U bent hier

De resultaten van het vervoerplan

Een bedrijfsvervoerplan?

In een streven naar de verbetering van de luchtkwaliteit (milieudoelstelling) en het verkeer (mobiliteitsdoelstelling), hebben de verplichte bedrijfsvervoerplannen in het Brussels Hoofdstedelijk.

Gewest tot doel een overstap teweeg te brengen van de gemotoriseerde verplaatsingen naar meer duurzame vervoerwijzen.

De bedrijven (zonder onderscheid tussen de private en publieke sector) die op eenzelfde site in Brussel meer dan 100 werknemers tewerkstellen, moeten verplicht een bedrijfsvervoerplan (BVP) opstellen. Om de drie jaar moeten ze een diagnose van hun verplaatsingen en een actieplan opstellen.

Wat is het profiel van de betrokken bedrijven?

De belangrijkste activiteitensectoren waarop de vervoerplannen betrekking hebben (in percentage van het aantal banen), zijn de federale overheidsinstellingen, de banken en verzekeringen, de Europese instellingen, de dienstenbedrijven en de gezondheidszorg (ziekenhuizen en soortgelijk).

Sommige activiteitensectoren zijn geconcentreerd in het stadscentrum (horeca, overheidsinstellingen, banken en verzekeringen), terwijl andere hoofdzakelijk in de tweede kroon gevestigd zijn (grootwarenhuizen, onderwijs, ziekenhuizen, industrie).

Sommige activiteitensectoren hebben een zeer klein geografisch werkgelegenheidsgebied (Europese instellingen, gemeentebesturen en OCMW’s, horeca), terwijl dat voor andere activiteitensectoren zeer uitgestrekt is (federale en Vlaamse instellingen, instanties van de Franse Gemeenschap, banken en verzekeringen).

Welke vervoerswijzen gebruiken de werknemers?

De trein (36,2%) blijft de meest gebruikte vervoerswijze, gevolgd door de individuele auto (34,1%) en de MIVB (17,5%).

De toename van het fietsgebruik valt sterk op: dat is in 6 jaar tijd gestegen van 2,8% naar 4,5%. De toename van de motor en bromfiets is minder sterk en valt alleen in de voorbije 3 jaar waar te nemen.

Het openbaar vervoer maakt een minder sterke evolutie door. Het treingebruik keert in 2017 terug naar het niveau van 2011 na een lichte toename in 2014. Het aandeel Metro-Tram-Bus (dat de MIVB, De Lijn en TEC omvat) stabiliseert zich rond 19% na een toename van het gebruik tussen 2011 en 2014, die hoofdzakelijk door de MIVB werd aangevoerd.

Het individuele autogebruik neemt over de volledige periode af (van 36,3% naar 34,1%). Deze daling, die tussen 2011 en 2014 al werd vastgesteld, wordt in 2017 voortgezet. Carpooling blijft een zeer weinig gebruikte vervoerswijze. Wel is dit stabiel gebleven in vergelijking met 2011.

Het aantal verplaatsingen te voet is licht gedaald van 3,7% naar 3,1% van de modal split.

Slechts een derde van de werknemers van de bedrijven met een vervoerplan, woont in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze bedrijven werven dus mensen aan die van ver komen: gemiddeld 25 km. Dat verklaart het belang van de trein in het woon‑werkverkeer en het vrij lage aandeel van de fiets en verplaatsingen te voet.

Meer weten?

Raadpleeg het volledige rapport en gebruik de gegevens in Excel-formaat (regelmatig geactualiseerd) om meer gedetailleerde analyses te maken.

Datum van de update: 05/04/2019