U bent hier

Focus: Het groene netwerk

Sinds een twintigtal jaar maken de acties die worden ontwikkeld op het vlak van de inrichting of de heraanleg van gewestelijke groene ruimten, deel uit van het algemene kader van het programma van het groene netwerk, een geïntegreerd concept waarin sociaal-recreatieve, milieu- en landschappelijke doelstellingen worden gecombineerd.  Naar aanleiding van de opstelling van het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) heeft Leefmilieu Brussel een studie uitgevoerd, onder meer om dit programma te actualiseren, evenals de daarbij horende kaart van het groene netwerk.  Het nieuwe prioritaire groene netwerk bestaat in totaal uit ongeveer 161 km groene continuïteiten die de voornamelijk openbare, maar ook private groene ruimten met elkaar verbinden. Naast de inrichting of de heraanleg van talrijke groene ruimten kreeg het programma van het groene netwerk ook concreet gestalte via de aanleg van de Groene Wandeling, een wandel- en fietsroute van 62 km in de tweede stadskroon die sinds 2009 volledig is bewegwijzerd.

Het groene netwerk: een geïntegreerd concept

De acties die worden ontwikkeld op het vlak van de Brusselse groene ruimten, passen in het algemene kader van de programma's van het groene en blauwe netwerk. Deze programma's willen via een geïntegreerde strategie het aanbod en de kwaliteit van de groene en blauwe ruimten verbeteren, evenals het leefmilieu en de levenskwaliteit in het Brussels Gewest. De structuur van het groene netwerk is gebaseerd op een netwerk van “groene continuïteiten” die de verschillende groene ruimten met elkaar verbinden.  Het blauwe netwerk, dat onlosmakelijk verbonden is met het groene netwerk waartoe het bijdraagt, beoogt om de continuïteit van het hydrografisch oppervlaktenetwerk zo goed mogelijk te herstellen en langs het netwerk schoon water te laten wegstromen.   Deze programma's werden midden de jaren 1990 ontwikkeld door Leefmilieu Brussel en vervolgens opgenomen in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan.

Naarmate het in de praktijk werd gebracht, werd het concept van het groene netwerk geleidelijk verfijnd en verrijkt, onder meer omdat zijn reikwijdte, die oorspronkelijk was toegespitst op de openbare ruimte (straten, parken), werd uitgebreid tot het bouwkundig (groendaken en -gevels) en privé-erfgoed (private tuinen en domeinen) en het belang van zijn ecologische functies steeds meer erkenning kreeg.  Het ontwerp van Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling (GPDO) dat eind 2013 werd goedgekeurd door de Brusselse Regering, benadrukt eveneens dat het groene netwerk “het stadssysteem helpt te reageren op de verschijnselen die gepaard gaan met de klimaatopwarming”.

De talrijke functies van het groene netwerk worden er in opgesomd, namelijk:

  • sociaal-recreatief (ontspanning, wandelingen en actieve mobiliteit, sportactiviteiten in openlucht, sociale contacten, contact met de natuur);
  • ecologisch en omgevingsvormend (ondersteuning van de biodiversiteit; het leggen van verbanden tussen de groene en blauwe ruimten om een betere circulatie van de fauna en flora en genetische uitwisselingen tussen populaties mogelijk te maken; levering van ecosysteemdiensten, waaronder de vermindering van het warmte-eilandeffect; de regeling van de watercyclus enz.);
  • landschappelijk, cultureel en erfgoedkundig (landschappelijke, erfgoedkundige of historische waarde van de groene ruimte, opwaardering van het bouwkundig erfgoed, verfraaiing van de stad,...).

Aangezien het groene netwerk talrijke functies vervult, ontwikkelt het zich tevens via “strategische netwerken” die worden beschreven in het GPDO:

  • Het sociaal-recreatief netwerk en het speelnetwerk

Dit netwerk heeft met name tot doel te voorzien in een brede waaier van sociaal-recreatieve functies in een aangename en gezonde omgeving (rustig of sportief wandelen, sociale ontmoetingen, ontspanning, rust, herbronnen enz.). Het aanbod aan groene ruimten moet worden uitgebreid en de kwaliteit van de bestaande groene ruimten moet worden verbeterd, zodat iedere inwoner beschikt over een kwaliteitsvolle groene ruimte in de buurt van zijn woonplaats. Het concept van het netwerk houdt ook in dat zo veel mogelijk groene ruimten met elkaar verbonden zijn door groene paadjes, wegen, pleinen enz.  Het behoud en de ontwikkeling van moestuinprojecten en andere vormen van stedelijke landbouw maken ook deel uit van de strategie van het groene netwerk.

