Op ontdekking in onze groene ruimten: gepassioneerde medewerksters aan het woord
11 min. leestijd
Véronique is parkwachtster en Camille en Myriam zijn tuiniersters. Ze gingen met ons in gesprek over hun dagelijks werk, hun drijfveren en de uitdagingen die ze in hun beroep tegenkomen.
Achter de schoonheid van de groene ruimten en natuurreservaten in Brussel gaan gepassioneerde professionals schuil die zich elke dag inzetten voor het onderhoud ervan. We spraken met 3 van hen over hun passie voor de natuur en wat het betekent om een vrouw te zijn in een traditioneel door mannen gedomineerd beroep.
1. Hoe ziet een typische werkdag eruit?
Véronique, parkwachtster: Tijdens de zomer worden de parkwachters en parkwachtsters opgesplitst in 2 ploegen: de ene ploeg begint vroeg en werkt van 8u tot 15u30, en de andere ploeg neemt het over van 13u30 tot 21u. De eerste ploeg maakt het park schoon en voert daarna toezichtrondes uit. De namiddagploeg doet deze rondes ook en is beschikbaar voor bezoekers om informatie te geven, problemen te melden of volle vuilnisbakken te vervangen.
Camille, tuinierster: Bij ons begint de dag met het bespreken van de planning. Daarna bereiden we het materiaal, het gereedschap en de machines voor die nodig zijn om onze taken uit te voeren.
Myriam, tuinierster: We organiseren ons ook als een team en passen onze taken aan aan het weer of onvoorziene omstandigheden. We verplaatsen ons naar het werkgebied, te voet of met een dienstvoertuig, en maken soms van de gelegenheid gebruik om ons bezig te houden met afvalbeheer of om een machine op te halen.
De meest voorkomende taken zijn het algemeen onderhoud van de parken: bladeren harken, paden en goten schoonmaken (met een schoffel of bosmaaier), bloembedden onderhouden (onkruid wieden, struiken snoeien, uitgebloeide bloemen wegknippen), gazons maaien, rioolputjes schoonmaken of braamstruiken en brandnetels verwijderen.
Afhankelijk van het seizoen of de omstandigheden kunnen andere taken aan het programma worden toegevoegd, zoals maaien, bomen snoeien, paden herstellen en hekken of palen plaatsen. Als het weer het niet toelaat om buiten te werken, onderhouden we het gereedschap en de machines, ruimen we de lokalen op of frissen we onze kennis over de Brusselse flora op. Aan het einde van de dag ruimen we het materiaal op, maken we het schoon en maken we een fiche met een overzicht van het werk.
2. Wat vind je het leukste aan je job en waarom?
Véronique: Buiten werken en kunnen omgaan met het publiek, genieten van de natuur en de dieren in het park ... Das alles boeit me.
Camille: Dat motiveert me ook, en ik vind het heerlijk om elke dag iets nieuws over de natuur te leren. Ik hou er ook van om het publiek te sensibiliseren en mijn kennis met hen te delen. Ik vind het leuk om op zoek te gaan naar geschikt gereedschap en dit te testen om mijn werk als vrouw te optimaliseren. Ik heb een voorliefde voor handgereedschap dat door ambachtslui is gemaakt, omdat ik hun vakmanschap wil waarderen.
Myriam: Door mijn passie voor de natuur en voor planten wil ik altijd buiten werken. Ik zou geen kantoorwerk kunnen doen. Ik geniet vooral van nauwgezette taken zoals het onderhouden van bloemperken, het snoeien van struiken of het terugsnoeien van uitgebloeide bloemen. Zo kan ik de planten van dichtbij observeren, hun ontwikkeling bestuderen en ze in elk stadium van hun groei leren herkennen. Het verrijken van mijn kennis, door zelfstudie of door overleg met mijn collega's, is een andere bron van plezier voor mij. Het ontdekken van eetbare of geneeskrachtige planten, zelfs bij de sierplanten, is altijd fascinerend.
