Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Burgers
  • Professionals
  • Onderwijs
  • Blog Burgers
  • Blog Professionals
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
  1. Home
  2. Regelgeving en inspectie / Verplichtingen en vergunningen
  3. Afvalwaterbeheer

Afvalwaterbeheer 

Woon- en kantoorgebouwen, eengezinswoningen, bedrijven, scholen, ziekenhuizen ... allemaal hebben ze water nodig. Dit water wordt geleverd via het openbaar distributienet of via oppervlaktewater , grondwater of regenwater, of het is water van het secundaire circuit, dat wordt gezuiverd en vervolgens opnieuw in circuit gebracht.
Het wordt gebruikt en er ontstaat afvalwater dat geloosd wordt.
  • Inspectie
  • Water
  • Milieuvergunning
  • Verplichtingen
  • Afvalwater
7 april 2026

Over hetzelfde onderwerp

Regelgeving en inspectie

  • Zwembaden en andere baden
  • Het regenwater beheren
  • Nieuwe of bestaande verwarmingsketels

In actie voor het leefmilieu

  • Water duurzaam beheren in alle fasen van de watercyclus
  • Wat gebeurt er met ons afvalwater?

Diensten en aanvragen

  • Een watergerelateerd probleem melden
  • Lichtvervuiling melden
  • Een probleem met een hoogspanningscabine melden

Regionaal beleid

  • Brusselse Commissie voor dierproeven
  • Waterlopen en verontreiniging
  • Horeca en nachtclubs: de klachten zijn stabiel

Documentatie en tools

  • Afvalwater: zuivering
  • Slib en sedimenten

Inhoud

  • Welke soorten afvalwater zijn er?
  • Wat zegt de wetgeving?
  • Waar moet afvalwater geloosd worden?
  • Algemene normen
  • Sectoriële normen

Ingewikkelde tabellen

Voor uw leesgemak raden wij u aan deze pagina op uw computer te raadplegen

Welke soorten afvalwater zijn er?

Er bestaan drie soorten afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is.:

  • Huishoudelijk afvalwater
    Dit afvalwater is afkomstig van huishoudens of bedrijven met een vergelijkbare samenstelling en omvat alleen:
    • water uit sanitaire installaties;
    • water afkomstig van keukens;
    • water afkomstig van het schoonmaken van gebouwen: woningen, kantoren, theaters, kazernes, kampeerterreinen, gevangenissen, onderwijsinstellingen met of zonder internaat, zwembaden, hotels, restaurants, cafés, kapsalons;
    • water dat wordt gebruikt om de was te doen in huishoudens of in wassalons die uitsluitend door klanten worden gebruikt.
  • Niet-huishoudelijk afvalwater
    Deze groep omvat al het water dat geen huishoudelijk afvalwater is.
  • Koelwater
    Dit is water dat in bedrijven gebruikt wordt voor koeling in open kringloop en dat niet in contact komt met het te koelen materiaal of met het afvalwater van het bedrijf.

Wat zegt de wetgeving?

Normen

De wetgeving maakt onderscheid tussen drie soorten normen op het lozen van afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is.:

  • Algemene normen voor huishoudelijk afvalwater, niet-huishoudelijk afvalwater en koelwater die voor iedereen gelden.
  • Sectoriële normen voor niet-huishoudelijk afvalwater dat wordt geproduceerd door bepaalde industriële sectoren, zoals industriële wasserijen, voedingsbedrijven, laboratoria enz.
  • Bijzondere normen die kunnen opgelegd worden voor niet-huishoudelijk afvalwater dat door bepaalde bedrijven wordt geproduceerd en dit in functie van de plaatselijke omstandigheden.

In de milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning worden de lozingsvoorwaarden vastgelegd die gelden afhankelijk van het soort afvalwater en de plaats van lozing.

Controle op de normen

Alle analyses van afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. moeten worden uitgevoerd door een erkend laboratorium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Die analyse kan worden opgelegd door de bevoegde overheid of uitgevoerd als onderdeel van de controles op de naleving van de normen. Ondernemers kunnen ook op eigen initiatief beslissen om hun afvalwater te laten analyseren. In dat geval moeten ook zij een beroep doen op een erkend laboratorium.

