Overslaan en naar de inhoud gaan
Thuispagina blog burgers van Leefmilieu Brussel
  • Blog voor professionals
  • Website
  • Contact
  • Jobs
  • Over Leefmilieu Brussel
  • Agenda
NL
  • FR
Slechtvalk © Getty Images
  1. Home
  2. Big 5: ontdek de 5 iconische dieren van Brussel

Big 5: ontdek de 5 iconische dieren van Brussel 

  • Dieren
  • Biodiversiteit
  • Groene ruimten

In Brussel weerklinkt niet alleen verkeerslawaai: de stad bruist ook van alles wat leeft, groeit en bloeit. Samen met twee experts van Leefmilieu Brussel gaan we op zoek naar de fascinerende dieren die deel uitmaken van de Brusselse Big Five.

Net als in Afrika herbergt onze hoofdstad vijf iconische dieren: ze leven in het bos, op het platteland, in de dichtbebouwde stad en in het water. Deze beschermde en soms zeldzame soorten spelen een sleutelrol voor de biodiversiteitDe diversiteit aan levende soorten die zich kunnen in stand houden en die zich zonder externe hulp kunnen voortplanten (fauna en flora).. Margot Leemans, experte Habitat, en Xavier Vermeersch, expert Soorten, stellen ze aan je voor in onze nieuwe podcast.

De Big 5 van de Brusselse fauna

Wist je dat Brussel een echte ‘Big Five’ van dieren herbergt? Achter deze intrigerende naam gaat een onvermoede rijkdom schuil die het hart van onze hoofdstad doet kloppen. Ga mee op ontdekkingstocht en laat je gidsen door ons gewest dat levendiger, wilder en ongerepter is dan je denkt.

Ontdek alle anekdotes van Margot en Xavier en onze praktische tips om beter samen te leven met deze unieke diersoorten.

Lees de transcriptietekst

[Nico Matthys, moderator]

“Brussel klinkt als:

[Omgevingsgeluid van sirenes, hulpverleningsvoertuigen, verkeer]

Maar wie goed luistert, hoort ook dit:

[Omgevingsgeluid, vogels fluiten]

Welkom bij de podcast van Leefmilieu Brussel, waarin we onze oren spitsen en vooral luisteren naar wat groeit, bloeit en beweegt in onze stad. Mijn naam is Nico Matthys en ik praat graag met mensen die in Brussel leven, werken en er alles voor doen om ons kader zo mooi en natuurlijk mogelijk te maken.

Vandaag ontdek ik samen met jullie welke dieren de Brusselse Big Five vormen. En daarvoor heb ik vandaag uitgenodigd: Margot Leemans, experte Habitat en Xavier Vermeersch, expert Soorten van Leefmilieu Brussel. Welkom allebei.”

[Spreker 1: Xavier Vermeersch]

“Hallo!”

[Spreker 2: Margot Leemans]

“Dag Nico.”

[Nico, moderator]

“De Big Five kennen we allemaal. Of toch de meesten onder ons, veronderstel ik. De dieren die je absoluut wil gezien hebben als je op safari trekt doorheen Afrika. Maar wat zijn de Big Five? Kennen jullie ze?”

[Xavier]

“Ik denk direct aan de leeuw natuurlijk en aan de olifant, toch een van de meest imposante zoogdieren in de wereld. Ik weet niet, Margot, of jij er nog enkele kent?”

[Margot]

“Ik zou denken aan de neushoorn en misschien het luipaard?”

[Xavier]

“En de buffel denk ik ook.”

[Nico, moderator]

“En dan hebben we ze inderdaad alle vijf gehad. Deze dieren gaan we hier bij ons in Brussel niet tegenkomen, maar blijkbaar bestaat er ook een Brusselse Big Five. We vroegen het aan jullie als Brusselaars, als inwoners van onze stad. Wat is volgens jullie de Brusselse Big Five?”

[Geïnterviewde burgers]

“Ik denk een duif.”

“Een boommarter.”

“Is een rat een mooi dier? Dat is het enige dat ik hier dagelijks zie.”

“Het vliegend hert.”

