Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Overstromingen en bodemafdekking

Overstromingen en bodemafdekking

Een vijfde van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ligt in overstromingsgevoelig gebied en één op de drie Brusselaars woont in een risicozone. En het risico neemt toe door klimaatveranderingen, toenemende bodemafdekking, …
  • Water
  • Bodem
  • Klimaat
  • Overstroming
  • Bodemverharding
  • Het milieu: stand van zaken
6 mei 2026

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Verontreinigde bodems
  • Emissies van broeikasgassen
  • Bodemgezondheid

In actie voor het leefmilieu

  • Uitwerking van een hydraulische strategie door middel van een hydrologische studie
  • Overstromingen: preventie en oplossingen
  • Werking en impact van een overstort

Regelgeving en inspectie

  • Stormbekkens

Regionaal beleid

  • Waterbeheerplan
  • PFAS in het water en de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
  • De wateractoren in het Brussels Gewest, een coördinatie op alle niveaus

Inhoud

  • Kartering - Beoordeling en beheer van de overstromingsrisico's
  • De recente significante overstromingen
  • Ondoorlaatbaarheid van Brusselse bodems

Kartering - Beoordeling en beheer van de overstromingsrisico's

Focus - Actualisering: maart 2026

De overstromingsgevaarkaart van het Brussels Gewest, die in 2025 werd bijgewerkt, geeft de omvang van de overstromingen weer voor drie overstromingskansen, die een kans van 1 op 25, 1 op 100 of 1 op 1000 hebben om zich in de loop van het jaar voor te doen. Minstens een vijfde van de totale gewestelijke oppervlakte ligt in een overstromingsgevaarzone. De Brusselse bevolking zou bijzonder kwetsbaar zijn voor overstromingen als gevolg van terugstroming van water uit de riolering in kelders, in geval van een slecht ontworpen privaat afvoernetwerk onder het straatniveau. Ook zou ze kwetsbaar zijn voor pluviale overstromingen en door opstijgend grondwater.

Vier soorten overstromingen

Vier fenomenen liggen aan de oorsprong van overstromingen in het Brussels Gewest:

  • Afstromend hemelwater  bij hevige neerslag (pluviale overstromingen) op ondoorlaatbare oppervlakken of op bodems waarvan de infiltratiecapaciteit is overschreden.
  • Het overstromen van waterlopen (fluviale overstromingen): de waterlopen of het kanaal treden uit hun bedding.
  • De terugloop van rioolwater, ook bij hevige neerslag: de verzadigde riolen kunnen het water niet meer afvoeren, waardoor het terug op de wegen of in de kelders stroomt (volgens het principe van de communicerende vaten).
  • De stijging van het grondwaterpeil: na een aantal bijzonder natte maanden kan het grondwaterpeil dicht bij het oppervlak komen en in kelders en andere ondergrondse ruimtes binnenstromen, als de muren daarvan niet waterdicht zijn.
Soorten overstromingen

Wat zijn de oorzaken van overstromingen?

Wat betreft pluviale en fluviale en riooloverstromingen, kunnen in het Brussels Gewest 4 oorzaken worden aangewezen:

  • De verstedelijking en de verhoogde ondoorlaatbaarheid van bodems. Bijna 1 m2 op 2  van alle oppervlakte in ons Gewest is verhard, en de bodemverharding is in vijftig jaar tijd verdubbeld! Met als gevolg een toename van de omvang van het afvloeiwater en een versnelling van het afvloeidebiet.
  • Een lokaal onaangepast en verouderd rioleringsnetwerk. Het rioleringsnetwerk bestaat inderdaad grotendeels uit een gecombineerd systeem: het voert niet enkel afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. weg maar ook afvloeiwater. Deze zouden echter gemiddeld de helft van het opgevangen water vertegenwoordigen, volgens schattingen van de netbeheerders en van de waterzuiveringsstations. Ze kunnen het debiet in de collectoren tijdelijk vertienvoudigen.
  • Het neerslagpatroon en de verwachte ongunstige ontwikkeling daarvan als gevolg van de wereldwijde klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. (zie focus over de toekomstige evolutie van het klimaat).
  • Het verdwijnen van natuurlijke overstromingsgebieden (waterlopen, vijvers en vochtige gebieden), waardoor de buffercapaciteit voor waterafvoer in de valleien afneemt.

Maar gezien de ontwikkeling van deze 4 factoren is de ondoorlaatbaarheid van bodems de belangrijkste oorzaak van de overstromingen die doorgaans in Brussel worden waargenomen. Op basis van het historisch overzicht van de overstromingen doen deze zich gewoonlijk voor door hevige en kortstondige regen door lente- of zomeronweer.

Goed om te weten

De stormbekkens en het rioolnet zijn ontworpen voor regenval met een terugkeerperiode van 10 jaar. De verharding van de bodem is echter de belangrijkste oorzaak van de overbelasting van het rioolnet. Om de kwetsbaarheid van het Gewest voor overstromingen te verminderen, is het dus van cruciaal belang om de bodem weer doorlatend te maken en het regenwater los te koppelen van het rioolnet. Deze maatregelen, die deel uitmaken van het geïntegreerd regenwaterbeheer (GRWB), zijn bovendien voordeliger op economisch en milieugebied (Stratec, 2024). Door 15 % van de ondoordringbare oppervlakken op gewestelijk niveau los te koppelen, zou het Gewest beschermd zijn tegen regenval met een terugkeerperiode van 20 jaar (T20). En door 30% van de ondoordringbare oppervlakken los te koppelen, zou het regenval met een terugkeerperiode van 75 jaar (T75) aankunnen (Leefmilieu Brussel, 2026, eigen berekeningen zoals weergegeven in pijler 5 van het ontwerpmaatregelenprogramma van het Waterbeheerplan 2028-2033).

Een nieuwe overstromingsgevaarkaart

De overstromingsgevaarkaart van het Brussels Gewest werd in 2025 bijgewerkt, volgens een methodologie die verschilt van die van de eerdere versies uit 2019 en 2013. Ze is nu het resultaat van simulaties op basis van hydraulische of hydrogeologische modellen die op gewestelijke schaal zijn gekalibreerd. Deze modellen houden rekening met de bescherming die collectieve voorzieningen (stormbekkens) bieden, maar houden geen rekening met lokale maatregelen ter bescherming van gebouwen of andere infrastructuren.

De overstromingsgevaargebieden in verband met pluviale en fluviale overstromingen werden in kaart gebracht voor 3 gevaren of kansen om zich voor te doen:

  • 1 kans op 25 (terugkeerperiode van 25 jaar ‘T25’ – grote kans),
  • 1 kans op 100 (terugkeerperiode van 100 jaar ‘T100’ – middelgrote kans),
  • 1 kans op 1000 (terugkeerperiode van 1000 jaar ‘T1000’– kleine kans).

Er is ook een klimaatveranderingsscenario opgesteld: dit komt overeen met een regenval die eens in de honderd jaar voorkomt en die vanaf 2100 te verwachten is, rekening houdend met een opwarming van het klimaat tot
+3,5 °C.

De overstromingsgebieden als gevolg van rioolterugstroming zijn afgebakend voor twee overstromingskansen, die overeenkomen met een grote (T25) en gemiddelde (T100) kans op de voorgaande kaarten. Let op: door een gebrek aan gegevens is de modellering van de terugloop van rioolwater onvolledig. Deze bestrijkt echter 73% van de gebouwen en 74% van de inwoners.

