U bent hier

Chemische toestand van het grondwater

Indicator - Actualisering : juli 2022

4 van de 5 grondwaterlichamen van het Brussels Gewest bereiken “de goede chemische toestand”. Maar één daarvan, de Sokkel, zal dit in 2007 waarschijnlijk niet halen als gevolg van de aanzienlijke stijging van het ammoniumgehalte. Het waterlichaam van het Brusseliaan zand is ingedeeld als waterlichaam met een “ontoereikende chemische toestand” vanwege de nitraatverontreiniging en zou dat vanwege deze parameter in 2027 nog steeds zijn. Op geringe diepte en meer rechtstreeks in contact met de menselijke activiteiten, vertoont het ook significante verontreinigingen een aantal pesticiden, door tetrachloorethyleen, door chloriden en door sulfaten. Er moet echter op één positief punt worden gewezen: de parameters totale pesticiden en bepaalde pesticiden vertonen een tendens tot aanzienlijke en duurzame daling.

Nagestreefde doelstelling: bereiken van de “goede chemische toestand” 

Voor het grondwater van het Brussels Gewest werden milieudoelstellingen vastgelegd overeenkomstig de Kaderrichtlijn Water en de Kaderordonnantie Water (KRW en KOW) en de “dochterrichtlijn” betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand (2006/118/EG) en haar omzettingsbesluit. Deze komen neer op het bereiken van de “de goede kwantitatieve en chemische toestand” voor de 5 grondwaterlichamen.

Het bereiken van de “goede chemische toestand” impliceert de conformiteit met bepaalde kwaliteitsdoelstellingen (maximale niet te overschrijden concentraties van bepaalde verontreinigende stoffen): 

  • kwaliteitsnormen voor nitraten en pesticiden (werkzame stoffen en relevante afbraakproducten);
  • en vastgestelde drempelwaarden voor verontreinigende stoffen die als risicovol worden beschouwd voor het grondwater. Deze zijn per waterlichaam bepaald in functie van het gebruik van het water (in het Brussels Gewest is dat voornamelijk drinkwatervoorziening, gebruik voor industriële activiteiten of door de tertiaire sector). 

Het begrip "goede chemische toestand" betekent ook dat er geen negatieve gevolgen mogen zijn voor het oppervlaktewater en de ecosystemen aan land die rechtstreeks afhankelijk van het grondwater zijn en voor de beschermingszones van waterwingebieden die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Het gaat alleen om het waterlichaam van het Brusseliaan zand. 

De volledige lijst van de geldende kwaliteitsdoelstellingen is te vinden in de methodologische fiche  en ook in factsheet nr.4.

Verontreinigende stoffen... van nature aanwezig in watervoerende lagen

Tijdens zijn infiltratie door de geologische formaties van de ondergrond en zijn opslag in de aquifer kan het grondwater onder bepaalde omstandigheden op natuurlijke wijze verrijkt worden met chemische elementen (metalen, metalloïden, mineralen en organische moleculen). Deze natuurlijke verrijking komt tot uiting in de aanwezigheid van referentieconcentraties voor de betrokken elementen, ook wel “geochemische achtergrond” genoemd. Dit kunnen soms ongewenste of zelfs schadelijke verontreinigende stoffen zijn voor de menselijke gezondheid, waardoor het water zonder voorafgaande behandeling ongeschikt wordt voor bepaalde toepassingen.

Het is belangrijk hiermee rekening te houden bij het vastleggen van de kwaliteitsdoelstellingen. Studies die in 2018 en 2019 werden uitgevoerd om de geochemische achtergrond in het Brusselse grondwater te bepalen, brachten het bestaan aan het licht van een hoge geochemische achtergrond voor drie elementen in de twee waterlichamen van het Sokkel en Krijt systeem en het Landeniaan zand (ULg, 2018 en 2019):

  • chloriden (Cl-). Als verontreinigende stof die een risico vormt, is de drempelwaarde voor deze twee waterlichamen verhoogd; 
  • ijzer (Fe) en mangaan (Mn). Deze metaalelementen worden echter niet beschouwd als verontreinigende stoffen die een risico vormen voor het grondwater. Voor bepaalde toepassingen kunnen zij echter hinderlijk zijn, omdat zij leiden tot verkleuring van het water en de vorming van ongewenste afzettingen in de waterleidingen.

