Internationale klimaatfinanciering
- Klimaat
- Project
- Financiering
- Verplichtingen
Ingewikkelde tabellen
Voor uw leesgemak raden wij u aan deze pagina op uw computer te raadplegen
Sinds 1992 hebben 196 landen - waaronder België - zich aangesloten bij de Kaderovereenkomst van de Verenigde Naties inzake KlimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. (UNFCCC) om samen te werken aan de strijd tegen de opwarming van de aarde. Dit verdrag erkent dat ontwikkelde landen een bijzondere verantwoordelijkheid hebben: ze moeten financiële hulp bieden aan ontwikkelingslanden om hen te helpen maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering door middel van bilaterale bijdragen of multilaterale fondsen.
1. Internationale mobilisering, een collectief engagement
Op internationaal niveau
In 2009, tijdens de COP15 in Kopenhagen, beloofden de ontwikkelde landen vanaf 2020 jaarlijks 100 miljard dollar te mobiliseren om klimaatactie te financieren in de landen die het meest getroffen worden door de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.. Dit engagement werd bevestigd door het Akkoord van Parijs in 2015, dat ook voorziet in een verhoging van de doelstelling na 2025.
In 2024 werd tijdens de COP29 in Bakoe een nieuwe doelstelling aangenomen: tegen 2035 minstens 1 300 miljard dollar per jaar mobiliseren, waarvan 300 miljard in overheidsfinanciering. Dit nieuwe kader vervangt en verdrievoudigt de vorige doelstelling.
Nuttige links
Voor meer informatie over internationale klimaatonderhandelingen kunt u terecht op de federale website over klimaatverandering.
Op Belgisch niveau
Als ontwikkeld land en ondertekenaar van het UNFCCC en het Akkoord van Parijs neemt België deel aan de internationale klimaatfinanciering. Een samenwerkingsakkoord verdeelt dit engagement tussen de federale staat en de gewesten.
In 2021 werden in een intra-Belgische overeenkomst (burden sharing) de minimumbedragen voor de periode 2021-2024 vastgesteld:
- federale overheid: 400 miljoen euro
- Vlaams Gewest: 68 miljoen euro
- Waals Gewest: 52 miljoen euro
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 11,5 miljoen euro
Het engagement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Om dit engagement na te komen, heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het Brussels Wetboek van Lucht-, Klimaat- en Energiebeheer (BWLKE) een verplichting opgenomen om nieuwe inkomsten uit het Klimaatfonds te gebruiken om klimaatacties in ontwikkelingslanden te financieren.
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is zijn engagement nagekomen door 11,5 miljoen euro toe te wijzen aan de internationale klimaatfinanciering voor de periode 2021-2024.
Elk jaar stuurt België de Europese Commissie rapporten met de bedragen die gemobiliseerd werden voor internationale klimaatfinanciering. Ze zijn online toegankelijk en geven een gedetailleerd overzicht van de bijdragen van elke entiteit, inclusief die van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
2. De internationale klimaatfinanciering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft een dubbele aanpak om bij te dragen tot de internationale klimaatfinanciering:
- De steun aan multilaterale fondsen: het Groen Klimaatfonds en het Aanpassingsfonds.
- De financiering van bilaterale projecten met lokale partners of internationale organisaties.
Leefmilieu Brussel is de administratie die verantwoordelijk is voor de uitvoering van deze strategie.
De multilaterale financieringen
De bedragen die zijn opgenomen in de onderstaande tabel betreffen de financiële bijdragen die door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden betaald in de vorm van giften:
|
Jaar |
Groen Klimaatfonds |
Aanpassingsfonds |
|---|---|---|
|
2021 |
/ |
€2.250.000 |
|
2022 |
/ |
/ |
| 2023 | / | €2.635.374 |
| 2024 | / | €2.633.509 |
| 2025 | / | €2.867.207 |
- Het Aanpassingsfonds werd in 2001 opgericht in het kader van het Protocol van Kyoto en financiert aanpassingsprojecten in de meest kwetsbare ontwikkelingslanden.
- Het Groen Klimaatfonds, dat werd gelanceerd na de COP15 van Kopenhagen (2009), richt zich zowel mitigatieprojecten als aanpassingsprojecten aan de gevolgen van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. in de ontwikkelingslanden. Het Fonds heeft als doel de operationele tak te worden van de internationale klimaatfinanciering.
De bilaterale financieringen
In het kader van zijn bilaterale betrekkingen heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomsten gesloten met:
- lokale overheden in partnerlanden;
- of met Belgische of internationale organisaties die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van projecten voor de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering.
Deze steun wordt verleend in de vorm van donaties of subsidies, met name via oproepen tot het indienen van projecten.
Overeenkomst tussen Enabel en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Na een eerste samenwerking met het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel (2016-2020, met een bijdrage van 2.519.186 euro) heeft het Gewest dit partnerschap verlengd voor 2023-2028, met een bijdrage van 4.150.000 euro.
Deze overeenkomsten zijn gebaseerd op een innovatief ‘top-up’- mechanisme: in plaats van nieuwe programma's te creëren, financiert het Gewest de integratie van een specifieke klimaatcomponent (mitigatie of aanpassing) in bestaande samenwerkingsprojecten. Deze aanpak maakt het mogelijk om gebruik te maken van bestaande operationele structuren, de implementatie te versnellen en het gebruik van middelen te optimaliseren.
De strategische pijlers van het verdrag
De projecten die gefinancierd worden in het kader van dit verdrag weerspiegelen de specifieke prioriteiten van het internationale klimaatbeleid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest:
- Prioriteit voor aanpassing: concrete versterking van de capaciteit van kwetsbare gemeenschappen om het hoofd te bieden aan klimaatcrisissen (overstromingen, droogteDroogte is een natuurlijk fenomeen waarbij de beschikbaarheid van water afneemt als gevolg van een gebrek aan neerslag, wat op termijn tot een watertekort kan leiden. Dit moet niet worden verward met een ‘hittegolf’ of ‘hitteperiode’, ook al hebben deze wel degelijk invloed op de beschikbaarheid van water (toename van de watervraag)., hittegolven).
- Stedelijke focus: het versterken van de veerkracht van steden door te focussen op de bouw van veerkrachtige en duurzame infrastructuren in stedelijke en randstedelijke gebieden.
- Geïntegreerde aanpak: naast het terugdringen van broeikasgassen betekent dit het behoud van biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora)., het duurzaam beheer van water en bodem en de verbetering van de luchtkwaliteit.
- Sociale inclusie: verbetering van de levensomstandigheden met bijzondere aandacht voor de inclusie van vrouwen, kinderen en de meest kwetsbare groepen.
| Project | Indicatief bedrag in € | Duur |
|---|---|---|
|
Rwanda - veerkrachtige verstedelijking Een duurzame en veerkrachtige stadsontwikkeling promoten via op de natuur gebaseerde oplossingen om het aanpassingsvermogen tegenover de gevolgen van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. te vergroten en het beheer van de watervoorraden en overstromingen in de secundaire steden te verbeteren. |
2.000.000 | 2023-2026 |
|
Palestina - efficiënte verstedelijking Klimaatbestendige openbare ruimten aanleggen die nodig zijn om duurzame en inclusieve steden te ontwerpen en de levensomstandigheden van de inwoners ervan te verbeteren. |
1.000.000 | 2023-2026 |
|
Mozambique - klimaatbestendige infrastructuur Oplossingen voor watervoorziening ontwikkelen en implementeren die zijn aangepast aan de lokale context en die bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. |
1.000.000 | 2023-2026 |