U bent hier

Nieuwe ordonnantie met betrekking tot het beheer en de bescherming van de onbevaarbare waterlopen en vijvers in Brussel

Om onze rivieren en vijvers beter te beschermen en het dagelijkse beheer ervan te verbeteren, neemt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een nieuwe specifieke wetgeving aan. Ze is op 16 mei 2019 door het Brussels Parlement goedgekeurd en op 1 januari 2020 van kracht geworden.

Over welke waterlopen en vijvers gaat het?

Volgens de nieuwe ordonnantie worden alleen de onbevaarbare waterlopen (dus niet het Kanaal) en de gewestelijke vijvers rechtstreeks beoogd door deze nieuwe wetgeving. Naast de Zenne en de Woluwe, waarvoor milieudoelstellingen zijn vastgesteld overeenkomstig de Richtlijn 2000/60/EG, beoogt deze ordonnantie ook de bescherming van het tiental zijtakken van deze waterlopen (Molenbeek, Neerpedebeek, Hollebeek-Leibeek, Geleytsbeek, ...). 

De Regering moet nog een besluit uitvaardigen voor de klassering van de waterlopen die onder de ordonnantie zullen vallen. Op dit ogenblik moet men er rekening mee houden dat de waterlopen van de 1ste, 2de of 3de categorie in de zin van de vroegere wet van 1967 reeds genieten van dit beschermingsstatuut en van het beheerregime dat werd ingesteld door de ordonnantie van 16 mei 2019. Hun ligging en de categorie waartoe ze behoren kunt u raadplegen op de kaart 'Water in Brussel'.

Met 'gewestelijke vijvers' bedoelen we het veertigtal vijvers dat momenteel door Leefmilieu Brussel wordt beheerd in afwachting van een officiële aanstelling door een besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hieraan is een specifieke pagina gewijd.

De Regering zou op grond van deze tekst ook een bijzonder beschermingsstatuut kunnen verlenen aan bepaalde historisch verlaten waterlopen of sloten die van belang zijn op de schaal van een deelstroomgebied.

Wie beheert ze en welk type van beheer wordt verzekerd?

De aanstelling van de beheerautoriteit per waterloop zal ook het voorwerp uitmaken van een besluit van de Regering. De onbevaarbare waterlopen die zullen worden geklasseerd, zullen worden beheerd door het Gewest (Departement Water van Leefmilieu Brussel) of door de gemeente op het grondgebied waarvan de waterloop stroomt. Het beheer van de niet-geklasseerde waterlopen zal de taak en de verantwoordelijkheid blijven van de aangelanden van wie de eigendom aan de waterloop grenst.

De taken van de waterlopenbeheerder zijn de afgelopen 20 jaar sterk geëvolueerd. Voortaan moet de beheerder onderhouds- en kleine herstellingswerken uitvoeren, of grotere (zogenaamde ‘buitengewone’) werken die niet langer alleen bedoeld zijn om de stroom van de waterloop te verbeteren.

De uit te voeren werkzaamheden moeten immers tegemoetkomen aan verschillende doelstellingen: hydraulische, ecologische, landschappelijke en recreatieve. De te nemen maatregelen zullen voortaan, in de mate van het mogelijke, op de natuur gebaseerde interventies zijn. De acties van de voorbije jaren kaderen allemaal in de uitvoering van het Blauwe Netwerk-programma en, meer algemeen, het Waterbeheerplan.

De beheerder is dan wel de hoofdverantwoordelijke voor het behoud van het hydrografische netwerk, maar het spreekt voor zich dat de burgers, en in het bijzonder de aangelanden van de waterlopen, ook een rol moeten spelen in de bescherming en herwaardering van ons Brussels blauw erfgoed. Zij zijn er de voornaamste begunstigden van.

Nu de klimaatverandering een steeds prominentere bekommernis is, is een van de uitdagingen van de beheerder van waterlopen en vijvers om een goed ecologisch evenwicht te bewaren. Dat kan door te proberen de druk op de waterlopen en de vijvers zoveel mogelijk te verminderen. Die druk kan bestaan uit diffuse of gerichte vervuiling, vermindering van waterdebiet of -niveau bij hoge temperaturen, gebrek aan zuurstof of eutrofiëring van het milieu. Bloei van algen, ook ‘cyanobacteriën’ genoemd, wijst op een gebrek aan evenwicht.

De aanwezigheid en ontwikkeling van invasieve soorten moet eveneens in overweging worden genomen. De lokale soorten hebben moeite om zich te handhaven onder druk van deze invasieve uitheemse soorten. De Canadese gans, de Chinese krab, de Amerikaanse rivierkreeft, de nijlgans, de Japanse duizendknoop, ... staan op een lijst van soorten waarvan de aanwezigheid in of nabij het hydrografische systeem problematisch is en waarvoor specifieke maatregelen moeten worden getroffen. U vindt meer informatie over de juiste aanpak op de pagina's van Leefmilieu Brussel die gewijd zijn aan de problemen in verband met de invasieve flora en fauna.

Welke regelgeving?

De rechten en plichten met betrekking tot het hydrografische systeem zijn vastgelegd in de artikelen 18 en 20 van de nieuwe ordonnantie. De naleving van bepaalde afstanden om te bouwen, herop te bouwen of af te breken, te planten of voorwerpen of materialen, zelfs tijdelijk, neer te leggen in de nabijheid van een waterloop, is een voorbeeld. Andere voorbeelden zijn het verkrijgen van een machtiging van de beheerder van de waterloop om water te nemen of eventueel te bouwen in de zogenaamde onbebouwbare zone. Deze machtiging moet trouwens bij de bouwvergunningsaanvraag worden gevoegd wanneer een dergelijke vergunning vereist is.

Schema : onbouwbare zone

Vaak zien we dat groenafval, d.w.z. composteerbaar of biologisch afbreekbaar plantaardig afval zoals grasmaaisel, takken, versnipperd materiaal, dode bladeren, voedselresten enz., zich ophoopt op de oevers van de waterlopen die aan tuinen grenzen.

Dit is om verschillende redenen een probleem. 

  • organisch afval ontbindt en draagt bij tot de eutrofiëring van het aquatische milieu;
  • de overmatige toevoer van voedingsstoffen verzwakt het evenwicht van het ecosysteem (aanwezigheid van brandnetels, winde), waardoor invasieve planten (Japanse duizendknoop, reuzenbalsemien enz.) van dit onevenwicht kunnen profiteren en het risico van erosie van de oevers ontstaat, wanneer de wortels van de struikachtige planten 'verstikt' raken;
  • dit houtachtige groenafval kan de goede stroming van het water verhinderen;
  • de aanwezigheid van keukenafval kan leiden tot meer ongedierte zoals ratten.

De rijke biodiversiteit van het aquatische milieu

Waterlopen en vijvers zorgen voor buitengewone habitats in ons verstedelijkt landschap. Zo bevorderen ze een rijke biodiversiteit. In en rond het water kunnen immers veel plant- en diersoorten leven.

Deze biodiversiteit is belangrijk voor de mens. Ze biedt veel diensten aan onze planeet en voorziet in enkele van onze levensnoodzakelijke behoeften. De vochtige zones verminderen de impact van overstromingen door grote hoeveelheden water vast te houden en zuiveren het water door het te filteren.

Water en de bijzondere landschappen errond bieden een leefomgeving die de Brusselaars op prijs stellen en die ons welzijn bevordert. Het hydrografische netwerk helpt ook de gevolgen van stedelijke warmte-eilanden verminderen.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kunnen we, afhankelijk van waar we ons bevinden, min of meer regelmatig opmerkelijke soorten waarnemen, zoals watersalamander, ijsvogel, roerdomp, blauwe reiger, groene kikker, verschillende soorten vleermuizen, libellen en vlinders (zie pagina Fauna van Leefmilieu Brussel). Bij de flora gaat het om waterlelies, algen, riet en gele lis (Iris pseudacorus), het embleem van Brussel (zie pagina Flora van Leefmilieu Brussel).

De laatste controles laten een positieve evolutie (.pdf) zien van de toestand van het aquatische milieu in Brussel: bepaalde vissen zijn teruggekeerd. In een stedelijke omgeving zijn er echter belemmeringen voor migratie, een laag zuurstofgehalte, weinig licht, … Die leefomstandigheden zijn niet echt bevorderlijk voor het behoud en de ontwikkeling van onze inheemse populaties.

Er zijn dus zeker nog gezamenlijke inspanningen nodig om een evenwicht te bereiken. Een aantal “goede praktijken” kunnen in elk geval al bijdragen tot een verbetering.

Welke wettelijke verplichtingen en verbodsbepalingen zijn van toepassing? 

  • De aangelanden van een geklasseerde onbevaarbare waterloop en/of van een gewestelijke vijver zijn verplicht om (artikel 18):
  1. op hun gronden of eigendom toegang te verlenen aan de werktuigen en agenten of hun onderaannemers belast met het beheer van de waterlopen, vijvers, alsook de kunstwerken die ermee verbonden zijn;
  2. doorgang te verlenen aan de agenten die met het algemeen toezicht op de waterlopen en de vijvers in de zin van deze ordonnantie zijn belast;
  3. op hun gronden of eigendommen op een 5-meterstrook vanaf de oeverinsteken de uit de bedding van de waterloop opgehaalde voorwerpen onder voorbehoud van artikel 19 en de voor de uitvoering van de werken in de zin van deze ordonnantie benodigde materialen, gereedschap en werktuigen te laten plaatsen;
  4. een afstand van 1 meter, landinwaarts gemeten vanaf de oeverinsteken van de waterloop, te respecteren voor de installatie van een omheining. Op voorwaarde dat een machtiging door de beheerder wordt verleend, moet de omheining, die niet hoger mag zijn dan 1,50 meter, worden geplaatst zonder een hindernis te vormen voor de doorgang van het materiaal dat gebruikt wordt voor de uitvoering van de werken in de zin van deze ordonnantie en voor de fauna;
  5. een begroeide bufferzone in te richten en te onderhouden van minstens 4 meter breed vanaf de oeverinsteek. De dichtheid moet vergelijkbaar zijn met die van een gevestigd grasland met een voldoende en homogene bedekking. De ruimten die reeds ondoorlaatbaar of bebouwd zijn, zijn niet in deze oppervlakte inbegrepen. Van deze verplichting mag alleen bij uitzondering worden afgeweken mits een afwijking die voorafgaandelijk door de waterloopbeheerder werd toegestaan.

De eigenaars van kunstwerken op de geklasseerde onbevaarbare waterlopen en vijvers zijn verplicht om erop toe te zien dat hun kunstwerken in goede staat worden onderhouden en functioneren in overeenstemming met de instructies die zij zouden kunnen ontvangen van Leefmilieu Brussel of van de betrokken gemeente in hun hoedanigheid van beheerder.

De aangelanden van een geklasseerde onbevaarbare waterloop hebben het recht water te nemen op voorwaarde dat ze de uitdrukkelijke toestemming hiervoor hebben gekregen van Leefmilieu Brussel, dat erop toeziet dat deze waterwinning geen schade berokkent aan de waterloop en dat de aangelanden stroomafwaarts ook van dit recht kunnen gebruikmaken.

  • Het is verboden om (artikel 20):
  1. grond van een geklasseerde onbevaarbare waterloop of een vijver in te palmen of schade toe te brengen aan zijn gewone en regelmatige stroom;
  2. de oevers of de bedding van een onbevaarbare waterloop of een vijver te beschadigen, te verlagen of op welke manier ook aan te tasten;
  3. de onbevaarbare waterlopen en de vijvers op eender welke manier te hinderen of er voorwerpen of materialen in te storten of neer te leggen, die de vrije loop van het water kunnen belemmeren;
  4. inbreuk te maken op de ecologische en/of chemische kwaliteit van de onbevaarbare waterlopen en de vijvers, op de normale toestand van hun oevers of de kunstwerken die er zich op bevinden;
  5. de positiebepalende systemen die door of op verzoek van de beheerder werden aangebracht, te verwijderen, onherkenbaar te maken of wat dan ook te wijzigen aan de schikking of plaatsing ervan;
  6. in de onbebouwbare zone van een geklasseerde onbevaarbare waterloop te bouwen, herop te bouwen of af te breken, te planten of voorwerpen of materialen, zelfs tijdelijk, neer te leggen zonder de schriftelijke machtiging van zijn beheerder;
  7. water van een geklasseerde onbevaarbare waterloop af te nemen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van zijn beheerder;
  8. naaldbomen te planten of te herplanten of hun zaailingen te laten groeien op minder dan 4 meter van de oeverinsteken;
  9. vaste of vloeibare materialen neer te leggen op een plaats vanwaar deze door een natuurverschijnsel meegevoerd kunnen worden in de onbevaarbare waterlopen en gewestelijke vijvers;
  10. zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de beheerder lozingspunten in de oevers van een geklasseerde onbevaarbare waterloop of van een gewestelijke vijver toe te voegen alsook de morfologie van deze oevers te wijzigen;
  11. enige wijziging aan te brengen op een kunstwerk waarvan men geen eigenaar is.

Hoe controleren we het Brusselse hydrografische netwerk?

Om de naleving te verzekeren van de nieuwe regels die door deze nieuwe wetgeving worden ingevoerd, beschikt Leefmilieu Brussel over specifiek aangestelde ambtenaren voor de monitoring van de waterlopen en vijvers. Ze worden ‘waterlopeninspecteurs’ genoemd.

Deze ambtenaren hebben een goede kennis van het hydrografische netwerk, aangezien ze het dagelijks doorkruisen om het onderhoud of meer grootschalige werken op te volgen. Als u verdachte handelingen opmerkt in de buurt van oppervlaktewater, aarzel dan niet om contact op te nemen met een van hen.

Datum van de update: 14/07/2020
Contact: