U bent hier

Welke invloed heeft het verkeer op de luchtkwaliteit?

simon_forsyth.jpg

De concentraties van verontreinigende stoffen, die het gevolg zijn van het wegverkeer, dalen sterk. Toch blijft transport in het Brussels Gewest een van de belangrijkste bronnen van uitstoot van polluenten die een bedreiging voor de gezondheid vormen.

 

 

 

 

 

Drie soorten polluenten in de omgevingslucht houden rechtstreeks verband met het wegverkeer:

  • vluchtige organische stoffen (VOS of oplosmiddelen) ontsnappen als u benzine tankt;
  • VOS verdampen uit het voertuig (benzinetank en motor), ook als het voertuig stilstaat en de motor niet draait;
  • de uitlaat stoot koolstofoxiden (CO en CO2), stikstofoxiden (NO en NO2), policyclische aromatische koolwaterstoffen (HAP) en fijne stofdeeltjes (PM10) uit tijdens het verbrandingsproces (zodra de motor aanslaat).

De uitstoot van uitlaatgassen hangt vooral af van de motortemperatuur, de omgevingstemperatuur, de snelheid en de technologie van het voertuig. Het is mogelijk om die uitstoot te verminderen door aangepast rijgedrag en de tips van de brochure : Denk aan mijn gezondheid en aan het milieu, schakel je motor uit wanneer je me op school afzet! (.pdf)

Vaststellingen op autoluwe zondagen

‘Autoluwe zondagen’ tonen duidelijk het vervuilende effect van het wegverkeer aan.

Van de betrokken verontreinigende stoffen zijn er vooral voor de NOx (stikstofoxiden) spectaculaire verschillen tussen een autoluwe en een normale dag.

De erg drukke Wetstraat pakte op de autoluwe zondag in 2005 uit met een gemiddelde NO-uitstoot (stikstofmonoxide) die tien keer lager lag dan op een gewone weekdag en vijf keer lager dan op een gewone zondag. Men kon zeer duidelijk vaststellen dat de NO-vervuiling opnieuw piekte zodra het autoverkeer zich weer op gang trok.

In de tunnels waren de verschillen nog groter. In de Leopold-II-tunnel (centrum) lag de NO-concentratie 112 keer lager dan op een weekdag en 85 keer lager dan op een normale zondag. De CO-concentraties (koolstofmonoxide) in de centrumtunnels lagen die zondag twaalf keer lager dan op een gewone zondag en zestien keer lager dan op een weekdag.

De specifieke situatie van ozon

Op de autoluwe zondag in 2003 (een uitzonderlijk zonnige dag), lag de ozonconcentratie hoger dan op een gewone zon- of weekdag! De hoge concentraties doken fors naar beneden op het moment dat het centrum weer voor de auto werd opengesteld (rond 19 uur).

De verklaring voor dit verschijnsel? In de uitlaatgassen zitten tegelijk gassen die ozon produceren (stikstofoxiden – NO2) én afbreken (stikstofmonoxide - NO). Als het verkeer stilvalt, merkt men meteen een verandering in de concentratieniveaus. Er zit dan minder NO dan NO2 in de omgevingslucht, met als gevolg dat er minder ozon wordt afgebroken dan geproduceerd. Zodra het verkeer weer op gang komt, stijgt de NO-concentratie en dat veroorzaakt een belangrijke daling van de hoeveelheid ozon in de lucht.

Deze ervaring bewijst dat noodmaatregelen ¬– zoals het stilleggen van het verkeer tijdens een ozonpiek met de bedoeling om de ozon te doen dalen – op korte temrijn contraproductief werken. Als we ozonpieken in de zomer willen vermijden, is het nodig om structurele maatregelen te nemen en de uitstoot van NOx aan de bron en op lange termijn in te dijken.

En van rondzwervende fijne stofdeeltjes

Ook de fijne stofdeeltjes (PM10) vormen een geval apart. Men registreert immers regelmatig relatief hoge concentraties op dagen dat er weinig verkeer is. Dat lijkt erop te wijzen dat slechts een kleine fractie van de PM10 rechtstreeks van het verkeer voortkomt. Analyses tonen aan dat een belangrijk deel van het fijn stof een natuurlijke oorsprong heeft. Toch blijft het belangrijk dat we de uitstoot van fijn stof door wegverkeer verminderen, precies omdat het zo schadelijk is.

Datum van de update: 07/06/2018