Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Klimaatverandering: kwetsbaarheden en aanpassingen

Klimaatverandering: kwetsbaarheden en aanpassingen

Het klimaat in Brussel verandert en dat zal de komende decennia zo blijven. Wat zijn deze veranderingen? Welke gevolgen zullen ze hebben? En hoe kan het Gewest zich daaraan aanpassen?
  • Klimaat
  • Gezondheid
  • Het milieu: stand van zaken
  • Opwarming
  • Stedenbouw
4 februari 2025

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • De stad verbeteren: natuur gebaseerde oplossingen
  • Klimaat
  • Hitte-eilanden

Milieubeheer

  • Hoe evolueert de luchtkwaliteit in Brussel?
  • Luchtvervuiling en houtverwerking

Diensten en aanvragen

  • Klimaatacties: begeleiding voor gemeenten en OCMW's
  • Subsidie voor basisopdrachten

Regionaal beleid

  • Ozon- en hitteplan
  • Architectuur en erfgoed in de gewestelijke groene ruimten

Inhoud

  • Eerdere evolutie van het klimaat in het BHG
  • Toekomstige evolutie van het klimaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en mogelijke aanpassingen
  • Kwetsbaarheden van het Brussels Gewest voor klimaatverandering

Eerdere evolutie van het klimaat in het BHG

Focus - Actualisering : maart 2021

Sinds 1833 is in Ukkel een significante stijging van de gemiddelde jaartemperatuur met 2°C waargenomen, en wel in twee fasen. De resultaten zijn minder significant voor de neerslag en de sterke wind, maar zijn wel het monitoren waard

Meteorologische gegevens sinds 1833

De langste reeksen meteorologische waarnemingen in België zijn die van de regio Brussel, die al sinds 1833 op regelmatige basis worden uitgevoerd. Eerst in Sint-Joost-ten-Node (op de oude site van de Sterrenwacht van België) en daarna in Ukkel vanaf 1886. Toen moest de Sterrenwacht naar de zuidelijke rand van de stad verhuizen waar de omgeving zich beter leende voor de astronomische waarnemingen.
Zodoende beschikt het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (of KMI) over meetreeksen van meer dan 100 jaar voor de temperatuur, de luchtvochtigheid, de hoeveelheid en het aantal dagen neerslag, de luchtdruk, de windsnelheid, de zonneschijnduur, het aantal dagen met sneeuw en de sneeuwbedekking van de bodem.

De statistische analyse van deze reeksen die in Brussel-Ukkel zijn geregistreerd, maakt het mogelijk om, na homogenisering, een antwoord formuleren op de vraag "kunnen we in België een verandering van het klimaat waarnemen?". Dit kwam aan de orde in de rapporten "Oog voor het klimaat" (van 2008 en 2015) en “Klimaatrapport 2020” van de KMI, waarvan de resultaten hieronder worden weergegeven.

Een opwarming van ongeveer 2 °C in 180 jaren

Onderstaande figuur toont de evolutie van de gemiddelde jaartemperatuur in Brussel sinds 1833. 

Evolutie van de gemiddelde jaartemperatuur (in °C) in St-Joost-Ten-Node/Ukkel tussen 1833 en 2020

Bron: KMI, 2021
Opmerking: De klimaatnormalen over 30 jaar worden hier weergegeven voor de laatste perioden tussen 1961 en 2020 
fig1_temperatures_nl_0

Een globale gemiddelde opwarming van ongeveer 2 °C is opgemerkt over de beschouwde periode. De stijging van de temperaturen was niet gelijkmatig. Zij deed zich voor in twee relatief abrupte etappen: er was een eerste stijging rond 1910 (gemiddeld over het hele jaar) en een tweede aan het einde van de jaren 1980. In beide gevallen ging het om een stijging van de jaargemiddelde temperatuur van een vergelijkbare grootorde, namelijk 1 °C. De eerste stijging is voornamelijk te wijten aan een stijging van de maximale temperaturen, terwijl de tweede vooral toe te schrijven is aan een zeer duidelijke stijging van zowel de minimum- als de maximumtemperatuur.
Wat betreft het recente verleden, observeren we een aanzienlijke gemiddelde opwarming van +0,38 °C per decennium sinds 1981, waardoor de evolutie van de temperaturen geleidelijker is dan tijdens de twee grote fasen van de 19e en 20e eeuw.

Uit het onderzoek van de seizoenstemperaturen blijkt dat de gemiddelde winter- en lentetemperatuur, net zoals de gemiddelde jaartemperatuur, ook een eerste vrij abrupte en zeer opmerkelijke opwarming hebben gekend rond 1910 en een tweede tegen het einde van jaren 1980. De zomer en de herfst hebben eveneens twee zeer opmerkelijke periodes van opwarming meegemaakt, de eerste manifesteerde zich rond 1925-1930 en de tweede rond het begin van de jaren 1980. 

Er kunnen ook andere opmerkingen worden gemaakt: 

  • De frequentie, duur en intensiteit van de hittegolven vertonen allemaal een significante stijgende trend sinds 1981. In het bijzonder is er tussen 2015 en 2020 ten minste één hittegolf per jaar (een primeur sinds 1892). 
  • De indicatoren in verband met koudegolven (frequentie, intensiteit en duur) vertonen de laatste decennia geen significante tendens. Al kan een licht opwaartse trend in de koudste temperaturen sinds het einde van de 19e eeuw worden waargenomen, met een versterking van deze trend vanaf 1981, die echter nog onbeduidend blijft. Toch zien we een langzame opwaartse trend in de koudste temperaturen sinds het einde van de 19e eeuw, met een accentuering van deze trend sinds 1981, maar die niettemin onbeduidend blijft. 

