Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Documentatie en tools / Leefmilieu: stand van zaken
  3. Toegang tot energie

Toegang tot energie

Toegang tot energie is een cruciale uitdaging voor veel huishoudens. Maar wat verstaan we precies onder energiearmoede? Ontdek hoe het zit, in België en in Brussel.
  • Energie
  • Het milieu: stand van zaken
  • Studie
  • Verwarming
18 september 2024

Over hetzelfde onderwerp

Documentatie en tools

  • Energieverbruik
  • Prestaties van gebouwen
  • Stedelijk metabolisme, balans van de materialen- en energiestromen

Regelgeving en inspectie

  • Rapportering van gegevens over thermische energienetten
  • Technische installaties: EPB-controles en onderhoud
  • Technische installaties: EPB-eisen

Regionaal beleid

  • Een werkgroep om na te denken over het einde van fossiele brandstoffen voor verwarming
  • Sociaal Klimaatplan voor een eerlijkere klimaattransitie
  • Wat is de staat van het Brussels leefmilieu?

Toegang tot energie in België en het Brussels Gewest

Focus - Actualisering: oktober 2024

In 2022 blijft de toegang tot energie een uitdaging: 1 op 5 Belgische gezinnen leeft in energiearmoede, en dit aandeel bedraagt meer dan 1 op 4 in het Brussels Gewest. Sommige huishoudens worden meer getroffen dan andere, voornamelijk alleenstaanden en eenoudergezinnen.
Hoe valt deze situatie te verklaren? Waarom zijn Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer getroffen dan Vlaanderen? En welke acties worden er genomen?

Wat is energiearmoede juist?

In een tijd waarin de klimaatproblematiek steeds zorgwekkender wordt en de energievoorziening zichzelf opnieuw probeert uit te vinden, vormt ook de toegang tot energie een uitdaging. Daarom lijkt het zinvol de problematiek van energiearmoede nader te bekijken. Maar wat wordt bedoeld met "energiearmoede"?

Energiearmoede verwijst naar "de onmogelijkheid voor een gezin om – in zijn woning – toegang te krijgen tot de energie die het nodig heeft, tegen een betaalbare prijs ten opzichte van zijn inkomen"

Delvaux et al. 2017 |

Het begrip "energiearmoede" is afgeleid van het begrip "Fuel Poverty", dat in de jaren 1970 in het Verenigd Koninkrijk ontstond. Op Europees niveau kwam de kwestie van de energievoorziening van de bevolking in de jaren 2000 volop in de aandacht en werden talrijke studies over dit onderwerp uitgevoerd. Hoewel er nog geen gemeenschappelijke definitie is aangenomen, is de strijd tegen energiearmoede de afgelopen jaren een prioriteit geworden voor de Europese Unie. In België wordt ze elk jaar gemeten, en sinds 2009 publiceert de Koning Boudewijnstichting een rapport via de Barometer van de Energiearmoede. De hier voorgestelde resultaten zijn grotendeels afkomstig uit hun laatste publicatie (Meyer & Coene 2024), die inzoomt op de toestand van de energiearmoede in België in 2022. Er zij op gewezen dat deze studie alleen verslag uitbrengt over het kwantitatieve aspect van de energiearmoede in België, en dat de sociaal-economische en wetgevingsdimensies van het probleem slechts zeer beperkt aan bod komen. Voor meer informatie over deze aspecten verwijzen wij onder meer naar de studies van Baudaux et al. (2020) en Huybrechs et al. (2011).

Op welke gegevens zijn de resultaten gebaseerd?":

De resultaten in de Barometer van de Energiearmoede (en dus ook hier) zijn gebaseerd op de BE-SILC-enquête over inkomens en levensomstandigheden (Statistics on Income and Living Conditions). Dit is een follow-upstudie die sinds 2004 jaarlijks in alle landen van de Europese Unie wordt uitgevoerd. Een panel van gezinnen uit elk gewest (ongeveer 6.700 responderende Belgische gezinnen, of iets meer dan 12.000 respondenten ouder dan 16 jaar), dat gedurende maximaal 6 opeenvolgende jaren wordt gevolgd, wordt bevraagd over thema's als sociale integratie, inkomen, levensomstandigheden, gezondheid, ... We merken wel op dat sommige gegevens niet op een gedifferentieerde manier beschikbaar zijn voor de 3 gewesten (met name wegens de te kleine steekproefomvang), en dat sommige resultaten daarom worden voorgesteld voor België in zijn geheel en niet specifiek voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Wat betekent dat concreet?

