U bent hier

Monitoring van de soorten

De Brusselse fauna en flora maken het voorwerp uit van wetenschappelijke monitoringscampagnes die onmisbare gegevens oplevert voor de opstelling van beleidslijnen en maatregelen inzake het beheer van de biodiversiteit.  Hieruit blijkt onder meer dat er een relatief rijke biodiversiteit aanwezig is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ondanks zijn stedelijke context en beperkte oppervlakte. Sommige groepen, waaronder de reptielen en de vlinders, zijn echter weinig vertegenwoordigd ten opzichte van de in België aanwezige diversiteit.

Monitoring en opvolging van de fauna, de flora en de natuurlijke habitats

Sinds haar oprichting in 1989 is Leefmilieu Brussel belast met de monitoring en de opvolging van de biodiversiteit.  Deze opdracht heeft betrekking op de inventarissen en de studies waarvan de uitvoering, via overheidsopdrachten, wordt toevertrouwd aan universiteiten en onderzoeksinstituten, of via subsidies, aan verenigingen voor de bescherming en het behoud van de natuur.

De in dat verband ingezamelde gegevens beantwoorden aan uiteenlopende doelstellingen, die als volgt kunnen worden samengevat:

  • de internationale en Brusselse verplichtingen naleven betreffende de monitoring van de natuur en de rapportages die erop betrekking hebben (onder meer in het kader van de Natura 2000- en de vogelrichtlijn, de ordonnantie betreffende het natuurbehoud, enz.);
  • de beleidslijnen inzake biodiversiteit uitwerken en evalueren;
  • ertoe bijdragen dat de veranderingen in het leefmilieu onder de aandacht worden gebracht;
  • het publiek informeren en sensibiliseren over de uitdagingen op het vlak van de biodiversiteit.

Om haar diverse informatiebehoeften en opvolgingsinitiatieven betreffende de biodiversiteit te rationaliseren, heeft Leefmilieu Brussel het INBO (het Vlaams Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek) in 2009 belast met het uitwerken van een monitoringstrategie voor de opvolging van de biodiversiteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (zie verslag van Van Calster H. en Bauwens D., 2010). In toepassing van artikel 15, §1 van de natuurordonnantie betreffende de verplichtingen van Leefmilieu Brussel inzake de monitoring van de staat van instandhouding van de soorten en natuurlijke habitats, omvat het ontwerp van natuurplan een maatregel om een vijfjaarlijks toezichtschema op te stellen en uit te voeren.

Er wordt eveneens op gewezen dat Brussel Leefmilieu sinds 2009 de gegevens waarover ze beschikt betreffende de soortenrijkdom in het Brussels Gewest, in één soortendatabank centraliseert.  Deze databank vormt een belangrijk steunpunt voor het Brussels beleid inzake biodiversiteit.

Inventarissen van de fauna en de flora

Deze fiche heeft specifiek betrekking op de inventarissen en de opvolging (monitoring) van soortengroepen die op gewestelijke schaal zijn uitgevoerd.  In diverse documenten van de verslagen over de staat van het Brussels Leefmilieu zijn bovendien andere monitoringsgegevens in verband met de biodiversiteit terug te vinden, waaronder in het bijzonder die betreffende de biologische kwaliteit van de waterlopen (zie thema water van dit verslag), de fytosanitaire toestand van de bomen van het Zoniënwoud en de staat van instandhouding van bepaalde soorten vermeld in bijlage II van de Habitatrichtlijn (zie focus over de gezondheidstoestand van het Zoniënwoud en over het Vliegend hert in dit verslag), de natuurlijke habitats (zie verslag over de staat van het leefmilieu 2007-2010) of die met betrekking tot de kwalitatieve en kwantitatieve opvolging van de groene ruimten (zie factsheet «Analyse van de onbebouwde oppervlakten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door interpretatie van satellietbeelden»).

De monitoring van de soorten heeft onder meer geleid tot de opstelling van verschillende inventarissen en atlassen die betrekking hebben op het hele Brusselse grondgebied. De onderstaande tabel geeft een beknopte samenvatting van de belangrijkste kwantitatieve gegevens die voortvloeien uit deze studies, namelijk: het aantal op het terrein getelde soorten tijdens de onderzoeksperiode (waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de inheemse soorten en de soorten die vrijwillig of toevallig werden geïntroduceerd), evenals het aantal in Brussel uitgestorven soorten.  De inventaris van de lokaal uitgestorven soorten is gebaseerd op historische gegevens (oude floristische of faunistische inventarissen, archieven, oude herbariums of insectendozen enz.). De in aanmerking genomen periode die varieert afhankelijk van de studies, wordt vermeld in de onderstaande tabel. Momenteel wordt er een nieuwe zoogdierenatlas opgesteld.

Monitoring van de soorten
Uit een vergelijking van deze gegevens met een inventaris van de soorten opgesteld door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (FOD Economie) blijkt dat ongeveer twee derde van de in België aanwezige zoogdieren- en libellensoorten (waterjuffers en libellen), zich ook in het Brussels Gewest hebben gevestigd. Voor de groepen van vogels, amfibieën, rechtvleugeligen (krekels en sprinkhanen) en vaatplanten bedraagt deze verhouding 40 tot 46%. Ze bedraagt echter minder dan een derde voor de reptielen en dagvlinders.

Zoals hiervoor wordt vermeld, laten deze inventarissen in de eerste plaats toe om te beantwoorden aan de wettelijke rapportageplichten. Zij verschaffen eveneens onmisbare informatie voor de uitwerking van beleidslijnen en maatregelen inzake het beheer van de biodiversiteit.  Naast de enkele cijfers die worden voorgesteld in de bovenstaande tabel, zijn deze inventarissen vooral interessant vanwege de analyses waartoe ze aanleiding geven en die het mogelijk maken om:

  • trends vast te stellen ten opzichte van de rijkdom en de ruimtelijke spreiding van de verschillende soorten en de aandacht te vestigen op de meest kwetsbare soorten;
  • de meest interessante sites te identificeren op het vlak van de biodiversiteit;
  • de vestiging van nieuwe soorten in kaart te brengen, of dit nu het gevolg is van een menselijke tussenkomst of van een natuurlijk proces (bijvoorbeeld door de klimaatverandering);
  • de factoren te bepalen die aan de basis liggen van de vastgestelde evoluties.

Deze studies die doorgaans erg veel informatie en genuanceerde conclusies bevatten, kunnen moeilijk in enkele lijnen worden samengevat. Voor meer informatie kunnen de geïnteresseerde lezers diverse online beschikbare documenten raadplegen (volledige publicaties of samenvattingen, zie hieronder).

De libellen en waterjuffers, bio-indicatoren van de toestand van de zoetwaterecosystemen

De laatste faunistische inventaris die werd opgesteld op Brussels niveau heeft betrekking op de libellenpopulaties. Dit werk, uitgevoerd door een team van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, werd gepubliceerd in 2013. Het gebeurde niet in opdracht van of werd niet gecofinancierd door Leefmilieu Brussel, maar kon evenwel gebruikmaken van de gegevens van de fauna- en floradatabank van het Brussels Instituut voor Milieubeheer.

De onderzoekers stelden een erg positieve evolutie van de libellenpopulaties vast tussen de laatste inventaris (gepubliceerd in 2006) en 2013. Als gevolg van het verdwijnen of de achteruitgang van talrijke vochtige gebieden, het kanaliseren van de rivieren en de aanleg van de oevers, de intensieve visteelt in de waterlichamen of de vervuiling of de eutrofiëring van de waterlopen telde het Brussels Gewest op het einde van de XXe nog maar 27 soorten van libellen en waterjuffers. In minder dan tien jaar tijd is de toestand van de libellenpopulaties sterk verbeterd zowel op het vlak van het aantal waargenomen soorten (43 soorten waarvan er 2 nog nooit werden waargenomen en ook ecologisch erg veeleisende soorten die soms vanaf het einde van de XIXe eeuw waren verdwenen) als wat hun status van instandhouding betreft. Volgens de onderzoekers kan deze evolutie onder meer worden verklaard door een algemene verbetering van de waterkwaliteit en het beheer van de oevers, de toename van de vrije wateroppervlakken (bv. programma van het blauwe netwerk), evenals door een daling van de overtollige populaties van plantenetende vissen en graafvissen. Ze toont aan dat een aangepast beheer erg snel positieve gevolgen kan hebben op het vlak van de biodiversiteit.

Datum van de update: 12/09/2016
Documenten: 

Methodologische fiches

Factsheet(s)

Thema « Grondgebruik en landschappen in Brussel»

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s