De speelfunctie maakt, gezien zijn belang en zijn bijzonderheid, het voorwerp uit van een bijzondere strategie die is uitgewerkt door Leefmilieu Brussel. In een algemene context van demografische groei en bevolkingsverjonging heeft het speelnetwerk tot doel om het aanbod van speel- en sportruimten uit te breiden en te verbeteren, vooral in dichtbevolkte omgevingen, om beter tegemoet te komen aan de vraag.

Voor meer informatie kan de geïnteresseerde lezer de focus over de staat van het leefmilieu 2011-2014 raadplegen die specifiek is gewijd aan het speelnetwerk, evenals de focus en de factsheet over de stadsmoestuinen die onder meer een voorstelling geven van het moestuinnetwerk.

  • Het ecologisch netwerk

Dit netwerk dat is samengesteld uit natuurlijke en halfnatuurlijke elementen, heeft tot doel om het natuurlijke milieu in stand te houden en de diversiteit en de dynamische werking van de bestaande ecosystemen te versterken.  Tal van studies hebben immers aangetoond dat het onthaalpotentieel voor de biodiversiteit van natuurlijke habitats die onderling verbonden zijn door ecologische corridors, veel groter is dan dat van habitats van gelijkaardige grootte, maar die van elkaar zijn afgezonderd. De aanwezige ecosystemen zijn er dus evenwichtiger, stabieler en veerkrachtiger, wat betekent dat ze eventuele verstoringen kunnen overwinnen, zoals verstoringen die verband houden met de klimaatverandering of met biologische invasies (ontwerp van natuurplan, 2014). Het ecologisch netwerk heeft ook als doel om de instandhouding of het herstel in een goede staat van behoud te garanderen van soorten en habitats die worden beschermd door de Europese (Natura 2000) of gewestelijke (natuurordonnantie) wetgeving (zie focus en factsheet over de halfnatuurlijke sites en de beschermde groene ruimten). De totstandbrenging van een ecologisch netwerk vormt een van de voornaamste doelstellingen van de natuurordonnantie.

  • Het blauwe netwerk

Het blauwe netwerk heeft tot doel om de continuïteit van het hydrografisch oppervlaktenetwerk, dat grotendeels versnipperd is door de bebouwing, zo goed mogelijk te herstellen en langs het netwerk schoon water te laten wegstromen om:

  • toe te zien op een goede waterkwaliteit en de rivieren, vijvers en vochtige gebieden goed tot hun recht te laten komen op landschappelijk en recreatief vlak, door de ecologische rijkdom van deze milieus verder te ontwikkelen;
  • het zuiver water (oppervlaktewater, drainagewater, regenwater) opnieuw in de waterlopen en de vochtige gebieden te brengen, om deze nieuw leven in te blazen, de problemen van overstromingen te verminderen en het zuiver water weg te leiden van de waterzuiveringsstations.

Dit netwerk streeft dus zowel hydrologische, ecologische, landschappelijke, erfgoedkundige (de geschiedenis van Brussel is nauw verbonden met de aanwezigheid van water) als recreatieve doelstellingen na. Voor meer informatie kan de geïnteresseerde lezer een factsheet raadplegen die specifiek is gewijd aan het programma van het blauwe netwerk.

Deze verschillende strategische netwerken overlappen elkaar. Eén enkele ruimte kan deel uitmaken van de verschillende netwerken en derhalve synergieën tot stand brengen. Toch kunnen er zich concurrentiesituaties voordoen, waardoor op zoek moet worden gegaan naar het juiste evenwicht.

Uitdagingen in verband met de groene en blauwe ruimten die het groene netwerk vormen

Het groene netwerk bestaat in de eerste plaats uit de groene ruimten, zowel de kleine wijkparken als de grote parken en bossen, evenals de groene verbindingen langs (spoor)wegen, kanalen en waterlopen.  Het omvat eveneens de privéruimten rond gebouwen en woningen, de groene binnenterreinen van huizenblokken, alsook de groendaken en -gevels.