Leven in een situatie van energiearmoede is leven met de dreiging dat men thuis geen toegang heeft tot de energie die nodig is om te leven in menswaardige omstandigheden. Geconfronteerd met moeilijkheden om de energiefactuur te betalen en met de dreiging dat de energievoorziening wordt afgesloten, kan iemand in energiearmoede zich dan ook niet beschermen "tegen een gebrek aan fysiek comfort – door de temperatuur of vochtigheidsgraad in de woning – of aan financieel comfort wat leidt tot zelfbeperking van het energieverbruik en zelfs schuldenlast." (Baudaux et al. 2020). Dit vertaalt zich in dagelijkse problemen (zoals bijvoorbeeld het bestrijden van vochtigheid, het opwarmen van water in een ketel om zich te wassen, leven met een stroombegrenzer, afzien van een wasmachine, of een deel van het huis afdichten of zelfs afsluiten) waarvan de gevolgen voor de levensomstandigheden zeer ernstig kunnen zijn. 

Waarmee houdt energiearmoede verband?

Verscheidene factoren hebben een invloed op energiearmoede en de omvang ervan. In de eerste plaats de weersomstandigheden, die immers een grote invloed hebben op de verwarmingsbehoeften. In koudere jaren zijn dus mogelijk meer gezinnen blootgesteld aan energiearmoede (of op een intensere manier), aangezien de verwarmingsbehoeften groter zijn. 

Naast de klimatologische factoren zijn er nog drie andere factoren die het risico op energiearmoede in belangrijke mate beïnvloeden:

  • de energiefactuur (en dus de prijs van energie),
  • het inkomen van het gezin,
  • de kosten en/of de kwaliteit van de woning. 

De prijzen voor de belangrijkste energiebronnen (aardgas, stookolie en elektriciteit) zijn gestaag blijven stijgen tot 2012, en daalden vervolgens aanzienlijk tot 2016. Maar sinds 2017 (2015 voor elektriciteit) werd opnieuw een verhoging van de tarieven opgetekend in de drie Belgische gewesten, ondanks een korte dalingsperiode tijdens de lockdown in het voorjaar van 2020. Deze stijging werd nog versterkt vanaf de tweede helft van 2021, voornamelijk als gevolg van het economische herstel na de covid-crisis en de oorlog in Oekraïne. De prijzen bereikten een historisch hoogtepunt in oktober 2022, ondanks de verlaging van de BTW op elektriciteit en aardgas van 21% tot 6% in het voorjaar van dit jaar. 

De mediane energiefactuur van gezinnen is bijgevolg sterk gedaald tussen 2014 en 2016. Tussen 2017 en 2019 bleven ze echter relatief stabiel. Het klimaateffect lijkt de stijging van de energieprijzen te hebben gecompenseerd, waarbij de jaren 2017 tot en met 2020 bijzonder warm waren. Bovendien zal de mediane energierekening tussen 2019 en 2021 opnieuw aanzienlijk dalen. In 2022 is het weer gestegen tot een vergelijkbaar niveau als in 2018 en 2019, een relatief lichte stijging vergeleken met die van de energieprijzen. De waarden gekregen vanaf 2019 zijn echter moeilijk te vergelijken met voorgaande jaren door veranderingen in de methodologie voor gegevensverzameling in 2019 en 2020. Daarnaast hebben veel huishoudens hun energiegebruik verminderd als reactie op de sterke prijsstijgingen in 2021 en 2022. Tot slot hadden deze stijgingen geen onmiddellijk effect op de facturen van een aantal huishoudens die profiteerden van vaste contracten, de voorraadmogelijkheden van bepaalde energiedragers (stookolie, butaanpropaan, hout) of het uitgebreide sociale tarief. Huishoudens die niet van deze voordelen genoten, werden daarentegen bijzonder hard getroffen. Er moet ook aan worden herinnerd dat de mediaan de soms aanzienlijke verschillen uitvlakt en dus niet representatief is voor de situatie van een groot aantal huishoudens die erbuiten vallen. 

In 2022 zal de mediane energiefactuur voor Belgische gezinnen € 155 per maand bedragen, met grote verschillen tussen de gewesten.

Lees de transcriptietekst

In 2022 zal de mediane energiefactuur voor Belgische gezinnen €155/maand bedragen. Deze bedraagt €150/maand in het Vlaams Gewest, €95/maand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en €180/maand in het Waals Gewest.

Tegelijkertijd zijn de inkomens van de gezinnen (inclusief inflatie, d.w.z tegen lopende prijzen op basis 2013) gedaald sinds 2009. De mediaan van het equivalente beschikbaar maandinkomen bedroeg € 2.150 in 2022, opnieuw met grote gewestelijke verschillen. Zo is het beschikbare mediane maandinkomen het laagst in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (€ 1.765), in tegenstelling tot Vlaanderen, dat het hoogste inkomen heeft (€ 2.287). Opgemerkt zij dat het equivalente beschikbare inkomen alle inkomsten, toelagen en andere overdrachten omvat die huishoudens ontvangen en waaraan belastingen en overdrachten naar andere huishoudens worden afgetrokken, gedeeld door het aantal leden van het huishouden, omgerekend in volwassen equivalenten (Meyer & Coene 2024).

Lees de transcriptietekst

Het equivalent beschikbaar inkomen per huishouden in 2022 is €2.287/maand in het Vlaams Gewest, €1.765/maand in het Brussels Gewest en €1.951/maand in het Waals Gewest. De nationale mediaan is €2.150 per maand.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is ook het gewest met de hoogste woonkosten (voornamelijk de huurprijs voor huurders, de aflossing van de hypothecaire lening en onroerende voorheffing voor eigenaars (Meyer & Coene 2024): € 650/maand, tegenover een Belgische mediaan van € 500/maand.

Lees de transcriptietekst

In 2022 zal de mediane woonkost in België €500 per maand bedragen. In Vlaanderen is deze prijs identiek aan de Belgische mediaan; deze is hoger in het Brussels Gewest (€650/maand) en lager in het Waals Gewest (€450/maand).
Tussen 2009 en 2022 zijn de woonkosten in België met 27% gestegen. 

Goed om te weten

Een inwoner van Brussel besteedt gemiddeld 37% van zijn budget aan huisvesting.

De woonkosten zijn sinds 2009 in de drie gewesten blijven stijgen, en de stijging was het sterkst voelbaar in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (+52% tegenover +38% in Vlaanderen en +25% in Wallonië). Een inwoner van Brussel besteedt gemiddeld 37% van zijn budget aan huisvesting. De mediane woonkosten variëren sterk afhankelijk van het eigendomsstatuut; voor eigenaars met een hypotheek liggen de woonkosten tien keer hoger dan voor eigenaars zonder hypotheek (maar zij hebben het hoogste mediane inkomensniveau), en huurders bevinden zich in een tussenpositie. Bovendien bestaat er een dualisering van de huurmarkt, waar de bevolking in stedelijke centra die in kleine appartementen met een matige huurprijs woont, te maken krijgt met aanzienlijke stijgingen van de huurprijs ten opzichte van andere woningen. 

We merken op dat, afgezien van het bestaan van deze risicofactoren, twee belangrijke parameters ertoe leiden dat deze factoren mogelijk energiearmoede veroorzaken:

  • de mogelijkheid van onderbreking van de voorziening (indien de stroomvoorziening gegarandeerd was, zou de toegang tot energie niet in gevaar komen);
  • de energieprestatie van het gebouw (afgezien van het risico op afsluiting), brengt een ongezonde woning de mogelijkheid om een minimum aan comfort in de woning te bereiken in gevaar. 

3 vormen van energiearmoede, met aanzienlijke gewestelijke verschillen

Goed om te weten

Energiearmoede trof 21,8% van de Belgische gezinnen in 2022.

Het aantal Belgische huishoudens in energiearmoede is sinds 2009 weinig veranderd. Het is echter met ongeveer 1 percentpunt gestegen ten opzichte van 2021. Er zijn ook sterke verschillen tussen de gewesten: 16,4% van de gezinnen wordt getroffen in Vlaanderen, 28,2% in Brussel en 29,2% in Wallonië. 

Het aandeel van de bevolking dat in energiearmoede (alle vormen samen) verkeert verschilt per gewest

Bron: Barometer energiearmoede 2022 (Meyer & Coene 2024)
Het aandeel van de bevolking dat in energiearmoede (alle vormen samen) verkeert verschilt per gewest

We onderscheiden 3 verschillende vormen van energiearmoede, die volgens de Barometer Energiearmoede worden gedefinieerd aan de hand van 3 indicatoren (Meyer & Coene 2024):  

De drie gewesten ongelijk getroffen door de verschillende vormen van energiearmoede

Bron: Barometer energiearmoede 2022 (Meyer & Coene 2024)
Opmerking: de cijfers tussen haakjes zijn indicatief, omdat de steekproef te klein is en de kwaliteit van het resultaat niet kan worden gegarandeerd.
  1. Gemeten energiearmoede

    Dit heeft betrekking op de situatie waarbij "huishoudens een te groot deel van hun beschikbaar inkomen na aftrek van woonkosten aan de energiefactuur besteden".

    In 2022 werd 13,5% van de Belgische huishoudens ermee geconfronteerd, met een veel groter aandeel getroffen huishoudens in Wallonië (21,7%) dan in Vlaanderen (9,7%) of het BHG (9,3%). Dit is gedeeltelijk te wijten aan de hogere energieprijzen in Wallonië, de grotere afhankelijkheid van het Gewest van vloeibare en vaste brandstoffen, waarvoor geen sociaal tarief bestaat, en een over het algemeen minder mild klimaat en de woningen die er doorgaans groter zijn, vaak met vier gevels, en een lagere energiekwaliteit hebben.

    De gemeten energiearmoede is gedaald sinds 2021 (15% van de Belgische huishoudens was getroffen). Deze daling is vooral uitgesproken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De uitbreiding van de sociale tarieven voor gas en elektriciteit en van de status van “beschermde klant” kunnen met name deze daling uitleggen.

  1. Verborgen energiearmoede

    Deze vorm van armoede focust op huishoudens die zich in een situatie van potentiële deprivatie bevinden, wat wil zeggen dat we "vermoeden dat zij hun energieverbruik terugschroeven tot onder hun basisbehoefte, omdat hun energiefactuur ‘abnormaal’ laag is". Het gaat dus om huishoudens die abnormaal weinig lijken te verbruiken voor hun energiebehoeften.

    In 2022 bedroeg het percentage 6,2% in België, met opnieuw belangrijke verschillen tussen de gewesten: 4,1% van de Waalse huishoudens verkeert in deze situatie, 5,5% van de Vlaamse huishoudens en 15,9% van de huishoudens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit percentage neemt sinds 2011 gestaag toe en kan gedeeltelijk worden verklaard door de grotere aanwezigheid van appartementen (de isolatie door gemeenschappelijke muren) en de kleinere omvang van de woningen. Het is ook in de grote stedelijke centra dat wij de meest geïsoleerde huishoudens of huishoudens met een laag inkomen aantreffen die hun uitgaven zouden beperken. De stijging was echter erg groot in 2022 in vergelijking met 2021: 4,1% van Belgische huishoudens werden getroffen, dat is meer dan een derde meer dan het jaar ervoor. Deze verhoging kan deels worden verklaard door de daling van het huishoudelijk energieverbruik als een gevolg van de energiecrisis, maar ook door de uitbreiding van het sociaal tarief, dat heeft geleid tot een drastische verlaging van de facturen van sommige kwetsbare huishoudens, die alleen al door dit verschil artificieel konden worden geïdentificeerd als in verboden energiearmoede te zitten.

  1. Ervaren energiearmoede

    Dit heeft betrekking op "ervaringen en gevoelens van huishoudens in relatie tot hun (financiële) vermogen om de energiefactuur te betalen".

    Deze indicator is als enige puur subjectief en wordt zelf opgegeven door de huishoudens. Het omvat de huishoudens die, als reactie op een specifieke vraag over dit onderwerp in de enquête, zelf verklaren dat zij moeilijkheden ondervinden (of vrezen te zullen ondervinden) om hun woning naar behoren te verwarmen. 4,1% van de Belgische huishoudens bevond zich in 2022 in deze positie. De situatie verschilt ook sterk van gewest tot gewest: 2,0% van de Vlaamse gezinnen verkeert in deze situatie, tegenover respectievelijk 7,2% en 6,6% in Wallonië en Brussel. De laagste inkomens in deze 2 gewesten kunnen een verklaring zijn voor de grotere aanwezigheid van angst bij de gezinnen voor hun energiefactuur. Het aandeel huishoudens dat te maken heeft met ervaren energiearmoede is met 28,1% gestegen sinds 2021, toen 3,2% van de Belgische huishoudens zich in deze situatie bevond.

Er bestaat weinig overlap tussen de 3 verschillende vormen van energiearmoede, behalve tussen gemeten en ervaren armoede, waarbij 1,3% van de huishoudens tot beide categorieën behoort. In totaal bevindt 19,6% van de Belgische gezinnen zich dus in een "geobjectiveerde" situatie van energiearmoede (gemeten of verborgen armoede), en 2,2% in een voornamelijk subjectieve situatie (ervaren armoede).

Wat zijn de verbanden tussen energiearmoede en andere vormen van armoede?

Energiearmoede kan ook in verband worden gebracht met andere sociaaleconomische kenmerken van de Belgische bevolking, zoals blijkt uit de studie van de Koning Boudewijnstichting. 

Kruising tussen indicatoren van armoede en energiearmoede

Bron: Barometer energiearmoede 2022 (Meyer & Coene 2024)
Kruising tussen indicatoren van armoede en energiearmoede

Lees de transcriptietekst

In 2022 verkeerde 14,8% van de Belgische huishoudens in risico van monetaire armoede, waarvan de meerderheid (9,3% van de huishoudens) ook in energiearmoede verkeerde. 
Evenzo had 15,5% van de huishoudens een lage werkintensiteit, waarbij 9,0% ook te maken had met energiearmoede.
6,3% van de huishoudens verkeerde in een situatie van ernstige materiële en sociale deprivatie, waarbij 4,1% ook in energiearmoede verkeerde.
Tot slot liep 21,5% van de huishoudens het risico op armoede of sociale uitsluiting, waarvan meer dan de helft (12,5% van de Belgische huishoudens) in energiearmoede verkeerde.

Wat betekenen de armoede-indicatoren?

Bron: Statbel – Armoede en levensomstandigheden

  • Armoederisico = risico op monetaire armoede (AROP): een huishouden wordt geacht een armoederisico te lopen wanneer het equivalent beschikbaar inkomen lager is dan de armoededrempel, die is vastgesteld op 60% van het nationale mediane inkomen.
  • Lage werkintensiteit (Low Work Intensity – LWI): een huishouden wordt als een huishouden met een lage werkintensiteit als de leden in werkende leeftijd minder dan 20% van hun potentieel werkten gedurende de afgelopen twaalf maanden.
  • Materiële en sociale deprivatie: dit verwijst naar het onvermogen om financiële redenen om sommige items die door de meeste mensen worden beschouwd als wenselijk of zelfs noodzakelijk om een adequaat leven te leiden, te veroorloven. Het is gebaseerd op de indicator van materiële en sociale deprivatie (MSD) en ernstige materiële en sociale deprivatie (SMSD), die respectievelijk het onvermogen impliceren om zich ten minste 5 en ten minste 7 goederen of sociale acties te veroorloven uit een lijst van 13 items:
  1. Rekeningen op tijd te betalen
  2. Een week vakantie per jaar te nemen buitenshuis
  3. Minstens om de twee dagen vlees, kip of vis of een vegetarisch alternatief te eten
  4. Een onverwachte uitgave te doen
  5. Zich een eigen wagen te veroorloven
  6. De woning degelijk te verwarmen
  7. Beschadigde of versleten meubels te vervangen
  8. Versleten kledij te vervangen door nieuwe kledij
  9. Twee paar schoenen in goede staat te hebben
  10. Thuis toegang tot internet te hebben
  11. Minstens éénmaal per maand met vrienden of familie af te spreken om iets te eten of te drinken
  12. Regelmatig deel te nemen aan vrijetijdsactiviteiten
  13. Wekelijks een bedrag uit te geven voor persoonlijke behoeften.
  • Risico op armoede of sociale uitsluiting (AROPE): het is bedoeld om rekening te houden met de verschillende facetten van armoede door de drie voorgaande indicatoren te combineren. Een huishouden wordt geacht een risico op armoede of sociale uitsluiting te lopen als het te maken heeft met ten minste een van de drie hierboven beschreven risico’s (risico op monetaire armoede, lage werkintensiteit, ernstige materiële en sociale deprivatie).

 

Er worden verschillende indicatoren gebruikt die betrekking hebben op zowel de financiële als de sociale aspecten van armoede (zie hierboven). Vergelijking van de cijfers brengt een duidelijk verband aan het licht tussen armoede en energiearmoede. 62,9% van de Belgische huishoudens in armoederisico, (AROP), 51,8% van de huishoudens met een lage werkintensiteit (LWI), 65,1% van de huishoudens in ernstige materiële en sociale deprivatie en 58,1% van de huishoudens die het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting (AROPE) bevinden zich in energiearmoede. Ter herinnering, deze situatie treft 21,8% van alle Belgische huishoudens. Hoewel het verband sterk is, moet erop worden gewezen dat 42,3% van de huishoudens die in energiearmoede verkeren (9,3% van alle Belgische huishoudens) niet worden beschouwd als met risico op armoede of sociale uitsluiting, maar toch moeite hebben om hun energiefacturen te betalen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest toont een aanzienlijk hoger percentage van zijn bevolking dat een armoederisico loopt dan het nationale gemiddelde (29% van de Brusselse gezinnen loopt bijvoorbeeld en risico op monetaire armoede, tegenover 14,8% van de Belgische gezinnen). Er kan dus worden geschat dat een groter deel van de Brusselse bevolking het risico loopt op energiearmoede.  

Energiearmoede treft niet alle gezinstypes op dezelfde manier 

Uit de gegevens blijkt dat alleenstaanden en eenoudergezinnen  veel kwetsbaarder zijn dan andere gezinstypes. 

De samenstelling van een gezin beïnvloedt het risico op energiearmoede

Bron: Barometers energie- en waterarmoede 2022 (Coene et al. 2024)
Opmerking: de cijfers tussen haakjes zijn indicatief, omdat de steekproef te klein is en de kwaliteit van het resultaat niet kan worden gegarandeerd.

Lees de transcriptietekst

In 2022 werden in België door energiearmoede getroffen:

  • 8,1% van de koppels met kind(eren)
  • 13,2% van de koppels zonder kind(eren)
  • 37,4% van de eenoudergezinnen
  • 37,9% van de alleenstaanden
  • 8,4% van de andere huishoudens

We herinneren eraan dat 21,8% van de Belgische bevolking getroffen wordt door energiearmoede.

Meer dan een derde van alleenstaanden en eenoudergezinnen verkeert daadwerkelijk in een situatie van energiearmoede. Dit kan hoofdzakelijk worden verklaard doordat slechts één inkomen aanwezig is (dat over het algemeen lager is, aangezien dit niet afkomstig is van werk voor 62,7% van de alleenstaanden en 29,8% van de eenoudergezinnen). Hierdoor kunnen deze huishoudens moeilijker in hun energiebehoeften voorzien, die in verhouding doorgaans niet lager zijn dan die van een gezin van 2 volwassenen met kinderen, bijvoorbeeld.

Deze huishoudens zijn dan ook oververtegenwoordigd onder de huishoudens in energiearmoede: 62% van de huishoudens in energiearmoede zijn alleenstaanden en 10% zijn eenoudergezinnen, terwijl deze twee categorieën respectievelijk 35% et 6% van alle Belgische huishoudens uitmaken. In Brussel is daarnaast bijna de helft (47%) van alle huishoudens alleenstaand en 12% eenoudergezin. Ook hier is het aandeel bijzonder kwetsbare gezinnen duidelijk hoger in de hoofdstad dan het nationale gemiddelde. De huishoudens die het minst kwetsbaar zijn voor energiearmoede (koppels met en zonder kinderen en huishoudens die niet onder de andere categorieën vallen) zijn iets ondervertegenwoordigd in het BHG. Deze specifieke structuur van huishoudens in het Brussels Gewest houdt dus in dat een aanzienlijk groter deel van de bevolking het risico loopt op energiearmoede, en helpt de relatief hoge waarde van 28,2%  energiearmoede in Brussel te verklaren. 

Huishoudens die het kwetsbaarst zijn voor energiearmoede zijn oververtegenwoordigd onder de Brusselse bevolking

Bron: BISA (voor Brussel) en Barometer energiearmoede 2022 (Meyer & Coene 2024)

Lees de transcriptietekst

In 2022 waren 62% van de huishoudens in energiearmoede alleenstaanden. Deze categorie omvatte 35% van de Belgische huishoudens en 47% van de Brusselse huishoudens.
17% van de huishoudens in energiearmoede waren koppels zonder kinderen. Deze categorie omvatte 28% van de Belgische huishoudens en 14% van de Brusselse huishoudens.
10% van de huishoudens in energiearmoede waren eenoudergezinnen. Deze categorie omvatte 6% van de Belgische huishoudens en 12% van de Brusselse huishoudens.
9% van de huishoudens in energiearmoede waren koppels met kinderen. Deze categorie omvatte 25% van de Belgische huishoudens en 23% van de Brusselse huishoudens.
Tot slot waren 2% van de huishoudens in energiearmoede andere huishoudtypes. Deze categorie omvatte 6% van de huishoudens in België en 4% van de Brusselse huishoudens.

Twee specifieke gevallen springen eruit bij deze kwetsbare huishoudens. Het eerste geval betreft ouderen: huishoudens met ten minste één 65-plusser zijn aanzienlijk kwetsbaarder voor energiearmoede. 47,5% van de alleenstaande ouderen verkeert in energiearmoede, vergeleken met 31,5% van andere alleenstaanden. 

Daarnaast zijn vrouwen zwaar oververtegenwoordigd in de meest kwetsbare huishoudens:

  • ze staan aan het hoofd van 80% van de eenoudergezinnen (86% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest),
  • het aantal vrouwen is dubbel zo groot als het aantal mannen onder de alleenstaande ouderen (65 jaar en ouder),
  • ze wonen vaker in een sociale woning (zie hieronder),
  • Bovendien beschikken zij doorgaans over een lager inkomen dan alleenstaande mannen in dezelfde leeftijdsgroep. 

Wat is het verband met de gezondheidstoestand, het eigendomsstatuut en de kwaliteit van de woning?

Studies van de Koning Boudewijnstichting tonen een correlatie aan tussen een slechte gezondheid en energiearmoede. Belgen die in energiearmoede leven, geven veel vaker aan in een gemiddelde, slechte of zeer slechte gezondheid te verkeren dan personen in huishoudens die zich niet in een situatie van energiearmoede bevinden. Ze melden ook vaker een chronische ziekte te hebben, of te worden geconfronteerd met een lichte of ernstige beperking in hun dagelijkse activiteiten als gevolg van een gezondheidsprobleem.

Lees de transcriptietekst

In 2022 verklaarde 26,6% van de Belgen die deel uitmaakten van een huishouden in een situatie van energiearmoede dat ze in gemiddelde gezondheid verkeerden en 16,5% dat ze in slechte of zeer slechte gezondheid verkeerden. Dit was het geval voor respectievelijk 14,7% en 6,3% van de mensen die niet tot een huishouden in energiearmoede behoorden. Evenzo zei 42,5% van de mensen in energiearmoede aan chronische ziekten of gezondheidsproblemen te lijden, tegenover 23,9% van de mensen die zich niet in deze situatie bevonden. Tot slot zei 42,8% van de mensen in energiearmoede hun dagelijkse activiteiten te beperken vanwege een gezondheidsprobleem, vergeleken met 22,2% van de mensen die niet in energiearmoede leven.

Bij deze bevindingen moet echter rekening worden gehouden met het grotere aandeel ouderen (65+) in de bevolking in energiearmoede.

Er bestaat ook een verband tussen het eigendomsstatuut van een woning en energiearmoede. Huurders worden inderdaad meer getroffen : 33% van de huurders heeft te kampen met energiearmoede, tegenover slechts 15% van de eigenaars. Hier zien we een verband met de meest kwetsbare huishoudens: alleenstaanden en eenoudergezinnen zijn het vaakst huurder van hun woning. Het bestaat ook een verband tussen energiearmoede en de kwaliteit van de woning: 31,5% van de huishoudens in energiearmoede heeft een woning van slechte kwaliteit of met gebreken (lekkend dak, vocht, verrot houtwerk, enz.). Het is waarschijnlijker dat huurders in een woning van slechte kwaliteit wonen dan huiseigenaren. Woningen van mindere kwaliteit worden ook vaak aangetroffen in dichtbevolkte gebieden waar veel huishoudens met een laag inkomen wonen. Er moet ook worden opgemerkt dat sociale huurders des te meer worden getroffen door energiearmoede, aangezien 45,5% van hen eronder lijdt. Dit hoge cijfer is vooral toe te schrijven aan de lage energieprestatie van sociale woningen. 

Is de ecologische transitie een mogelijke hefboom voor een nieuw evenwicht?

De energiearmoede in België lijkt niet af te nemen in de loop der jaren, en de sociaaleconomische omstandigheden bepalen sterk hoe kwetsbaar huishoudens zijn voor dit verschijnsel. De zeer hoge energieprijzen in 2022 na de oorlog in Oekraïne hebben echter de volatiliteit van de prijzen benadrukt. Bovendien zullen de energieprijzen op lange termijn waarschijnlijk stijgen, met name door de uitputting van fossiele brandstoffen en de prijs van hernieuwbare energiebronnen die momenteel hoger ligt.

Daarom blijft het van groot belang het beleid ter bestrijding van energiearmoede verder te integreren en te verbeteren, met name in het klimaatbeleid. Dit in het kader van de ecologische transitie en in synergie met het beleid inzake duurzame ontwikkelingOntwikkelingswijze die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor de toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Het gaat dus om een demarche die ernaar streeft de continuïteit van de economische en sociale ontwikkeling in de tijd voort te zetten, met eerbied voor het leefmilieu en zonder de natuurlijke hulpbronnen die nodig zijn voor de menselijke activiteiten in gevaar te brengen., die beide een antwoord trachten te bieden op de huidige ecologische uitdagingen. Het potentieel voor renovatie van gebouwen, bijvoorbeeld, is een centraal aandachtspunt bij de transitie dat toelaat om de energie-efficiëntie van gebouwen te verhogen en energieverlies te verminderen.

In dit verband heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een strategie voor de renovatie van gebouwen uitgewerkt, die onder meer voorziet in de verplichte invoering van een EPB-certificaatDocument dat de indicatoren voor de energieprestatie van een EPB-eenheid weergeeft. Het document geeft ook aan welke EPB-doelen moeten worden gehaald en of al dan niet aan de EPB-eisen zal worden voldaan als de aanbevolen werken worden uitgevoerd. Het certificaat bevat ook aanbevelingen voor werkzaamheden die de energieprestaties verbeteren. voor alle gebouwen tegen 2031. Het is de bedoeling om het renovatiepotentieel van de gebouwen in kaart te brengen met het oog op de geleidelijke verbetering van hun energieprestatie tot een gemiddeld EPB C+ niveau voor alle residentiële gebouwen in Brussel tegen 2050. Deze energieprestatie-eisen gaan systematisch gepaard met ondersteunings- en hulpmaatregelen (subsidies, leningen tegen lage rente, enz.). Deze maatregelen zijn aangepast aan de sociaaleconomische situatie van gezinnen en zijn met name gericht op de meest kwetsbare huishoudens, zodat zij kunnen deelnemen aan de transitie en hun energiefactuur kunnen doen dalen. Het Lucht-Klimaat-Energieplan, dat onder andere op deze strategie is gebaseerd, wil ook de energiearmoede terug te dringen via verschillende acties, zoals de versterking van het consumentenbeschermingsbeleid, de versterking en opleiden van de lokale sociale diensten voor gezinnen in moeilijkheden en het invoeren van maatregelen om huurders te beschermen. Anderzijds beschermt het Gewest de toegang van de Brusselaars tot energie via verschillende bepalingen in de elektriciteits- en gasordonnanties (leveringscontract van minstens 3 jaar, afsluiting bij wanbetaling kan alleen door een vrederechter worden uitgesproken, statuut van "beschermde klant", enz.), en ondersteunt het de maatschappelijk werkers en de gezinnen bij kwesties in verband met de toegang tot energie, met name via het Centrum voor ondersteuning SocialEnergie en het Centrum Infor Gas Elek.

De toegang tot energie is dus reeds een aandachtspunt in het gewestelijk beleid. Deze kwestie zal echter zo goed mogelijk moeten worden geïntegreerd in de toekomstige ecologische transitie om de ongelijkheden in toegang weer in evenwicht te brengen en, zo mogelijk, de omvang van energiearmoede te verminderen.

Om te downloaden

Studie(s) en rapport(en)

  • BAUDAUX A., BARTIAUX F., November 2020. « Energiearmoede en sociale bijstand in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest », Brussels Studies. 
  • COENE J., MEYER S., Maart 2021. « Barometers energie- en waterarmoede (2009-2019) ».
  • COENE J., MEYER S., Juni 2022 « Barometers energie- en waterarmoede (2020) ».
  • COENE J., MEYER S., Maart 2023. « Barometer Energiearmoede (2021) ».
  • COENE J., MEYER S., Maart 2024. « Barometer energiearmoede. Analyse en interpretatie van de resultaten 2022 ».
  • Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas, September 2021. « Studie over de stijging van de elektriciteits- en aardgasprijzen in België ».
  • DELVAUX A., GREVISSE F., December 2017. « Précarité énergétique ». PAUVéRITé (alleen in het Frans) (.pdf). 
  • HUYBRECHS F., MEYER S., VRANKEN J., December 2011. « La Précarité Energétique en Belgique – Rapport final » (enkel in het Frans). 

Plan(nen) en programma(‘s)

  • Gewestelijk Lucht-Klimaat-Energieplan, 2023 (.pdf)
  • Ordonnantie betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, November 2001, ord. n°2001031386. 
  • Ordonnantie betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Avril 2004, ord. n° 2004031172

Factsheets

  • Milieuongelijkheden in het Brussels Gewest (.pdf)

Nuttige links

  • De advies- en begeleidingspagina van Leefmilieu Brussel over energiearmoede
  • De website van Leefmilieu Brussel over de RENOLUTION strategie voor renovatie van de Brusselse gebouwen
  • De webpagina van Leefmilieu Brussel met de beschikbare begeleiding inzake gebouw en energie
  • Het centrum voor ondersteuning inzake energie, gewestelijk dienst voor maatschappelijk werkers op het gebied van energie- en w
  • De onafhankelijke dienstverlening die het recht op energie verdedigt (gas en elektriciteit)
< Prestaties van gebouwen Terug naar thema Energie

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Milieubeheer
  • Afval beheren
  • Renoveren en bouwen
  • Duurzamer worden
  • De gezondheid en veiligheid garanderen
  • Gebouwen en sites beheren
  • Dierenwelzijn garanderen
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Diensten en aanvragen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Advies en begeleiding
  • Erkenningen en registraties
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Premies en financiële steun voor Brusselse professionals
  • Reageren op een projectoproep
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Controles en boetes
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
Dierenwelzijn
  • Pers
Website Burgers
Website Onderwijs
Blog Professionals

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina professionals van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten