U bent hier

De Good Food Resto-criteria

Er zijn drie verplichte criteria. De overige 12 zijn optioneel en verbonden met punten. U hoeft niet aan alle optionele criteria te voldoen om het label te verkrijgen. Een score van minimum 10 punten laat toe het label te behalen met één koksmuts, minimum 15 punten voor 2 koksmutsen en minstens 20 punten voor het label met 3 koksmutsen. De punten zijn voor elk criterium anders en worden hier opgelijst. Voor de meeste criteria moet de restauranthouder een bewijs kunnen voorleggen. Als niet alle criteria toepasbaar zijn, zal de berekening gebeuren in verhouding tot de toepasbare criteria: 30% van de toepasbare punten = 1 koksmuts, 50% = 2 koksmutsen, 70% = 3 koksmutsen. Bepaalde criteria kunnen enkel door middel van een controle ter plaatse geverifieerd worden.

Drie verplichte criteria:

1. Naleving van de wetgeving

De zaak respecteert de geldende regelgeving voor de restaurantsector (FAVV-reglementering, afvalsortering, communicatie rond bio, ...).

Bewijs:

  • de manager van het restaurant ondertekent een verklaring op eer waarin hij uitdrukkelijk stelt dat hij de wetgeving respecteert die van toepassing is op de restaurantsector. Als de inspecteur een inbreuk vaststelt tijdens het bezoek, kan de kandidatuur van het restaurant geweigerd worden.

Punten:

  • Verplicht criterium, dus 0 punten

2. Communicatie rond duurzame aanpak

Het restaurant communiceert rond zijn duurzame aanpak (lokaal, bio, veggie, ...). Na de toekenning van het label communiceert het restaurant over zijn Good Food-aanpak aan de hand van de aangereikte communicatietools.

Bewijs:

  • Vóór toekenning van het label: foto's of een kopie van de communicatietools (affiche, menu, website, ...) die de duurzame aanpak van het restaurant illustreren. Komen in aanmerking: lokale criteria, veggie, seizoensgebonden (Belgische) producten, duurzame visvangst, bio.
  • Na toekenning van het label: het restaurant moet over het Good Food-label communiceren en foto's van de Good Food-communicatiecampagne doorsturen.

Punten:

  • Verplicht criterium, dus 0 punten

3. Verbod op het gebruik van producten uit het 5de gamma

Producten uit het 5de gamma*, hetzij voor een volledig gerecht, hetzij als basis voor een gerecht, zijn niet toegelaten.

*5de gamma: alle voorgekookte, verpakte, gepasteuriseerde of gesteriliseerde landbouwproducten die gebruiksklaar zijn en gekoeld bewaard moeten worden.

Bewijs:

  • Controle ter plaatse

Punten:

  • Verplicht criterium, dus 0 punten

12 optionele criteria waaruit de restauranthouder kan kiezen:

4. Een Restorestje aanbieden

Het restaurant stelt klanten voor om hun etensresten mee te nemen in een Restorestje of een andere doggybag. De restauranthouder communiceert schriftelijk aan de klant dat hij/zij op verzoek etensresten kan meenemen.

Bewijs:

  • Een foto van de communicatie naar klanten toe (uitstalraam, vermelding op de menukaart, ...)

Opmerkingen:

  • Dit criterium is niet van toepassing op traiteurs/afhaalrestaurants.

5. In een vegetarisch aanbod voorzien

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaardcriterium: Er staat een veggieschotel op de kaart.

Aanvullend criterium: De kaart biedt een gevarieerde keuze aan veggieschotels: minimaal 3 schotels, waaronder 1 veggie en 2 veganistisch**.

*Worden beschouwd als veggie : gerechten zonder vlees (ook geen kip) of vis en met minimaal 1 plantaardig eiwit*** en 3 verschillende groenten. **Worden beschouwd als veganistisch: veggieschotels zonder ingrediënten van dierlijke oorsprong (geen zuivel, geen eieren en geen andere producten van dierlijke oorsprong).

***Worden in dit criterium beschouwd als plantaardige eiwitten: ingrediënten van plantaardige oorsprong die meer dan 10 g eiwitten per 100 g product bevatten. Het gaat o.a. om productgroepen als: peulvruchten, volkorengranen en oliehoudende producten. Worden uitgesloten: brood, witte rijst, erwten, polenta en griesmeel.

Bewijs:

  • Kopie van de menukaart

Opmerkingen:

  • Het menu moet vermelden welke groenten en plantaardige eiwitten worden gebruikt voor de bereiding van het gerecht.
  • De restaurants die slechts één gerecht per dag opdienen, moeten minstens één veggie gerecht per week aanbieden. Restaurants die enkel menu's met verschillende gangen serveren, moeten minstens één veggieschotel als voorgerecht en één veggieschotel als hoofdgerecht serveren.
  • Broodjeszaken moeten minstens één veganistisch beleg (jam, choco en ander zoet beleg wordt niet toegestaan) aanbieden om een punt te scoren.

6. Een Belgisch gerecht en een seizoensgerecht aanbieden

Standaard criterium: Het restaurant serveert dagelijks een hoofdgerecht (zetmeelbron, groenten, vlees, vis, plantaardige eiwitten) dat uitsluitend Belgische seizoensgroenten en Belgisch(e) vlees of vis of plantaardige eiwitten bevat. De oorsprong van de gebruikte producten wordt aan de klanten meegedeeld

Aanvullend criterium: Het restaurant serveert dagelijks een hoofdgerecht (zetmeelbron, groenten, vlees, vis, plantaardige eiwitten) dat uitsluitend Belgische seizoensgroenten en Belgisch(e) vlees of vis of  Belgische plantaardige eiwitten of Belgische feculenten bevat.

