Een werkgroep om na te denken over het einde van fossiele brandstoffen voor verwarming
- Energie
- Gebouw
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest
- Verwarming
- Hernieuwbare energie
De Taskforce Energie 2050 werd in 2022 opgericht op vraag van de regering in het kader van het Lucht-, Klimaat- en Energieplan (LKEP) van het Gewest. De werkgroep wordt geleid door Leefmilieu Brussel in samenwerking met BrugelL'autorité bruxelloise de régulation dans les domaines de l'électricité, du gaz et du contrôle du prix de l'eau. en Sibelga.
Een taskforce met als doel?
De taken van de taskforce maken deel uit van het luik ‘Gebouwen’ van het LKEP en omvatten het volgende:
- Het potentieel voor hernieuwbarewarmteoplossingen per zone verduidelijken.
- Een visie voorstellen voor het decarbonisatiepotentieel van gas en de impact ervan op andere energievectoren.
- Nadenken over de toekomst van gas en het distributienetwerk in Brussel tegen 2050 en de impact ervan op andere energievectoren.
- Een gedeelde visie ontwikkelen en onderhouden om de regering te informeren over de evolutie van het elektriciteitsnet en over de mogelijkheden die waterstof biedt om de decarbonisatieDecarbonisatie betekent het uitbannen van de uitstoot van koolstofdioxide. in Brussel te ondersteunen.
Goed om te weten
“Hoe en onder welke voorwaarden kunnen we onze warmte- en koelingsbevoorrading koolstofarm maken in overeenstemming met de gewestelijke doelstelling om de totale uitstoot van broeikasgassen te verminderen?”
De eerste punten van overeenstemming
Naar aanleiding van een onderzoek uit 2023 en 2024 over het koolstofarm maken van verwarming en koeling dat uitgevoerd werd door Leefmilieu Brussel zijn de leden van de taskforce een werkbasis overeengekomen om hun gezamenlijke denkoefening voort te zetten. Ontdek de belangrijkste elementen van overeenstemming:
- Omwille van de versnelling van de elektrificatie van de verwarming en het transport is een grotere vraag op het elektriciteitsnet te verwachten. Dit moet nog worden gekwantificeerd in verdere werkzaamheden, maar de rol van rechtstreekse elektrische verwarming moet worden beperkt. Daarnaast moet ook de voorkeur worden gegeven aan de meest efficiënte warmtepompen en oplossingen die meer flexibiliteit bieden, zoals het bundelen van middelen (bijvoorbeeld warmtenetten waar deze relevant zijn).
- Er zal verder worden nagedacht over de relevantie van warmtenetten. De conclusies die hieruit worden getrokken, in combinatie met informatie over andere netwerken zullen het mogelijk maken om per zone de oplossingen in kaart te brengen waaraan de voorkeur moet worden gegeven voor verwarming en koeling.
- De versoepeling van bepaalde beperkingen en regelgeving zal, uiteraard met de goedkeuring van de bevoegde administraties, moeten worden overwogen.
- De resterende behoefte aan gas tegen 2050 doet de vraag rijzen naar de toekomst van het aardgasdistributienetwerk.
- Waterstof lijkt momenteel geen oplossing op korte of middellange termijn voor het decarboniseren van verwarming.
- Er zal een overzicht worden opgesteld om de belangrijkste indicatoren met betrekking tot de energietransitie in gebouwen op te volgen.
Een gezoneerde visie voor de uitfasering van fossiele brandstoffen bij de verwarming van gebouwen.
Het doel van de gezoneerde visie is om per zone in kaart te brengen welke groep hernieuwbare verwarmingsoplossingen de voorkeur verdient, rekening houdend met de lokale omstandigheden, technische en financiële aspecten en energie-efficiëntie.
Opgelet
Deze kaart is gebaseerd op een aantal fundamentele aannames. Bovendien konden bepaalde elementen niet worden nagekeken of in de analyse worden meegenomen. De verkregen resultaten moeten daarom met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en in het licht van deze methodologische beperkingen worden bekeken.
