U bent hier

Focus: Het Vliegend hert, een beschermde Europese soort

Het Vliegend hert (lucanus cervus), een zeldzame schildvleugelige die opgenomen is in bijlage II van de Habitatrichtlijn (bijlage met daarin de fauna- en florasoorten van zogenaamd communautair belang die een bijzondere bescherming genieten) kent een relatief grote populatie in het Brussels Gewest, die zich voornamelijk heeft gevestigd in Watermaal-Bosvoorde. Sinds meerdere jaren zorgt Leefmilieu Brussel, maar ook andere actoren zoals de gemeente Watermaal-Bosvoorde, voor beheersmaatregelen die deze populatie in stand moeten houden en ontwikkelen.

In 2013 oordeelde een evaluatie in het kader van de implementering van de “Habitat”-richtlijn dat de lokale staat van instandhouding van de Vliegend-hert-populaties in Watermaal-Bosvoorde gunstig was. Voor de populaties in Ukkel kon men uit de beschikbare gegevens geen conclusies trekken.

Als er één soort is waarop het Brussels Hoofdstedelijk Gewest prat kan gaan, dan is het misschien wel het Vliegend Hert (Lucanus cervus). De populatie binnen het Gewest vormt waarschijnlijk de belangrijkste kern van de populatie die van Halle tot Leuven reikt en is bijgevolg van vitaal belang om deze populatie in stand te houden op lokaal niveau.

Identificatie en ecologie

Het Vliegend hert is de grootste kever van Europa. Naast zijn grootte spreekt vooral het “gewei” van het mannetje tot de verbeelding. Dit gewei zijn fors uitgegroeide kaken waarmee hij zijn territorium verdedigt tegen andere mannetjes. Daarnaast wordt het gewei gebruikt om bij paring de vrouwtjes tegen te houden en zijn natuurlijke vijanden, zoals spechten, kraaiachtigen, uilen en katten, te imponeren.

Belangrijk om te weten wanneer men een populatie wil beheren of herstellen, is dat het Vliegend hert een slechte vlieger is en dus geen grote afstanden aflegt.  Uit de literatuur is bekend dat de maximale verbreidingscapaciteit 1 km bedraagt voor de vrouwtjes en 3 km voor de mannetjes.

Vliegende herten zijn warmte minnende kevers en hebben een voorkeur voor naar het zuiden gerichte hellingen. In hun territorium hebben ze nood aan dood hout van grote diameter, of stervende grote bomen, in contact met de bodem, en een goed gedraineerde bodem waarin gemakkelijk gegraven kan worden. De vrouwtjes graven in de grond gangen uit en leggen ondergronds de eitjes tegen het dode hout. De larven voeden zich met dit dode hout. De boomsoort blijkt niet zo van belang te zijn.

Verspreiding en status in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Omwille van het uitstervingsgevaar dat deze soort bedreigt, is het Vliegend hert opgenomen in bijlage II van de Habitatrichtlijn (Natura 2000), wat hem een bijzonder beschermingsstatuut oplevert. De aanwezigheid van deze soort in het Brussels Gewest heeft bijgedragen tot de selectie en de afbakening van de speciale beschermingszones van het Natura 2000-netwerk.

In Vlaanderen is de soort onderzocht in het kader van de rode lijst en heeft het de status “bedreigd” gekregen (Thomaes  A. en Maes D., 2014).

Volgens enkele getuigenissen blijkt het Vliegend hert tot de jaren ’60 algemeen voor te komen in Brussel en omstreken (Thomaes et al., 2007). Vanaf de jaren ’70 zien we een sterke achteruitgang. Eén van de mogelijke redenen is de verandering in het beheer van het Zoniënwoud. In de tijd dat het Vliegend hert meer verspreid was , werd het Zoniënwoud gedeeltelijk als middelhout beheerd, en was het veel meer open(o.a. door begrazing en grote kaalkappen). Tegenwoordig is het Zoniënwoud een veel dichter bos. De laatste waarneming vanuit het Brussels deel van het Zoniënwoud dateert van 2004. De relictpopulaties komen voor op plaatsen die ingepalmd werden door de landbouw (houtkanten, enz.) en in tuinen. Hierdoor kan besloten worden dat het Vliegend hert in België geen echte bossoort is, maar eerder een soort die voorkomt aan bosranden en houtkanten, waarbij het microklimaat het te kort aan dood hout compenseert.

Op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest herbergen de wijken “Le Logis” en “Floréal” (Watermaal-Bosvoorde) de grootst gekende populatie van het Vliegend hert. Met name de oude (soms afgestorven) Japanse kerselaars langsheen de straten van deze wijken fungeren als broedboom maar ook de oude treinbielzen aan de school ter hoogte van het Jagersveld en taluds met grote oude eiken blijken zeer geschikt, zoals de taluds Kiekendief, Drie Linden en Valkerij. Vangst-hervangstonderzoek wijst uit dat de lokale populatie in Watermaal-Bosvoorde uit tenminste een 200 tot 300 individuen bestaat en stabiel zou blijven (persoonlijke mededeling Cammaerts R. geciteerd in Nijs G. et al. 2013). De kaart hieronder geeft een overzicht van de kilometerhokken waar de soort in de periode 2003-2014 werd waargenomen. 

Op basis van de beschikbare waarnemingen van de periode 2003-2014 blijkt de soort zich verder te verspreiden over geheel Watermaal-Bosvoorde tot juist over de grenzen van de buurgemeenten. Het is echter moeilijk te bepalen of de soort het echt beter doet of dat dit een waarnemerseffect is.In het zuidwesten van Ukkel werd de soort in de periode 2007-2010 een tiental keren gemeld, daarna niet meer. Interessant is ook de vondst van een dood exemplaar in Sint-Pieters-Woluwe op de grens met Wezembeek-Oppem. Van deze 2 gemeenten zijn geen historische gegevens bekend.

Kilometerhokken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar het Vliegend hert in de periode 2003-2014 werd waargenomen
Bron : Leefmilieu Brussel op basis van waarnemingen.be
Kilometerhokken in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waar het Vliegend hert in de periode 2003-2014 werd waargenomen

Net als bij de andere soorten van communautair belang in het Brussels Gewest moet het Vliegend hert worden gemonitord op de populatietoestand en gelden voor er instandhoudings- en beschermende maatregelen voor.  In 2013 oordeelde een evaluatie, rekening houdend met de omvang van de populaties en met de huidige eigenschappen van hun habitat, dat de lokale staat van instandhouding van de Vliegend-hert-populaties in Watermaal-Bosvoorde gunstig was. Voor de populaties in Ukkel kon men uit de beschikbare gegevens geen conclusies trekken (Nijs G. et al., 2013).

Leefmilieu Brussel treedt in actie

Er bestaat een voorstel voor een beheerplan voor de wijken “Le Logis“ en “Floréal” waar de soort in grote aantallen en op verschillende plaatsen waargenomen wordt, onder andere voor een Natura 2000-standplaats (talud Drie Linden).

Zoals hierboven vermeld bedraagt de maximale verbreidingscapaciteit 1 km voor de vrouwtjes en 3 km voor de mannetjes. Deze gegevens, samen met de bijzondere beschermingsstatus van het Vliegend hert als soort van Bijlage II van de Habitatrichtlijn, hebben ertoe aanleiding gegeven dat de beheerdoelstellingen met oog op de instandhouding van een leefbare populatie Vliegend hert zich niet beperken tot de speciale beschermingszone zelf. Om de instandhouding van deze soort te waarborgen, zijn maatregelen op het niveau van de volledige wijken “Le Logis“ en “Floréal” – en er buiten - onontbeerlijk.

Samengevat bevat het ontwerpbeheerplan de volgende maatregelen:

  • behoud van staand dood hout en stervende bomen in de wijken (rekening houdend met de veiligheid van de bewoners en het verkeer) in het bijzonder voor dood hout in warmere en zonnige zones;
  • met het oog op het verzekeren van het aanbod broedbomen in de toekomst,  dienen bomen te worden aangeplant  over de volledige wijken (inlandse eik, Japanse kerselaar), met voldoende afstand van elkaar;
  • sensibiliseringsacties (o.a. onder de vorm van het organiseren van overlegmomenten) ten aanzien van alle betrokken partijen;
  • op 2 taluds  (“Drie Linden” en “Kiekendief”) moet verder een open bosstructuur met veel dood hout en inlandse eik als dominante boomsoort worden beoogd.

In 2015 nam Leefmilieu Brussel, in het kader van een partnerschapsovereenkomst met de eigenaar (sociale-huisvestingsmaatschappij Le Logis - Floréal) het beheer van deze bermen over. Verschillende jaren reeds voert het team ecokantonniers bovenstaande maatregelen uit: de bermen opnieuw openwerken, bossen uitdunnen waarbij het dorre hout met een grote diameter op de grond blijft liggen en behoud van de stammen van Japanse kerselaars waarin Vliegend hert kan zitten. Deze maatregelen zullen verschillende jaren in beslag nemen. Dan pas zal er voor deze soort, over de volledige oppervlakte in kwestie, een optimale habitatkwaliteit zijn.  Na officiële aanwijzing van de speciale beschermingszone I van het Natura 2000-netwerk, met daarin de standplaatsen die onderdak bieden aan Vliegend-hert-populaties, zal dit plan officieel worden goedgekeurd.

Naast dit beheerplan, werd een studie gemaakt van zones die mogelijk Vliegend-hert-populaties kunnen ontvangen, met name het Ter Kamerenbos, het Zoniënwoud en het Laarbeekbos (Godefroid en Koedam, 2006).

Datum van de update: 14/07/2016
Documenten: 

Factsheets

Thema « Grondgebruik en landschappen in Brussel»

Fiches van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studies en rapporten

Plannen en programma‘s