U bent hier

Het blauwe netwerk

Londen heeft de Theems, Parijs de Seine. En Brussel? De Zenne was in de loop der jaren een open riool geworden. Ze werd in 1867 omgeleid en overwelfd om epidemieën en overstromingen bij hoge waterstanden te voorkomen. Aan het einde van de negentiende eeuw verdween de Zenne onder de Lemonnier- en Anspachlaan. In de jaren zestig werd ze zelfs omgeleid voor de aanleg van de metro. Maar de Zenne is bijlange niet de enige waterloop die door Brussel kronkelt. Haar bijrivieren vormden een geheel van vochtige en overstroomde gebieden waar de gele lis (iris) bloeide, die later het symbool werd van de stad. Het "blauwe netwerk"-project ging in 1999 van start, met als doel de rivieren en heldere waterlopen een nieuw leven te geven, en het water en de vochtige gebieden die aan de basis van de stad lagen, hun vroegere waarde terug te schenken.

Het ‘web’ op zijn Brussels

Wie over een netwerk spreekt, denkt aan een fijnmazig net en een spinnenweb. Dit begrip wijst op de uitbouw van blauwe verbindingen zoals oevers, waterlopen, vijvers, waterrijke gebieden, fonteinen, bekkens, … Wat wil men uiteindelijk creëren? In de eerste plaats een samenhangend ecologisch geheel. Maar ook een prachtig hulpmiddel om het water weer een plaats te geven in het stadsbeeld, voor natuurbeheer en zelfs om overstromingen te voorkomen.

Ambitieuze doelstellingen

Het project stelt zich een ecologische aanpak van het waterbeleid tot doel, en beantwoordt aan een aantal doelstellingen, zowel op het vlak van milieu als sociaal en economisch.

  • De eerste doelstelling is het weer openleggen van overwelfde waterlopen, voor recreatie, wandelingen, enz., en de bewaking van de kwaliteit van de oppervlaktewateren.
  • De tweede doelstelling is het realiseren van verbindingen tussen de waterlopen en de strijd tegen overstromingen. Verschillende waterlopen - zoals de Geleytsbeek en de Molenbeek - zijn op diverse plaatsen onderbroken. Het project wil deze stukken opnieuw met elkaar verbinden om de waterlopen weer tot een geheel te maken en ze te laten uitmonden in de Zenne. Dat vermindert de druk op de collectoren die nu overbelast zijn. Het zou ook de watervolumes verkleinen die de waterzuiveringstations moeten behandelen en overstromingen helpen voorkomen.
  • De derde doelstelling is de herwaardering van de sociale, landschappelijke en recreatieve functies van de waterlopen, vijvers en vochtige gebieden en de ontwikkeling van de ecologische rijkdom van deze milieus.

De Woluwe als eerste concreet resultaat

De Zenne en haar zijrivieren werden in de negentiende eeuw overwelfd. Deze waterlopen kunnen op heel wat plaatsen terug worden opengelegd of hun normaal debiet weer terugvinden. De Woluwe is daar een duidelijk bewijs van. Ze ligt weer open tussen het Bronnenpark en de molen van Lindekemale. De rivierbedding werd er dieper uitgegraven en de oevers werden verstevigd om afkalving tegen te gaan. Zo is er nu een open Woluwe over een lengte van 400 meter, met ernaast een nieuw wandelpad.

Het blauwe netwerk wil ook schoon water afkomstig van vijvers, bronnen of doorsijpeling, gescheiden houden van afvalwater. Het heldere water wordt opnieuw naar waterlopen geleid in plaats van naar waterzuiveringstations. Deze maatregel is tegelijk economisch verantwoord en slim: het is inderdaad minder efficiënt en rendabel om dezelfde hoeveelheid afvalwater te zuiveren als dat is aangelengd met een grote hoeveelheid zuiver water.

Zo is bijvoorbeeld het hele vijvercomplex van Hertoginnedal, Mellaerts en Parmentier op dit moment rechtstreeks verbonden met de Woluwe, terwijl de wateren zich tot 2009 in de riolering stortten.

Datum van de update: 13/04/2018