Ik geniet ook van de finishing touch die een ruimte verfraait, net als van de grotere klussen waarbij je duidelijk het verschil tussen 'voor en na' kunt zien. Het geeft me veel voldoening, hoeveel moeite of tijd het ook kost, en de erkenning van onze chefs of de bezoekers maakt het werk nog meer de moeite waard.
3. Welke vaardigheden zijn volgens jou essentieel om een goede tuinierster of parkwachtster te zijn?
Véronique: Tweetalig zijn is een pluspunt, maar niet essentieel. Bovenal moet je van de natuur houden, geduldig en mild zijn, met mensen van alle leeftijden kunnen omgaan en vriendelijk blijven, zelfs in moeilijke situaties. Je moet ook in een team kunnen werken en over enige basiskennis van fauna en flora beschikken.
Camille: Bij ons is het van essentieel belang dat je interesse hebt in het leefmilieu en in ecologie, en dat je beschikt over een goede kennis van planten. Elke plant heeft zijn eigen specifieke behoeften en het is belangrijk dat je je kunt aanpassen aan verschillende situaties. Je moet geïnteresseerd zijn in handenarbeid en goed kunnen luisteren en omgaan met anderen. Fysiek fit zijn is ook belangrijk, net als je eigen grenzen kennen om blessures te voorkomen. Tot slot is het belangrijk dat je het gebruik van gereedschap onder de knie hebt en begrijpt hoe het werkt.
Myriam: Ik denk dat je vooral een passie voor de natuur en planten moet hebben en een groot respect voor het leefmilieu. Deze passie helpt om de soms repetitieve taken gemakkelijker aan te kunnen. Het is ook cruciaal om een goede kennis te hebben van planten en hun namen, niet alleen om de instructies te begrijpen, maar ook om te bepalen welke planten behouden of verwijderd moeten worden. Hierdoor kun je weloverwogen keuzes maken, zoals het laten ontwikkelen van natuurlijke zaailingen of uitlopers van bomen. Weten hoe planten evolueren helpt ook om het onderhoud ervan beter te organiseren volgens de seizoenen.
Kennis van tuiniertechnieken, het gebruik en onderhoud van machines en respect voor veiligheidsregels zijn van essentieel belang als je efficiënt wilt werken zonder risico op blesures. Door ervaring leer je je eigen fysieke grenzen kennen, zodat je kunt werken zonder jezelf onnodig te belasten. Al deze vaardigheden verwerf je in de loop der jaren, met de motivatie om te evolueren, hetzij door zelfstudie, door opleiding of door overleg met collega's.
4. Wat zijn de grootste uitdagingen in je dagelijkse werk?
Véronique: Een van de grootste uitdagingen is het schoonhouden van het park, vooral in de zomer wanneer het erg vuil kan worden. Een andere uitdaging is het handhaven van de regels voor honden aan de leiband, waar we hondenbaasjes soms aan moeten herinneren.
Myriam: Voor mij is de grootste uitdaging het weer, dat bijzonder onvoorspelbaar is in België. Soms moet je de planning omgooien, bijvoorbeeld als het te hard regent om te maaien, want dat zou het gazon kunnen beschadigen. Het kan dus gebeuren dat we dringend vertragingen veroozaakt door het slechte weer moeten inhalen, vooral als er een deadline moet worden gehaald (zoals een evenement of een specifieke periode om te snoeien vóór de vorst of het nestelen van de vogels). Bovendien is het soms frustrerend om planten te zien verwelken door het weer of door ongedierte, zonder dat je kunt ingrijpen omdat het gebruik van bepaalde behandelingen verboden is. Dit kan bepaalde zones minder esthetisch maken en betekenen dat er opnieuw moet worden beplant.
5. Kun je een gedenkwaardig moment of anekdote delen uit je ervaringen op het terrein?
Véronique: Een gedenkwaardige gebeurtenis viel voor op een winterdag, toen onze mascotte Chloe, een gans die al meer dan 20 jaar leefde en geliefd was bij het hele team, vast kwam te zitten tussen 2 takken op een eiland in het midden van de vijver. Zonder te aarzelen trok ik mijn schoenen en jas uit en sprong ik in het ijskoude water om haar te redden. Mijn collega's konden het niet geloven, maar ik heb het echt gedaan!