“Ik weet het niet. Is er een dierentuin in Brussel? Maar dat is valsspelen zeker. Een everzwijn?”

“Een uil?”

“Een vleermuis?”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“Wat zijn de Big Five in Brussel, Margot?”

[Margot]

“In Brussel denk ik dat de Big Five zijn: het everzwijn, het vliegend hert, de slechtvalk, de ringslang en de koninginnenpage.”

[Nico, moderator]

“Dat zijn er inderdaad vijf. Nu, hoe zijn we tot deze groep van dieren gekomen? Wat zijn de criteria om tot de Big Five te behoren?”

[Margot]

“Ik denk dat deze vijf soorten een heel mooi voorbeeld zijn van soorten die voorkomen in de verschillende habitats die we in Brussel hebben, de verschillende leefgebieden van die dieren. Zo zijn bijvoorbeeld het everzwijn en het vliegend hert heel mooie voorbeelden van soorten die voorkomen in de bosstad, en is de slechtvalk een voorbeeld van een soort die voorkomt in de dense (dichtbebouwde) stad. De ringslang is een soort die voorkomt in de waterstad, en de koninginnenpage is een soort die voorkomt in de plattelandsstad.”

[Nico, moderator]

“Wat hebben de dieren die jij net opnoemde, de Brusselse Big Five - het klinkt als een nieuw populair album - wat hebben deze allemaal gemeen?”

[Xavier]

“Het zijn allemaal beschermde soorten in Brussel, soorten die onze bescherming genieten en waar je ook niet zomaar alles mee mag doen. Sommige soorten zijn heel zeldzaam, komen maar op bepaalde plaatsen voor - in zeer specifieke habitats, bijvoorbeeld - en verdienen het dus om beschermd te worden. En ook hun habitats moeten beschermd worden. Maar om het kort te zeggen: al deze soorten, niet alleen de Big Five, maar ook veel breder, maken deel uit van de biodiversiteit in en rond de stad. En ze verdienen dus onze aandacht en onze bescherming.”

[Nico, moderator]

“Maar biodiversiteit in onze stad, wat is dat concreet?”

[Xavier]

“Biodiversiteit is de verscheidenheid aan leven, dus dat omvat eigenlijk alles. En het gaat niet enkel om de bomen in het Zoniënwoud of over de vos die je af en toe ziet 's avonds. Maar het gaat ook over alle vogels, alle insecten, alle reptielen, dus eigenlijk de hele verzameling aan leven en hoe ze met elkaar interageren en hoe ze eigenlijk de natuur rondom ons vormen.

En natuurlijk, biodiversiteit is heel belangrijk, want het zorgt voor een evenwicht in onze omgeving. Zo helpt biodiversiteit om onze lucht te zuiveren, ons water te bufferen en proper te houden, en onze bodem gezond te houden. Het is dus wel iets heel belangrijks.”

[Nico, moderator]

“Ongetwijfeld. Margot, om terug bij jou te komen. Wat is jouw favoriet?”

[Margot]

“Goh, een van mijn favorieten binnen die Big Five is zeker het vliegend hert. Dat is een heel indrukwekkende kever. Het is de grootste van Europa en toch wel een heel symbolische soort voor Brussel, bovendien ook een zeldzame soort. En die noemt het vliegend hert, omdat de mannetjes heel grote kaken hebben en die lijken op een hertengewei, dus daar komt de naam vandaan. En tijdens de paringstijd gebruiken ze die grote kaken om andere mannetjes op hun rug te gooien en ermee te vechten, om zo het vrouwtje voor zich te winnen.

Ze zijn donkerbruin van kleur en ze zijn zoals ik al zei echt groot. Dus ze kunnen tot negen centimeter groot zijn en ze zijn ook groter dan de vrouwtjes. De vrouwtjes zijn tussen de drie en de zes centimeter en hebben niet zo van die grote kaken die lijken op een hertengewei. Maar daarentegen hebben ze wel kaken die veel, veel sterker zijn en daar kunnen ze de schors van bomen mee openhalen zoals beuken, eiken en fruitbomen. En dat doen ze om van het sap te drinken, want daar zijn ze grote fan van.

Misschien iets meer over hun leefgebied, waar ze wonen. Het vliegend hert heeft graag een warm microklimaat. Ze zit graag op zonnige plekken en heeft ook sapbomen nodig, dus dat zijn bomen waar, zoals ik al zei, waar sap uit loopt en dat is een van hun favoriete maaltijden.

En misschien wel het allerbelangrijkste voor het vliegend hert is dood hout, dood hout dat echt al lang aanwezig is op bepaalde plekken. Dood hout kunnen we vinden in bijvoorbeeld bosranden, maar ook op open plekken in het bos of in bepaalde straten. Bijvoorbeeld in Watermaal-Bosvoorde, in Brussel, staan er nog bepaalde oude dode bomen op stam waar we het vliegend hert terugvinden. En dat dood hout, dat is zo belangrijk voor hen, omdat de vrouwtjes na de paringstijd hun eitjes ondergronds in dat dood vermolmd hout - dat vaak aangetast is door bepaalde schimmels - afzetten. En eens die eitjes transformeren in larven, gaan die larven van dat dood hout eten. Dus dat is echt hun voedsel. Die larven, die blijven heel lang onder de grond in dat dood hout leven. Wel 3 tot 5 jaar, dus dat is echt een hele lange periode.

En eens dat die larven verpoppen en dan volwassen kevers worden, komen ze terug boven de grond. En eens ze boven de grond komen kunnen ze wel vliegen, maar ze kunnen helemaal niet zo ver vliegen. Ze blijven echt vaak op dezelfde plek als waar ze uit de grond zijn gekomen. Vrouwtjes kunnen ongeveer een paar honderd meter vliegen. Mannetjes kunnen iets verder gaan, een paar kilometer, maar ze zijn echt gebonden aan een plek.

Het beste moment om ze te zien is tijdens de paringstijd, dat is dan juni en juli. Vaak iets voor de valavond op een warme zomeravond heb je de beste kans om ze te spotten.”

[Nico, moderator]

“Dus jij bent er wel fan van?”

[Margot]

“Absoluut.”

[Nico, moderator]

“Dat is heel duidelijk.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“Xavier, welke heeft jouw voorkeur?”

[Xavier]

“Voor mij is dat de slechtvalk, de vogel die bekendstaat als de snelste vogel ter wereld. Ze kunnen tijdens een duikvlucht tot 389 km per uur halen. Dat is het wereldrecord. Dat is toch wel spectaculair. En weten dat die vogel ook bij ons inheems is en in Brussel voorkomt, dat is toch wel iets speciaals. En ze zijn natuurlijk ook belangrijk op ecologisch vlak. Het zijn roofvogels die vooral op andere vogels jagen en dus ook een regulerende functie hebben. Ze reguleren zo bijvoorbeeld ook de stadsduiven, die zeer talrijk zijn in de stad. En de stadsduiven zijn een geliefkoosde prooi voor de slechtvalk.

Wat ook bijzonder is, is dat ze ook in de stad nestelen. Dus je hebt broedparen die elk jaar in Brussel hun nest bouwen. En dat doen ze vaak in broedholtes hoog in gebouwen. Dus je hebt bijvoorbeeld kerktorens waar elk jaar broedende slechtvalken jongen grootbrengen.

De soort doet het nu goed in Brussel, ook buiten Brussel, maar dat is niet altijd zo geweest. Het is eigenlijk een soort die aan het terugkomen is, want de soort deed het heel slecht door het gebruik van pesticiden in het verleden, waaronder DDT. Dus die vogels kregen dat binnen en daardoor werden de eierschalen broos. En dus gingen de jongen dood in het ei.

Doordat we nu beter omgaan met chemische middelen en bestrijdingsmiddelen en dat er betere wetten zijn om dat allemaal te reguleren, zijn die vogels teruggekomen en kunnen ze zich nu weer voortplanten in de stad.

Een leuk weetje is ook dat ze recent nog gebroed hebben in de Sint-Michiels- en Sint-Goedelekathedraal in Brussel. Dus als we langsgaan zien we een mooie kathedraal, maar we denken er niet altijd aan dat er ook biodiversiteit aan het gebouw verbonden is.”

[Nico, moderator]

“Absoluut.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“En dan hebben we nog een soort waar ik enorm van verbaasd was om die hier in Brussel terug te vinden, en dat was de ringslang!”

[Margot]

“Ja, de ringslang is inderdaad een van de Big Five in Brussel. En dat is toch wel een speciale soort, omdat we in België maar drie inheemse slangen hebben en de gevlekte ringslang is er daar eentje van, bovendien ook een zeldzame soort.

De ringslang is een dunne slang die ongeveer een meter lang is. Ze is grijs van kleur en ze heeft achter haar kop twee gele en zwarte karakteristieke vlekken en langs haar flanken staan zwarte rechthoekjes. En misschien toch wel iets unieks aan de ringslang of een leuk weetje is dat ze op haar buik een uniek patroon heeft. Dus elk individu heeft een uniek patroon en dat is een soort van QR-code of een soort van vingerafdruk die toelaat om specifieke individuen te herkennen en te weten over welk individu het gaat.

Dus de ringslang leeft in natte gebieden, zoals bijvoorbeeld moerassen. Ze komt bijvoorbeeld voor in het moeras van Jette en Ganshoren, dat een Natura 2000-deelgebied is in Brussel. Daar komt ze voor, ze komen voor in moerassen, dus ze kunnen ook goed zwemmen. Uiteraard verplaatsen ze zich ook op het land. Ze hebben ook graag zon, dus ze moeten ook plekjes hebben waar ze zich kunnen opwarmen en in de zon kunnen zitten. En over warmte gesproken: misschien ook wel interessant is dat ze hun eitjes afzetten in composthopen omdat het daar zo lekker warm is.”

[Nico, moderator]

“Maar dan stel ik mij de vraag: stel ik loop te wandelen en ineens verschijnt daar zo'n lid van de Big Five genaamd ringslang, dan kan ik me voorstellen dat het toch wel schrikken is. Moeten we daarvoor oppassen? Zijn er dingen die we wel of beter niet doen?”

[Margot]

“Nee, ze zijn ongevaarlijk voor de mens, dus we moeten niet oppassen voor de gevlekte ringslang. Ze zijn bovendien heel schuw, dus waarschijnlijk verstoppen ze zich meteen als ze ons zien aankomen. Ze zijn ook niet giftig en hun dieet bestaat voornamelijk uit vissen, kikkers, padden en andere amfibieën.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“Wat voor mij erg tot de verbeelding spreekt, is toch wel het everzwijn. Hebben jullie er al gezien?”

[Xavier]

“Nee, jammer genoeg nog niet. Ik zou wel heel graag eens in het Zoniënwoud een everzwijn tegenkomen, maar dat is nog niet gebeurd.”

[Margot]

“Ik ben er tijdens een wandeling ook nog geen tegengekomen.”

[Nico, moderator]

“Nu, ik veronderstel, ook al zien we ze niet, ze zijn er wel, hé?”

[Xavier]

“Ze zijn er zeker. En er zijn wandelaars die alleen of met hun hond gaan wandelen in het Zoniënwoud en die af en toe wel eens een everzwijn tegenkomen. Het is ook een van onze grootste en indrukwekkendste zoogdieren in het Brusselse Gewest en dus ook zeker een dier dat zijn plaats verdient bij de Big Five van Brussel.

Het is ook een typisch dier van onze streken en het is een typische bosbewoner, dus die vooral in bosrijke gebieden verblijft en daar eigenlijk zelden buiten komt. Dus om er een te zien moet je al echt in een bosrijk gebied zitten, of in een bos zoals het Zoniënwoud, waar eigenlijk nog echt een groot stuk aaneengesloten bos is en waar dus ook wilde fauna is, waaronder het everzwijn, maar ook reeën bijvoorbeeld.

Maar je moet geluk hebben, want het is toch wel altijd een schuw dier. Ze komen niet spontaan naar de mens toe als ze een mens horen, ruiken of zien. Dan gaan ze proberen eigenlijk zo rap mogelijk weg te zijn. Dus het is al bijna toevallig dat je er eentje zal moeten tegenkomen.

En nu kan het, maar in het verleden is dat niet altijd mogelijk geweest, want het everzwijn was eigenlijk verdwenen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als gevolg van de jacht in het verleden. Maar sinds de jaren zestig is het een soort die nu aan een comeback bezig is en die zich af en toe laat zien als typische bosbewoner, maar ook als cultuurvolger. Dus dat is eigenlijk een soort die een beetje de mensen volgt, die zich aanpast aan een omgeving gemaakt en gestuurd door de mens. Dus ook in een stedelijke omgeving kan je in beboste gebieden everzwijnen zien.

Misschien een kleine anekdote over het everzwijn. Het zijn alleseters, dus het zijn dieren die eigenlijk alles eten wat ze tegenkomen. Dat kunnen planten zijn, wortels, insecten of insectenlarven, of vruchten en noten die van de bomen vallen. En ze hebben een heel typische neus die een beetje de vorm heeft van een spade of schop. En daar gaan ze eigenlijk in de grond mee woelen en zo gaan ze op zoek naar eten. En dat is ook dat heel typisch beeld dat je hebt van een everzwijn of een varken dat eigenlijk door de grond woelt. En als je wandelt in het bos, dan kan je soms ook die plaatsen zien waar het everzwijn gewoeld heeft in de grond. En dan zie je stukken grond die echt overhoop liggen en met graafsporen in en dan weet je: hier is een everzwijn geweest.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“En dan hebben we nog als laatste - ik vind het persoonlijk een hele mooie naam, de naam alleen al doet tot de verbeelding spreken - de koninginnenpage.”

[Xavier]

“De koninginnenpage is een van onze grootste dagvlinders. Het is ook een zeer imposante verschijning, vooral omdat ze ook heel kleurrijk zijn. Het is een felgele vlinder met zwarte tekeningen, met ook rode en met blauwe vlekken op de vleugels.

De rupsen van deze vlinder, want natuurlijk een vlinder begint als rups, zijn iets minder opvallend. Die voeden zich voornamelijk met wilde planten zoals wilde wortel, venkel en dille. Dus die vind je vooral op braakliggende terreinen, plaatsen waar de natuur nog een beetje wild is.

En die rups is heel onopvallend, die is goed gecamoufleerd. Maar als die wordt lastiggevallen, als een vogel die bijvoorbeeld probeert te grijpen, dan gaat die zich verdedigen door een klier te tonen die gevorkt is aan de kop en die oranje is van kleur, dus opvallend, maar die ook een bepaalde geur afscheidt om de vogel af te schrikken.

En ze heeft ook de neiging om naar plaatsen te gaan waar ze een uitzichtpunt heeft. Dus ja, Brussel, dat toch wel een reliëfrijke regio is, is ook wel echt geschikt voor die vlinder.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“Vele dieren zijn actief in en rond onze hoofdstad, dat hebben we al gemerkt. Maar wat zou je doen als je van deze Big 5, die we eerder al noemden, een everzwijn tegen het lijf zou lopen?”

[Geïnterviewde burgers]

“Ja, gewoon rustig blijven, er niet naartoe gaan.”

“Ja, je moet altijd op je hoede zijn natuurlijk, maar ik zou toch proberen foto's te nemen en de waarneming te registreren, hé.”

“Het is meestal gewoon stilstaan en zien dat die u eigenlijk niet zien. Meestal wandelen die voorbij, u niet groot maken of zo, want dan maak je meer problemen, en ook zeker niet in de buurt van hun jongen komen.”

[Nico, moderator]

“Uit onze enquête blijkt dat één op vier Brusselaars al een everzwijn heeft gespot in het Zoniënwoud. Dat is veel, lijkt mij. En de meest voorkomende reactie is dan op een afstand blijven, of ja, wachten tot het dier uit zichzelf vertrekt. Wat raad jij aan?”

[Xavier]

“Wat je best doet is gewoon stil blijven staan. Niet roepen, niet weglopen. Gewoon blijven staan, of rustig wegwandelen. Meestal zullen de dieren, als ze je opmerken, gewoon zelf verdwijnen in het struikgewas.

Voor de mensen die een hond hebben: hou de hond altijd aan de leiband, want anders kunnen er problemen van komen. De hond kan het everzwijn gaan aanvallen en een everzwijn dat zich verdedigt kan gevaarlijk uit de hoek komen.

Moest het zijn dat je als wandelaar een gewond everzwijn ziet, dan kan je dit altijd melden bij Leefmilieu Brussel. Dan komen wij tussen om het dier te helpen.

En als je wil helpen om de biodiversiteit, in het algemeen dan, in kaart te brengen, geef dan gerust je waarnemingen door op online platformen zoals waarnemingen.be. Deze gegevens gebruiken wij ook om de natuur in Brussel in kaart te brengen en om te helpen ze beter te beschermen.”

[Nico, moderator]

“We hebben het mooi opgelijst allemaal en het zijn inderdaad vijf geweldige en ook beschermde diersoorten, wat belangrijk is. Maar wat kunnen wij, als burger van de stad, doen om hen zich nog meer thuis te laten voelen in Brussel, Margot?”

[Margot]

“Er zijn veel dingen die wij thuis of in parken kunnen doen om de biodiversiteit in stand te houden en de natuur te beschermen en te versterken. Bijvoorbeeld als je een tuin hebt, kan je een stukje gras hoog laten staan. Je kan ook takkenhopen laten liggen, stapeltjes hout - zoals ik al zei: dood hout, dode boomstronken enzovoort. Dat zijn voor heel veel diersoorten goede schuilplaatsen of een bron van voedsel. Je kan ook een takkenwal aanleggen. Dat is een laag soort muurtje dat je maakt van takken voor bijvoorbeeld vogels en egels of een piramide voor het vliegend hert, zoals we eerder al besproken hebben.

Als je eerder een balkon hebt of een binnenkoer, dan zou je bijvoorbeeld nestkastjes kunnen plaatsen voor vogelsoorten, of bloembakken met inheemse planten kunnen zetten.

En als je graag gaat wandelen in parken, dan is het heel belangrijk om niet te vergeten dat je nooit wilde dieren mag voederen. Zij vinden alles wat ze nodig hebben in de natuur. Wij moeten geen extra voedsel geven en vaak is het voedsel dat wij hen geven niet geschikt voor hen. Bijvoorbeeld, als je vogels brood geeft, kan dat opzwellen in hun maag en dus voor grote problemen zorgen.”

[Muziek]

[Nico, moderator]

“En zo komen we aan het einde van deze aflevering over de Big Five in Brussel. Mijn naam is Nico Matthys. Ik had vandaag te gast bij ons Xavier Vermeersch en Margot Leemans van Leefmilieu Brussel. Jullie zijn allebei hartelijk bedankt voor het delen van jullie kennis en voor jullie komst.”

[Xavier]

“Heel graag gedaan!”

[Margot]

“Met heel veel plezier.”

[Nico, moderator]

“Over het onderwerp van vandaag - wil je daar meer over te weten komen? Dan kan je bij Leefmilieu Brussel ook de thematische infofiches bestellen over de biodiversiteit in het Brusselse Gewest. Dit kan je bestellen door een mailtje te sturen naar info@leefmilieu.brussels of via het telefoonnummer 02 775 75 75.”

[Einde]

Vond je dit nuttig?

Delen:

  • Delen op Facebook
  • Delen op Linkedin
  • Delen op BlueSky
  • Delen op E-mail
  • Delen op Afdrukken
Uitstapjes en acties
Ontdek onze Uitstapjes en acties
Praktische tips
Ontdek onze Praktische tips
Dossiers
Ontdek onze Dossiers
Getuigenissen
Ontdek onze Getuigenissen
Onze andere websites
  • Brussels Gardens
  • Good Food
  • Website Burgers
  • Website Professionals
  • Website Onderwijs

Volg ons

  • Facebook
  • Bluesky
  • Linkedin
  • Youtube
  • Instagram

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Ik schrijf me in
Thuispagina blog burgers van Leefmilieu Brussel
  • Toegang tot milieu-informatie
  • Toegankelijkheidsverklaring
  • Eco-design
  • Wettelijke bepalingen
  • Cookiebeleid
  • Transparantie
  • Crisiscontacten