Minder significante resultaten voor de neerslag en de stormen

Evolutie van de jaarlijkse neerslaghoeveelheden (in mm) in Sint-Joost-ten-Node/Ukkel tussen 1833 en 2020

Bron: KMI, 2021
Opmerking: De klimaatnormalen over 30 jaar worden hier weergegeven voor de laatste perioden tussen 1961 en 2020
De klimaatnormalen over 30 jaar worden hier weergegeven voor de laatste perioden tussen 1961 en 2020

Voor de neerslaghoeveelheden leidt het onderzoek van de gegevens tot minder significante resultaten (wat gedeeltelijk wordt verklaard door de grote variabiliteit van de neerslag in onze contreien). 
De analyse van de reeks toont echter een toename van de jaarlijkse neerslag met 9% tussen de eerste 30 jaar van de reeks (1833-1862) en de laatste 30 jaar (1990-2019). Op het niveau van de seizoenen vertoont de winterneerslag een aanzienlijke opwaartse trend tussen 1833 en de laatste 30 jaar (31%).  De lenteneerslag daarentegen vertoont geen significante langetermijntrend, maar wel een licht dalende tendens (ongeveer -9 mm per decennium) sinds 1981. Voor de hoeveelheden zomer- en herfstneerslag viel er daarentegen geen significante evolutie op te tekenen. 

In het Brussels Gewest is de laatste jaren een tendens tot verhoging van de intensiteit en de frequentie van onweersbuien waargenomen. Sinds 1981 werden dan ook +0,5 dagen met zware regenval per decennium geregistreerd. 

Aan de andere kant is door de stijging van de temperaturen in het begin en op het einde van de 20ste eeuw, de neerslag onder de vorm van sneeuw in Ukkel veel minder vaak voorgekomen. 

Wat ten slotte de stormen betreft, blijkt uit de analyses die tot nu toe werden uitgevoerd met betrekking tot sterke winden in Ukkel sinds 1940, dat er nog geen specifieke trend is in de intensiteit van de sterktste jaarlijkse winden of in de frequentie van de maximale windstoten. 

Om te downloaden

Factsheets

  • 02. Eerdere evolutie van het klimaat in het Brussels gewest – temperatuur en neerslag (.pdf) 
  • 06. Toekomstige evolutie van het klimaat in België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de bijbehorende gevolgen en risico's (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • “ Klimaatrapport 2020 – Van klimaatinformatie tot klimaatdiensten ”, KMI (2020)

Toekomstige evolutie van het klimaat in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en mogelijke aanpassingen

Focus - Actualisatie: oktober 2024

De klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. is een van de grootste uitdagingen van de 21e eeuw, en vandaag worden we geconfronteerd met de noodzaak om bepaalde werkwijzen aan te passen om ons voor te bereiden op de gevolgen van de toekomstige klimaatverandering. Hoewel sommige van deze veranderingen al dagelijks voelbaar zijn, richten veel studies zich op toekomstscenario's om goed op hun verloop te anticiperen. Maar wat voorspellen die klimaatprojecties nu precies? En wat kunnen we op gewestelijke schaal doen om ze te voorkomen of ons eraan aan te passen?

Het Belgische klimaat: verleden, heden en toekomst

Door onze breedteligging en de nabijheid van de Atlantische Oceaan kent België een gematigd zeeklimaat. Dat klimaat wordt doorgaans gekenmerkt door frisse en natte zomers en relatief zachte en regenachtige winters. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 11°C en de jaarlijkse neerslaghoeveelheid 837 mm, met variaties volgens de regio en het seizoen (zie ook Het klimaat in het Brussels Gewest).

Het Belgische klimaat kende verschillende variaties in de loop van de laatste twee eeuwen (sinds 1833, het begin van de metingen door het Koninklijk Meteorologisch Instituut) en de laatste decennia worden de trends steeds uitgesprokener.

  • Temperatuur: Sinds het begin van het industriële tijdperk (~1850) steeg de temperatuur met ongeveer 2,3°C en sinds de jaren 1980 zien we een steeds duidelijkere en aanhoudende stijging (+0,4°C per decennium sinds 1981). De tien warmste jaren sinds 1833 werden ook allemaal geregistreerd na 2005 en de frequentie van hittegolven neemt toe.
  • Neerslag: Ook de neerslaghoeveelheden zijn toegenomen: +9% voor de jaarlijkse gemiddelden en +31% voor de winterneerslag. Daarnaast zien we ook de intensiteit en de frequentie van onweersbuien in stijgende lijn gaan (+0,5 dag met zware regenval per decennium sinds 1981).

Voor meer informatie, zie ook de Focus over dit onderwerp en Infofiche nr. 2.

Dankzij klimaatprognoses kunnen we de toekomstige evolutie van het klimaat inschatten op basis van verschillende parameters, zoals de huidige toestand van het klimaat, de evolutie van het bodemgebruik en de uitstoot van broeikasgassen (BKG). Er bestaan verschillende scenario’s — het meest pessimistische gaat ervan uit dat wij niets veranderen aan onze vervuilende activiteiten — om de toekomstige evolutie van de temperatuur, de neerslag en tal van andere meer specifieke klimaatparameters te beoordelen. Via het internationale CORDEX-project werden klimaatmodellen op regionale schaal opgesteld. De conclusies voor het Belgische klimaat tegen 2100 kunnen als volgt worden samengevat (op basis van het meest pessimistische scenario):

Goed om te weten

Het Belgische klimaat tegen 2100

  • hogere temperaturen het hele jaar door (tussen 2,6°C en 3,5°C);
  • meer neerslag in de winter en minder in de zomer;
  • een vermindering van het debiet van de waterlopen;
  • meer extreme gebeurtenissen (zware regens in de winter, stormen en hittegolven in de zomer).

In het Brussel van 2100 zou het weleens (zeer) warm kunnen worden!

Als stedelijke omgeving is Brussel bijzonder gevoelig voor de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz., zeker als rekening wordt gehouden met de hoge bevolkingsdichtheid en de concentratie aan infrastructuur op het grondgebied.

Zowel de bovengenoemde CORDEX-studie, als de studies van Cugnon et al. (2019) en Duchêne et al. (2022), wisten klimaatprojecties met een zeer hoge ruimtelijke resolutie op te stellen, waardoor het toekomstige klimaat van een zeer beperkte regio, zoals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kon worden ingeschat.

