U bent hier

De Good Food Resto-criteria

Er zijn 5 basisvoorwaarden criteria. De overige 14 zijn optioneel en verbonden met punten. U hoeft niet aan alle optionele criteria te voldoen om het label te verkrijgen. Als niet alle criteria toepasbaar zijn, zal de berekening gebeuren in verhouding tot de toepasbare criteria: 30% van de toepasbare punten = 1 koksmuts, 50% = 2 koksmutsen, 70% = 3 koksmutsen. Bepaalde criteria kunnen enkel door middel van een controle ter plaatse geverifieerd worden.

Vijf criteria basisvoorwaarden:

1. De wetgeving naleven

De zaak respecteert de geldende regelgeving voor de restaurantsector (FAVV-reglementering, afvalsortering, communicatie rond bio, ...).
Bewijs:

  • FAVV-reglementering
  • Afvalinzamelingscontract
  • Verklaring op erewoord wat betreft de naleving van de wetgeving die van toepassing is op de restauratiesector (ondertekening van het kandidatuurdossier). Indien de inspecteur tijdens een inspectie een overtreding constateert, kan de kandidatuur van het restaurant worden geweigerd of ingetrokken.

Punten:

  • Basisvoorwaardecriterium >> geen punt

2. Communicatie rond duurzame aanpak

Het restaurant communiceert rond zijn duurzame aanpak (lokaal, seizoengebonden, veggie, ...). Na de toekenning van het label communiceert het restaurant over zijn Good Food-aanpak aan de hand van de aangereikte communicatietools.

Bewijs:

  • Vóór toekenning van het label: foto's of een kopie van de communicatietools (affiche, menu, website, ...) die de duurzame aanpak van het restaurant illustreren. Komen in aanmerking: lokale criteria, veggie, seizoensgebonden (Belgische) producten, duurzame visvangst, bio.
  • Na toekenning van het label: het restaurant moet over het Good Food-label communiceren en foto's van de Good Food-communicatiecampagne doorsturen.
  • Elke restauranthouder die schriftelijk wilt communiceren over de term « biologisch » (of « bio ») moet worden gecertificeerd (ministerieel besluit van 13 mei 2013).

Punten:

  • Basisvoorwaardecriterium >> geen punt

3. Gebruik geen producten van het 5de gamma

Producten uit het 5de gamma*, hetzij voor een volledig gerecht, hetzij als basis voor een gerecht, zijn niet toegelaten.
*5de gamma: alle voorgekookte, verpakte, gepasteuriseerde of gesteriliseerde landbouwproducten die gebruiksklaar zijn en gekoeld bewaard moeten worden.
Bewijs:

  • Inspectie ter plaatse

Punten:

  • Basisvoorwaardecriterium >> geen punt

4. Een minimaal vegetarisch aanbod aanbieden

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend. Voor elk niveau wordt de klant geïnformeerd over het ‘veggie’ karakter van het gerecht (symbool, kolom in het menu met ‘veggie’ gerechten, enz.). Voor een broodjeszaak wordt minstens één hartig veganistisch beleg per dag aangeboden. Zoet beleg is hier uitgesloten van de telling.

Opmerking :

Het menu moet vermelden welke groenten en plantaardige eiwitten worden gebruikt voor de bereiding van het gerecht.

Basisvoorwaarde (geen punt): als het restaurant minder dan 6 gerechten per dag aanbiedt, wordt minstens één keer per week een vegetarisch gerecht aangeboden.  Als het restaurant meer dan 5 à la carte gerechten aanbiedt, moet er minstens één vegetarisch* gerecht per dag aangeboden worden.

Aanvullend criterium (beperkt aanbod van gerechten): Indien er minder dan 6 gerechten op de kaart staan, staat er elke dag minstens één vegetarisch gerecht op het menu.

 

Aanvullend criterium (uitgebreid aanbod aan gerechten): Indien het restaurant meer dan 5 gerechten à la carte aanbiedt, is er een gevarieerde keuze van vegetarische gerechten à la carte (minstens 3 gerechten waaronder een vegetarisch gerecht en twee veganistische gerechten).

 

Extra aanvullend criterium : indien de volledige kaart van het restaurant vegetarisch is, is alles vegetarisch.

 

Bewijs :

  • Het menu van de maand (in geval van een vast menu) of de menu's van de dag of week die overeenkomen met de maand van de labelaanvraag

5. Gebruik alleen biologische eieren (code 0), eieren van een houderij met vrije uitloop (code 1) of in bio Tetra Pak

De eieren moeten van categorie 0, 1 of bio Tetra Pak zijn.

Ter herinnering - de codes die de eiproductiemethode aangeven:

  • 0 = bio-ei
  • 1 = ei van kippen met vrije uitloop
  • 2 = scharrelei
  • 3 = een kooiei

Bewijzen :

  • Inspectie ter plaatse
  • Voeg de laatste factuur van eieren bij. Als de eieren bio zijn, moet het certificaatnummer op elke factuur worden vermeld.

Punten :

  • Basisvoorwaarde >> geen punt

14 optionele criteria waaruit de restauranthouder kan kiezen:

6. Een Restorestje aanbieden

Het restaurant stelt klanten voor om hun etensresten mee te nemen in een Restorestje of een andere doggybag. De restauranthouder communiceert schriftelijk aan de klant (in de zaal of op het menu) dat hij/zij op verzoek etensresten kan meenemen.

Het restaurant stelt klanten voor om hun etensresten mee te nemen in een Restorestje of een andere doggybag. De restauranthouder communiceert schriftelijk aan de klant dat hij/zij op verzoek etensresten kan meenemen.
Bewijs:

  • Een foto van de communicatie naar klanten toe (uitstalraam, vermelding op de menukaart, ...)

Opmerkingen:

  • Dit criterium is niet van toepassing op traiteurs/afhaalrestaurants.

7. Een Belgisch gerecht en een seizoensgerecht aanbieden

Standaard criterium (1 Belgische producent of verwerker): h​et restaurant koopt bij een Belgisch voedselverwerkend bedrijf (tuinbouwer, pluimveehouder, pers, enz.) of een verwerker (kaasmaker, slager, enz.). Deze producten worden minstens 1 keer per maand gebruikt in de gerechten.  De afkomst van de ingrediënten wordt aan de klant meegedeeld.

 

Standaard criterium - Zeer korte kringloop (1 Brusselse of Brabantse producent): de producent is Brabants of Brussels en de naam van het bedrijf staat vermeld op het menu (op het menu, in de zaal …).

 

Aanvullend criterium (2 Belgische producenten of verwerkers): het restaurant koopt rechtstreeks bij 2 Belgische producenten of verwerkers. Deze producten worden minstens 1 keer per maand gebruikt in de gerechten

 

Aanvullend criterium - Zeer korte kringloop (2 Brusselse of Brabantse producenten): twee producenten zijn Brabants of Brussels en de naam van de bedrijven staat vermeld op het menu (op het menu, in de zaal …).

 

Extra aanvullend criterium (min. 2 Belgische producenten en 1 Belgische verwerker): er worden 3 punten toegekend indien het restaurant zich bij minstens twee Belgische producenten en 1 Belgisch voedselverwerkingsbedrijf bevoorraadt.

 

6 puntenExtra aanvullend criterium - Zeer korte kringloop (3 Brusselse of Brabantse producenten): de drie producenten zijn Brabants of Brussels en de namen van de bedrijven staan vermeld op het menu.

 

BONUS - Een van uw rechtstreekse producenten komt uit Brussel/Brabant EN is bio gecertificeerd

BonusEen bijkomend punt wordt toegekend indien minstens 1 van de producenten die rechtstreeks aan u leveren, in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of Vlaams- of Waals-Brabant gevestigd is en u gecertificeerde bioproducten verkoopt.

 

Een Bonuspunt betekent dat het totale aantal punten niet wordt beïnvloed als u dat BONUS-punt niet verdient.

Bijvoorbeeld: als het totaal 38 bedraagt en we voegen een BONUS-punt toe, dan blijft het totaal op 38 staan, maar hebt u de mogelijkheid om 39 punten op 38 te behalen.

Opmerking:

Brood en bier zijn van dit criterium uitgesloten. Om redenen van dierenwelzijn is ook foie gras van dit criterium uitgesloten.

Bewijzen :

  • Voeg een factuur van de producenten en verwerkers bij met vermelding van de oorsprong van de producten. De oorsprong van de producten uit Vlaams- en Waals-Brabant of Brussel moet op de factuur worden vermeld om de bijkomende punten te verkrijgen
  • BONUS - Voeg de factuur bij voor het (de) Brusselse / Brabantse EN biologische product(en)
  • Voeg uw communicatie (op het menu, in de zaal, enz.) bij met vermelding van de herkomst van uw producent(en) en verwerker(s)

8. Koken met gecertificeerde BIO-producten

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaard criterium : de restauranthouder gebruikt in de loop van het jaar minimaal 5 BIO-producten. Deze producten zijn nooit afkomstig uit de conventionele landbouw (niet bio gecertificeerd).

 

Aanvullend criterium : het restaurant heeft één van de volgende BIO certificaties :

  • Per bereiding : >1/maand ≤ 1/week
  • Per ingrediënt : >10≤30 ingrediënten
  • Per percentage : >30≤70% bio aankopen

Extra aanvullend criterium: het restaurant heeft één van de volgende BIO certificaties:

  • Per ingrediënt : ≥ 1 keer per week (max. 2 ingrediënten/dag)
  • Per percentage: > 30 ingrediënten (max. 50 ingrediënten)
  • Per bereiding : >70% (max. 95 %) bio aankopen

Criterium 100% BIO : het restaurant is volledig BIO gecertificeerd

 

Opmerkingen :

In België verlenen 3 onafhankelijke certificatie-instellingen de biologische certificatie:

Kruiden, specerijen, oliën en azijnen waarmee gerechten op smaak worden gebracht, gelden niet als biologische ingrediënten. Ook verpakte producten worden uitgesloten.

Bewijzen :

  • De facturen van de geselecteerde maand moeten worden voorgelegd. Daarop moeten de BIO-producten duidelijk vermeld staan. Of : een kopie van het BIO-certificaat moet worden doorgestuurd.

9. Koken met verse producten

De restauranthouder gebruikt uitsluitend verse producten voor alle geserveerde gerechten. 

 

Bewijs: 

  • Controle ter plaatse.

Opmerking:

Producten uit het 2de en 3de gamma zijn verboden, behalve voor de volgende groenten, die onder een andere vorm dan uit het 1ste gamma (diepgevroren, uit blik, ...) kunnen worden gebruikt: tomaten, champignons, asperges, erwten, bonen en spinazie.

10. Een dessert met seizoensfruit aanbieden

Het restaurant biedt een dessert aan met vers (Belgisch) seizoensfruit. 

 

Bewijs:

  • Het menu van de maand (in geval van een vast menu) of de menu's van de dag of week die overeenkomen met de maand van de labelaanvraag

Opmerkingen:

  • Indien het restaurant slechts één dessert per dag serveert, moet het minimaal één keer per week een dessert met vers seizoensfruit serveren.
  • Dat criterium geldt niet in de maanden april en mei, omdat er dan bijna geen Belgisch fruit op de markt komt.

11. Eigen productie van ingrediënten

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaardcriterium: De restauranthouder produceert zelf (een deel van) de aromatische kruiden.

 

Aanvullend criterium: De restauranthouder produceert zelf (een deel van) de groenten die in de keuken worden gebruikt.


 

Bewijs:

  • Voeg een foto of een bewijs van communicatie aan de klant toe (vitrine, vermelding op menu of kopie van de vaste kaart)
  • Voeg een foto van de aromatische kruiden en/of moestuin toe

12. Eigen bereidingen / huisbereidingen maken (verwerkte producten zoals brood, deeg, coulis, fermentatie ...)

De restaurateur zorgt zelf voor de verwerking van bepaalde producten die hij in zijn gerechten gebruikt (brood, deeg, coulis, fermentatie ...).

 

Bewijzen:

  • Beschrijving van de ‘huisbereide’ producten
  • Inspectie ter plaatse

13. Gebruik tomaten en komkommers alleen in het seizoen (van juni tot oktober)

Het restaurant biedt alleen in het seizoen (van juni tot oktober) verse tomaten en komkommers aan en communiceert met zijn klanten over deze beslissing.

 

Bewijs :

  • Voeg de menu's of het vaste menu van november tot mei bij om er zeker van te zijn dat buiten het seizoen geen verse tomaten of komkommers worden gebruikt

Opmerking :

Wordt het kandidatuurdossier in de zomer ingediend, dan verbindt de restauranthouder er zich via een schriftelijke verklaring op eer toe in de winter geen verse tomaten en komkommer te serveren. Onverwacht controlebezoek in de winter.

14. Een garnituur met seizoensgroenten aanbieden

Standaard criterium : Op het menu wordt aangeduid dat de klant een portie seizoensgroenten kan bestellen als supplement bij het gerecht.

 

Aanvullend criterium : Voor elk gerecht op de kaart moeten de groenten seizoensgebonden zijn.

 

Bewijzen:

  • Het menu van de maand (in geval van een vast menu) of de dag- of weekmenu's die overeenkomen met de maand van de labelaanvraag

Opmerking :

Niet van toepassing voor broodjeszaken. De kalender van Leefmilieu Brussel fungeert als referentiekalender voor het gebruik van seizoensgebonden producten.

15. Kleinere porties aanbieden voor de "kleine honger"

Het menu vermeldt dat de klant een kleinere portie kan bestellen (en dat voor minimaal twee gerechten op de kaart) met een verschil in prijs.

 

Bewijs:

  • Het menu van de maand (in geval van een vast menu) of de dag- of weekmenu's die overeenkomen met de maand van de labelaanvraag

16. Zorg voor duurzame vis (die niet op de rode of oranje lijst staat)

Het restaurant biedt geen vis aan die op de rode lijst staat (d.w.z. overbeviste of bedreigde vis), of op de lijst van Leefmilieu Brussel: paling (Anguilla anguilla), griet (Scophthalmus rhombus), haai (Selachimorpha), zwarte makan (Aphanopus carbo), blauwvintonijn (Thunnus thynnus), rog (Atlantoraja castelnaui), rode snapper (Etelis carbunculus), goudbrasem (Sparus aurata), Nijlbaars (Lates niloticus), keizerbaars (Hoplostethus atlanticus), roodbaars (Sebastes marinus), heilbot (Hippoglossus), blauwe leng (Molva dypterygia), blauwe grenadier (Coryphaenoides rupestris) (of hoki), steur (kaviaar) (Acipenser baeri, sturio, huso huso) en mul (Mullus surmuletus).

Daarnaast krijgt u nog een extra punt als u geen vis van de oranje lijst aanbiedt: pijlinktvis (Teuthida), gewone garnalen (Crangon crangon), krab (Brachyura), kreeft, tong (Solea solea), zeeduivel (Lophius piscatorius), Europese zeebaars (Dicentrarchus labrax), zwaardvis (Xiphias gladius) en zeewolf (Anarhichas lupus).

Als deze vissoorten echter alleen worden gekocht in bio, ASC of MSC, mogen ze worden geserveerd omdat hun kweek of visserij geen gevaar vormt voor hun voortbestaan.

Bewijs:

  • Het menu van de maand (in geval van een vast menu) of de menu's van de dag of week die overeenkomen met de maand van de labelaanvraag
  • De facturen voor vis (indien gecertificeerd)

17. Leidingwater aanbieden

Standaardcriterium: u verkoopt kraantjeswater en communiceert over de vermindering van de milieu-impact van de consumptie van stadswater t.o.v. flessenwater.

 

Aanvullend criterium: u biedt gratis kraantjeswater aan en communiceert over de vermindering van de milieu-impact van de consumptie van stadswater t.o.v. flessenwater.

 

Bewijzen:

  • Voeg een foto bij van de waterkannen of waterfontein in de restaurantzaal, of enig ander bewijs van het gebruik van leidingwater
  • Voeg de communicatie met de klant bij over het aanbod van stromend water (gratis of tegen betaling)

18. Aanbod bio- en/of fairtradedranken

Standaardcriterium: u biedt minstens 3 biodranken en/of fairtradedranken aan.

 

Aanvullend criterium: alle dranken op uw kaart zijn biodranken en/of fairtradedranken.

 

Bewijzen:

  • Voeg de maandelijkse facturen bij van de biologische en/of Fairtrade dranken

19. Meet het door het etablissement gegenereerde voedselafval - Minstens één keer per jaar gedurende 1 volle week

Om voedselverspilling te verminderen, meet u de voedselverspilling van uw etablissement gedurende minstens één week aan de hand van een door Leefmilieu Brussel verstrekte meettabel. Afhankelijk van het resultaat stelt u een aangepast actieplan op om voedselverspilling te verminderen.

 

Bewijzen :

  • Voeg de tabel voor het meten van de voedselverspilling (minimaal één week) bij.
  • Voeg het actieplan om voedselverspilling te verminderen toe

BONUS - Gecertificeerd zijn als ‘Ecodynamische Onderneming’

Bonus

U krijgt een BONUS-punt als u in het bezit bent van de certificering Label ‘Ecodynamische Onderneming’.

Een BONUS-punt betekent dat het totale aantal punten niet wordt beïnvloed als u dat BONUS-punt niet verdient.

Bijvoorbeeld: als het totaal 38 bedraagt en we voegen een BONUS-punt toe, dan blijft het totaal op 38 staan, maar hebt u de mogelijkheid om 39 punten op 38 te behalen.

Bewijzen:

Voeg het certificaat van het label van ‘Ecodynamische Onderneming’ toe

PRIJS VAN DE JURY VOOR DE GOOD FOOD RESTO-INNOVATIE Presenteer uw innovatieve initiatief op het gebied van duurzame voeding

Beschrijf aan de hand van een beknopte presentatie (max. 1.000 karakters exclusief spaties) uw innovatieve praktijk in verband met de Good Food-criteria die volgens u de juryprijs voor Good Food Resto-innovatie verdient. Deze innovatie mag niet rechtstreeks verband houden met de criteria van het Label stricto sensu. De bedoeling hier is om goede praktijken te belonen waarvoor geen criteria gelden.

De jury zal een of meer projecten kiezen, afhankelijk van de impact op het milieu, de dupliceerbaarheid, het Good Food-gehalte en het innovatieve karakter van het project (zowel wat betreft doelgroep, organisatie, product, transport en productiewijze, enz.).

Bewijzen:

Voeg een beschrijving bij van uw innovatieve praktijk (foto's, communicatiemiddelen, toegepaste methodiek, enz.).

 

Datum van de update: 12/06/2019