Het Brussels Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energiebeheersing (BWLKE)
- Klimaat
- Gebouw
- Mobiliteit
- Renovatie
- Woning
- Verplaatsingen
Ingewikkelde tabellen
Voor uw leesgemak raden wij u aan deze pagina op uw computer te raadplegen
Het Brussels Wetboek voor Lucht, Klimaat en Energiebeheersing (BWLKE), werd op 2 mei 2013 goedgekeurd en is sindsdien voortdurend geëvolueerd. Dit wetboek is de wettelijke grondslag van meerdere gewestelijke maatregelen inzake energie-efficiëntie (EPB en PLAGE), hernieuwbare energieHernieuwbare energie is energie uit hernieuwbare niet-fossiele bronnen, namelijk: wind, zon, aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogassen. (RICHTLIJN 2009/28/EG)., transport (LEZ), luchtkwaliteit en klimaat.
Het BWLKE heeft de volgende doelstellingen:
- alle gewestelijke beleidslijnen verenigen inzake lucht, klimaat en energie;
- de behoefte aan energie minimaliseren;
- de afhankelijkheid van niet-hernieuwbare energiebronnen beperken;
- energie uit hernieuwbare bronnen gebruiken;
- energiebesparing in het dagelijkse leven bevorderen;
- de energieprestaties en het binnenklimaat van de gebouwen verbeteren;
- de milieueffecten van mobiliteitsnoden beperken;
- de luchtkwaliteit en de kwaliteit van de binnenlucht verbeteren om schadelijke gevolgen voor de gezondheid en het milieu te voorkomen en te verminderen
- de uitstoot verminderen van luchtverontreinigende stoffen, broeikasgassen, persistente organische verontreinigende stoffen en verontreinigende stoffen die de ozonlaag in de stratosfeer aantasten
- de voorbeeldfunctie van de overheidsdiensten op het vlak van energie-efficiëntie van de gebouwen, transport en rationeel energiegebruik.
Structuur en inhoud van het BWLKE
Het BWLKE is onderverdeeld in vier boeken:
- Boek 1: Gemeenschappelijke bepalingen
In dit boek zijn de doelstellingen van het BWLKE, de definities en de rechtsgrondslag van het Lucht-, Klimaat- en Energieplan (LKEP) en de Burgerraad voor het klimaat samengebracht.
Gecoördineerde didactische versie van boek 1 (.pdf) - 7 maart 2024
- Boek 2: Sectorale maatregelen
Dit boek bevat de bepalingen met betrekking tot de energieprestaties van gebouwen, energieaudits, het Plan voor Lokale Actie voor het Gebruik van Energie (PLAGE), steun voor huishoudens op het vlak van energie en ecoconstructieEcoconstructie bestaat erin op een milieuvriendelijke manier te bouwen en tegelijkertijd een maximaal comfort aan de bewoners te bieden. Die constructiewijze is gebaseerd op principes van de fysische relatie tussen het gebouw en zijn onmiddellijke omgeving, van de geïntegreerde keuze van bouwprocessen en –producten, van energiebesparing, enz., maatregelen voor het koolstofvrij en energiezuinig maken van gebouwen, transport, de toonaangevende rol van overheidsinstanties en de erkenning van professionals.
Gecoördineerde didactische versie van boek 2 (.pdf) - 13 februari 2025
- Boek 3: Bepalingen in verband met lucht en klimaat
Dit boek bevat specifieke bepalingen in verband met de luchtkwaliteit, de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, de lage-emissiezone (LEZ), het systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten voor vaste installaties en voor de bouwsector, de transportsector en andere sectoren.
Gecoördineerde didactische versie van boek 3 (.pdf)
- Boek 4: Slotbepalingen
De recentste wijzigingen
- De ordonnantie van 21 maart 2025 en de ordonnantie van 17 oktober 2024 hebben bepaalde bepalingen met betrekking tot de lage-emissiezone (LEZ) aangepast.
Meer informatie over de LEZ op onze website.
- De ordonnantie van 13 februari 2025 heeft verschillende bepalingen op het vlak van energie en klimaat gewijzigd. Er is een nieuw hoofdstuk 7 toegevoegd aan Titel 2 van Boek 2 van het BWLKE met als titel ‘Energiezuinigheidsmaatregelen’ en dat voorziet de volgende maatregelen:
- lichtgevende reclame en de lichtgevende uithangborden (minstens) van 23.00 tot 6.00 uur doven
- binnenverlichting van de handelszaken en de kantoren van (minstens) van 23.00 tot 6.00 uur doven
- verbod op open deuren voor elk gebouw of deel van een gebouw dat wordt verwarmd of gekoeld door middel van een of meerdere verwarmings- of klimaatregelingssystemen en dat uitgeeft op buitenruimten
- verbod op het gebruik van gasgestookte verwarmings- of airconditioningsystemen die buiten een gebouw werken (‘gasbrandertjes’)
Deze ordonnantie van 13 februari 2025 waarborgt ook de omzetting van de richtlijn 2023/959 (ETS2-richtlijn) door in hoofdstuk 1bis van Titel 3 van Boek 3 een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten in te voeren voor de bouwsector, de wegtransportsector en andere sectoren.
- De ordonnantie van 7 maart 2024 heeft als doel de renovatiestrategie RENOLUTION van de regering uit te voeren. Deze wijzigt het BWLKE om een einde te maken aan energieverslindende gebouwen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Deze ordonnantie zet de nieuwe EPB-richtlijn 2024/1275 gedeeltelijk om. De belangrijkste punten van deze herziening zijn de volgende:
- alle Brusselse woningen moeten een EPB-certificaatDocument dat de indicatoren voor de energieprestatie van een EPB-eenheid weergeeft. Het document geeft ook aan welke EPB-doelen moeten worden gehaald en of al dan niet aan de EPB-eisen zal worden voldaan als de aanbevolen werken worden uitgevoerd. Het certificaat bevat ook aanbevelingen voor werkzaamheden die de energieprestaties verbeteren. hebben binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van de wet;
- de invoering van een geleidelijk regelgevend kader, begeleid en ondersteund door de overheid, met een verplichting om de woningen met EPB-label F en G te renoveren tegen 2033 en die met een EPB-label D en E binnen 20 jaar na de inwerkingtreding;
- specifieke bepalingen om ervoor te zorgen dat de renovatiewerkzaamheden voor mede-eigendommen soepel verlopen;
- de geplande uitfasering van fossiele brandstoffen voor nieuwbouw en zware renovaties;
- de voorbeeldfunctie van de overheid, met strengere eisen dan voor particuliere woningen.
- De Klimaatordonnantie van 17 juni 2021 (.pdf) had het gewestelijke klimaatbeleid al aanzienlijk versterkt door nieuwe bepalingen op te nemen. Die aanpassingen omvatten:
- de vastlegging van de reductiedoelstellingen voor de directe en indirecte uitstoot van broeikasgassen. Het Gewest moet in 2050 koolstofneutraal zijn door, in vergelijking met 2005, de directe gewestelijke uitstoot te verminderen met minstens 40% in 2030, 67% in 2040 en 90% in 2050. De regering zal instaan voor de uitwerking van het gewestelijke beleid voor de reductie van de indirecte uitstoot om te komen tot een traject dat vergelijkbaar is met dat van de directe emissies tegen 2050;
- de formulering van de beginselen die het klimaatbeleid leiden;
- de oprichting van een onafhankelijk Comité van Klimaatdeskundigen. Dat Comité heeft als opdracht een evaluatie te maken van de afstemming tussen de gewestelijke beleidsinitiatieven en maatregelen en de klimaatdoelstellingen door elk jaar een rapport op te stellen en adviezen uit te brengen op vraag van de regering;
het verbod op de plaatsing van verwarmingsinstallaties op steenkool en stookolie vanaf respectievelijk september 2021 en juni 2025.
Chronologie van de maatregelen inzake EPB
Onderstaande tabel geeft een chronologisch overzicht van de belangrijkste doelstellingen en maatregelen ten aanzien van de energieprestatie van gebouwenInschatting van de hoeveelheid energie die nodig is voor een gestandaardiseerd gebruik van het gebouw, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met verwarming, warm water, koeling, ventilatie en verlichting. Deze beoordeling wordt vertaald in een of meer numerieke indicatoren. (onderdelen van boek 2 van BWLKE).
|
Termijnen |
Verplichtingen |
|---|---|
|
Vanaf 01/01/2025 |
Vanaf 01/01/2025 moeten verwarmingssystemen in bouwaanvragen voor projecten die uitsluitend bestaan uit een of meer nieuwe of gelijkgesteld aan nieuwe EPB-eenheden aan de volgende voorwaarden voldoen: hun warmtegeneratoren voldoen aan de eisen inzake ecodesignTotaalbenadering, toegespitst op het product, die erin bestaat rekening te houden met de milieucriteria vanaf de conceptie van een product. Die benaderingswijze betreft alle fasen van de levenscyclus van het product, d.i. vanaf de productie, via de distributie, tot het gebruik en het einde van zijn leven (recyclage). en produceren warmte enkel vanaf elektriciteit en/of energie uit hernieuwbare bronnen; en/of ze zijn aangesloten op een efficiënt thermisch energienet. |
|
Vanaf 01/06/2025 |
Vanaf 01/06/2025 is de installatie van verwarmingsketels op stookolie verboden. Elke verwarmingsketel die op een vloeibare brandstof werkt, moet aan de volgende voorwaarden voldoen: hij wordt uitsluitend aangedreven door een hernieuwbare vloeibare brandstof en zijn thermisch rendement en zijn deeltjesuitstoot zijn gelijkwaardig aan die van gascondensatieketels. |
|
Vanaf 01/01/2026* |
|
|
Vanaf 31/12/2026 |
Vanaf 31/12/2026 moeten nieuwe EPB-eenheden die eigendom zijn van overheidsinstanties of die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt door een of meer overheidsinstanties, voldoen aan de EPB-eis “zero-emissie” en worden uitgerust met geschikte systemen voor de opwekking van zonne-energie. |
|
Vanaf 31/12/2029 |
Vanaf 31/12/2029 moeten nieuwe EPB-eenheden voldoen aan de EPB-eis “zero-emissie”. |
|
Vanaf 01/01/2030 |
Vanaf 1 januari 2030 moeten verwarmingssystemen bij bouwaanvragen voor projecten met enkel zwaar gerenoveerde eenheden of met nieuwe of nieuw gelijkgestelde EPB-eenheden aan de volgende voorwaarden voldoen: hun warmtegeneratoren voldoen aan de eisen inzake ecodesign en produceren warmte enkel vanaf elektriciteit en/of energie uit hernieuwbare bronnen en/of ze zijn aangesloten op een efficiënt thermisch energienet. |
|
Vanaf 01/01/2030 |
Vanaf 01/01/2030 zullen regionale of lokale overheden enkel nieuwe gebouwen met zero-emissie kunnen kopen of huren. |
|
Voor 01/01/2033 |
Doel EPB 275: voor 01/01/2033 moeten alle woningen een maximaal EPB-niveau van 275 kWh/(m2.jaar) behalen. Woningen met een EPB-certificaat F en G zullen dus niet meer toegelaten worden. |
|
Voor 01/01/2040 |
Publieke overheden: voor 01/01/2040 moeten woningen die eigendom zijn van een publieke vastgoedbeheerder een primair energieverbruik ≤ 150kWh/(m².jaar) hebben. Alle EPB-eenheden die eigendom zijn van een publieke vastgoedbeheerder hebben een maximaal gemiddeld verbruik van 100kWh/(m².jaar), met uitzondering van beschermde gebouwen of gebouwen die zijn ingeschreven op de bewaarlijst. |
|
Voor 01/01/2050 |
Het volledige tertiaire gebouwenbestand streeft naar het niveau zero-emissie. |
*De datum van 1/01/2026 is nog niet vastgelegd en zal overeenstemmen met de datum van inwerkingtreding van een regeringsbesluit, die ten vroegste gepland is op 1 januari 2026.
Wetgeving
- BWLKE - Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing (Gecoördineerde Justel versie)
- Gecoördineerde, didactische versie van Boek 1 van het BWLKE (.pdf) - 7 maart 2024
- Gecoördineerde, didactische versie van Boek 2 van het BWLKE (.pdf) - 13 februari 2025
- Gecoördineerde, didactische versie van Boek 3 van het BWLKE (.pdf)
- Gecoördineerde, didactische versie van Boek 4 van het BWLKE (.pdf)
- Ordonnantie van 21 maart 2025
- Ordonnantie van 13 februari 2025
- Ordonnantie van 17 oktober 2024
- Ordonnantie van 7 maart 2024
- Klimaatordonnantie van 17 juni 2021 (.pdf)