U bent hier

Mag men in het wild levende dieren voederen?

14976644666_7088115f13_m.jpg

Broodrestjes bijhouden en ermee naar de eendjes gaan, da's toch leuk, niet? Maar al die kilo's brood die zowel 's zomers als 's winters worden aangevoerd hebben gevolgen voor de dieren en hun milieu (het vijverwater bijvoorbeeld).

Bepaalde soorten die ten nadele van andere welig tieren 

Van dit kunstmatig voederen profiteren vooral de meest alledaagse opportunistische soorten in de stad: stadsduiven, ratten, zwarte kraaien, zwerfkatten, parkieten, vossen, nijlganzen, enz. Door hen te voederen, zullen deze soorten in aantal toenemen, met alle negatieve gevolgen van dien voor het leefmilieu.

Het voedsel dat u geeft, is ook niet noodzakelijk geschikt voor de dieren. Brood, vaak nat, is bijvoorbeeld niet ideaal voor vogels: in hun maag zwelt het op en kan het voor spijsverteringsproblemen zorgen.

Ecologisch evenwicht in vijvers verbreken 

De kilo's voedsel die in het water "verdwijnen", kunnen het ecologische evenwicht in een vijver en de werking ervan verstoren. Bij felle hitte kan het hele vijversysteem en het water dat te veel voedingsstoffen bevat giftig en zelfs dodelijk worden voor de meeste dieren die er leven: de vijver kan door algen (waaronder soms blauwwieren) overwoekerd worden en bepaalde ziektes, zoals botulisme, kunnen de kop opsteken. Vervolgens duurt het maanden eer het evenwicht in de vijver hersteld geraakt. 

Gewoonten van dieren wijzigen 

De vogels in onze tuinen steken in de lente veel tijd en energie in het afbakenen en verdedigen van een territorium dat groot genoeg is voor een partner en hun jongen. Een kunstmatige voedselbron werkt voor hen als een ecologische valstrik die ze in gemakzucht en afhankelijkheid van deze bron doet vervallen.

Voeden? Wanneer?  Hoe? 

Volgens de gewestelijke reglementering is het, behoudens een toelating, verboden dieren te voederen in natuur- en bosreservaten en in de gewestelijke parken die door Leefmilieu Brussel worden beheerd.

De gemeentereglementen voorzien in het verbod om wilde dieren op publieke ruimten en plaatsen (ook de gemeentelijke parken) te voederen. Er bestaan evenwel enkele uitzonderingen, met name bij vriesweer. Vraag ernaar bij het desbetreffende gemeentebestuur.

Onze aanbevelingen 

Voeder geen wilde dieren in publieke ruimten. 

Waar voederen mag (private en, onder voorwaarden, openbare ruimten):

  • Voeder enkel kleine vogelsoorten en enkel van 1/11 tot 1/04.
  • Geef elke dag op dezelfde plaats kleine hoeveelheidjes voedsel en bouw naar het eind van de voederperiode geleidelijk aan af.
  • Zaadjes legt u op een eetschaaltje dat hoog en beschut staat: rond het schaaltje zet u een hekje met mazen waardoor alleen maar kleine soorten kunnen.
  • Geef de vogels geen brood.
  • Hou het voedsel voor huisdieren (katten, honden, ...) binnen.
  • Voeder nooit vossen en zwerfkatten.
  • Een slecht bijgehouden composthoop is een voedingsbron voor opportunistische diersoorten. Wilt u overlast vermijden, houd uw compost dan goed in orde.

Voor vogels raadt Leefmilieu Brussel u dus aan u te beperken tot het voederen van kleine zangvogels bij u thuis (indien toegelaten), in een afgesloten vogelhuisje, en enkel tussen 1/11 tot 1/04. 

Datum van de update: 23/08/2018