U bent hier

Afvalwaterzuivering

Actualisering : februari 2020

Twee zuiveringsstations behandelen het afvalwater van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (en van een deel van de randgemeenten): ongeveer 127 miljoen m3 per jaar. Drie vierde daarvan wordt gezuiverd in het waterzuiveringsstation Noord en het resterende vierde in het waterzuiveringsstation Zuid. De zuiverende prestaties van het waterzuiveringsstation Noord zijn goed en eerder stabiel sinds 2012. Die van het waterzuiveringsstation Zuid gaan de goede richting uit, inbegrepen voor de fosfor. En ze zullen nog verbeteren aangezien de enorme renovatiewerken van de installaties eind 2018 werden voltooid. Het station Zuid wordt nu met een tertiaire behandeling uitgerust. Het is echter verkeerd ervan uit te gaan dat al het afvalwater wordt behandeld door de waterzuiveringsstations: enkele recente metingen benadrukken immers de belangrijke rol van de overlaten in de overdracht van polluenten naar de Zenne en het Kanaal.

Twee stations om het Brusselse afvalwater te zuiveren

België is geklasseerd als “gevoelige zone” voor nutriënten (stikstof en fosfor), waar eutrofiëring optreedt, in toepassing van de richtlijn betreffende de behandeling van stedelijk afvalwater. Voor de Brusselse agglomeratie betekent deze klassering dat het afvalwater moet worden opvangen en aan een secundaire of gelijkwaardige behandeling moet worden onderworpen vooraleer het in de Zenne wordt geloosd.

Twee zuiveringsstations zorgen voor de behandeling van het afvalwater van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van een deel van de Vlaamse randgemeenten: de ene in het Noorden van het Gewest sinds 2007, de andere in het Zuiden sinds 2000. Het Station Noord is ontworpen met de afmetingen om drie vierde daarvan te zuiveren (1.100.000 inwonersequivalenten of IE) en het Station Zuid het resterende vierde (360.000 IE).

Het station Zuid was, voor de renovatie ervan, uitgerust met een secundaire behandeling, die de voornaamste verontreiniging van organische stoffen (Biochemisch zuurstofverbruik of BZV en Chemisch Zuurstofverbruik of CZV) en deeltjes (Totale hoeveelheid zwevende stoffen of ZS) verwijderde. Fosfor werd evenwel vanaf mei 2011 behandeld. Het station Noord is, net als het station Zuid sinds de renovatie van zijn installaties eind 2018, uitgerust met een doorgedreven tertiaire behandeling, die bovendien zorgt voor een verwijdering van de verontreiniging van nutriënten (N en P). Het membraanfiltratieproces ter hoogte van het station Zuid maakt het zelfs mogelijk andere polluenten dan de 5 “klassieke” polluenten te verwijderen, zoals de microplastics (quaternaire behandeling). 

De lozingen voldoen sinds 2007 aan de Europese doelstellingen

Het deelstroomgebied van de Zenne leeft sinds 2007 de voorschriften van de richtlijn betreffende de behandeling van stedelijk afvalwater. Dat wil zeggen dat een verminderingspercentage van minstens 75% in totale stikstof nog in totale fosfor wordt bereikt voor het gehele deelstroomgebied dankzij de prestaties van het geheel van zuiveringsstations in de zone (waarvan de Brusselse stations). 

Een renovatie van het station Zuid is echter nodig

De secundaire behandeling die in het station Zuid werd uitgevoerd, is evenwel onvoldoende gebleken om de ambitieuze milieudoelstellingen van de kaderrichtlijn Water die zijn vastgelegd voor de kwaliteit van de Zenne in het Brussels Gewest na te leven. Daarom werd een volledige renovatie van het station in het tweede Waterbeheerplan opgenomen. 

Deze grote werken lijken meer op een reconstructie. De werken werden aangevat in 2014 en beëindigd in november 2018 voor het waterzuiveringsproces. Ze zullen in 2020 worden afgesloten met de modernisering van het slibbehandelingsproces. De waterzuivering moest verzekerd zijn tijdens de gehele duur van de werken (zie de focus  voor meer details).

Ongeveer 127 miljoen m3 behandelt per jaar

Het toegelaten volume in de stations wordt in principe afgevoerd naar het volledige zuiveringscircuit (biologische straat). Maar bij een overschrijding van een welbepaald debiet aan de ingang van het station of wanneer de biologische straat niet optimaal werkt, wordt het water gedeeltelijk doorgestuurd naar een circuit waarvan het zuiveringsproces slechts gedeeltelijk is (de zogenaamde regenweerstraat). Er dient evenwel te worden verduidelijkt dat het toegelaten volume in de stations een aanzienlijk deel afvloeiingswater bevat (het rioleringsnet is historisch gezien van het gemengde type), maar ook water dat wordt weggeleid van het hydrografisch netwerk (waaronder volledige waterlopen, zoals de Maalbeek of de Molenbeek) (zie factsheets “Brusselse waterlopen en vijvers” en “Regenwater en overstromingen” ). 

Gezuiverde volumes in het waterzuiveringsstation Noord (WZS) (2007-2018)

Bron: Aquiris, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
 

Het Station Noord behandelt bijna 104 miljoen m3 per jaar (gemiddelde 2015-2018) en 95% van dit volume wordt via de biologische straat gezuiverd. 

Tussen 2007 en 2012 is het volume dat via de biologische straat wordt gezuiverd sterk toegenomen (+38%). Hoewel de hoeveelheid neerslag onmiskenbaar een verklarende factor is, is deze toename zonder twijfel ook te danken aan de aansluiting van nieuwe zones tijdens deze periode. Sinds 2012 blijft dit volume vrij stabiel en zijn de schommelingen van jaar tot jaar minder uitgesproken, voornamelijk onder invloed van de hoeveelheid neerslag. De afname van de geregistreerde neerslag in 2017 en 2018 heeft een rechtstreekse weerslag op de behandelde volumes. 

Gezuiverde volumes in het waterzuiveringsstation Zuid (2007-2018)

Bron: VIVAQUA dan BMWB, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
Opmerking: Begin 2011 werden er ingrijpende methodologische wijzigingen doorgevoerd, waardoor de waarden vanaf deze datum betrouwbaarder werden. 
 

Het Station Zuid behandelt jaarlijks ongeveer 23 miljoen m³ (gemiddelde 2015-2018), waarvan 96% in de biologische straat (in 2018). De collector van de Verrewinkelbeek (27.000 IE) werd onlangs in gebruik genomen op het stroombekken Zuid: het stroomafwaartse gedeelte in 2014 en het stroomopwaartse gedeelte in maart 2019. In Vorst is de bouwwerf van een nieuwe collector eind 2018 gestart.

Station Noord: licht verschillende prestaties in 2017 en 2018

Waterzuiveringsstation Noord – gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2018)

Bron: Aquiris, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
  

Over het algemeen zijn de zuiveringsprestaties van het station Noord (zowel op het vlak van de concentraties als wat het verminderingspercentage van de biologische straat betreft) tussen 2007 en 2011 sterk gestegen voor alle parameters. De minder goede resultaten van 2009 zijn te wijten aan de uitzonderlijke stopzetting van het station in december van dat jaar. Sinds 2012 zijn de resultaten vrij stabiel.

2017 en 2018 vallen in sommige opzichten toch op. Enerzijds zijn er afwijkingen in de prestaties van bepaalde parameters: dit is meer bepaald het geval voor de verontreiniging door deeltjes (ZS) en voor fosfor (P) (we herinneren eraan dat het zuiveringsstation geen verbetering moet bereiken). Ze zijn daarentegen verbeterd voor stikstof in 2018, in overeenstemming met de bijzonder droge weersomstandigheden van dat jaar (de vermindering van stikstof correleert op negatieve wijze met het volume dat is toegelaten op het station). 

Ter informatie: hoewel het deelbekken van de Zenne geen 75% van het verminderingspercentage van stikstof en fosfor bereikte, zouden deze stoffen toch de Europese lozingsnormen naleven sinds 2010, behalve voor fosfor in 2018 (zie methodologische fiche ).

Station Zuid: een mooie vooruitgang 

Waterzuiveringsstation Zuid - gemiddelde jaarconcentraties bij de uitgang van de biologische straat en gemiddelde jaarlijkse verminderingspercentages tussen de ingang en de uitgang van de biologische straat (2007-2018) 

Bron: VIVAQUA dan BMWB, maandelijkse en jaarlijkse rapporten van de uitbating
Opmerking: De gegevens worden vanaf 2011 als veel betrouwbaarder en representatiever voor de waterkwaliteit geacht (zie methodologische fiche). 
 
 

De zuiveringsprestaties van het station Zuid verbeteren sterk sinds 2012 voor de organische belasting, de zwevende stoffen, maar ook voor de fosfor, wat aantoont dat de toevoeging van ijzerchloride vruchten heeft afgeworpen. We moeten er echter bij vermelden dat de beginconcentraties in 2011 en 2012 zeer hoog waren. De gemiddelde jaarlijkse concentraties van het behandelde water zijn bijvoorbeeld met bijna 70% gedaald voor het CZV, met 80% voor het BZV en de zwevende stoffen en met 50% voor de fosfor tussen 2012 en 2018. In die periode zijn de verminderingspercentages met 17 tot 24 punten verbeterd, waarbij fosfor de beste score behaalde. De prestaties van station Zuid komen in de buurt van die van station Noord voor deze parameters. 

Omdat het station Zuid oorspronkelijk niet werd ontworpen om stikstof te behandelen (afwezigheid van tertiaire behandeling), zijn de resultaten voor deze parameter logischerwijze minder goed en stagneren. 

Beperkte zuivering van afvalwater bij slechte weersomstandigheden

Het afvalwater van het Brussels Gewest wordt vandaag nog bijna volledig ingezameld (sinds de lente van 2019 met de aansluiting van de laatste collector in station Zuid, nl. Verrewinkelbeek en de verlenging in station Noord van die van Neerpedebeek). Maar bij hevige regenval wordt een deel van het water dat in de waterzuiveringsstations terechtkomt afgevoerd naar de “regenweerstraat” waar de behandeling minder doorgedreven is als in de biologische straat. Ondanks deze gedeeltelijke zuivering, vormen de lozingen van de regenweerstraat een bron van emissies van polluenten - onder meer organische stoffen - voor de Zenne (zie focus  van het VSL 2011-2014).

Om een overbelasting van het rioleringsnet te vermijden, wordt bij deze periodes van overvloedige neerslag steeds een deel van het water dat er doorstroomt afgevoerd naar het hydrografisch netwerk ter hoogte van de “stormoverlaten” zonder voorafgaande behandeling (dus stroomopwaarts van de stations): deze kunstwerken (een honderdtal) werken als veiligheidskleppen en voorkomen dat het rioleringsnet bij regenweer onder druk komt te staan. De telemetrische opvolging van 8 voornaamste overlaten toont de regelmatige en zeer frequente werking ervan aan, veel meer dan 7 dagen met overstortingen per jaar, dat de richtlijn is in Vlaanderen. Deze lozingen zijn echter verre van verwaarloosbaar, zowel op het vlak van de volumes als wat de kwaliteit betreft. Ze vormen zelfs de belangrijkste toegangsweg voor de netto-emissies van polluenten naar de Zenne en het Kanaal (transfers naar de Woluwe zijn zeldzaam). Dat blijkt uit de gegevens die bij een aantal van deze overlaten werden verzameld, zoals gedetailleerd wordt beschreven in een vorige staat van het leefmilieu (zie deze indicator  in het VSL 2011-2014). Bijvoorbeeld, het gemiddelde debiet overgestort door de Nieuwe Maalbeek, een van de belangrijkste overlopen naar de Zenne, zou op zich al bijna 4 miljoen m3 in 2018 vertegenwoordigen, het equivalent van 4% van het totale volume dat in het station Noord wordt behandeld.

Datum van de update: 15/05/2020
Documenten: 

Methodologische fiche(s)

Tabel(len) met de gegevens

Factsheet(s)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Studie(s) en rapport(en)

  • VIVAQUA of BMWB, verschillende jaren. « Maandelijkse rapporteringen » en « Jaarlijkse rapporten van de uitbating van het zuiveringsstation van Brussel-Zuid ». Studies in opdracht van Leefmilieu Brussel. Beperkte verspreiding.
  • AQUIRIS, verschillende jaren. « Maandelijkse technische rapporten » en « Jaarlijkse technische rapporten van het zuiveringsstation van Brussel-Noord ». Rapporten in opdracht van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Beperkte verspreiding.

Plan(nen) en programma(‘s)