Hoe wordt de kwaliteit van het grondwater bewaakt?  

De monitoring van de chemische toestand van deze 5 grondwaterlichamen, waarmee gestart werd in 2004, gebeurt door de analyse van monsters, die worden genomen ter hoogte van piëzometers, van actieve waterwinningen en van enkele bronnen (uitlaten van waterstromen). Concreet gaat het om 3 afzonderlijke monitoringprogramma’s:

  • de toestand- en trendmonitoring die bedoeld is om de algemene staat van elk waterlichaam te karakteriseren, de eventuele langetermijntendensen te identificeren en het opduiken van nieuwe polluenten te detecteren. Eind 2018 gebeurde deze controle op 24 monitoringsites, verspreid over de 5 grondwaterlichamen. Het heeft betrekking op parameters die relevant zijn voor de vervuiling van het grondwater. De controle gebeurde tweejaarlijks voor grondwater. In 2013 werd deze controlefrequentie voor het waterlichaam van het Sokkel en Krijt systeem en dat van het Landeniaan zand teruggeschroefd naar eenmaal per jaar, in het licht van de verworven kennis en de hydrogeologische context van die waterlichamen. Sinds 2022 is de controlefrequentie tweejaarlijks voor grondwaterlagen en jaarlijks voor begrensde watervoerende lagen.
  • de operationele monitoring waarmee men de waterlichamen wil opvolgen die het risico lopen de “goede chemische toestand” niet te bereiken, of die een stijgende tendens voor een bepaalde verontreinigende stof vertonen. Dankzij de operationele controle kunnen eveneens de gevolgen geëvalueerd worden voor de betrokken risicowaterlichamen van de invoering van kwaliteitsherstelprogramma’s. Eind 2018 vindt een dergelijke controle plaats twee keer per jaar op 10 monitoringsites die verspreid zijn over het waterlichaam van het Brusseliaan zand. Zij heeft vooral betrekking op de risicoparameters in kwestie (met name de nitraten, sommige pesticiden, de tetrachloorethyleen en een minimale lijst van verontreinigende parameters die geacht worden een risico voor het grondwater in te houden).
  • de aanvullende monitoring binnen het waterlichaam van het Brusseliaan zand, voor het toezicht op drie beschermde gebieden:
    • de beschermingszone van waterwingebieden die bestemd zijn voor menselijke consumptie; 
    • de hydrogeologische aanvullingsgebieden van met grondwater verbonden aquatische ecosystemen en grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen;
    • de kwetsbare zone voor nitraten uit agrarische bronnen.

Voor de oppervlakkige waterlagen – in de alluviën van de vallei van de Zenne en de aangrenzende valleien, alsook in de sedimenten van het Kwartair – gebeurt er momenteel geen systematische kwalitatieve monitoring.


4 grondwaterlichamen in “goede chemische toestand”, maar verhoogde ammoniumniveaus in twee ervan 

4 van de 5 Brusselse waterlichamen werden in “goede chemische toestand” bevonden op basis van de monitoringsresultaten van 2018:

  • het Sokkel en Krijt systeem, 
  • de Sokkel, 
  • het Landeniaan zand,
  • het Noordwest Brusseliaan en Tielt zand systeem. 

De vooruitzichten voor 2027 zijn minder gunstig: in de drie begrensde watervoerende lagen wordt een opwaartse tendens van de ammoniumconcentraties waargenomen. Voor de Sokkel is deze tendens statistisch significant en duurzaam. Dit waterlichaam wordt daarom aangemerkt als een waterlichaam dat tegen 2027 dreigt te verslechteren tot een “ontoereikende toestand”

Deze hoge ammoniumgehaltes zouden het gevolg zijn van de instroom van vervuild oppervlaktewater (directe lozingen van huishoudelijk en industrieel afvalwater) in het grondwater en/of een fenomeen van nitraatreductie (dat het gevolg zou kunnen zijn van landbouwactiviteiten bovenstrooms van het Brussels Gewest, ter hoogte van de uitloopgebieden van deze drie waterlichamen).

Chemische toestand van de 5 Brusselse grondwaterlichamen (2018) en trends van vastgestelde verontreinigende stoffen

Bron: Leefmilieu Brussel, 2022 

1 waterlichaam in “ontoereikende toestand” wegens nitraten 

De zandlaag van het Brusseliaan zand – die we op geringere diepte in de ondergrond aantreffen en die sterker blootgesteld is aan de oppervlaktevervuiling – blijft in “ontoereikende chemische toestand” vanwege de verontreiniging door nitraten. En dat zal in 2027 waarschijnlijk zo blijven, opnieuw vanwege deze parameter. De kwaliteit ervan wordt ook aangetast door de occasionele aanwezigheid van andere verontreinigende stoffen...

Nitraten, de boosdoeners in het waterlichaam van het Brusseliaan zand

De verontreiniging van het Brusseliaan zand door nitraten is niet nieuw... Het onderzoek van de concentratietrends op de verschillende meetpunten die in de periode 2009-2018 op de schaal van het waterlichaam werden uitgevoerd, toont geen bijzondere evolutie aan, behalve op 4 plaatsen die tot de meest verontreinigde behoren en waar een aanzienlijke daling wordt vastgesteld.

De gemiddelde concentratie op schaal van het waterlichaam bedroeg in 2018 39 mg/l, terwijl de norm op 50 mg/l ligt. De mate van verontreiniging varieert sterk tussen de monitoringsites, van 5 tot 110 mg/l in 2018. Bijna een op de twee sites (44% van de meetpunten) overschrijdt de norm.

  • De overschrijdingen worden voornamelijk waargenomen in het midden van het Gewest, in sterk verstedelijkte zones.
  • De lage nitraatconcentraties worden daarentegen opgemeten in het zuidoosten van het waterlichaam, in het gebied dat overeenkomt met het Zoniënwoud en weinig blootgesteld is aan menselijke activiteiten. 
  • Tussenliggende concentraties worden gemeten in het zuidwesten van het waterlichaam, in Ukkel, waar weinig verstedelijking is.

Gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwaterlichaam van het Brusseliaan zand (2006-2018)

Bron: Leefmilieu Brussel, 2022 

Waarvan zijn deze nitraten afkomstig?

Er werden universitaire onderzoeken uitgevoerd om te bepalen of de herkomst van de nitraatvervuiling in het waterlichaam van het Brusseliaan zand, onder meer aan de hand van stikstof- en zuurstofisotopenanalyses die tussen 2009 en 2015 werden uitgevoerd (UCL, 2013 en 2018). Het isotopenonderzoek maakt het mogelijk de belangrijkste bronnen van nitraatemissie op elke meetlocatie en op de schaal van het waterlichaam te onderscheiden. Er werden drie belangrijke verontreinigingsbronnen en een vierde, minder belangrijke, geïdentificeerd: 

Belangrijkste emissiebronnen van nitraten in het Brusseliaan zand

Bron: UCL, 2013 en 2018 

  • Stikstofhoudende meststoffen, waarvan de totale bijdrage op de schaal van het waterlichaam 35% zou bedragen (roze en zalmroze op de figuur). De bemesting van particuliere stadstuinen door huishoudens en van openbare groene ruimten zou dus een grote invloed hebben op deze verontreiniging, vooral in het zuidoosten van het Gewest. Landbouwbemesting in het Vlaams Gewest, stroomopwaarts van het waterlichaam, zou ook een invloed hebben op de nitraatconcentraties die in het zuiden van het Brussels Gewest worden aangetroffen. 
  • Huishoudelijk afvalwater (grijs). Deze bijdrage wordt geraamd op 31% op de schaal van het waterlichaam en loopt op tot bijna 50% voor de stations dicht bij sterk verstedelijkte gebieden. Dit afvalwater is voornamelijk het resultaat van verliezen op het rioleringsnet, dat op sommige plaatsen als verouderd wordt beschouwd: volgens de door Vivaqua opgestelde inventaris werd eind 2019 17% van de 1.100 km geïnspecteerde rioolsecties als gevoelig verslechterd beschouwd. In mindere mate is het afvalwater dat verantwoordelijk is voor de nitraatverontreiniging afkomstig van het ontbreken van een rioleringssysteem in sommige straten, of zelfs van het bestaan van zinkputten in bepaalde wijken.
  • De afbraak (of mineralisatie) van organisch materiaal door micro-organismen in de bodem (bruin). Het effect ervan is betrekkelijk homogeen in de volledige studiezone en wordt geraamd op 27% van de verontreiniging op de schaal van het waterlichaam. In groene ruimten, en met name in het Zoniënwoud, is dit een natuurlijk proces dat niet als waterverontreiniging wordt beschouwd. In stedelijke gebieden kan mineralisatie van organische bodems optreden nadat deze tijdens stedenbouwkundige projecten zijn omgewerkt.
  • Atmosferische afzettingen (blauw), met de laagste bijdrage (7% op de schaal van het waterlichaam). Dit aandeel is echter groter in het Zoniënwoud, in het zuidoosten van het waterlichaam, mogelijk als gevolg van de grotere neerslag.

Om de nitraatconcentraties in het waterlichaam van het Brusseliaan zand te verminderen, voorziet het 3de Waterbeheerplan enerzijds in de voortzetting van de renovatie en uitbreiding van het rioleringsnet om het doorsijpelen van afvalwater in het grondwater te verminderen. Indien aansluiting op de riolering technisch onmogelijk of buitenproportioneel duur is, moet een individueel afvalwaterzuiveringssysteem worden aangelegd. Anderzijds voorziet het plan in een vermindering van het gebruik van stikstofhoudende meststoffen door een herziening van de voorwaarden voor de exploitatie van landbouw- of soortgelijke inrichtingen en door een betere bewustmaking van particulieren, beheerders van groene ruimten en vakmensen ten aanzien van goede landbouwpraktijken.

Pesticiden zijn in aanzienlijke mate aanwezig in het Brusseliaan zand, maar de situatie verbetert

De pesticiden met een significante aanwezigheid ter hoogte van het waterlichaam van het Brusseliaan zand, zijn herbiciden: atrazine, zijn afbraakproducten (desethyl- en desisopropylatrazine), 2,6 dichloorbenzamide (BAM), alsook simazine. Andere herbiciden zoals diuron werden eveneens occasioneel en plaatselijk aangetroffen. Deze pesticiden zijn hoofdzakelijk toe te schrijven aan huishoudelijk gebruik, zowel door particulieren als openbare instanties (onderhoud van tuinen, paden, groene ruimten, begraafplaatsen, …).

De overschrijdingen van de normen voor deze stoffen worden hoofdzakelijk waargenomen in 3 monitoringspunten gelegen in sterk verstedelijkte gebieden.

De vervuiling door atrazine, zijn afbraakproducten, simazine en diuron zou getuigen van een historische verontreiniging (zijn allemaal verboden sinds medio jaren 2000) of van het illegaal gebruik van oude productvoorraden. Pesticideverontreiniging gaat nog vele jaren door, wegens de grote stabiliteit van bepaalde van deze moleculen, door hun erg langzame en complexe migratie in de bodem en in de ondergrond (adsorptie-/desorptieprocessen op de bodemdeeltjes) of door het feit dat het grondwater zich slechts langzaam vernieuwt. 