Om deze gezoneerde visie te realiseren, zijn drie benaderingen gecombineerd:
- De technische benadering identificeert zones die geschikt zijn voor de ontwikkeling van warmtenetten en zones die beter passen bij individuele oplossingen (dat wil zeggen buiten de warmtenetten). Dichtbebouwde stedelijke zones, zoals de Vijfhoek en de eerste kroon, lenen zich goed voor warmtenetten dankzij hun hoge warmtevraag en hun functiemix. Laag-dichtheids woonzones, voornamelijk in de tweede kroon, lenen zich daarentegen beter voor individuele oplossingen. Technologieën zoals open geothermie, aquathermie en riothermie worden naar voren geschoven als de belangrijkste oplossingen deze warmtenetten, die voornamelijk op lage temperatuur zouden moeten werken
- De financiële benadering legt de meest competitieve technologieën bloot in termen van kosten (referentiejaar 2024). Warmtepompen (WP), en in het bijzonder aerothermie, komen financieel als aantrekkelijke opties naar voren, al brengen ze uitdagingen met zich mee op het vlak van geluid, stedenbouw en de belasting van het elektriciteitsnet. Biobrandstoffen, zoals biomethaan en vaste biomassaGeheel van planten en dieren, alsook het daarmee gepaard gaande organische afval. De plantaardige biomassa komt uit de fotosynthese voort en is een bron van hernieuwbare energie. (hout en afgeleiden) zijn financieel interessant maar beperkt in hoeveelheid, waardoor hun rol in de decarbonisatieDecarbonisatie betekent het uitbannen van de uitstoot van koolstofdioxide. wordt beperkt.
- De energie-efficiëntie aanpak geeft voorrang aan de meest performante technologieën. Elektrische oplossingen, met name warmtepompen en lage-temperatuur warmtenetten, spelen in deze benadering een dominante rol.
Op de onderstaande kaart zijn de gebieden die gunstig tot zeer gunstig zijn voor de ontwikkeling van warmtenetten in geel, oranje en rood weergegeven, terwijl de blauwe gebieden aangeven dat individuele oplossingen daar de voorkeur genieten. De groene gebieden zijn gebieden waarvoor in dit stadium nog niet kon worden vastgesteld of het interessanter is om een warmtenet in te zetten of dat het beter is om individuele oplossingen in te zetten. Projectinitiatiefnemers moeten aanvullende en haalbaarheidsstudies uitvoeren met betrekking tot de ontwikkeling van warmtenetten om te bepalen welke van deze gebieden geschikt zijn voor de inzet van een warmtenet.
De kaart die uit deze drie benaderingen voortkomt, is dus een geïntegreerde gezoneerde visie (zie hieronder) die per zone aangepaste oplossingen voorstelt. Deze kaart geeft weer welke groep technologieën tegen 2050 de voorkeur verdient, ingedeeld in vier soorten zones:
- In hemelsblauw en oranje zijn de gebieden aangegeven die volledig geëlektrificeerd zouden zijn in de regio, dat wil zeggen de gebieden waar de verwarming en koeling van gebouwen zou plaatsvinden met behulp van warmtepompen (lucht-, grond-, water- of rioolwaterwarmtepompen). De hemelsblauwe gebieden zijn de gebieden waar deze warmtepompen individueel zouden worden ingezet, terwijl de oranje gebieden de gebieden zijn waar deze warmtepompen warmtenetten zouden voeden (voornamelijk via open geothermie). In deze oranje zones zouden de gebouwen op termijn dus via warmtenetten worden voorzien ;
- In het groen en rood zijn de gebieden van de regio aangegeven die voornamelijk met biobrandstoffen zouden worden bevoorraad, dat wil zeggen met biomethaan of vaste biomassaGeheel van planten en dieren, alsook het daarmee gepaard gaande organische afval. De plantaardige biomassa komt uit de fotosynthese voort en is een bron van hernieuwbare energie. (hout en afgeleiden), en dus grotendeels zouden worden verwarmd door ketels of warmtekrachtkoppelingsinstallatiesWarmtekrachtkoppeling is de gelijktijdige opwekking in één proces van thermische energie en elektrische of mechanische energie. (RICHTLIJN 2012/27/EU). De groene zones zijn de gebieden waar deze individuele verwarmingsketels of warmtekrachtkoppelingsinstallaties zouden worden aangevuld met individuele warmtepompen, terwijl de rode zones de gebieden zijn waar deze individuele verwarmingsketels of warmtekrachtkoppelingsinstallaties zouden worden aangevuld met warmtenetten die worden gevoed door warmtepompen.
De verwarming van gebouwen zou in de toekomst dus voornamelijk elektrisch moeten worden verzorgd door middel van warmtepompen (meer dan 90% van de warmtevraag), terwijl biobrandstoffen een marginale rol zouden spelen (minder dan 10%), met name vanwege hun beperkte beschikbaarheid en hun gevolgen voor de luchtkwaliteit. Warmtenetten zouden 36% van de warmtebehoefte van gebouwen kunnen dekken.
Good om te weten
Raadpleeg onze webpagina om te ontdekken welke verwarmingsoplossingen zonder fossiele brandstoffen geschikt zijn voor elk type gebouw
De verschillende kaarten en de energiemix die voortvloeien uit de gezoneerde visie vormen de basis voor de overwegingen van de regering en moeten het mogelijk maken een regionaal warmteplan op te stellen dat zal worden opgenomen in het volgende LEKP, dat gepland staat voor september 2027.
Dit plan moet ons in staat stellen onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te doorbreken door op grote schaal warmtepompen en warmtenetten in te zetten.