Gemiddelde jaartemperaturen in dichtbebouwde stedelijke (blauw), voorstedelijke (oranje) en landelijke (grijze) gebieden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Bron: Cugnon et al. 2019. 
Opmerking: De figuur toont de projecties tot 2100 volgens het meest pessimistische scenario.
De figuur toont de projecties tot 2100 volgens het meest pessimistische scenario.

Brussel lijdt van nature onder het warmte-eilandeffect (UHI of Urban Heat Island, zie de Focus over dit thema), d.w.z. dat de bevolkingsdichtheid en de hoge concentratie aan infrastructuur zorgen voor hogere temperaturen dan in de omliggende landelijke of voorstedelijke gebieden. De evolutie van het klimaat in Brussel wordt dus hoofdzakelijk bepaald door het bestaan van dit fenomeen.

De amplitude van het warmte-eilandeffect lijkt relatief stabiel te blijven: er zou geen toename zijn in het gemiddelde temperatuurverschil tussen stedelijke en landelijke gebieden. Anderzijds wordt verwacht dat het aantal hittegolven (een periode van minstens drie dagen met een minimumtemperatuur van ten minste 18°C en een maximumtemperatuur van ten minste 30°C) tegen het einde van de 21e eeuw zal verdrievoudigen, terwijl hun gemiddelde duur ook zal verdrievoudigen. De stijging van het aantal hittedagen zou veel sterker zijn in Brussel dan in de voorsteden. Bovendien zou het aantal dagen met temperaturen boven 25°C verdubbelen.

Deze warmte zou niet alleen de energiebehoefte voor airconditioning in gebouwen aanzienlijk doen toenemen, maar ook de productiviteit van de buitenberoepen aantasten. Bovendien zou het thermische comfort en de gezondheid van de burgers sterk worden beïnvloed, vooral van de groepen die het meeste risico lopen (baby's, jonge kinderen, ouderen en topsporters).

Zo zou de geprojecteerde hittestress voor het Brussels Gewest kunnen verdubbelen tegenover de omliggende gebieden, en dat al rond het midden van de 21e eeuw. Het gevaar dat hittestress met zich meebrengt, wordt duidelijk nog groter in het geval van een hittegolf, die de stadsbewoners kwetsbaarder zou maken voor hittegerelateerde gezondheidsproblemen.

Wat zouden de gevolgen kunnen zijn van een dergelijke opwarming in een stedelijk gebied?

(Rapport Greenpeace 2004, Rapport CORDEX 2018, Rapport VITO 2020)

  • Gezondheid: Hittegolven zijn nu al een zeer belangrijke oorzaak van gezondheidsproblemen bij de bevolking. Steeds vaker voorkomende hittegolven zijn verantwoordelijk voor hoge mortaliteitscijfers, vooral bij mensen 65 jaar en ouder. Er zijn ook meer subtiele gevolgen, die vooral verband houden met de hoge temperaturen die 's nachts aanhouden en een goede nachtrust van de burgers in de weg staan (zie ook de focus ‘Een zowel positieve als negatieve impact van het leefmilieu op de gezondheid’).
    Anderzijds zou de stijging van de temperatuur gepaard kunnen gaan met de opkomst van nieuwe ziekten of de terugkeer van eerder uitgeroeide ziekten.
  • Bossen en biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).: Door de stijging van de temperatuur zullen bepaalde soorten zich verplaatsen naar koelere gebieden (meer naar het noorden of naar hoger gelegen gebieden). De komst van nieuwe soorten in het ecosysteemGeheel van de planten- en dierengemeenschappen in een territorium, beschouwd in hun wisselwerking met de milieufactoren. kan verstorend werken en de relaties tussen de oorspronkelijke soorten wijzigen, vooral wat de concurrentie om voedsel en habitat betreft.
    Anderzijds zouden onze bossen (en de bijbehorende biodiversiteit) sterk beïnvloed kunnen worden: een toenemende concentratie van CO2 zou de groei van bossen kunnen stimuleren, maar op de middellange termijn zal deze groei worden beperkt door de bodemvruchtbaarheid en de relatieve droogteDroogte is een natuurlijk fenomeen waarbij de beschikbaarheid van water afneemt als gevolg van een gebrek aan neerslag, wat op termijn tot een watertekort kan leiden. Dit moet niet worden verward met een ‘hittegolf’ of ‘hitteperiode’, ook al hebben deze wel degelijk invloed op de beschikbaarheid van water (toename van de watervraag). als gevolg van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.. Er wordt dan ook aanbevolen om bomen te planten in de beste beschikbare omstandigheden en de soorten te diversifiëren om het risico te spreiden en gebruik te maken van gunstige interacties tussen soorten voor de toegang tot hulpbronnen.
  • Watervoorziening: Het verhoogde risico op overstromingen als gevolg van zware onweersbuien kan de kwaliteit van de wateren aantasten, terwijl zomerdroogtes de neiging hebben om het watervolume te verminderen en dus ook de hoeveelheid water die voor de drinkwaterproductie gebruikt kan worden.
  • Energie: Terwijl gebouwen in de winter mogelijk minder verwarmd zullen moeten worden vanwege de hogere temperaturen, zullen we in de zomer een grotere behoefte aan koeling krijgen, om de hoge zomertemperaturen tegen te gaan.

Voor meer gedetailleerde informatie over de kwetsbaarheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten opzichte van de klimaatverandering, raadpleeg de Focus over dit thema en Infofiche nr. 6.

Wat kunnen wij doen om deze veranderingen te milderen en ons eraan aan te passen?

  1. Op gewestelijke schaal: vermindering van de koolstofuitstoot

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is de uitstoot van broeikasgassen (BKG) voornamelijk afkomstig van twee sectoren: de verwarming van gebouwen (residentieel en tertiair) en het vervoer. Deze twee sectoren nemen meer dan 80% van de rechtstreekse uitstoot van BKG voor hun rekening (zie ook de Indicator Emissies van broeikasgassen). De indirecte emissies op hun beurt (bijvoorbeeld in verband met het elektriciteitsverbruik of de productie van consumptiegoederen voor de inwoners van Brussel) liggen naar schatting bijna 9 keer hoger dan de directe uitstoot. Een eerste werkterrein voor de bestrijding van de klimaatopwarming ligt dus bij de energie-intensieve activiteiten in het BHG.

