Burgerraad voor het klimaat: de organisatie en een deelneemster aan het woord
7 min. leestijd
Na een jaar werken heeft de Burgerraad net zijn eerste cyclus afgerond. Projectcoördinator Merlijn De Rijcke en Sophie Collette, lid van het opvolgingscomité, geven ons hun indrukken van de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd werden en de lessen die ze uit dit vernieuwende initiatief hebben getrokken.
Wat is de Burgerraad voor het klimaat?
Merlijn De Rijcke, projectcoördinator: Om tegen 2050 koolstofneutraliteit te bereiken, heeft het Gewest een permanente Burgerraad voor het klimaat opgericht om de burgers bij klimaatbeslissingen te betrekken. De eerste cyclus richtte zich op het thema huisvesting en de tweede op voeding. Het is de opdracht van de Raad om aanbevelingen te doen over het klimaatbeleid van Brussel. De Raad wordt elk jaar vernieuwd en behandelt dan een nieuw klimaatgerelateerd onderwerp, om de representativiteit van de Brusselse bevolking te verzekeren.
Het begeleidingscomité ondersteunt de Raad en waakt over een neutraal, kwaliteitsvol en democratisch verloop. Naast dit begeleidingscomité zorgt een opvolgingscomité van tien burgers ervoor dat het geleverde werk effectief wordt opgevolgd.
Hoe ziet de balans van deze eerste cyclus eruit?
Merlijn De Rijcke, projectcoördinator: Wat de organisatie van het evenement betreft, is het algemene beeld veeleer positief. Het was een grote uitdaging voor ons, omdat het de eerste keer was dat we zo’n project lanceerden. We hebben ons laten inspireren door een aantal bestaande projecten, maar er was geen exact model om op voort te bouwen. Bovendien waren de burgers nog niet bekend met het project, waardoor het niet eenvoudig was om een representatieve groep samen te stellen.
Maar ondanks alles denk ik dat het resultaat van zeer hoge kwaliteit is, grotendeels dankzij onze externe dienstverleners die experts zijn op dit gebied. We hebben het proces al verbeterd voor de tweede cyclus, met een diversere groep deelnemers, en we zullen hier elk jaar aan blijven verder werken.
Sophie Collette, lid van het opvolgingscomité: Voor mij als deelnemer is het ook positief. Het was een complex maar een erg interessant proces. Het uiteindelijke document met meer dan 80 voorstellen bleek te ingewikkeld. Hierdoor was het bijna onmogelijk om een jaar lang de opvolging te verzekeren, de betrokkenheid van de administratie te garanderen en een efficiënt opvolgingscomité op te zetten.
Het opvolgingscomité gaf me de kans om onze oefening opnieuw te bekijken en te begrijpen hoe we tot zoveel voorstellen waren gekomen. Ik mocht achter de schermen meekijken om inzicht te krijgen in hoe moeilijkheden vaak van de ene partij naar de andere gaan zonder dat iemand het merkt. Ik leerde werken met kleine groepen, luisteren naar wat iedereen te zeggen had en erkennen dat we, ondanks uiteenlopende verwachtingen, een gemeenschappelijk doel hadden. Dat proces gaf me een verrijkend perspectief op hoe menselijke en administratieve relaties werken.
Wat was de grootste uitdaging?
Merlijn De Rijcke: Voor mij blijft de grootste uitdaging van dit project de opvolging. In het begin wisten we niet goed welke output we precies nodig hadden van burgers om nadien effectief mee aan de slag te kunnen gaan. Sommige van de ingediende voorstellen bestonden al, wat ons twee dingen leert. Ten eerste, dat onze politieke besluitvormers een vrij goed beeld hebben van de bekommernissen van het publiek. En ten tweede dat er nog ruimte is voor verbetering in de manier waarop we met de Brusselaars communiceren over de reeds bestaande initiatieven.
Sophie Collette: Een bijzonder complex aspect van mijn rol in het opvolgingscomité was ervoor zorgen dat we trouw bleven aan de oorspronkelijke insteek van de voorstellen, zonder een persoonlijke mening op te dringen. Een moeilijke maar zeer stimulerende oefening in neutraliteit.
Door met de administratie 80 voorstellen te volgen en te bespreken konden we bovendien niet zo creatief zijn als we hadden gewild. Communicatie met de administratie was vaak een obstakel vanwege de ingewikkelde administratieve taal. Ik dacht dat we een aantal projecten van de administratie zouden kunnen onderzoeken, maar dit bleek niet realistisch vanwege de benodigde tijd en inzet.
Wat is u in deze eerste cyclus het meeste opgevallen?
Merlijn De Rijcke: De Brusselaars persoonlijk ontmoeten was een zeer positieve ervaring voor ons. We namen de tijd om het project goed voor te bereiden en toen het eenmaal draaide, werd het concreet vanaf onze eerste ontmoeting met het publiek. Natuurlijk ligt er nog veel werk op de plank, maar dat is wat me energie geeft: verschillende stemmen horen, luisteren naar wat hen motiveert en deelnemen aan respectvolle discussies. Daarbij kwam de menselijke kant van het proces naar boven en het liet zien dat zelfs met verschillende meningen discussies met het grootste respect gevoerd kunnen worden.
Sophie Collette: Verschillende dingen. Ten eerste had ik de indruk van een echt gevoel van solidariteit bij het delen van informatie, wat zorgde voor een goed evenwicht tussen de verschillende meningen. Het delen van kennis maar ook van ervaringen heeft onze discussies en ons denken enorm verrijkt. We waren toch met een zestigtal die regelmatig deelnamen en we voelden ons stuk voor stuk legitieme deelnemers aan dit proces, ongeacht onze professionele of persoonlijke achtergrond.
Ten tweede ontdekte ik hoe actief het Brussels Hoofdstedelijk Gewest al is geweest in de strijd tegen klimaatveranderingWijst op trage variaties van de klimaatskenmerken mettertijd, op een welbepaalde plaats: opwarming of afkoeling. Sommige vormen van luchtvervuiling, veroorzaakt door menselijke activiteiten, zijn een bedreiging voor het klimaat in de zin dat er een globale opwarming zou kunnen ontstaan. Dit verschijnsel kan belangrijke schade veroorzaken: stijging van de zeeniveaus, verergering van de uiterste klimaatsverschijnselen (droogtes, overstromingen, wervelstormen, enz.), destabilisatie van de bossen, bedreiging voor de zoetwatervoorraden, moeilijkheden voor de landbouw, woestijnvorming, vermindering van de biodiversiteit, verspreiding van tropische ziekten, enz.. Ik heb ook begrepen dat het Gewest anticipeert op de behoeften van de Brusselaars, aangezien veel van onze aanbevelingen in de lijn lagen van processen die al in gang waren gezet.
Wat verwacht u dat er nu gaat gebeuren?
Sophie Collette: Bovenal hopen we dat het werk dat we hebben gedaan niet onderaan de stapel blijft liggen. Uit de reacties die we ontvingen, bleek duidelijk dat er al veel was gedaan. Ik denk dus niet dat ons werk de kans krijgt om stof te vergaren.
Het zou ook interessant zijn om, voor zover mogelijk, een update van de regering te ontvangen over de acties die zijn uitgevoerd en de resultaten die dankzij de Raad zijn bereikt.
Tot slot hoop ik zeker dat dit initiatief wordt voortgezet, want het is bijzonder leerzaam. Het zou heel goed zijn als andere mensen aan dit soort debatten kunnen deelnemen en zich betrokken voelen bij hun rol als burger. Dat is essentieel om politieke beslissingen af te stemmen op hun dagelijkse behoeften.
Merlijn De Rijcke: En voor de organisatie kijken we graag met een open blik naar al het werk van deze burgers, om te zien wat we eruit kunnen leren en hoe het ons kan helpen voor de volgende cycli. We moeten hun werk waarderen en erop voortbouwen om in de juiste richting verder te gaan.
Wat vindt u van dit innovatieve democratische proces?
Sophie Collette: Dit soort democratisch proces interesseert me enorm en ik wilde vooral deelnemen om te begrijpen hoe het werkt. Ik heb veel waardering voor het proces en vond de menselijke en sociale dynamiek erg interessant.
Maar hoe nuttig ik het ook vind om een administratie stof tot nadenken te geven, ik zou het niet zien als een oplossing voor het besturen van een land. Dit hulpmiddel heeft dus ook zijn beperkingen. Dit gezegd zijnde dwingt het ons om opnieuw te leren praten met mensen met andere meningen, die meningen te absorberen en erover na te denken. Dialoog buiten de eigen denksfeer vergt veel energie, tolerantie en openheid. Dit proces, op kleine schaal, leert ons nog maar eens wat het betekent om in een diverse samenleving te leven.
Waarom vindt u dat andere burgers ook bij dit proces betrokken moeten worden?
Sophie Collette: Ook al zijn er verkiezingen geweest en weten we niet wat er op regeringsniveau zal veranderen, ik ben er vast van overtuigd dat dit soort processen moet blijven bestaan. Het is een echte les in democratie, bedoeld voor een gevarieerd publiek, met name volwassenen die, omdat ze niet meer op school zitten, minder mogelijkheden hebben om deel te nemen aan dergelijke initiatieven.
We discussiëren in onze omgeving allemaal over politiek, maar vaak met mensen die onze mening delen. Deze uitwisselingen moedigen ons niet echt aan om na te denken over wat democratie is, noch leren ze ons om naar anderen te luisteren, vooral als die een andere mening toegedaan zijn.
Voor mij is dit proces een uitstekende herinnering aan het feit dat we in een democratie leven. Democratie gaat niet alleen over goedkoop openbaar vervoer of essentiële diensten zoals water en elektriciteit, maar ook over actieve burgers die elkaar respecteren. In een samenleving die erg op 'ons kent ons' gericht is, vind ik dit een verfrissend proces en een echte opening naar anderen.
Wil je meer informatie?
Die vind je op de officiële website van de Burgerraad voor het klimaat.