Scheiding van afvalwater en regenwater

Voor nieuwe installaties en projecten moet een systeem voor gescheiden afvoer van afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. en regenwater worden geïnstalleerd.

Die twee netten kunnen eventueel op elkaar aangesloten worden indien de meetput voor afvalwater vóór het verbindingspunt ligt.

Specifieke meetput per type afvalwater

In alle nieuwe installaties wordt niet-huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. verplicht naar een meetput geleid voordat het in de riolering of in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). wordt geloosd.

Een koolwaterstofafscheider of een bezinkselafscheider kunnen beschouwd worden als een meetput.

  • Meetputten moeten:
    • groot genoeg zijn voor staalname en
    • geplaatst zijn vóór het punt waar het niet-huishoudelijk afvalwater vermengd wordt met het huishoudelijk afvalwater.

Veel bestaande bedrijven hebben geen specifieke meetput per soort afvalwater.

Heel vaak wordt het niet-huishoudelijk afvalwater dat een bestaand bedrijf produceert vermengd met het regenwater en met het huishoudelijk afvalwater van dat bedrijf. In dat geval wordt al het afvalwater beschouwd als niet-huishoudelijk afvalwater.

Wat altijd verboden is

Loos nooit mechanisch gemalen vaste afvalstoffen of water dat dergelijke stoffen bevat:

  • in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...).,
  • noch in de openbare riolering,
  • noch in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater, bijvoorbeeld een goot, open greppel, enz.

Waar moet afvalwater geloosd worden?

De manieren om afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. te lozen zijn:

  • in de openbare riolering
  • in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...).
  • door verspreiding in de bodem

Afvalwater bij voorkeur lozen in openbare riolen

AfvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. moet bij voorkeur geloosd worden in de openbare riolering. Daarna gaat het naar een verzamelriool en vervolgens naar een van de twee zuiveringsstations van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die het effluent in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). lozen. Soms moet afvalwater gezuiverd worden voordat het in de riolering wordt geloosd. Bijvoorbeeld afvalwater van een bedrijf dat metalen oppervlakken behandelt.

Afvalwater lozen in oppervlaktewater

Wanneer er geen riolering in de buurt is of wanneer is aangetoond dat aansluiting op een riolering technisch of economisch niet haalbaar is, wordt het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. geloosd in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...).. Het afvalwater moet dan gezuiverd worden voordat het wordt geloosd.

  • Instaleer voor de behandeling van huishoudelijk afvalwater een Individuele Behandelingsinstallatie voor Afvalwater (IBA) in plaats van een septische put. IBA’s hebben immers een zuiveringsrendement van 80 tot 90%. Bij septische putten is dat slechts 30%.
    Bestaande septische putten mogen behouden blijven als ze goed worden onderhouden. In nieuwe projecten zijn septische putten verboden.
  • Voor niet-huishoudelijk afvalwater moet u een industrieel waterzuiveringsstationInstallatie waar vervuild water weer zuiver wordt gemaakt. plaatsen, dat garandeert dat aan de lozingsnormen wordt voldaan.

Afvalwater lozen door verspreiding in de bodem

Als er geen riolering of oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). in de buurt is, mag het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. in de bodem verspreid worden. In dat geval moet het afvalwater gezuiverd worden voordat het wordt verspreid.

  • Opteer liever voor een horizontaal verspreidingssysteem met draineerbuizen, infiltratiebekken ... dan voor een zinkput.
    Door oppervlakteverspreiding kan de bodem een aanvullende zuiverende rol spelen en zo de verplaatsing van resterende verontreinigende stoffen naar de diepere lagen beperken.
    Een bestaande zinkput is toegestaan op voorwaarde dat het afvalwater eerst wordt behandeld.

