U bent hier

Stap 6: De resultaten interpreteren

Om te weten of u voorzorgsmaatregelen moet nemen in verband met uw moestuin, kunt u de analyseresultaten die u van het laboratorium hebt ontvangen vergelijken met de waarden in de onderstaande tabel.  

Waarmee stemmen deze drempelwaarden overeen? 

Drempelwaarde 1 stemt overeen met de interventienorm voor een woonzone (volgens het Gewestelijk bestemmingsplan) zoals voorzien door het besluit  tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen.. Het zijn dus de officiële normen waarboven uw terrein als verontreinigd wordt beschouwd als het zich in een woonzone bevindt.  Deze normen werden onder meer bepaald op basis van analyses van de risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu.   De optiek van ongunstige scenario’s werd weerhouden omdat men rekening houdt met personen die hun gehele leven aan de verontreiniging zijn blootgesteld.

Drempelwaarde 2 is een concentratie die door Leefmilieu Brussel werd berekend op basis van een risicobeoordelingsmodel, voor een woning met een moestuin. Boven deze berekende concentratie moeten er maatregelen worden genomen om contact met de aanwezige verontreiniging te vermijden en mogelijke negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid te vermijden. 

 

Stof  (mg/kg) Drempelwaarde 1* Drempelwaarde 2*   Stof  (mg/kg) Drempelwaarde 1* Drempelwaarde 2*
Zware metalen Polycyclische aromatische koolwaterstoffen
Arseen  103 103 Naftaleen 5 5
Cadmium  6 22 Benzo(a)pyeen 3,6 4,86
Chroom (III)  240 240 Fenantreen 65 236
Koper 197 2359 Fluoranteen 30 195
Kwik 4,8 4,8 Benzo(a)antraceen 10,5 33
Lood 560 560 Chryseen 180 375
Nkkel 95 151 Benzo(b)fluoranteen 7 37
Zink 333 4099 Benzo(k)fluoranteen 11,5 37
  Benzo(gi)peryleen 3920 3920
Indeno(1,2,3-cd)pyreen 20 37
Stof (mg/kg) Drempelwaarde 1* Drempelwaarde 2*   Antraceen 70 24420
Minerale olie Fluoreen 3950 3950
Minerale olie (C10-C40) 1000 1000 Dibenz(a,h)antraceen 2,9 4,45
  Acenafteen 14 30
Acenaftyleen 1 11
Pyreen 395 2387

 

Disclaimer: De bovenvermelde drempelwaarden zijn gebaseerd op algemene hypothesen en kunnen verschillen afhankelijk van het blootstellingsniveau, het gebruik van het terrein enz. Leefmilieu Brussel kan noch direct, noch indirect aansprakelijk worden gesteld voor de manier waarop deze aanbevelingen worden gebruikt en geïnterpreteerd. De betrokkene is als enige verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de omstandigheden geschikt zijn om op de gekozen plaats te tuinieren.

Wat moet u doen als de gemeten concentratie hoger is dan deze waarden?

Er is geen drempelwaarde overschreden Low concern  (Niet “zorgwekkend”) Uw terrein wordt niet als verontreinigd beschouwd en u kunt dus met een gerust hart starten met een moestuin of groenten blijven telen in uw moestuin.

=> Aanbevolen acties niveau 0

Drempelwaarde 1 werd voor minstens één stof overschreden  Medium concern  (Weinig zorgwekkend) De bodem van uw moestuin is licht verontreinigd. U kunt echter met een gerust hart groenten telen op voorwaarde dat u de volgende richtlijnen in acht neemt:

=> De aanbevelingen van niveau EN de aanbevelingen niveau 1 in acht nemen

 

Drempelwaarde 2 werd voor minstens één stof overschreden  High concern (zeer zorgwekkend) Als drempelwaarde 2 voor minstens één stof is overschreden, zijn het verontreinigingsniveau en de gezondheidsrisico’s hoger. Vermijd dus om in volle grond te telen en vermijd elk direct contact met de verontreiniging.

=> De aanbevelingen van niveau 0 en 1 EN de aanbevelingen niveau 2 in acht nemen

 

Enkele concrete voorbeelden:  

Voorbeeld 1: Voor zink bedraagt drempelwaarde 1 333 mg/kg en drempelwaarde 2 4099 mg/kg. 

Het analyseresultaat dat ik van het laboratorium ontvang, geeft aan dat mijn bodem een concentratie van 100 mg/kg zink bevat.  Er is dus geen drempelwaarde overschreden en ik kan groenten telen.

Voorbeeld 2: Voor koper bedraagt drempelwaarde 1  197mg/kg en drempelwaarde 2 2359 mg/kg.

Het analyseresultaat dat ik van het laboratorium ontvang, geeft aan dat mijn bodem een concentratie van 1200 mg/kg koper bevat. Drempelwaarde 1 is overschreden.  Ik kan groenten telen, maar ik moet de aanbevelingen van niveau 1 in acht nemen (bijvoorbeeld, ik zal mijn aardappelen altijd schillen, ik teel geen sla op die plaats enz.).

Voorbeeld 3: Voor benzo(a)pyreen bedraagt drempelwaarde 1 3,6 mg/kg en drempelwaarde 2 4,86 mg/kg.

Het analyseresultaat dat ik van het laboratorium ontvang, geeft aan dat mijn bodem een concentratie van 5,9 mg/kg benzo(a)pyreen bevat. Drempelwaarde 2 is overschreden.  Ik teel geen groenten in volle grond in de verontreinigde zone, maar ik teel in bakken of ik verplaats mijn moestuin naar een niet verontreinigde zone.

Aanbevolen acties :

Niveau 0

Uw terrein wordt niet als verontreinigd beschouwd en u kunt dus met een gerust hart starten met een moestuin of groenten blijven kweken in uw moestuin. 

  • Was uw groenten en fruit altijd voor u ze eet.
  • Was uw handen nadat u in de tuin hebt gewerkt.
  • We raden ook aan om uw moestuin te bewerken volgens de goede praktijken voor tuinieren om toekomstige bodemverontreiniging te vermijden.

Niveau 1

Uw bodem is licht verontreinigd. U kunt echter met een gerust hart groenten telen, op voorwaarde dat u de aanbevelingen van niveau 0 en deze aanbevelingen in acht neemt. 

  • Verminder de concentratie verontreinigende stoffen door regelmatig organisch materiaal (mest en compost) en schone grond aan uw bodem toe te voegen. De toevoeging van rijpe compost verbetert het microbiologisch leven en dus ook de afbraak van bepaalde verontreinigende stoffen. Het verbetert ook de ph van uw bodem. In zure grond komen zware metalen namelijk gemakkelijker vrij.
  • Schil wortelgroenten voor u ze eet of bereidt
  • Laat de grond niet braak liggen. U kunt de bedden bedekken met compost of gehakseld groenafval om te vermijden dat bodemdeeltjes worden verspreid door de wind of de regen. In het algemeen is dit ook een goede praktijk om de bodem en het bodemleven te beschermen. 
  • Niet alle planten zijn even gevoelig voor bodemverontreiniging. Teel geen planten waarin de verontreinigende stoffen zich opstapelen. Zie: Speelt het soort groente dat ik teel een rol bij bodemverontreiniging?

Meer informatie vindt u in de rubriek Hoe kan ik me beschermen tegen bodemverontreiniging in mijn moestuin?

Niveau 2

Uw bodem is verontreinigd en dit kan risico’s inhouden. Neem de aanbevelingen van niveau 0 en 1 en deze aanbevelingen in acht.

  • Teel uw groenten in bakken of andere recipiënten die u vult met schone grond en compost, waarvan u de herkomst kent;
  • Of bedekt he terrein met geotextiel en hoog het daarna op met minstens 30 cm schone teelaarde zodat de wortels van de planten niet in de verontreinigde zone doordringen;
  • Bedekt de rest van de verontreinigde zone, die niet zal worden bewerkt, zoals paadjes. Bijvoorbeeld met houtsnippers op geotextiel om te vermijden dat iemand met de bodemverontreiniging in contact komt.

U kunt de bodemverontreiniging ook saneren, bijvoorbeeld door afgraving. Om het goede verloop van deze saneringswerken te garanderen, moeten ze echter verplicht worden opgevolgd door een bodemverontreinigingsdeskundige en een bodemsaneringsaannemer. De verontreinigde grond moet bovendien worden afgevoerd naar een erkend verwerkingscentrum. Een bodemsanering brengt aanzienlijke kosten met zich mee.

Meer informatie vindt u op onze webpagina’s over de behandelingstechnieken

De verontreiniging afbakenen 

In sommige gevallen geeft de observatie van de aard van de bodem al een eerste indicatie van de plaats van de verontreinigde zone. Als uw terrein bijvoorbeeld een zone bevat waar u alleen natuurlijk zand ziet, en een andere zone die duidelijk werd opgehoogd (heterogene grond die stukken baksteen enz. bevat), is de kans groot dat de bodemverontreiniging tot die laatste zone beperkt is.

Als een bepaalde zone of een specifiek staal verontreinigd is, kunt u ook bijkomende analyses laten uitvoeren om de verontreiniging beter af te bakenen.

Als u andere stoffen hebt laten analyseren

Als u analyseresultaten hebt voor andere verontreinigende stoffen dan de bovenvermelde stoffen, kunt u eerst en vooral de resultaten vergelijken met de interventienormen voor een woonzone die werden bepaald door het besluit tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen.

Als u een bodemverontreiniging vaststelt die deze interventienorm overschrijdt, raden we u aan een specialist te raadplegen, bijvoorbeeld een  bodemverontreinigingsdeskundige om na te gaan welke specifieke maatregelen u moet nemen om elk contact met de verontreiniging te vermijden.

Afhankelijk van de aard van de vastgestelde verontreiniging en de gemeten concentraties, kunnen namelijk andere maatregelen noodzakelijk zijn. 

Datum van de update: 08/03/2018