Wat betreft overstromingen als gevolg van een stijgend grondwaterpeil, is slechts 1 risico in aanmerking genomen: dat het grondwater zich op minder dan 2,5 m diepte onder het maaiveld bevindt.

Deze nieuwe versie bevat verschillende nieuwigheden:

  • Het is de eerste keer dat overstromingen als gevolg van het opstijgend grondwater in kaart zijn gebracht.
  • Ook wordt voor het eerst een schatting gegeven van de waterhoogtes en de overstromingssnelheid voor pluviale overstromingen. Deze informatie was al beschikbaar voor overstromingen van waterlopen sinds 2019.
  • Elk van de vier soorten overstromingen is gemodelleerd volgens een eigen methodologie: er is dus een kaart van de overstromingsgebieden en een risicoberekening voor elk type overstroming.
  • Er is ook een gecombineerde kaart met de 4 soorten overstromingen opgesteld. Deze geeft echter slechts zeer gedeeltelijk de overstromingen door rioolterugstroming weer.

Overstromingsgevaarkaart

Bron: Leefmilieu Brussel, versie 2025
Grafiek: Overstromingsgevaarkaart
Interactieve overstromingsgevaarkaart en -risicokaart – versie 2025

Hoe weet ik of een gebouw of perceel in een overstromingsgebied ligt?

Voer een adres in en/of zoom in op de gewenste locatie op de kaart: er verschijnt een raster. Klik op het vakje dat u interesseert (10 m²) om het overstromingsrisico te bekijken: u krijgt dan de oorzaak van de overstroming (pluviaal, fluviaal, grondwater, riolering), de frequentie (risico) en de mogelijke gevolgen te zien aan de hand van de aangegeven waterhoogte. Als er geen vierkant wordt weergegeven, betekent dit dat er op die locatie geen gemodelleerd overstromingsrisico is.

Hoe kunt u zich tegen overstromingen beschermen?

Ontdek de manieren om u tegen overstromingen te beschermen op onze webpagina.

Opgelet

De kaarten van de overstromingsgebieden zijn indicatief  (zie gebruiksvoorwaarden ) :

  • Het feit dat een gebied niet als overstromingsgebied is aangemerkt, betekent niet dat het risico op overstromingen daar is uitgesloten: enerzijds worden bepaalde zeer lokale elementen niet noodzakelijkerwijs in de modellen meegenomen (zoals het exacte niveau van kelders, de microtopografie, obstakels van allerlei aard). Anderzijds kunnen onvoorziene elementen (zoals een verstopte straatkolk, een leidingbreuk, enz.) inderdaad plaatselijk overstromingen veroorzaken.
  • Omgekeerd betekent een gebied dat als overstromingsgebied is aangemerkt niet dat het gebied daadwerkelijk zal overstromen, aangezien de modellen geen rekening houden met individuele maatregelen die zijn genomen om gebouwen te beschermen.

Ten minste een vijfde van de gewestelijke oppervlakte is overstromingsgevoelig

  • Potentieel bevindt 1% van het gewestelijk grondgebied zich in een gebied met een hoog risico (waar zich naar verwachting eens in de 25 jaar een overstroming voordoet). En 1% van het grondgebied bevindt zich in een gebied met een gemiddeld risico (eens per eeuw). Het gebied met een laag risico (eens per duizend jaar) beslaat 2% van de gewestelijke oppervlakte. Deze cijfers hebben betrekking op het gecombineerde risico voor pluviale en fluviale overstromingen en gedeeltelijk voor overstromingen door rioolterugstroming op de openbare weg, maar sluiten overstromingen door rioolterugstroming in kelders, die wijdverspreid zijn, uit.
  • Bijna 20% van het gewestelijk oppervlak wordt potentieel getroffen door grondwaterstijging in kelders. Voor 3% van het gewestelijk grondgebied is er een overlap met de risicogebieden voor het gecombineerde risico.

Goed om te weten

De kwetsbaarheid van een gebied hangt af van de ligging ervan in het stroomgebied en van de ondoorlaatbaarheid van de bodems. Een valleibodem stroomafwaarts van overwegend groene oppervlakten waar het water op natuurlijke wijze insijpelt zal a priori niet getroffen worden door een overstroming. Een valleibodem stroomafwaarts van sterk ondoorlaatbaar gemaakte oppervlakten heeft daarentegen een grote kans om in een gevaarzone te liggen.

Welke risico’s voor inwoners?

  • 31% van de Brusselaars loopt het risico dat hun kelder wordt overspoeld door terugstromend rioolwater, terwijl dit risico niet voor het hele grondgebied in het model is verwerkt (een kwart van de bewoonde gebieden valt buiten het model). 25% zou hier eens in de 25 jaar mee te maken krijgen; en 6% eens in de 100 jaar. Gelukkig is het mogelijk om zich tegen dit soort overstromingen te beschermen met behulp van terugstroombeveiligingen (zie kader “nuttige links” hieronder). En de goed ontworpen private rioleringsnetwerken (d.w.z. 100% waterdicht onder het straatniveau) blijven hiervan gespaard. Bovendien is dit cijfer aan de hoge kant, aangezien het uitgaat van de veronderstelling dat alle woningen beschikken over een kelder op 2,5 m diepte.
  • 20% van de Brusselaars zou getroffen kunnen worden door pluviale overstromingen. Maar voor de helft van hen is dit risico zeldzaam. Niettemin wordt 8% van de inwoners potentieel eens in de 100 jaar aan dit risico blootgesteld en lopen enkele duizenden inwoners (
  • Overstromingen door grondwaterstijging in kelders kunnen mogelijk 24% van de bevolking treffen. Dit cijfer is echter een maximum, aangezien het uitgaat van de veronderstelling dat alle woningen een kelder hebben op een diepte van 2,5 m.
  • Wat betreft de fluviale overstromingen, is de blootstelling van de Brusselse bevolking verwaarloosbaar: 0,1% volgens de modellering van 2025. Het kanaal fungeert namelijk als een stormbekkenMeestal cirkelvormig kunstwerk, bedoeld om het door een regenbui gegenereerde watervolume geheel of gedeeltelijk tijdelijk op te slaan om het later en met een gecontroleerd debiet af te voeren. voor de Zenne en haar dal. Bovendien bevinden de meeste overstromingsgebieden zich in een groene zone.

Bevolking die potentieel wordt blootgesteld aan de overstromingsrisico

Bron: Leefmilieu Brussel, op basis van de overstromingsrisicokaarten versie 2025 & Statbel, verdeling van de bevolking op 1 januari 2024
Grafiek: Bevolking die potentieel wordt blootgesteld aan de overstromingsrisico

Lees de transcriptietekst

Het percentage van de bevolking die potentieel wordt blootgesteld aan overstromingsrisico’s, uitgesplitst naar type overstroming, is:

  • Voor overstromingen door grondwaterstijging in kelders, dat wil zeggen wanneer het grondwaterpeil zich op minder dan 2,5 m diepte bevindt: 24%
  • Voor fluviale overstromingen: minder dan 0,1%, alle kansen samen
  • Voor pluviale overstromingen (afvloeiwater): 11% voor een lage kans (T1000), 8% voor een middelgrote kans (T100) en minder dan 1% voor een grote kans (T25)
  • Voor overstromingen door terugloop van rioolwater in kelders: 6% voor de middelgrote kans (T100) en 25% voor de grote kans (T25), wetende dat het risico voor 26% van de bevolking onbekend is.

