U bent hier

De uitstoot van verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aantasten

paysage bruxellois

De menselijke activiteiten zijn de voornaamste bron van luchtverontreiniging in grote agglomeraties. De oorzaak ligt bij de werking van de stad, de bevolkingsdichtheid, de ontwikkelde activiteiten, de verplaatsingen. Ook al is de situatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest niet even alarmerend als in andere Europese metropolen, toch is ze zorgwekkend.

De voornaamste bronnen van verontreinigende emissies zijn:

  • verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (verwarming, sanitair warm water en koken);
  • wegtransport;
  • huishoudelijk gebruik van solventen;
  • installaties voor de productie van energie (huisvuilverbrandingsoven, warmtekrachtkoppelingsinstallaties).

Elk jaar stelt het Gewest een inventaris op van de emissies van luchtverontreinigende stoffen. Dit is een databank met de emissies van een twintigtal geïnventariseerde verontreinigende stoffen, voor de periode van 1990 tot 2020. De laatste versie van de inventaris van de luchtverontreinigende emissies (LRTAP) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest  is online beschikbaar.

In 2020 zijn de voornaamste verontreinigende stoffen die de luchtkwaliteit beïnvloeden:

  • stikstofoxiden (NOX);
  • zwaveloxiden (SOX);
  • niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS);
  • fijn stof (PM2.5).

Het doel van deze inventaris is na te gaan of het Gewest voldoet aan de emissieplafonds die zijn vastgelegd in de Europese Richtlijn 2016/2284/EU betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, en zoals omgezet in het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 januari 2019 tot vastlegging van emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. In 2020 voldoet het Gewest aan de emissieplafonds voor NOx, SOx en NMVOS, maar overschrijdt hij het plafond voor PM2.5.

Sectorale verdeling van de emissies van luchtverontreinigende stoffen in Brussel in 2020

De voornaamste bronnen van NOX-emissies in 2020 zijn het wegtransport (55%) en de verbranding in residentiële en tertiaire gebouwen (28%). De energieproductie stoot 9% uit en de categorie ‘Overige’ 7%.

De voornaamste bronnen van SOX-emissies zijn de verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (97%) .

De NMVOS-emissies zijn voornamelijk afkomstig van industriële processen (ontvetten, voedingsindustrie, carrosseriebehandeling enz.) en van het huishoudelijke gebruik van schoonmaakproducten, cosmetica, parfums, verven enz. (68%). Andere sectoren die NMVOS-genereren sectoren zijn het wegtransport (12%) en de verwarming van gebouwen (10%). De categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 9% van de emissies.

De verbranding in woon- en tertiaire gebouwen is de voornaamste bron van PM2.5-emissies (36%), gevolgd door het wegtransport (23%). Het afvalbeheer (exclusief energieterugwinning) vertegenwoordigt 22% van de emissies. De industriële processen en het gebruik van producten stoten 15% uit. De energieproductie stoot 1% uit en de categorie ‘Overige’ vertegenwoordigt 3% van de PM2.5.

De voornaamste bronnen van NOX-emissies in 2020zijn het wegtransport (55%) en de verbranding in residentiële en tertiaire gebouwen (28%). 

De SOX-emissies zijn voor het grootste gedeelte afkomstig van de verbranding in woon- en tertiaire gebouwen (97%).

De NMVOS-emissies zijn voornamelijk afkomstig van industriële processen (ontvetten, voedingsindustrie, carrosseriebehandeling enz.) en van het huishoudelijke gebruik van schoonmaakproducten, cosmetica, parfums, verven enz. (68%). Andere sectoren die NMVOS-genereren sectoren zijn het wegtransport (12%) en de verwarming van gebouwen (10%).

De verbranding in woon- en tertiaire gebouwen is de voornaamste bron van PM2.5-emissies (36%), gevolgd door het wegtransport (23%). De afvalsector stoot 22% van de fijne deeltjes uit en de productgebruiksector nog eens 15%.

Ontwikkeling van de luchtverontreinigende stoffen in de periode 1990-2020

De resultaten van de emissie-inventaris laten een afname van de emissies van verontreinigende stoffen zien tussen 1990 en 2020: -65% voor NOx, -90% voor SOx en -71% voor NMVOS. Ook de PM2.5-emissies zijn over die periode met 80% gedaald.

""

Alle verontreinigende stoffen tezamen zijn het vervoer en de verbranding in huisvesting en tertiaire gebouwen (hoofdzakelijk voor verwarming, maar ook voor sanitair warm water en koken) de grootste emissiebronnen.

Over de hele periode vertonen de emissies door verbranding in gebouwen van jaar tot jaar aanzienlijke schommelingen. Deze variaties houden verband met de verwarmingsbehoeften, die afhangen van de strengheid van de winters. De SOx- en PM2.5-emissies zijn sinds 1990 gestaag gedaald en zullen in 2020 respectievelijk 16% en 20% van de emissies van 1990 bedragen. De uitstoot van NOx en NMVOS is sinds 1990 gehalveerd. Deze neerwaartse trends kunnen worden verklaard door een combinatie van factoren, zoals betere isolatie van gebouwen, efficiëntere verwarmingssystemen en het gebruik van brandstoffen met een lagere uitstoot, zoals aardgas.

De emissies van het wegvervoer zijn sinds 1990 sterk gedaald; met name de SOx-emissies liggen sinds 2008 vrijwel op nul, en de NMVOS-emissies zijn geleidelijk gedaald tot 6% van de emissies van 1990 in 2020. De PM2.5-emissies zijn tussen 1990 en 2000 aanzienlijk gedaald, en nemen sinds 2010 weer sterk af, en bedragen in 2020 12% van het niveau van 1990. Ook de NOx-emissies zijn gedaald, zij het in mindere mate, en bedragen in 2020 24% van het niveau van 1990; sinds 2015 is er echter sprake van een sterkere daling.

Het jaar 2020 werd gekenmerkt door bijzonder ongewone gebeurtenissen. Enerzijds noopte het begin van de gezondheidscrisis covid-19 tot volstrekt ongekende maatregelen (quarantaine, telewerk, sluiting van winkels ….) die tot een aanzienlijke vermindering van de mobiliteit en de activiteit in de tertiaire sector hebben geleid. Volgens de metingen van het Koninklijk Meteorologisch Instituut in Brussel-Ukkel was 2020 anderzijds het warmste jaar sinds 1990 en werd het gekenmerkt door bijzonder hoge wintertemperaturen (2e  plaats na 2014 wat het minimumaantal graaddagen sinds 1990 betreft). Zo vertonen de emissies van de belangrijkste verontreinigende stoffen tussen 2019 en 2020 een vrij aanzienlijke daling, behalve voor de NMVOS-emissies, die een stijging vertonen doordat vanaf 2020 in de inventarissen emissies worden opgenomen die verband houden met het gebruik van hydroalcoholische gels, die met name worden gebruikt als barrièremaatregel om de verspreiding van het covid-19-virus te beperken.

Datum van de update: 06/05/2022