De oorsprong van de gebruikte producten wordt aan de klanten meegedeeld

Bewijs:

  • De chef stuurt de recepten van de betrokken gerechten door. De restauranthouder bewijst de oorsprong van producten aan de hand van facturen waarop de oorsprong wordt vermeld. Voor producten die in een groothandel worden aangekocht, moet de factuur van de groothandel (met vermelding van de oorsprong) worden voorgelegd.

Opmerking:

De communicatie moet minimaal op twee producten betrekking hebben. De kalender van Leefmilieu Brussel fungeert als referentiekalender voor het gebruik van seizoensgebonden producten. Specerijen en oliën hoeven niet van Belgische oorsprong te zijn.

7. Koken met gecertificeerde BIO-producten

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaard criterium : de restauranthouder gebruikt in de loop van het jaar minimaal 5 BIO-producten die hij conventioneel nooit koopt (niet BIO).

Aanvullend criterium: het restaurant heeft één van de volgende BIO certificaties:

  • Per ingrediënt: tussen 10 en 30 ingrediënten
  • Per percentage: ≤ 30% (minimum 15%)
  • Per bereiding: een hoofdschotel + een voorgerecht of een hoofdschotel + een dessert

 

Extra aanvullend criterium: het restaurant heeft één van de volgende BIO certificaties:

  • Per ingrediënt: > 30 ingrediënten
  • Per percentage: > 30%
  • Per bereiding: 30% van de voorgestelde schotels zijn gecertificeerd (in functie van het aanbod)

Criterium 100% BIO : het restaurant is volledig BIO gecertificeerd

Bewijs:

  • De facturen van de geselecteerde maand moeten worden voorgelegd. Daarop moeten de BIO-producten duidelijk vermeld staan. Of: een kopie van het BIO-certificaat moet worden doorgestuurd.

Opmerking:

Kruiden, specerijen, oliën en azijnen waarmee gerechten op smaak worden gebracht, gelden niet als biologische ingrediënten. Ook verpakte producten worden uitgesloten.

8. Koken met verse producten

De restauranthouder gebruikt uitsluitend verse producten voor alle geserveerde gerechten. 

Bewijs: 

  • Controle ter plaatse.

Opmerking:

Producten uit het 2de en 3de gamma zijn verboden, behalve voor de volgende groenten, die onder een andere vorm dan uit het 1ste gamma (diepgevroren, uit blik, ...) kunnen worden gebruikt: tomaten, champignons, asperges, erwten, bonen en spinazie.

9. Een dessert met seizoensfruit aanbieden

Het restaurant biedt een dessert aan met vers (Belgisch) seizoensfruit. 

Bewijs:

  • Kopie van de menukaart

Opmerkingen:

  • Indien het restaurant slechts één dessert per dag serveert, moet het minimaal één keer per week een dessert met vers seizoensfruit serveren.
  • Dat criterium geldt niet in de maanden april en mei, omdat er dan bijna geen Belgisch fruit op de markt komt.

10. Rechtstreekse aankoop bij een producent

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaardcriterium: het restaurant koopt minstens 1 product rechtstreeks bij een Belgische producent.

Aanvullend criterium: het restaurant koopt verschillende producten bij verschillende producenten of koopt een bepaalde categorie van producten (vlees, zuivel, fruit, groenten) bij één producent aan.

Bewijs:

  • Contactgegevens lokale producent + een aantal facturen.

Opmerking:

Voor deze twee criteria brengt de restauranthouder de klanten op de hoogte van de oorsprong van de producten.

11. Eigen productie van ingrediënten

Voor dit criterium wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere niveaus. De overeenkomstige punten zijn verschillend.

Standaardcriterium: De restauranthouder produceert zelf (een deel van) de aromatische kruiden.

Aanvullend criterium: De restauranthouder produceert zelf (een deel van) de groenten die in de keuken worden gebruikt.



Bewijs:

  • Een foto van de moestuin

12. Geen tomaten en komkommers gebruiken buiten het seizoen

Het restaurant serveert geen verse tomaten en komkommers in de winter (van november tot mei) en brengt de klanten van die beslissing op de hoogte.

Bewijs:

  • Een kopie van de menukaart van november tot mei.

Opmerking:

Wordt het kandidatuurdossier in de zomer ingediend, dan verbindt de restauranthouder er zich via een schriftelijke verklaring op eer toe in de winter geen verse tomaten en komkommer te serveren. Onverwacht controlebezoek in de winter.

13. Kleinere porties vlees serveren

Het menu vermeldt dat de klant de omvang van een portie vlees kan kiezen (keuze uit twee of meer mogelijkheden). De verschillende porties worden aan verschillende prijzen aangeboden.

Bewijs:

  • Kopie van de menukaart



14. Een garnituur met seizoensgroenten aanbieden

Standaard criterium : Op het menu wordt aangeduid dat de klant een portie seizoensgroenten kan bestellen als supplement bij het gerecht.

Aanvullend criterium : Voor elk gerecht op de kaart moeten de groenten seizoensgebonden zijn.

Bewijzen:

  • Kopie van de menukaart

Opmerking:

Niet van toepassing voor broodjeszaken. De kalender van Leefmilieu Brussel fungeert als referentiekalender voor het gebruik van seizoensgebonden producten.



15. Kleinere porties aanbieden voor de "kleine honger"

Het menu vermeldt dat de klant een kleinere portie kan bestellen (en dat voor minimaal twee gerechten op de kaart).

Bewijs:

  • Kopie van de menukaart.

Datum van de update: 13/10/2017