Camille: Ik heb vooral heel mooie herinneringen aan momenten van solidariteit tussen collega's, waarbij we soms een liedje zingen om elkaar te motiveren of samen naar creatieve oplossingen zoeken als we voor een probleem staan.
Myriam: Ik heb niet echt een anekdote om te delen, maar eerder enkele ongewone ontdekkingen. Op een dag vonden we tijdens het opruimen van gemaaid gras een grote groene sprinkhaan van ongeveer 5 cm lang, die hier heel zeldzaam is. We zijn ook twee keer een vliegend hert (een beschermde kever) tegengekomen, die we naar het kreupelhout hebben verplaatst om te voorkomen dat hij geplet zou worden. We komen ook ongewone vogels tegen, zoals boomklevers en winterkoninkjes, en eekhoorns, zowel rode eekhoorns als Koreaanse grondeekhoorns.
Soms redden we dieren in nood: ik herinner me een gewonde jonge eekhoorn die we naar het revalidatiecentrum brachten en die het uiteindelijk overleefde. Helaas lopen niet alle reddingsacties even goed af. We vonden een jong van een boomklever verdwaald midden op de weg, een beetje in shock. Nadat we het hadden geobserveerd en vrijgelaten, keerde het terug naar zijn moeder, maar helaas werd het kort daarna gegrepen door een Vlaamse gaai. Moeilijk om te zien. Tot slot ontdekken we soms zeldzame paddenstoelen of planten die we nooit eerder zijn tegengekomen, wat ons altijd weer verbaast.
6. Welk advies zouden jullie geven aan iemand die tuinierster of parkwachtster in Brussel wil worden?
Véronique en Camille: Zoals we al zeiden, is het essentieel dat je geïnteresseerd bent in het leefmilieu en ecologie, maar je moet ook in een team kunnen werken en over goede relationele vaardigheden beschikken om goed met je collega's en het publiek te kunnen communiceren.
Myriam: Het is ook belangrijk dat je gemotiveerd bent om voortdurend vooruitgang te boeken. Je moet niet bang zijn om je kennis in vraag te stellen en te aanvaarden dat leren geleidelijk gaat. Het is nuttig om te experimenteren met nieuwe methodes en om te blijven leren via zelfstudie, van collega’s of tijdens opleidingen. Dit helpt je om efficiënter te werken, om je werk gemakkelijker te maken en om in alle veiligheid te werken, zowel voor jezelf als voor anderen.
Communicatie is ook van essentieel belang, zowel met het publiek als met je leidinggevenden en collega's. Het is belangrijk om feedback te geven, methodes voor te stellen die zijn aangepast aan wat je hebt waargenomen, vragen te stellen om onomkeerbare fouten te voorkomen en je problemen duidelijk te uiten (bijvoorbeeld door een verwonding of een probleem met een machine onmiddellijk te melden).
Maar het allerbelangrijkste is volgens mij motivatie en passie voor het vak, de natuur en de planten, waardoor je ondanks eventuele moeilijkheden nooit ontmoedigd raakt.
7. Ben je als vrouw in een beroep dat traditioneel als 'mannelijk' wordt beschouwd, specifieke uitdagingen tegengekomen? Hoe heeft dit je loopbaan beïnvloed?
Véronique: Aan het begin van mijn carrière was het niet gemakkelijk. Als Nederlandstalige vrouw met een gebrekkige kennis van het Frans, aangesteld om in de Brusselse parken te werken hoewel ik buiten de stad woonde, had ik het gevoel dat ik het nooit zou volhouden als parkwachtster.
Maar met veel geduld en dankzij de geweldige collega's die ik in de loop der jaren heb leren kennen, werk ik nu al 21 jaar bij Leefmilieu Brussel.
Camille: Ik heb mensen ontmoet die soms verbaasd waren om een vrouw in deze job te zien, maar ik heb het geluk gehad om collega's te hebben die het niet als een obstakel zagen.
Ik heb ook gereedschap aangepast aan mijn kracht en lichaamsbouw, zoals een heggenschaar met een accu in plaats van een model met een verbrandingsmotor.
Myriam: Een van onze grootste uitdagingen is het bestrijden van de stereotypes die tuinieren omschrijven als een beroep dat voorbehouden is voor mannen. Hoewel de situatie aan het veranderen is (zeker bij Leefmilieu Brussel), moeten we onze vaardigheden vaak met nog meer vastberadenheid bewijzen om te laten zien dat we net zo efficiënt zijn en andere interessante kwaliteiten hebben.
Op het terrein moeten we soms onze werkmethodes aanpassen of onze fysieke conditie nog versterken om even goed te presteren als mannen. Soms zijn er collega’s die denken dat we minder goed in staat zijn om zware lasten te tillen, complexere machines te bedienen of een moeilijker voertuig goed te besturen. Hoewel dit vaak goed bedoeld is, kan het frustrerend zijn omdat het onze kracht en ons uithoudingsvermogen onderschat. Ik geef er de voorkeur aan om dingen zelf uit te proberen en, indien nodig, om hulp te vragen. Maar eigenlijk vind ik dat deze logica voor iedereen zou moeten gelden, zowel mannen als vrouwen, omdat iedereen zijn eigen ervaring en fysieke conditie heeft. Het gebeurt ook wel eens dat mensen je ‘meneer’ noemen, omdat ze gewend zijn vaker mannen te zien tuinieren in de parken. Andere mensen daarentegen bewonderen ons omdat we moeilijke taken uitvoeren, en dat geeft voldoening.
Ik heb ook 4 jaar lang een team geleid, wat niet altijd gemakkelijk was in een overwegend mannelijke omgeving, maar ik ben er trots op dat het me gelukt is. Deze uitdagingen hebben mijn loopbaan zeker beïnvloed door mijn motivatie om te bewijzen waartoe ik in staat ben als tuinierster te versterken. Ik ben blij dat dit beroep steeds meer openstaat voor vrouwen en ik hoop dat ons verhaal meer vrouwen zal aanmoedigen om dit beroep te kiezen, want ik ben ervan overtuigd dat velen van hen over de nodige vaardigheden beschikken om in dit beroep uit te blinken.
8. Wat zou je willen dat het Brusselse publiek beter begrijpt over het beroep van tuinierster of parkwachtster?
Véronique: Het is belangrijk voor het publiek om te weten dat parkwachtsters en parkwachters er zijn om bezoekers te informeren en te helpen, naar hen te luisteren, en hen er soms aan te herinneren om de parkregels te handhaven.
Camille: Ook is het belangrijk te onthouden dat we niet voor alles een wonderoplossing hebben en dat sommige problemen langer duren en moeilijker aan te pakken zijn, zoals het beheren van slakkenGlasachtige of steenachtige afval van uitgesmolten metaalertsen of gesmolten metalen, gewoonlijk verbonden met smeltstoffen. of onkruid. Maar we doen altijd ons best!
Myriam: Inderdaad, het is belangrijk om mensen bewust te maken van de noodzaak om ons werk, dat soms erg complex is, te respecteren. We zijn afhankelijk van het weer, het aantal beschikbare tuiniers en tuiniersters, en tal van andere factoren. Het is soms onmogelijk om overal tegelijk een perfect onderhouden park te hebben. We stellen veiligheid boven esthetiek en doen ons best met de middelen die we hebben.
Tot slot, hoewel sommige mensen kritiek hebben op het gebruik van machines (ook al hebben we steeds meer elektrische appartuur die minder lawaaierig is) moet men begrijpen dat deze machines essentieel zijn voor efficiënt werk. We kunnen niet altijd kiezen voor manuele methodes als we weinig tijd hebben. Maar over het algemeen is het publiek begripvol en dankbaar, wat ons werk de moeite waard maakt, want we krijgen meer bedankjes dan klachten!