U bent hier

Luchtvervuiling en benzinestations

Luchtvervuiling is één van de belangrijkste risico’s bij de uitbating van een benzinestation. De brandstofdampen die vrijkomen als u de benzinetank van uw auto of een opslagtank vult, ruiken slecht en vormen een potentieel gevaar voor het milieu. Ze bevatten immers vluchtige organische stoffen (VOS) die bijdragen tot de vorming van troposferisch ozon en dus een risico inhouden voor de gezondheid van buurtbewoners … en van uw klanten.

Kwalijke geurtjes?

De zeer grote vluchtigheid van benzine verklaart de typische en hinderlijke geur die vrijkomt als u uw benzinetank vult. Die geur verspreidt zich in een grote straal rond uw auto. Als de brandstof minder vluchtig is, zoals bij diesel, zal u vooral last hebben van donkere vlekken op de bodem, wanneer de klanten brandstof hebben gemorst.

Er is nog een bron van geurhinder: het opslaan van brandstof in de ondergrondse opslagtanks van uw benzinestation. Het overpompen brengt een gedeeltelijke verdamping van de brandstof mee. Het gevolg: nog meer onaangename reuk.

Recuperatie van benzinedampen

Hoe kunt u de uitstoot van benzinedampen beperken? Hoe kunt u uw klanten en buren beschermen door te zorgen voor minder onaangename benzinegeuren rond uw station? Een Europese norm, overgenomen in de Brusselse wetgeving, verplicht u tot recuperatie van de benzinedampen die vrijkomen bij het vullen van opslagtanks (fase I van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering (BBHR) van 10 oktober 1996 en van het ministerieel besluit van 24 december 1996). Fase II van de uitvoering van deze maatregelen heeft betrekking op de vermindering van de dampen die vrijkomen bij het vullen van de benzinetanks van auto’s.

De beroepsmensen in de sector spreken over ‘Stage I Vapor Recovery’ voor fase I van de damprecuperatie en van ‘Stage II Vapor Recovery’ voor fase II.

Fase I van de benzinedamprecuperatie

Fase I schrijft voor dat de dampen die vrijkomen bij het bijvullen van de opslagtanks van een benzinestation, terug moeten opgezogen worden door de tankwagen. Tankwagens moeten speciaal worden uitgerust voor deze recuperatie. De benzinedampen worden zo aan de bron teruggewonnen en via een condensatieproces gerecycleerd in de terminal van uw leverancier.

Is dit een efficiënte techniek? Heel zeker: de praktijk wijst uit dat de uitstoot van benzinedampen in de lucht zo bijna volledig tot nul herleid wordt. Natuurlijk op voorwaarde dat alle buizen en koppelingen die de tankwagen met de opslagtanks verbinden volledig luchtdicht zijn.

De uitvoering van deze verplichting stelt over het algemeen geen enkel probleem en vraagt slechts een minimale investering. Neem contact met uw leverancier en laat uw installatie aanpassen. Want vergeet niet dat het besluit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over de uitbatingsvoorwaarden van benzinestations u de verplichting oplegt om een benzinedamp-recuperatiesysteem te installeren op uw opslagtanks. Tenzij het jaarlijkse debiet van uw station minder is dan 100.000 liter.

Belangrijk om te weten

Fase I van het benzinedamp-recuperatiesysteem heeft alleen betrekking op de verdringingsemissies van de opslagtanks. Maar dat is niet de enige vorm. Uw opslagtanks zijn ook gevoelig voor de uitstoot die wordt veroorzaakt door temperatuur- en drukschommelingen, en door de uitstoot die vrijkomt bij de verluchting van de tanks tijdens het leegpompen. Als u de aanpassingen doorvoert die nodig zijn voor fase I, kunt u best meteen een onderdrukventiel plaatsen op de verluchting. Dan verhindert u om het even welke mogelijke uitstoot van gassen.

Fase II van de benzinedamprecuperatie

De maatregelen van fase II betreffen de vulpistolen en hebben tot doel de uitstoot van VOS te beperken tijdens het vullen van benzinetanks van auto’s. Het systeem bestaat uit een vulpistool, een soepele slang, een regelinstrument en een aantal hulpstukken.

Het Brussels Gewest heeft in 1999 een besluit goedgekeurd dat bepaalt dat nieuwe benzinestations alle richtlijnen van fase II moeten toepassen. Is uw station ouder? Dan voorziet de wet in een overgangsperiode van 2 jaar voor niet-gemoderniseerde stations en van 8 jaar voor benzinestations die al werden vernieuwd (d.w.z.: stations met dubbelwandige opslagtanks, een lekdetectiesysteem en, waar nodig, een kathodische bescherming ).

Andere technieken voor de beperking van VOS-uitstoot

Er zijn nog twee andere technieken voor de beperking van verdringingsemissies bij het vullen van een benzinetank: de vergrote koolstofpot voor auto’s (mogelijk ontwikkelingsscenario in fase II) en de vermindering van de vluchtigheid van benzine (opgelegd door de Europese richtlijn 98/40/CE). Deze technieken slaan alleen op benzine en niet op diesel.

Diesel heeft een veel hoger vlampunt. Bovendien is diesel door zijn moleculaire structuur minder vluchtig dan benzine.

Recuperatie en emissievermindering? Uitsluitend voordelen!

De veralgemening van systemen die recuperatie en benzinedampreductie mogelijk maken, vertaalt zich in een veel lagere uitstoot van VOS. Het resultaat? Minder luchtvervuiling en dus ... meer welzijn. Een positieve spiraal die nog een extra impuls zal krijgen als de geprogrammeerde reductie tot 1% van het benzeengehalte in benzine wordt gerealiseerd.

Datum van de update: 05/12/2017