Het percentage van de bevolking die a priori niet aan overstromingsrisico's is blootgesteld, bedraagt dus respectievelijk 76%, meer dan 99,9%, 80% en 43%.

Welke risico’s voor scholen en ziekenhuizen?

Bijna 1 op de 5 scholen (22%) loopt mogelijk risico op overstromingen door regenval, waarvan de helft in een gebied met een laag risico ligt en de andere helft in een gebied met een gemiddeld risico. Slechts één instelling bevindt zich in een gebied met een hoog risico.

1 op de 4 ziekenhuizen (25%) kan te maken krijgen met pluviale overstromingen, waarvan een kwart in een gebied met een laag risico ligt, driekwart in een gebied met een gemiddeld risico, maar geen enkel in een gebied met een hoog risico.

Wat fluviale overstromingen betreft, is het risico minimaal: slechts 3 scholen lopen hier risico, terwijl geen enkel ziekenhuis hiermee te maken heeft.

Kwetsbare instellingen die mogelijk blootstaan aan het risico van pluviale overstromingen

Bron: Leefmilieu Brussel, op basis van de overstromingsrisicokaarten versie 2025 & UrbIS-gegevens versie 2025 (behalve points of interest: versie 2024) voor scholen- (N=1295) en ziekenhuizengebouwen (N=56)
Grafiek: Kwetsbare instellingen die mogelijk blootstaan aan het risico van pluviale overstromingen

Lees de transcriptietekst

Het percentage kwetsbare instellingen die mogelijk blootstaan aan het risico van pluviale overstromingen is:

  • Voor scholen: 11% voor een lage kans (T1000), 11% voor een middelgrote kans (T100) en minder dan 1% voor een grote kans (T25).
  • Voor ziekenhuizen: 5% voor een lage kans (T1000), 20% voor een middelgrote kans (T100) en 0% voor een grote kans (T25).

Het percentage scholen en ziekenhuizen (in aantal gebouwen) die niet zou zijn blootgesteld aan pluviale overstromingen bedraagt dus respectievelijk 78% en 75%.

Welke risico’s voor de economie en het milieu?

Op het vlak van economische activiteit ligt 91% van de oppervlakte van de industriezones (volgens de bestemming op het GBP) gedeeltelijk of, in zeldzame gevallen, volledig in een gebied met een risico op pluviale overstromingen en 30% in een gebied met een risico op fluviale overstromingen.  Het overblijvende industriebekken van het BHG bevindt zich inderdaad vooral op de as Zenne-Kanaal.

Voor sommige industrievestigingen komt er bij de economische schade nog een risico op incidentele milieuvervuiling door de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen op de site of door de slechte werking van de installaties (bijvoorbeeld in de efficiëntie van het zuiveringsproces in de afvalwaterbehandelingsstations). 11 van de 13 IED-installaties die in het kader van de richtlijn betreffende de industriële emissies zijn erkend in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bevinden zich geheel of gedeeltelijk in een pluviaal overstromingsgebied. Eén daarvan bevinden zich ook in een fluviaal overstromingsgebied. De 2 waterzuiveringsstations en de 3 Seveso-sites die onder Richtlijn 2012/18/EU vallen, bevinden zich geheel of gedeeltelijk in een pluviaal en/of fluviaal overstromingsgebied.

Het beschermingsgebied voor drinkwateronttrekking van het Terkamerenbos en het Zoniënwoud en het Netwerk Natura 2000 bevindt zich hoofdzakelijk buiten het gevaargebied, maar dit geldt niet voor sommige Natura 2000-sites gelegen beneden in de vallei: bij overstroming kunnen deze sites onderlopen met verontreinigd water door overstort van het rioleringsnet of door besmet afvloeiingswater.

Er werden ook risicokaarten opgesteld om de negatieve gevolgen op de mobiliteit door de overstroming van het transportnet (wegen, spoorwegen, trams, metro) en de bijbehorende infrastructuur (overdekte parkings, trein- of metrostations) te beoordelen. Het is geen grote verrassing dat de meest gevoelige delen de ondergrondse delen van vervoersnetwerken (tunnels, ondergrondse spoor- en metrolijnen) en wegen beneden in de vallei zijn.

Er werd ook een risicobeoordeling uitgevoerd van geklasseerde monumenten en landschappen en van de kwetsbare infrastructuren zoals brandweerkazernes of politieposten.

Goed om te weten

Het pluviaal en fluviaal overstromingsrisico werd beoordeeld voor bepaalde doelgroepen (scholen, ziekenhuizen, bepaalde economische activiteiten, bebouwd erfgoed of milieu-erfgoed...). Het doel wordt als ‘risicovol’ gekenmerkt wanneer het zich geheel of gedeeltelijk in gevaargebied bevindt. De risicokaarten geven dus een beeld van de kwetsbaarheid van gebouwen, infrastructuur of sites voor overstromingen, maar in geen geval van de mogelijke schade die hierdoor kan worden veroorzaakt. Ze zijn allemaal te raadplegen op de interactieve geodata-kaart , via het menu ‘Gegevens en zoeken’. De volledige risicobeoordeling is in deze fiche  opgenomen.

Zich beter wapenen tegen de overstromingen

Zowel de overstromingsgevaarkaart als de overstromingsrisicokaart zijn instrumenten om de bevolking te sensibiliseren en bewust te maken van de strijd tegen overstromingen. Zoals in het spreekwoord ‘een verwittigd man is er twee waard’, hebben de potentieel getroffen inwoners, ondernemers of industriëlen er alle belang bij om beschermingsmaatregelen te nemen voor hun gebouw, wanneer dat mogelijk is. Hiervoor kunnen verschillende bronnen nuttig zijn:

Nuttige links

  • Waarschuwingen voor uitzonderlijke onweersbuien kunnen op uurbasis worden ontvangen via de KMI-applicatie. Het is ook mogelijk de waarneming van een overstroming via de applicatie te melden.
  • De begeleidingsdienst ‘overstromingen’ van VIVAQUA  biedt gratis begeleiding aan inwoners die problemen hebben met terugstromend rioolwater in hun woning om de oorzaak van het probleem vast te stellen en de meest geschikte oplossing te vinden.
  • Een brochure van Leefmilieu Brussel voor inwoners geeft uit over goede praktijken voor, tijdens en na een overstroming.
  • Bekijk alle hulpmiddelen die tot uw beschikking staan op onze webpagina ‘Overstromingen: preventie en oplossingen’  (een dossier uit de Gids Duurzame Gebouwen  over maatregelen om uw woning te beveiligen, de catalogus met producten tegen overstromingen van Buildwise, enz.).

Om echt doeltreffend te zijn, moeten deze maatregelen die genomen worden op individueel niveau gepaard gaan met collectieve maatregelen. Veel maatregelen zijn opgenomen in het overstromingsrisicobeheerplan, dat integraal deel uitmaakt van het Waterbeheerplan. Deze maatregelen dekken de hele beheercyclus van een overstroming af: preventie, bescherming, voorbereiding, crisisbeheer en herstel. De klemtoon ligt op de preventie-as met als hoofddoelstelling: de natuurlijke watercyclus herstellen (ontharding van de bodems, waterinfiltratie, buffering van het water in de natuurlijke wachtbekkens, loskoppeling van regenwater / afvloeiingswater van het rioleringsnet, enz.).

Wist u dit?

Een weerswaarschuwingssysteem waarschuwt de Brusselse autoriteiten in real time voor extreme neerslag die kan leiden tot pluviale overstromingen of door riooloverstromingen. Dit systeem is gebaseerd op een model van het KMI dat in staat is om, voor een aanstaande onweersbui en tot 3 uur voordat deze het grondgebied bereikt, de verwachte neerslaghoeveelheden en de bijbehorende terugkeerperiode te voorspellen (voor meer details over dit instrument, zie de factsheet Klimaat nr.1).

Een overstromingswaarschuwingssysteem voorspelt bovendien fluviale overstromingen 3 tot 10 dagen van tevoren.

Om te downloaden

Methodologische fiches

  • Kaart: Overstromingsgevaar (.pdf)
  • Kaart: Overstromingsrisico (.pdf)

Factsheets

  • 8. Regenwater en overstromingen (.pdf)
  • Klimaat – 1. Opvolging en voorspelling van de pluviometrie in het Brussels Gewest (.pdf)
  • Klimaat – 6. Toekomstige evolutie van het klimaat in België en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de bijbehorende gevolgen en risico's (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2024 (.pdf)
  • Brochure “Overstromingen aanpakken”, 2025 (.pdf)

Studies en rapporten

  • Composante urbaine, april 2014. “Studie naar vernieuwde projecten op het vlak van regenwaterbeheer in de openbare ruimte en op wegen”. Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 160 pp. (.pdf)
  • STRATEC, 2024. « Coût et financement GIEP ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. Enkel in het Frans. 193 pp. Beperkte verspreiding
  • VIVAQUA, juni 2025. “Strijd tegen terugstromend rioolwater - Het risico van kelderoverstromingen door terugstromend water verlijden dankzij een doordracht ontwerp van het privénetwerk”. Lezing op 5 juni 2025 “Aanpassing van gebouwen in overstromingsgevoelige gebiden” (.html)

Plannen en programma‘s

  • Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP) in het Waterbeheerplan (WBP) 2022-2027 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, juli 2023 (.pdf) - Hoofdstuk 6, pijler 5, p.622-706
  • Voorbereidend document voor het Waterbeheerplan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 2028-2033, maart 2025 (.pdf) – Belangrijke waterbeheerkwestie nr.5 over klimaatmitigatie- en adaptatiemaatregelen ten gevolge van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. p.16-18

De recente significante overstromingen

Focus - Actualisering: Februari 2025 

Tussen 2007 en 2023 vonden in het Brussels Gewest 35 significante overstromingen plaats, waarvan 6 alleen al in 2021. De meeste vonden plaats in de lente of zomer. Ze waren allemaal afkomstig van afstromend regenwater en opstuwend rioolwater. Tien overstromingen gingen ook gepaard met overstromingen van waterlopen. Wat waren de meest intense overstromingen? Welke hebben de meeste schade aangericht?

Een moeilijk op te stellen inventaris

Het Brussels Gewest wordt blootgesteld aan een risico op overstromingen en dit is niet nieuw. Maar ook al vermelden de archieven van persberichten bepaalde opmerkelijke evenementen, het is moeilijk een gedetailleerde historiek van vroegere overstromingen op te stellen en de overstroomde gebieden precies te kennen. 

De provincie Brabant, die bevoegd was voor het grondgebied vóór de oprichting van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, had de grote waterwegen die in de loop van de vorige eeuw overstroomden opgelijst. Maar het is pas sinds 1997 dat we over een voldoende nauwkeurige inventaris beschikken, d.w.z. een lijst met overstroomde adressen en infrastructuren. Deze inventaris omvat 9400 waarnemingen tussen 1997 en 2023. Hij is gevoed door verschillende bronnen: het Rampenfonds (1999-2006), de brandweer (interventies van de DBDMH), Vivaqua, de beheerder van het rioleringsnet (meldingen van medewerkers en bewoners) en de gemeenten. 

Daarnaast is er een schatting van de omvang van de schade en de kosten daarvan die zich sinds 2007 hebben voorgedaan en die waarschijnlijk de meeste schade hebben veroorzaakt. Dit dankzij persartikels  en gegevens van Assuralia, die vrijwel alle verzekeringsmaatschappijen in België vertegenwoordigt (overstromingen zijn sinds 2006 gedekt door een brandverzekering). De cijfers van Assuralia kunnen echter overschat zijn, aangezien ze ook windschade omvatten, die gepaard gaat met sommige overstromingen.

Wist u dat?

Elke burger kan zijn eigen overstromingswaarnemingen met foto's melden op de mobiele applicatie van het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut). Deze informatie wordt doorgegeven aan de bevoegde hydrologische diensten, namelijk Leefmilieu Brussel voor het Brussels Gewest. Draag bij aan de inventaris!

Opgelet

De overstromingsinventaris bevat evenwel systematische fouten: de bewoonde gebieden of gebieden met economische activiteiten zijn goed vertegenwoordigd, terwijl er minder gegevens zijn voor de groene ruimten. De gegevens komen effectief van instanties met als voornaamste doel het herstellen, beperken of vergoeden van materiële en economische schade als gevolg van overstromingen. Bovendien maakt de korte duur van de meeste overstromingen het niet gemakkelijk om ze waar te nemen, vooral als de overstroming 's nachts plaatsvindt.

Minstens 1 significante overstroming per jaar

  • Tussen 2007 en 2023 werden 35 significante overstromingen geteld, ofwel gemiddeld bijna 2 overstromingen per jaar. Op onderstaande kaart zijn de bijbehorende waarnemingen uit de inventaris weergegeven.
  • 11 bevonden zich in het extreme scenario (klein gevaar) van de overstromingsgevaarkaart, 14 in het occasionele scenario (middelgroot gevaar) en 10 in het vaak voorkomend scenario (groot gevaar).
  • Het record is voor het jaar 2021 met 6 episodes!
  • Het waren allemaal pluviale overstromingen (door afstromend hemelwater en opstuwende riolen). De kracht van deze overstromingen kan infrastructuren beschadigen en aanzienlijke schade aan gebouwen veroorzaken.
  • 10 van deze overstromingen vielen ook samen met fluviale overstromingen (overstromen van waterlopen). Het overstromingsgebied van deze fluviale overstromingen was eerder beperkt en vaak in een groene zone.
  • Geen enkele deel van het gewestelijk grondgebied bleef gespaard.

Significante overstromingen die plaatsvonden tussen 2007 en 2023 (regenval met een terugkeerperiode ≥ 10 jaar).

Bron: Leefmilieu Brussel, de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling, 2024
Map: significante overstromingen die plaatsvonden tussen 2007 en 2023 (regenval met een terugkeerperiode ≥ 10 jaar)

Wat is een significante overstroming?

Een overstroming wordt significant geacht voor elke neerslagperiode met een terugkeerperiode van meer dan of gelijk aan 10 jaar. Met andere woorden, die een waarschijnlijkheid heeft om zich gemiddeld eens in de 10 jaar voor te doen of die een kans van 10% heeft om zich elk jaar voor te doen. In Ukkel bijvoorbeeld komt deze regenval overeen met een totale neerslag van 25,7 mm in 1 uur of 62 mm in 24 uur. Deze terugkeerperiode komt overeen met een groot gevaar op de overstromingsgevaarkaart. 

Hoe werd de lokale referentieneerslag bepaald?

Voor het referentieweerstation van Ukkel werden de terugkeerperiodes van de neerslag van een bepaalde intensiteit en duur berekend op basis van neerslagwaarnemingen van 1898 tot 2007 (Van de Vyver, 2015). Deze neerslag werd vervolgens vergeleken met de lokale referentieneerslag ter hoogte van de 16 pluviometers van het Flowbru-netwerk (die sinds 2007 in werking zijn) en vervolgens op niveau van elk van de zes deelstroomgebieden van het Gewest gebracht die hierboven op kaart zijn weergegeven: de Zenne, de Molenbeek, de Maalbeek, de Neerpedebeek / Broekbeek / Vogelzangbeek, de Geleytsbeek / Linkebeek / Ukkelbeek en de Woluwe

Overstromingen die gewoonlijk in de lente of zomer voorkomen 

Bijna alle significante overstromingen tussen 2007 en 2023 (33 van de 35) vonden plaats in de lente of in de zomer. In deze seizoenen zijn de overstromingen gewoonlijk een gevolg van onweer, dat verantwoordelijk is voor intense regenval van korte duur: ze treffen dus zowel de gebieden bovenaan het stroomgebied als de gebieden in de dalen en worden gekenmerkt door plotselinge fenomenen. In de periode 2018-2023 deden alle significante overstromingen zich tijdens deze seizoenen voor: ze waren vaak zeer lokaal, over het algemeen van korte duur (minder dan 6 uur) en moeilijk te voorspellen. 

Slechts 2 significante overstromingen deden zich voor in de herfst of winter periode. Deze overstromingen worden eerder gekenmerkt door lange regenperioden, zijn progressief en treffen vooral de dalen. 

Wat zijn de gevolgen van de overstromingen in Brussel? 

De belangrijkste directe gevolgen van overstromingen voor de menselijke en economische activiteiten in het Brussels Gewest zijn ondergelopen kelders van gebouwen en transportinfrastructuren (verstopte straatkolken, overstroomde wegen, tunnels, ondergrondse metro- en treinstations). 

Maar ook het milieu lijdt er onder: afvloeiend water die naar het rioolnetwerk gaat verhoogt tijdelijk het debiet in riolen, waardoor afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. langs stormoverstorten rechtstreeks in het oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). terechtkomt, de kwaliteit ervan verslechtert en het aquatische leven in gevaar brengt (zie de focus op afvalwaterzuivering). Vervuild afvloeiend water kan ook natuurlijke gebieden of het grondwater bereiken, wat een impact heeft op de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). en de waterkwaliteit. 

Recente grote overstromingen 

Betekenen grote overstromingen ernstige schade? Niet noodzakelijkerwijs... zoals de grafiek hieronder laat zien: een van de redenen hiervoor is dat de neerslag, die overstromingen veroorzaakt, zeer plaatselijk is en over het algemeen van korte duur.  

Twee recente overstromingen over de periode 2018-2023 werden veroorzaakt door neerslag met een lokaal terugkeerperiode van meer dan 200 jaar, of met andere woorden met minder dan 0,5% kans om per jaar voor te komen:

  • Op 4 juni 2021, met 140 meldingen, het hoogste aantal dat werd gemeld voor een overstroming in deze periode, en bijna 70 interventies van de brandweer om water uit overstroomde gebouwen te pompen. Het regende verschillende uren. Drie stroomgebieden werden bijzonder hard getroffen: de Zenne, de Molenbeek en de Neerpedebeek / Broekbeek / Vogelzangbeek, gelegen in het centrum en het westen van het Gewest. En de schade was aanzienlijk: meer dan 3 miljoen euro voor in totaal ongeveer 650 gerapporteerde schadegevallen, volgens Assuralia.
  • Op 26 juli 2018, met ‘slechts’ 38 meldingen en 0,1 miljoen euro schade aan woningen. Deze relatief lage aantallen zijn niet representatief voor de omvang van het fenomeen: de intense neerslag viel op de grens ten oosten van het Gewest, in het stroomgebied van de Woluwe, en dus ook in het Vlaams Gewest. 

Maar de recente overstroming met de meeste schade was van 14 tot 16 juli 2021, die meer dan 11 miljoen euro kostte en meer dan 800 huizen trof. De brandweer kwam in actie bij ongeveer veertig gebouwen. De maximale terugkeerperiode van de neerslag bedroeg 70 jaar in de stroomgebieden van de Zenne en Molenbeek. 

Bovendien werd op 1 september 2023 een recordaantal interventies van de brandweer geregistreerd (meer dan 100 voor gebouwen). 

En in het verleden, tussen 2007 en 2017, voerden 2 grote historische overstromingen de lijst aan wat betreft het aantal meldingen: op 23 en 18 augustus 2011, met respectievelijk 935 en 400 meldingen. De economische gevolgen waren echter beperkt: ongeveer 0,03 miljoen euro voor elk van hen, volgens Assuralia. Hun maximale lokale terugkeerperiode was 200 jaar. 

Aantal overstroomde adreswaarnemingen en maximale terugkeerperiode voor de significante overstromingen die plaatsvonden in het BHG tussen 2007 en 2023

Bron: Leefmilieu Brussel, de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling, 2024
Grafiek: aantal overstroomde adreswaarnemingen en maximale terugkeerperiode voor de significante overstromingen die plaatsvonden in het BHG tussen 2007 en 2023

Zijn er meer overstromingen dan vroeger?

De ingezamelde historische gegevens laten niet toe om een eventuele tendens te onderscheiden in de kans op overstromingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1900 en vandaag. 

En de nauwkeurig inventaris van 2007 tot 2023 is een te korte tijdsdekking om een duidelijke tendens te onderscheiden: elk jaar deden zich 1 tot 3 significante overstromingen voor. De enige uitzondering is het jaar 2021, met 6 episodes.

Om te downloaden

Factsheet(s)

  • Regenwater en overstromingen (.pdf)
  • Klimaat – 1. Opvolging en voorspelling van de pluviometrie in het Brussels Gewest (.pdf)
  • Klimaat – 2. Eerdere evolutie van het klimaat in het Brussels Gewest - Temperatuur en neerslag (.pdf)

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2024 (.pdf)
  • De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2018 (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • FACTOR-X, ECORES, TEC, oktober 2012. « L’adaptation au changement climatique en Région de Bruxelles-Capitale : élaboration d’une étude préalable à la rédaction d’un plan régional d’adaptation ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. 252 pp. (enkel in het FR)

Plan(nen) en programma(‘s)

  • Waterbeheerplan (WBP) 2022-2027 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, juli 2023 (.pdf), in het bijzonder hoofdstuk 6 – pijler 5 met betrekking tot maatregelen van het Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP – p.622-706)

Nuttige links

  • VIVAQUA, Begeleidingsdienst « overstromingen »
  • Mobiele weerapplicatie van KMI

Ondoorlaatbaarheid van Brusselse bodems

Focus - Actualisering: juli 2024

De verstedelijking en het verdwijnen van onbebouwde zones worden bevestigd door de analyse van lucht- en satellietfoto's en hebben geleid tot ondoorlaatbaarheid van de bodem. In 2022 was 1 m2 op 2 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondoorlatend! 53% om precies te zijn. 59% als het Zoniënwoud niet wordt meegerekend. De ontwikkeling van de ondoorlaatbaarheid laat ook zien dat dit aandeel sinds 1955 is verdubbeld en sinds 1993 lineair is gestegen. Hoe evolueerde dit percentage op het niveau van de gemeenten en de wijken? En hoe kunnen we deze trend omkeren om de Europese doelstelling van 'nul netto ruimtebeslag' tegen 2050 te bereiken?

