U bent hier

Uitfasering van de verbrandingsmotor (diesel- en benzinevoertuigen)

Om de luchtkwaliteit in het Brussels Gewest te verbeteren en te voldoen aan de klimaatdoelstellingen van het Akkoord van Parijs, heeft de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) op 31 mei 2018 beslist om in overleg te gaan met de betrokken actoren en sectoren, met als doel om uiterlijk tegen 2030 dieselvoertuigen te verbieden, benzinevoertuigen in een volgende fase te verbieden en op korte en middellange termijn alternatieve technologieën te ontwikkelen (in het bijzonder die welke reeds beschikbaar zijn, zoals elektrische, hybride en CNG-voertuigen).

Luchtkwaliteit, volksgezondheid en klimaat

Het wegverkeer is een van de voornaamste bronnen van luchtverontreinigende stoffen en broeikasgassen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het wegvervoer is verantwoordelijk voor 69% van de NOx-uitstoot, 35% van de uitstoot van PM10-deeltjes en 30% van de uitstoot van kleinere PM2.5-deeltjes. Het vervoer is ook een van de belangrijkste uitstooters van broeikasgassen: in 2017 was het verantwoordelijk voor 30% van de totale CO2-uitstoot in het BHG en deze aandeel is sinds 1990 constant gebleven.

Deze emissies dragen bij tot de opwarming van de aarde en een verslechtering van de luchtkwaliteit, die de oorzaak is van vroegtijdige overlijdens, ademhalings- en hart- en vaatziekten en andere gezondheidsproblemen bij de inwoners van het Brussels Gewest.

Een uitfasering van fossiele brandstoffen is noodzakelijk

Een uitfasering van fossiele brandstoffen is noodzakelijk om de gezondheid van iedereen in het BHG te vrijwaren en om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Deze uitfasering zal het ook mogelijk maken om de verbintenissen van België en van het Brussels Gewest na te komen, meer bepaald :

  • Het Akkoord van Parijs, dat tot doel heeft de temperatuurstijging te beperken tot 2°C en een aanzienlijke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen eist. Op het vlak van vervoer impliceert deze klimaatambitie een geleidelijke koolstofvrijmaking van het vervoer, met als uiteindelijk doel te komen tot 'emissievrije’ voertuigen.
  • Het Europese ‘energie- en klimaatpakket’ voorziet tegen 2030 in een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40% in vergelijking met 1990, een verbetering van de energie-efficiëntie van minstens 27% en een verhoging van het aandeel hernieuwbare energiebronnen met minstens 27% (in vergelijking met het niveau van 1990).
  • Het Belgisch Interfederaal Energiepact, dat als de doelstelling heeft tegen 2050 100% nieuwe inschrijvingen van ‘emissievrije’ voertuigen te bereiken (met uitzondering van vrachtwagens) om naar een koolstofarme maatschappij te evolueren. Het pact beoogt minstens 20% ‘emissievrije’ nieuwe inschrijvingen in 2025 en 50% in 2030.
  • De Europese luchtkwaliteitsnormen, die maximale concentraties van verontreinigende stoffen in de lucht vastleggen en die op het volledige grondgebied van het BHG moeten worden nageleefd.

De lage-emissiezone: een eerste stap 

De transitie is in 2018 al begonnen met de inwerkingtreding van de lage-emissiezone (LEZ), die als doel heeft de luchtkwaliteit te verbeteren door geleidelijk de meest vervuilende voertuigen te verbieden om in het BHG te rijden. De LEZ-kalender loopt tot 2025. Om de doelstelling van ‘emissievrije’ mobiliteit te verwezenlijken moet in overleg met de stakeholders een stappenplan voor de periode na 2025 worden opgesteld.

Volgens de prognoses die in het kader van de studie over de implementatie van de LEZ werden opgesteld, moet de LEZ het mogelijk maken om te voldoen aan de Europese luchtkwaliteitsnormen in de komende jaren. De LEZ is daarom een stap in de goede richting en een belangrijke fase in de strijd om de luchtkwaliteit in het BHG te verbeteren, maar er moet in deze richting worden voortgegaan. Ten eerste omdat er geen enkel domein is waarin de luchtverontreiniging geen gevolgen heeft voor de gezondheid. De aanbevelingen van de WHO op dit gebied zijn bovendien strenger dan de Europese normen, die momenteel worden herzien. Ten tweede omdat de doelstelling ‘luchtkwaliteit’ niet de enige milieudoelstelling is die verband houdt met vervoer. Er moet ook rekening worden gehouden met de ‘klimaatdoelstelling’ en de verbintenissen die de internationale gemeenschap is aangegaan, met name in het kader van het Akkoord van Parijs.

Beslissing van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Het is in deze context dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering zich op 31 mei 2018 de volgende doelstellingen heeft gesteld : 

  • Een verbod op dieselvoertuigen uiterlijk in 2030.
  • Een verbod op benzinevoertuigen in een volgende fase.
  • De ontwikkeling op korte en middellange termijn van alternatieve technologieën, en meer bepaald de reeds beschikbare technologieën zoals elektrische en hybride voertuigen en voertuigen op aardgas (CNG/LNG).

Om te bepalen hoe deze doelstellingen kunnen worden bereikt, heeft de Regering aan Leefmilieu Brussel gevraagd om overleg te plegen met de stakeholders en de beroepssectoren die betrokken zijn bij de uitfasering van dieselvoertuigen in het Brussels Gewest tegen 2030 en van benzinevoertuigen in een volgende fase. Dit overleg heeft het mogelijk gemaakt om de verschillende aspecten van een dergelijke programmering (impact op het milieu en op de mobiliteit, sociaal-economische en budgettaire impact), alsook de beschikbaarheid van alternatieve technologieën, de noodzakelijke infrastructuur en alternatieven voor de auto in overweging te nemen. 

Het overleg begon op 19 september 2018 met een startsymposium dat werd bijgewoond door meer dan 100 personen uit verschillende sectoren. Het vervolg verliep in twee fasen : een schriftelijke fase met een vragenlijst van ongeveer 50 vragen (in oktober 2018) en een fase van uitwisseling en discussie in de vorm van negen rondetafelgesprekken en drie focusgroepen (in maart en april 2019).

Een verslag voor elk van deze twee fasen en een verslag ter afsluiting van de raadpleging kunnen hieronder worden gedownload.

Komende fasen

  • Nu de raadplegingsfase is afgerond, zullen studies worden opgestart om de impact van de uitfasering van de verbrandingsmotor in het BHG te bepalen :
    • een studie naar de impact op de luchtkwaliteit en op het klimaat;
    • een studie naar de impact op de begroting voor de wagenparken van de Brusselse overheden;
    • een studie naar de impact op de gezondheid;
    • Een impactstudie met betrekking tot mobiliteit, de economische en sociale aspecten en energie.

Op basis van het volledige overleg (schriftelijke fase en rondetafelgesprekken) en de impactstudies zal een roadmap worden opgesteld met de meest wenselijke implementatie voor het BHG om de regering te begeleiden bij de operationele kant van de uitfasering van de verbrandingsmotor (diesel- en benzinevoertuigen).

Datum van de update: 10/07/2019
Contact: