het type basalt of porfier  (bij voorkeur geen dolomiet)

    - niet gevoegde klinkers 

    - grasbetonteregels

    - asfalt

    - gevoegde of niet gevoegde klinkers maar op een ondoorlatende bedding gelegd (beton,  ...)

    Gebruiksvoorwaarden
    Het legbed en de fundering zijn doorlatend.  Opgelet : de fundering moet doorlatend zijn.  Te vermijden
  • Gebruik bij voorkeur een ondoorlatende bedekking voor de rijstroken om redenen van stabiliteit.
  • Laat de rijzones hellen zodat het regenwater kan afvloeien naar de doorlatende zones.
  • Voorzie geen doorlatende bedekking op klassieke funderingen, want funderingen maken geen infiltratie mogelijk.

Beheer van regenwater

Als u zich in de nabijheid van oppervlaktewater bevindt, bekijk dan de mogelijkheid om er het afvloeiende water van de parking in af te voeren, na zuivering ervan.

=> Als er geen oppervlaktewater in de buurt is en als de grond en de ondergrond doorlatend zijn: 

De doorlatendheid k van een bodem wordt berekend met de wet van Darcy:                

Wet van Darcy

Q Volumetrisch debiet  (m3/s)
K Doorlatendheidscoëfficiënt van de bodem (m/s)
A Oppervlakte van het bestudeerde stuk
L Lengte van het stuk
DH Verschil tussen de hoogtes van de opmetingen stroomopwaarts en stroomafwaarts van het stuk

Voorbeeld van de gemiddelde doorlatendheid in functie van de bodemkwaliteit:

Textuur

[cm/uur]

[cm/s]

Zand 5.0 1.4 * 10-3
Lichte zavel 2.5 6.9 * 10-4
Zavel 1.3 3.6 * 10-4
Lichte klei 0.8 2.2 * 10-4
Klei/silt 0.25 6.9 * 10-5
Klei 0.05 1.4 * 10-5

Voorbeeld van richtwaarden om te weten of de bodem al dan niet doorlatend is:

k(cm/s)

10

1

10-1

10-2

10-3

10-4

10-5 10-6 10-7 10-8 40-9
Drainage

Goed

Slecht Quasi ondoorlatend
Type bodeme

Grind

Zand

Silt en mengeling
Zand en klei

Klei
Bouwwerken

Doorlatende zones

Ondoorlatende zones

* OK

  • Laat het regenwater dan infiltreren dankzij een doorlatende bedekking. 

      Het is verboden om regenwater te laten infiltreren als één van onderstaande factoren aanwezig is:

    - de bodem is verontreinigd

    - de bodem ligt dicht bij of in een beschermingszone rond grondwaterwinning

    - de grondwaterlaag ligt op minder dan 2m diepte

    - de bodem heeft een doorlatendheidscoëfficiënt (K) die lager ligt dan       10-4 cm/sec

    In dat geval dient u een opvangsysteem (stormbekken) te voorzien. U vindt meer informatie over dit onderwerp in onze uitbatingsgids “Beheer van regenwater”.

    Beschermingszone rondom de grondwaterwinningen :

    Er bestaat een beschermingszone rondom de grondwaterwinningen ter hoogte van het Ter Kamerenbos en van de Lotharingendreef in het Zoniënwoud. Een kaart is in bijlage van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 september 2002 weergegeven.

    Voer ter plaatse een infiltratietest uit om de doorlatendheid van de grond en de diepte van de grondwaterlaag te controleren.

    Schema van de infiltratieproef door middel van twee concentrische buizen : 

    Mechanisme

    1. Steek 2 buizen (bv. in PVC) met dezelfde hoogte maar een verschillende diameter in de grond tot de diepte waar u het water wil laten infiltreren. De  kleinste buis staat in het midden.

    2. Vul de twee buizen met water. Het water dat tussen beide ringen staat zal de omringende bodem verzadigen. Het water in de binnenste ring kan dus enkel  verticaal afvloeien.

    3. Meet de infiltratiesnelheid door de niveauverlaging van het water in de binnenste ring te meten (berekend in mm) in vergelijking met de voorbijgaande tijd (berekend in min).

    4. Bereken de infiltratiesnelheid van het water. Die moet minstens 16 mm/u bedragen.

    infiltratiesnelheid = verandering van het waterniveau (mm) / infiltratieduur (min)

    5.  Herhaal de test 3 keer om de infiltratiecapaciteit van de bodem vast te stellen.

  • Als u niet zeker bent van de doorlatendheid van de bodem, voorzie dan een afvoerbuis op zekere hoogte boven de funderingen om het overtollige water te evacueren.
  • Gebruik geen betonnen celstructuren bekleed met gras. Die bedekking wordt snel doorlatend omwille van de verzakking van de aarde.
  • Kies geen doorlatende bedekking als de parking toegankelijk is voor zware vrachtwagens (> 7,5 ton) om stabiliteitsproblemen te vermijden.
  • Kies geen doorlatende bedekking als zich een risico-activiteit in de parking bevindt (carwash …)  

    Sommige activiteiten lopen het risico om de bodem of het grondwater te verontreinigen, ingeval dit grondwater rechtstreeks verbonden is met de parking.
    Het kan bijvoorbeeld gaan om carwashes, drukkerijen, opslagplaatsen met chemische of ontvlambare producten ...
    U vindt de volledige lijst met deze activiteiten in de lijst met ingedeelde inrichtingen.
    Als “JA” in de laatste kolom (met als titel “vermoedelijke risicoactiviteit”) staat, dan betreft het hier een potentiële risicoactiviteit.

  • Kies geen doorlatende bedekking van het type “poreus asfalt” als de indeling van de parking vele manoeuvres of bochten vereist.

=> Als de grond en de ondergrond ondoorlatend of weinig doorlatend zijn:

  • Kunt u geen regenwater laten infiltreren: vang het water dan op in een stormbekken om de afvoer in de riolering te vertragen.
  • Tel alle ondoorlatende oppervlakken samen (rijstroken op de parking, ondoorlatende zones…) om het volume van het te voorziene stormbekken te berekenen.
  • Installeer een opvangsysteem met een capaciteit die gelijk is aan een regenval van een uur die eens om de 10 jaar voorkomt vooraleer het water in de riolering af te voeren. 

    Bereken het volume van het te voorziene stormbekken (om het regenwater op te vangen vooraleer het te lozen) op basis van de Excel-tabel “Ondernemers gids : Rekenblad voor de volume van stormbekken en recuperatie van regenwater (.xls)”:

    - Voer de ondoorlatende oppervlakken in de witte vakjes in;

    - Pas het opgelegde watervolume toe voor het stormbekken.

    Het is verplicht om het berekende volume te respecteren.

  • Bereken een lekdebiet van 5 l per seconde per hectare ondoorlatend oppervlak bij het verlaten van het opvangsysteem.

    Het lekdebiet meet de maximale hoeveelheid water afgevoerd naar het oppervlaktewater of naar de riolering binnen een bepaald tijdsbestek.
    De referentiewaarde voor het lekdebiet bedraagt 5l/sec per hectare.

    Bijvoorbeeld:
    Het maximale lekdebiet van een regenwatervat op een terrein van 6 ha bedraagt 30l/sec.

    Een gids met de verplichtingen inzake het beheer van regenwater in de milieuvergunningen is tevens beschikbaar.

  • Onderhoud het opvangsysteem één keer per jaar volgens de richtlijnen van de fabrikant.
  • Maak het opvangsysteem jaarlijks leeg volgens de richtlijnen van de fabrikant.
  • Behandel indien nodig het afvloeiende water vooraleer het naar het oppervlaktewater af te voeren.

    Installeer bijvoorbeeld:
    een voorfilter om koolwaterstof op te vangen en zware metalen vast te houden (plantenfilter …) of een lamellenbezinker die zwevende deeltjes gaat tegenhouden en meteen ook chronische vervuiling.

    De koolwaterstofafscheider wordt niet meer beschouwd als de beste technologie om het probleem van het afvalwater dat terechtkomt in de riolering te bestrijden. Toch is hij in sommige gevallen nog te rechtvaardigen: vrachtwagenparking, plaats met loszones …

    Wij analyseren de dossiers elk apart om de beste oplossing te bepalen voor elke parking.
    Meestal leggen we geen koolwaterstofafscheider op. We geven de voorkeur aan regelmatig schoonmaken, droog of nat, en gebruik van inerte materialen om onverwacht lekken van vloeistoffen te absorberen of om het afvloeiend water doorheen plantenfilters te leiden.   

Top

Datum van de update: 10/10/2019