Wat verstaan we onder ondoorlaatbaarheid?

Ondoorlaatbaarheid is een vorm van aantasting van de natuurlijke staat van de bodem:

  • als gevolg van een kunstmatige bedekking of een bekleding van een bepaalde dikte (bijv. opvullen, bestraten van de bodem, asfalteren van een weg, bouw van een pand, aanleg synthetische velden, enz.),
  • als gevolg van verdichting (bijv. verharde grond als gevolg van intensief gebruik van een pad door gebruikers of door voertuigen).

In zijn natuurlijke staat laat de bodem een deel van het regenwater infiltreren, terwijl een ander deel afstroomt naar stroomafwaarts gelegen oppervlakken en in het riool- of het hydrografisch netwerk terechtkomt. Water dat infiltreert wordt ofwel gebruikt door planten (evapotranspiratieRegenwater wordt in de bodem vastgehouden en verdampt vervolgens naar de atmosfeer. De aanwezigheid van planten versterkt dit fenomeen aanzienlijk.) of sijpelt door om het grondwater aan te vullen. De fractie regenwater die infiltreert of wegstroomt, hangt af van de aard van de bodem, maar in een kunstmatige omgeving ook van de mate waarin deze ondoorlatend is gemaakt. Hoe ondoorlatender de bodem, hoe meer de infiltratie wordt verminderd en hoe meer de afvloeiing toeneemt, waardoor het risico op overstromingen stijgt. In extreme gevallen kan deze ondoorlaatbaarheid de grond volledig waterdicht maken (nul infiltratie).

Ondoorlaatbaarheid verstoort niet alleen de waterkringloop, maar heeft ook gevolgen voor het milieu:

  • Verslechtering van de toestand van de bodem, wat schadelijk is voor de ecosysteemdienstenAlle diensten die de bodem levert aan het milieu en de facto aan onze samenleving: levering van drinkwater, beperking van overstromingen, opslag van atmosferische koolstof, ontwikkeling van flora en fauna, enz.) die de bodem levert (zie focus over bodemkwaliteit).
  • Minder groen in de stad en versnippering van natuurlijke habitats (zie focus over vegetatiebedekking en over de fragmentatie).
  • Verandering van het stedelijke microklimaat, met een toename van het hitte-eilandeffect (zie focus over hitte-eilanden).

“Wanneer we de bodem afdekken om erop te bouwen, verliezen we op onomkeerbare wijze alle belangrijke ecosysteemdiensten, waardoor steden komen bloot te staan aan meer overstromingspieken en hevigere warmte-eilandeffecten. […] Land en bodem zijn fragiele, beperkte hulpbronnen die onderhevig zijn aan een steeds toenemende behoefte aan ruimte: ongebreidelde stadsuitbreiding en bodemafdekking putten de natuur uit en transformeren kostbare ecosystemen in betonwoestijnen.”

Europese Commissie, 2021, De bodemstrategie voor 2030 |

53% van het gewest is ondoorlatend in 2022

In 2022 was 86,45 km2 van de 162,42 km2 van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondoorlatend, dat is 53,2%. Als het Zoniënwoud buiten beschouwing wordt gelaten, stijgt dit cijfer tot 59%!

Het is geen verrassing dat het niveau van ondoorlaatbaarheid erg hoog is in het centrum van het gewest en afneemt naarmate je verder weg komt:

  • De Vijfhoek is voor 93% ondoorlatend en de meeste wijken in de eerste kroon hebben 85% of meer ondoorlatende oppervlakken. Deze wijken hebben ook de hoogste bezettingsgraad van stedelijke bouwblokken (groepen percelen omgeven door wegen) en de laagste begroeiingspercentages (BISA, 2023).
  • Zelfs in de tweede kroon neemt de hoeveelheid ondoorlaatbare oppervlakken toe en blijft die aanzienlijk. De wijken dicht bij de eerste kroon hebben een ondoorlaatbaarheidsgraad tussen 60% en 85%. De buitenste wijken hebben over het algemeen minder dan 60% ondoorlatende oppervlakken (BISA, 2023).
  • Alleen de grote gewestelijke groene ruimten springen eruit als doorlatende oppervlakken (Zoniënwoud en Terkamerenbos, Domein en Park van Laken, Laarbeekbos en Koning Boudewijnpark, Pedepark, Woluwepark, enz.), evenals bepaalde grote begroeide ruimten, zoals de begraafplaats van Brussel.

De gemiddelde ondoorlaatbaarheidsgraad van de Europese grootsteden werd in 2018 door het Europees Milieuagentschap geschat op 42%. Volgens het Agentschap lag het Brussels Hoofdstedelijk Gewest boven dit Europese gemiddelde, met een ondoorlaatbaarheidsgraad van 47% in 2018. België werd ook gerangschikt als het 3de meest ondoordringbare Europese land, na Nederland en Malta (EMA, 2018).

Kaart van de ondoorlatende oppervlakken in 2022

Bronnen: Leefmilieu Brussel, 2024 op basis van WEO, 2023, resolutie 1m
Interactieve kaart

Hoe werd de ondoorlaatbaarheidsgraad bepaald?

Dit resultaat werd verkregen met behulp van artificiële intelligentie - een deep learning-model - gebaseerd op de interpretatie van satellietbeelden en luchtfoto's voor het jaar 2022 (WEO, 2023 - zie methodologische fiche). Elke m2 van het gewestelijke oppervlak werd door het model gecategoriseerd als doorlatend of ondoorlatend:

  • Ondoorlaatbare oppervlakken omvatten gebouwen, kunstmatige bodembedekkingen (zoals straten, pleinen, parkeerplaatsen, enz.), compacte bodems, ondoordringbare sportterreinen (tennisbanen van gravel of beton) en (extensieve) groendaken. Halfdoorlatende bedekkingen, zoals grindpaden, parkeerterreinen met grind en straatstenen met brede voegen, kunnen door het model niet worden onderscheiden en worden daarom geclassificeerd als ondoorlatend.
  • Doorlaatbare oppervlakken omvatten met vegetatie bedekte bodems, naakte bodems, waterzones en sportterreinen van natuurlijk of kunstgras.
  • Spoorwegen en zones rond straatbomen worden beschouwd als doorlatend of ondoorlatend, afhankelijk van het type bedekking.

Opgelet

De doorlaatbaarheidsgraad moet niet worden verward met de vegetatiebedekkingsgraad, ook al zijn ze van dezelfde grootteorde. De vegetatiebedekkingsgraad bepaalt het percentage vegetatiebedekking, dat in principe wordt meegerekend als doorlatend oppervlak. Maar ook oppervlakken die niet bedekt zijn met vegetatie, kunnen worden geclassificeerd als doorlatend: naakte bodems, waterzones, sportterreinen met kunstgras, enz. Omgekeerd kunnen de boomkruinen die meetellen in het vegetatiepercentage zich gedeeltelijk boven daken of ondoorlaatbare bodembedekking bevinden. Sommige groendaken kunnen ook als ondoorlatend worden geïnterpreteerd.

Tussen 16 en 91% ondoorlatende oppervlakken, naargelang de gemeente

  • De gemeenten met de hoogste ondoorlaatbaarheidsgraad zijn Sint-Joost-ten-Node (91%), Sint-Gillis (90%) en Etterbeek (84%). In drie andere gemeenten is meer dan ¾ van de oppervlakte ondoorlatend: Schaarbeek (78%), Koekelberg (77%) en Elsene (76%). Ze worden gevolgd door Vorst (73%) en Sint-Jans-Molenbeek (72%).
  • Zeven andere gemeenten hebben een percentage dat hoger ligt dan het gewestelijke gemiddelde, wat betekent dat meer dan de helft van hun grondgebied ondoorlatend is: Brussel (63%), Evere (59%), Sint-Lambrechts-Woluwe en Sint-Agatha-Berchem (58%), Jette en Anderlecht (56%) en Ganshoren (54%).
  • Slechts vier gemeenten hebben minder ondoorlatende oppervlakken dan omgekeerd: Sint-Pieters-Woluwe (40%), Oudergem (32%), Ukkel (30%) en Watermaal-Bosvoorde (16%). Deze lagere percentages kunnen met name worden verklaard door de aanwezigheid van het Zoniënwoud in een min of meer groot deel van deze gemeenten, waardoor de conclusies die kunnen worden getrokken uit deze ondoorlaatbaarheidsgraad op gemeentelijk niveau moeten worden genuanceerd.

In 15 van de 19 gemeenten was in 2022 meer dan de helft van de oppervlakte ondoorlatend

Bronnen: Leefmilieu Brussel, 2024 op basis van WEO, 2023
Graf: Ondoorlaatheidsgraad in 2022

Lees de transcriptietekst

De ondoorlaatbaarheidsgraad voor de verschillende delen van de Stad Brussel is 

  • 93% voor de Vijfhoek,
  • 80% voor het Noordoosten,
  • 75% voor het Noorden,
  • 64% voor Haren,
  • 54% voor Neder-over-Heembeek,
  • 50% voor Laken,
  • 40% voor Louiza.

Kaart van geaggregeerde ondoorlatende oppervlakken per stedelijk bouwblok, per weg en per gemeente in 2022

Bronnen: Leefmilieu Brussel, 2024 op basis van WEO, 2023, aggregatie van ondoorlatende oppervlakken met een resolutie van 1 m op de schaal van stedelijke bouwblokken (UrbIS), wegen of gemeenten (met details voor de Stad Brussel)
Interactieve kaart
Percentage per wijk (BISA)

De ondoorlaatbaarheidsgraad blijft toenemen

Om de evolutie van de ondoorlaatbaarheid in de loop van de tijd te beoordelen, werd een tweede kaart opgesteld volgens een aangepaste methode, vergelijkbaar met de in 2006 gebruikte methode (zie kader hieronder). Volgens deze tweede kaart neemt de ondoorlaatbaarheid van 2022 van 53,2% naar 53,7% toe. Bovendien - en dat is slecht nieuws voor het milieu - bevestigt het de bijna lineaire groei van de ondoorlatende oppervlakken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest sinds 1993 en zelfs sinds 1955. Sinds 2006 zijn de ondoorlatende oppervlakken gemiddeld met ongeveer 0,7 km2 per jaar toegenomen (iets meer dan de grootte van het Woluwepark elk jaar). En vergeleken met 1955 zijn ze verdubbeld.

De toename van de ondoorlaatbaarheid is te wijten aan:

  • Allereerst de toenemende verstedelijking, maar er zijn ook andere factoren.
  • Het model van 2022 is nauwkeuriger dan het model van 2006 en maakt met name een beter onderscheid mogelijk van kleine ondoorlatende oppervlakken zoals parkeerplaatsen en terrassen op privéterreinen of kleine voetpaden.

Hoe werd de evolutie van de ondoorlaatbaarheid bepaald?

  • Volgens een methodologie die zo dicht mogelijk aanleunt bij die van de vorige studie in 2006, die deze verandering tussen 1955 en 2006 modelleerde met een resolutie van 100 m (IGEAT, 2006);
  • Met hetzelfde studiegebied, iets kleiner dan het gewestelijke grondgebied (97,7%). De zones die niet in deze perimeter waren opgenomen waren voor het grootste deel doorlatend (met name die in het Zoniënwoud).
    Meer info in deze 2de methodologische

Evolutie van de ondoorlaatbaarheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 1955 en 2022

Bronnen: Leefmilieu Brussel, 2024 op basis van IGEAT, 2006 voor de periode 1955 tot 2006 en WEO, 2023 voor het jaar 2022 op dezelfde territoriale basis als de IGEAT-studie (97,7% van het gewestelijk gebied)
Graf: Evolutie ondoorlaatbaarheid BH 1995-2022
Carte : Evolution imperméabilisation RB 1995 - 2022 (BIL)
Evolution de l'imperméabilisation en Région bruxelloise de 1995 à 2022

Lees de transcriptietekst

De ondoorlaatbaarheidsgraad in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (op 97,7% van de totale oppervlakte) was:

  • 26% in 1955,
  • 34% in 1970,
  • 39% in 1985,
  • 40% in 1993,
  • 47% in 2006,
  • 55% in 2022.

Evolutie per gemeente tussen 2006 en 2022

  • Op één na vertonen alle gemeenten een toename van hun ondoorlatende oppervlakken tussen 2006 en 2022. De uitzondering is Sint-Gillis, maar het percentage ondoorlaatbaarheid was in het begin erg hoog (1e in het gewest in 2006 en 2e in 2022).
  • Over het algemeen geldt: hoe groter de gemeentelijke oppervlakte, hoe groter de absolute toename van de ondoorlatende oppervlakken. Brussel-Stad (+243 ha of bijna 2,4 km2) en Anderlecht (+139 ha of bijna 1,4 km2) zijn de gemeenten waar deze toename het grootst is, rekening houdend met het feit dat beide gemeenten tot de 3 grootste gemeenten behoren. In 2022 hebben ze ook een lagere bevolkingsdichtheid dan het gewestelijke gemiddelde. De toename voor de andere twee grote gemeenten, Ukkel en Watermaal-Bosvoorde, is relatief lager, maar dit hangt samen met de aanwezigheid van het Zoniënwoud.
  • Wat het verschil in de ondoorlaatbaarheidsgraad betreft, werden de meest opvallende veranderingen waargenomen in Sint-Lambrechts-Woluwe (+12%), Jette (+12%), Sint-Joost-ten-Node (+12%), Sint-Agatha-Berchem (+12%) en Sint-Jans-Molenbeek (+11%). Dit zijn de 5 gemeenten waar de ondoorlaatbaarheidsgraad in 2006 tot de 'laagste' behoorde, als we de 3 andere gemeenten die onder het Zoniënwoud vallen (Watermaal-Bosvoorde, Oudergem en Ukkel) buiten beschouwing laten.

Evolutie van de ondoorlaatbaarheid op schaal van de gemeenten tussen 2006 en 2022

Bronnen: Leefmilieu Brussel, 2024 op basis van WEO, 2023, de gemeenten met een asterisk* zijn gemeenten waarvan de oppervlakte waarmee in de studie in rekening wordt gehouden, kleiner is dan hun werkelijke oppervlakte
Graf: Evolutie ondoorlaatbaarheid schaal van gemeeten 2006 - 2022

Lees de transcriptietekst

De ondoorlaatbare oppervlakte is tussen 2006 en 2022 toegenomen in alle gemeenten behalve Sint-Gillis. De toename in hectare wordt voor elke gemeente weergegeven, in aflopende volgorde:

  • Brussel: +243 ha
  • Anderlecht: +139 ha
  • Sint-Lambrechts-Woluwe: +90 ha
  • Sint-Pieters-Woluwe: +70 ha
  • Sint-Jans-Molenbeek: +67 ha
  • Schaarbeek: +66 ha
  • Jette: +62 ha
  • Evere: +53 ha
  • Oudergem : +42 ha
  • Elsene: +36 ha
  • Ukkel: +36 ha
  • Sint-Agatha-Berchem: +34 ha
  • Etterbeek: +33 ha
  • Watermaal-Bosvoorde: +22 ha
  • Vorst: +21 ha
  • Sint-Joost-ten-Node: +14ha
  • Koekelberg: +12 ha
  • Ganshoren: +9 ha.

Veranderingen in het ondoorlaatbaarheidspercentage worden ook weergegeven in procentpunten, in aflopende volgorde:

  • +12% in Sint-Lambrechts-Woluwe, Jette, Sint-Joost-ten-Node en Sint-Agatha-Berchem,
  • +11% in Sint-Jans-Molenbeek,
  • +10% in Koekelberg, Evere en Etterbeek,
  • +8% in Schaarbeek, Sint-Pieters-Woluwe, Anderlecht en Brussel,
  • +6% in Elsene,
  • +5% in Oudergem,
  • +4% in Ganshoren,
  • +3% in Vorst,
  • +2% in Watermaal-Bosvoorde en Ukkel.

Ter herinnering: de oppervlakte die voor deze evaluatie in aanmerking wordt genomen voor de gemeenten Ukkel, Watermaal-Bosvoorde, Brussel en Oudergem is kleiner dan hun werkelijke oppervlakte. De studiezone wordt gedetailleerd beschreven in de methodologische fiche van de indicator voor de evolutie van de ondoorlaatbaarheidsgraad.

Wist u dit?

In een online enquête over de bodem in Brussel die in het najaar van 2021 werd gehouden, kwam ondoorlaatbaarheid van de bodem naar voren als de 1e bron van bezorgdheid (78% van de respondenten), vóór vervuiling (62%) en verlies aan biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora). (53,5%) (Good Soil, raadpleging van het grote publiek in september-oktober 2021, ongeveer 250 reacties).

Hoe kan de ondoorlaatbaarheid van de bodem worden aangepakt?

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest probeert de gevolgen van ondoorlaatbaarheid van de bodem te beperken door middel van geïntegreerd regenwaterbeheer (GRB), door infiltratie van regenwater aan te moedigen waar het valt (zie documentatiefiche 8). Het doel is om op zijn minst de nieuwe ondoorlaatbaarheid van de bodem te compenseren. In sommige gevallen worden ondoorlatende bodems opnieuw doorlatend gemaakt. Maar het zal even duren voordat de effecten merkbaar zijn.

Deze inspanningen gaan hand in hand met een ambitieuze Europese doelstelling om tegen 2050 'nul netto ruimtebeslag' van bodems te bereiken (Europese Commissie, 2021). Het concept 'ruimtebeslag' wordt in het voorstel voor een richtlijn inzake bodemmonitoring en -veerkracht omschreven als de omzetting van natuurlijk en halfnatuurlijk landschap in kunstmatig land, evenals het verlies van het vermogen van de bodem om ecosysteemdienstenAlle diensten die de bodem levert aan het milieu en de facto aan onze samenleving: levering van drinkwater, beperking van overstromingen, opslag van atmosferische koolstof, ontwikkeling van flora en fauna, enz.) te leveren. De in 2024 goedgekeurde Brusselse Good Soil-strategie voorziet in een verminderingstraject tegen 2050, voorafgegaan door een studie. Ze voorziet ook in compensatie van ruimtebeslag van nieuwe grond door de bescherming en het herstel van bodems van hoge kwaliteit. Hopelijk worden er snel ook kwantitatieve doelstellingen bepaald.

Om te downloaden

Methodologische fiche(s)

  • Indicator: Ondoorlaatbaarheid van bodems (.pdf)
  • Indicator: Evolutie van de ondoorlaatbaarheidsgraad van de bodem (.pdf)

Toegang tot de gegevens

  • Interactieve kaart van ondoorlaatbare oppervlakken in 2022
  • Interactieve kaart van de ondoorlaatbaarheidsgraad in 2022
  • Metadata met downloadlink naar de gegevens

Factsheet(s)

  • Regenwater en overstromingen (.pdf)
  • Grondgebruik en landschappen in Brussel - 13. Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door interpretatie van satellietbeelden (.pdf)

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

  • Groene ruimten en biodiversiteit – Focus: Vegetatiebedekking in het Brussels Gewest

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

  • Interactieve kaart van de vegetatiebedekking
  • Cartografische applicatie Infiltrasoil – een tool om de infiltratiemogelijkheden van regenwater te evalueren
  • Good Soil - Verslag van de enquête : consultatie groot publiek, januari 2022. 14 pp. (.pdf)

Studie(s) en rapport(en)

  • WEO, 2023. « Carte des surfaces imperméables de la Région de Bruxelles-Capitale 2022 ». Studie in opdracht van Leefmilieu Brussel. Enkel beschikbaar in het Frans.
    • Delen 1 en 2. 54 pp. (.pdf)
    • Deel 3 – Waterdoorlatende bedekkingen, groene daken, sportvelden. 20 pp. (.pdf)
  • ULB-IGEAT (S. Vanhuysse, J. Depireux et E. Wolff), oktober 2006. “Studie van de evolutie van de ondoorlaatbaarheidsgraad van de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”. Studie in opdracht van de Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - BUV – Directie van het water. 60 pp. Enkel beschikbaar in het Frans. (.pdf)

Plan(nen) en programma(‘s)

  • Waterbeheerplan (WBP) 2022-2027 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, juli 2023 (.pdf)
  • Good Soil – strategie, mei 2024 (.html)
  • De bodemstrategie van de Europese Commissie voor 2030 (.pdf)

Nuttige links

  • BISA – Wijkmonitoring – Aandeel ondoordringbare oppervlakken in 2022
  • Europees Milieuagentschap – Indicator “Imperviousness and imperviousness change in Europe”
< Oppervlaktewater Grondwater > Terug naar thema Water en aquatisch milieu

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Eerste hulp bij overstromingen: de juiste handelingen vóór, tijdens en na een overstroming

03/08/2026
  • Water
  • Gebouw
Wat kun je doen om overstromingen te voorkomen en je woning te beschermen? En hoe kun je in het geval van een overstroming correct handelen om de schade te beperken?
Lees verder about Eerste hulp bij overstromingen: de juiste handelingen vóór, tijdens en na een overstroming

Waar of niet waar? Test je kennis over opstijgend grondwater in Brussel

27/03/2026
  • Water
Grondwater wordt vaak aangeduid als de oorzaak van een vochtige kelder. Maar klopt dat wel? Test je kennis over dit onderwerp!
Lees verder Waar of niet waar? Test je kennis over opstijgend grondwater in Brussel

Water voor uw moestuin: een hulpbron die beschermd moet worden

31/01/2022
  • Bodem
  • Water
  • Voeding
De hamvraag: is water onuitputtelijk?
Lees verder Water voor uw moestuin: een hulpbron die beschermd moet worden

Test je kennis over de bodems in Brussel

05/11/2022
  • Bodem
  • Vervuiling
  • Water
Weet jij wat er echt onder onze voeten plaatsvindt, thuis, in de tuin en in de parken? Zijn de beestjes in de bodem schadelijk? Moet je dode bladeren opruimen? Kan de bodem regenwater zuiveren? Test je bodemkennis.
Lees verder Test je kennis over de bodems in Brussel
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten