Een koolstofneutraal verwarmings- en koelingsnetwerk van de vijfde generatie opzetten
Hoeveel effectiever is een CNHCN van de vijfde generatie?
In de afgelopen 150 jaar is de stadsverwarmingstechnologie aanzienlijk veranderd, generatie na generatie. Van stoom onder druk van meer dan 100 °C zijn we geëvolueerd naar het gebruik van afvalwarmte (bijvoorbeeld van verbrandingsovens) tussen 100 en 70 °C. Er is al een verwarmings- en koelingsnetwerk van de derde generatie opgezet in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in Neder-Over-Hembeek. Dat netwerk gebruikt afvalwarmte van een verbrandingsoven om de Koninklijke Serres, het winkelcentrum Docks en het Koninklijk Paleis van Brussel te verwarmen. Via een uitbreiding kunnen binnenkort ook openbare infrastructuren worden verwarmd (sociale woningen, bejaardentehuizen, zwembaden, crèches, scholen).
In de loop der jaren is de temperatuur die nodig is voor warmtenetten gedaald, onder meer doordat onze gebouwen steeds beter geïsoleerd zijn en de binnentemperaturen vandaag lager liggen. Tegelijkertijd zijn er oplossingen ontwikkeld om middelen te optimaliseren, te vermenigvuldigen en efficiënter te maken. Vanaf de vierde generatie werden hernieuwbare energiebronnen gebruikt om een vloeistof te leveren die in de netwerken circuleert bij een temperatuur tussen 20 en 50 °C. De vijfde generatie gaat nog verder door nieuwe, aanvullende mogelijkheden te bieden, waarbij verschillende bronnen en verschillende gebruikers worden gecombineerd in een gedecentraliseerd distributiesysteem dat in twee richtingen werkt. Het systeem gebruikt uiteenlopende energiebronnen (riothermie, geothermie, aquathermie enz.) om een circulerende vloeistof te leveren met een temperatuur tussen 10 en 25 °C. Als de temperatuur naar omhoog moet, springen warmtepompen bij. Het systeem kan dan warmte en koude leveren volgens de behoeften van de gebruikers.
Goed om te weten
Be.SHARE zal experimenteren met een CNHCN van de vijfde generatie, dat toegang biedt tot energie buiten de percelen van de gebruikers. Dat kan dankzij twee verwarmingslussen die verwarming en koeling balanceren tussen eindgebruikers met complementaire energiebehoeften, om zo de totale energiecapaciteit te optimaliseren en de lokale solidariteit te verbeteren. Daarbij zullen lokale hernieuwbare energiebronnen worden gecombineerd: geothermie en riothermie.
Be.SHARE, CNHCN van de vijfde generatie: innovatief in én voor het publieke domein
De innovatie van het Be.SHARE-project ligt niet zozeer in het CNHCN van de vijfde generatie zelf, dat als technologie al in gebruik is. Wel in het feit dat dit netwerk koolstofarme bronnen uit het publieke domein zal inzetten en ervoor zal zorgen dat de eindgebruikers, met name die uit de sociale woningbouw, centraal staan in het besluitvormingsproces.
Het doel is om aan te tonen dat een verwarmingsnetwerk met lage temperatuur, gevoed door koolstofneutrale bronnen uit het publieke domein, de energiebehoeften en -prestaties in gebieden met gemengd gebruik in balans kan brengen. Maar ook dat aanvullende acties waarbij burgers worden betrokken bij hun energieverbruik en daar op die manier meer inzicht in krijgen essentieel zijn om het uiteindelijke verbruik te verminderen.
Het project als leerlaboratorium
Be.SHARE zal grotendeels een technologisch project zijn in het teken van het technische en engineeringontwerp van een CNHCN dat gebruikmaakt van geothermische en riothermische energie. Maar de volledige uitrol van het CNHCN omvat juridische (juridische en commerciële overeenkomsten om toegang te krijgen tot publieke middelen en die te distribueren), economische (bedrijfsmodel en prijsstelling), bestuurlijke (rollen en taken van de verschillende belanghebbenden) en sociale aspecten (gekoppeld aan de eindgebruikers, met name die uit de sociale woningbouw).
Elk element van de oplossing houdt verband met de andere elementen. De technologische oplossing kan bijvoorbeeld niet worden uitgevoerd zonder vergunningen en overeenkomsten, en evenmin zonder een levensvatbaar economisch model, dat wordt ondersteund en verduidelijkt door het partnerschap en met deelname van de eindgebruikers. Als dusdanig zal het project een voorbeeld stellen door een benchmark te bieden voor de toekomstige ontwikkeling van dergelijke projecten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daarbuiten. Binnenkort volgen meer details!