Algemene normen

Huishoudelijk afvalwater 

Huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. dat in de riolering wordt geloosd, moet aan de volgende normen voldoen:

Verboden in de riolering

  • textielvezels,
  • kunststof verpakkingen,
  • organisch of anorganisch huishoudelijk afval,
  • minerale olie, gebruikte olie,  
  • ontvlambare producten, vluchtige oplosmiddelen, verf, geconcentreerde zuren of basen zoals zoutzuur, bijtende soda enz.
  • elke ander stof die het rioolwater giftig of gevaarlijk kan maken,
  • stoffen die met petroleumether geëxtraheerd kunnen worden met een concentratie > 500 mg/l, namelijk solventenEen vloeibare stof die wordt gebruikt voor het oplossen of verdunnen van andere stoffen zonder die chemisch te wijzigen. Ze worden in heel uiteenlopende processen gebruikt, bijvoorbeeld om te ontvetten, in verf en inkt, bij de schoonmaak... ,benzine, diesel, stookolie enz.

Huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. dat in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). wordt geloosd of door verspreiding in de bodem wordt afgevoerd moet aan de volgende normen voldoen:

ziekteverwekkende organismen

het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn

pH

Tussen 6,5 en 9

biologisch zuurstofverbruik (BZV)

≤ 15 mg/l voor lozingen in het Kanaal en andere zandBodemdeeltjes die groter zijn dan 0,05 mm , kleine bodemdeeltjes

≤ 0,5 mg/l tijdens een statische bezinking van 2 uur

zwevende stoffen = ZS
Alle met het blote oog waarneembare onoplosbare vaste stoffen stof, modder - die in suspensie in een vloeistof aanwezig zijn.
Hoe meer het water zulke stoffen bevat, hoe troebeler het is.Troebel water is ondoorzichtig water.

≤ 60 mg/l

niet-polaire koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen.

≤ 3 mg/l

olie, vet of andere drijvende stoffen

Geen drijflaagDe drijflaag wordt gevormd door een bepaalde hoeveelheid onoplosbare verontreinigde stoffen die boven het bovenste niveau van de grondwaterlaag drijft. Een drijflaag kan gevormd worden door minerale olie (diesel, stookolie, benzine, kerosine) of door aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen en naftaleen).

gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in deze lijst

verboden

Niet-huishoudelijk afvalwater

Niet-huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. dat in de openbare riolering wordt geloosd, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

pH

Tussen 6 en 9,5

temperatuur

≤ 45° C

grootte van de zwevende stoffen

≤ 1 cm

gehalte aan zwevende stoffen

1 g/l

stoffen die extraheerbaar zijn met petroleumether

< 0,5 g/l

geen gassen

  • geen opgeloste, ontvlambare of ontplofbare gassen of producten die de afscheiding van dergelijke gassen kunnen teweegbrengen
  • geen dampen die schadelijk kunnen zijn voor het milieu.

geen stoffen

die:

  • gevaar kunnen inhouden voor het onderhoudspersoneel van riolen en zuiveringsstations;
  • leidingen kunnen beschadigen of verstoppen;
  • het oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). waarin de openbare riolering geloosd wordt kunnen verontreinigen;
  • door hun structuur de werking van pomp- en zuiveringsstations kan hinderen.

Niet-huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. dat in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). wordt geloosd of door verspreiding wordt afgevoerd, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

ziekteverwekkende organismen

het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn

pH

tussen 6,5 en 9

Biologisch zuurstofverbruik = BZV

≤ 15 mg/l voor lozingen in het Kanaal en andere oppervlaktewaterenEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...).,

≤ 30 mg/l voor lozing in de volgende rivieren: Zenne, Woluwe, Roodkloosterbeek, Hollebeek/Leibeek, Molenbeek, Maalbeek, Neerpedebeek, Broekbeek, Linkebeek, Verrewinkelbeek

≤ 50 mg/l als het gaat om afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. afkomstig van gebouwen die uitsluitend als woning worden gebruikt en waar minder dan 20 personen zijn gehuisvest

bezinkbare stoffen: zandBodemdeeltjes die groter zijn dan 0,05 mm, kleine bodemdeeltjes

≤ 0,5 mg/l tijdens een statische bezinking van 2 uur

zwevende stoffen = ZS
Alle met het blote oog waarneembare onoplosbare vaste stoffen - stof, modder - die in suspensie in een vloeistof aanwezig zijn.
Hoe meer het water ervan bevat, hoe troebeler het is.Troebel water is ondoorzichtig water.

 

≤ 60 mg/l

niet-polaire koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen.

≤ 5 mg/l

oppervlakteactieve stoffen

≤ 3 mg/l

temperatuur

< 30° C

olie, vet of andere drijvende stoffen

geen drijflaagDe drijflaag wordt gevormd door een bepaalde hoeveelheid onoplosbare verontreinigde stoffen die boven het bovenste niveau van de grondwaterlaag drijft. Een drijflaag kan gevormd worden door minerale olie (diesel, stookolie, benzine, kerosine) of door aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen en naftaleen).

gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in deze lijst

verboden

Koelwater

In het kader van rationeel watergebruik en om oppervlaktewaterenEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). te beschermen, moet koelen in open circuit zo veel mogelijk vermeden, zeker als er drinkwater (dit is hoogkwalitatief water) voor gebruikt wordt. Het lozen van koelwater is dus geen BBT (best beschikbare technologie). Ga altijd eerst alternatieve vormen van koeling na (bijvoorbeeld koelen in gesloten circuit, luchtkoeling, …), vooraleer koeling in open circuit toe te passen in uw onderneming.

Elk project zal individueel worden geanalyseerd. Als blijkt dat er geen alternatieven beschikbaar zijn, dan kan de lozing van kleine hoeveelheden koelwater in de riolering toegelaten op voorwaarde dat de algemene lozingsnormen voor niet-huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. gerespecteerd worden.

Voor lozing in oppervlaktewaterEr wordt gewoonlijk een onderscheid gemaakt tussen zeewater en binnenwater, wat op zijn beurt in oppervlaktewater en grondwater wordt onderverdeeld. Het oppervlaktewater wijst op het water dat op de oppervlakte van de aarde afvloeit of stagneert en bevat het water van de meren, rivieren en waterpartijen (vijver, kunstmatige bekkens, poelen, ...). is er, naast de milieuvergunningDe milieuvergunning, voorheen 'commodo-incommodo'- exploitatievergunning genoemd, is een document met de technische voorschriften die de exploitant van een installatie (bv. tankstation, drukkerij, stomerij, enz.) moet naleven. De door de administratie vastgelegde voorwaarden zijn bedoeld om de bescherming te waarborgen tegen de gevaren, hinder of ongemakken die een installatie of activiteit direct of indirect kan veroorzaken voor het milieu, de gezondheid of de veiligheid van de bevolking, met inbegrip van personen die zich binnen de grenzen van een installatie bevinden zonder daar als werknemer te kunnen worden beschermd. Meer informatie over de milieuvergunning, ook een vergunning van de beheerder van de waterloop nodig. De algemene lozingsnormen voor koelwater in oppervlaktewater zijn de volgende:

ziekteverwekkende organismen

het water ontsmetten alvorens het te lozen indien er ziekteverwekkende organismen in gevaarlijke hoeveelheden in aanwezig zijn

pH

tussen 6,5 en 8,5

geloosd CZV - opgevangen CZV

(CZV =chemisch zuurstofverbruik)

< 30 mg/l

opgeloste zuurstof

≥ 4 mg/l

temperatuur

≤ 30° C

olie, vet of andere drijvende stoffen

geen drijflaagDe drijflaag wordt gevormd door een bepaalde hoeveelheid onoplosbare verontreinigde stoffen die boven het bovenste niveau van de grondwaterlaag drijft. Een drijflaag kan gevormd worden door minerale olie (diesel, stookolie, benzine, kerosine) of door aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen en naftaleen).

gevaarlijke stoffen die zijn opgenomen in deze lijst

verboden

Sectoriële normen

Voor bepaalde industriële sectoren bestaan er naast de algemene normen voor de lozing van niet-huishoudelijk afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is. ook sectoriële normen.