België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sloten daarom een reeks internationale, nationale en gewestelijke akkoorden om de uitstoot van BKG terug te dringen (zie ook Infofiche nr. 4). Meer bepaald heeft het Brussels Gewest in zijn gewestelijk Lucht-, Klimaat en Energieplan (opgesteld in 2023) een reeks maatregelen ingevoerd die tot doel hebben de BKG-uitstoot van het BHG tegen 2030 met 47% te verminderen ten opzichte van de uitstoot van 2005, en tegen 2050 CO2-neutraliteit bereiken. Het Energie-Klimaatplan 2030 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is in lijn met het vorige plan en komt overeen met de bijdrage van het Gewest aan het Belgische ontwerp van Geïntegreerd Nationaal Energie-Klimaatplan 2021-2030 dat in oktober 2019 door de regering werd goedgekeurd (zie ook de Focus Meerjarenplannen voor het milieu).

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft daarom verschillende doelstellingen voor de vermindering van de koolstofuitstoot vastgelegd (aansluitend op vrijwillige verbintenissen of internationale overeenkomsten), met verschillende tijdschalen. Ze worden meer in detail beschreven in de BKG-indicator.

  1. Op wijkniveau: een beter aangepaste structurering van de uitdijende stad

In 2022 telde het Brussels Gewest meer dan 1,2 miljoen inwoners en 400.000 pendelaars. In deze dichte omgeving wordt het dan ook noodzakelijk om de stad zo te structureren dat ze anticipeert op en zich kan aanpassen aan de klimaatopwarming om de organisatie van wijken, de mobiliteit en de toegang tot de diensten te optimaliseren.

In deze aanpak wil het platform Be Sustainable bijvoorbeeld netwerken uitbouwen en de ontwikkeling van duurzame wijken ondersteunen. De aanpak omvat verschillende facetten die de ontwikkeling van een wijk bepalen, alsook het leven dat er vervolgens wordt uitgebouwd, met onder meer de ontwikkeling van een globale visie, de ruimtelijke ordening, het waterbeheer, de mobiliteit, de milieu-impact ...

  1. Op het niveau van de infrastructuur en de gebouwen: lokale warmteproductie vermijden en de hittebestendigheid verhogen

Bij het ontwerp (of de renovatie) van duurzame wijken kan worden gekozen voor structuren die de efficiëntie bevorderen, zoals compacte stadsvormen (met een kortere afstand tussen de diensten), betere toegang tot het openbaar vervoer (met een betere energie-efficiëntie en een kleinere impact op het milieu als gevolg) ...

Stedenbouwkundige strategieën om de stedelijke aanpassingen te vergemakkelijken

Bron: UCCRN ARC3.2 Urban Planning and Urban Design Chapter, Raven et al. 2018.
fig3_frnl_0

Verschillende concrete maatregelen worden dan ook aanbevolen (geïllustreerd in bovenstaande figuur):

  • Investeren in de ontwikkeling van voetgangers- en fietscorridors die zachte mobiliteitMobiliteit waarbij niet-gemotoriseerde vervoermiddelen worden gebruikt, in het bijzonder fietsen en lopen. (1) voor intrastedelijke verplaatsingen stimuleren. In combinatie met parken en andere groene ruimten dragen ze ook bij aan de koolstofopslag en de afkoeling van de stedelijke omgeving
  • De natuurlijke ventilatie verbeteren (2) door gebruik te maken van de dominante zomerwinden
  • Meer schaduwplekken aanleggen (3) door de wijken te oriënteren op de zon
  • De vorm en oppervlakken van gebouwen aanpassen (3): de albedo van de stad verhogen (reflecterende bouwoppervlakken), zomerwinden bevorderen en winterwinden beperken (door middel van ruwe oppervlakken) en materialen met een lage warmtecapaciteit kiezen
  • Kiezen voor 'win-wininfrastructuren' die hoe dan ook de aantrekkelijkheid van de stad en het comfort van de burgers ten goede komen (4):
    • 'Groene' infrastructuur (bomen, parken, groendaken ...) die op meer dan één niveau bijdragen: vermindering van de buitentemperatuur, vermindering van de afvloeiing van regenwater, vermindering van de vervuiling, koolstofopslag, verhoogde verdamping (dus duurzaam beheer van de watercyclus), en vermindering van het warmte-eilandeffect in de stad.
    • 'Blauwe' infrastructuur (vijvers, beken, fonteinen, kanalen ...) die ook bijdragen tot de verdampingskoeling.

Deze indirecte voordelen zullen dus waarschijnlijk leiden tot multisensorische veranderingen in de perceptie van de stedelijke ruimte (het begrip 'sfeer'), gezien hun intrinsieke potentieel voor ontspanning, ontmoeting en tal van activiteiten.

Via studies kunnen de effecten van dergelijke maatregelen op de temperatuur gekwantificeerd worden, onder meer door het opstellen van modellen. Zo bleek uit een studie van Cugnon et al. (2019) dat de toename van de albedo (meer reflecterende bouwoppervlakken) voornamelijk een impact heeft op het warmte-eilandeffect overdag (omdat ze rechtstreeks verband houdt met de straling). Omgekeerd heeft een toename van de bodemvegetatie vooral een impact op het warmte-eilandeffect 's nachts, waardoor het een geschiktere oplossing is voor een betere slaapkwaliteit. Dergelijke oplossingen worden ook 'Nature-Based Solutions' genoemd ('oplossingen gebaseerd op de natuur'). Een studie van de VITO (2020) wijst op hun effecten op verschillende soorten hinder in een stedelijke omgeving (luchtvervuiling, warmte, lawaai) en uit diezelfde studie blijkt dat de vegetatie een verkoelend effect kan hebben op de temperatuur van de lucht of de bodem (in het geval van het aanleggen van schaduwplekken). Ook wateroppervlakken kunnen een dergelijk effect hebben, op voorwaarde dat ze voldoende diep zijn om te vermijden dat de warmte (die overdag werd opgeslagen) 's nachts afgegeven wordt.

Hittegolven kunnen ook beïnvloed worden door dergelijke maatregelen, maar tot nu toe tonen de studies aan dat de effecten van de albedo of de bodemvegetatie gunstig kunnen zijn op de middellange termijn (2040-2070), maar bijna onbetekenend worden op de lange termijn (2070-2100), gezien de aangekondigde algemene temperatuurstijging als gevolg van de globale klimaatopwarming (Cugnon et al. 2019). Daarom moet voorrang worden gegeven aan de vermindering van de BKG-uitstoot, zodat de stedelijke aanpassingen een blijvend effect hebben in de loop van de tijd.

Om te downloaden

Factsheets

  • 02. Evolutie van het klimaat in het Brussels gewest – temperatuur en neerslag
  • 06. Toekomstige evolutie van het klimaat in België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de bijbehorende gevolgen en risico's
  • 03. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten aanzien van de klimaatveranderingen
  • 04. De internationale overeenkomsten en de Belgische en Brusselse engagementen om te strijden tegen de klimaatverandering (.pdf)
  • 05. De broeikasgassen in België en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Gewestelijk lucht-klimaat-energieplan, 2023 (.pdf)
  • Beheerplan voor het Brussels gedeelte van het Zoniënwoud, Boek II - Beheerdoelstellingen en –maatregelen, 2018 (.pdf)

Studies en rapporten

  • Rapport van het project Cordex.be, 2022 : « Combining regional downscaling expertise in Belgium: CORDEX and beyond - Final Report » (.pdf)
  • CUGNON G., CALUWAERTS S., DUCHENE F., HAMDI R., TERMONIA P., TOP S., VERGAUWEN T., VAN SCHAEYBROECK B., december 2019. « Climate Sensitivity to Land Use Changes over the City of Brussels » (.pdf) (enkel in het Engels)
  • DUCHÊNE F., HAMDI R., VAN SCHAEYBROECK B., CALUWAERTS S., DE TROCH R., DE CRUZ L., TERMONIA P., 2022. « Downscaling ensemble climate projections to urban scale: Brussels's future climate at 1.5 °C, 2 °C, and 3 °C global warming » (enkel in het Engels)
  • KONINKLIJK METEOROLOGISCH INSTITUUT (KMI), 2020. « Klimaatrapport 2020 – Van klimaatinformatie tot klimaatdiensten » (.pdf)
  • MARBAIX P., VAN YPERSELE J-P., 2004. « Impacts des changements climatiques en Belgique », Greenpeace (.pdf) (enkel in het Frans)
  • RAVEN J., 2019. « From Climate Science to Design Practice » (enkel in het Engels)
  • VITO 2020, « Evaluation of the socio-economic impact of climate change in Belgium » (.pdf) (enkel in het Engels)
  • VITO 2020, « Impact van Nature Based Solutions in het Brussels hoofdstedelijk gewest » (.pdf)

Fiche van de Staat van het Leefmilieu

  • Klimaat: Emissies van broeikasgassen
  • Klimaat: Kwetsbaarheden van het Brussels Gewest voor de klimaatverandering

Nuttige links

  • De Belgische federale site voor betrouwbare informatie over klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.: klimaat.be.
  • De website van Leefmilieu Brussel op de Staat van het Leefmilieu in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Kwetsbaarheden van het Brussels Gewest voor klimaatverandering

Focus - Actualisering : juni 2021

Een studie toont aan dat het Gewest te kampen zal krijgen met potentieel negatieve effecten van de aangekondigde klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz., vooral op het vlak van leefmilieu en gezondheid, meer bepaald te wijten aan de verhoogde kans op extreme weerfenomenen (hittegolven, overstromingen enz.). Als stad is het Gewest extra kwetsbaar omwille van verschillende factoren: de sterke verstedelijking en toenemende ondoorlaatbaarheid van de bodems, een hoge bevolkingsdichtheid met een groot aandeel kwetsbare gezinnen, de sterke concentratie van infrastructuur en materiële goederen...

Mitigatie en aanpassing, complementair in de strijd tegen klimaatveranderingen

De beleidsmaatregelen die er op klimaatvlak getroffen worden, omvatten twee complementaire kanten: ten eerste de preventie van de klimaatveranderingen - of het mitigatiebeleid - met een vermindering van de BKG-emissies als doel en ten tweede de aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering (zowel op het vlak van het milieu als op het vlak van de economie en de samenleving). De meeste klimaatmaatregelen die reeds op internationaal, Europees en nationaal niveau zijn genomen, waren aanvankelijk toegespitst op mitigatie, op tempering van de effecten. Vandaag ligt in de beleidskeuzes meer de nadruk op aanpassing, onontbeerlijk om de bestaande en toekomstige gevolgen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. 

Op internationaal niveau heeft het Raamverdrag Klimaatverandering van de VN (UNFCCC - United Nations Framework Convention on Climate Change) geleid tot de invoering van een dwingend kader voor het aanpassingsbeleid. Europa startte in het begin van de jaren 2000 met een denkoefening, die in april 2013 uitmondde in de goedkeuring van een Europese strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering. Die strategie schept een kader en zet mechanismen op om de Europese Unie sterker te wapenen tegen de huidige en toekomstige klimaatveranderingen. 

Op Belgisch niveau werd in 2010 een nationale adaptatiestrategie goedgekeurd. Na de goedkeuring van die strategie keurde de Nationale Klimaatcommissie op 19 april 2017 een Nationaal Klimaatadaptatieplan 2016-2020 goed. Dat bevat een tiental maatregelen met een nationale draagwijdte (uitwerking van nieuwe gemeenschappelijke klimaatscenario’s, ontwikkeling van een nationaal adaptatieplatform, …) die een aanvulling vormen op de maatregelen die vervat zitten in de adaptatieplannen uitgewerkt door de Gewesten en het federale niveau in hun respectievelijke bevoegdheidsdomeinen. De uitwerking van het nationaal plan werd gecoördineerd in de werkgroep “Adaptatie” van de Nationale Klimaatcommissie. Het plan werd, voor advies, voorgelegd aan de bevoegde adviesorganen. Het kan worden gedownload op de website van de NKC, de Nederlandse, Franse en Engelse versie.

Leefmilieu Brussel bestelde in 2012 een studie over de adaptatie van het Gewest aan de klimaatveranderingen om zijn Lucht-Klimaat-EnergieplanDit plan bundelt op een geïntegreerde manier de belangrijkste gewestelijke beleidslijnen inzake lucht, klimaat en energie. Het heeft zijn wettelijke basis in het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing (BWLKE), is het resultaat van de betrokkenheid van zes besturen (Leefmilieu Brussel, Brussel Huisvesting, Brussel Economie en Werkgelegenheid, Urban, Perspective, Brussel Mobiliteit) en vormt de bijdrage van Brussel aan de Belgische klimaatactie in het Nationaal Energie- en Klimaatplan (NEKP). uit te werken dat werd goedgekeurd op 2 juni 2016. Deze focus stelt er de voornaamste resultaten voor het leefmilieu en voor de maatschappij van voor.

Evaluatiecriteria voor de risico's verbonden aan de klimaatverandering

Het einddoel van de studie was om de voornaamste gewestelijke kwetsbaarheden tegen de klimaatveranderingen bloot te leggen, om vervolgens een aantal actiepistes uit te stippelen voor de gewestelijke strategie. Kwetsbaarheid moet hier worden verstaan als de mate waarin het Gewest is blootgesteld aan de mogelijk nefaste gevolgen van de klimaatverandering. De studie wees ook op een aantal opportuniteiten verbonden aan de klimaatverandering, maar die zijn eerder beperkt en van korte duur.

Evaluatieschema van de klimaatrisico's voor menselijke en natuurlijke systemen

Bron: Leefmilieu Brussel, 2015
illu1_ee20_climate_adaptccschema_nl_0

De kenschetsing van het risico is geënt op drie criteria (zie bovenstaande figuur):

  1. De blootstellingsgraad aan klimaatgevaren, gelet op de evolutie van het Gewestelijk klimaat in het verleden (KMI, Klimaatrapport 2020 & zie factsheet nr.2) en op de evolutieprognoses voor de toekomst (klimaatvoorspellingen tegen 2030, 2050 en 2080). Het gaat natuurlijk om voorspellingen, er is dus een zekere graad van onzekerheid. 
  2. De gevoeligheid (kwetsbaarheid) van het Gewest: evaluatie van de impact op de watervoorraden, de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en de bossen, de energie, de gezondheid, de ruimtelijke ordening en de infrastructuren, het toerisme (een sector die niet is opgenomen in deze focus). Er is ook rekening gehouden met de dringendheid om actie te ondernemen tegen de verwachte impact.
  3. Het aanpassingsvermogen van het Gewest, huidig of potentieel, wordt getoetst aan de mate van bewustwording van de maatschappij, aan de mate waarin men in de bestaande planningsdocumenten oog heeft voor de kwestie en aan de Gewestelijke beleidskeuzes omtrent het thema.

De risicobeoordeling en het blootleggen van de kwetsbaarheden van het Gewest zijn gedaan aan de hand van een reeks indicatoren waarvan de pikorde en weging bepaald zijn naar de inschatting van deskundigen: het resultaat is een zekere subjectiviteit in de analyse van de kwetsbaarheden.

Toekomstige en vermoedelijke evolutie van het klimaat in het Brussels Gewest

De toekomstige en op termijn vermoedelijke evolutie van het klimaat in het BHG kan kort samengevat als volgt gekarakteriseerd worden (KMI, Klimaatrapport 2020 & zie factsheet nr.6): 

  • Een warmer klimaat;
  • Een sterker seizoensgebonden karakter van de neerslag: minder in de zomer, meer in de winter;
  • Een toename van de frequentie of van de hevigheid van extreme weerfenomenen (hevige regen in de winter, onweders en hittegolven in de zomer).

Voornaamste kwetsbaarheden van het Brussels Gewest

De versterking van het stedelijk warmte-eilandeffect (zie de focus over dit thema) houdt gezondheidsrisico's in voor de bevolking. Het verschijnsel versterkt immers de luchtvervuiling, door de vorming van ozon te bevorderen, wat bijzonder gevaarlijk kan zijn voor kwetsbare mensen en voor kinderen. Vooral in het sterk verstedelijkt centrum van het Gewest is dat fenomeen enorm uitgesproken, terwijl toevluchtsoorden (groene ruimten) er het zeldzaamst zijn, de leefomgeving er slecht aangepast is en er een concentratie is van kwetsbare bevolkingsgroepen. Nieuwe studies van het KMI (Hamdi et al., 2013) mogen dan de stijging van de temperaturen in de toekomst bevestigen, ze nuanceren wel de toekomstige evolutie van het warmte-eilandeffect: dat zou 's nachts stand houden, maar overdag eerder getemperd worden (door de toename van de temperaturen op het platteland) (zie de focus over dit thema). 

De toename van hittegolven en een algemene stijging van de temperaturen zullen ook gevolgen hebben voor de gezondheid van de Brusselaars: allereerst door een verslechtering van de luchtkwaliteit (meer ozonpieken) en vervolgens door een toenemend risico op allergieën en infectie- en vectorziektes. Hittegolven zijn vandaag de dag al een zeer belangrijke oorzaak van gezondheidsproblemen bij de bevolking, vooral vanwege de hoge temperaturen die 's nachts aanhouden en de burgers beletten goed uit te rusten. Het verband tussen de hitte en het verhoogde sterftecijfer dat tijdens de verschillende hittegolven (met name die van 2003, 2019 of 2020) werd geobserveerd, is moeilijk vast te stellen, maar het nationaal instituut voor volksgezondheid dringt aan op de noodzaak om zich tegen de gevolgen van grote hitte te beschermen om de risico's te beperken.  

Een ander potentieel problematisch gevolg van stijgende temperaturen is de komst van nieuwe ziekten of de terugkeer van eerder uitgeroeide ziekten. Door de warmere en langere zomers en/of een globaal natter klimaat gedijen immers insecten die verantwoordelijk zijn voor ziekten zoals de ziekte van Lyme (een stijging van de temperatuur beïnvloedt de activiteit van teken; zie Focus  en Factsheet nr. 44  hierover), knokkelkoorts of malaria (muggen), of andere ziekten die worden overgebracht door koudbloedige organismen, die zich als gevolg van de stijging van de temperatuur op onze breedtegraden gemakkelijker kunnen verspreiden.

Door het hogere warmtegevoel in de steden zal vaker worden teruggegrepen naar airco's: welnu, gelet op de impact van airco-installaties op het broeikaseffectAlgehele temperatuurstijging op aarde die het gevolg is van het door luchtvervuiling verhoogde kooldioxidegehalte in de dampkring, waardoor de warmte die de door het zonlicht verwarmde aardbodem uitstraalt niet in voldoende mate uit de atmosfeer kan ontsnappen., zou die reflex het mitigatiebeleid op termijn dus tenietdoen.

Wat transport en infrastructuur betreft, is er sprake van een permanent risico op verstoring van het transport bij extreme weerfenomenen, alsook van een hogere kwetsbaarheid en een slechte aanpassing van de transportinfrastructuur en van gebouwen tegen hitte en droogteDroogte is een natuurlijk fenomeen waarbij de beschikbaarheid van water afneemt als gevolg van een gebrek aan neerslag, wat op termijn tot een watertekort kan leiden. Dit moet niet worden verward met een ‘hittegolf’ of ‘hitteperiode’, ook al hebben deze wel degelijk invloed op de beschikbaarheid van water (toename van de watervraag)., waardoor het stedelijk warmte-eilandeffect nog zou toenemen.

Een van de andere zwaktes van het Gewest is het almaar hogere overstromingsrisico (zie de focus over dit thema), toe te schrijven aan de toenemende verstedelijking en ondoorlaatbaarheid van de bodems. Volgens de laatste klimaatmodellen zal er in de winter meer neerslag vallen, waardoor het overstromingsrisico in dat seizoen zal toenemen. In de zomer zal er weliswaar minder neerslag vallen, maar door de hogere temperaturen zouden de luchtlagen zich grilliger gaan gedragen en zo meer stormen veroorzaken: dat scenario mag dan onzeker zijn, voorzichtigheidshalve houden we er best rekening mee dat het overstromingsrisico in de zomer even hoog is.

Een ander ingrijpend gevolg van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. heeft betrekking op het debiet van onze waterlopen, de aanvulling van de grondwaterlagen en de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De lagere neerslaghoeveelheden in de lente en zomer, gecombineerd met de algemene temperatuurstijging, zullen hoogstwaarschijnlijk leiden tot een sterkere evapotranspiratieRegenwater wordt in de bodem vastgehouden en verdampt vervolgens naar de atmosfeer. De aanwezigheid van planten versterkt dit fenomeen aanzienlijk.. Voor het oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). zou dat leiden tot sterker uitgesproken lage waterstanden (een daling van het minimumdebiet van rivieren), waardoor vervuilende stoffen minder worden opgelost in de waterlopen en bijgevolg de kwaliteit van het oppervlaktewater verslechtert. Vijvers zouden dan weer te kampen krijgen met een sterkere eutrofiëringOvermatige toevoer van voedingsstoffen in het water, met als gevolg een woekering van de vegetatie, zuurstofvermindering en onevenwicht van het ecosysteem.. Wat het grondwater betreft, zou de aanvulling van de grondwaterlagen in het gedrang kunnen komen indien het tekort aan neerslag in de lente niet gecompenseerd wordt door het teveel ervan in de winter. De inzet hier is in het bijzonder de instandhouding van het waterlichaam van het Brusseliaan, dat aangewend wordt voor de productie van drinkwater. 

Het laatste vastgestelde ingrijpende effect is de impact op de biodiversiteit en op het Zoniënwoud. Allereerst zouden de bomen met wortels zich minder stevig verankeren (door watertekort, de afname van het aantal vriesdagen...) en zo minder goed felle wind kunnen weerstaan. Maar de klimaatverandering zou vooral het aanpassingsvermogen van soorten aan hun omgeving en hun verspreidingsgebied kunnen aantasten. In het geval van het Zoniënwoud zou die impact niet enkel het bomenbestand treffen, maar ook de dier- en plantensoorten die er afhankelijk van zijn (bijvoorbeeld tijdens bestuivingsprocessen of bij de overdracht van ziektes) (zie « Zoniënwoud en risico’s verbonden aan de klimaatwijziging  » & « Gezondheidstoestand van de beuken en eiken in het Zoniënwoud »). De gebrekkige verbinding van leefgebieden versterkt de kwetsbaarheid van de soorten die we aantreffen in het Brussels Gewest (zie « De fragmentatie en het isolement van de groene ruimten  »). Voor de conservering van de gezondheidstoestand van het Zoniënwoud is het dus nodig, zoals door de meeste deskundigen wordt aanbevolen, de bomen in de best mogelijke omstandigheden te plaatsen en de soorten te diversifiëren om de risico's te verminderen en te profiteren van de gunstige interacties tussen de soorten wat betreft de toegang tot bronnen. In het Zoniënwoud, waar beuken en eiken 78% van het gebied bedekken, zal het aandeel van de beuk naar verwachting dalen van 57% tot 46%, waarvan 20% voor de kathedraalbeuk, een belangrijk historisch erfgoed van het BHG. 
Tot slot kan de stijging van de temperatuur ook de verspreiding van invasieve soorten bevorderen (zie « Invasieve uitheemse soorten »). Ook hier zal diversificatie van boomsoorten helpen om de komst van insectenplagen tegen te gaan. 

De onderstaande tabel illustreert de verschillende kwetsbaarheden van het Gewest: 

Voornaamste zwakke punten en opportuniteiten van het Brussels gewest naar aanleiding van de verwachte klimaatevolutie

Bron: Uittreksel uit de managementsamenvatting van de studie rond aanpassing aan de klimaatverandering in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (met uitzondering van de impact op het toerisme), 2012
illu2_ee20_climate_adaptcctab_nl_0

Enkele opportuniteiten

Ook met de potentieel positieve aspecten van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. wordt rekening gehouden in het beleidswerk rond aanpassing, ongeacht het ruimtelijk of institutioneel niveau, van het IPCC tot de gewestelijke denkoefeningen. 

Mogelijke opportuniteiten die naar voren komen in de studie, houden vooral verband met de verwachte daling van koudegolven en van het aantal dagen vorst:

  • Allereerst zou door een daling van de verwarmingsbehoefte in gebouwen het energieverbruik en de bijhorende uitstoot van vervuilende stoffen afnemen tijdens koude periodes; 
  • Vervolgens zouden er door een verbetering van de luchtkwaliteit (zoals hierboven aangegeven) en een afname van het aantal koudegolven minder gezondheidsproblemen zijn tijdens het koude seizoen;
  • Tot slot zal er ook minder vorstschade zijn, zowel aan het bosbestand als aan de wegen, spoorwegen en aan het elektriciteitsnet.

Er kwam nog een andere opportuniteit aan het licht, die te maken heeft met de verwachte temperatuurstijging: de toename van de plantengroei en in het bijzonder de sterkere aangroei van bossen.

De studies benadrukken evenwel de voorbijgaande aard en de beperkte reikwijdte van die opportuniteiten: gelet op de verwachte klimaatverandering zullen er drempels overschreden worden die deze volledig teniet zullen doen (Factor-X, Ecores, TEC, 2012).

Welk aanpassingsbeleid in Brussel?

Het gewestelijk aanpassingsbeleid is multidisciplinair. Het beperkt zich niet tot milieumaatregelen. Sociale en socio-economische maatregelen kunnen immers ook helpen de blootstelling van bevolking, fauna en flora en infrastructuur aan de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering en dus hun kwetsbaarheid voor die veranderingen te beperken. 

De krachtlijnen van het gewestelijk aanpassingsbeleid zijn opgenomen in het geïntegreerd plan Lucht-Klimaat-Energie. Sommige aanpassingsmaatregelen komen ook terug in het ontwerpplan voor waterbeheer (met inbegrip van het beheerplan voor overstromingsrisico's) en in het plan natuur. De meest opvallende aanpassingsmaatregelen zijn onder andere het terugdringen van de blootstelling van de bevolking aan overstromingsrisico's, de strijd tegen de schadelijke effecten van het ondoordringbaar maken (impermeabilisatie) van de bodems op het leefmilieu, de ontwikkeling van groene, blauwe (oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...).) en grijze (riool) netwerken, en energierenovatie in bestaande gebouwen. Heel vaak ligt de nadruk op de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Daarnaast zal het toekomstige beheerplan voor het Zoniënwoud maatregelen bevatten om de veerkracht van het woud tegen de gevolgen van de klimaatveranderingen te versterken (door een hogere soortendiversiteit enz.). 

Die aanpassingsmaatregelen zijn zogeheten 'no regrets'- of 'geen spijt'-maatregelen, anders gezegd maatregelen met ecologische en maatschappelijke baten die verder gaan dan de loutere aanpassing aan de klimaatverandering. Ze zijn ontegensprekelijk gunstig voor de ontwikkeling van de natuurlijke ecosystemen, voor de sociale cohesie en voor de levenskwaliteit, en dat los van de klimaatverandering.

Om te downloaden

Factsheet(s)

  • 2. Eerdere evolutie van het klimaat in het Brussels Gewest – Temperatuur en neerslag (.pdf)
  • 3. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ten aanzien van de klimaatverandering (.pdf)  
  • 6. Toekomstige evolutie van het klimaat in België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de bijbehorende gevolgen en risico's (.pdf)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

  • Zoniënwoud en risico’s verbonden aan de klimaatwijziging
  • Gezondheidstoestand van het Brussels Zoniënwoud
  • De fragmentatie en het isolement van de groene ruimten
  • Invasieve uitheemse soorten

Studie(s) en rapport(en)

  • FACTOR-X, ECORES, TEC, juli 2012. « L’adaptation au changement climatique en Région de Bruxelles-Capitale : élaboration d’une étude préalable à la rédaction d’un plan régional d’adaptation ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 252 pp. (.pdf)  [enkel in het FR]
  • FACTOR-X, ECORES, TEC, oktober 2012. Samenvatting van de studie « L’adaptation au changement climatique en Région de Bruxelles-Capitale : élaboration d’une étude préalable à la rédaction d’un plan régional d’adaptation ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 7 pp. Beperkte verspreiding.
  • KONINKLIJK METEOROLOGISCH INSTITUUT VAN BELGIË (KMI), 2020. “Klimaatrapport 2020 – Van klimaatinformation tot klimaatdiensten ”. 92 pp. (.pdf) 
  • HAMDI, R., VAN DE VYVER, H., DE TROCH, R. and TERMONIA, P. (KMI), juni 2013. « Assessment of three dynamical urban climate downscaling methods: Brussels's future urban heat island under an A1B emission scenario ». International Journal of Climatology (2013), 34: 978–999. DOI:10.1002/joc.3734. 22 pp. (.pdf)  [enkel in het EN]

Plan(nen) en programma(‘s)

  • Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan 2016 (.pdf)
  • Belgisch Nationaal Adaptatieplan (.pdf)

Nuttige links

  • Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) – Algemeenheden over het Belgisch klimaat
  • Intergovernmental panel on climate change (IPCC)
< Koelte-eilanden Perceptie bij jongeren > Terug naar thema Klimaat

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Banner Chaleur au travail

Hitte op het werk: hoe je teams beschermen?

24/06/2026
  • Klimaat
  • Gezondheid
  • Gebouw
Hoe kan je tijdens een hittegolf je medewerkers beschermen en goede werkomstandigheden waarborgen? Hieronder een aantal oplossingen om beter te kunnen anticiperen.
Lees verder about Hitte op het werk: hoe je teams beschermen?
Ontdek de blog
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Dierenwelzijn
  • Pers
Website Burgers
Website Onderwijs
Blog Professionals

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten