Perceptie en klachten
- Geluid
- Wijk
- Gezondheid
- Klachten
- Geluidsoverlast
- Het milieu: stand van zaken
Hoe ervaren de Brusselaars hun geluidsomgeving?
Focus - Actualisering : januari 2018
Uit een nieuwe peiling in 2017 over de lawaaiperceptie bij de Brusselse bevolking blijkt dat:
• het auto- en het luchtverkeer de twee belangrijkste bronnen van geluidsoverlast blijven voor de Brusselaars;
• de doorlopend door lawaai gehinderde bevolking sinds 2008 verdubbeld is;
• 6 mensen op 10 concrete maatregelen vragen;
• 86% van de Brusselaars meent dat lawaai hun gezondheid kan aantasten, maar slechts 30% zegt over de risico's geïnformeerd te zijn. De vaststellingen van de enquête zullen worden gebruikt voor het opstellen van het derde Plan voor de preventie en bestrijding van geluidshinder in een stedelijke omgeving.
Is de perceptie van het lawaai in 10 jaar veranderd?
In 1999 en 2008 werden peilingen gehouden om te weten hoe de burgers van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het lawaai ervaarden (zie focus 2010). In 2017 bestelde Leefmilieu Brussel met het oog op het opstellen van het 3de Lawaaiplan een nieuwe enquête om de evolutie van de perceptie te evalueren.
Uit deze enquête blijkt dat lawaai nog altijd een prioritair milieuprobleem voor de bevolking is. Hoewel drie kwart van de Brusselaars lawaai normaal vindt voor een stad, beschouwen twee derden het als een voortdurend toenemende hinder. Vergeleken met 2008 is het aantal respondenten dat voortdurend door lawaai wordt gestoord bijna verdubbeld. Bovendien meent 63% van de respondenten dat de overheid te weinig maatregelen neemt.
De peiling toont ook dat de twee grootste bronnen van hinder voor de Brusselaars net als in 2008 het wegvervoer en het luchtverkeer zijn. Zij moeten volgens de bevolking met voorrang worden aangepakt. In 2017 zijn de sirenes van de voertuigen van de hulpdiensten – die in de peiling van 2008 niet als keuzemogelijkheid werden voorgesteld – de 3de grootse bron van geluidsoverlast, gevolgd door het lawaai van bouwwerven. Buurtlawaai (gedrag van mensen, lawaai van dieren) wordt als 5de bron van geluidshinder genoemd.
Wat vinden de Brusselaars van de maatregelen om lawaai te bestrijden?
Als algemene regel staan de respondenten positief tot zeer positief tegenover de voorgestelde maatregelen om lawaai tegen te gaan, zelfs als die een rechtstreekse impact op hun dagelijkse leven hebben of hen persoonlijk raken (zogenaamde 'implicerende' maatregelen). De verhouding personen die het eens zijn met 'niet-implicerende' maatregelen is in 2017 kleiner dan in 2008.
Percentage respondenten dat het eens is met 'niet-implicerende' maatregelen voor lawaaibestrijding
Bron: Peiling in het kader van de voorbereiding van het 3de Lawaaiplan, M.A.S. voor Leefmilieu Brussel, 2017
Steekproef = 700 personen in 2017 en 611 in 2008
Negen mensen op 10 zijn voorstander van de maatregel voor het behoud en de aanleg van stille zones en van investeringen in nieuwe technologieën om minder geluid te produceren. De twee maatregelen in verband met gebouwen krijgen eveneens veel steun, van bijna 8 respondenten op 10. De drie maatregelen in verband met het autogebruik hebben minder succes, maar krijgen toch bijna 7 respondenten op 10 achter zich.
Percentage respondenten dat het eens is met persoonlijk implicerende maatregelen voor lawaaibestrijding
Bron: Peiling in het kader van de voorbereiding van het 3de Lawaaiplan, M.A.S. voor Leefmilieu Brussel, 2017
Steekproef = 700 personen in 2017 en 611 in 2008
De verhouding respondenten die het eens zijn met implicerende maatregelen is in het algemeen en logisch genoeg lager dan voor de 'niet-implicerende' maatregelen. Toch zeggen veel Brusselaars (drie kwart van de respondenten) zowel in 2017 als in 2008 bereid te zijn om in de akoestische isolatie van hun woning te investeren. Evenveel mensen zijn bereid om de doorgang van een tram- of buslijn in hun straat te aanvaarden om het aanbod van het openbaar vervoer te verruimen. Dit cijfer is gestegen tegenover 2008.
