De luchtkwaliteit in Brussel: Olivier Brasseur ontleedt het jaarverslag
6 min. leestijd
Uit het jongste verslag over de luchtkwaliteit in Brussel blijkt dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van de vervuiling: het niveau van sommige vervuilende stoffen is gedaald. Ontdek de redenen voor deze positieve ontwikkelingen, hun impact op je dagelijks leven en de geplande maatregelen om deze vooruitgang voort te zetten.
Het jaarverslag 2023 van Leefmilieu Brussel over de luchtkwaliteit in het Brussels Gewest toont bemoedigende resultaten: de concentraties stikstofdioxide en fijnstof zijn aanzienlijk gedaald ten opzichte van vorig jaar en liggen in de lijn van alle Europese streefwaarden. Deze verbetering is het resultaat van de voortdurende inspanningen om de uitstoot van vervuilende stoffen in onze hoofdstad te verminderen. Hoewel deze vooruitgang aanzienlijk is, benadrukt het verslag dat bepaalde aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) nog niet volledig worden nageleefd.
Om deze resultaten en hun gevolgen voor de gezondheid van de Brusselaars beter te begrijpen, spraken we met Olivier Brasseur, hoofd van het departement Laboratorium en Luchtkwaliteit. Hij ontleedt voor ons de geboekte vooruitgang en de toekomstige uitdagingen voor een gezondere toekomst.
1. Waarom is het van essentieel belang om de luchtkwaliteit in Brussel te meten?
Olivier Brasseur: De ramp in Engis in 1930 en de Londense smog in 1952 waren twee belangrijke gebeurtenissen die het bewustzijn verhoogden van de impact van luchtvervuiling op de gezondheid. Na deze gebeurtenissen werd besloten om meetnetten op te zetten om de luchtkwaliteit te controleren.
In België werd het eerste netwerk in 1968 geïnstalleerd en in 1978 aangevuld met een automatisch netwerk waarmee de luchtkwaliteit in real time kon worden gecontroleerd. Sinds de jaren 1980 is er een opeenvolging van Europese richtlijnen over luchtkwaliteit. Deze richtlijnen specificeren de verontreinigende stoffen die moeten worden gemeten en de normen die moeten worden nageleefd. Deze normen zijn echter slechts een compromis tussen de situatie op een bepaald moment en de door de WGO aanbevolen waarden.
2. Welke factoren hebben bijgedragen aan de vermindering van de concentraties stikstofdioxide en fijne deeltjes ten opzichte van 2022?
Sinds het begin van de metingen in 1996 zijn de concentraties fijn stof in het Brussels Gewest met gemiddeld 75% gedaald. Deze verbetering is te danken aan een vermindering van de uitstoot in de transport- en verwarmingssector en de industrie (hoewel deze laatste minder aanwezig is in het Brussels Gewest dan in andere gewesten van het land).
De concentraties stikstofdioxide (NO2) zijn de afgelopen 40 jaar met 70% gedaald, met een bijzonder sterke daling de afgelopen 5 jaar. De belangrijkste reden hiervoor is de vermindering van de uitstoot door het verkeer, met name dankzij de lage-emissiezone (LEZ), het Good Move-plan, de vooruitgang in de voertuigtechnologie en de trend in de brandstofprijzen ten nadele van diesel. In de verwarmingssector helpen verbeteringen in de isolatie van gebouwen ook om de uitstoot van stikstofoxide te verminderen.
3. Hoe beïnvloeden deze verbeteringen de volksgezondheid?
Het verbeteren van de luchtkwaliteit heeft een aanzienlijk effect op de volksgezondheid, vooral voor de meest kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en mensen die aan ademhalings- of hart- en vaatziekten lijden.
Door de niveaus van fijne deeltjes en stikstofdioxide te verlagen, kunnen ademhalingssymptomen en het risico op hart- en vaatziekten worden verminderd. Vooral kinderen, van wie de longen nog in ontwikkeling zijn, en ouderen, van wie het immuunsysteem vaak verzwakt is, hebben baat bij minder vervuiling.
4. Hoe beïnvloeden de weersomstandigheden de luchtkwaliteit op dagelijkse basis en op langere termijn?
De weersomstandigheden beïnvloeden de luchtvervuiling. Als het weer erg rustig is, bijvoorbeeld bij weinig wind, worden verontreinigende stoffen minder efficiënt verspreid en hebben concentraties de neiging om te stijgen. Dergelijke omstandigheden kunnen leiden tot een verontreinigingspiek.
Wanneer de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu (IRCEL) hoge concentraties fijn stof voorspelt, kan het Brusselse pollutiepiekplan geactiveerd worden. Afhankelijk van de voorspelde niveaus kunnen beperkende maatregelen (bv. verlaging van de snelheidslimiet) en/of sensibiliseringsmaatregelen van kracht worden.
In de context van de klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz. zal moeten worden gecontroleerd of de frequentie van weersomstandigheden die aanleiding geven tot een slechte verspreiding van verontreinigende stoffen toe- of afneemt.
5. Welke concrete maatregelen zal het Gewest nemen om beter aan WGO-aanbevelingen te voldoen?
Om de door de WGO aanbevolen waarden te halen, moeten we nog verder gaan dan de toekomstige Europese normen door de fijnstofniveaus met 50% en de stikstofdioxideconcentraties met 75% te verminderen ten opzichte van de huidige situatie.
Om dit doel te bereiken, is het van essentieel belang om iets te doen aan de vele bronnen die fijne stofdeeltjes uitstoten. In het Brussels Gewest is verwarming momenteel de sector die de meeste fijne stofdeeltjes uitstoot, met name houtverwarming en, in mindere mate, stookolie. De uitstoot door het verkeer is de helft van die van verwarming.
Wat stikstofdioxide betreft, zouden de huidige niveaus moeten worden gedeeld door 2 om te voldoen aan de Europese normen die zijn vastgesteld voor 2030, en door 4 om te voldoen aan de aanbevelingen van de WGO. De grootste uitstoter is het wegvervoer, gevolgd door verwarming. De maatregelen die het Brussels Gewest neemt om de luchtkwaliteit te verbeteren, hebben betrekking op deze 2 sectoren: in het bijzonder de lage-emissiezone (LEZ) en het Good Move-plan voor het verkeer, en de Renolution-strategie om het energieverbruik in gebouwen te verminderen.
6. Hoe kunnen burgers helpen om de luchtkwaliteit in Brussel te verbeteren?
De Brusselaars kunnen een reële bijdrage leveren aan de verwezenlijking van deze doelstellingen door een aantal eenvoudige maatregelen te nemen, zoals:
- De auto minder gebruiken: het openbaar vervoer, fietsen, stappen of autodelen aanmoedigen om de uitstoot van vervuilende stoffen door voertuigen te verminderen.
- Energie-efficiënte praktijken toepassen: het energieverbruik thuis verminderen door energiezuinige apparaten te gebruiken, in het bijzonder door de isolatie te verbeteren.
- Vervuilende brandstoffen voor verwarming vermijden, zoals hout (een grote uitstoter van fijne deeltjes) en, in mindere mate, stookolie.
7. Wat zijn de volgende stappen om de verontreinigingsniveaus te blijven verlagen en de gezondheid van de Brusselaars te beschermen?
De inspanningen zijn momenteel gericht op een verhoogde monitoring van stikstofdioxide. Het automatisch netwerk is in 2020 en 2021 versterkt met 3 nieuwe meetstations op locaties met veel verkeer.
Daarnaast werd een secundair netwerk opgezet om de meest vervuilde sites in het Brussels Gewest beter te kunnen monitoren. Dit netwerk maakt gebruik van een systeem van passieve buizen, die gemakkelijker te installeren zijn maar toch een goede kwaliteit van de metingen garanderen. Het netwerk bestaat momenteel uit 29 vaste sites en 12 andere sites die gebruikt worden voor kortlopende meetcampagnes. Op elke vaste locatie worden gedurende een jaar metingen uitgevoerd, die worden verlengd als de gedetecteerde concentraties de Europese grenswaardeWaarde die dient te worden gerespecteerd om ongewenste effecten op de gezondheid of het leefmilieu te voorkomen. Een grenswaarde die in een reglementering wordt opgenomen, wordt een norm. overschrijden of benaderen. Aan de andere kant worden op locaties waar de concentraties lager zijn, de meetapparaten verplaatst naar andere locaties die blootgesteld zijn aan aanzienlijke verkeersvervuiling.
Om te downloaden
- pdfJaarverslag 2023 over de luchtkwaliteit in Brussel(.PDF, 9.03 MB)
Wil je meer weten over de luchtkwaliteit in Brussel?