Samengevat zijn de voornaamste uitdagingen die verbonden zijn aan de verschillende elementen van het netwerk:

  • de aanleg van nieuwe groene en recreatieve ruimten in - doorgaans centrale - wijken die kampen met een tekort, evenals het groener maken van de openbare wegen en plaatsen;
  • het behoud, de vernieuwing en het duurzaam beheer van de bestaande openbare groene ruimten door er hun verschillende functies (cf. hiervoor) optimaal in te integreren rekening houdend met de lokale context;
  • het maximaal behoud - ondanks de demografische druk - en het ecologische beheer van de overgebleven halfnatuurlijke groene ruimten;
  • de integratie van het beleid van het groene netwerk in de gewestelijke stedenbouwkundige projecten (gebieden van gewestelijk belang, Kanaalplan enz.);
  • de vergroening van de interstitiële groene ruimten die grenzen aan bijvoorbeeld scholen, ondernemingen of kantoren, appartementsgebouwen, evenals aan tuinen, binnenplaatsen, gevels, daken,...;
  • de integratie van de waterproblematiek in de openbare of private stedenbouwkundige projecten (het opnieuw bovengronds leggen van waterlopen, gescheiden netten voor de riolering en het regenwater, infiltratiezones, groendaken, wateroppervlakken, beperking van de grondinname van gebouwen enz.);
  • de voortzetting en de versterking van het ecologisch beheer van de spoorwegbermen (ecologisch performante corridors);
  • het behoud en het duurzaam beheer van de nog aanwezige landbouwgronden (doelstelling die eveneens kadert in de strategie “Naar een duurzamer voedingssysteem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest“ of de “Good Food-strategie” die eind 2015 werd goedgekeurd);
  • het behoud van de bestaande moestuinen en de bevordering van hun toegankelijkheid voor het publiek;
  • de aanleg van groene paden die zijn gescheiden van het autoverkeer (met inbegrip langs spoorwegen en het kanaal), om de actieve vervoerswijzen te bevorderen (wandelaars, fietsers enz.).

Uitvoering van het programma van het groene netwerk

In de kader van de opstelling van het ontwerp van GPDO werd op vraag van Leefmilieu Brussel tussen 2011 en 2013 een studie uitgevoerd om het programma van het groene netwerk te actualiseren. Deze studie had enerzijds betrekking op de analyse van de bestaande situatie, en anderzijds op de aanpassing van de kaart van het groene netwerk. Voor sommige prioritaire sites werden projecten uitgewerkt om op het terrein de principes van het groene netwerk in de praktijk te brengen.
De onderstaande kaart geeft een schematische voorstelling van de mate van uitvoering van de verschillende delen (of “groene continuïteiten”) van het programma van het groene netwerk, zoals bepaald in 1998 (bijlage bij het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 1998 tot vaststelling van het ontwerp van Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot wijziging van de richtinggevende bepalingen van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan van 1995).

Aanlegwerken uitgevoerd op de delen van het prioritaire groene netwerk (1998-2011)
Bron: Leefmilieu Brussel & Agora 2014 

Aanlegwerken uitgevoerd op de delen van het prioritaire groene netwerk (1998-2011)

Zonder rekening te houden met de Groene Wandeling blijkt daaruit dat:

  • er rond 1998 voorstellen tot aanlegwerken werden gedaan om de bestaande situatie te verbeteren voor 70% van de technische fiches betreffende de diverse delen van het prioritaire groene netwerk (“ruggengraat” van het groene netwerk);
  • deze voorstellen volledig of gedeeltelijk werden uitgevoerd in respectievelijk 23% en 35% van de gevallen.

De studie toont ook aan dat het verbeteringspotentieel van de landschaps-, recreatieve en ecologische kwaliteit van het prioritaire groene netwerk veel groter is in het westen van het Gewest.
Sinds haar lancering in 1999 heeft de gewestelijke Groene Wandeling - een wandel- en fietsroute in de tweede stadskroon om de actieve mobiliteitswijzen te bevorderen - zich verder uitgebreid via talrijke aanlegwerken die zijn bedoeld om nieuwe oversteekplaatsen (bruggen, nieuwe trajectdelen,...) te creëren of bestaande secties te verbeteren op het vlak van hun bruikbaarheid voor de gebruikers of hun landschaps- of ecologische kwaliteit. Momenteel zijn er 55 projecten - van uiteenlopende omvang - geconcretiseerd op de route van de Groene Wandeling, waaronder 17 om de toegankelijkheid te verbeteren van het deel dat overeenstemt met het “wandelpad langs de oude spoorlijn Brussel-Tervuren” (tussen Oudergem en Sint-Lambrechts-Woluwe). Er werden bepaalde verbindingen gecreëerd met gemeentelijke wandelpaden, evenals met het recreatief fietsroutenetwerk van Vlaams-Brabant. De route van de Groene Wandeling is sinds 2009 volledig bewegwijzerd en er werd op meerdere plaatsen voorzien in informatiepunten. Andere projecten zijn aan de gang of staan in de steigers. De Groene Wandeling stemt vandaag overeen met een traject van 62 km, waarvan 41% in de groene ruimten is gelegen, 47% op de wegen en 12% op verkeersluwe of verboden wegen (buiten de groene ruimten) of langs jaagpaden. De specifieke aanlegwerken die werden uitgevoerd in het kader van de Groene Wandeling, vertegenwoordigen 26% van het volledige traject. Het overige stemt overeen met bestaande infrastructuren die afhangen van andere gewestelijke actoren (vooral de gemeenten en Brussel Mobiliteit).
Daarnaast werden talrijke parken aangelegd of gerenoveerd. In dat verband kunnen wij in het bijzonder 2 nieuwe multifunctionele parken vermelden die in 2014 werden aangelegd op industrieterreinen in centrale wijken en openstaan voor het publiek, namelijk het park van lijn 28, gelegen op de grens van Molenbeek, Jette en Brussel (opdrachtgever: Beliris, beheerder: Leefmilieu Brussel) en Parckfarm, gelegen op de voormalige spoorlijn van Thurn & Taxis (opdrachtgever en beheerder: Leefmilieu Brussel met de steun van de bewoners). De verwezenlijking van dit park paste in het kader van een experimenteel project dat tot doel heeft om nieuwe manieren te vinden om gebruik te maken van de openbare ruimten, door onder meer te steunen op de nauwe betrokkenheid van de bewoners. Deze parken zijn verbonden met een klein gemeentepark dat wordt aangelegd in het kader van een wijkcontract, evenals met een nieuw privépark van Thurn & Taxis. De komende jaren zal deze parkaaneenschakeling verder worden vervolledigd met een groene verbinding naar het Bockstaelplein (Laken), evenals naar het Kanaal en het project van de gewestelijke recreatieve pool “Allée du Kaai”.

De nieuwe kaart van het groene netwerk

De kaart met de groene continuïteiten die eerst moeten worden ontwikkeld, werd aangepast op basis van de bovenvermelde studie en zal als basis dienen voor de opstelling van de kaart “Levenskader” van het ontwerp van GPDO waarin onder meer het groene netwerk is opgenomen (zie hieronder).
Deze aanpassingen zijn in de eerste plaats bedoeld om:

  • het tracé aan te aanpassen aan de evoluties van de situatie op het terrein (bv. nieuwe constructies, veranderingen van eigenaars enz.);
  • de efficiëntie en de connectiviteit van het netwerk te verbeteren;
  • bepaalde spoorlijnen te integreren als sterke pijlers van het groene netwerk;
  • meer groene continuïteiten te creëren in de Brusselse vijfhoek;
  • verbindingen met de groene ruimten of continuïteiten van de Vlaamse rand te creëren of te versterken.

Uit dit werk blijkt dat de nieuwe kaart van het groene netwerk talrijke wijzigingen heeft ondergaan (integratie van nieuwe delen, schrapping of aanpassing van oude delen), ook al werd een aanzienlijk aantal delen van het in 1998 vastgelegde groene netwerk behouden.
Het nieuwe prioritaire netwerk dat wordt voorgesteld in de studie, omvat in totaal ongeveer 161 km groene continuïteiten (zonder de Groene Wandeling). Dit nieuwe project vertoont een iets sterkere connectiviteit tussen de groene ruimten dan in vergelijking met de vorige versie. Dit wil zeggen dat globaal genomen meer groene ruimten van het netwerk zich op minder dan 200 meter afstand van een andere groene ruimte of een lineair element van het netwerk bevinden.

Hefbomen voor de uitvoering van het groene netwerk

Het Gewestelijk Ontwikkelingsplan is een oriënteringsplan dat uiting geeft aan de politieke visie over de ontwikkeling van de stad. Het heeft uitsluitend een indicatieve waarde in tegenstelling tot het Gewestelijk Bodembestemmingsplan (GBP), dat een reglementaire waarde heeft en de mogelijke bestemmingen op het grondgebied en de voorschriften vastlegt die van toepassing zijn in elke zone.
Op het niveau van het GBP vertaalt het groene netwerk zich enkel in de bestemming van bepaalde delen van het grondgebied in groene zones van verschillende types (zie focus en factsheet “Halfnatuurlijke sites en beschermde groene ruimten”) en, voor de andere bestemmingen, in voorschriften betreffende de vergroening.  De aanleg van groene zones is zodoende zonder beperking toegelaten in alle gebieden, ook al komt dit zelden voor in de praktijk. Bovendien moeten de bouwprojecten met een grondoppervlakte van meer dan 5.000 m² voorzien in minstens 10% groene ruimten (...). In bepaalde strategische gebieden (gebieden van gewestelijk belang) legt het GBP ook de aanleg van een welbepaalde oppervlakte van groene ruimten op.  Ook al worden de groengebieden van het GBP over het algemeen relatief goed beschermd, toch zijn er uitzonderingen mogelijk in het geval van projecten van openbaar nut. Bovendien beschikken bepaalde als groengebied bestemde zones in de praktijk soms over weinig groen (bv. bepaalde begraafplaatsen en sportzones).
De gewestelijke ontwikkelingsplannen (kaarten “levenskader”) en het ontwerp van natuurplan bevatten kaarten over de uitvoering van het groene netwerk of van het ecologisch netwerk. 

Kaarten "Levenskader" van het ontwerp van GPDO: prioriteiten van het groene netwerk
Bron: Brusselse Hoofdstedelijke Regering, 2013 (zie http://www.gpdo.be)

Kaarten "Levenskader" van het ontwerp van GPDO: prioriteiten van het groene netwerk
De kaart van de “ingroeningsgebieden” verdeelt het Brussels grondgebied in 3 concentrische gebieden, namelijk, vertrekkend vanuit het centrum:

  • A: Prioritair in te groenen gebied
  • B: Verbetering van het groen karakter van de binnentuinzones
  • C: Bescherming van de groene stad van de tweede stadskroon

Afhankelijk van het gebied waarin ze zich bevinden, moeten de stedenbouwkundige projecten voorrang geven aan de ene of de andere functie van het groene netwerk. In zone A, het centrale en dichtbevolkte deel van Brussel, is er een aanzienlijk tekort aan openbare en private groene ruimten, terwijl de woondichtheid er hoog is.  Het doel is dus om er zo veel mogelijk nieuwe groene ruimten te creëren, maar ook om, meer in het algemeen, de kwaliteit van de stedelijke omgeving te verbeteren door de aanplanting van bomen op de wegen, de opwaardering van woonruimten of de begroening van binnenplaatsen van huizenblokken, daken, gevels enz.  Ter hoogte van de tweede stadskroon, in zone C, is het de bedoeling om het groene karakter en de kwaliteit van de omgeving van de bebouwingsstructuur te behouden, ondanks de verdichtingsprocessen. Voor de zone B, in de eerste stadskroon, is het de bedoeling om het groene karakter van de binnenplaatsen van huizenblokken te behouden en te versterken.
De kaart “Levenskader” stelt een planning van het groene netwerk voor en lokaliseert de verschillende elementen waaruit het groene netwerk is opgebouwd, namelijk:

  • te versterken structurerende open ruimten (deze open gebieden die vooral in relictuele landelijke gebieden van de rand zijn gelegen, hebben een groot biologisch, erfgoedkundig, landschappelijke en recreatief belang);
  • te behouden groene continuïteiten, Groene Wandeling en groene ruimten van het bestaande GBP;
  • nieuwe te creëren of te onderzoeken groene ruimten, voetgangers- en fietsverbindingen;
  • gewestwegen waarvan het groene karakter moet worden versterkt;
  • heraan te leggen parken;
  • bestaande of te creëren gewestelijke recreatieve polen;
  • gebieden ter bescherming en herwaardering van halfnatuurlijke landschappen (landschappen met een grote erfgoedkundige, sociale en ecologische waarde die moeten worden beschermd en geherwaardeerd in een context van de verdichting van de huisvesting);
  • gebieden ter versterking van de connectiviteit van het ecologisch netwerk (die voornamelijk tussen de Natura 2000-gebieden zijn gelegen);
  • transregionale assen voor landschappelijke samenwerking.

Er wordt ook op gewezen dat er in het ontwerp van natuurplan een kaart is opgenomen betreffende het Brussels ecologisch netwerk.
In de praktijk steunt de uitvoering van het groene netwerk op verschillende hefbomen, waaronder:

  • planning, aanleg, renovatie en beheer van groene (parken, maar ook begroende pleinen en wegen) en blauwe ruimten door de overheidsinstanties overeenkomstig de richtlijnen van het GewOP en het ontwerp van GPDO (onder meer in het kader van de “duurzame wijkcontracten”, de opstelling van richtplannen, verkavelingsvergunningen enz.);
  • procedure voor de aflevering van de stedenbouwkundige vergunningen (voor de bouw van een wijk, de heraanleg van wegen of pleinen, de bouw of de uitbreiding van een gebouw enz.):
    • verplichting voor de opdrachtgever om het door het GBP (of desgevallend het bijzonder bestemmingsplan) en de gewestelijke stedenbouwkundige verordening opgelegde reglementaire kader na te leven (regels betreffende de groendaken en de ondoorlatendheid van de bodems);
    • tussenkomst van Leefmilieu Brussel als adviesorgaan (op basis van de richtlijnen van het GewOP en het ontwerp van GPDO);
    • mogelijkheid (vastgelegd in het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening of BWRO) om stedenbouwkundige lasten op te leggen die onder meer betrekking kunnen hebben op de verwezenlijking, de transformatie of de renovatie van groene ruimten;
  • aanreiken van expertise van Leefmilieu Brussel over de aspecten die bijvoorbeeld verband houden met de inrichting van groene ruimten of het waterbeheer in kader van stedenbouwkundige of vastgoedprojecten die worden ontwikkeld door de overheid of promotoren (op basis van een verzoek als adviesorgaan of op een proactieve manier door contact op te nemen);
  • verwervingen van nieuwe terreinen door het Gewest of sluiten van erfpachtovereenkomsten voor het creëren van nieuwe groene ruimten die bijdragen tot de verwezenlijking van het groene netwerk;
  • mogelijkheid om zich te beroepen op artikel 66 van de ordonnantie betreffende het natuurbehoud dat stelt dat de Regering bijzondere beschermingsbesluiten en aanmoedigingsmaatregelen kan goedkeuren, met inbegrip van subsidies, voor het behoud, het beheer en de ontwikkeling van stadsbiotopen evenals landschapselementen die (...) essentieel zijn voor de migratie van wilde soorten en de ecologische samenhang van het Natura 2000-netwerk en het Brussels ecologisch netwerk verbeteren.
  • aanreiken van expertise of de opstelling van contracten en overeenkomsten voor de inbeheername van de groene ruimten door Leefmilieu Brussel om een beter ecologisch beheer van bepaalde groene ruimten te garanderen die bijvoorbeeld worden beheerd door gemeenten, huisvestigingsmaatschappijen (Natura 2000-stations), Infrabel (o.m. spoorwegbermen), Brussel Mobiliteit (middenbermen en wegranden), privé-eigenaars (terreinen in de Natura 2000-gebieden), het ministerie van Defensie (militaire terreinen) enz.;
  • toekenning van gemeentelijke of gewestelijke premies (bv. voor de aanleg van groendaken, de vergroening van gevels of de verbetering van de binnenplaatsen van de huizenblokken door de afbraak van bijgebouwen of de doordringbaarheid van de bodem);
  • projectoproepen die aanzetten tot burgerinitiatieven in verband met de vergroening van de wijken of de ontwikkeling van gemeenschappelijke moestuinen (financiële en technische ondersteuning);
  • sensibilisering en communicatie (bv. publicatie van een “vademecum” over het speelnetwerk);
  • invoering van participatieve processen tijdens de ontwerpfase of de renovatie van bepaalde groene ruimten.
Datum van de update: 24/08/2016
Documenten: 

Factsheet(s)

Thema “Grondgebruik en landschappen in Brussel”

Thema « Water in Brussel »

Fiche(s) van de Staat van het Leefmilieu

Andere publicaties van Leefmilieu Brussel

Studie(s) en rapport(en)

Plan(nen) en programma(‘s)