Tot slot zal het niet verrassen dat maatregelen tegen het gebruik van de auto en in het bijzonder een autobelasting voor de financiering van maatregelen tegen lawaai het minst populair zijn.
Hoe reageren de burgers op een lawaaiprobleem?
In 2017 zegt 1 persoon op 2 zelf een probleem met lawaai te hebben gehad. Dit is een positieve evolutie, want in de peiling van 2008 werd veel meer gewag gemaakt van lawaaihinder (62%).
Toch bestaat er een vorm van fatalisme, want 60% van deze mensen heeft zich tot niemand gericht om het probleem op te lossen. En jammer genoeg heeft 40% van de mensen die dat wel hebben gedaan, geen oplossing voor het probleem gevonden.
Zijn de Brusselaars zich bewust van de gevolgen van lawaai voor hun gezondheid?
Geluidshinder is duidelijk een bron van bezorgdheid voor de bevolking, want 86% van de respondenten meent dat lawaai een invloed op de gezondheid heeft, ook al zijn de risico's nog te weinig gekend. Slechts 30% van de ondervraagden zegt immers informatie over dit onderwerp te hebben ontvangen.
Hoewel gehoorproblemen één van de belangrijkste gevolgen van langdurige blootstellingen aan hoge geluidsvolumes zijn, leggen mensen die eraan lijden geen of weinig verband tussen die problemen en hun geluidsomgeving. Omgekeerd, bij de inwoners met één van de in de peiling genoemde gezondheidsproblemen, is de blootstelling aan lawaai verantwoordelijk voor slaapstoornissen (57%), een algemene aantasting van het welzijn (56%) of concentratieproblemen (46%).
Hoe beoordelen de Brusselaars het lawaai in hun woning?
Vier op 10 respondenten vinden dat hun woning slecht tegen lawaai geïsoleerd is en zeggen thuis lawaaihinder te ondervinden. Het autoverkeer is de belangrijkste bron van deze hinder, gevolgd door het vliegtuiglawaai en daarna het buurtlawaai.
Merk ten slotte op dat een kwart van de Brusselaars zegt dat het lawaai een element is dat hen ertoe zou aanzetten om te verhuizen. Deze proportie blijft hoog, ook al is ze sinds de vorige enquête in 2008 gedaald.
Welke aanbevelingen voor het toekomstige lawaaiplan?
We kunnen uit de resultaten van de enquête en de evaluatie van de vorige lawaaiplannen een reeks aanbevelingen voor het 3de Lawaaiplan formuleren:
- Meer concrete acties vanwege de overheid, gelet op de grote verwachtingen van de burgers in dit verband;
- Voorrang geven aan acties op het terrein, met onder meer een nadruk op de nieuwe technologieën en de samenwerking tussen de actoren;
- De acties tegen het lawaai van het autoverkeer (bijvoorbeeld in de projecten voor de heraanleg van straten en wegen) en het luchtverkeer (onder meer controles van de naleving van de geluidsnormen voor het vliegtuiglawaai) voorzetten, aangezien dit de twee belangrijkste bronnen van geluidshinder voor de inwoners zijn;
- Maatregelen nemen voor de sirenes van de voertuigen van de hulpdiensten en het lawaai van de bouwwerven, die de Brusselaars erg storen;
- Antwoorden op de vraag van de bevolking naar stille zones;
- Focussen op de akoestische isolatie van de woningen;
- Het bewustzijn van de gezondheidsrisico's van de blootstelling aan lawaai versterken
Om te downloaden
Factsheet(s)
- 1. Perceptie van de geluidsoverlast in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
- 3. Impact van lawaai op overlast, levenskwaliteit en gezondheid (.pdf)
- 36. Beheer van de klachten betreffende geluidshinder (.pdf)
- 52. Perceptie en verspreiding van geluid in woningen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
- 54. Stille zones en akoestische comfortzones in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
- 57. Evaluatie van de gezondheids- en economische gevolgen van het globale verkeersgeluid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)
- Brusselse context - 13. Hoe de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hun woonomgeving percipiëren (.pdf)
Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu
Andere publicatie(s) van Leefmilieu Brussel
Studie(s) en rapport(en)
- MARKET ANALYSIS & SYNTHESIS (M.A.S.), juni 2017. « Enquête over de geluidsperceptie voor de opstelling van het nieuw geluidsplan bij de inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest », studie in opdracht van Leefmilieu Brussel, 111 pp. Beperkte verspreiding
Plan(nen) en programma(‘s)
Klachten geluidsoverlast (buurtlawaai, ingedeelde inrichtingen)
Focus - Actualisering : december 2015
Twee derde van de klachten voor geluidsoverlast die Leefmilieu Brussel in 2014 binnen kreeg, hadden te maken met buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen. Voor dat soort klachten blijkt huishoudelijk gedrag de oorzaak van geluidsoverlast te zijn waar de Brusselaars het meest over klagen, gevolgd door het afspelen van muziek en de verwarmings-, verluchtings- en airco-installaties (HVAC) in de horeca. Tussen 2005 en 2014 valt de stijgende trend op in het aantal klachten voor de woningsector en voor gedragsgerelateerde geluidsoverlast, en daarnaast de duidelijke daling van het aantal klachten toe te schrijven aan HVAC-installaties.
Lawaai is een hoofdbekommernis van de Brusselaars. Het wordt beschouwd als een van de drie voornaamste bronnen van milieuoverlast: 50% van de Brusselaars is van mening dat hun geluidsomgeving beter kan, nog eens 20% vindt hun woning te lawaaierig (Leefmilieu Brussel, 2013).
Eén manier om te achterhalen hoe het probleem leeft onder de Brusselaars, is door het aantal klachten die verband houden met dat soort geluidsoverlast onder de loep te nemen. Die oefening werd gedaan voor klachten wegens buurtlawaai en lawaai van ingedeelde inrichtingen (zie factsheet nr. 42). We vatten ze hier kort samen. Let wel, de analyse had betrekking op klachten behandeld door Leefmilieu Brussel, dat niet de enige bevoegde autoriteit is op dat vlak. Buurtlawaai zoals het staat omschreven in de wetgeving sluit overigens een reeks activiteiten uit waarvoor het gezond verstand zegt dat het wel degelijk om buurtlawaai gaat. Ook de geluidswetgeving voor ingedeelde inrichtingen sluit een reeks activiteiten uit.
Een klacht indienen
Wanneer een klacht wordt ingediend, voert Leefmilieu Brussel een beschrijving in van de geluidsoverlast zoals die beschreven wordt door de klager, met vermelding van het type overlast en het soort activiteit. De types geluidsoverlast worden ingedeeld in 6 grote categorieën: gedrag (van mensen en dieren), HVAC-installaties, uitrustingen, muziek, laden/lossen en een categorie ‘andere’ (hoofdzakelijk voor onbepaalde geluidsbronnen). De activiteitensectoren die daaraan gekoppeld worden, zijn de volgende: huisvesting, detailhandel, horeca, vrijetijdsbesteding, bouw, kantoren en overige sectoren.
Bij de behandeling van de klacht gebeuren er metingen met geluidsmeters, om de ervaren hinder objectief vast te stellen. Indien de reglementaire richtwaarden voor geluid worden overschreden, dan wordt er een procedure opgestart. Maar bij buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen is het raadzaam, alvorens dergelijke metingen te doen, te kiezen voor alternatieve en minder ingrijpende oplossingen die ook hun vruchten kunnen afwerpen: dialoog, bemiddeling of de vrederechter. Het is trouwens niet omdat er een klacht wordt ingediend bij Leefmilieu Brussel en er metingen worden gedaan, dat er na de behandeling van een klacht voor geluidsoverlast ook een sanctie volgt. Het aantal klachten dat uiteindelijk uitmondt in een boete, is vrij beperkt: slechts 3,4% van de klachtendossiers die werden afgesloten tussen 1 januari 2005 en 31 december 2014 heeft geleid tot een proces-verbaal (Leefmilieu Brussel, 2015).
Twee derde van de klachten die Leefmilieu Brussel in 2014 binnen kreeg, hadden te maken met buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen.
Het totaal aantal klachten voor buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen is gestegen tussen 1992 (het jaar waarin de procedure werd ingevoerd) en het midden van de jaren 2000. Vervolgens was er een stagnering van 244 dossiers per jaar (gemiddelde voor de periode 2005-2014). Sinds 2010 lijkt het aantal klachten zelfs te dalen.
De klachten voor dit soort geluidsoverlast maakten tot 2008 een steeds groter aandeel uit van de klachten behandeld door Leefmilieu Brussel (alle disciplines door elkaar): bijna 8 klachten op 10 dat jaar. Vervolgens is dat aantal gestaag weer gezakt tot een gemiddelde van 2/3 van de klachten in 2014 (gemiddelde voor de periode 2005-2014).
De analyse van het aantal klachten voor geluidsoverlast mag dan een manier zijn om te vatten hoe de Brusselaars hun geluidsomgeving ervaren, besluiten dat er een direct verband bestaat tussen beide parameters blijft desalniettemin heikel. Zo blijkt immers dat de procedure om een klacht in te dienen onvoldoende bekend is: het kan dus goed zijn dat het aantal klachten toeneemt zodra de procedure meer aandacht krijgt. In dat opzicht zou het opzetten van een 'infopunt geluid', zoals voorzien in het geluidsplan 2008-2013, het aantal klachten bij Leefmilieu Brussel wel eens drastisch kunnen doen toenemen.
Over welke vormen van geluidsoverlast door buurtlawaai en ingedeelde inrichtingen klaagden de Brusselaars in 2014?
Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2014)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »
Nota : Omdat een klacht verschillende geluidsbronnen kan beslaan, is het totaal in deze afbeelding groter dan 100%.
In 2014 was huishoudelijk gedrag de voornaamste bron van geluidsoverlast in het Brussels Gewest (meer dan 2 klachten op 10). Daarna komt geluidsoverlast door muziek en door HVAC-installaties in de horeca (iets meer dan een klacht op 10 in beide gevallen), gevolgd door lawaai van installaties in de woningsector.
Zo is die laatste vandaag de sector die de meeste klachten voortbrengt, voornamelijk als gevolg van het gedrag (vooral van mensen: lawaai overdag en 's nachts) en de uitrustingen (werking van elektrische huishoudtoestellen zoals wasmachine, droogtrommel, vaatwasmachine, van liften, lawaai van wegstromend water…). Deze bronnen hebben betrekking op respectievelijk bijna 2 klachten en 1 klacht op 10 van het totaal aantal klachten voor lawaai.
Daarna is de horecasector de tweede activiteitensector voor het aantal klachten en dit voornamelijk wegens drie geluidsbronnen: de muziek die men in deze inrichtingen laat horen (1 klacht op 10), de HVAC-installaties (1 klacht op 10) en, minder frequent, het gedrag (ca. 1 klacht op 20).
Tot slot toont de gekruiste analyse dat de HVAC-installaties in kleinhandelszaken en muziek voor vrijetijdsbesteding vaak aanleiding geven tot klachten (ca. 1 klacht op 20 voor elk van deze twee bronnen).
De gekruiste analyse brengt ook aan het licht dat geluidsoverlast door HVAC-uitrusting en -installaties in heel wat activiteitensectoren voorkomt. Omgekeerd zijn muziek en laad- en losactiviteiten eigen aan bepaalde sectoren.
Merk bovendien op dat in minder dan 3% van het totaal aantal klachten die in 2014 werden geregistreerd noch de geluidsbron, noch de activiteitensector kon worden bepaald op basis van de beschrijving die de klagers hadden gegeven.
Het klassement van voornaamste boosdoeners was anders in 2005
Uit de vergelijking van de gekruiste analyse van klachten voor buurtlawaai en lawaai van ingedeelde inrichtingen tussen 2005 en 2014, blijkt dat het klassement van de voornaamste verantwoordelijke sectoren is omgegooid.
Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (2005)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »
In 2005 waren de eerste twee plaatsen omgekeerd: muziek in de horeca stond op de 1ste plaats (18,5% van de klachten in verband met dit type lawaai) en het gedrag in woningen stond slechts op de 2de plaats (11,9%). Ook plaats 3 en 4 zijn omgedraaid. De 3de plaats werd net als in 2014 ingenomen door HVAC-installaties, maar de voornaamste verantwoordelijke sector was destijds de kleinhandel (10,1%), niet de horeca (9,3%).
De grote trends in de evolutie van de klachten tussen 2005 en 2014
De klassementswijzigingen zijn toe te schrijven aan evolutietrends tussen 2005 en 2014, zowel wat de verantwoordelijke activiteitensectoren betreft als op het vlak van categorieën van geluidsoverlast.
Allereerst wordt de evolutie van de klachten voor geluidsoverlast, toe te schrijven aan de 4 voornaamste verantwoordelijke activiteitensectoren (huisvesting, horeca, vrijetijdsbesteding en detailhandel), getekend door een duidelijke stijging van het aantal klachten voor lawaai in de woningsector. Zo is die sector uitgegroeid tot de voornaamste verantwoordelijke voor klachten, sinds 2012 nog voor de horeca.
De evolutie wordt ook gekenmerkt door een toename van het aantal klachten m.b.t. de sector van de vrijetijdsbesteding en een afname van het aantal klachten m.b.t. de sector van de detailhandel.
Evolutie van de opsplitsing van de geluidsklachten voor de sectoren woning, Horeca, vrijetijdsbesteding en kleinhandelszaak (voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar tussen 2005 en 2014)
Bron: Leefmilieu Brussel, databank « klachten »
Ten tweede blijkt uit de evolutie van het aantal klachten per overlastcategorie dat steeds meer klachten gedragsgerelateerd zijn. HVAC-installaties worden dan weer steeds minder ervaren als bron van hinder.
Het aantal klachten in verband met uitrustingen is gestegen tot in 2010 en vertoont sindsdien een neerwaartse tendens. Wat betreft de evolutie van de klachten in verband met muziek lijkt geen enkele tendens zich duidelijk af te tekenen.
Mogelijke verklaringen voor die trends
De toename van het aantal gedragsgerelateerde klachten kan te wijten zijn aan het feit dat steeds meer mensen bij Leefmilieu Brussel komen aankloppen om de geluidsoverlast vast te stellen die hun buren veroorzaken. Omdat gedrag de hoofdreden is voor woninggerelateerde klachten, zijn er steeds meer klachten voor die sector. Ook de toename van het aantal woningen tussen 2005 en 2014 (+6%) heeft daar waarschijnlijk toe bijgedragen (BISA, 2015). Bovendien lijkt het erop dat de voorbije jaren steeds meer klachten ingediend werden wegens de slechte akoestiek van nieuwe woningen.
De daling van het aantal klachten te wijten aan HVAC-installaties, ingezet in 2005, kan verschillende redenen hebben: de technologische ontwikkelingen, die leiden tot minder lawaaierige toestellen? De verhoogde bewustwording bij installateurs en professionelen?
Het aantal klachten voor de horecasector ten opzichte van het totaal aantal klachten dat Leefmilieu Brussel binnenkreeg, is vrij stabiel gebleven tussen 2005 en 2014. Hetzelfde geldt trouwens voor het aantal horecazaken. De positieve impact van de campagne 'gentlemen nachtraven' in de zomers van 2013 en 2014, gericht op overlastgedrag, lijkt niet tot uiting te komen in de statistieken voor de evolutie van gedragsgerelateerde klachten voor die sector.
Dat er voor alle categorieën lawaaibronnen binnen de sector van de vrijetijdsbesteding een stijging was, zou ermee te maken kunnen hebben dat ook het aantal ondernemingen binnen die sector is toegenomen (+ 16% tussen 2008 en 2013 - BISA, 2015). Daarnaast zijn er verschillende verklaringen denkbaar voor de proportioneel sterkere toename van het aantal 'muziekgerelateerde' klachten voor deze sector, net zoals voor de horecasector: meer muziekactiviteiten, meer zaken die kiezen voor muziek om hun klanten te vermaken, ook in ruimtes die daar eigenlijk niet echt voor geschikt zijn; het amateurisme van bepaalde uitbaters; de technologische vooruitgang, die ervoor zorgt dat er hogere geluidsniveaus gehaald kunnen worden dan vroeger...
Conclusie
Buurtlawaai tegengaan is niet evident. Een sterkere bewustwording van het lawaai dat je maakt op de werkplek, tijdens verplaatsingen, thuis of tijdens het uitgaan en dat lawaai beperken, is een eerste stap om minder geluidsoverlast te veroorzaken voor je omgeving. Bewustmaking is dan ook een belangrijke pijler om overlast door buurtlawaai terug te dringen. De brochure 'Rustig wonen' van Leefmilieu Brussel sluit trouwens aan bij die ambitie.
Het voornaamste drukkingsmiddel om het geluid van ingedeelde inrichtingen te beperken, is de milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning. Daar kunnen immers strengere voorwaarden in worden opgenomen dan de bepalingen uit het geluidsbesluit.
Maar of het nu om buurtlawaai of lawaai van ingedeelde inrichtingen gaat, de dialoog aangaan met veroorzakers van geluidsoverlast, om zo hun bewustzijn aan te wakkeren, moet altijd de eerste keuze zijn. Van alle opties moet het indienen van een klacht het laatste redmiddel zijn.
Om te downloaden
Tabel(len) met de gegevens
- Analyse van klachten over buurtlawaai en lawaai van de ingedeelde inrichtingen door kruising tussen type van geluidsbron en activiteitensector (in 2005 en in 2014) (.xls)
- Evolutie van de opsplitsing van de geluidsklachten voor de sectoren woning, Horeca, vrijetijdsbesteding en kleinhandelszaak (voortschrijdend gemiddelde over 3 jaar tussen 2005 en 2014) (.xls)
Factsheet(s)
Andere publicatie(s) van Leefmilieu Brussel