U bent hier

Water en benzinestations

Benzinestations kunnen aan de basis liggen van twee vormen van waterverontreiniging: de verontreiniging van het grondwater en die van het oppervlaktewater. Nieuwe benzinestations alsook de stations die zijn aangepast aan het Besluit Benzinestations zijn zo ontworpen dat ze dit soort verontreiniging voorkomen.

Grondwaterlagen

De vervuiling van het grondwater gebeurt vooral door het morsen en lekken van brandstof in de buurt van benzinepompen en opslagtanks. Een verroeste tank of een leiding die niet meer waterdicht is, zijn voldoende om een lek te veroorzaken waarvan de gevolgen voor het milieu en uw rendabiliteit rampzalig kunnen zijn.

Hoe vermijdt u deze problemen? Door de nodige voorzorgen te nemen. Test uw leidingen regelmatig op lekken. En raadpleeg, bij de geringste twijfel, een specialist.

Indien er toch iets zou mislopen, zorg er altijd voor dat u absorptiemateriaal in de buurt hebt, niet alleen voor uzelf, maar stel het ook ter beschikking van uw leveranciers en uw klanten.

Afvalwater

Over het algemeen is regenwater het enige afvalwater van een benzinestation. Maar dat kan wel vervuild zijn met koolwaterstoffen.

Niet-verontreinigd regenwater, bijvoorbeeld van het dak, kunt u in een regenwaterput opvangen en gebruiken voor uw sanitaire installaties.

Verontreinigd regenwater hebt u vooral in de buurt van de benzinepompen en van de losplaats voor tankwagens. Dat moet u laten wegvloeien naar een afscheidingsinstallatie van koolwaterstoffen. Die moet uitgerust zijn met een veiligheidssysteem dat de waterafvoer blokkeert als de hoeveelheden koolwaterstof de behandelingscapaciteit overtreffen. Het behandelde water moet langs een coalescentiefilter stromen voor het mag worden geloosd. Het spreekt voor zich dat u deze installatie zeer regelmatig moet onderhouden. Het slibafval moet worden opgehaald door een erkende ophaaldienst.

Datum van de update: 17/10/2018