Niettemin is het waterlichaam van het Brusseliaan zand in 2018 voor het eerst ingedeeld in een “goede toestand” met betrekking tot pesticiden (totaal en per stof): van de 77 geanalyseerde werkzame stoffen en afbraakproducten van pesticiden werd 16% gekwantificeerd. En er werden significante en aanhoudende neerwaartse trends vastgesteld over de periode 2009 tot 2018 voor het totaal aan bestrijdingsmiddelen, atrazine en de afbraakproducten daarvan, bromacil en propazine. 

Voorzichtigheid blijft geboden aangezien op sommige sites stijgende trends worden waargenomen voor simazine en diuron. Bovendien werden in 2018 twee niet-relevante afbraakproducten, chloorthalonil SA en desfenylchloridazon, gekwantificeerd, na de uitbreiding van de monitoring tot nieuwe stoffen. De aanwezigheid van deze stoffen moet door verdere analyse worden bevestigd.

Het ziet ernaar uit dat de Europese en federale reglementen met betrekking tot het in de handel brengen en het schrappen van de erkenning van bepaalde pesticiden waardoor zij niet meer kunnen gebruikt worden door particulieren en openbare instanties, werpen dus vruchten af. Ook de “pesticiden” ordonnantie van 2013 evenals het bijhorend gewestelijk programma voor de reductie van pesticiden dragen bij tot de bescherming van de kwaliteit van het grondwater, door het versterken van de vereisten en de voorwaarden voor hun gebruik. Er wordt overwogen de beperkingen op het gebruik van pesticiden uit te breiden tot particuliere terreinen.

Tetrachloorethyleen, een kankerverwekkende stof, accumuleert in sommige sites van het Brusseliaan zand

Tetrachloorethyleen is significant aanwezig op drie meetpunten van het waterlichaam van het Brusseliaan zand. Een ervan vertoont in 2018 zelfs concentraties die meer dan 10 maal de drempelwaarde bedragen! Hoewel het aantal sites in overschrijding laag is en niet leidt tot een verslechtering van het waterlichaam met betrekking tot deze verbinding, ligt de gemiddelde concentratie op het niveau van het waterlichaam in 2018 dicht bij de drempelwaarde. Bovendien is voor deze parameter in de periode 2009-2018 een significante en aanhoudende stijgende trend vastgesteld. 

Die vluchtige organische verbinding is een solvent dat wordt gebruikt in de industrie (bv.: chemische reiniging, schilderwerk, ontvetten van metaaloppervlakken, textielafwerking, olie- en vetextractie…). Wegens het carcinogene potentieel is het gebruik ervan sinds 1980 aan banden gelegd en naar verwachting zal het tegen 2030 in Europa verboden zijn.

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen of de waargenomen overschrijdingen het resultaat zijn van vroegere (verontreinigde terreinen) of huidige industriële activiteiten. 

Het 3de waterbeheerplan omvat onder andere het identificeren van die puntbronnen van verontreiniging, om de exploitatievoorwaarden te controleren of te versterken van de milieuvergunningen in de sectoren waarin tetrachloorethyleen wordt gebruikt, de bodemverontreiniging te verhelpen en alternatieve stoffen te promoten. 

Andere verontreinigende stoffen onder de loep voor het Brusseliaan zand

Andere verontreinigende stoffen (sulfaten, chloriden, …) die van bepaalde oppervlakteactiviteiten afkomstig zijn, werden eveneens lokaal en/of occasioneel gemeten op bepaalde monitoringsites van het waterlichaam van het Brusseliaan zand. In 2018 werden lokale overschrijdingen vastgesteld voor ammonium, nitrieten, chloriden en sulfaten. De laatste twee zijn bijzonder zorgwekkend omdat ze sinds 2009 aanzienlijk zijn toegenomen, zowel op individuele monitoringsites als op het niveau van het waterlichaam.

Datum van de update: 15/07/2022

Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Toegang tot de gegevens

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Autres publications de Bruxelles Environnement

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)