De sectoriële normen van de sectoren die aanwezig zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunt u hier raadplegen:

Laboratoria

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
Chemisch zuurstofverbruik (CZV) < 2000 mg/l
Geleidingsvermogen * 5000 µS/cm
Niet-polaire koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen. (C2Cl4-extraheerbaar) < 50 mg/l
Cadmium < 0,010 mg Cd/l
Kwik < 0,002 mg Hg/l
Chroom < 0,5 mg Cr/l
Koper < 0,5 mg Cu/l
Lood < 0,5 mg Pb/l
Nikkel < 0,5 mg Ni/l
Zink < 3 mg Zn/l
Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,2 mg/l
Extraheerbare organohalogeenverbindingen EOX < 0,1 mg Clorg/l

* Indien er tijdens de monsterneming een waterverzachter geregenereerd wordt, dan is de geleidbaarheidsnorm niet van toepassing.

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene normen:  
Chemische zuurstofvraag (CZV) < 120 mg/l
In afwijking op de algemene lozingsnormen:  

Totaal N

< 2.000 IE* : geen criterium
2.000 ≤ IE < 4.000 IE: < 20 mg/l
≥ 4.000 IE: < 15 mg/l

Totaal P

< 2.000 IE : geen criterium
2.000 ≤ IE < 100.000 IE: < 2 mg/l
≥ 100.000 IE: < 1 mg/l

Cadmium < 0,010 mg Cd/l
Kwik < 0,002 mg Hg/l
Chroom < 0,5 mg Cr/l
Koper < 0,5 mg Cu/l
Lood < 0,5 mg Pb/l
Nikkel < 0,5 mg Ni/l
Zink < 3 mg Zn/l
Monoaromatische koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen.

BTEX < 0,1 mg/l
(som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)

Adsorbeerbare organohalogeenverbindingen AOX < 1 mg/l
Extraheerbare organohalogeenverbindingen EOX < 0,1 mg Clorg/l

*Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is., die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstationInstallatie waar vervuild water weer zuiver wordt gemaakt. uit te drukken.

Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Laboratoria ».

Wasserijen

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
Cadmium < 0,001 mg Cd/l
Kwik < 0,002 mg Hg/l
Chroom < 0,5 mg Cr/l
Koper < 0,5 mg Cu/l
Lood < 0,5 mg Pb/l
Nikkel < 0,5 mg Ni/l
Zink < 2 mg Zn/l
Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 5 mg/l
Zilver < 1 mg/l
In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
Zuurtegraad 6 < pH < 10,5
Gehalte zwevende stoffen < 600 mg/l

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) 25 mg/l
Chemische zuurstofvraag (CZV) < 125 mg/l

Totaal N

< 2.000 IE*: geen criterium
2.000 ≤ IE < 4.000: < 20 mg/l
≥ 4.000 IE: < 15 mg/l

Totaal P

< 2.000 IE*: geen criterium
2.000 ≤ IE < 100.000: < 2 mg/l
≥ 100.000 IE: < 1 mg/l

Cadmium < 0,001 mg Cd/l
Kwik < 0,002 mg Hg/l
Chroom < 0,5 mg Cr/l
Koper < 0,5 mg Cu/l
Lood < 0,5 mg Pb/l
Nikkel < 0,5 mg Ni/l
Zink < 2 mg Zn/l
Vluchtige of absorbeerbare organohalogeenverbindingen

VOX < 0,1 mg/l of
A0X < 2 mg/l

Zilver < 0,1 mg/l

*Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is., die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstationInstallatie waar vervuild water weer zuiver wordt gemaakt. uit te drukken.

Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Wasserij/ Wassalon ».

Vlees- en visverwerkers

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen: idem algemene lozingsvoorwaarden

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene lozingsnormen:
Chemische zuurstofvraag (CZV)

lozingsdebiet < 25 m³/dag: < 200 mg/l
lozingsdebiet > 25 m³/dag:  < 125 mg/l

In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV)

lozingsdebiet < 25 m³/dag: < 50 mg/l
lozingsdebiet > 25 m³/dag: < 25 mg/l 

Totaal N

< 2.000 IE*: geen criterium
2.000 ≤ IE < 4.000: < 20 mg/l
≥ 4.000 IE: < 15 mg/l

Totaal P

< 2.000 IE*: geen criterium
2.000 ≤ IE < 100.000: < 2 mg/l
≥ 100.000 IE: < 1 mg/l

Stoffen extraheerbaar met petroleumether

lozingsdebiet < 50 m³/dag: < 500 mg/l
lozingsdebiet > 50 m³/dag: < 150 mg/l

Absorbeerbare organohalogeenverbindingen AOX < 0,1 mg/l

*Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is., die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstationInstallatie waar vervuild water weer zuiver wordt gemaakt. uit te drukken.

Raadpleeg voor meer informatie de ondernemersgids « Werkplaats voor de bereiding van levensmiddelen ».

Bierbrouwerijen – Mouterijen – Drankconditioneringsbedrijven en bottelarijen

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene lozingsnormen:  
Gerst-en moutafval, mout-en hopdraf, gist, kiezelguhr en andere filtreermiddelen, resten van etikettering, capsulering, glas en andere verpakkingsmiddelen Lozing verboden
In afwijking op de algemene lozingsnormen :  
Zuurtegraad 6 < pH < 10,5

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene lozingsnormen:  
Gerst-en moutafval, mout-en hopdraf, gist, kiezelguhr en andere filtreermiddelen, resten van etikettering, capsulering, glas en andere verpakkingsmiddelen Lozing verboden
Chemische zuurstofvraag (CZV) 200 mg/l
In afwijking op de algemene lozingsnormen :  
Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) < 25 mg/l 

Grafische industrie (voor Offset – Flexografie – Zeefdruk)

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
Cadmium < 0,1 mg Cd/l
Chroom < 1 mg Cr/l
Chroom VI < 0,2 mg Cr/l
Koper < 1 mg Cu/l
Lood < 1 mg Pb/l
Nikkel < 1 mg Ni/l
Zink < 3 mg Zn/l
Zilver < 1 mg Ag/l
Monoaromatische koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen.

BTEX < 1 mg/l
(som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)

Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene normen:
Chemische zuurstofvraag (CZV) < 120 mg/l
In afwijking op de algemene lozingsnormen:

 

Totaal N

< 2.000 IE* : geen criterium
2.000 ≤ IE < 4.000 IE: < 20 mg/l
≥ 4.000 IE: < 15 mg/l

Totaal P

< 2.000 IE : geen criterium
2.000 ≤ IE < 100.000 IE: < 2 mg/l
≥ 100.000 IE: < 1 mg/l

Cadmium < 0,01 mg Cd/l
Chroom < 0,5 mg Cr/l
Chroom VI < 0,1 mg Cr/l
Koper < 0,5 mg Cu/l
Lood < 0,5 mg Pb/l
Nikkel < 0,5 mg Ni/l
Zink

< 2 mg Zn/l

Zilver < 1 mg/l
Monoaromatische koolwaterstoffenDit zijn van aardolie afgeleide samengestelde organische vloeistoffen op basis van koolstof en waterstof. Stookolie, benzine en andere soorten minerale oliën behoren daartoe. Deze oliën hebben de eigenheid dat ze een geringe dichtheid hebben. Wanneer ze in de bodem dringen, kunnen ze het grondwater bereiken en er een drijflaag op vormen.

BTEX < 1 mg/l
(som benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen)

Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l

*Eén inwonerequivalent (IE) is de gemiddelde hoeveelheid vervuiling in het afvalwaterWater dat in huishouding of industrie dienst heeft gedaan en gewoonlijk met verschillende stoffen beladen is., die 1 persoon in huis veroorzaakt. Dit komt overeen met de biologisch afbreekbare organische belasting met een biologisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag. IE wordt o.a. gebruikt om de capaciteit van een waterzuiveringsstationInstallatie waar vervuild water weer zuiver wordt gemaakt. uit te drukken.

Oppervlaktebehandeling metalen

1. Lozing in riolering

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
Cadmium (totaal) < 0,005 mg Cd/l
Chroom (totaal) < 0,5 mg Cr/l
Chrome VI (totaal) < 0,2 mg Cr(VI)/l
Kobalt (totaal) < 0,5 mg Co/l
koper (totaal) < 0,5 mg Cu/l
Lood (totaal) < 0,5 mg Pb/l
Nikkel (totaal) < 0,5 mg Ni/l
Zink (totaal) < 2 mg Zn/l
Zilver (totaal) < 0,1 mg/l
Aluminium (totaal) < 10 mg Al/l
Ijzer (totaal) < 20 mg Fe/l
Barium (totaal) < 5 mg Ba/l
Boor (totaal) < 10 mg B/l
Tin (totaal) < 2 mg Sn/l
Cyanide (chloor oxydeerbaar) < 0,5 mg CN/l
Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l
Vrije chloor < 0,5 mg Cl2 / l
Sulfide < 2 mg/l
Fluoride (totaal) < 50 mg/l
Fluoride (vrij) < 20 mg/l

2. Lozing in oppervlaktewater

Parameter Na te leven grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm.
ALGEMENE lozingsnormen niet-huishoudelijk afvalwater
SECTORIËLE lozingsnormen
In aanvulling op de algemene normen:  
Chemische zuurstofvraag (CZV) < 200 mg/l
In afwijking op de algemene lozingsnormen:  
Biochemische zuurstofvraag in 5 dagen op 20 °C (BZV) 15 mg/l
Totaal P

Als geen fosfatatie : < 2 mg/l
Als fosfatatie : < 15 mg/l

Stoffen extraheerbaar met petroleumether < 20 mg/l
Cadmium (totaal) < 0,005 mg Cd/l
Chroom (totaal) < 0,5 mg Cr/l
Chroom VI (totaal) < 0,2 mg Cr(VI)/l
Kobalt (totaal) < 0,5 mg Co/l
Koper (totaal) < 0,5 mg Cu/l
Lood (totaal) < 0,5 mg Pb/l
Nikkel (totaal) < 0,5 mg Ni/l
Zink (totaal) < 2 mg Zn/l
Zilver (totaal) < 0,1 mg/l
Aluminium (totaal) < 3 mg Al/l
Ijzer (totaal) < 20 mg Fe/l
Barium (totaal) < 5 mg Ba/l
Boor (totaal) < 10 mg B/l
Tin (totaal) < 2 mg Sn/l
Cyanide (chloor oxydeerbaar) < 0,5 mg CN/l
Vluchtige organohalogeenverbindingen VOX < 0,1 mg/l
Vrije chloor < 0,5 mg Cl2 / l
Sulfide < 0,5 mg/l
Fluoride (totaal) < 50 mg/l
Fluoride (vrij) < 20 mg/l

Wetgeving

  • Wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging
  • Koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater
  • Ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken

Rechtstreeks van de blog

Vijf tips om de kwaliteit van het water te behouden

14/03/2023
  • Water
  • Duurzame consumptie
  • Gezondheid
We gebruiken elke dag water, of het nu is voor onze voeding, onze hygiëne of ander persoonlijk of professioneel gebruik. De kwaliteit van het water behouden is dus essentieel voor onze gezondheid en voor het milieu.
Lees verder about Vijf tips om de kwaliteit van het water te behouden
Ontdek de blog
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
In actie voor het leefmilieu
  • Milieubewuste keuzes maken
  • Vervuiling en overlast bestrijden
  • Renoveren en bouwen
  • Bijdragen aan een duurzame stad
  • De natuur in de stad ontdekken
  • Dierenwelzijn garanderen
  • Deelnemen aan beslissingen
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Diensten en aanvragen
  • Advies en begeleiding
  • Klachten, meldingen en waarschuwingen
  • Milieuvergunningsaanvraag
  • Erkende en geregistreerde professionals vinden
  • Reageren op een projectoproep
  • Premies en financiële steun
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regelgeving en inspectie
  • Verplichtingen en vergunningen
  • Preventie en inspectie
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Regionaal beleid
  • Regionale strategische plannen
  • Rapporten van milieuprojecten
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
Documentatie en tools
  • Kaarten
  • Websites en interactieve tools
  • Leefmilieu: stand van zaken
  • Lesmateriaal opleidingen en seminaries
  • Jaarverslagen
  • Pers
Blog burgers
Website Professionals
Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten