U bent hier

Verplichtingen inzake parkeervoorzieningen voor fietsen-motoren-auto’s en leveringen

Fietsenstallingen in de milieuvergunning 

De milieuvergunning verplicht in de meeste gevallen fietsenstallingen, men wil hiermee gebruikers van de site aansporen om te kiezen voor een actieve mobiliteit.

Aantal te installeren plaatsen bij de aanvraag van een milieuvergunning

Voor nieuwe projecten (bouw, renovatie) wordt het minimum aantal fietsparkeerplaatsen, opgelegd door Leefmilieu Brussel, als volgt bepaald:

Bestemming

Vereiste van Leefmilieu Brussel

Woningen

1 plaats per kamer

Kantoren

1 plaats per 200m² vloeroppervlakte

Andere bestemmingen

Voor de afmetingen van fietsenstallingen: zie het fietsvademecum (.pdf) uitgegeven door Brussel Mobiliteit 

 Bestemming in het Gewest 

 Aantal fietsparkeerplaatsen

 Treinstation, intermodaal  knooppunt, halte bij  drukbezette lijnen

 10 % van de vertrekkende reizigers, 25%  van de reizigers die op hun bestemming  toekomen

 Andere haltes (openbaar  vervoer)

 4-6 per halte

 Winkels (algemene richtlijn)

 1,5 per 100 m²

 Winkelstraat

 20 plaatsen elke 50 tot 100 meter

 Basisschool, volwassenen

 1 per 20 leerlingen

 Basisschool, leerlingen

 1 per 10 leerlingen

 Middelbare school

 2 per 10 leerlingen

 Universiteiten

 2 per 6 studenten

 Overheidsdiensten

 2 per onthaalbalie

 Residenties  (bezoekers)            

 1-2 per 10 per wooneenheden

 Concertzalen, theaters,  bioscopen

 1-2 per 10 bezoekers

 Sportinrichtingen 

 3 per 10 bezoekers

 Stadion, normale dag          

 1 per 20 bezoekers

 Stadion, belangrijk  evenement 

 tijdelijke stallingen voor 5% van de  bezoekers

 Musea 

 1 per 100m² tentoonstellingsruimte

 Restaurant

 1 per 10 plaatsen

Voor bestaande woningen gebouwen: er wordt van de aanvrager verwacht dat hij een voorstel opmaakt, geïllustreerd met een inrichtingsplan dat streeft naar 1 plaats per woning. Het voorstel moet zich baseren op objectieve elementen zoals het aantal personen dat de site frequenteert en de beschikbare ruimte.

Eigenschappen van de fietsenstalling

De fietsparkeerplaatsen moeten comfortabel en gemakkelijk bereikbaar zijn om de potentiële gebruikers ertoe aan te zetten ze te gebruiken. Het is in die optiek dat de milieuvergunning een bepaald aantal voorwaarden met betrekking tot deze plaatsen oplegt:

  • de fiets moet op een veilige manier vastgemaakt kunnen worden.
    • de omgekeerde U wordt sterk aangeraden,
    • aanleunbeugels waaraan het fietskader vastgemaakt kan worden, zijn toegelaten,
    • systemen van het type “wielklem” zijn verboden


Omgekeerde U

Aanleunbeugel

 

Eenvoudig fietsrek (“wielklem”)

  • de fiets moet met een minimale inspanning  kunnen worden gestald.
    • achter de fiets moet een zone van minstens 1,80 m (de lengte van een fiets) vrijgelaten worden zodat hij makkelijk gestald kan worden.
    • de afstand tussen “U-bogen” bedraagt 1 m. Voor aanleunbeugels is 50 cm vereist. Men kan de tussenruimte verminderen tot 40 cm door afwisselend van hoogte te veranderen: als het voorwiel afwisselend hoger-lager geplaatst wordt, staat het stuur van de fiets afwisselend hoger of lager dan de fiets ernaast.

Afmetingen van een standaardfiets

 

Te respecteren afstanden bij een omgekeerde U

 

 

Te respecteren afstanden voor aanleunbeugels

 

 

  • de fietsparkeerplaatsen moeten zich op vloerniveau bevinden.
    • geen ophangsysteem,
    • dubbellaagse fietsenrekken worden toegestaan in residentiële gebouwen (lang parkeren), vanaf 100 plaatsen in het kader van dezelfde milieuvergunning. 

      Dubbellaagse fietsenrekken zijn toegestaan op voorwaarde dat 50% van de fietsen in een klassiek systeem geplaatst kunnen worden oftewel slechts 25% van het totale aantal in de hoogte en op voorwaarde dat de normen van de Nederlandse stichting “FietsParKeur” gerespecteerd worden:

      • de maximale tilhoogte om het voorwiel in het systeem te plaatsen is 42 cm
      • de maximale werkhoogte om het systeem te bedienen is 173 cm;
      • de gangen (zones achter de fiets) moeten minstens 2,65m breed zijn

      Bron: Fietsvademecum - Brussels Hoofdstedelijk Gewest

  • de fietsparking moeten zich op het gelijkvloers of op -1 bevinden. 

U kan via de milieuvergunning toelating krijgen om de fietsenstallingen op een lager niveau te plaatsen als de liften toegankelijk zijn voor fietsen.

De fietsparking :

  • is makkelijk bereikbaar vanop straat. Er zijn zo weinig mogelijk obstakels (deuren, drempels, paaltjes,…). Indien er een lift moet gebruikt worden, moet deze minimaal 2m lang zijn.
  • is overdekt en bevindt zich in een beveiligde ruimte indien hij bestemd is voor de bewoners van het gebouw,
  • is overdekt indien hij gebruikt wordt door werknemers of leerlingen.

De parking voor bezoekers en klanten mag in openlucht zijn (korte parkeerduur).

  • de toegangsweg voor fietsers moet veilig zijn.

De stallingen bevinden zich dichtbij trappen of liften, zodat ze zich op het meest natuurlijke traject bevinden om het gebouw te betreden. De route (bewegwijzerd) van de straat tot de fietsparking moet aangegeven zijn.

  • de fietsparkeerplaatsen moeten regelmatig onderhouden worden en moeten altijd in propere staat verkeren.

Parkeerplaatsen voor auto's en motoren in de milieuvergunning

Enkele basisregels

  • Wat de milieuvergunning betreft vallen alle parkeerplaatsen voor gemotoriseerde voertuigen   (bromfietsen, motoren, auto’s, vrachtwagens,…) onder dezelfde exploitatievoorwaarden.
  • Gemotoriseerde voertuigen mogen alleen parkeren op plaatsen die voor hen ter beschikking zijn gesteld. Een fietsparkeerplaats mag dus niet gebruikt worden voor een scooter of motor.
  • Parkeerplaatsen mogen enkel gebruikt worden om er te parkeren. Gebruik voor opslag, zelfs tijdelijk, is dus verboden.

Uitgebreidere informatie over de specifieke voorwaarden voor parkings vindt u in de ondernemersgids voor openluchtparkings en de ondernemersgids voor overdekte parkings

Aantal te installeren parkeerplaatsen

  • Nieuw te bouwen woongebouwen: 1 à 2 autowagens parkeerplaatsen per wooneenheid conform de titel VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening.
  • Voor bestaande en nog te bouwen kantoorgebouwen: het aantal parkeerplaatsen hangt af van de bereikbaarheidszone en van de oppervlakte van de kantoorruimte. Conform de titel VIII van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening, zijn de parkeerplaatsen voor motoren en bromfietsen, en de parkeerplaatsen voorbehouden voor personen met beperkte mobiliteit enz., meegerekend in het totaal aantal parkeerplaatsen.

Zone A

1 parkeerplaats voor de eerste 250 m², daarna 1 per bijkomende 200 m²

Zone B

1 parkeerplaats per 100 m²

Zone C

1 parkeerplaats per 60 m²

Zie ook webpagina Parkeren (BWLKE)

  • Voor de andere bestemmingen :

Het aantal parkeerplaatsen dat nodig is voor de exploitatie moet onderworpen worden aan een behoefteanalyse. Men houdt hierbij rekening met het aantal personen dat zich op hetzelfde moment op de site bevindt, de manier waarop deze personen zich gewoonlijk verplaatsen (aandeel van de verschillende transportwijzen, aard van de verplaatsingen, de noodzaak om zware of grote objecten te vervoeren,…) en de toegankelijkheid van de site. Deze behoefteanalyse dient er ook over te waken dat het autogebruik gerationaliseerd wordt en dat parkeren op de openbare weg vermeden wordt.

Eigenschappen van de parkeerplaatsen

De ideale afmeting voor een autoparkeerplaats is 2,5 m bij 5 m. Voor een motorparkeerplaats volstaat gewoonlijk 1,2 m bij 2,3 m om op comfortabele wijze een tweewieler te hanteren. Deze plaatsen moeten op de grond gemarkeerd zijn zodat ze duidelijk herkenbaar zijn. Het wordt aangeraden om in een systeem te voorzien dat toelaat om de motor met een slot te beveiligen.

De paden voor voetgangers en fietsers in de parking moeten de veiligheid van alle gebruikers garanderen en moeten duidelijk gemarkeerd en bewegwijzerd worden.

Leveringen

Al naargelang de site die het voorwerp uitmaakt van de milieuvergunning, wordt de noodzaak om een leveringszone in te richten geval per geval bestudeerd, rekening houdend met het feit dat geen enkele laad- en losactiviteit hinder mag veroorzaken voor voetgangers of fietsers en evenmin het verkeer van andere voertuigen mag belemmeren.

Als de activiteit regelmatige leveringen vereist, dan zal de milieuvergunning over het algemeen minstens een duidelijk aangegeven leveringsplaats voor alle potentiële gebruikers opleggen.

Datum van de update: 27/06/2018
Documenten: