U bent hier

Beheerplan voor het Zoniënwoud

Sinds de ministeriële conferenties van Helsinki in 1993 en van Lissabon in 1998 verbindt Europa zich tot een duurzaam bosbeheer. Omdat ook België beide daaruit voortspruitende verdragen ondertekende, moet onze staat de principes voor duurzaam beheer toepassen op heel zijn grondgebied.

In die context werkte Leefmilieu Brussel voor het Zoniënwoud een beheerplan uit dat de Brusselse Regering in 2003 goedkeurde. Dit beheerplan werd herzien en aangepast en in juni 2019 door de regering na openbaar onderzoek goedgekeurd. Dit nieuw plan vertaalt de grote werklijnen die de bosbeheerders de komende 24 jaar zouden moeten volgen. Het beheerplan omvat maatregelen in het kader van de intergewestelijke structuurvisie voor het Zoniënwoud, het stelt beheermaatregelen in het licht van de klimaatverandering voor en acties in verband met het Natura2000 statuut van het woud.  

De belangrijkste doelstelling is om van het Zoniënwoud een recreatief hoogstaande groene ruimte te maken rekening houdende met zijn ecologische (natuurbehouds-) en landschappelijke waarden.

De beheerprincipes

Om dit streefdoel te bereiken, werden enkele algemene principes uitgetekend:

  • de biodiversiteit van het bos versterken;
  • bepaalde specifieke milieus in stand houden en zelfs verbeteren(zoals geleidelijke bosranden)  ;
  • de beukenkathedraal op 20% van het grondgebied van het woud bewaren;
  • het creëren  van een kathedraalbosbeeld op basis van wintereik op 10% van het bosoppervlak;
  • een grote landschapskwaliteit verzekeren ( behoud en beheer van merkwaardige bomen, drevenherstel;
  • het historisch-cultureel erfgoed tot zijn recht laten komen;
  • het woud proper houden;
  • het publiek goed onthalen (toegankelijkheid, veiligheid…);
  • tegemoetkomen aan de veelvuldige vragen van het publiek op het vlak van recreatie en ervoor zorgen dat de verschillende vrijetijdsactiviteiten harmonieus naast elkaar kunnen bestaan;
  • elke praktijk inperken die een negatieve impact heeft op het woud;
  • het publiek informeren over en sensibiliseren voor de natuur en duurzaam beheer;
  • de natuurlijke waterbronnen beschermen (nieuwe moeraszones aanleggen, de bronnen beschermen en de kwaliteit van het grondwater verzekeren);
  • zorgen voor een natuurlijke verjonging van het bosareaal.

Hoe moet het beheerplan de biodiversiteit van het bos versterken?

Bescherming

Om de biodiversiteit te beschermen, moeten bepaalde milieus met zeldzame, kwetsbare of gevoelige habitats bijzondere aandacht krijgen. Zo werden in het Zoniënwoud 5 natuurreservaten, 2 bosreservaten en 2 archeologische reservaten afgebakend. Daarnaast zorgen beschermde zones met een beperkt gebruik (verkeer beperkt tot de wegen) ervoor dat het beschermde gebied wordt versterkt. Het Natura 2000-netwerk maakt integraal deel uit van deze bescherming evenals het integraal bosreservaat Grippensdelle dat behoort tot het serieel Unescowerelderfgoed “Oude en primaire beukenbossen van de Karpaten en andere regio’s in Europa”!  Al deze statuten erkennen de onschatbare waarde van het Zoniënwoud.

Ontwikkeling

Om de ontwikkeling en het behoud van de biodiversiteit in het Zoniënwoud te bevorderen, voorziet het beheerplan verschillende maatregelen:

  • een betere bescherming, ontwikkeling en creatie van open plekken in of aan de rand van het bosmassief: open plekken in valleitjes, bosranden en tijdelijke open plekken die belangrijk zijn voor planten- en diersoorten die goed gedijen in deze open, meer aan de zon blootgestelde milieus;
  • de verjonging van de oudste delen van het woud, met behoud van een deel van de oude bomen die veel insecten, holenbroeders en paddenstoelen huisvesten. Het ouder wordende bos verjongt zich vaak spontaan, en zo verbetert natuurlijke karakter;
  • harde overgangen binnenin de bosopstanden en in contact met andere habitats (open plekken) worden verzacht: veel soorten profiteren hiervan. Bosranden en menging van boom- en struiksoorten komen de diversiteit ten goede;
  • het intern en extern ecologisch netwerk moet verbeteren. De verschillende bosreservaten, de open plekken en de overgangsmilieus zijn kernen van biodiversiteit waarin populaties zich kunnen versterken. Om leefbare populaties in stand te houden is uitbreiding en migratie van soorten tussen deze hotspots binnenin het woud en naar boskernen en ecologische hotspots zoals Meerdaalwoud en Hallerbos noodzakelijk.

Het onthaal van de bosbezoeker

De onthaalstrategie is herbekeken. De onthaalpoorten worden zodanig ingericht om te voldoen aan de verwachtingen van het publiek (speelzones, horeca,…). In het Brusselse gedeelte worden twee onthaalpoorten ingericht (drie in het Vlaamse en één in het Waalse gedeelte van het Zoniënwoud): Rood Klooster en de renbaan van Bosvoorde. De recreatieve infrastructuur zal dieper in het woud beperkt worden tot een strikt minimum om de rust voor de fauna daar zoveel mogelijk te vrijwaren zodat deze zich in stand kan houden in een aan een grote recreatiedruk blootgesteld bosmassief. Een recreatief netwerk zal ontwikkeld worden om de bosbezoeker de mogelijkheid te bieden om de verschillende onthaalpoorten te verbinden.

Datum van de update: 17/11/2020