U bent hier

Verbod op diesel- en benzinewagens

Om de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te verbeteren en de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van Parijs na te leven heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 31 mei 2018 besloten een overleg te starten met de belanghebbenden en de sectoren die betrokken zijn bij het verbod op dieselvoertuigen ten laatste in 2030,  het verbod op benzinewagens in een volgend stadium en de ontwikkeling op korte en middellange termijn van alternatieve technologieën (met name de technologieën die reeds beschikbaar zijn, zoals elektrische voertuigen, hybridevoertuigen en voertuigen op CNG). 

Luchtkwaliteit, volksgezondheid en klimaat

Het wegverkeer is een van de belangrijkste bronnen van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen (BKG) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG). In 2016 was het wegverkeer alleen al verantwoordelijk voor 69% van de uitstoot van stikstofoxide, 35% van de uitstoot van PM10 en 29% van de uitstoot van fijnere stofdeeltjes, zogenaamde PM2.5. Het vervoer is ook een van de belangrijkste verantwoordelijken voor broeikasgasemissies: in 2016 was het verantwoordelijk voor 29% van de totale uitstoot aan koolstofdioxide (CO2) in het BHG en deze uitstoot is sinds 1990 dezelfde gebleven.

Deze emissies dragen bij tot de opwarming van de aarde en de verslechtering van de luchtkwaliteit, die de oorzaak is van vroegtijdige sterfte, ademhalings- en hart- en vaatziekten en andere gezondheidsproblemen bij de Brusselaars.

Een verbod op fossiele brandstoffen is nodig

Het verbod op fossiele brandstoffen is nodig, zowel voor de bescherming van de volksgezondheid in het BHG als voor de strijd tegen de klimaatopwarming. Dit verbod zal het ook mogelijk maken de engagementen na te leven die door België en het Brussels Gewest werden aangegaan, in het bijzonder: 

  • Het Akkoord van Parijs dat beoogt om de temperatuurtoename tot 2°C te beperken en dat een verregaande vermindering van de broeikasgasemissies vereist. Op het vlak van vervoer veronderstelt deze klimaatambitie dat het vervoer geleidelijk koolstofarm wordt, met nulemissievoertuigen als praktisch einddoel.
  • Het Europese "Energie-Klimaatpakket" dat tegen 2030 voorziet in een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen (BKG) met ten minste 40% ten opzichte van 1990, een verbetering van de energie-efficiëntie met ten minste 27% en een stijging van het aandeel van hernieuwbare energie tot ten minste 27% (ten opzichte van het niveau van 1990).
  • Het Belgisch interfederaal energiepact dat, met het oog op de transitie naar een koolstofarme samenleving, als doel heeft om 100% nieuwe inschrijvingen van “nulemissievoertuigen” in 2050 (behalve vrachtwagens) te bereiken. Het pact beoogt een minimum van 20% nieuwe inschrijvingen “nulemissie” in 2025 en 50% in 2030.
  • Europese luchtkwaliteitsnormen die maximale concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht vastleggen die op het hele grondgebied van het Gewest nageleefd moeten worden.

De Lage-emissiezone: een eerste stap  

De transitie is al in 2018 aangevat met de inwerkingtreding van de Lage-emissiezone (LEZ) met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren door geleidelijk de meest vervuilende voertuigen te verbieden in het Brussels Gewest te rijden. Het tijdschema van de LEZ strekt zich uit tot in 2025. De doelstelling van een “nulemissiemobiliteit” noodzaakt om, in overleg met de stakeholders, een stappenplan voor na 2025 te bepalen.

Hoewel de LEZ-voorziening 2018-2025 voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een belangrijke stap is, in die zin dat ze ervoor zorgt dat de huidige Europese normen inzake luchtkwaliteit in de nabije toekomst gehaald kunnen worden, is deze maatregel geen doel op zich.

  • In de eerste plaats omdat er gevolgen zijn voor de gezondheid die te wijten zijn aan luchtvervuiling op een lager niveau dan de niveaus die momenteel in de Europese normen worden bepaald. De aanbevelingen van de WGO zijn bovendien vaak strenger dan de Europese normen.
  • In de tweede plaats omdat de doelstelling “luchtkwaliteit” niet de enige milieudoelstelling is die verband houdt met transport. Er zal namelijk ook rekening gehouden moeten worden met de “klimaatdoelstelling”, die de internationale gemeenschap zich in het raam van het Akkoord van Parijs vooropgesteld heeft, en met alle bovenvermelde engagementen.

Beslissing van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering

Het is in deze context dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 31 mei 2018 de volgende doelstellingen heeft gesteld:  

  • Het verbod op dieselvoertuigen tegen ten laatste 2030.
  • Het verbod op benzinevoertuigen in een volgend stadium.
  • De ontwikkeling op korte en middellange termijn van alternatieve technologieën, met name de technologieën die reeds beschikbaar zijn, zoals elektrische voertuigen, hybridevoertuigen en voertuigen op aardgas (CNG/LNG).

Om te bepalen hoe deze doelstellingen kunnen worden bereikt, heeft Leefmilieu Brussel van de Regering de opdracht gekregen om een raadpleging op gang te brengen met de belanghebbenden en de beroepssectoren die betrokken partij zijn bij de uitstap van dieselvoertuigen tegen 2030 in het Brussels Gewest, en van benzinevoertuigen in een volgend stadium. De raadpleging moet een inclusieve denkoefening mogelijk maken over de verschillende aspecten van een dergelijke programmering (milieueffecten, mobiliteit, sociaaleconomische en budgettaire gevolgen) en over de beschikbaarheid van alternatieve technologieën, de nodige infrastructuur en alternatieven voor de auto

De raadpleging is gestart op 19 september 2018 met een lanceringscolloquium waaraan meer dan honderd personen van diverse sectoren hebben deelgenomen.  

Volgende stappen 

Datum van de update: 20/03/2019
Contact: